CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Deel B

Raadsvergadering 9 juli 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Regionaal Perspectief Landelijk Gebied38.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Figuur 4.2 Figuur 27: Verbinding tussen de verschillende dilemma’s (WUR) 36 WUR-perspectieven op landbouw, voedsel en natuur — Research@WUR

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

54

Deze dilemma’s zijn onderling verbonden en keuzes op het ene gebied kunnen invloed hebben op andere dilemma’s. Nederland heeft al internationale afspraken gemaakt over biodiversiteit en klimaat, maar binnen die kaders moet de regering keuzes maken over de ontwikkeling van de Nederlandse landbouw. Op basis van de analyse van de onderzoekers worden enkele ontwikkelingen verwacht: 1 Nederland kan een grote bijdrage leveren aan de wereldvoedselvoorziening door te focussen op uitgangsmaterialen, technologie en kennis, in plaats van alleen productievolumes. 2 De dierhouderij moet zich meer richten op het benutten van niet-humaan consumeerbare grondstoffen en reststromen, om minder afhankelijk te zijn van de import van veevoer. 3 Er is behoefte aan actieve sturing op het consumptiepatroon naar een plantaardiger, gezonder en minder vervuilend dieet. 4 Herstel van de bestaande natuur in Nederland is zowel internationaal verplicht als in het belang van Nederland en de landbouw. 5 Er moet een keuze gemaakt worden over de verhouding tussen landbouw en natuur, waarbij zowel scheiding als verweving van grondgebonden functies mogelijkheden zijn. Zie figuur 27 voor de verbinding tussen de verschillende dilemma’s.

Nederland staat voor grote veranderopgaven. Door klimaatverandering gaat de ruimtelijke inrichting in ons land steeds meer knellen. We worden geconfronteerd met wateroverlast door extreme regenbuien, droogte en warmtestress door hittegolven, en een daling van veenbodems. De zeespiegelstijging vergroot het risico op overstromingen en opwellend water en leidt tot toenemende verzilting van het kustgebied. De infrastructuur die ons land hiertegen beschermt vereist dringende aanpassingen. Tegelijkertijd moet er meer ruimte komen voor alternatieve energiewinning en is de noodzaak voor duurzame huisvesting groot. Herstel van de biodiversiteit in Nederland vergt een drastische ingreep in de intensieve landbouw, een nieuw perspectief op verstedelijking en ruimtelijke inrichting, en een slimmer, efficiënter en duurzamer gebruik van water.

EEN NATUURLIJKERE TOEKOMST VOOR NEDERLAND IN 212037 Wageningen University & Research heeft een toekomstvisie uitgewerkt voor Nederland in 2120. Hoe kan Nederland er over een eeuw uitzien, hoe groeit en bloeit ons land dan? Op welke ontwikkelingen kunnen we de komende tien decennia inspelen om extreme situaties en groeiende onzekerheden te vermijden of te weerstaan? Welke opgaven liggen er, welke transities moeten we daarvoor doormaken en welke oplossingen zijn er? Deze toekomstvisie voor het Nederland van 2120 werkt kansen uit voor de economie, biodiversiteit en leefbaarheid van ons land. Het is een nieuw verhaal voor Nederland met een hoofdrol voor de natuur en natuurlijke processen. Het ontvouwt zich rondom de thema’s waterbeheer, energie, landbouw, circulaire economie, verstedelijking en biodiversiteit. Door de ontwikkelingen op deze gebieden integraal te benaderen en te analyseren, kunnen we toewerken naar groene, natuurinclusieve oplossingen.

Figuur 28: Als we onze toekomstvisie volgens deze principes uitwerken, hoe ziet Nederland er in 2120 dan uit? Een scenarioschets.

37 Nederland in 2120 - WUR

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

55

De veranderopgaven in Nederland moeten slim gecombineerd worden. De keuzes die worden gemaakt voor het toekomstbeeld voor 2120 zijn daarom gebaseerd op vijf principes die elkaar versterken, namelijk: 1 Het natuurlijk systeem aan de basis. 2 Het optimaal benutten van water. 3 Een natuurinclusieve samenleving. 4 Een circulaire economie. 5 Een meebewegende (adaptieve) ruimtelijke inrichting.

NEXT ECONOMY & IMPACT OP BEDRIJVEN EN RUIMTE IN REGIO FOODVALLEY (STUDIOSAVELBERG) De ideeën en inzichten over toekomstig krachtige ecosystemen in dit rapport kunnen perspectief bieden aan het (agrarisch) ondernemerschap in het landelijk gebied, gunstige voorwaarden creëren voor duurzame landbouwpraktijken, en innovatie in de agrarische sector. Een ecosysteem op economisch gebied beschrijft de context waarin veel verschillende organisaties met elkaar samenwerken en concurreren. Het kan daarmee bijdragen aan behoud en ontwikkeling van (nieuwe) werkgelegenheid en toegevoegde waarde van een toekomstbestendig Agrocomplex. Bij het opstellen van het rapport over de Next Economy is voor zover mogelijk op dit abstractieniveau nadrukkelijk uitgegaan van het bevorderen van een duurzame en vitale landelijke omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van landbouw, natuur, landschap, recreatie en leefbaarheid.

NEXT ECONOMY EN TOEKOMSTVISIE Het begrip “Next Economy” is een veelomvattend concept dat niet scherp is afgebakend en geen heldere of eenduidige definitie kent. Over het algemeen zijn de geïnterviewden het erover eens dat er ten minste zes belangrijke thema’s zijn die onder dit begrip vallen, namelijk: digitalisering, dataficering en AI, robotisering, circulariteit, energie(transitie), en milieu en klimaat. De centrale vraag is hoe de Next Economy de economie van de regio Food Valley zal beïnvloeden en wat dit betekent voor de toekomstige ruimtebehoefte van bedrijven en kennisinstellingen. Dit kwalitatieve onderzoek beoogt een eerste inzicht te bieden in de antwoorden op deze vraag en dient als aanzet tot en agenda voor verder sectoraal onderzoek.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Belangrijke vragen die opkomen zijn: Welke ecosystemen bieden kansen? Waar ontstaat ruimte? Deze vragen zijn van cruciaal belang voor ruimtelijk beleid en economie met een vooruitblik van 10 tot 20 jaar. Gezien de langere doorlooptijden van ruimtelijke ordening en projectontwikkeling is het noodzakelijk om nu al na te denken over deze kwesties. Langzaam wordt duidelijk hoeveel agrarische bedrijven in de Regio Foodvalley mogelijk zullen verplaatsen, transformeren naar een milieuvriendelijker productiemodel, of stoppen. Er bestaat een kans om - ook vanuit een economisch perspectief - constructieve gesprekken te voeren met kleine clusters van boeren wiens percelen aan elkaar grenzen. Door ideeën aan te dragen vanuit de overheid maar het initiatief en de regie bij de grondeigenaren te Na lezing van dit rapport: INLEIDING leggen, kan de huidige sfeer van onzekerheid en wantrouwen mogelijk veranderen in iets constructiefs. Inspireren en verbinden is daarbij essentieel.

twe

STERKE SECTOREN IN REGIO FOODVALLEY Naast de dominant aanwezige agrifood sector focus op ontwikkeling cross-overs met agri-food sector zijn er in de regio nog vier andere sectoren die zich krachtig en veelbelovend manifesteren in sectoren het kader van Next Economy- aspecten en groei. Deze sectoren zijn de tech- en metaalsector, de bouw- en infrastructuursector, de ICT-sector, en de zorgsector. Deze vijf sectoren worden aangevuld met de sectoren toerisme en logistiek. Alle genoemde sectoren vertonen autonome economische groei en hebben het potentieel om duurzaam bij te dragen aan banengroei en brede Figuur 29: Sectoren welvaart in de komende decennia. Vanwege de beperkte ruimte is het echter noodzakelijk om Rapport Savelberg in opdracht van Regio Foodvalley - Mrt 2023 prioriteiten te stellen. Zoals eerder beschreven, zouden met name kansrijke ecosystemen die op een duurzame en langdurige wijze kunnen bijdragen aan de economie en brede welvaart gestimuleerd moeten worden. Met name de cross-overs in de grensvlakken tussen Tech/Metaal, Bouw/Infra, ICT/Digi, Zorg& Welzijn en de Agri-Food Sector zijn dan interessant. Het lijkt logisch om de focus te leggen op de ontwikkeling van ecosystemen op het grensvlak van deze vier sterke sectoren met de agri-food sector.

De Economic Board merkt hierbij op dat de (primaire) agri-food sector voldoende kritische massa moet behouden in de komende decennia.

zoekg van in

56

HOOFDSTUK 3 RUIMTELIJKE KANSEN EN ZOEKGEBIEDEN ECOSYSTEMEN Globale zoekgebieden voor diverse bestaande en nieuwe ecosystemen in de Regio Foodvalley (zoekgebieden hebben nog geen status en moeten nader worden gedefinieerd!)

RUIMTELIJKE KANSEN EN ZOEKGEBIEDEN ECOSYSTEMEN

KANSEN VOOR DOORONTWIKKELING TOERISME Er bestaat mogelijkheid tot diversificatie, met name in de vorm van water- en zakelijk toerisme, en kwaliteitsverbetering in de toerismesector. Het aantrekkelijker maken van de regio kan worden gerealiseerd door een nieuwe route te ontwikkelen langs, eveneens op te richten, XXL-kunstwerken in het groen. Deze ‘Land-Art kunstwerken’ hebben het potentieel om daadwerkelijk een verbindende rol te spelen tussen verschillende steden en dorpen in de regio, evenals tussen toekomstige parken binnen een innovatief landschap. Om de diversiteit in het toerisme, dat momenteel voornamelijk gericht is op natuurwandelingen met bijbehorende voorzieningen op vakantieparken, te vergroten, zouden enkele hoogwaardige en duurzame attracties kunnen worden toegevoegd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met bereikbaarheid en de impact op de omgeving.

A B

Toer isme

In afwachting van vervolgonderzoek, zijn al eerste zoekgebieden in kaart gebracht voor de ecosystemen waarvan duidelijk lijkt te zijn dat ze kansrijk zijn of gaan worden. In de regio rond Nijkerk wordt bijvoorbeeld het Smart Food Production Cluster in kaart gebracht, bestaande uit 19 bedrijven verenigd in de Food Academy Nijkerk (FAN) met duidelijke ambities. In de omgeving van Barneveld liggen mogelijkheden voor de ontwikkeling van een nieuw en belangrijk duurzaamheidscluster, gericht op onderzoek (testbeds) en productie van nieuwe eiwitten, hernieuwbare energie en circulaire landbouw. Voor Ede en Veenendaal worden kansen verkend voor de groei van ecosystemen die zich bezighouden met Urban Food Production, waarbij ICT, digitalisering en AI van cruciaal belang zijn. Het Sciencepark kan niet alleen langs de kennisas (Wageningen-Ede WFC) uitbreiden, maar ook een westelijke tegenhanger krijgen tussen Rhenen en Veenendaal.

C D

In hoo sector met be econo ruimte decen Vooru al vast waarv worde Produ Food A Rond B impor onder hernie Rond E die zic waarb Het Sc as (Wa penda

Op de toegel

Figuur 30: Ruimtelijke kansen voor ecosystemen Rapport Savelberg in opdracht van Regio Foodvalley - Mrt 2023

ALGEMENE BEVINDINGEN Afbeelding 31 geeft de conclusies en aanbevelingen uit het rapport weer.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

57

Figuur 31: Aanbevelingen (Savelberg, 2023)

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

58

EEN WATERGESTUURDE REGIO. VALLEI EN VELUWE IN 2120 In navolging van de kaart van NL2120 heeft WUR een toekomstvisie uitgewerkt voor het werkgebied van Vallei en Veluwe. Wageningen University & Research (WUR) presenteerde in 2020 een toekomstvisie voor Nederland over honderd jaar, die diende als inspiratie voor het initiatief Vallei en Veluwe Klimaatbestendig. Dit project richt zich op de regio Vallei en Veluwe en onderzoekt hoe het gebied er rond 2120 uit zou kunnen zien als het bodem- en watersysteem centraal staat. De regio Vallei en Veluwe kenmerkt zich door hoogteverschillen en diversiteit in bodem en ondergrond. Er zijn vijf onderscheidende gebieden: Veluwe, Utrechtse Heuvelrug, Gelderse Vallei, Randmeerzone en IJsselvallei. Het (grond)watersysteem verbindt deze gebieden zowel ondergronds als bovengronds. Ingrepen in dit systeem in de omringende gebieden, hebben lokaal effect. Dit natuurlijk water- en bodemsysteem vormt de basis voor de visie. We stellen ons de vraag: wat is nodig om dit systeem in de toekomst goed te laten functioneren? Hoe zorgen we ervoor dat er voldoende grondwater van goede kwaliteit is? Welke plekken zijn geschikt voor natuur en grondgebonden landbouw? Etc. Met dat als uitgangspunt kijken we naar belangrijke functies als wonen, werken en mobiliteit. Zij krijgen daarin een nieuwe of andere plek dan we de afgelopen 100 jaar hebben gekozen.

Het mooie is dat dan elke streek weer herkenbaar wordt, met zijn eigen specifieke kenmerken; het krijgt zijn identiteit terug.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

De volgende vergezichten spelen in de visie een doorslaggevende rol: 1 De stuwwallen herbergen een drinkwaterreserve van nationale betekenis. 2 Beken, rivieren en meren krijgen de ruimte. 3 Een veel groter en weidser natuurgebied. 4 Landbouw draagt bij aan de circulaire grondstoffeneconomie. 5 Steden breiden zich uit. 6 Nederland heeft eigen Costa’s del Sol. 7 Lokale, regionale, nationale en Europese bereikbaarheid op maat. Voor de Gelderse Vallei wordt een toekomstbeeld geschetst waarin het gebied natter en gevarieerder is geworden door een natuurlijke waterhuishouding. Landbouw past zich aan het verhoogde waterpeil aan en levert producten en diensten aan nabijgelegen steden. Het landschap wordt onderhouden door grazers en biedt ruimte aan vezelgewassen, groenteteelt en natuurgebieden. Geluidloos, heel snel en bijna zwevend boven het maaiveld kom je in de trein of zelfsturende auto aan op je werk langs de Food-Alley. Op deze as van zuid naar noord in de Gelderse Vallei, werken duizenden mensen aan het bedenken, testen én toepassen van steeds nieuwe, betere en efficiëntere productie van voedsel. De visie stimuleert een discussie over langetermijnplanning en beoogt inspiratie te bieden voor omgevingsvisies en ruimtelijke plannen. De gemeenschap wordt aangemoedigd om deel te nemen aan de dialoog en reacties achter te laten op www.klimaatvalleienveluwe.nl.

59

Grotere legenda zie volgende pagina

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

60

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

61

9

UITVOERINGSSTRATEGIE - BIJ H4

WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER Er zijn diverse strategieën denkbaar om met de transitie van het landelijk gebied om te gaan. Hieronder benoemen we twee lijnen. Uiteindelijk zal de oplossing niet alleen op één van deze uitersten liggen, maar een combinatie daarvan zijn. Deze verdeling helpt om het overzicht te krijgen: • We kunnen als regio wachten op wat er vanuit de landelijke en provinciale politiek op ons afkomt en pas in beweging komen als het niet anders kan óf we kunnen proactief ons bod op tafel leggen en al aan de slag gaan om te laten zien hoe het regionaal kan worden aangepakt. • We kunnen vanuit gelijkheidsprincipes alle maatregelen zoveel mogelijk generiek over de regio inzetten óf we kunnen gebiedsgericht via gebiedsprocessen en maatwerk de transitie vormgeven. Hiermee ontstaan 3 mogelijke strategieën: proactief – maatwerk, proactief – generiek en reactief. Alle opties hebben hun voor- en nadelen ofwel kansen en risico’s. In paragraaf 4.1 wordt kort toelicht waarom we kiezen voor proactief gebiedsgericht aan de slag. Hieronder staat uitgebreider welke overwegingen hierbij zijn meegenomen en zijn de andere 2 strategieën toegelicht. Er zijn ook enkele algemene kansen en dilemma’s die in de uitvoeringsstrategie een plek moeten krijgen.

ALGEMENE KANSEN • Innovaties en een plattelandseconomie van de toekomst: De regio kan een voortrekkersrol pakken in het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen, teelten, ketens, etc. Nabij natuurgebieden liggen kansen voor de landbouw van de toekomst. Met onze kennis- en expertisecentra, proeftuinen en meetnetwerk kunnen we technologische innovaties versneld testen en inzetten. • Publiek geld inzetten voor verminderen van toekomstige schade: In het huidige (economische) systeem wordt veel publiek geld besteed aan het in stand houden van de huidige situatie. Denk aan kosten bij het waterschap voor het oplossen van waterschade en overlast, of EU-landbouwsubsidies waar kleinere boeren minder van kunnen profiteren dan grotere boeren. Dit geld kunnen we ook inzetten om een nieuw systeem te faciliteren en toekomstige schade en kosten te voorkomen. Denk aan middelen voor

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

langjarig natuurinclusieve maatregelen, regionale-voedselketens, een klimaatbestendig bodem- en watersysteem, etc. • Aantrekkelijke, klimaatbestendige leefomgeving: De inzet op herstel van balans in het natuurlijk systeem zal de regio fijner te maken om in te wonen, werken, talent aan te trekken/vast te houden en te leven. Het biedt kansen op een verdienmodel voor boeren en er ontstaan ook nieuwe kansen voor recreatie. • Gezondheid en welzijn van mens en dier: De overgang naar extensievere vormen van veehouderij en het verminderen van de aantallen dieren kan bijdragen aan dierenwelzijn en volksgezondheid. Denk daarbij aan het verminderen van fijnstof en risico’s op zoönosen. Dit is voor boeren alleen een optie als daar een agrarisch businessmodel (en daarmee afzetmarkt) voor is.

ALGEMENE DILEMMA’S • De puzzel met ruimte. Bodem en water sturend, robuuste natuur en groenblauwe structuren (bijvoorbeeld het verbreden van beeklopen) en extensivering kosten ruimte. Dit kan ten koste gaan van vruchtbare en goede landbouwgrond. Verweving van functies is daarbij belangrijk. Alleen is ons RO-instrumentarium hier niet op ingericht. Hoe gaan we hiermee om? • De ontwikkeling van wereldwijde voedselmarkt is onduidelijk. Door klimaatverandering verandert de wereldwijde voedselmarkt, het is nog onduidelijk hoe Nederland en de regio zich hier in wil positioneren. In het huidige marktsysteem ligt het aanjagen van de vraag naar duurzaam, lokaal geproduceerd voedsel vooral bij de keten, het Rijk en Europa. De vraag is hoe we regionaal een efficiënte, duurzame voedselproductie ontwikkelen in een globaal marktsysteem wat andere prikkels geeft. • Er zijn veel positieve effecten op de lange termijn te verwachten als we de transitie aangaan en veel negatieve effecten (schade) te verwachten als we de transitie niet aangaan. Hoe wegen we de korte termijn af tegen de lange termijn? Hoe maken we deze langetermijn baten te gelden in kortetermijn besluitvorming en financieringsstromen?

9.1

PROACTIEF INZETTEN MET EEN GEBIEDSGERICHTE AANPAK

Dit is de voorkeursstrategie. We willen niet afwachten wat er vanuit de landelijke en provinciale politiek op ons afkomt maar voorop blijven lopen. Daarbij kent onze regio deelgebieden met verschillende karakteristieken. Daarom kiezen we voor een proactieve, gebiedsgerichte strategie.

62

Hierbij zijn de volgende zaken belangrijk: Gelijkwaardigheid via gebiedsspecifieke oplossingen is eerlijker dan gelijkheid. Het bewustzijn dat niet iedereen hetzelfde uitgangspunt heeft is cruciaal voor het creëren van een eerlijke oplossing. Een aanpak vanuit gelijkwaardigheid in plaats van gelijkheid houdt rekening hiermee. Werken met aandachtsgebieden rond dorpen, natuur en landgoederen zorgt voor meer ruimte van bijvoorbeeld intensieve landbouw in andere delen van de regio. Het risico hiervan is dat een gebiedsproces een oplossing kan leveren, die volledig gedragen wordt door het gebied en de hoogste maatschappelijke baten oplevert, maar waarin de juridische doelstellingen onvoldoende behaald worden en/of waar regelgeving aan uitvoering in de weg staat. Kunnen we dan nieuwe regelgeving maken en bepleiten om de uitkomsten van het gebiedsproces toch juridisch mogelijk te maken? Of moet het gebiedsproces dan “opnieuw”? Hier moeten vooraf aan het proces al duidelijke afspraken over gemaakt worden. Maatwerk zorgt voor vertrouwen en beter resultaat. De piekbelastersregeling laat zien dat een ‘one size fits all’ niet voldoende werkt. Keukentafelgesprekken helpen om vertrouwen terug te winnen. Met maatwerk en doelsturing kan een juiste regeling voor iedereen getroffen worden. Er zal daarvoor wel meer capaciteit nodig zijn, terwijl deze al krap is.

We zullen moeten kiezen om in specifieke gebieden te starten en de doorlooptijd zal groter worden. Nieuw beleid zal rekening moeten houden met onduidelijkheid vanuit Rijk, provincies en EU. Onduidelijkheid over wanneer het reduceren van stikstof voldoende is zal voorlopig blijven. Veel ondernemers hebben niet de informatie die nodig is om tot een weloverwogen keuze te komen over of en hoe ze verder willen met hun bedrijf waarin ze potentieel willen en kunnen investeren. Met welke eisen krijgen zij (in de toekomst) te maken als ze niet stoppen? In de toekomst volgen er andere landelijke en/of Europese opgaven voor bijvoorbeeld natuurherstel, waterkwaliteit, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en klimaat (vermindering emissies methaan, lachgas en CO2). Dit maakt het lastig om het probleem per ondernemer of per natuurgebied te concretiseren.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

9.2

PROACTIEF INZETTEN MET EEN GENERIEKE AANPAK

Deze strategie is gericht op proactief aan de slag gaan om zoveel mogelijk passend beleid en instrumentarium te ontwikkelen dat voor de gehele regio geldt. De regio treedt de transitie proactief tegemoet vanuit duidelijk (bestuurlijke) ambitie en kaders. De regio treft met een regionale, algemene aanpak eerlijke, gelijkwaardige regelingen en maatregelen.

KANSEN Het huidige beleid en wetgeving knelt. Het is duidelijk dat er instrumentarium ontbreekt om de benodigde transitie in het buitengebied aan te jagen. De overheid loopt hierin achter, waardoor de ondernemers die al wel een stap willen nemen niet de mogelijkheden krijgen om dat te doen. Door proactief in te zetten op een regionale aanpak kan er gericht gewerkt worden aan beleid en instrumentarium wat zoveel mogelijk ondernemers helpt. Met een regionale, algemene aanpak kunnen we in alle gebieden in de regio stappen zetten met de beperkte (uitvoerings)capaciteit die er is.

RISICO’S Ook in deze proactieve strategie zit het “Risico op niet voor de juiste keuzes gaan” (zie hierboven). Als we niet inzetten op aandachtsgebieden en specifieke oplossingen (bijvoorbeeld rondom natuur) zijn er in de hele regio zwaardere maatregelen nodig: • Als gehele regio richting natuurinclusief boeren (anders redden we het niet). • Natuur die in het recente verleden ontwikkeld is blijkt enkele jaren later ook stikstofgevoelig te zijn. Dit maakt agrariërs huiverig voor het realiseren van nieuwe natuur. Duidelijkheid hierover en welke eisen aan “agrarische natuur” worden gesteld kunnen deze spanning verminderen.

63

9.3

REACTIEF AAN DE SLAG MET LANDELIJK EN EUROPEES BELEID

Deze strategie is gericht op aan de slag gaan zodra er voldoende duidelijkheid wordt geboden vanuit Rijk en de EU over gekozen beleid en financiële dekking. We wachten op dit moment even af.

RISICO’S Hogere kosten • De kosten om later de transitie te maken liggen nog hoger dan nu het geval is. • De middelen uit het transitiefonds zijn in andere regio’s geland omdat zij een aantrekkelijker propositie hadden. • Hogere kans op boetes als gevolg van niet-naleven van milieuwetgeving.

KANSEN Meer duidelijkheid over landelijke doelen en keuzes: • Het lijkt aantrekkelijk om vanuit maximale duidelijkheid aan de slag te gaan, pas wanneer de exacte regionale doelen voor stikstof- en andere reducties bekend zijn en de haalbaarheid duidelijk is. Daarbij leveren de te verwachte autonome ontwikkelingen ook nu al reductie van emissies op, ook al is nog onduidelijk hoe groot dit aandeel voor de regio is. • Ook is er later mogelijk meer bekend over welke regelingen worden er getroffen voor boeren die (bijvoorbeeld extensiever) verder willen gaan en welk instrumentarium door de Rijksoverheid wordt ingezet of ondersteund. • Het kan aantrekkelijk lijken om te wachten met investeren in duurzamere productie/ producten totdat duidelijker xis hoe Nederland of Europa wil inzetten op de Wereldwijde voedselmarkt.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

Perspectief blijft ontbreken • Spanning op de ruimte en gebruik van de ruimte blijft, er worden ook lokaal geen keuzes gemaakt. De onduidelijkheid voor boeren blijft. Kans om onze koploperspositie te verliezen • We verliezen onze koplopersrol in voedselproductie en worden voorbijgestreefd door andere regio’s. • De overlast die er is door emissies en hoge recreatiedruk wordt voorlopig niet aangepakt waardoor andere regio’s mogelijk aantrekkelijker worden om te wonen en werken. Door het niet maken van keuzes laten we veel kansen liggen op het vlak van • Toekomstige (klimaat)schade wordt niet verminderd, we schuiven de rekening door. • Zorgen die er nu zijn op het gebied van dierenwelzijn en zoönose worden vooruitgeschoven, met kans op nieuwe ziektes.

64

10

ONTWIKKELLIJNEN - BIJ H4

WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER In de voorgaande versie van het (toen nog) Groeidocument RPLG, spraken we over ontwikkellijnen. Deze ontwikkellijnen blijven de integrale inhoudelijke lijnen waar we met elkaar, op verschillende schaalniveaus aan willen (blijven) werken. Gezien de relevantie van de gedachten achter deze ontwikkellijnen en het denken over het gehele systeem als opgave, worden ze hieronder toegelicht.

Zoals genoemd in paragraaf 2.1.1 zien we bodem en water als vertrekpunt op basis waarvan we met gebruik van natuurlijke processen een toekomstbestendige leefomgeving creëren. Dus maximaal sturen met de natuur en minimaal sturen van de natuur. Dat houdt in dat we bij de verschillende functies afwegen hoe de activiteit of ingreep helpt bij het herstel van het natuurlijke systeem. Zoveel mogelijk op basis van een gebiedsgerichte effectanalyse van grondslag, natuurlijk systeem en landgebruik en liever niet met generieke vaste afstanden. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn. Anders denken: “van > naar” situatie

Rekening houdend met de opgaven en uitgangspunten van contourennotitie, geven we hieronder via drie ontwikkellijnen de richting en denkruimte aan waarbinnen we perspectief ontwikkelen en bieden. Hierbij kijken we vanuit ruimtelijk perspectief waar welk gebruik past, en waar niet. De drie ontwikkellijnen zijn: A Het water en bodemsysteem brengen we in balans B Een vruchtbaar landschap in een gezonde omgeving C Een natuurlijk landschap dat verbindt

A

HET WATER- EN BODEMSYSTEEM BRENGEN WE IN BALANS

We werken toe naar een robuust watersysteem van bron tot monding. De bodem en het water is de basis van al het leven en is daarom de eerste ontwikkellijn. Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waar bodem en water leidend zijn. Onder robuust verstaan we een landschappelijk systeem, dat pieken of extremen kan opvangen, zonder dat het onoverkomelijke schade toebrengt voor inwoners en landgebruikers. In een robuuste bodem zal droogteproblematiek zich minder manifesteren. Er is voldoende water, waaronder drinkwater. Voor drinkwater gaat dit enerzijds over het inzetten op het verminderen van drinkwatergebruik, maar ook over het toewerken naar nieuwe en diverse drinkwaterbronnen, rekening houdend met de effecten van grondwateronttrekking. Hierbij realiseren we ons dat we een ASV-gebied hebben (Aanvullende Strategische Voorraden). Het is een gezamenlijk belang van iedereen in het landelijk gebied om bodem en water een grotere rol te laten spelen bij het afwegen van ruimtelijke veranderingen of landgebruik.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

1 – Van A – B – c naar…

bodem – C – B – a

2 – Van impact op lijnen naar...

impact op vlakken (en de diepte in)

3 – Van afvalwater naar...

hergebruik van alle waterstromen én besparen van water

Een betere balans tussen 4 – Individueel beheer en ...

beheer door meer betrokkenheid in het gebied

5 – Klein lokaal herstel en ...

groter systeemherstel

6 – Technisch beheer en …

meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar

1 – Van A – B – c naar… bodem – C – B – a Als we willen toewerken naar het langer vasthouden van het water, dan moeten we de bodem en de kleine wateren een belangrijkere rol geven. Bodem - CBA watergangen zijn er voor het vasthouden, infiltreren en herverdelen van regenwater. Ze zorgen ervoor dat het land niet te droog wordt en de grondwatervoorraad op peil blijft. Dit verplaatst de primaire focus van de grote (A en B) wateren naar de bodem en de haarvaten. Het vasthouden begint bij een bodem met een hoog gehalte organische stof, bodemleven en -structuur. Hiermee wordt de sponswerking en daarmee de waterbeschikbaarheid vergroot, in tijden van droogte. Vervolgens zijn de haarvaten van het watersysteem belangrijk om de hoeveelheid water langer vast te houden. Dit maakt het systeem flexibeler om ook met piekbelasting om te gaan. 2 – Van impact op lijnen naar... impact op vlakken Als we nr. 1 doordenken, dan willen we sturen op de kwaliteit van de percelen in dit hele systeem en het gehele grondgebruik (2D en 3D). Het is hierbij realistisch te denken, dat het water langer dan we nu gewend zijn, op de erven en (woon)percelen bewaren (de vlakken), voordat het naar de lijnen (de watergangen) stroomt. Een deel kan dan al infiltreren in de bodem. Dit kan later weer aangewend worden voor gewassen en 65

biodiversiteit. Door te sturen op het waar mogelijk vasthouden van water, verbetert door de verminderde uitspoeling ook de waterkwaliteit. Op deze manier dragen ook landschapselementen die de afstroming vertragen bij aan de waterkwaliteit. Uiteraard is het belangrijk niet alleen te kijken naar water vasthouden, maar ook te kijken hoe bij extremen water voor zo min mogelijk overlast zorgt. 3 – Van afvalwater naar... hergebruik van alle waterstromen én besparen van water We willen kijken naar de hele watercyclus en alle vormen van water zijn daar onderdeel van. We moeten zuinig zijn op het water, besparen en hergebruiken. Hierbij hoort ook het verbeteren van de waterkwaliteit (KRW-doelen). 4 – Individueel beheer en... beheer door meer betrokkenheid in het gebied Uitwerking van nr. 1 is dat de landgebruikers meer gezamenlijk aan zet zijn om het beheer van bodem en watersysteem uit te voeren. En samen te leren en monitoren hoe bodem en water reageren op veranderende omstandigheden, hoe dit situationeel in te regelen is en welke impact dit heeft op het landgebruik en waterkwaliteit. 5 – Klein lokaal herstel en... groter systeemherstel We hebben lange tijd meer aandacht gehad voor de ingrepen op relatief kleine schaal, in plaats van robuust systeemherstel. Hier komen individueel belang en algemeen belang bij elkaar en dit kan tot nieuwe afwegingen leiden.

Klimaatverandering vraagt om denken op de schaal van het hele systeem. 6 – Technisch beheer en... meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar Naast het feit dat we kunstmatige ingrepen en faciliteiten in het landschap hebben gemaakt én nodig houden, willen we toe naar ‘building with nature’. Hoe kan de natuur richting geven aan het herstel van een natuurlijk systeem? Dit draagt ook bij aan het besef dat de landschappen door de seizoenen heen veranderen en dat we ons daarop aan te passen hebben.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

B

EEN VRUCHTBAAR LANDSCHAP IN EEN GEZONDE OMGEVING

Voedsel komt van over de hele wereld: We willen veel meer kijken naar ‘wat hier is’ en wat regionaal kan. Waarbij ‘hier’ eerst op schaal van (noordwest) Europa kan plaatsvinden. Nederland is een klein land, afhankelijk van het agrarisch bedrijf is een bepaalde schaal nodig voor een gezond verdienmodel. We streven naar een zo efficiënt mogelijke omgang met grondstoffen en watergebruik. Daarbij wil je dieren voeden met voedsel dat niet voor mensen geschikt is, of wel: zoveel mogelijk reststromen en deze zo slim mogelijk benutten. Ons doel is een zo klein mogelijke footprint, korte ketens en gesloten kringlopen, passend in de omgeving en passend bij de ondernemer. Voorwaarde is een eerlijk en duurzaam verdienmodel waar iedereen in de keten haar rol moet onderzoeken. En waar ruimte wordt ervaren om te ondernemen en met elkaar te leren. Er is al veel in beweging in de agrarische sector en er zijn al veel toekomstperspectieven, ideeën en transitiepaden uitgedacht die ingezet kunnen worden. Het is belangrijk om diverse paden tegelijk verder te ontwikkelen, die mogelijk per landschap en onderneming specifiek te maken zijn.

De agrarische sector kan inzetten op emissiereductie, gebruik van circulair veevoer, technologische innovaties, meer CO2- en energieneutrale bedrijven, natuurinclusieve landbouw, uitvoering van natuur en landschapsbeheer, inzet van nieuwe teelten en de eiwittransitie, het vergroten van huiskavels en/of vrijwillige opkoop. Afhankelijk van de specifieke situatie. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn. Ons uitgangspunt is dat de boer boer moet kunnen blijven. Het aandeel kringloop/natuurinclusieve landbouw bij grondgebonden veehouderij van de regio groeit. Er komt meer ruimte voor bedrijfsvoeringen en ontwikkelingen die bijdragen aan het herstel van natuurlijke processen. Niet alles kan meer overal, maar waar dat kan blijft er ruimte voor diverse vormen van landbouw, ook voor productie voor de (inter-)nationale markt. Vandaar het woord ‘ook’ in de uitwerkingen in de tabel. Op termijn is met innovatie gebouwgebonden intensieve landbouw denkbaar, zolang de uitstoot laag is. Verwachting is dat de in de komende periode de omvang van de veestapel en daarmee ook de uitstoot gereduceerd wordt.

66

Anders denken: “van > naar” situatie 1 – Van agrariër naar…

… vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel

2 – Van zelfstandig ondernemer met (te) strakke regels naar…

… verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap en nieuwe samenwerkingsvormen (coöperaties).

3 – Van versnipperde kavels naar…

… meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels

4 – Van dierlijke eiwitten naar…

… ook alternatieve eiwitbronnen

Een betere balans tussen 5 – Van kwantiteit en maximale opbrengst naar…

… meer focus op kwaliteit en optimale opbrengst (met eerlijke prijs, kunstmest-arm, energie neutraal, lage uitstoot)

6 – Van consument op afstand naar…

… consument meer nabij en betrokken

7 – Van alleen landbouwgrond naar…

… meer (bio)diversiteit zoals ook (oude) granen, vlinderbloemigen, ruimte voor gebiedsidentiteit en landschappelijke waarden.

1 – Van agrariër naar… vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel. Het agrarisch bedrijf kan meer dan alleen voedsel produceren. Op dit moment komen de hoofdinkomsten meestal vanuit verkoop / afzet product. Van betekenis zijn in de voedselproductie is echter één van de mogelijke bedrijfstakken. Afhankelijk van de locatie en de individuele ondernemer zijn er diverse keuzes mogelijk om op een volwaardige manier de bedrijfsvoering te verbreden. Met het oog op het creëren van aantrekkelijke gebieden voor extensieve recreatie voor de toenemende bevolking, zien wij kansen voor landschapsbeheer en enige mate van recreatief dubbelgebruik. Een goed verdienmodel, gegarandeerd voor de langere termijn, is hierbij essentieel. Op plekken waar dit kan blijft er daarbij ruimte voor landbouwproductie die op de (inter)nationale markt is gericht. 2 – Van zelfstandig ondernemer met (te) strakke regels naar… verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap en nieuwe samenwerkingsvormen (coöperaties). Er is experimenteerruimte en toekomstperspectief nodig om te kunnen investeren in wat de maatschappij vraagt. Daar hoort ook financiering bij van innovaties, van omvorming en van maatschappelijke diensten.

Georganiseerd in collectieven of cooperaties zijn er soms andere berijfsvoeringen en verdienmodellen mogelijk en is een ondernemer minder kwetsbaar.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

3 – Van versnipperde kavels naar… meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels. Gezien de hoge grondprijzen en het belang van de landbouw voor de regio gaan we als gemeenten gebieden die specifiek qua bodem en landschapstype zeer geschikt zijn voor landbouw, actief behouden door hier in ons ruimtelijk beleid (waaronder bestemmingsplannen en het functieveranderingsbeleid) actief op te sturen. In de ruimtelijke puzzel willen we waar mogelijk grotere huiskavels realiseren om verdienmodellen te verbeteren en kansen voor extensivering te vergroten. Dit gaat over de grenzen van gemeenten heen. Door uitruil van gronden kan een boer meer grond bij zijn huiskavel creëren, waardoor alternatieve gewassen, weidegang, of activiteiten die wat meer bewerkelijk zijn, mogelijk worden. 4 – Van dierlijke eiwitten naar… ook alternatieve eiwitbronnen. Er is vraag naar plantaardige eiwitten voor humane consumptie: dat kunnen bonen en granen zijn of noten en groenten. Daarnaastbij wordt er gekeken naar insecten als alternatieve dierlijke bron. We faciliteren de eiwittransitie van humane voeding (van 60/40 naar 40/60 dierlijk/plantaardig), wat impact heeft op grondgebruik (andere gewassen) én op gebouwgebonden productie (insecten, vertical farming). Dit biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen en technologische innovaties bijvoorbeeld op het gebied van vegetarische vleesvervangers.

En een aantal van deze teelten kan bijdragen aan gezonde bodems, meer biodiversiteit en vastlegging van CO2. 5 – Van kwantiteit en maximale opbrengst naar… meer focus op kwaliteit en optimale opbrengst (met eerlijke prijs, kunstmest­arm, energie neutraal, lage uitstoot). Goede producten voor een goede prijs, waarbij de grond minder wordt uitgeput en bedrijven inzetten op gesloten kringlopen. Kunstmest wordt zoveel mogelijk vervangen door organische mest(producten) in combinatie met stikstofvastlegging door vlinderbloemigen en terugwining van fosfaat uit menselijke mest. We stimuleren bodemleven om zo ook een optimale voedingswaarde van gewassen te bewerkstelligen. Waarbij we inzetten op reductie van de uitstoot van ammoniak, fijnstof en geur. Agrarische bedrijven kunnen door een mix van zonne-energie, windenergie en potentieel waterstof energie neutraal of mogelijk energie leverend worden en bijdragen aan (betaalde) CO2-opslag.

67

De gehele keten neemt hierin zijn verantwoordelijkheid. We zetten in op circulair veevoer, minder veevoer van elders en willen toewerken naar het waar mogelijk verkleinen en sluiten van de kringlopen met zo min mogelijk restverliezen en emissies. In eerste instantie op de schaalgrootte van NW-Europa, op langere termijn waar mogelijk nog meer lokaal/regionaal. We gaan van alleen een (financierings)focus op rendement en risico’s naar focus op waarden, innovatief en toekomstbestendig. Diensten die de boer aan de maatschappij levert worden betaald en gewaardeerd in bijvoorbeeld ondernemersruimte. 6 – Van consument op afstand naar… consument meer nabij en betrokken. De rol van de consument is essentieel om een lokaal voedselsysteem in balans te krijgen en houden. Evenwichtige ketens willen we stimuleren, zowel korte ketens, als betere samenwerking en opbrengstverdeling in de langere ketens met supermarkten en andere marktpartijen (‘eerlijke ketens’). De relatie tussen boer en burger versterken, waarbij de consument vertrouwen krijgt/behoudt in het voedselsysteem. Consument leren over gezonde voeding, wat daarbij komt kijken en wat hun eigen bijdrage kan zijn aan een leefbaar en gezond landelijk gebied. Nieuwe vormen van landbouw met betrokkenheid van burgers en financiering door burgers bieden waardevolle kansen.

Denk aan ontwikkelingen zoals Heereboeren, Land van Ons en zelfvoorzienende tiny-housesgemeenschappen. 7 – Van alleen landbouwgrond naar… meer (bio)diversiteit zoals ook (oude) granen, vlinderbloemigen, ruimte voor gebiedsidetiteit en landschappelijke waarden. Hieronder vallen bijvoorbeeld teelten die beter tegen droogte kunnen, of andere teelten die voedingsstoffen voor menselijke consumptie bevatten. Ook het terugbrengen van herkenbare landschapselementen als hagen etc. past bij diversificering van het agrarisch gebied en draagt bij aan vermindering van uit- en afspoeling. Instandhouding hiervan kan alleen door ondernemers hiervoor te belonen.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

C

EEN NATUURLIJK LANDSCHAP DAT VERBINDT

In de regio zijn steeds meer landgebruikers bezig hun negatieve impact op de bodem, water, uitstoot en biodiversiteit om te buigen naar nul impact of zelfs natuur herstellend (regeneratief). Dat kan en moet op meer plekken. Dit vraagt een omslag in ons denken en onze kennis hierover. Alleen al het creëren van meer variatie in het landschap draagt bij aan de basiskwaliteit in soorten. Uiteindelijk willen we in een wereld leven waarin ‘gewone’ soorten daadwerkelijk gewoon (en niet schaars) zijn. Hiervoor moeten we ons richten op herstel van het gehele natuurlijke systeem. Juist ook buiten de grenzen van de planmatig toegekende natuurgebieden. De ontwikkellijn gaat er daarbij vanuit dat als de condities van algemene, niet bedreigde soorten verbeteren, de positie van alle soorten (en dus biodiversiteit) verbetert. Dit kan op basis van de aanwezige landschapstypen in een gebied concreet gemaakt worden. We richten ons naast het beschermen van natuurgebieden (N2000) op herstel van natuurlijke processen. Die zijn overal: van bedrijfsperceel tot achtertuin en van paardenweide tot de uitloop van legkippen. In de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley is opgenomen dat de opgave voor voldoende recreatief toegankelijk groen vooral wordt gerealiseerd in het toegankelijk maken van het landelijk gebied.

Voor Foodvalley gaat dat om een totale oppervlakte van 2.000 hectare aantrekkelijk en beleefbaar groen. Mensen hebben behoefte aan dagelijks (te lopen), wekelijks (te fietsen) en maandelijks (per auto/OV) groen. Deze 2.000 hectare toegankelijk groen hebben voor Foodvalley vooral betrekking op dagelijks en wekelijks groen en daarmee op het landelijk, en vooral agrarisch gebied. Voor de lange termijn willen we voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zonering moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn (van middel naar doelsturing). Echter gezien de urgentie om op korte termijn maatregelen te moeten nemen is het niet te voorkomen dat we voor een overbruggingsperiode van een aantal jaar gaan werken met overgangsgebieden rondom N2000 gebieden (zonder dat de breedte overal hetzelfde hoeft te zijn, dit kan afhangen van landschaps- en bodemtypen). In deze overgangsgebieden ontstaat een verweving tussen landbouw en natuur, met vormen van natuurinclusieve landbouw, die we kunnen onderzoeken. Deze overbruggingsperiode is nodig omdat maatregelen en technologie voor bedrijfsspecifieke sturing nog niet voldoende zijn uitontwikkeld om op korte termijn in te kunnen zetten.

68

Er is een sterke relatie met de ontwikkellijn Bodem en watersysteem brengen we in balans. En de samenwerking met de landschapsbeheerders en agrariërs is noodzakelijk. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn.

standaard “grootheid” euro’s. Hiermee kunnen we het makkelijker inzetten om de balans in evenwicht te krijgen (true pricing). Ook meer verbinding is tussen stad en platteland helpt hierbij.

Anders denken: “van > naar” situatie

3 – Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar… ook natuur als intrinsieke waarde. Niet alle natuur hoeft een functie te hebben, historisch was dit vaak de gedachte. Natuur kan ook van zichzelf mooi zijn en niet van iets of iemand zijn. Voorwaarde voor deze uitwerking is dat er (weer) meer verbinding is tussen stad en platteland.

1 – Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden...

… ook zorgen voor een basiskwaliteit natuur in de hele regio en juiste beheer van natuur (Vogelhabitatrichtlijn, bossenstrategie, Groenblauwe dooradering)

2 – Van natuur als kostenpost naar…

… natuur als betaalde ecosysteemdienst en randvoorwaarde

3 – Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar…

… ook natuur als intrinsieke waarde

Een betere balans tussen 4 – Naast natuur als plek voor buitenactiviteit...

… natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin

5 – Van sterke contrasten tussen landschappen en dorp/stad naar…

… verweven van cultuurlandschappen met natuurkwaliteit tot aan de voordeur (bodemleven, schoonwater, groenblauwe dooradering)

6 – Van centraal beheer naar…

….meer beheer door het gebied zelf, in goed overleg en samenwerking

1 – Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden… ook zorgen voor een basis­ kwaliteit natuur in de hele regio. Zodat de algehele leefomgeving groener, gevarieerder en gezonder wordt. Dit vraagt om integrale keuzes in ruimtegebruik. Het formuleren, realiseren en monitoren van een basiskwaliteit kan voor meer ontspanning zorgen. Als de algehele natuur kwaliteit vergroot wordt kunnen we ook kijken of er in N2000 gebieden meer mogelijk is door bijvoorbeeld soms extra functies toe te staan. We bepalen per gebied gezamenlijk welke basiskwaliteit we willen en hoe de huidige situatie is. Naast de zorg voor een goede basiskwaliteit realiseren we als regio de maatregelen die nodig zijn voor de minimale 10% groenblauwe dooradering (GBDA), het voldoen aan de vogelhabitatrichtlijn en de bossenstrategie. 2 – Van natuur als kostenpost naar… natuur als ecosysteemdienst en randvoorwaarde. Een nieuwe manier van kijken naar economische waarden, onderdeel van brede welvaart en de welzijnseconomie. Het is belangrijk om natuurwaarden uit te drukken in onze

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

4 – Naast natuur als plek voor buitenactiviteit… natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin. Je gaat niet alleen de natuur in als je deze bewust opzoekt, maar het is onderdeel van je dagelijks leven, waardoor je leefomgeving een prettigere plek wordt en je het meer kunt zien en waarderen. Een opgave voor alle eigenaren in het landelijk gebied, van niet-agrarische bedrijven tot paardenhouderijen en van woningen tot vakantieparken. 5 – Van sterke contrasten tussen landschappen en stad naar … natuur integraal opgenomen in het gebied (bodemleven, schoonwater, Groenblauwe Dooradering). Verschil tussen natuur en landschap (of natuurlijke processen) verzachten, niet alleen de fysieke grenzen maar ook de functiegrenzen. Hierdoor ontstaat meer diversiteit. Denk aan Landbouwinclusieve natuur, of natuurinclusieve landbouw, maar ook initiatieven als moestuinen, voedselbossen en herenboeren. Beleefbaar en bereikbaar. Daarbij moet de verbinding tussen de stad, burger, boer, en natuur verbeterd worden om de tegenstellingen te verkleinen. 6 – Van centraal beheer naar… meer beheer door het gebied zelf. Dit betekent dat overheden en/of terreinbeherende organisaties (TBO’s) deels beheer en regie loslaten en/of nog meer de samenwerking aangaan met het gebied (samenleving heeft gedeeld eigenaarschap) – afhankelijk van het type en kwetsbaarheid van de gebieden.

Wat er bottom-up georganiseerd kan worden, moet bottom-up. Niet alleen de mensen in het buitengebied zijn hiervoor belangrijk, maar juist ook de mensen in de dorpen en steden. Verantwoordelijkheid nemen voor beheer en onderhoud van natuur en landschap waar je zelf ‘dagelijks’ van geniet. Het beeld hierbij is dat natuur niet van de overheid is, maar van de mensen in het gebied zelf.

69

11

OPZET UITVOERINGSPROGRAMMA - BIJ H4

WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER Dit hoofdstuk geeft aanvullend op de informatie uit de expertgesprekken (verdieping 12) inzicht in de bouwstenen die mee worden genomen in het uitvoeringsprogramma. Het gaat hierbij om de kennisagenda (11.2), de samenwerkingsagenda (11.3), gebiedsprocessen (11.4) en overige onderdelen (11.1). Denk hierbij aan een financiële onderbouwing, aanvullende keuzes en maatregelen en monitoring.

11.1

VERDER TE ONTWIKKELEN

MAATREGELEN EN RO-BELEID UITWERKEN Startend met de maatregelen uit paragraaf 4.7 van deel A worden deelprogramma’s en projecten opgezet om de maatregelen te laten landen in gemeentelijk beleid. Bijvoorbeeld op de thema’s Landbouw, Nieuwe Economie, Natuur en Water, Gezonde Leefomgeving. Hiervoor komt per thema een activiteitenschema per periode. Het rapport van KokxDeVoogd38 biedt daarbij handvatten om de voorgestelde maatregelen om te zetten in RO-beleid en uit te voeren via bestaande wet- en regelgeving. De Omgevingswet regelt bijvoorbeeld dat opgaven, activiteiten, functies en kwaliteiten in een gebied in onderlinge samenhang worden bestuurd. Ook regelt deze wet de onderlinge bestuurlijke verhoudingen, op basis van bovengenoemd principe van “decentraal, tenzij” en op basis van “samenwerking tussen overheden”. Vanuit deze principes kan de regio op verschillende manieren sturen om de doelen van het RPLG te behalen. Er kan hier gewerkt worden met: • Emissievoorschriften (uitstoot bij concrete activiteiten). • Aandachtsgebieden (ruimtelijk functietoedeling). • Omgevingswaarden (toelaatbare belasting in activiteiten of stoffen). Deze en andere voorbeelden worden meegenomen in de concrete opzet van projecten.

AANVULLENDE KEUZES EN MAATREGELEN Er zijn diverse thema’s besproken in expertgesprekken, stakeholdersessies en gesprekken met wethouders die niet onderdeel zijn geworden van de 6 prioritaire thema’s maar die wel belangrijk zijn. In het uitvoeringsprogramma komt hiervan een overzicht met toelichting wanneer welk thema wordt opgepakt voor verdere besluitvorming.

FINANCIERING Activiteiten en projecten voor het gezamenlijke regionale programma worden voor 2024 en 2025 zodanig geprioriteerd en ingevuld dat dit past binnen de begroting van de programma’s van Foodvalley zoals opgenomen in de door de raden vastgestelde kaderbrief 2024-2027. In het uitvoeringsprogramma zal (zoals in aanzet gedaan is voor het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort) een eerste inschatting worden gedaan van de kosten van maatregelen. Voor de projecten die in de eerste fase starten zal een specifieke financiële onderbouwing worden gegeven. Dit hangt ook samen met de uitvoeringskracht en gezamenlijke ambtelijke capaciteit waar op dit moment voor Regio een voorstel voor in de maak is.

MONITORING Om de doelen van het uitvoeringsprogramma te realiseren is monitoring een belangrijk onderdeel om verder uit te werken. Wat zijn succesfactoren? Bij welke signalen gaat er een alarm bel af? In de regio zijn al veel ideeën over meten, monitoren en belonen die hierin meegenomen kunnen worden.

11.2 KENNISAGENDA De Regio Foodvalley is sterk in het samenbrengen van praktijk en onderzoek. Als deze (praktijk)kennis van de regio in een Expertisecentrum voor het Landelijk Gebied (ECLG) kan worden gebundeld kan er effectief worden ingezet op een regionale kennisagenda voor het uitvoeringsprogramma. Met de betrokken partners gaat de regio verkennen hoe dit kan worden georganiseerd. Tot het ELCG ingericht is geeft de regio vast opdracht voor een aantal veelgevraagde onderzoeken. Hieronder staat de kennisagenda zoals tot nu toe verzameld is. Deze wordt in het uitvoeringsprogramma geconcretiseerd, inclusief financiële onderbouwing. Een deel van eerste concrete acties (paragraaf 4.6 deel A) is hierin terug te vinden.

38 KokxDeVoogd: Het lange termijn perspectief voor de Veluwe in een juridisch daglicht (2023)

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

70

Basiskennis op orde (nulmeting): • Het ECLG brengt in 2024 de basiskwaliteit natuur van de regio in kaart. We hebben hiermee een nulmeting en we werken toe naar een systeem dat we kunnen monitoren. • Het ECLG brengt samen met de provincies de huidige stand van zaken aan groenblauwe dooradering (hagen, houtwallen en -singels, poelen etc.) percentueel en kwalitatief in kaart, met de focus op systeemherstel, vóór 2035. Zij werkt met de provincies ook de gewenste kwaliteit uit. De regio onderzoekt welke gebieden hierbij prioriteit hebben en kijkt naar koppelkansen met onder meer mobiliteit, recreatie, beekdalherstel en agroforestry. • Het waterschap en de regio maken uiterlijk in begin 2024 a.d.h.v. de ‘water en bodem sturend’-kaart inzichtelijk voor gemeenten wat dit voor hun gebied inhoudt. • Het waterschap en het ECLG brengt de huidige stand van zaken van waterkwaliteit (grondwater en oppervlaktewater) in beeld. We vragen hiervoor - zover mogelijk bij andere overheden data op. • Het ECLG werkt samen met de partners van het Meetnetwerk Luchtkwaliteit aan het in beeld brengen van de uitgangssituatie en jaarlijkse monitoring van de luchtkwaliteit. Zij ondersteunt bij het maken van scenario’s voor beleidsontwikkeling.

Randvoorwaarden en definities in zicht: • Uitloopgebieden: Hoe kunnen we multifunctioneel landelijk gebied ontwikkelen rondom de kernen en tegelijk de druk op natuur verminderen, en het aaneengroeien van kernen voorkomen? • Wat is er nodig voor een klimaatbestendig, natuurlijk systeem? Vanuit het ECLG onderzoeken we hoe processen en ecosystemen zullen functioneren in de toekomst, als door klimaatverandering het systeem niet meer terugkomt in haar oude staat. We onderzoeken hoe we hier dan op inspelen om toch onze doelen te bereiken. • Randvoorwaarden voor stoffen/mestbalans met minder nutriëntenverlies: impact van bijvoorbeeld meer weidegang, mest verdunnen, mestverwaarding, toepassingen van kalvermest, pluimveemest en het gebruik van geitenpotstalmest. • Wat is er nodig om binnen het bouwbesluit te sturen op keuzes die bijdragen aan de doelen? Biodiversiteit in waterbeheer in wijken, waterbesparing en circulaire oplossingen in gebouwen, etc.

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

• Circulair voedselsysteem: een haalbaar verhaal met cijfers op orde krijgen. Waarbij de regio wordt gezien als 1 groot gemengd bedrijf met meer evenwicht tussen alle sectoren en reststromen optimaal benutten. Dit doen we met een agenda voor de komende 5-10 jaar. • Eiwittransitie: Welke mogelijkheden zijn er voor de teelt van andere gewassen: voor menselijke consumptie, voor diervoeder? • Verdienmodellen: - Regiospecifieke uitwerking stapeling beloningen: “Foodvalley Waardeert”. Ontwikkelen beloningsmodel maatschappelijke diensten. - Financieringsmodellen voor groenblauwe diensten: Wat zijn de (langjarige) financiële dragers voor de maatregelen? • Financiële impact en dekking van maatregelen (als onderdeel van inrichting uitvoeringsprogramma). Verdiepend onderzoek en doorontwikkeling: • Meetnetwerk: Waarom en wat er nodig is om het meetnetwerk Regio Deal voort te zetten (t.b.v. doelsturing), inclusief sensortoepassing en monitoring water en bodem? • N.a.v. DLV-rapport landbouw komt er een vervolgonderzoek naar een agrocomplex. Concretiseren waar saneringen op korte en middellange termijn kunnen leiden tot wegvallen van sectoren. Inclusief onderzoeken wat de kritische massa voor innovatie en waardecreatie is (bij m.n. kalveren, pluimvee en melkvee).

• Landbouw Scenario Regio Foodvalley (WUR): Realiseren we met de gekozen maatregelen de doelen? Voor hoeveel bedrijven/dieren is er globaal ruimte in 2040 op basis van de doelen? • Voedselbeleid: Op regionale schaal goede voorbeelden en doelen voor laagdrempelig voedselbeleid samenstellen, waarbij ondernemers, consumenten en burgers worden betrokken. Vanuit de provincie Utrecht is hiervoor ondersteuning beschikbaar vanuit hun Voedselagenda. • Ruimtelijk puzzelen: welke functies passen waar het beste in de regio? Welke concrete planologische en andere beleidsinstrumenten zijn nodig om ruimte te bieden aan nieuwe functies. Inclusief passend geactualiseerd beleid functieverandering vrijkomende agrarische bebouwing (VAB).

71

Kennisuitwisseling: • Het ECLG brengt in beeld hoe het gaat met bodems in landbouw en natuurgebieden voor zover daar data van beschikbaar zijn. De bodem is de basis voor biodiversiteit en kan bij voldoende organische stofgehalte veel water vasthouden. We delen kennis op basis van bodemtype en gebiedsspecifieke eigenschappen. • We stimuleren de voortzetting van succesvolle kennisuitwisselingsprojecten als o.a.: (gratis) bodemcursussen, bestaande studiegroepen en onderzoeksgroepen, waar ook overheden in kunnen leren. • Kennis over coöperaties en nieuwe samenwerkingsvormen om lokale initiatieven en koplopers te kunnen faciliteren. • We creëren, en bouwen voort op, een netwerk om growp-ups in te kunnen pluggen in het bestaande systeem zodat de efficiency en schaal van dit systeem hen gaat helpen zich verder te ontwikkelen.

11.3 SAMENWERKINGSAGENDA Veel van de financiën en wetgeving waar de regio mee te maken heeft komt vanuit hogere overheden. Hier in meedenken, duidelijk zijn over mogelijkheden en acties op uitzetten richting Europa (en Rijk) is hun belangrijkste rol in de regionale samenwerking. Een belangrijk deel van het slagen van de transitie van het landelijk gebied ligt in handen van provincies, waterschap en het Rijk. Als regio hebben we hen nodig voor inhoudelijke zaken, maar ook voor organisatorisch/bestuurlijke zaken. Onderstaande agenda wordt waar relevant uitgewerkt met concrete acties, eigenaren en een tijdslijn. Waar nodig wordt een lobbystrategie opgezet. Bestuurlijk/organisatorische lobby: • Samenwerken als één overheid. Maak transities mogelijk door binnen de Rijksoverheid in te zetten op verdergaande samenwerking tussen overheden, samenwerking met niet-overheidspartners en daarbij passende organisatie en bestuur. Borg de wederzijdse naleving van bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de regio zodat ze voldoende zekerheid en richting geven om plannen te maken. • Beschouw het realiseren van de nieuwe bestuurscultuur als het ontwikkelen van een lerende aanpak. We pleiten in het RPLG voor een aanpak, waar in vertrouwen door politiek, bedrijfsleven, en (decentrale) overheden kan worden gewerkt aan creatieve oplossingen.

Hierbij bundelen en delen we kennis tussen sector en overheid.

• Betrouwbare overheid: Subsidieregelingen die beschikbaar zijn, waarvoor ondernemers vooraf investeringen doen, kunnen niet aan het eind van het jaar een niet toereikend budget hebben om iedereen de beloofde subsidie (goudstatus ANLB) uit te rijken. • Zorg voor uitvoeringskracht. Voor de uitvoering van nieuw beleid is veel inzet nodig. Regel dit via goede (regionale) financierings- en ontwikkelmechanismen. Zorg ervoor dat uitvoeringskracht gebundeld kan worden. Vergoed als eerste alle benodigde capaciteit van de acht gemeenten en de regionale organisatie van Regio Foodvalley voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de vrijwillige uitkoopregelingen. Als onderdeel van het uitvoeringsprogramma zal een inhoudelijk lobbystrategie worden ontwikkeld. Deze is gekoppeld aan onze 6 prioritaire keuzes. Onderstaande inhoudelijke onderwerpen komen daarin terug: Inhoudelijke lobbyagenda: • We willen dat het Rijk en provincies fijnstof meenemen in opgaven van het NPLG/VLGG/UPLG. • Kringlooplandbouw vraagt om aangepast mestbeleid en passende wet- en regelgeving. We willen daarnaast dat voer-mestcontracten mogelijk worden voor boeren met pachtgronden. • Gezamenlijke organisatie en inzet van bestaand en/of te ontwikkelen grondinstrumentarium. • We willen toe naar doelsturing via een eenvoudig systeem dat goed te controleren is én aanzet tot juist management.

Bij voorkeur met een doel per bedrijf, plús een doel per gebied met een paar % speling zodat je het ook als collectief ruimtelijk kan oplossen. Via bedrijfsplannen kunnen we deze afspraken vastleggen met ondernemers. Naast de KPI’s voor kringlooplandbouw wordt gekeken naar een (al dan niet afrekenbare) stoffenbalans. Kijk hiervoor ook naar aanbevelingen uit het ABDTOPConsult rapport39. • Vanuit de provincie Gelderland en de regio Foodvalley wordt gevraagd om niet (alleen) te sturen op KDW, maar vooral te kijken naar concretisering op basis van emissiereductieeisen voor ammoniak en stikstofoxiden, aangevuld met eisen voor stikstof- (en fosfaat) bodemoverschot en broeikasgasemissies voor sectoren en bedrijven.

39 Normeren en beprijzen van stikstofemissies - sturen op stikstof

list

RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING

72

• Als een van de stappen in de ontwikkeling richting doelsturing zetten we ons ervoor in dat de financiering van het meetnetwerk Regio Foodvalley (zowel voor luchtkwaliteit als op bedrijfsniveau en depositie) voor de komende jaren doorgezet wordt. Dit meetnetwerk geeft door te meten en te monitoren belangrijk inzicht in de effectiviteit van managementmaatregelen op stikstof, op andere emissies, op waterkwaliteit en energieverbruik op bedrijfsniveau. Hiermee krijgen we zicht op effectieve en juridisch houdbare managementmaatregelen die de NLPG doelen mede-realiseren. Rijk en provincies kunnen daarmee stappen zetten om gebruik van managementmaatregelen toe te passen in het ruimtelijk en milieu instrumentarium. • In de regio zijn van oudsher veel gemengde agrarische bedrijven aanwezig. We vragen aandacht bij Rijk en provincies voor dit type bedrijven in regelingen (met éen diersoort stoppen betekent niet dat het hele bedrijf hoeft te stoppen) en kansen voor natuur-en gezondheidsdoelen door via maatwerk te kunnen wisselen naar andere agrarische activiteiten. • Regio Foodvalley wil als historische en toegankelijke voedselregio de komende 10 jaar een proeftuin zijn en blijven. Daarvoor vragen we om ruimte te maken in wet- en regelgeving die innovatie- en experimenteerruimte stimuleert. Hierbij hoort ook beloningsgeld voor koplopers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14102242/1