CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Notitie Richting Regionaal Energieperspectief DEEL 2 - BIJLAGES

Commissie Ruimte en Economie 21 april 2026, gemeente RhenenBij agendapunt: Agendaverzoek Richting een Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 (VERVALLEN)17.666 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

3 alinea's met “uitwisseling”: 291 295 301

Deel 2

14 NOVEMBER 2025 BIJLAGES

Richting een Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 VANUIT WAARDEN WERKEN AAN EEN TOEKOMSTBESTENDIG REGIONAAL ENERGIESYSTEEM

Bijlage 1 1

Inleiding

40

2

Regio Foodvalley in context

40

3

De urgentie van de energieopgave

41

4

Leveringszekerheid en beschikbaarheid

42

5

Gebiedsgerichte benadering en bestuurlijke rolneming

42

6

Samenhang met andere beleidskaders

43

7

Tijdshorizon en doel

44

8

Conclusie

44

Bijlage 2

Inhoud bijlages

Beleidskaders en wetgeving

45

1

Inleiding

45

2

Nationale kaders

45

2.1

45

2.2 Interbestuurlijke Samenwerkingafspraken (ISA) en Nationaal Programma Energiesysteem

46

2.3 Decentrale ontwikkeling van het energiesysteem

46

2.4 Rol van energiegemeenschappen in het energiesysteem

47

2.5 Energiewet

48

2.6 Warmtewet (Wcw)

52

2.7 Omgevingswet

52

2.8 Relatie Omgevingswet en Energiewet en Warmtewet

52

Provinciale kaders

54

3.1

54

3.2 Provincie Utrecht

55

Regionale en lokale kaders

56

4.1

Regionale Energiestrategie (RES) Foodvalley

56

4.2 Schetsontwerp Energiesysteem van de Toekomst

56

4.3 Netcongestieprogramma Regio Foodvalley

58

4.4 Regionale Samenwerkingsagenda Energie

58

4.5 Richtinggevende uitgangspunten voor Regionaal Energieperspectief

59

5

Juridische instrumenten voor decentrale overheden

61

6

De rolneming door decentrale overheden

62

7

De rol van energiegemeenschappen

66

8

Conclusie

66

3

4

← INHOUD

40

Nationaal Plan Energiesysteem (NPE)

Provincie Gelderland

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

37

Bijlage 3A Energievraag, -aanbod en -infrastructuur 1

Energievraag in Regio Foodvalley

67

Huidige en historische energievraag

67

Belangrijkste trends 2010 - 2022

69

Toekomstige energievraag

69

Energieaanbod in Regio Foodvalley

72

Huidige en historische energieaanbod

72

Belangrijkste trends 2010 - 2022

73

Toekomstig energie-aanbod

74

3

Energiesysteem Regio Foodvalley - modeldoorrekening

79

4

Energie-infrastructuur in Regio Foodvalley

83

Huidige en historische energie-infrastructuur

83

Belangrijkste trends 2010 - 2022

84

Toekomstig energie-infrastructuur

84

Energie-infrastructuur voor elektriciteitstransport

85

Energie-infrastructuur voor elektriciteitsopslag

90

Energie-infrastructuur voor warmtetransport

93

Energie-infrastructuur voor warmte-opslag

94

Energie-infrastructuur voor gastransport

95

Energie-infrastructuur voor gasopslag

96

Energie-infrastructuur voor energie-omzetting (conversie)

97

2

Inhoud bijlages

67

Bijlage 3B De holon-benadering: gebiedsgericht werken aan een veerkrachtig energiesysteem

← INHOUD

99

1

Inleiding

99

2

Wat is een holon?

99

3

Principes van de holon-benadering

100

4

Toepassing in Regio Foodvalley

101

5

Voordelen van de holon-benadering

101

6

Samenwerking en governance

102

7

De holon-benadering als lerend systeem

102

8

Conclusie

102

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

38

Bijlage 3C De principes van De Wereld van B

104

1

Inleiding

104

2

Van de Wereld van A naar de Wereld van B

104

3

De ontwerpprincipes van De Wereld van B

105

4

Toepassing binnen Regio Foodvalley

106

5

Waarden als fundament onder het op te stellen Regionale Energieperspectief 2040

107

6

Conclusie

108

Bijlage 4 Flexibiliteit in het energiesysteem

109

1

Inleiding

109

2

Conclusie

111

Bijlage 5 Beleidsafwegingen voor gemeenteraden in de energietransitie

Inhoud bijlages

← INHOUD

113

1

Sturing op de ontwikkeling van een toekomst energiesysteem

113

2

Ruimte bieden aan of beperken van technieken en instrumenten

114

3

Rolverdeling en positionering van de gemeente

115

4

Lokaal belang versus regiobelang

116

Slotbeschouwing

117

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

39

BIJLAGE 1

Bijlage 1. ACHTERGRONDINFORMATIE BIJ HOOFDSTUK 1 VAN DIT DOCUMENT

1

INLEIDING

Waar het hoofddeel de hoofdlijnen en koers beschrijft, biedt deze bijlage context, onderbouwing en detail. Ze schetst hoe Regio Foodvalley is gepositioneerd binnen de nationale en provinciale energie- en ruimtelijke agenda’s, waarom samenwerking noodzakelijk is, en welke uitdagingen spelen rond leveringszekerheid, beschikbaarheid en netcongestie. 2

REGIO FOODVALLEY IN CONTEXT

Regio Foodvalley vormt samen met de Groene Metropoolregio Arnhem–Nijmegen het NOVEXgebied Arnhem–Nijmegen–Foodvalley. In Regio Foodvalley werken acht gemeenten, twee provincies, één waterschap en het Rijk samen aan een toekomst waarin wonen, werken, natuur en energie in balans zijn. De regio kent een sterke traditie van triple-helix samenwerking: overheden, bedrijven en kennisinstellingen trekken samen op om innovatie te versnellen. Onder de titel Meer landschap, meer stad is binnen het NOVEX-programma een verstedelijkingsstrategie opgesteld die richting geeft tot 2040. Daarin zijn twee grote kwantitatieve opgaven vastgelegd:

← INHOUD

•

45.000 nieuwe woningen, en

•

40.000 extra banen.

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

40

BIJLAGE 1

Tegelijkertijd vraagt het gebied om herstel van natuur- en watersystemen, een transitie van de landbouw en een duurzame energievoorziening. Deze ruimtelijke, economische en ecologische opgaven concurreren om ruimte en middelen, en moeten daarom integraal worden benaderd. 3

DE URGENTIE VAN DE ENERGIEOPGAVE

Het huidige energiesysteem in Regio Foodvalley “piept en kraakt”. De komende tien jaar is er sprake van structurele schaarste aan netcapaciteit, waardoor het elektriciteitsnet op veel plaatsen vol zit. Nieuwe woningen, bedrijven en duurzame projecten kunnen daardoor soms niet worden aangesloten. Ondanks grote investeringen van netbeheerders als Liander en Stedin duurt uitbreiding jaren. De elektriciteitsvraag groeit sneller dan de infrastructuur kan bijhouden. Dit leidt tot netcongestie: momenten waarop er te weinig transportcapaciteit is om elektriciteit te leveren of terug te voeden. Het gevolg is dat de energievoorziening sturend wordt voor ruimtelijke en economische ontwikkeling. Waar ruimte is op het net, kan worden gebouwd of uitgebreid; waar dat niet zo is, ontstaan beperkingen. Energie is daarmee, net als water en bodem, een structurerend principe geworden voor gebiedsontwikkeling.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

41

BIJLAGE 1

4

LEVERINGSZEKERHEID EN BESCHIKBAARHEID

Een goed werkend energiesysteem zorgt voor zowel leveringszekerheid als beschikbaarheid. Hoewel deze termen vaak door elkaar worden gebruikt, betekenen ze iets anders: Leveringszekerheid gaat over continuïteit: kan het systeem op elk moment leveren wat gevraagd wordt? “Gaat het licht aan als ik de schakelaar omzet?” Factoren: voldoende productiecapaciteit, robuuste infrastructuur, nood- en reservecapaciteit. Beschikbaarheid gaat over toegang: is er op een specifieke plek op een specifiek moment energie beschikbaar? “Kan ik überhaupt aangesloten worden?” Factoren: netcapaciteit, lokale productie en opslag, flexibiliteit en veerkracht. Een hoge landelijke leveringszekerheid garandeert dus niet automatisch lokale beschikbaarheid. Een wijk kan “zonder stroom” zitten terwijl er landelijk genoeg energie is, simpelweg omdat het lokale net overbelast is. 5

GEBIEDSGERICHTE BENADERING EN BESTUURLIJKE ROLNEMING

Omdat energie een randvoorwaarde is geworden voor woningbouw, bedrijvigheid en verduurzaming, is gebiedsgericht werken essentieel.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

42

BIJLAGE 1

Nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen moeten vanaf het begin worden ontworpen mét een passend energiesysteem. Gemeenten, provincies en het waterschap hebben hierin elk hun eigen rol: • Gemeenten zorgen via hun omgevingsvisies en -programma’s voor integratie van energie in ruimtelijke plannen. • Provincies stellen kaders en programma’s op die de samenhang waarborgen. • Het waterschap borgt de koppeling met waterbeheer en duurzaamheid. Daarnaast nemen inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties steeds vaker zelf initiatief, bijvoorbeeld via energiegemeenschappen of lokale coöperaties. Zo groeit de energietransitie van een technische naar een maatschappelijke opgave. 6

SAMENHANG MET ANDERE BELEIDSKADERS

Het op te stellen Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 moet aansluiten bij de beleidslijnen van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en het provinciale beleidskader energiesysteem Gelderland en de energievisie van Utrecht. De nationale en provinciale kaders leggen de nadruk op: • samenwerking tussen bestuurslagen; • prioritering van infrastructuur; • en de overgang van een centraal naar een decentraal en flexibel energiesysteem. Het op te stellen Regionaal Energieperspectief moet de schakel gaan vormen tussen deze hogere beleidsniveaus en de lokale uitvoering. Daarbij ligt de focus op kaders en vraagstukken

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

43

BIJLAGE 1

vanuit een regionale visie. Een logisch uitgangspunt voor het Regionale Energieperspectief zou zijn: “lokaal waar het kan en regionaal waar het moet”. 7

TIJDSHORIZON EN DOEL

De tijdshorizon van het op te stellen Energieperspectief is 2040. Dat sluit aan bij de verstedelijkingsstrategie en de andere ruimtelijke opgaven in de regio. Het doel is om tegen die tijd een energiesysteem te hebben dat voldoende, betaalbaar, duurzaam en rechtvaardig functioneert – en tegelijk flexibel genoeg is om met toekomstige ontwikkelingen mee te bewegen. 8

CONCLUSIE

De energietransitie in Regio Foodvalley raakt álle maatschappelijke domeinen. Het gaat niet alleen om techniek, maar om keuzes over ruimte, rechtvaardigheid, tempo en samenwerking. Door energie als mede-sturend principe te beschouwen en gebiedsgericht te werken, kan de regio groeien binnen haar grenzen en haar identiteit behouden. Alleen door samenwerking – lokaal, regionaal en nationaal – kunnen we bouwen aan een energiesysteem dat betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam is, en dat past bij de waarden en de veerkracht van Regio Foodvalley.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

44

BIJLAGE 2

Bijlage 2. Beleidskader en wetgeving ACHTERGRONDINFORMATIE BIJ HOOFDSTUK 2 VAN DIT DOCUMENT

1

INLEIDING

Deze bijlage beschrijft de belangrijkste nationale, provinciale en regionale beleidskaders en wetten die richting geven aan de ontwikkeling van het energiesysteem in Regio Foodvalley. Ze vormt de juridische en bestuurlijke onderlegger bij de koers die in hoofdstuk 2 is samengevat. 2

NATIONALE KADERS

2.1 Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) Het NPE (2023) schetst hoe Nederland uiterlijk in 2050 een betrouwbaar, duurzaam en rechtvaardig energiesysteem wil realiseren. De kernprincipes zijn: • maximale inzet op hernieuwbare bronnen; • energiebesparing en efficiëntie als eerste stap; • integratie van infrastructuren (elektriciteit, warmte, gas, waterstof); • internationale samenwerking voor leveringszekerheid; • en gezamenlijke sturing van Rijk, provincies, gemeenten en netbeheerders. Het NPE legt de nadruk op regionale samenwerking. Provincies en regio’s worden gezien als de

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

45

BIJLAGE 2

schaal waarop vraag, aanbod en ruimte samenkomen. Het Energieperspectief Regio Foodvalley moet direct aansluiten bij deze benadering: het vertaalt landelijke doelen naar de gebiedsniveau-uitwerking. 2.2 Interbestuurlijke Samenwerkingafspraken (ISA) en Nationaal Programma Energiesysteem Ook op nationaal niveau wordt de noodzaak ervaren om meer op samenhang in het energiesysteem te sturen. Bestaande samenwerkingsstructuren die vaak nog zijn gebaseerd op een sectoraal perspectief zijn niet langer passend voor de opgave. Daarom werkt de Rijksoverheid (ministeries Klimaat en Groene Groei, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) met provincies (IPO - InterProvinciaal Overleg) en gemeenten (VNG - Vereniging Nederlandse Gemeenten) en de waterschappen (UvW - Unie van Waterschappen aan Interbestuurlijke Samenwerkingsafspraken (ISA). Doel is om vanaf 2026 te werken vanuit een nieuw Nationaal Programma Energiesysteem (NP ES) waar het Nationaal Programma RES (NPRES), het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) en het SamenwerkingsProgramma Integraal Programmeren Energiesysteem (SP IPE) in opgaan. Het doel: één samenhangend systeem waarin ruimtelijke, technologische en maatschappelijke keuzes op elkaar worden afgestemd. Op termijn kunnen ook andere nationale programma’s daaraan worden toegevoegd. Het nieuwe NP ES gaat energieregio’s ondersteunen.

2.3 Decentrale ontwikkeling van het energiesysteem In de Kamerbrief van 18 juni 2025 gaat het kabinet in op de decentrale ontwikkeling van het energiesysteem. “Het kabinet wil sterker inzetten op decentrale ontwikkelingen binnen het energiesysteem.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

46

BIJLAGE 2

Energie wordt steeds meer decentraal opgewekt en de energietransitie wordt ook lokaal en regionaal veel zichtbaarder in onze leefomgeving. Kernpunten van de inzet zijn 1) het optimaal in balans brengen van vraag en aanbod van energie op ieder schaalniveau, 2) het beter organiseren van de samenhang tussen gebiedsontwikkeling en het energiesysteem en 3) regie vanuit een sociaal-maatschappelijk perspectief. Decentrale ontwikkelingen kunnen aanzienlijke maatschappelijke en economische voordelen bieden op onze leefbaarheid en de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van het energiesysteem. Om deze voordelen te kunnen benutten is een helder en gedeeld perspectief op het belang van decentrale ontwikkelingen binnen het energiesysteem nodig. Hier hoort ook een concreter beeld van de potentie en structurele beleidsaanpak voor de belemmeringen en oplossingsrichtingen bij1. Op dit moment zijn veel keuzes met betrekking tot het energiesysteem centraal gestuurd of komen deze voort uit een centrale bevoegdheid. Daarin zit een spanning met decentrale ontwikkelingen, wat dus vraagt om goede afstemming tussen centraal en decentraal.” 2.4 Rol van energiegemeenschappen in het energiesysteem In de Kamerbrief van 29 september 2025 gaat het kabinet in op de rol van energiegemeenschappen in het energiesysteem. “De energietransitie vraagt inzet van ons allemaal en dat kan op veel manieren.

Lokale initiatieven van inwoners en bedrijven, bijvoorbeeld in de vorm van een energiegemeenschap, zijn daarbij onmisbaar. Energiegemeenschappen geven op diverse plekken in het land met veel enthousiasme vorm aan een duurzaam energiesysteem. Ze dragen bij aan een maatschappelijk

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

47

BIJLAGE 2

gedragen energietransitie en een weerbare samenleving. Onder de juiste voorwaarden kunnen energiegemeenschappen hun impact vergroten en verbreden, met name in het verder vormgeven van decentrale ontwikkelingen in het energiesysteem. Het kabinet wil daarom inzetten op het versterken van energiegemeenschappen. Kernpunten van deze inzet zijn 1) het versterken van de positie van energiegemeenschappen als speler in de energietransitie naast overheden en marktpartijen, 2) stimuleren dat energiegemeenschappen een zo breed en divers mogelijk bereik hebben, 3) het faciliterend kader versterken zodat energiegemeenschappen gericht worden ondersteund in een professionele organisatieopbouw.” 2.5 Energiewet De energiewetgeving in Nederland was al lange tijd toe aan vernieuwing. De oude Elektriciteitswet kwam uit een tijd waarin bijna alle stroom werd opgewekt in grote centrales die draaiden op kolen of gas. Inmiddels ziet de wereld er heel anders uit: steeds meer energie komt van zon, wind en andere duurzame bronnen, vaak lokaal opgewekt door bedrijven, coöperaties of bewoners. Ook is de vraag naar elektriciteit sterk gegroeid, bijvoorbeeld door warmtepompen, elektrische auto’s en nieuwe bedrijvigheid. Daarbij komt dat het elektriciteitsnet op veel plekken vol raakt (netcongestie), waardoor oude regels niet meer goed werken.

Bovendien moest Nederland Europese afspraken over energie in de wet opnemen. Al deze ontwikkelingen hebben geleid tot een nieuwe Energiewet, die beter past bij de energietransitie van nu en de toekomst. De Energiewet treedt per 1 januari 2026 in werking.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

48

BIJLAGE 2

Doelen van de Energiewet Het belangrijkste doel van de nieuwe Energiewet is om een stevig fundament te leggen voor de energietransitie. De wet moet zorgen voor een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening, waarin ruimte is voor innovatie en duurzame groei. De wet richt zich op drie hoofdthema’s: 1. Het versterken van de positie van consumenten, 2. Een toekomstgericht systeembeheer, 3. En een beter systeem voor data-uitwisseling. 1. Sterkere positie voor consumenten De nieuwe wet geeft consumenten meer rechten en bescherming. Zo moeten energieleveranciers transparanter zijn over hun prijzen en voorwaarden, en hebben klanten recht op een tijdige en duidelijke eindafrekening. Ook wordt het makkelijker om een contract met een dynamische elektriciteitsprijs af te sluiten, waarbij de prijs per uur verandert afhankelijk van vraag en aanbod. Dat helpt om energiegebruik beter af te stemmen op momenten dat duurzame stroom beschikbaar is. Om consumenten te beschermen tegen onbetrouwbare of malafide energieleveranciers komen er strengere regels. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) krijgt meer mogelijkheden om toezicht te houden en in te grijpen. 2. Toekomstgericht systeembeheer In de Energiewet wordt niet langer gesproken over “netbeheer”, maar over systeembeheer. Dat ← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

49

BIJLAGE 2

benadrukt dat het gaat om het hele energiesysteem – niet alleen om kabels en leidingen, maar ook om de manier waarop vraag en aanbod in balans worden gehouden. Door de volle netten (netcongestie) zijn systeembeheerders niet langer verplicht om iedereen direct aan te sluiten. Dat zou in de praktijk niet haalbaar zijn. Wel moeten zij duidelijkheid geven over de beschikbare en verwachte transportcapaciteit, en aangeven binnen welke termijn nieuwe aansluitingen kunnen worden gerealiseerd. Zo krijgen afnemers meer zekerheid en inzicht in wat mogelijk is. Daarnaast sluit de wet beter aan bij Europese regels: de ACM blijft verantwoordelijk voor het toezicht en de vaststelling van de termijnen en voorwaarden waaronder systeembeheerders hun werk doen. 3. Betere data-uitwisseling en digitalisering Een goed functionerend energiesysteem vraagt om betrouwbare en toegankelijke gegevens. De Energiewet introduceert daarom een nieuw kader voor data-uitwisseling. Systeembeheerders moeten samen een centrale organisatie oprichten die verantwoordelijk is voor het beheren en delen van energiegegevens. Consumenten krijgen meer zeggenschap over hun eigen data: zij kunnen hun energiegegevens inzien en, als ze dat willen, delen met andere partijen (zoals energieleveranciers of energiecoöperaties).

Dankzij deze transparantie kunnen nieuwe diensten ontstaan, zoals slimme energieplatforms, lokale energiehandel of flexibel energiegebruik.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

50

BIJLAGE 2

Ook wordt de slimme meetinfrastructuur verder uitgebreid, zodat energieverbruik en -productie nauwkeuriger kunnen worden gevolgd. Dat helpt om beter in te spelen op wisselingen in zon- en windenergie en om vraag en aanbod op het net in balans te houden. 4. Nieuwe initiatieven en andere veranderingen De Energiewet maakt het makkelijker voor energiegemeenschappen – groepen van inwoners of bedrijven die samen energie opwekken en gebruiken – om actief bij te dragen aan de energietransitie. Zij kunnen lokaal duurzame energie produceren en delen zonder afhankelijk te zijn van traditionele energieleveranciers. Dat ontlast het elektriciteitsnet, verlaagt kosten en vergroot de betrokkenheid van inwoners. Samenvatting De nieuwe Energiewet is dus meer dan een technische wijziging: het is een modernisering die het energiesysteem klaarmaakt voor de toekomst. De wet: • maakt consumenten sterker en beter beschermd, • zorgt voor duidelijkheid over verantwoordelijkheden van systeembeheerders, • stimuleert slimme samenwerking en data-uitwisseling, • biedt ruimte voor nieuwe initiatieven zoals energiegemeenschappen, en • versterkt toezicht op veiligheid en digitalisering. Voor gemeenten en raadsleden betekent dit dat de juridische en organisatorische basis van de energietransitie verandert.

De Energiewet biedt meer ruimte om lokaal en regionaal maatwerk te leveren, maar vraagt ook om goed afgestemde samenwerking tussen gemeenten, netbeheerders en andere partners.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

51

BIJLAGE 2

2.6 Warmtewet (Wcw) De herziene Warmtewet, ook wel Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw), treedt naar verwachting in 2025 in werking. Gemeenten worden dan de regisseur van de lokale warmtevoorziening en kunnen vaststellen welke wijken overstappen op duurzame warmte en welke warmtebronnen daarbij worden gebruikt. De wet maakt collectieve warmtenetten aantrekkelijker en duidelijker geregeld, zodat investeerders en bewoners meer zekerheid hebben. 2.7 Omgevingswet Sinds 2024 vormt de Omgevingswet het overkoepelende kader voor ruimte, milieu, water en energie. De wet bevordert een integrale aanpak van gebiedsontwikkeling en vraagt om afstemming van energie met andere ruimtelijke functies. Elke gemeente stelt een Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma op waarin energie een verplicht onderdeel is. Een gemeente legt in een omgevingsplan vast welke activiteiten in de fysieke leefomgeving zijn toegestaan, welke bouwmogelijkheden er zijn (zoals bouwhoogtes en bebouwingsoppervlak), en welke regels er gelden voor het gebruik van gronden en gebouwen. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). 2.8 Relatie Omgevingswet en Energiewet en Warmtewet Decentrale overheden, zoals gemeenten en provincies, hebben te maken met zowel de

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

52

BIJLAGE 2

Energiewet, de Wet collectieve warmte als de Omgevingswet, maar hun rol en beslissingsruimte verschillen per kader. Vanuit de Energiewet en de Wet collectieve warmte ligt de nadruk op de ordening van de energiemarkt en de taken van netbeheerders en energieleveranciers (inclusief warmtebedrijven). Gemeenten en provincies hebben daarin nauwelijks directe bevoegdheden: zij kunnen geen besluiten nemen over de marktordening of over het beheer van de landelijke en regionale netten. De Omgevingswet en de Wet collectieve warmte daarentegen geeft Positionering Regionaal Energieperspectief en Regionaal Programma Energiesysteem (doorontwikkelde/herijkte RES) op overlap tussen fysieke leefomgeving en samenhangend energiesysteem.

gemeenten en provincies wél instrumenten om keuzes maken die raken aan de energievoorziening. Via omgevingsvisies, -programma’s en omgevingsplannen kunnen zij bepalen hoe het energiesysteem en warmtevoorziening ruimtelijk worden ingepast en welke lokale of regionale afwegingen daarbij gelden. Overheden sturen op ruimtelijke ontwikkelingen en daarmee indirect op het energiesysteem.

Regionaal Energieperspectief Regionaal Programma Energiesysteem

Kortom: de Energiewet regelt de markt en infrastructuur op nationaal niveau, terwijl de Omgevingswet decentrale overheden in positie brengt om de energieopgave te vertalen naar hun leefomgeving, waarbij zij aan de lat staan voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (gebieden).

RUIMTE/LEEFOMGEVING Omgevingswet

ENERGIESYSTEEM Energiewet Wet collectieve warmte

Het Regionaal Energieperspectief en het Regionaal Programma Energiesysteem zijn daarom gepositioneerd worden op de overlap van het samenhangend energiesysteem en de fysieke leefomgeving (zie figuur).

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

53

BIJLAGE 2

3

PROVINCIALE KADERS

De provincies Gelderland en Utrecht hebben richtinggevende kaders opgesteld voor de ontwikkeling van het energiesysteem. Deze zijn vastgelegd in het Beleidskader Energiesysteem Gelderland en de Energievisie Provincie Utrecht 2024–2050. Beide kaders benadrukken de noodzaak van een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem, en onderkennen het belang van regionale samenwerking en gebiedsgerichte afwegingen. 3.1 Provincie Gelderland De provincie Gelderland wil: 1. Klimaatdoelen halen. 2. Gelderse woningbouwopgave en bedrijvigheid mogelijk maken. 3. Leveringszekerheid van energie waarborgen. 4. Zuinig omgaan met schaarse (fysieke) ruimte. Provincie Gelderland hanteert het hoofdprincipe: “Energie wordt mede-sturend voor de inrichting van Gelderland. Daarnaast hanteert de provincie drie inrichtingsprincipes: (1) zo veel mogelijk energie besparen, (2) zo veel mogelijk decentraal organiseren van het Gelderse energiesysteem, en (3) inzetten op een diverse energiemix. De provincie ziet haar provinciaal beleid graag vertaald in regionale producten en werkt daarvoor graag samen met de regio. Hierbij geldt: 1. Het energiesysteem is een basisvoorwaarde voor maatschappelijke en economische ontwikkeling. 2. De ontwikkeling van het energiesysteem vraagt om gebiedsgericht maatwerk. 3. De energietransitie is een structurele verandering die sturing vraagt.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

54

BIJLAGE 2

Het provinciaal Beleidskader Energiesysteem wordt meegenomen in de actualisatie van de Provinciale Omgevingsvisie. 3.2 Provincie Utrecht De provincie Utrecht formuleert soortgelijke uitgangspunten, met extra nadruk op integraliteit, adaptiviteit en het benutten van koppelkansen. De provincie Utrecht heeft in Energievisie 2024– 2050 leidende principes uitgewerkt in 16 structurerende keuzes (SK). Deze bepalen samen de belangrijkste richting voor de ontwikkeling van het energiesysteem in de provincie Utrecht. De kern daarvan is: maximaal inzetten op energiebesparing en isolatie (SK1), uitbreiding van lokale opwek zodat de gebouwde omgeving minimaal zelfvoorzienend wordt (SK2), en het robuuster maken van het systeem via flexibilisering van vraag, decentrale opslag en slim gebruik van zonne- en windenergie (SK3–4). Voor de warmtetransitie gaat de voorkeur uit naar collectieve warmtenetten boven individuele oplossingen, mits maatschappelijk kosteneffectief, met een voorkeursvolgorde voor warmtebronnen: restwarmte, geothermie/zonthermie, aquathermie/ bodemwarmte en pas als laatste biomassa (SK5–7). Verder wil de provincie sturen op passieve koeling (SK8), strikt gebruik van biomassa en biogas enkel in niches (SK9), en een doelgerichte inzet van waterstof voor seizoensopslag, hoge temperatuurprocessen en zware mobiliteit (SK10).

Lokale energiehubs, energieplanologie, digitalisering en slimme sturing (SK11–13) moeten de efficiëntie en betrouwbaarheid vergroten, terwijl minimaal 50% lokaal eigendom en zeggenschap verplicht wordt bij nieuwe opwek en warmtenetten (SK14). Ook de Trias Mobilica1 vormt de basis voor mobiliteitskeuzes (SK15), en de provincie verkent een rol voor kleine modulaire kernreactoren (SMR’s) zodra technisch en financieel haalbaar (SK16). 1. Trias Mobilica is een denkkader om mobiliteit te verduurzamen. Het gaat uit van drie stappen: verminderen, veranderen en verschonen. Kortom: eerst minder reizen, dan slimmer reizen, en pas daarna verduurzamen van de brandstof.

← INHOUD

Beide provincies hanteren het uitgangspunt van energiebewust ruimtegebruik: de

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

55

BIJLAGE 2

energietransitie moet zo worden ingericht dat de ruimtedruk beperkt blijft, door het bundelen van functies, benutten van bestaande infrastructuur en het voorkómen van overdimensionering. Omdat het op te stellen Regionale Energieperspectief een verfijning wordt van provinciale kaders hoeft het Regionaal Energieperspectief niet door de Provinciale Staten van Utrecht en Gelderland te worden vastgesteld. 4

REGIONALE EN LOKALE KADERS

4.1 Regionale Energiestrategie (RES) Foodvalley Sinds 2019 werkt de regio binnen de RES Foodvalley aan gezamenlijke opwekdoelen. De regio heeft zich gecommitteerd aan: • minimaal 0,75 TWh duurzame elektriciteit in 2030; • met een streven naar 1,0 TWh; • 1,5% energiebesparing per jaar; • en uitbreiding van lokale warmte-initiatieven. Het op te stellen Regionaal Energieperspectief 2040 moet hierop voortbouwen en zowel breder als verder vooruitkijken: van afzonderlijke opwek naar een integraal energiesysteem. 4.2 Schetsontwerp Energiesysteem van de Toekomst De afgelopen jaren is het regionale energiesysteem al veel veranderd: de energietransitie is in een enorme versnelling gekomen. Onze manier van energie gebruiken en produceren verandert in hoog tempo. Gemeenten, inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en netbeheerders staan samen voor de opgave om de energievoorziening ook naar de toekomst toe betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam te maken.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

56

BIJLAGE 2

Transities, zoals de energietransitie, laten zich lastig plannen. Ze vragen om een lerende houding en continue

S4 Nationaal verbonden

Centraal

Koppelen grote opgaven

S2

bijsturing. Waar in 2019 de focus van de Regionale Energiestrategie (RES) vooral lag op het vergroten van het aanbod van duurzaam opgewekte energie via zonnepanelen en windmolens2, is inmiddels duidelijk dat een succesvolle energietransitie nu vraagt om een brede regionale visie op het energiesysteem van de toekomst, het Regionaal Energieperspectief.

Nieuwe kansen creëren

Huidige krachten benutten

Dit Regionale Energieperspectief bouwt voort op het ‘Schetsontwerp Energiesysteem van de Toekomst regio Foodvalley’ waarin enkele scenario’s zijn geschetst. Op basis van het schetsontwerp ligt het voor de hand om bij de ontwikkeling van het energiesysteem vooral te

S1 Energie volgend

Lokaal verboden Decentraal

S3

focussen op het creëren van nieuwe kansen (rechter helft van de matrix), waarbij een hybride systeem, bestaand uit deels decentrale (rechtsonder), maar ook centrale onderdelen (rechtsboven) het meest in de lijn der verwachting ligt.

2. In 2019 ging het gesprek in de RES ging over hoe de Regio Foodvalley een bijdrage kon leveren aan de landelijke doelstelling van 35 TWh aan duurzame opwek op land in 2030. Klimaat was de aanleiding om een RES op te stellen maar een RES diende ook een bijdrage te leveren aan de ambities energieneutraliteit en 55% CO2 reductiedoelstelling.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

57

BIJLAGE 2

Dit Regionaal Energieperspectief laat zien hoe energievraag, -aanbod en infrastructuur zich in samenhang kunnen ontwikkelen. Daarbij wordt rekening gehouden met bestaande netwerken, realistische technologieën die beschikbaar zijn tot 2040, het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE)3, het beleidskader Energiesysteem4 en het Provinciaal Programma Energiesysteem5 van de provincie Gelderland en de Energievisie6 en het Beleidsprogramma Energietransitie7 van de provincie Utrecht. Dit Regionale Energieperspectief biedt een verdieping op de provinciale beleidskaders, zoals de provinciale kaders een verdieping zijn van de nationale kaders. In lokale beleidskaders en programma’s vindt de concrete uitwerking plaats. Er worden op regionaal en lokaal niveau géén nieuwe uitgangspunten gehanteerd die strijdig zijn met provinciale kaders. 4.3 Netcongestieprogramma Regio Foodvalley Door de huidige schaarste op het net is in 2024 een regionale werkgroep gestart om congestie gezamenlijk aan te pakken. Hierin werken gemeenten, provincies, netbeheerders en ondernemers samen aan prioritering van aansluitingen, ontwikkeling van Smart Energy Hubs en tijdelijke oplossingen via opslag en flexibiliteit.

3. https://open.overheid.nl/documenten/2f5cbb52-0631-4aad-b3dd5088fab859c5/file 4. https://media.gelderland.nl/Beleidskader_Energiesysteem_ december_2024_f94f391cf8.pdf 5. NOG TOEVOEGEN ALS HET VASTGESTELD IS DOOR GEDEPUTEERDE STATEN GELDERLAND 6. https://www.provincialestatenutrecht.nl/Documenten/Versie-8-4Energievisie-Provincie-Utrecht-2024-2050.pdf 7. NOG TOEVOEGEN ALS HET VASTGESTELD IS DOOR GEDEPUTEERDE STATEN UTRECHT

← INHOUD

4.4 Regionale Samenwerkingsagenda Energie De samenwerkingsagenda tussen gemeenten, provincies en het waterschap legt de afspraken vast over bestuurlijke rolneming, regionale programmering en communicatie richting inwoners en bedrijven.

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

58

BIJLAGE 2

4.5 Richtinggevende uitgangspunten voor Regionaal Energieperspectief Voor het opstellen van dit Regionaal Energieperspectief en het toekomstig Regionaal Programma Energiesysteem zou de Regio de volgende uitgangspunten kunnen hanteren: 1. Energie is een mede-sturend principe voor gebiedsontwikkeling. 2. De scope van het Regionaal Energieperspectief wordt breder dan de scope van de RES 1.0. Waar de RES 1.0 haar focus had op het vergroten van het aanbod van duurzaam opgewekte energie (0,75 TWh in 2030) en besparen van energie (1,5% per jaar), ziet de herijkte RES op de ‘driehoek’ van het samenhangend energiesysteem: vraag naar energie8, aanbod van duurzame energie en energie-infrastructuur voor transport, opslag en omzetting.9 Het samenhangend energiesysteem gaat over elektriciteit (elektronen), duurzame gassen (moleculen) en duurzame warmte. 3. Dit betekent dat het Regionaal Energieperspectief en het daaropvolgende Regionale Programma Energiesysteem, zich ook bezighouden met de impact die ruimtelijke/ economische ontwikkelingen hebben op het samenhangend energiesysteem, zoals nieuwe en bestaande gebouwde omgeving, nieuwe en bestaande bedrijven(terreinen) en 8.

Het gaat over het verlagen van de vraag (“alles wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken”), het sturen van de vraag waardoor er minder sprake is van piekvraag (“piekverbruik leidt tot inefficiënt gebruik van transportcapaciteit, hoge maatschappelijke kosten en grote ruimtelijke impact van energie-infrastructuur). 9. Energie-infrastructuur heeft betrekking op transport (kabels, leidingen, onderstations, schakel- en regelstations, transformatorhuisjes, etc.), maar ook opslag (systeembatterijen, buurtbatterijen, thuisbatterijen, warmtebuffering, gasbuffering, etc.), en omzetting (collectieve warmtepompen, elektrolysers, etc.). 10. In het voortgangsdocument RES 2023 is ook geconstateerd dat een brede en continue samenwerking tussen alle betrokken partijen noodzakelijk is om tot goede besluitvorming in het juiste tempo te komen. Samenwerking die een integrale blik op de ruimte mogelijk maakt, met energie als verbinder tussen opgaven en als versneller ervan.

← INHOUD

mobiliteit. In het proces van doorontwikkeling van de RES in het Regionaal Programma Energiesysteem wordt gewerkt vanuit een integrale benadering.10 4. Het Regionaal Energieperspectief biedt richting en kaders voor 2040. 5. Het Regionaal Omgevingsprogramma wordt uitvoeringsgericht en heeft een tijdshorizon tot 2035.Het Regionaal Energieperspectief wordt uitgewerkt in een Regionaal Omgevingsprogramma dat concrete maatregelen en activiteiten bevat om te komen tot een samenhangend energiesysteem dat ervoor zorgt dat (elke gemeente in) de regio Foodvalley op elk moment kan beschikken over voldoende betaalbare duurzame energie om te voorzien in de regionale en lokale energiebehoefte. Beschikking hebben over energie staat niet per definitie gelijk aan het zelf opwekken van duurzame energie. Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

59

BIJLAGE 2

6. Vraag naar en aanbod van duurzame energie (alle vormen dus ook warmte en duurzame gassen) brengen we – waar mogelijk - geografisch en in tijd zo dicht mogelijk bij elkaar, zodat we transport van energie zoveel mogelijk voorkomen. Daar waar we energievraag creëren, streven we ernaar in de nabijheid voldoende duurzame energie op te wekken. In de uitwerking van het Regionaal Energieperspectief werken we gebiedsgericht.11 7. De Regio zet zich in om zoveel mogelijk aanbod van duurzame energie in de regio te realiseren. Hiermee sluit de Regio aan op de doelstelling van het Nationaal Plan Energiesysteem en de provinciale kaders. Duurzame energie die in de regio wordt opgewekt, wordt zoveel mogelijk direct in de regio gebruikt. Wat niet direct wordt gebruikt wordt zoveel mogelijk in een vorm opgeslagen in de regio om op een later moment te gebruiken. We organiseren de hiervoor benodigde flexibiliteit en buffering in het energiesysteem. 8. De Regio zet zich in om de bestaande en nieuwe energie-infrastructuur zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten, om zo maatschappelijk kosten en ruimtelijke impact van energie-infrastructuur te beperken. Netbewust ontwikkelen wordt de norm in de regio. 9. Rechtvaardigheid, inclusiviteit en verdeling van lusten en lasten in de energietransitie is van groot belang voor de regio.

Daarbij faciliteren we lokaal eigenaarschap, local4localinitiatieven en de ontwikkeling van energiegemeenschappen. 10.De regio is zich bewust van de veranderende omstandigheden en belemmeringen. Tegelijkertijd vindt de regio het van belang dat de energietransitie niet vertraagt. Daarom 11. Uit nadere analyse moet blijken wat de meest passende gebiedsindeling is. Dit kan gebaseerd zijn op: (1) De structuur van het elektriciteitsnet (nettopologie), (2) bestuurlijke gebiedsindeling, of (3) een geografisch gebied waar meerdere vraagstukken in logische samenhang gezien en aangepakt kunnen/moeten worden.

← INHOUD

geldt: het bod van 0,75 TWh opwekking van duurzame energie in 2030 blijft het minimale doel. De ambitie om 1,0 TWh duurzame energie op te wekken in 2030 blijft ook staan. Het doel voor het opwekken van duurzame energie moet in relatie staan tot de energievraag in de regio en de beschikbare energie-infrastructuur voor transport, opslag en omzetting.

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

60

BIJLAGE 2

11. Energieneutraliteit als doel voor de regio Foodvalley laten we los12. Nieuwe doel: In 2050 is/ wordt alle energie die in de regio wordt verbruikt duurzaam opgewekt (binnen of buiten de regio). Zie ook punt 2. 12. Ontwikkeling van het Regionaal Programma Energiesysteem komt tot stand via de Mutual Gains Approach. Sinds 2019 werkt de Regio Foodvalley aan de Regionale Energiestrategie (RES). Dit gebeurt in via een samenwerking tussen publieke en niet-publieke partijen in het Stakeholderoverleg. Deze samenwerking blijft in stand. 5

JURIDISCHE INSTRUMENTEN VOOR DECENTRALE OVERHEDEN

Decentrale overheden beschikken over diverse instrumenten om energie- en klimaatdoelen te realiseren: • Omgevingsvisie / Omgevingsprogramma – strategische en operationele kaders voor energie in de leefomgeving; • Omgevingsplan en Verordening – gemeenten en provincies kunnen regels stellen over ruimtelijke afstemming van energie-infrastructuur; • Programma-aanpak – samenwerking in gebiedsgerichte energietafels; • Financiële instrumenten – fondsen, subsidies en revolverende middelen; • Publiek-private samenwerking – gezamenlijke projecten met netbeheerders en coöperaties. Deze instrumenten maken het mogelijk dat gemeenten en provincies niet alleen faciliteren, maar ook sturend optreden in de energietransitie. 12. In de RES 1.0 was energieneutraliteit als doel van de regio opgenomen.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

61

BIJLAGE 2

6

DE ROLNEMING DOOR DECENTRALE OVERHEDEN

Het realiseren van regionale en lokale ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vraagt veel van de samenleving. Overheden kunnen samenhangend beleid formuleren en maatregelen nemen. Elke gemeente heeft hierin eigenstandig een keuze te maken voor hoe zij zich wil positioneren tussen twee assen: • Horizontale as: van alleen handelen (overheid bepaalt) naar samen handelen (overheid met partners, inwoners, bedrijven). • Verticale as: van publieke keuze (regels, procedures) naar publieke prestatie (resultaat, realisatie). Daaruit ontstaan vier basisrollen van de overheid: De

Publieke prestatie

realiserende overheid, de samenwerkende overheid, de regulerende overheid en de faciliterende overheid.

Resultaatgericht Initiatiefnemend

Alleen

REALISEREND Prestatiesturing

SAMENWERKEND Allianties

Resultaatgericht

Co-productie

Rechten en plichten

Actief burgerschap

Relatiegericht Verbindend

Realiseren – Prestatiesturing (linksboven: alleen + publieke prestatie) Samen

De overheid neemt initiatief en voert projecten uit om publieke doelen te behalen. Doel is tastbaar resultaat

Objectiviteit Transparantie

REGULEREND Legitimiteit

ONDERSTEUNEND Faciliteren

Faciliterend Benaderbaar

behalen en voortgang creëren waar de markt of samenleving dat niet zelfstandig doet. Dit is een ondernemende overheid.

Publieke keuze

← INHOUD

•

Kenmerken: doelgericht, initiërend, uitvoerend.

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

62

BIJLAGE 2

• Instrumenten: publieke investeringen, gemeentelijke ontwikkelmaatschappijen, projectmanagement. • Passend bij urgente opgaven zoals warmtenetten, infrastructuur of netbewust woningbouw, waar regie en tempo belangrijk zijn. • Minder passend wanneer er al sterke maatschappelijke of private energie-initiatieven bestaan of wanneer de overheid onvoldoende kennis of middelen heeft om risico’s te dragen. • Voorbeeld: de gemeente start zelf de aanleg van een collectief warmtenet en investeert risicodragend, om de energietransitie te versnellen. Of gemeente investeert in opwek en/of opslag en gebruikt eventueel ook eigen grond.

Publieke prestatie

Resultaatgericht Initiatiefnemend

Alleen

Objectiviteit Transparantie

REALISEREND Prestatiesturing

SAMENWERKEND Allianties

Resultaatgericht

Co-productie

Rechten en plichten

Actief burgerschap

REGULEREND Legitimiteit

ONDERSTEUNEND Faciliteren

Relatiegericht Verbindend

Samenwerkend – Allianties (Rechtsboven: samen + publieke prestatie) De overheid werkt in partnerschap met inwoners, bedrijven en instellingen aan gezamenlijke

Samen

Faciliterend Benaderbaar

resultaten. Doel is co-creatie en gedeelde verantwoordelijkheid. Dit is een stimulerende overheid, die samenwerking en innovatie aanjaagt.

Publieke keuze

• Kenmerken: verbindend, relationeel, gericht op vertrouwen en wederkerigheid. • Instrumenten: publiek-private samenwerkingen, Green Deals, energiehubs, regionale programma’s. • Passend bij complexe transities die samenwerking en innovatief vermogen vereisen. • Minder passend wanneer er hoge urgentie is, omdat overleg tijd kost en tot verlies aan richting kan leiden. • Voorbeeld: gemeenten, netbeheerder, bedrijven en coöperaties ontwikkelen samen een Smart Energy Hub op een bedrijventerrein. NB: de overheid kan hier dus ook risicodragend in participeren.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

63

BIJLAGE 2

Regulerend – Legitimiteit (Linksonder: alleen + publieke keuze) De overheid bewaakt de rechtsstaat, stelt regels en handhaaft. Doel is rechtmatigheid, transparantie en gelijkheid. Dit is een sturende/beschermende overheid. • Kenmerken: objectief, voorspelbaar, juridisch, kaders stellend. • Instrumenten: wet- en regelgeving, vergunningen, toezicht, normstelling. • Passend bij veiligheid, milieuregels, ruimtelijke ordening, schaarse netcapaciteit. • Minder passend wanneer het probleem adaptief of lerend van aard is. • Paradox: het stellen van regels kan verstarring of vertraging opleveren, maar juist ook innovatie en maatwerk stimuleren.

Publieke prestatie

Resultaatgericht Initiatiefnemend

Alleen

Objectiviteit Transparantie

REALISEREND Prestatiesturing

SAMENWERKEND Allianties

Resultaatgericht

Co-productie

Rechten en plichten

Actief burgerschap

REGULEREND Legitimiteit

ONDERSTEUNEND Faciliteren

Relatiegericht Verbindend

• Voorbeeld: de provincie bepaalt in de omgevingsverordening waar windturbines mogen komen en onder welke voorwaarden. Of gemeenten bepalen waar, wanneer en hoeveel netcapaciteit beschikbaar is/komt in een bepaald gebied.

Samen

Faciliterend Benaderbaar

Ondersteunend – Faciliteren (Rechtsonder: samen + publieke keuze) Publieke keuze

De overheid schept ruimte en helpt anderen hun initiatieven te realiseren. Doel is het stimuleren van maatschappelijk initiatief, vertrouwen en eigenaarschap. Dit is een faciliterende overheid. • Kenmerken: benaderbaar, flexibel, procesgericht, lerend. • Instrumenten: kennisdeling, procesbegeleiding, vergunning op maat, ontzorging, subsidies voor initiatieven. • Passend als inwoners, bedrijven, energiegemeenschappen of maatschappelijke organisaties zelf met initiatieven komen. Wanneer de overheid vertrouwen wil opbouwen en ruimte wil geven aan lokaal eigenaarschap. Of in situaties waarin innovatie, maatwerk en draagvlak belangrijker zijn dan tempo en uniforme regels. En wanneer het systeem nog in ontwikkeling is en de overheid vooral wil leren, verbinden en ondersteunen in plaats van sturen.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

64

BIJLAGE 2

• Minder passend wanneer de structurele keuzes of harde keuzes nodig zijn (bijvoorbeeld ruimtelijke toedeling of verdeling schaarse netcapaciteit), wanneer de samenleving of markt nog niet in beweging is. Of wanneer sterke regie en coördinatie nodig is tussen sectoren of overheden. • Voorbeeld: de gemeente ondersteunt een bewonerscoöperatie bij het opzetten van een collectief zonnedak door hulp bij vergunning en communicatie. Of de gemeente ondersteunt de ontwikkeling van energiegemeenschappen. Samenvattend overzicht

Publieke prestatie

Resultaatgericht Initiatiefnemend

Alleen

Objectiviteit Transparantie

REALISEREND Prestatiesturing

SAMENWERKEND Allianties

Resultaatgericht

Co-productie

Rechten en plichten

Actief burgerschap

REGULEREND Legitimiteit

ONDERSTEUNEND Faciliteren

Publieke keuze

Relatiegericht Verbindend

Samen

Faciliterend Benaderbaar

Rol

Kernfunctie

Overheidsstijl

Doel

Vergelijkbare term

Regulerend

Kaders stellen, recht bewaken

Objectief, juridisch

Gelijke behandeling, transparantie

Sturend / beschermend

Realiseren

Zelf uitvoeren en investeren

Resultaatgericht, initiatiefnemend

Tempo, zekerheid, publieke prestatie

Participerend / ondernemend

Samenwerkend

Partnerschap en coproductie

Relationeel, verbindend

Gedeelde doelen en draagvlak

Stimulerend

Ondersteunend

Ruimte en hulp bieden

Faciliterend, adaptief

Eigen initiatief versterken

Faciliterend

Toepassing in de energietransitie In de praktijk beweegt de overheid vaak tussen deze rollen: • Bij netcongestie of ruimtelijke planning is ze regulerend en sturend. • Bij warmtenetten of Smart Energy Hubs vaak realiserend of samenwerkend. • Bij lokale energiecoöperaties vooral ondersteunend en faciliterend.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

65

BIJLAGE 2

Een volwassen energiestrategie erkent dat er geen “juiste” rol is, maar dat overheden bewust moeten schakelen afhankelijk van context, urgentie en maatschappelijk initiatief. Voorbeelden in Nederland • Gemeente Ede als deelnemer in het Ede Warmtenet. • Gemeente Veenendaal als eigenaar van het warmtebedrijf DEVO. • Gemeente Twenterand als ontwikkelaar en exploitant van een zonnepark. • Gemeente Alkmaar als deelnemer in Smart Energy Hub: eigenaar van de grond en installatie (batterij) 7

DE ROL VAN ENERGIEGEMEENSCHAPPEN

De Europese Renewable Energy Directive II (RED-II) wordt in Nederland geïmplementeerd via de Energiewet en Wcw. Hierin wordt de rol van energiegemeenschappen officieel erkend: groepen inwoners of bedrijven die samen duurzame energie opwekken, delen en beheren. Regio Foodvalley heeft al diverse voorbeelden, zoals Coöperatie WOW in Wageningen en lokale zonnedaken-initiatieven. Deze gemeenschappen dragen bij aan lokale zeggenschap, draagvlak en betaalbaarheid. 8

CONCLUSIE

De juridische en beleidsmatige basis voor de energietransitie is stevig en in beweging. Waar het Rijk het kader stelt, vullen provincies en regio’s dit met gebiedsgerichte uitvoering in. De essentie: samenhang, samenwerking en schaalbewust handelen. Alleen door nationale doelen te verbinden met lokale kracht kan het energiesysteem betrouwbaar, betaalbaar, duurzaam en rechtvaardig worden.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

66

BIJLAGE 3A

Bijlage 3A. Beleidskaders Energievraag, -aanbod en -infrastructuur ACHTERGRONDINFORMATIE BIJ HOOFDSTUK 3 VAN DIT DOCUMENT

1 MEER ELEKTRICITEITSVERBRUIK, MAAR NOG GEEN TOENAME OP TRANSPORT

ENERGIEVRAAG IN REGIO FOODVALLEY

Huidige en historische energievraag Het energieverbruik in de Regio Foodvalley is in de periode 2010– 2022 aanzienlijk veranderd, zowel in omvang als in samenstelling13.

De afgelopen jaren is op nationaal niveau de stroomvraag niet

Het totale energieverbruik in de Regio in 2010 was 31.451 TJ. In

geëxplodeerd. Toch is dat, ook tot verrassing van veel experts, niet

2022 was dit 25.591 TJ. Daling van het totale energieverbruik met

gebeurd. Sterker: de totale hoeveelheid elektriciteit die over het net wordt vervoerd is al vijftien jaar nagenoeg constant. Enkele grote

circa 19% in twaalf jaar. De energie werd vooral verbruikt in drie

afnemers verdwenen of zijn minder gaan produceren. Ook is er een

vormen (energiedragers): Elektriciteit, warmte en

enorme energie-efficiëntie-slag gemaakt. En, het belangrijkste is dat er

voertuigbrandstoffen.

lokaal veel meer elektriciteit wordt opgewekt die daardoor niet meer via het elektriciteitsnet vervoerd hoeft te worden. Kortom: hoewel de elektriciteitsvraag en het -aanbod stijgt, heeft dit op nationaal niveau en ook in Regio Foodvalley nog niet geleid tot een toename in de

Het totale elektriciteitsverbruik is relatief gelijk gebleven, maar met sterke groei in lokaal opgewekte zonnestroom. Deze stroom

absolute hoeveel elektriciteit die via het stroomnet wordt

wordt ook vaak ‘achter de meter’ gebruikt (zie kader: Meer

getransporteerd.

elektriciteitsverbruik).

Toch is er sprake van netcongestie, ofwel file op het stroomnet. Dat

Het warmteverbruik (aardgas en (hernieuwbare) warmte) is sterk

komt doordat inwoners en bedrijven vaak op hetzelfde moment elektriciteit verbruiken. Op die momenten is de piekbelasting op het elektriciteitsnet hoger.

gedaald, vooral in de gebouwde omgeving. De hoeveelheid hernieuwbare warmte is verdubbeld. 13. Bron: gegevens uit Regionale Klimaatmonitor.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

67

BIJLAGE 3A

Het energieverbruik voor verkeer en vervoer is afgenomen na 2010, mede door efficiëntere voertuigen en gedragsveranderingen. De drie belangrijkste sectoren die deze energie verbruiken zijn de gebouwde omgeving, mobiliteit (verkeer en vervoer) en bedrijven/industrie/landbouw. •

Gebouwde omgeving

De gebouwde omgeving bestaat uit woningen, commerciële- en publieke dienstverlening. Het totale energieverbruik in woningen is – met name sinds 2021 - gedaald. Deze daling is vooral te zien in het aardgasverbruik. Het verbruik van stadswarmte is flink gestegen (in 2022 was dit 275.000 GJ, terwijl dit in 2010 ongeveer 83.000 GJ was14). Het elektriciteitsverbruik van woningen is gestegen. Het opladen van elektrische auto’s bij de woning gebeurt vaker. Opvallend is dat er meer elektriciteit op de woningen zelf wordt opgewekt, waardoor de hoeveelheid elektriciteit die via het openbare net wordt geleverd is gedaald. Het totale energieverbruik in commerciële dienstverlening is gedaald. Dit geldt voor zowel het aardgasverbruik en het elektriciteitsverbruik. Verbruik stadswarmte is gestegen. Het totale energieverbruik in publieke dienstverlening is gedaald. Dit geldt voor zowel het aardgasverbruik als het elektriciteitsverbruik. Verbruik stadswarmte is gestegen. •

Mobiliteit (verkeer en vervoer)

Het totale energieverbruik voor mobiliteit is gedaald. Het gaat hier vooral om het verbruik van 14. Dit is gecorrigeerd voor temperatuurverschillen over de jaren heen.

← INHOUD

fossiele brandstoffen.

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

68

BIJLAGE 3A

•

Bedrijven/industrie/landbouw

Het totale energieverbruik door de industrie is gedaald. Dit geldt voor het aardgasverbruik (34% daling). Het elektriciteitsverbruik is met ongeveer 15% gestegen. Het totale energieverbruik in de landbouw is gedaald. Dit geldt ook voor het aardgasverbruik en het elektriciteitsverbruik. Belangrijkste trends 2010 - 2022 In de periode 2010–2022 is het totale energieverbruik in de Regio Foodvalley met circa 19% gedaald. De sterkste daling vond plaats bij het warmteverbruik – vooral aardgas en stadswarmte – in de gebouwde omgeving. Het elektriciteitsverbruik bleef in grote lijnen stabiel, maar daarbinnen groeide het aandeel lokaal opgewekte zonnestroom aanzienlijk. Ook het energieverbruik van verkeer en vervoer nam na 2010 af, mede dankzij efficiëntere voertuigen en veranderend reisgedrag. Tegelijkertijd is het gebruik van hernieuwbare warmte verdubbeld en is de productie van zonnestroom achter de meter fors toegenomen, waardoor de energiemix duidelijk duurzamer is geworden. Toekomstige energievraag De Regio Foodvalley heeft een groeiambitie, zowel voor economische activiteiten als voor het aantal inwoners. Desondanks is de verwachting dat het totale energieverbruik gaat dalen. Dit komt door betere isolatie, efficiëntere apparaten en processen (zie kader ‘Energie-efficiëntie) en gedragsverandering.

Tegelijkertijd stijgt de elektriciteitsvraag door elektrificatie van verwarming (warmtepompen), mobiliteit (elektrische auto’s, laadinfrastructuur), sommige bedrijfsprocessen en door verdere digitalisering (o.a. datacenters en AI toepassingen).

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

69

BIJLAGE 3A

Naast de verwachte algehele groei van de elektriciteitsvraag, neemt ook de piekbelasting van het elektriciteitsnetwerk toe, waardoor flexibiliteit en sturing belangrijker worden. Het Nationaal Plan Energiesysteem stelt: “Elektriciteit zal naar verwachting het grootste deel van de finale energievraag uitmaken. … De vraag zal drie15 keer zo groot zijn als nu en de productie ruim vier keer zo groot.” Het kabinet streeft naar een elektriciteitssysteem dat vanaf 2035 geen CO2uitstoot meer veroorzaakt. Ook in Regio Foodvalley zal de elektriciteitsvraag fors toenemen. Een belangrijk deel van die vraag komt van mobiliteit. Personenauto’s worden in snel tempo geëlektrificeerd en ook in het vrachtvervoer groeit het aandeel batterij-elektrische en waterstofvoertuigen. Deze elektrificatie van mobiliteit leidt tot een groeiende vraag naar laadinfrastructuur, netcapaciteit én vereist slimme oplossingen om piekbelasting van he elektriciteitsnet te voorkomen. Tegelijkertijd biedt mobiliteit in de toekomst ook flexibiliteit aan het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld door bi-directioneel laden (zie kader).

15. Netbeheer Nederland gaat ervan uit dat de elektriciteitsvraag 2,5 á 3,5 keer groter wordt richting 2050. (https://www.netbeheernederland.nl/artikelen/nieuws/ netbeheer-nederland-scenarios-editie-2025).

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

70

BIJLAGE 3A

BI-DIRECTIONEEL LADEN ALS VOORBEELD VAN FLEXIBILITEIT

BI-DIRECTIONEEL LADEN ALS VOORBEELD VAN FLEXIBILITEIT Een elektrische auto zet ongeveer 70-90% van de gebruikte energie om in voortbeweging. Ter

Elektrische voertuigen kunnen niet alleen

vergelijking: bij een voertuig met verbrandingsmotor is dit slechts 20-30%. Elektrische

stroom verbruiken, maar in toenemende

voertuigen zijn dus ruim twee tot drie keer efficiënter dan voertuigen die rijden op benzine of

mate ook stroom terugleveren aan het net

diesel. Dit betekent dat elektrificatie niet alleen leidt tot minder CO2-uitstoot, maar ook tot een

(bi-directioneel laden). In Utrecht wordt dit

lager totaal energieverbruik. (Bron: IEA – International Energy Agency: Global EV Outlook 2024)

al op beperkte schaal toegepast. In de toekomst kunnen elektrische voertuigen

Een warmtepomp gebruikt elektriciteit om warmte uit de lucht, de bodem of water te halen.

op deze manier bijdragen aan het

Voor elke eenheid elektriciteit die de warmtepomp gebruikt, levert hij gemiddeld drie tot vier

balanceren van vraag en aanbod van

eenheden warmte. Dat betekent dat een warmtepomp drie tot vier keer zo efficiënt is als een

elektriciteit. Gezien het grote, en

hr-ketel op aardgas, die van één eenheid gas maar één eenheid warmte kan maken. Minder

groeiende, aantal elektrische voertuigen

energieverbruik betekent ook minder CO2-uitstoot, zeker wanneer de elektriciteit duurzaam

ligt daar een enorm potentieel voor

wordt opgewekt. Daarom spelen warmtepompen een belangrijke rol in de overgang naar een

flexibiliteit in het energiesysteem. Dit

duurzame energievoorziening (Bron: Milieucentraal: https://www.milieucentraal.nl/energie-

maakt ‘vehicle-to-grid’ een waardevol

besparen/duurzaam-verwarmen-en-koelen/warmtepomp-duurzaam-elektrisch-

onderdeel van het toekomstige

verwarmen/#milieuwinst).

energiesysteem. (Bron: ElaadNL, 2023).

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

71

BIJLAGE 3A

2 CURTAILMENT – DUURZAME ENERGIE AFSCHAKELEN Curtailment is het bewust beperken van de

ENERGIEAANBOD IN REGIO FOODVALLEY

Huidige en historische energieaanbod Het energieverbruik in de Regio Foodvalley is in de periode 2010–2022 aanzienlijk veranderd16. Dit heeft ook gezorgd voor een verandering van de omvang en de samenstelling van het energieaanbod.

productie van duurzame energie, bijvoorbeeld door windturbines of zonnepanelen tijdelijk stil te zetten, om overbelasting van het elektriciteitsnet te voorkomen of om negatieve prijzen te voorkomen. Technisch gezien werkt dit goed als

Het aanbod van energie in Regio Foodvalley bestaat op dit moment uit elektriciteit (opgewekt met behulp van fossiele brandstoffen, maar ook duurzaam opgewekt), warmte (aardgas en hernieuwbaar) en voertuigbrandstoffen (fossiel).

noodmaatregel, maar het betekent dat duurzaam opgewekte energie verloren gaat. Dat is lastig uit te

•

leggen in een tijd waarin op andere momenten juist

De afgelopen jaren is er een flinke toename geweest in de hoeveelheid opgewekte

extra (vaak fossiele) energie moet worden ingekocht. Structurele oplossingen – zoals opslag,

Elektriciteit: fossiel en hernieuwbaar

zonnestroom. Zon-op-dak is momenteel (zowel grootschalig als kleinschalig) de

vraagsturing en/of uitbreiding van netcapaciteit –

meest voorkomende vorm van hernieuwbare elektriciteitsproductie. Veel van deze

hebben daarom de voorkeur boven curtailment.

elektriciteit wordt ‘achter de meter’ gebruikt. Daarnaast is er zon-op-veld. Zon op

Immers, de samenleving is gebaat bij lage

veld kan aanvullend, mits zorgvuldig landschappelijk ingepast, gekoppeld aan

energieprijzen en ruime beschikbaarheid van

dubbele functies (natuur, landbouw, waterberging) en – in overeenstemming met

duurzame energie.

de zonneladder – bij voorkeur als dit aantoonbaar netcongestie verlicht, bijvoorbeeld door lokale afname, opslag of curtailment (zie kader over curtailment). Grote windturbines zijn vanwege ruimtelijke en maatschappelijke factoren lastiger te realiseren, maar in Ede dragen zij lokaal bij aan de energiemix. Wind- en zonneenergie vullen elkaar deels aan in dag en seizoensprofielen.

16. Bron: gegevens uit Regionale Klimaatmonitor.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

72

BIJLAGE 3A

Een deel van de elektriciteit die op dit moment in de Regio Foodvalley wordt opgewekt, wordt opgewekt met behulp van biogas uit vergisting of RWZI’s. In de Regio Foodvalley wordt niet genoeg duurzame elektriciteit opgewekt om te kunnen voorzien in de regionale elektriciteitsvraag. Daardoor is er sprake van netto import van elektriciteit. Deze elektriciteit kan duurzaam zijn opgewekte, maar kan ook uit fossiele bronnen komen. •

Warmte: aardgas en hernieuwbaar

Ook voor warmte geldt dat in de Regio Foodvalley niet genoeg hernieuwbare warmte wordt opgewekt om te kunnen voorzien in de regionale warmtevraag. Het grootste deel van het warmteaanbod wordt geproduceerd met behulp van aardgas. Dit aanbod wordt geïmporteerd via het landelijke aardgasnetwerk. De totale warmtevraag in de Regio daalt, terwijl de afgelopen jaren het aanbod van hernieuwbare warmte is verdubbeld. •

Voertuigbrandstoffen: fossiel

Veel van het verkeer en vervoer rijdt nog op fossiele brandstoffen. Deze brandstoffen worden niet geproduceerd in de Regio Foodvalley. Dit aanbod wordt geïmporteerd. Belangrijkste trends 2010 - 2022 De afgelopen jaren zien we een duidelijke verschuiving in de herkomst van onze energie. Het totale elektriciteitsverbruik in de regio bleef relatief stabiel, maar de productie van lokaal opgewekte zonnestroom groeide sterk. Een groot deel daarvan wordt direct in woningen en bedrijven gebruikt, dus “achter de meter”, zonder dat het openbare net wordt belast. Daarnaast was er sprake van een bescheiden groei in lokaal opgewekte windenergie, die nog altijd een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16485866/1