CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Notitie Richting Regionaal Energieperspectief DEEL 2 - BIJLAGES

Commissie Ruimte en Economie 3 juni 2026, gemeente RhenenBij agendapunt: Presentatie Richting Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 204017.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

112

BIJLAGE 5

Bijlage 5. Beleidsafwegingen voor gemeenteraden in de energietransitie VERDIEPING BIJ HOOFDSTUK 6 VAN DIT DOCUMENT

1

STURING OP DE ONTWIKKELING VAN EEN TOEKOMST ENERGIESYSTEEM

De energietransitie vraagt om keuzes over hoe schaarse middelen — zoals ruimte, geld en netcapaciteit — worden ingezet. Waar gemeenten vroeger vooral konden faciliteren, wordt nu steeds duidelijker dat de grenzen van het elektriciteitsnet sturing noodzakelijk maken. Netcapaciteit is de nieuwe “ruimte” geworden: wat niet aangesloten kan worden, kan ook niet worden gerealiseerd. De vraag is dus: wil de gemeenteraad actief sturen op waar en waarvoor netcapaciteit wordt gebruikt, of laat zij dit vooral aan de markt en de netbeheerder over? Beleidsopties • Optie A: Actieve sturing De gemeente bepaalt duidelijke prioriteiten voor de inzet van schaarse netcapaciteit. Dat kan door middel van ruimtelijke ordening, voorrang voor maatschappelijke functies of beleidsafspraken met de netbeheerder. Voorbeelden: prioriteit geven aan woningbouw en maatschappelijk vastgoed; afspraken over energiegebruik in bedrijventerreinen; koppeling van vergunningsverlening aan energiecriteria. • Optie B: Faciliterende benadering De gemeente stelt kaders, maar laat de markt grotendeels bepalen waar investeringen

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

113

BIJLAGE 5

plaatsvinden. Zij beperkt zich tot het faciliteren van initiatieven die binnen de kaders passen. Voorbeelden: meewerken aan initiatieven die binnen bestaande netcapaciteit passen; gebruik van standaardafspraken met marktpartijen; beperkte beleidsinterventie. Consequenties: Actieve sturing versterkt de samenhang tussen energie, ruimtelijke ordening en economische ontwikkeling, maar vraagt bestuurlijke moed en kan leiden tot moeilijke keuzes tussen sectoren (bijv. woningbouw versus bedrijvigheid). Een faciliterende aanpak is bestuurlijk eenvoudiger en laat ruimte voor initiatieven, maar vergroot het risico op onbalans en een minder doelmatige inzet van netcapaciteit. 2

RUIMTE BIEDEN AAN OF BEPERKEN VAN TECHNIEKEN EN INSTRUMENTEN

Provincies en gemeenten kunnen sturen op hoe duurzame energie wordt opgewekt, opgeslagen en gebruikt. De vraag is of zij bepaalde technieken willen uitsluiten (bijv. grootschalige windenergie in specifieke zones) of juist ruimte willen bieden voor een breed palet aan oplossingen. Ook speelt de vraag in hoeverre de gemeente adaptief wil kunnen zijn — dat wil zeggen: beleid tijdig kunnen bijstellen wanneer nieuwe inzichten of technologieën opkomen. Beleidsopties • Optie A: Selectieve inzet (uitsluiten of beperken) De provincie en/of gemeente stelt grenzen aan welke technieken of toepassingen zijn toegestaan. Voorbeelden: uitsluiten van windturbines in kwetsbare landschappen; beperken van waterstofproductie tot bedrijventerreinen; beperken van zon-op-land tot restgronden.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

114

BIJLAGE 5

• Optie B: Breed instrumentarium (gebiedsgericht maatwerk) De provincie en/of gemeente stelt een breed scala aan mogelijkheden open, zodat per gebied gekeken kan worden welke combinatie van technieken het best past bij lokale omstandigheden. Voorbeelden: combinatie van zon, wind, WKO en opslag in lokale energyhubs; flexibele zoneringsregels; koppeling aan warmtenetstrategieën. Consequenties: Een selectieve aanpak biedt bestuurlijke duidelijkheid, voorkomt weerstand en beschermt landschap of natuur, maar verkleint de ruimte om doelen te halen. Een breed instrumentarium vergroot de kans op innovatie en maatwerk, maar vraagt om meer afstemming, expertise en bestuurlijke flexibiliteit. Een adaptieve aanpak — periodiek beleid evalueren en bijstellen — helpt om risico’s te beperken, maar vraagt een organisatie die lerend en flexibel is ingericht. 3

ROLVERDELING EN POSITIONERING VAN DE GEMEENTE

Gemeenten kunnen verschillende rollen vervullen in de energietransitie: van regulerend tot realiserend, van ondersteunend tot samenwerkend. De keuze hangt af van de bestuurlijke ambitie, de beschikbare middelen en de mate van complexiteit in de lokale opgave. Deze rol bepaalt niet alleen hoe de gemeente handelt, maar ook hoe inwoners en partners haar zien. Beleidsopties • Optie A: Regulerende overheid • Optie B: Ondersteunende / faciliterende overheid

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

115

BIJLAGE 5

• Optie C: Samenwerkende overheid • Optie D: Realiserende overheid Zie Bijlage 2 (punt 6), voor verdieping op deze rollen. Consequenties: Elke rol vraagt om een ander bestuurlijk en organisatorisch profiel. Een realiserende of samenwerkende rol past bij gemeenten met sterke uitvoeringskracht en ambitie; een regulerende of ondersteunende rol past beter bij gemeenten die vooral kaders willen stellen of beperkte middelen hebben. Het is raadzaam om de gekozen rol periodiek te herijken, afhankelijk van de fase van de transitie. 4

LOKAAL BELANG VERSUS REGIOBELANG

Het energiesysteem houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Productie, opslag, infrastructuur en verbruik zijn regionaal met elkaar verbonden. Toch maken gemeenteraden besluiten binnen hun eigen bestuurlijke context. De afweging is daarom of de gemeente vooral inzet op het eigen belang (lokale autonomie) of het gezamenlijke belang binnen de regio. Beleidsopties • Optie A: Lokale autonomie centraal De gemeente neemt besluiten primair op basis van lokale belangen, draagvlak en omstandigheden. Voorbeelden: focus op lokale energieprojecten met lokaal eigendom; beperkte deelname aan regionale projecten; prioriteit voor eigen inwoners en bedrijven.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

116

BIJLAGE 5

• Optie B: Regionale solidariteit centraal De gemeente ziet zichzelf als onderdeel van een groter energiesysteem en stemt beleid af met buurgemeenten, provincie en netbeheerder. Voorbeelden: regionale programmering van opwek en netcapaciteit; afspraken over verdeling van functies (productie, opslag, verbruik); gezamenlijke investeringen. Consequenties: Lokale autonomie versterkt eigenaarschap en draagvlak, maar kan leiden tot versnippering en suboptimale regionale oplossingen. Een regionale benadering bevordert efficiëntie en systeemoptimalisatie, maar vraagt bestuurlijke afstemming en bereidheid tot compromissen. Uiteindelijk ligt de sleutel in balans: lokaal eigenaarschap behouden binnen een gezamenlijk regionaal kader dat de samenhang van het energiesysteem waarborgt. SLOTBESCHOUWING De energietransitie vraagt van gemeenteraadsleden dat zij expliciet keuzes maken over de Grafische vormgeving: Interface Communicatie

koers die zij willen varen. Geen van de beschreven opties is op zichzelf “goed” of “fout”: elke keuze brengt kansen en risico’s met zich mee. Wat telt, is dat deze keuzes bewust en transparant worden gemaakt, dat ze aansluiten bij de waarden van de regio — betrouwbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid en rechtvaardigheid — en dat ze periodiek worden herzien in het licht van nieuwe inzichten. Zo ontstaat een adaptief, samenhangend en veerkrachtig beleid waarmee de regio Foodvalley haar energieambities kan waarmaken.

← INHOUD

Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025

117

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16927198/1