Bijlage 2 Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen Beeldkwaliteitsplan Achterberg West
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen “beeldkwaliteitsplan Achterberg West” Inhoud 1.
Inleiding.................................................................................................................. 2
1.1
Status Nota van zienswijzen................................................................................... 2
1.2
Leeswijzer ........................................................................................................... 2
1.3
Procedure beeldkwaliteitsplan ................................................................................ 2
1.4
Ingekomen zienswijzen. ........................................................................................ 2
2.
Zienswijzen ............................................................................................................. 3
2.1
Inleiding .............................................................................................................. 3
2.2
Zienswijzen.......................................................................................................... 4
2.2.1 Zienswijze 1.......................................................................................................... 4 2.2.2 Zienswijze 2.......................................................................................................... 5 2.2.3 Zienswijze 3.......................................................................................................... 9 3.
Overzicht wijzigingen .............................................................................................. 13
3.1
Wijzigingen naar aanleiding van beantwoording zienswijzen ......................................... 13
3.2
Ambtshalve wijzigingen ........................................................................................... 13
1.
Inleiding
1.1 Status Nota van zienswijzen De voorliggende nota van zienswijzen behoort bij het bestemmingsplan en maakt als bijlage onderdeel uit van het “beeldkwaliteitsplan Achterberg West”. Dit beeldkwaliteitsplan is opgesteld voor het bestemmingsplan “Achterberg West fase 2”. 1.2 Leeswijzer Deze nota bestaat uit drie hoofdstukken. Hoofdstuk 1 beschrijft de procedure van het beeldkwaliteitsplan en bevat een overzicht van de ingediende zienswijzen. In hoofdstuk 2 volgt een samenvatting van de zienswijzen met een gemeentelijk reactie en een conclusie. Telkens wordt aangegeven of de zienswijze wel of niet gegrond is en of deze leidt tot een aanpassing in het bestemmingsplan. Als de zienswijze (deels) gegrond, is, wordt bovendien aangegeven op welke wijze deze leidt tot een eventuele aanpassing van het beeldkwaliteitsplan. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen uiteengezet die het gevolg zijn van voortschrijdend inzicht en losstaan van de ingediende zienswijzen. De nota biedt hiermee een volledig overzicht van door te voeren /doorgevoerde wijzigingen in het vast te stellen beeldkwaliteitsplan. 1.3 Procedure beeldkwaliteitsplan Voor het vaststellen van dit beeldkwaliteitsplan is de openbare voorbereidingsprocedure gevolgd volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. 1.4 Ingekomen zienswijzen.
Het ontwerpbeeldkwaliteitsplan heeft in de periode van donderdag 28 december 2023 tot en met woensdag 7 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 4 zienswijzen ingediend, waaronder één pro forma zienswijze, die niet tijdig is aangevuld en daarom buiten behandeling is gelaten. De drie overige zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 samengevat met aansluitend de beantwoording van de gemeente.
2
2.
Zienswijzen
2.1
Inleiding
Er zijn 3 zienswijzen ingediend op het ontwerpbeeldkwaliteitsplan. Aanvankelijk was er een vierde zienswijze ingediend, dit was een pro forma-zienswijze. De indiener is gevraagd om een aanvulling in te dienen, hier is geen antwoord op ontvangen binnen of na de gestelde termijn. Deze zienswijze is om deze reden niet ontvankelijk. Wet bescherming persoonsgegevens Om te voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens zijn in dit raadsbesluit en de bijlagen, alle namen en adressen van personen weggehaald. Dit weglaten van de NAW-gegevens van indieners van zienswijzen, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen zijn. Dit geldt niet voor ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv) en voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure. De NAW-gegevens van de indieners zijn wel bekend bij de gemeente. Uitzondering hierop geldt als een goede beantwoording van de zienswijze niet kan zonder duiding van een bepaalde locatie. Hieronder een overzicht van de ingediende zienswijzen, met datum van ontvangst. Ingekomen datum Plaats 1 2
2 februari 2024 6 februari 2024
Rhenen Rhenen
3
7 februari 2024
Rhenen
3
2.2 Zienswijzen Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en per zienswijze de beantwoording. 2.2.1 Zienswijze 1 Zienswijze 1.1 Bouwhoogte, uitzicht en groene buffer De bouwhoogte van de woningen direct achter de woning van reclamant is te hoog. Een toegezegde groene buffer ontbreekt in het plan. Privacy, rust en uitzicht van reclamant verdwijnen door de bouw van deze wijk.
Antwoord gemeente De privacy en rust in de achtertuin van reclamant worden niet dusdanig aangetast, dat er sprake zou zijn van een onevenredige inbreuk op de woonkwaliteit. Dit komt met name door de afstand tussen tot de nieuwe woningen. Tussen de woning van de reclamant en de woningen in het plangebied ten zuiden hiervan is een afstand opgenomen van 31 meter. 20 meter hiervan ligt op perceel van reclamant, 11 meter ligt op het perceel van de nieuwe woningen. Deze ruimte heeft de bestemming ‘wonen’ en kan dus gebruikt worden als tuin, voor bijgebouwen en erfafscheidingen. Reclamant kan indien gewenst de eigen tuin zo inrichten, dat er geen zicht is vanuit de nieuwe woningen op de woonkamer. Er is dus geen noodzaak voor een groene buffer achter de tuin van reclamant.
Conclusie Geen wijzigingen
Het uitzicht vanuit de woning van reclamant zal inderdaad onderhavig plan. Dit weegt de gemeenteraad ook mee bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen. In het onderhavige geval kent de raad een zwaarder gewicht toe aan het belang om te voorzien in een woningbehoefte. 1.2 Waterhuishouding Reclamant verzoekt om het aanleggen van een wadi achter de eigen woning. Uit onderzoek zou blijken dat dit niet de meest geschikte locatie zou zijn. Reclamant zou dit onderzoek graag inzien. Reclamant betwijfelt of gedegen veldonderzoek heeft plaatsgevonden. Reclamant heeft slechts plaatsing van een peilbuis voor een korte termijn waargenomen. Dit kan geen betrouwbare data opleveren.
Op basis van stedenbouwkundige uitgangspunten is er geen wadi achter de woningen ontworpen, wateronderzoek heeft hier geen bepalende rol in gespeeld. Verplaatsing van de waterberging vraagt om een ingrijpende herschikking van het ontwerp en reclamant maakt niet duidelijk op welke wijze dit voordelig zou zijn. Wij zien dan ook geen aanleiding om de locatie van de waterberging aan te passen. Voor de bepaling van de grondwaterstand zijn peilbuizen uit de omgeving gebruikt die over een langere periode de grondwaterstand monitoren en daardoor een betrouwbaarder beeld geven dan een peilbuis die maar een korte periode meet. Deze peilbuis is waarschijnlijk gebruikt voor de meting van de kwaliteit van het grondwater. De buis wordt dan weleens achtergelaten, zodat later nog een nieuw monster genomen kan worden. Deze peilbuis is dan ook niet gebruikt in de bepaling van de grondwaterstand. De nieuwe wijk wordt afgekoppeld. Dit betekent dat alleen het vuilwater van de woningen wordt afgevoerd naar de riolering waar de woning van reclamant ook op aangesloten is. Hemelwater wordt afgevoerd via een separaat systeem van watergangen. Er is dus geen verandering in de piekafvoer in het vuilwaterriool, die 4
Geen wijzigingen
De capaciteit van de riolering is in de huidige situatie ontoereikend om hevige regenval op te vangen. Door de ontwikkeling van Achterberg-West fase 2 zal dit probleem alleen maar groter worden. Reclamant heeft zorgen over verdroging.
2.2.2 Zienswijze 2 Zienswijze 2.1 Participatie/ procedure Participatie van omwonenden was ontoereikend en niet conform de Omgevingswet.
ontstaat door hevige neerslag. Dit betekent dat de overlast als gevolg van hevige neerslag niet groter zal zijn. Wanneer de waterbergingsvoorzieningen vol zijn, wordt overtollig regenwater afgevoerd via watergangen in de omgeving. Deze watergangen hebben hiervoor voldoende capaciteit. Op deze wijze is voorzien in extreme buien of aanhoudende neerslag. De afvoer zal zo worden ingesteld, dat alleen bij een GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) of hoger grondwater afgevoerd wordt. Het plangebied wordt voldoende hoog gerealiseerd, waardoor voldoende ruimte tot de grondwaterstand aanwezig is en het grondwater dus niet weggepompt hoeft te worden. Alle maatregelen tezamen resulteren erin dat het plan niet zal zorgen voor substantiële verdroging of vernatting van omliggende gebieden.
Antwoord gemeente Initiatiefnemer/projectontwikkelaar heeft in onze ogen ruim aandacht besteed aan de dialoog met omwonenden. Ook over de aanpassingen van het plan tussen ontwerp en vaststelling, die gemaakt zijn deels naar aanleiding van de zienswijzen, is nog gesproken met omwonenden. Niet alle wensen van omwonenden zijn volledig opgenomen in het ontwerp, maar de gemeente is ervan overtuigd dat de belangen van omwonenden voldoende zijn meegewogen in het plan. De Omgevingswet is overigens niet van toepassing op dit bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan, omdat het plan in procedure is gebracht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Conclusie Geen wijzigingen
2.2 Strijd met gemeentelijk beleid Het plan is geen invulling van gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in de structuurvisie van 2008 en de structuurvisie van 2014.
De geldende structuurvisie voor deze locatie betreft de structuurvisie De Achterbergse Erven, vastgesteld in oktober 2014. Door het lange tijdsverloop sinds vaststelling van de structuurvisie en maatschappelijke ontwikkelingen wijkt het onderhavige bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan op onderdelen af van de structuurvisie. Hierna zal inhoudelijk worden gereageerd op de aspecten, die reclamant naar voren heeft gebracht.
Het Erf van Lienden/ rond de boerderij Bovenweg 20 is bestemd heeft in de structuurvisie een bestemming als agrarisch dorpsgebied. Een massief appartementengebouw is niet
In de structuurvisie ‘De Achterbergse Erven’ is geen sprake van de term ‘agrarisch dorpsgebied’. Er is wel een structuur van ‘erven’ beschreven, in de toelichting van het bestemmingsplan is beschreven hoe daar invulling aan is gegeven. Het erf rond voormalige boerderij Bovenweg 20 is aangeduid als ‘erf met bestaand boerderijensemble (zorg) en woonschuur met meerdere woningen’. In het ontwerpbeeldkwaliteitsplan was ervoor gekozen om de bestaande boerderij en
De stedenbouwkundige opzet van het zuidoostelijke deel van het project is gewijzigd, en daarmee ook de locatie van het appartementengebouw en de woningen. Het appartementengebouw is kleiner geworden en staat nu meer centraal gelegen tussen het MFC en het woonzorgcomplex, en de overgang naar de bestaande woonwijk is meer geleidelijk.
5
passend in het agrarisch karakter en zichtlijnen worden geblokkeerd in plaats van versterkt.
woonschuur te vervangen door een appartementengebouw voor een woonzorggemeenschap. Wat betreft bouwhoogte is er op onderdelen sprake van een gemotiveerde afwijking van de structuurvisie. Dit staat beschreven in toelichting van het bestemmingsplan.
Kleinschaligere bebouwing en/of minder woningen past beter bij de intentie van de structuurvisies.
Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is ervoor gekozen om het appartementengebouw te laten vervallen en te vervangen door een substantieel kleiner appartementengebouw in de vorm van een hooischuur. Dit gebouw komt op grotere afstand te staan van de woningen in de omgeving. Hier tussenin komen levensloopbestendige woningen met een landelijke uitstraling. Zichtlijnen zijn zoveel mogelijk behouden, zoals in het verlengde van de Bovenweg (in noordoostelijke richting). Met deze gewijzigde invulling komt bovendien minder hoge en massieve bebouwing in de nabijheid van woningen aan de Grote Akker en Bovenweg. Zie de beantwoording van zienswijze 4.7 met betrekking tot het aantal woningen in het plan. De woningdichtheid in het plan wordt iets hoger dan in de structuurvisie was voorzien. Op deze manier wordt tegemoetgekomen aan de grote vraag naar woningen in Rhenen en Achterberg. Bovendien is dit aantal woningen nodig voor de financiële haalbaarheid van het plan.
De houtwal/boomhaag tegenover De Grote Akker 13 en 15 dient te worden behouden en hersteld.
Er is geen noodzaak om de houtsingel/boomhaag tussen De Grote Akker en Middelwijk te behouden. De structuurvisie ‘De Achterbergse Erven’ staat herontwikkeling van dit erf toe. Bovendien blijft het historisch landelijk karakter behouden in de erfafscheiding van het archeologisch veld (grenzend aan de wegen De Grote Akker, De Veldse Eng en Middelwijk. Recent onderhoud aan dit groen, wat de reclamant benoemt, is niet relevant voor de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan.
Bovengenoemde punten worden ondersteund door bijgevoegde notitie, er is sprake van een sterke achteruitgang in woonkwaliteit van de reclamanten.
Bovengenoemde punten zijn al beantwoord. Er worden geen argumenten aangedragen waarom er sprake zou zijn van een onevenredige inbreuk op het woonen leefklimaat. Gezien de afstand van de nieuwe bebouwing tot de woningen aan de andere zijde van de straat Grote Akker is dit niet aannemelijk. De suggestie om de ligging en oriëntatie van het appartementengebouw aan te passen heeft wel geleid tot aanpassing van het stedenbouwkundig plan.
2.3 Archeologie Aparte status terrein ten oosten van het boerderij Bovenweg 20 / Erf Van Lienden ontbreekt.
In het bestemmingsplan Achterberg West uit 2007 was een gebied aangeduid als 'archeologisch waardevol terrein'. In het voor dit deel van het projectgebied vigerende BP Kern Achterberg is voor het eerst een dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Niet alleen voor het gebied dat in 2007 als waardevol was aangemerkt, maar ook voor het omliggende
6
Geen wijzigingen
gebied. Hierbij zijn sinds 2012 ook bouwregels opgenomen waar dat voor het archeologisch waardevol gebied in 2007 nog niet het geval was. Het klopt dat de gemeente Rhenen in 2007 deze zone bewust onbebouwd heeft gelaten om de aanwezige vindplaats te beschermen. Sindsdien is via de wet vastgelegd dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met archeologische waarden en dat deze waarden beschermd worden via het bestemmingsplan (nu omgevingsplan). Maar ook dat eventueel aanwezige archeologische waarden ruimtelijke plannen van publieke of private ontwikkelaars (in principe) nooit kunnen tegenhouden. Het uitgangspunt van het Europese Verdrag van Malta is dat archeologische waarden in de bodem (in situ) behouden blijven, maar als dat niet kan kunnen zij ook opgegraven worden (ex situ behouden). Wel kan het in theorie zo zijn dat noodzakelijke opgravingen een plan niet langer financieel haalbaar maken en de initiatiefnemer daarop het plan intrekt of aanpast. Ook in het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan is een dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Dit betekent dat voorafgaand aan de bouwplannen een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd en indien noodzakelijk een opgraving als aanwezige archeologische waarden niet in de bodem behouden kunnen blijven.
Een initiatiefnemer kan zijn plannen ook aanpassen om eventuele vindplaatsen in de bodem te kunnen behouden. Dit vervolgonderzoek vindt plaats in het vergunningentraject voor de bouw. Bebouwing op archeologische beschermd terrein is in strijd met het huidige bestemmingsplan
Het bestemmingsplan uit 2007 is niet meer van toepassing. Maar ook in het BP Kern Achterberg uit 2012 is de bescherming geregeld via een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Dit betekent niet dat er niet gebouwd mag worden. Door het verlenen van een omgevingsvergunning mag hier nog steeds worden gebouwd. Aan de omgevingsvergunning zullen wel voorschriften worden verbonden om eventuele archeologische waarden te behouden (ofwel in de bodem, ofwel door ze voorafgaand aan de bouw op te graven).
Niet aangetoond dat archeologisch onderzoek is uitgevoerd
Het adres Bovenweg 20 is niet meer opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Mogelijk doelen reclamanten op het terrein tussen Bovenweg 18 en 22; hier ligt woonzorglocatie De Linde (De grote akker 22). Op dit terrein is na afloop van het genoemde proefsleuvenonderzoek (Knippenberg 2012) en voorafgaand aan de bouw een opgraving uitgevoerd (Van Benthem 2020). Het te verstoren gebied door de bouw is hierbij volledig opgegraven waarmee de genoemde vindplaats behouden is. Als het terrein van De Grote Akker 20 (en het gebied eromheen) is bedoeld dan klopt het dat er sinds het proefsleuvenonderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uit 1996 geen onderzoek meer heeft plaatsgevonden. Op basis van deze resultaten is bekend dat voorafgaand aan de ruimtelijke ontwikkeling nog archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Via de dubbelbestemming Waarde 7
Archeologie-3 is geborgd dat dit onderzoek voorafgaand aan de ontwikkeling van het gebied wordt uitgevoerd. 2.4 Maatvoering Het plan heeft afwijkende maatvoeringen ten opzichte van eerdere bestemmingsplannen
Door middel van een nieuw bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan kan bebouwing worden toegestaan die eerder niet toegestaan was. Het toevoegen van nieuwe woningen is juist een belangrijk doel van dit plan. Dat er in het nieuwe plan andere bebouwingstypes mogelijk worden gemaakt en dus andere maatvoering geldt dan voor de woningen in de omgeving, is mogelijk. In de beantwoording van zienswijze 2.2 is aangegeven dat de locatie en het formaat van het appartementengebouw gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbeeldkwaliteitsplan, om beter aan te sluiten bij de structuurvisie Achterbergse Erven. Tussen de bestaande woningen aan de Grote Akker en Bovenweg en het appartementengebouw zijn nu woningen van één laag met een kap gepland. De overgang naar de bestaande woonwijk is daarmee geleidelijker en past beter in het stedenbouwkundig beeld.
De stedenbouwkundige opzet van het zuidoostelijke deel van het project is gewijzigd, en daarmee ook de locatie van het appartementengebouw en de woningen. Het appartementengebouw is kleiner geworden en staat nu meer centraal gelegen tussen het MFC en het woonzorgcomplex, en de overgang naar de bestaande woonwijk is meer geleidelijk.
2.5 Flora en fauna Conclusies m.b.t. uilen en mussen zijn onjuist. Met het plan gaan een deel van hun leefgebied verloren.
Ter beantwoording van dit zienswijzeonderdeel wordt verwezen naar de reactie op de zienswijzen bestemmingsplan onder 12.6.
Geen wijzigingen
2.6 Waterberging Wij stellen voor om waterberging nabij de grote akker te plannen i.p.v. nabij het winkelcentrum. Dit heeft voordeel voor natuurwaarden, landelijk karakter en kwaliteit van de wijk.
Het ontwerp voor Achterberg West fase 2 is opgesteld met het oog op een goede inpassing in het landschap en behoud van zoveel natuurwaarden als mogelijk in het plangebied. Hierbij wordt voldoende waterberging gerealiseerd in wadi’s, die met elkaar verbonden zijn. In de toelichting op het bestemmingsplan en in bijlage 4, 5 en 6 bij deze toelichting wordt uiteengezet op welke manier dit wordt vormgegeven en welke aspecten daarin zijn meegewogen. Zo is op de locatie waar de wadi/greppel nu ontworpen is in de huidige situatie ook een watervoerende laagte aanwezig. Om de geohydrologische situatie zoveel mogelijk te behouden is het gewenst de wadi/greppel op deze locatie te realiseren. Verplaatsing van de waterberging vraagt niet alleen om een ingrijpende herschikking van het ontwerp, maar reclamant maakt ook niet duidelijk op welke wijze dit voordelig is voor de natuurwaarden, het karakter en de kwaliteit van het hele projectgebied. Wij zien dan ook geen aanleiding om de locatie van de waterberging aan te passen.
Geen wijzigingen
8
2.7 Ontsluiting en verkeer Door het plan zullen verkeersbewegingen toenemen. Wij stellen een andere indeling van parkeerplaatsen en uitwegen voor.
Voor wat betreft de toename van het aantal verkeersbewegingen: zie antwoord 3.3.
Geen wijzigingen
Voor de woningen die geen parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen inrichten zijn in het ontwerp van het openbaar gebied voldoende parkeerplaatsen opgenomen voor het opvangen van de parkeerdruk. Voor die woningen die op eigen terrein in de parkeerbehoefte moeten voorzien zal een planregel worden opgenomen in artikel 13 waar aanvragen om een omgevingsvergunning aan moten worden getoetst. Op deze manier kan de aanleg en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen worden afgedwongen (zie ook antwoord 8.1).
Geen wijzigingen in he beeldkwaliteitsplan. Wel toevoeging voorwaardelijke verplichting voor parkeren aan de regels van bestemmingsplan ‘Achterberg West fase 2’
Het ontsluiten van het erf Bovenweg 20 / Erf van Lienden via het parkeerterrein van de supermarkt Plus achten we niet wenselijk. Op een parkeerterrein vinden veel bijzondere verrichtingen (zoals steken, achteruitrijden) plaats door gemotoriseerd verkeer. Doorgaand verkeer moet hier daarom zoveel mogelijk worden vermeden. Er wordt slechts een klein deel van het verkeer ontsloten via de Grote Akker / Bovenweg. De verkeerstoename is verwaarloosbaar, en de bestaande wegen hebben hiervoor voldoende capaciteit.
Geen wijzigingen
Voor wat betreft het afsluiten van de Bovenweg voor doorgaand gemotoriseerd verkeer wijzen wij op het antwoord bij zienswijzeonderdeel 1.1. 2.8 Horecafunctie De functie van ontmoetingsruimte brengt bij latere invulling mogelijk hinder met zich mee door geluid en verkeersbewegingen. Er zou sprake zijn van een theetuin.
2.2.3 Zienswijze 3 Zienswijze 3.1 Aantasting uitzicht Vrij uitzicht over een weiland richting spoorlijn verdwijnt.
Aan het appartementengebouw is een woonbestemming met aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bijeenkomstruimte’ toegekend. Dit betekent dat ook de gemeenschappelijke ruimte in dit gebouw moet worden gebruikt ten behoeve van de functie wonen aanvullen. Dit maakt de mogelijkheden voor gebruik voor horeca zeer beperkt. Wel is er sprake van dat Quarijn deze ruimte zal gebruiken voor het verlenen van zorg aan de bewoners van het Erf van Lienden, en toegankelijk zal zijn voor buurtbewoners. De schaal en intensiteit van toegestane activiteiten is dusdanig beperkt, dat er geen hinder voor omwonenden wordt voorzien. Van het openen van een theetuin is geen sprake. Het ontwerp voorziet niet in een terras bij het appartementengebouw. Er is alleen een inpandige gemeenschappelijke ruimte.
Antwoord gemeente Het uitzicht vanuit de woning van reclamant zal wijzigen door onderhavig plan. Dit weegt de gemeenteraad ook mee bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen. In het onderhavige geval kent de raad een zwaarder gewicht toe aan het belang om te voorzien in een woningbehoefte. 9
Geen wijzigingen Geen wijzigingen
Conclusie Geen wijzigingen
3.2 Overlast van doorgang voor fietsers en voetgangers Tegenover onze woning komt een nieuwe uitweg, wij voorzien hinder van lichtschijnsel voertuigen.
De doorgang waar reclamant op doelt is alleen geschikt voor voetgangers en fietsers. De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer bevindt zich recht tegenover de Snijdersteeg en ca. 25 meter ten oosten van de woning van reclamant. Omdat het schijnsel van fietsers veel zwakker is dan dat van gemotoriseerd verkeer, en voetgangers doorgaans in het geheel geen licht voeren, is geen overlast te verwachten voor reclamant als gevolg van lichtschijnsel in de woning.
Geen wijzigingen
3.3 Verkeersveiligheid Verkeersdrukte op de Cuneraweg zal toenemen. Er is geen fietspad of voetpad langs de Cuneraweg voorzien, waardoor de verkeersveiligheid afneemt.
De Cuneraweg is inderdaad één van de ontsluitingsroutes van de nieuwe woningen. Echter, in sectie 4.14 van de toelichting is onderbouwd dat de Cuneraweg met de huidige inrichting de toename in verkeersbewegingen als gevolg van de bouw van de woningen zonder problemen aankan. Er is wel een voetpad aan de zuidzijde van de Cuneraweg voorzien op termijn. De ontwikkelaar doet daarvoor namelijk een bijdrage aan de gemeente. De gemeente zal dit voetpad realiseren wanneer de Cuneraweg wordt vernieuwd. Tot die tijd is er geen voetpad langs dit deel van de Cuneraweg, maar dit leidt niet tot een ontoelaatbaar onveilige situatie, omdat de bewoners van de nieuwe woningen het plangebied in zuidoostelijke richting via voetpaden kunnen verlaten. Voor de directe omgeving van het plangebied nemen de mogelijke langzaamverkeersroutes alleen maar toe door dit plan.
Geen wijzigingen
3.4 Wateroverlast Reclamant heeft de laatste jaren wateroverlast door het grondwaterpeil.
Wanneer de waterbergingsvoorzieningen vol zijn, wordt overtollig regenwater afgevoerd via watergangen in de omgeving. Deze watergangen hebben hiervoor voldoende capaciteit. Op deze wijze is voorzien in extreme buien of aanhoudende neerslag. De afvoer zal zo worden ingesteld, dat alleen bij een GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) of hoger grondwater afgevoerd wordt. Het plangebied wordt voldoende hoog gerealiseerd, waardoor voldoende ruimte tot de grondwaterstand aanwezig is en het grondwater dus niet weggepompt hoeft te worden. Alle maatregelen tezamen resulteren erin dat het plan niet zal zorgen voor substantiële verdroging of vernatting van omliggende gebieden.
Geen wijzigingen
3.5 Gezondheid Het besluit gaat in tegen bezwaren over gezondheid i.v.m. nabijgelegen geitenhouderij.
De raad heeft zich rekenschap gegeven van de inzichten op het gebied van gezondheid en veehouderijen. Daarbij heeft de raad ook vastgesteld dat er op dit moment geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten zijn over de oorzaak van gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen/ geitenhouderijen. Er is weliswaar een verhoogde kans op longontsteking bij mensen die woonachtig zijn in de omgeving van geitenhouderijen, maar er bestaat nog geen duidelijkheid over de oorzaak daarvan.
Geen wijzigingen in het beeldkwaliteitsplan. Wel wordt naar aanleiding van deze zienswijze de paragraaf van de toelichting op het bestemmingsplan met betrekking tot gezondheid aangevuld en aangepast.
Als gevolg van het geitenmoratorium kan een geitenhouderij niet uitbreiden, maar door het aanpassen van de geurnormen kunnen wel meer
Verder heeft de raad vastgesteld dat bij de verspreiding van fijnstof (inclusief endotoxinen, ammoniak en micro-organismen) en geur de windrichting een 10
woningen worden gebouwd nabij een geitenhouderij. Dit is meten met twee maten.
belangrijke rol speelt. In Nederland komt de wind vaak uit het zuidwesten. Met zuidwestenwind gaat de verspreiding van de emissies van de veehouderij/ geitenhouderij niet richting de nieuwe woonwijk Achterberg west, maar juist de andere kant op. Er is in de gemeente Rhenen een zwaarwegende, maatschappelijke en urgente behoefte aan nieuwe woningen. Woningbouwlocaties van deze omvang zijn in de gemeente Rhenen zeer schaars. Om in Rhenen aan de taakstelling met betrekking tot woningbouw te voldoen, is het project Achterberg-West fase 2 onmisbaar. Verder is de agrarische sector in Rhenen een van oudsher belangrijke sector. Rhenen is een veedicht gebied. Gelet daarop is het feitelijk onmogelijk om bij nieuwe woningbouw steeds de meeste strenge voorzorgsrichtlijnen in acht te nemen. Om de hiervoor genoemde redenen heeft de raad besloten dat het urgente maatschappelijke belang van nieuwe woningbouw op deze locatie voorrang dient te krijgen, ondanks de aanwezigheid van de nabijgelegen veehouderijen en geitenhouderij. Daarbij hecht de raad eraan dat de bewoners van de nieuwe woonwijk te informeren over de nabijheid van deze bedrijven, zodat toekomstige bewoners een bewuste keuze maken voor hun mogelijke nieuwe woning. Alles afwegend besluit de raad dat de woningbouwontwikkeling in Achterberg West past binnen een goede ruimtelijke ordening.
3.6 Verplaatsing geitenhouderij Door het aanpassen van de geurnormen (d.m.v. het vaststellen van een geurverordening) is het voor zowel reclamant als toekomstige bewoners van Achterberg-West fase 2 niet mogelijk om bezwaar te maken tegen de geitenhouderij. 3.7 Andere belangen moeten wijken voor woningbouw Het bouwen van woningen lijkt meer prioriteit te hebben dan de volksgezondheid.
De bestaande geitenhouderij maakt geen onderdeel uit van het plangebied. De aanwezigheid van dit agrarische bedrijf is alleen relevant omdat de gevolgen ervan op het woon- en leefklimaat in de nieuw te bouwen woningen in het plangebied moeten worden onderzocht. De desbetreffende geitenhouderij is al lange tijd op dit adres gevestigd en beschikt over alle vereiste vergunningen. Bezwaar tegen de aanwezigheid van dit bedrijf is dan ook niet aan de orde (in deze bestemmingsplanprocedure).
Geen wijzigingen
Voor een reactie op de weging van de raad van de belangen van woningbouw en volksgezondheid verwijzen wij naar de reactie onder 3.5.
Geen wijzigingen
11
3.8 Verplaatsing geitenhouderij Door het verplaatsen van de bestaande geitenhouderij is een geurverordening niet nodig.
Er bestaan geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten over de oorzaak van gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen/ geitenhouderijen. Daarnaast blijkt uit de geurgebiedsvisie (bijlage 3 bij de toelichting op het bestemmingsplan) dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen van Achterberg-West fase 2 mogelijk is ondanks de aanwezigheid van de geitenhouderij en andere veehouderijen in de nabijheid van het plangebied. Er is naar de mening van de raad dan ook geen aanleiding om aan te sturen op verplaatsing van de geitenhouderij die is gevestigd aan de Cuneraweg 168 in Rhenen.
12
Geen wijzigingen
3.
Overzicht wijzigingen
3.1
Wijzigingen naar aanleiding van beantwoording zienswijzen
Op basis van de ingediende zienswijzen zijn de volgende wijzigingen aangebracht:
1
Wijziging Naar aanleiding van zienswijze 2 is de locatie en het formaat van het appartementengebouw gewijzigd.
2 3.2
Ambtshalve wijzigingen
Er zijn ambtshalve de volgende wijzigingen aangebracht: Wijziging 1 De opzet en aantal woningen in het zuidoostelijk deel van het plangebied is aangepast. 2
13