Bijlage 2 Nota van beantwoording Visie op Rhenen v3
Tekst van het document
U en uw medewerkers zijn van harte welkom om bij enkele van onze cumelabedrijven een beter inzicht te krijgen in de uitdagingen en verantwoordelijkheden die onze leden elke dag weer aangaan en thema’s gerelateerd aan het buitengebied zoals ruimtegebruik, duurzaamheid, verkeersveiligheid, de kringloop economie en afstanden tot gevoelige objecten te bespreken. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de brancheorganisatie cumelabedrijven: De Visie voorziet er in principe in dat geen enkel legaal bedrijf hoeft te vertrekken. Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, is de tweede opgave bij het Binnenveld (D18) aangepast in: ‘Wanneer een agrariër besluit te stoppen, kan het vrijkomende land worden gebruikt door andere boeren om duurzaam te boeren. De functie van het bestaande bouwperceel kan eventueel worden gewijzigd in woningbouw of bedrijfslocatie. Bedrijfslocaties moeten passen binnen het karakter van het buitengebied. Het uitgangspunt is: het Binnenveld is vooral voor agrarische doeleinden en natuur; de randen worden gebruikt voor woningbouw en energieopwekking (zie uitgangspunt op pagina 9).
16. Reclamant 6
19
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan reclamant 6: Naar aanleiding van uw zienswijze is in de Visie het volgende opgenomen bij paragraaf f, tweede alinea (p.11): Op twee plekken in de gemeente is ruimte gemaakt voor nieuwe bedrijven om zich te vestigen. Het gaat om randzone Remmerden (D13) tegen Remmerden (D7) aan, en randzone Binnenveld (D12) naast bedrijventerrein Nijverkamp (gemeente Veenendaal). En Aan de opgaven bij Randzone Remmerden (D13) is toegevoegd: Tegen Remmerden (D7) aan: mogelijkheden onderzoeken voor uitbreiding bedrijventerrein. 17. Staatsbosbeheer
20
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - -
21
Reactie aan Staatsbosbeheer: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten: 1. Bij de kenmerken van het Militair erfgoed en Veengebied (D17) voegen we toe: kwelgestuurde natuurwaarden (kwelzones zijn grondwatergevoede, natte gebieden met specifieke flora en fauna). 2. Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze is de tweede opgave bij het Binnenveld (D18) aangepast in ‘Wanneer een agrariër besluit te stoppen, kan het vrijkomende land worden gebruikt door andere boeren om duurzaam te boeren. De functie van het bestaande bouwperceel kan eventueel worden gewijzigd in woningbouw of bedrijfslocatie. Bedrijfslocaties moeten passen binnen het karakter van het buitengebied. Het uitgangspunt is: het Binnenveld is vooral voor agrarische doeleinden en natuur; de randen worden gebruikt voor woningbouw en energieopwekking (zie uitgangspunt op pagina 9).’ 3. In de tekst bij het kopje Relatie met milieuaspecten in hoofdstuk 4 (p.14) worden ook bodem en water toegevoegd. 4. Bij natuurlijke deelgebieden, zoals de Utrechtse Heuvelrug (D20), Groene Corridor (D15), Uiterwaarden (D21) en het Militair Erfgoed en Veengebied (D17), als opgaven toevoegen: de negatieve effecten van recreatie te beperken en te herstellen.
18. Ondernemersvereniging Achterberg Bij de plannen voor een industrieterrein bij Achterberg is voor ons de voorkeur langs de Cuneraweg Het betreft het gedeelte tussen de derde poort en Cuneraweg 232 3911RS. Hier zitten al autobedrijven en andere ondernemers Ook de ontsluiting en de ligging ten opzichte van het dorp is goed. Als de nieuwbouw De Nieuwe Meent doorgaat dan worden industrie en wonen mooi door het spoor gescheiden . Industrie tegen Veenendaal aan kan ook wel maar dan is dat veel verder weg van Achterberg. En de ontsluiting gaat dan straks door de Nieuwe Meent. De grondverwerving zal langs de Cuneraweg veel gemakkelijker verlopen dan bij Veenendaal. En de animo voor ondernemers uit Achterberg zal er groter zijn . Lichte industrie langs de Cuneraweg en zwaardere bij Veenendaal is onze voorkeur. De grootte zal samen minimaal 10 ha zijn om aan de behoefte te voorzien in de toekomst. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de Ondernemersvereniging Achterberg: Het college kiest er niet voor om een industriegebied te realiseren langs de Cuneraweg. De voorkeur blijft uitgaan naar concentratie in de randzonde Binnenveld (D12).
22
19. Cuneraweg 125-129
23
24
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de bewoners van Cuneraweg 125-129 Het college heeft er bewust voor gekozen om de door u aangegeven locatie bij de Groene Corridor (D15) te betrekken. Op die manier is er een goede verbinding mogelijk tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Laarsenberg. De Visie op Rhenen voorziet niet in het vertrek van bestaande bedrijven. 20. Vitens Aandacht voor bodem- en grondwaterkwaliteit In de Omgevingsvisie is veel aandacht voor recreatie, samenleven, woningbouw, energietransitie en economische groei. Wij missen de aandacht voor waterkwantiteit, waterkwaliteit en bodemkwaliteit, terwijl juist deze aspecten voor een duurzame drinkwatervoorziening van belang zijn en aansluiten op de brief Water en Bodem sturend. Wij verzoeken u om in paragraaf 3.2 ook aandacht te besteden aan het verbeteren en beschermen van bodem-, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit (1). 25
-
Wij zijn benieuwd naar de concrete uitwerking van de gemeente op het vlak van bodem- en waterkwaliteit, mede als onderdeel van de uitwerking van de milieuaspecten. We denken graag met u mee wanneer u aan de slag gaat met de concretisering hiervan. Vitens heeft bijvoorbeeld staalkaarten over de bruidschat ontwikkeld als hulpmiddel voor gemeenten.
Opgaven in deelgebied 20. Utrechtse Heuvelrug De omgevingsvisie beschrijft bij deelgebied 20 de opgave om het landschap en de natuur te versterken. Hierin wordt ook het waterwingebied Rhenen genoemd. Wij constateren dat de opgave nog weinig concreet is gemaakt. Wij missen de aandacht voor een gezonde bodem en goede grond-, en oppervlaktewaterkwaliteit grondwaterkwaliteit (2) en verzoeken de gemeente om hier een concretere invulling aan te geven. Een deel van het waterwingebied Rhenen wordt heringericht. Wij zijn hierover al met de gemeente in gesprek zodat we gezamenlijk kunnen kijken hoe dit aansluit op de groenvisie van de gemeente. Stijgende drinkwatervraag en waterbewustzijn Door de bevolkingsgroei en woningbouwopgave in Nederland is het niet meer vanzelfsprekend dat wij overal per direct drinkwater kunnen leveren. Deze Omgevingsvisie specifiek, beschrijft een groei van 20.220 inwoners in 2021 naar 25.000 – 27.000 inwoners in 2040. In kern D12 worden bijvoorbeeld 2500 woningen gebouwd. Om die reden: Worden wij graag tijdig betrokken wanneer de gemeente van plan is veel woningen te bouwen in verband met de levering van drinkwater. Onderschrijven wij het belang van watervriendelijk bouwen bij nieuwbouw door bijvoorbeeld een toilet door te spoelen en een tuin te besproeien met regenwater, kan al 30% water bespaard worden.
Vitens gaat op dit thema graag de samenwerking aan met de gemeente Rhenen. Werken wij graag samen met gemeenten aan bewustwording voor drinkwaterbesparing door bijvoorbeeld een bewustwordingscampagne bij het waterwingebied Rhenen. Energietransitie Vitens is nauw verbonden met de energietransitie en onderschrijft het belang hiervan. Tegelijkertijd zijn er wel veiligheidsrisico’s aan de energietransitie verbonden, vooral als deze plaatsvindt in grondwaterbeschermingsgebieden of boringsvrije zones (zie kaart in bijlage) (3). Hierbij kan gedacht worden aan risico’s bij het doorboren van kleilagen bij de aanleg van bodemenergiesystemen of windmolens. Handhaving bij zowel particulieren als bedrijven is hierbij een aandachtspunt. De Provincie Utrecht voert het beleid op aard- en bodemwarmte. Dit beleid landt in de Provinciale Omgevingsverordening. Een groot deel van de gemeente Rhenen wordt beschermd door een grondwaterbeschermingsgebied en/of een boringsvrije zone. Wij verzoeken de gemeente Rhenen aandacht te besteden aan de regels van deze gebieden in de omgevingsvisie en dit mee te nemen naar de uitwerking van het omgevingsplan. Wij werken graag met de gemeente samen voor een zo optimaal mogelijke invulling van beide maatschappelijke functies en zijn graag betrokken bij de concretisering hiervan in de omgevingsplannen.
Gebiedsontwikkelingen in grondwaterbeschermingsgebied en boringsvrije zone Bij gebiedsontwikkelingen in het grondwaterbeschermingsgebied en de boringsvrije zone, wordt Vitens graag vroegtijdig betrokken (3). Niet alleen vanwege potentiële bedreigingen voor de kwaliteit van ons drinkwater zoals eerdergenoemde energietransitie maar ook vanwege thema’s als biodiversiteit, natuurinclusief bouwen, waterbewustzijn en watervriendelijk bouwen waar wij kansen zien om samen te werken. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - -
26
Reactie aan Vitens: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten: 1. In de tekst bij het kopje Relatie met milieuaspecten in hoofdstuk 4 (p.14) worden ook bodem en water toegevoegd. 2. Aan de opgave bij de Utrechtse Heuvelrug (D20) wordt toegevoegd: Het landschap en de natuur versterken inclusief de kwaliteit van bodem- en grondwater 3. Een groot deel van de gemeente Rhenen wordt beschermd door een grondwaterbeschermingsgebied en/of een boringsvrije zone. Bij de uitwerking van de Visie op Rhenen in omgevingsplannen wordt hier rekening mee gehouden. Uiteraard wordt Vitens hier bij betrokken.
21. TenneT De aanwezigheid van deze infrastructuur kan beperkingen opleveren voor het gebruik van de gronden. Hierbij zijn onder meer aspecten aan de orde waaronder de veiligheid van personen en goederen, de aan te houden veiligheidsafstanden, de bereikbaarheid van de hoogspanningsverbindingen, de leveringszekerheid en de benodigde ruimte voor het uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden. Het bovenstaande brengt met zich mee dat TenneT u verzoekt om op een passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van deze bestaande vitale infrastructuur in uw Gemeente en eventuele doorwerking naar een Omgevingsplan. Door de aanwezigheid van de verschillende hoogspanningsverbindingen en/of hoogspanningsstations vormt TenneT namelijk één van de ruimtevragers en belanghebbenden binnen uw Gemeente. Deze bestaande assets wensen wij op een juiste manier planologisch te borgen en te behouden ten behoeve van de leveringszekerheid. Na het doornemen van uw visie, willen we graag aanvullende aandacht vragen voor de ontwikkelingen die plaatsvinden ter plaatse of in de nabijheid van bestaande verbindingen of in de nabijheid van hoogspanningsstations. Bij de vormgeving van deze ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de bestaande hoogspanningsinfrastructuur met betrekking tot bijvoorbeeld aan te houden afstanden of andere beperkingen.
Zie hiervoor de toegevoegde bijlage. Energie en de relatie tot hoogspanningsverbindingen In uw visie wordt meermaals gesproken over de opwek van duurzame energie. Daarnaast is ook de verwachting dat er de komende jaren een zwaardere belasting op het hoogspanningsnet gaat komen. Echter zijn deze beide punten niet opgenomen in de omgevingsvisie. Wij verzoeken u om in uw Omgevingsvisie rekening te houden met mogelijke, ver in de toekomst gelegen, ontwikkelingen of uitbreidingen van het elektriciteitsnet (1). Het is hiermee niet gezegd dat deze gaan plaatsvinden maar door er vooraf rekening mee te houden zijn zowel de belangen van TenneT als van de gemeente geborgd. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan Tennet: We zijn op de hoogte van de vraagstukken die spelen. Binnen die vraagstukken wordt ook gekeken naar de belasting van het hoogspanningsnet. Hiervan zijn we ons bewust en we houden hierover contact in de verdere de uitwerking van de Visie op Rhenen. Naar aanleiding van uw zienswijze wordt op blz. 15 bij de tweede bullit aan de deelgebiedoverstijgende opgaven toereikende elektrische infrastructuur toegevoegd.
22. Reclamant 7 Bedankt voor deze kans een reactie in te schrijven. Ik wil een punt brengen naar uw aandacht: Graag wil ik meer aandacht gegeven in de Visie naar de plekken van archeologisch vondsten en erfgoed uit de oudheid rond Rhenen, Elst, Achterberg en de landschappen daar tussen. Kunnen
27
jullie deze beter registeren, en zeggen meer over hoe deze te waarderen in de plannen voor ontwikkeling? Of wat gebeurt als iets nieuwe is ontdekt bij toekomstige ontwikkelingen? Ik denk de cultuurhistorie van de stad Rhenen zelf wordt goed genoemd in de rapport, evenals die van de tabaksproductie in Elst, het agrarische en landschap geschiedenis rond Achterberg, en ook kasteel Ter Horst. Ik zie geen specifiek aandacht voor de oudere archeologische vondsten en plekken uit de oudheid, die rond en buiten de stadsgrenzen te vinden zijn -zoals de grafheuvels bij Elst en Remmerden, de ringwalberg (Heimenberg) op de Grebbeberg, de Frankische grafveld (Donderberg), stukjes keltische raatakkers (Celtic Fields), de plek van de wagon graf bij de Koerheuvel en zo. Er zijn enkele plekken van belang in en rond het Lijster Eng, Remmerdense Bos en Utrechtse Heuvelrug, en de rand van de stad en dorpen, wie vallen over verschillende secties van de rapport. Er zijn in het Rhenen museum verschillende waardevol exposities, waarvan de plaats van ontdekking nog geen markering hebben in de landschappen rond Rhenen, Remmerden en Elst. Sommige plekken zijn al of bijna overgebouwd, maar wij kunnen ze nog steeds herkennen, en ook denken aan de behoud van andere sites.
Ook aandacht geven voor informatie, parkeren en access te wandelen bij deze plekken? Dus weten we dat de Gemeente waarde hecht aan erfgoed uit alle tijdperioden van onze geschiedenis. Ik denk dit is een punt voor de volgende secties: Zone 2. Kern Rhenen; Zone 9 Randzone Elst; Zone 10. Randzone Rhenen; Zone 15 Groene corridor Rhenen; Zone 19 Oostflank; Zone 20 Utrecht Heuvelrug In deze secties, is het mogelijk iets te schrijven als: -
Onder Kenmerken, …’Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorische belang’… te schrijven? En onder Opgaven, iets als…’Informatie over erfgoed, geschiedenis en mogelijkheden wandelingen verbeteren’?
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan Reclamant 7: Naar aanleiding van uw zienswijze worden uw suggestie overgenomen.
28
23. Gemeente Veenendaal
29
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de gemeente Veenendaal Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u hierbij de reactie. In een aantal zaken loopt de gemeente Rhenen vooruit op de regio, zoals bij de Nieuwe Meent en Mobiliteit (Rijnbrug). Op andere punten is de Visie op Rhenen het uitgangspunt in overleggen met de regio. Ook de gemeente Rhenen ziet een goede samenwerking met Veenendaal als essentieel als het gaat over de ontwikkelingen in de Randzone Binnenveld (D12). De Nieuwe Meent zien we als nieuwe woonkern passend bij het karakter en schaal van de gemeente Rhenen. Naar aanleiding van uw zienswijze is in Bijlage 1 van de Visie op Rhenen, bij de beschrijving van opgaven voor Randzone Binnenveld (D12) de tekst veranderd van ‘Onderzoek doen naar de mogelijkheid van een station Rhenen Noord’ in ‘Onderzoek doen naar de mogelijkheid van een OVknooppunt’.
30
24. Stichting Werkgroep Milieubeheer Rhenen “De tijd van dromen is voorbij” De toekomstvisie van Rhenen is een onsamenhangend wensenlijstje geworden. De Stichting Werkgroep Milieubeheer Rhenen (WMR) is zeer bezorgd over deze invalshoek van de Visie 2035. Het gaat hier wel om een ruimtelijke en wettelijke Omgevingsvisie tot 2035 die kader stellend wordt voor de hieruit voorkomende 21 omgevingsplannen met regels voor fysieke leefomgeving. NATUUR, LANDSCHAP EN BIODIVERSITEIT. 1. Algemeen: deze Visie is op het gebied van natuur, landschap, biodiversiteit en duurzaamheid erg onvolledig. De natuur, biodiversiteit en Natura 2000 gebieden, en het duurzaam handelen in het belang hiervan worden onvoldoende benadrukt, gewaardeerd en beschermd in deze Visie. Er ligt een opdracht vanuit de EU en het Rijk en Provincie om het milieu en de natuur(inclusief de bodem en grondwater) binnen de gemeente grenzen te behouden en te beschermen. Beleid en plannen worden hieraan getoetst. Bestaande kaders voor de toekomstige ontwikkelingen van Rhenen als de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water, en de aankomende plannen van de Europese Commissie op het gebied van bebossing en verduurzaming worden nergens genoemd We missen ook een visie op de waarden van het Nationaal Natuurnetwerk Nederland.
Het NNN herbergt belangrijke waarden waarvoor al vele jaren grote inspanningen geleverd worden. en waarvoor de samenleving grote moeite getroost heeft en grote kosten gemaakt heeft. NNN gebieden mogen geen eilandjes worden, maar moeten onderling verbonden worden door Ecologische Verbindingszones (zie ons punt 7). De bestaande problemen op het gebied van stikstof voor de landbouw, voor de woningbouw, voor de bouw van bijvoorbeeld de Rijnbrug en voor de duurzame instandhouding van natuur en landschap worden niet genoemd, toch zullen deze kader stellend zijn voor de toekomst van het buitengebied van Rhenen. Daarmee zijn deze gegevens evenzeer van belang voor de Visie Rhenen 2025. De betekenis van Natuur en landschap, en de biodiversiteit die de natuur in zich draagt, en de vele functies die de natuur voor de mens heeft zouden veel meer dan thans uitgangspunten moeten vormen voor de Visie Rhenen 2035. In het huidige concept wordt natuur niet als eigenstandige waarde gezien, maar slechts als object van toerisme of als object voor recreatie en toerisme. Dat is onvoldoende. Voor het aanpakken van klimaatverandering en voor het behoud van onze bestaansgronden is behoud en versterking van natuur en landschap heel hard nodig. Over de natuur spreken als een vrijblijvende recreatieve aangelegenheid kan niet meer.
Niet ieder bos is vanzelf een kwalitatief waardevol bos met mooie of goede of gezonde natuur, maar kan en moet dat wel zijn. Dat vraagt om goed beheerde en beschermde bossen en landgoederen, uitbreiding en versterking van biodiversiteit en hier en daar inperken van de aantasting van natuur door recreatie: natuurbehoudsbelang gaat op sommige plekken vóór het recreatiebelang. 2. In de voorbereidingen van deze Omgevingsvisie 2035 zijn drie benaderingswijzen naar voren gekomen. Een daarvan was: “Natuur en Water”. Tijdens het proces is gezegd dat deze drie benaderingswijzen in elkaar geschoven zouden worden en dat de sterkste punten van deze drie visies in de uiteindelijke Visie 2035 opgenomen zouden worden. Welnu, deze Visie is zeker niet de “verrijkte versie Rhenen 2035, die tijdens het participatieproces beoogd werd. Maatregelen voor bescherming Natuur en Duurzaamheid worden onvoldoende omgezet in beleidsinstrumenten. 3. We missen in de Visie de mogelijkheid van Voedselbossen. Dat is geen droom. Op blz 10 kan het voedselbos toegevoegd worden bij een meer duurzame agrarische sector. Voedselbossen
31
zijn inmiddels een groeiend alternatief voor de gangbare intensieve en milieuvervuilende landbouw, voedselbossen realiseren natuur inclusieve landbouw. Op dit moment realiseert de WMR samen met andere inwoners een voedselbos op een akker van Prattenburg in Elst. Met een voedselbos wordt landbouw duurzaam, wordt het bodemleven aanzienlijk verbeterd, wordt de biodiversiteit verrijkt, wordt voedsel lokaal bestemd en komen kinderen en volwassenen dichter bij de natuur. Bovendien draagt het bij aan klimaatadaptatie en draagt het bij aan de opgave van toename van bos. Het doet mensen bewuster omgaan met hun omgeving en biedt zinvolle recreatie. In de visie zou de mogelijkheid moeten worden opgenomen, naast particuliere voedselbossen, ook grond van de gemeente te bestemmen voor voedselbossen. En dat kan op alle verschillende grondsoorten en in verschillende gebieden binnen de Gemeente. 4. “De gemeente is in 2035 groener”? Bij praktisch alle opgaven over deelgebieden wordt een opmerking gemaakt over groen of begroeiing, o.a. dat die verdwijnt door nieuwe woningen en dat dit groen op andere manieren terug zal komen. “Groen toevoegen” heet het o.a. op blz 22 en 23. De ervaring van de WMR is dat de laatste jaren juist vele grote bomen zijn gekapt en ten dele vervangen door kleine boompjes, terwijl er zeer veel jaren nodig zijn om de bomenkap werkelijk te compenseren.
Groen is overigens meer dan iets wat goed is voor klimaat en schaduw, want groene bomen zijn van levensbelang voor zuivering van de lucht en voor de biodiversiteit, Biodiversiteit bepaalt de kwaliteit van het natuurlijke leven waar we afhankelijk van zijn. 5. Van belang is ook de keuze voor: Welk groen? Welke soorten? Er is vooral meer inheems en divers groen nodig, en robuuster. Wijs niet alleen op meer groen in tuinen van particulieren, maar ook in de openbare ruimte. Minder auto’s in de straat, en (inderdaad, bijlage 1) meer plantsoen of perk, en inheems, en ook ruimere boomspiegels, meer bomen terug in het straatbeeld (blz.17). En realiseer heuvelrugtuinen (o.a. in Elst blz 24). 6. Bij pag. 10. In de landbouw kunnen agrariërs bijdragen aan de natuur door natuurbeheer van kleine landschapselementen zoals hagen en houtwallen langs akkers of weideland, slootranden, en groenere erven, die de biodiversiteit versterken en bijdragen aan natuur inclusieve landbouw. 7. Ecologische Verbindingszones zijn van levensbelang. Zonder EVZ’s zijn natuurgebieden eilanden, zonder uitwisseling met andere gebieden en andere populaties en veroorzaken we onbewust grote problemen voor de biodiversiteit, het voortbestaan van soorten door obstakels als hekken en dodelijke wegen, terwijl soorten als bijv. de das bij wet om bescherming vragen.
In deze Visie lezen we over een groene corridor tussen Laarsenberg en Heuvelrug, tussen Rhenen en Achterberg in gelegen, die de brede strook met onderbrekingen blijft die het nu is en geen veilige doorgang. Robuuste, ruime en doorlopende stroken met wilde en inheemse bosschages zijn nodig. Akkers en weideland gekruist door wegen zijn onvoldoende om te dienen als EVZ. Er zijn in Rhenen minstens drie EVZ’s nodig die een officiële ruimtelijke status verdienen en waarvoor nog inrichting moet plaatsvinden en waarvan niet alleen de natuur kan profiteren maar ook de recreant, zoals bij de Rijn en de Plantage WIII: • Langs de Rijnoever van Palmerswaard naar Blauwe Kamer • Vanaf Binnenveld via Nude naar de Rijnoever, en verder via Grebbeberg/Laarsenberg naar de Heuvelrug, (met gebruik van de dassentunnel die er al ligt onder het spoor) • In Binnenveld van Grift/Hooilanden via Kampenlandschap naar de Heuvelrug. MILIEUBELEID EN ENERGIE 8. Op blz 14 wordt opgemerkt dat op dit moment nog een Gebiedsgericht milieubeleid ontbreekt. Een Gebiedsgericht milieubeleid moet er snel komen. Want door het ontbreken hiervan wordt nu het gebied in deelgebied 13. Randzone Remmerden beschreven als akker en louter beoordeeld op vruchtbaarheid van de bodem bij agrarisch gebruik. Terwijl het hier gaat om een erkend archeologisch waardevol landschap met een smeltwater dal. Solarfield deed voor dit
32
gebied een aanvraag voor 26 ha zonnepark ingediend. Tijdens de participatieronde heeft de WMR aangegeven geen bezwaar te hebben tegen zonneparken maar dat 26 ha véél te grootschalig is. Andere participanten als Utrechts Landschap en omwonenden waren ook niet akkoord. Het participatietraject heeft geen compromis opgeleverd. Dus wat is de afloop van een participatietraject als er geen overeenstemming wordt bereikt? Het zwaartepunt bij de nieuwe Omgevingswet ligt op de bottom up benadering door vooraf de aanwonenden te informeren en te raadplegen via zogeheten participatietrajecten. We maken ons grote zorgen dat het college de negatieve uitslag van een participatietraject negeert en toch voortgaat met haar plannen voor een grootschalige zonnepark op Remmerden. Een dergelijke houding past nog bij de ouderwetse Top Down aanpak. 9. Bij praktisch alle deelgebieden lezen we onder opgaven: zonnepanelen op daken. Zonnepanelen op daken van particulieren lijken niet meegeteld te worden bij de RES verplichting voor Rhenen. In die zin is de zonneladder in het Beleidskader zonnepanelen op land, okt 2020, misleidend, nl. trede 1. Eerst daken vol leggen en als laatste trede nr. 5. de aanleg van zonneparken. Als de daken inderdaad niet meetellen, komt dat in principe neer op privatisering van schone energie door bedrijven als Solarfield.
Grootschalig aanlevering van zonne-energie door bedrijven zullen altijd voorrang krijgen bij Elektriciteitscentrales ten koste van de daken van particulieren. Ander nadeel is dat straks commerciële bedrijven de prijs van energie zullen bepalen. Deze ontwikkeling naar grootschaligheid en privatisering staat in schril contrast met het streven naar zelfredzaamheid en energiebesparing. In een Omgevingsvisie zou principiële standpunten en instrumenten moeten komen: keuze voor kleinschalige zonneparken en voor lokaal gebruik. 10. Het zelfde principe van kleinschaligheid en zelfredzaamheid geldt voor Windenergie. Kleine windturbines voor lokaal gebruik. Deze optiestaat gelukkig wel in deze Visie en dat ondersteunt de WMR. PROCEDURELE OPMERKINGEN 11. We constateren dat het bestemmingsplan Buitengebied is vervallen en vervangen/verdeeld over meerdere Deelgebieden en Randzones. Waarom is hiervoor gekozen? 12. Hoe zit het met Rode en Groene contour als begrenzing voor bouwen en de Kernrandzones? Komen die straks terug in de omgevingsplannen? 13. Onduidelijk is de geldigheidsduur van Omgevingsvisie en Omgevingsplannen?. Bij bestemmingsplan was de duur 10 jaar. Gedurende die tijd gaf het inwoners bescherming tegen te grote veranderingen in hun woonomgeving.
Deze beschermde status is des te meer van belang omdat onder de nieuwe Omgevingswet alleen direct omwonenden en organisaties met een algemeen dienend belang, zoals de WMR, kunnen participeren bij het verlenen van een Omgevingsvergunning. Hiermee is de afgelopen jaren geëxperimenteerd. De ervaring leert dat met name het feit dat de aanvrager van de vergunning zelf de inspraak/participatie met zijn/haar buren moet regelen niet altijd objectief of eerlijk verloopt. De WMR heeft zich hierover meerdere keren beklaagd in commissievergaderingen en raad. Een onafhankelijke en objectie controle hierop is nodig. 14. Wel duidelijk wordt uitgesproken dat de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen flexibel zullen zijn (zie blz. 13 Gemeente ziet de Visie op Rhenen als een levend document). Flexibiliteit is onwenselijk als deze visie de wettelijke status krijgt van Omgevingsvisie. Zie ons bovenstaand punt 14 over rechtsbescherming van inwoners. Samen met de grondhouding van de Omgevingswet: “Ja, mits (i.p.v. van Nee, tenzij”) bestaat het risico van eenzijdige belangenbehartiging en zoeken naar geitenpaadjes of sluipwegen in plaats van toetsing van planvorming aan het algemeen belang.
33
TECHNISCHE OPMERKINGEN EN OPMERKINGEN PER DEELGEBIED 15. Op blz 11 is de kop voor Toerisme: Natuur en cultuur zijn goed voor inwoners van de gemeente en uit de regio. In de onderliggende tekst wordt hier de toeristische attractie van “water” aan toegevoegd. Het enige contact met het water, de Rijn, is op dit moment het terreintje van de passantenhaven. Een postzegelgebiedje van 25 bij 100 m, een enclave, omringd door beschermd Natura 2000 gebied. Bovendien moet op deze kleine oppervlakte een groene Ecologische Verbindingszone aangelegd worden. Te weinig is bekend gemaakt dat in 2017 provincie en Rijk ook de, door het College aangevochten, Veerweide heeft aangewezen als Natura 2000 gebied. Deze besluiten maakten definitief een einde aan de grootse dromen over een stadshaven, want de aangrenzende gebieden zullen nooit als overloopgebied voor een haven gebruikt worden. 16. Schaduwrijke strandjes langs de Rijn? Kenmerken van de uiterwaarden en de Rijn zijn: de Rijn is een transportrivier en de uiterwaarden zijn overstroomgebied bij hoogwater. Hier geldt het rijksbeleid Ruimte voor de Rivier. In 2014 zijn de Rijntakken aangewezen als Natura 2000 en Vogelrichtlijn gebied. Rhenen is van oudsher een historische vestingstad aan de Rijn, waar via het water handelswaren werden vervoerd. Rhenen is nooit een waterrecreatie stad geweest.
Aanleg en openstellen van kunstmatige strandjes, nodigt uit tot zwemmen en waterrecreatie. Dat is levensgevaarlijk met voorbij varende Rijnaken. Bovendien zullen strandjes leiden tot toename van zwerfvuil en extra kosten om de achtergelaten rotzooi in Natura 2000 gebied op te ruimen. 5 17. Op blz 18 kenmerken kern Elst lezen we: Karakteristieke doorkijkjes richting uiterwaarden. Ook op blz. 25 over Randzone Rhenen lezen we over afwisseling tussen vrije zicht en doorkijkjes tussen woningen en bosschages over de uiterwaarden. Dat komt niet terug in de opgaven. Behoud van doorkijkjes graag omzetten naar algemene regel: geen lintbebouwing langs de N225 en Rijkstraatweg met behoud van panoramadoorzichten op de Rijn. 18. Op blz 19 over Kern Achterberg: graag toevoegen aan opgaven: kleine landschapselementen op open agrarische percelen. Goed voor schaduw voor vee en schuilplaats voor kleine dieren 19. Voor deelgebied 18 Binnenveld wijzen we op de nu lopende procedure voor het gebiedsproces Binnenveld, dat gevoerd wordt door 4 gemeenten, waterschappen en belangenorganisaties. https://gebiedsaanpakhetbinnenveld.nl/. Onderlinge afstemming is nodig voor Omgevingsvisie en Omgevingsplan voor deelgebied Binnenveld. Hoe wordt de uitkomst verwerkt in de Omgevingsvisie van Rhenen? 20.
Op blz 22 over Bedrijventerrein Remmerden: bij opgaven staat een merkwaardige zin: Grootschalige opwekking van energie op o.a. daken. De praktijk is dat de platte daken van bedrijven qua constructie ongeschikt zijn voor het leggen van zonnepanelen. Dat vergt extra investering van de ondernemers. Zoeken naar oplossing financiering en aanpassen van het Bouwbesluit voor nieuwbouw is nodig en het begrip “grootschalige opwekking van energie” moet geschrapt worden (zie ook ons punt 10). 21. Op blz 28 met Opgave over Randzone Remmerden lezen we: Mogelijkheden onderzoeken voor energieopwekking waarbij zo min mogelijk het open karakter wordt aangetast. Zie ook ons punt 9 over het ontbreken van een Gebiedsgericht milieubeleid. De aangevraagde vergunning door Solarfield gaat om 26 ha. Hiermee wordt het open karakter van het landschap absoluut en totaal aangetast. Een kleinschaliger zonnepark zou dus veel beter en haalbaar zijn, waarbij nog enigszins het openkarakter van deze randzone behouden kan blijven. Tijdens het participatietraject van Solarfield is gebleken dat aanwonenden en belangenorganisaties kiezen voor een kleinschaliger zonnepark met behoud van open karakter van het landschap.
34
22. Op blz. 33 voor deelgebied Binnenveld onder kenmerken tekst toevoegen over de nabijheid van de Nude en natuurgebied De Blauwe Kamer, waar veel (trek)vogels zijn. De aanwezigheid en vliegbewegingen van vogels leggen beperkingen op voor hoge windmolens. 23. Op blz. 36 over deelgebied Uiterwaarden worden onder kenmerken de steilranden genoemd. Bij de opgaven ontbreekt een oplossing voor behoud en bescherming van de steilranden. Aantasting en kaalslag van deze steilranden wordt al jarenlang door de WMR aanhangig gemaakt. Probleem is dat woningeigenaren langs Utrechtsestraatweg en Rijksstraatweg eigenaar zijn de steilranden en deze als hun eigen tuin beschouwen. De natuurlijke beplanting van de steilrand verknoeit hun uitzicht op de uiterwaarden, dus wordt er lukraak gekapt, vaak totale kaalslag. En de gemeente gedoogt dit gedrag. Nodig is: voorlichting aan woningeigenaren en makelaars over de beschermde Natuurwaarde van de steilrand en handhaving en boetes bij overtredingen. Tenslotte 24. Doel van de nieuwe Omgevingswet, is minder procedures en sneller kunnen handelen door participatietrajecten. De Bottom Up benadering tegenover de oude Top down benadering. Op dit moment zit de zwakste schakel voor de burger en voor de rechtszekerheid bij de participatietrajecten, door de aanvrager te organiseren.
Dit is vanwege de beperking tot participeren tot slechts direct aanwonenden en tot algemeen belanghebbenden. De praktijk tot 6 nu toe leert dat deze ondoorzichtige en subjectieve trajecten, inclusief verslaglegging door de aanvrager, niet tot de beoogde kwaliteitsbewaking leiden, en evenmin tot een kwalitatief goed en democratisch publiek proces. Daarom verdienen de participatietrajecten veel meer en expliciete aandacht door de gemeente. Er moeten regels voor het participatietraject komen die toezien op deze aandachtspunten bijv. door de participatie plaats te doen vinden onder begeleiding van de gemeente met daadwerkelijke controle door de gemeente (en geen oppervlakkige toetsing achteraf dmv toetsing door de gemeente van de rapportage door de initiatiefnemer opgesteld). Alleen op deze manier kan gewaarborgd worden dat bij participatie onder de Omgevingswet, de focus niet gericht is op het particuliere belang, maar op het algemene belang. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan Werkgroep Milieubeheer Rhenen Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten. Naar aanleiding van de door u genoemde punten 1, 4, 5 en 6 maken we op p.10 van de tweede alinea van paragraaf g een nieuwe paragraaf (h) waar we de waarden van natuur benoemen.
De reactie op de overige punten vindt u hieronder. 2. Samen houden we de vinger aan de pols dat er voldoende maatregelen worden genomen voor de bescherming van de natuur en duurzaamheid. 3. De visie staat de mogelijkheid voor voedselbossen niet in de weg. 7. Ecologische verbindingszones hebben op dit moment geen formele status in ruimtelijke plannen. De visie staat evz niet in de weg én waar mogelijk wordt het benoemd. Denk aan deelgebied 15 De groene corridor waar het expliciet benoemd wordt. Bij nieuwe ontwikkeling binnen die zones worden kansen op het versterken van evz meegenomen. 8. De bedoeling van een participatietraject is niet te komen tot een compromis, maar om de deelnemers, het liefst vanaf het begin, mee laten doen. Het gemeentebestuur neemt uiteindelijk een besluit. Dit kan een besluit zijn waar niet iedereen het mee eens is, maar wat wel op acceptatie mag rekenen omdat het proces democratisch is verlopen. 9. De RES gaat uit van het feit dat al het dakoppervlakte al benut is, vol ligt met panelen. In dat geval is er nog steeds een tekort. De oplossing kan dan niet meer gezocht worden in zon op dak. Die liggen immers al vol. De oplossing moet dan gezocht worden in alternatieven, bijvoorbeeld zon op land en windenergie. De visie geeft twee locaties weer waar deze alternatieve duurzame energie opwekking mogelijk zijn. Namelijk bij Nude (D18) en bij Remmerden (D13).
In de Visie op Rhenen wordt ook gesproken over het besparen van energie. 11. De gemeente heeft er voor gekozen om op basis van gemeenschappelijke kenmerken nieuwe deelgebieden aan te wijzen. Voor die deelgebieden gaan eigen doelstellingen en 35
regels gelden. Vanzelfsprekend wordt er wel integraal gekeken naar de samenhang tussen de gebieden. 12. Beleid van provincie voor groene contour en NNN blijft gelden en wordt overgenomen in het omgevingsplan. Er geldt een verplichting om rechtstreeks werkende regels uit de provinciale verordening over te nemen in het omgevingsplan. 13. De omgevingsvisie is opgesteld tot 2035 en wordt in ieder geval elke collegeperiode, herijkt (hoofdstuk 4). Er geldt geen herzieningsplicht meer voor omgevingsplannen. De gemeente is wel verplicht om deze up-to-date te houden. 14. De waarschuwing is gezien en genoteerd. Dank voor jullie alertheid. Samen houden we vinger aan de pols dat er wel toetsing van planvorming voor het algemeen belang plaatsvindt. 15. Bij het realiseren van de stadshaven zijn we in overleg met de provincie. De belangen van natura 2000 en NNN worden meegenomen bij de ontwikkeling. 16. Goede kwesties die jullie noemen om rekening mee te houden, in de verdere uitwerking moet blijken wat er mogelijk en onmogelijk is. 17. De doorkijk komt terug bij de opgave van de Randzonde Rhenen (D10), maar niet bij de kenmerken. Advies aan de stuurgroep om het toe te voegen aan de kenmerken bij de randzonde Rhenen en bij de opgave bij deelgebied Kern Elst (D3).
Uw opmerking over geen lintbebouwing langs de N225 en Rijkstraatweg kan worden meegenomen bij de uitwerking, maar niet in de Visie. 18. In de Visie staat dat de kernen groener worden en dus ook de kern Achterberg (D4). Het toevoegen van kleine landschapselementen kan onderdeel zijn van de duurzame ontwikkeling van de agrarische sector. 19. Er is sprake van een wisselwerking. De visie is inbreng voor het gebiedsproces. Wat er uit het gebiedsproces komt, kan ook weer invloed hebben op de Visie. 20. In de uitwerking wordt gekeken welke vorm energieopwekking mogelijk is. Zon op dak wordt in de Visie genoemd als één van de mogelijkheden. 21. Zie punt 20. 22. Er wordt gesproken over energieopwekking en niet specifiek over windmolens. De precieze uitwerking van de vorm en de hoeveelheden is onderdeel van de verdere uitwerking van de Visie (hoofdstuk 4). 23. Bij de opgaven van de uiterwaarden wordt toegevoegd: behouden en beschermen van de steilranden 24. Goed punt, bij de proceswijzer (hoofdstuk 4), die voor initiatiefnemers wordt gemaakt, gaan we dit verwerken.
25. Provincie Utrecht Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van de ontwerpvisie ‘Visie op Rhenen 2035’, gemeente Rhenen, die van 12 januari 2023 tot en met 22 februari 2023 ter inzage ligt. Ik wil mijn waardering uitspreken over de wijze waarop u plaatselijke opgaven van onderop samenbundelt en deze samenbrengt tot gebiedsopgaven. Uw omgevingsvisie is hiermee een beleidsvisie geworden waarop ‘hands on’ kan worden doorgepakt richting programma's, omgevingsplan en projecten. In de uitwerking in de deelgebieden toont u bovendien grote ambitie met een omvangrijk aantal deelopgaven. Ik constateer daarbij wel dat de opgenomen opgaven vooral lokaal gericht zijn en mis de doorwerking van de regionale opgaven (1). Ik wil u vragen om in uw visie ook aan de regionale opgaven passende aandacht te schenken. We staan gezamenlijk voor forse maatschappelijke opgaven, waarbij een regionaal perspectief noodzakelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de opgaven in het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de gebiedsgerichte aanpak stikstof, duurzame energieopwekking (RES), Kader Richtlijn Water (KRW) en de woningbouwopgave. In regionaal verband zie ik dat u hierin actief bent en betrokkenheid toont. In uw visie is dit helaas minder zichtbaar. Terwijl juist de relatie tussen de regionale processen en de geïntegreerde aanpak van de opgaven in een omgevingsvisie zo waardevol is.
In aanvulling hierop zie ik graag in uw visie terug hoe aan gemaakte regionale afspraken in die regionale processen wordt vormgegeven. Ik kijk met interesse uit naar uw aanpak in relatie tot de regionale opgaven, zowel op inhoud als proces.
36
De regionale processen waaraan ik hierboven refereer zijn bijvoorbeeld het samenwerkverband verstedelijkingsstrategie regio Food Valley (verstedelijkingsvisie Food Valley-Arnhem-Nijmegen), het Regionaal perspectief Landelijk Gebied en de Regionale Energie Strategie. Ik kan mij voorstellen dat u ervoor kiest om wat betreft visievorming hier volgordelijk op aan te sluiten, maar in uw omgevingsvisie zou aandacht voor- en verbinding met dergelijke regionale processen en de bijbehorende afspraken goed passen en van meerwaarde zijn. In dit kader vraag ik aanvullend nog uw aandacht voor het ‘water en bodem sturend principe (3)’, zoals volgt uit de recente Kamerbrief (25 november 2022). Er wordt door het Rijk verlangd dat dit ordeningsprincipe in omgevingsvisies een plek krijgt. Concretisering en samenhang U gaat in uw Visie op Rhenen van start met een stip op de horizon. Een impressie van hoe Rhenen er in 2035 uit zou kunnen zien. Een lonkend perspectief waar u naartoe wilt bewegen. Dit alles roept mooie beelden op. Wel blijft het toekomstperspectief dat wordt geschetst abstract, waardoor de verbinding tussen beleidsambities en perspectief enerzijds én de gebiedsopgaven anderzijds, niet helder wordt. Het is hierdoor lastig om de samenhang en uw integrale afwegingen te achterhalen.
Een concretiseringslag van het toekomstperspectief, waarmee inzicht wordt geboden in de samenhang en uw integrale afweging, zouden uw visie mooi versterken en ook helpen in de afstemming over beleidskeuzen, het waarmaken van gedeelde ambities en het acteren in de urgente maatschappelijke vraagstukken. Graag zou ik in dit kader ook meer aandacht willen vragen voor, gebiedsoverstijgende, provinciale beleidsonderwerpen, zoals Stiltegebieden, het NNN, de Blauwe Agenda, Bossenstrategie, Groen Groeit Mee, Sterke Grebbedijk, de doorfietsroute en de Historische Buitenplaatsenzone. In sommige van de in uw visie uitgewerkte deelgebieden worden deze onderwerpen zeker belicht. Meer aandacht voor uw ambities op deze beleidsdossiers op een deelgebied-overstijgend niveau is in mijn ogen echter een onmisbaar, doch onderbelicht element in uw visie. Duurzame Energie Uw ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn ondersteun ik van harte. Daarvoor is het nodig om, zoals u ook aangeeft, ruimte te bieden voor voorzieningen voor het opwekken van schone energie. Bij deze ambitie horen echter ook de RES-zoeklocaties voor zonne- en windparken thuis in uw visie. Overeenkomstig het Klimaatakkoord en de afspraken in de RES1.0 moeten zon- en windplannen in 2025 vergund zijn. Dat betekent dat er helderheid moet komen over geschikte locaties en de hiervoor te doorlopen planprocedures.
Het zou dan ook goed zijn om in ieder geval de in de RES1.0 opgenomen zoekgebieden en ambities over te nemen in deze omgevingsvisie (4). Wonen en Werken In uw omgevingsvisie benoemt u enkele ambities met betrekking tot woningbouw, zoals een algemene opgave om tot 2040 tot 1.000 woningen te bouwen in de randzones en het streven om daarnaast 2.500 woningen te bouwen in het deelgebied Binnenveld. Als u hierbij ook aangeeft hoe u tot deze locaties en aantallen bent gekomen (5) en hoe deze zich verhouden tot de verstedelijkingsstrategie op regionaal niveau, regionaal programmeren en de regionale woondeal, dan worden ook perspectief en haalbaarheid van uw ambities zichtbaar. Ook ben ik benieuwd naar de mogelijkheden die u ziet om binnenstedelijk woningbouw te realiseren. Het programma Versnelling Woningbouw zou u daar effectief in kunnen ondersteunen. Belangrijk om aan te stippen is dat de in uw visie opgenomen ‘nieuwe woonkern’ in Binnenveld in beginsel niet aansluit bij het provinciale beleid. Gelet op de recente ambtelijke gesprekken met betrekking tot het zoeken naar ruimte voor bedrijfslocaties, valt het op dat de visie hier alleen een algemeen verwoorde ambitie in toont. Graag lees ik meer over uw visie op werklocaties en de relatie met de regionale behoefte (6).
Vanuit de provincie nemen wij, ambtelijk, graag het initiatief om samen met de drie FoodValleygemeenten grens-overstijgend te kijken naar nieuwe mogelijkheden voor bedrijventerreinen in relatie tot de regionale behoefte.
37
Samenwerking in de uitwerking In de uitwerking van de omgevingsvisie zijn wij als provincie graag uw partner. In de gebiedsopgaven zien wij waar provinciale belangen spelen, veel kansen voor samenwerking en voor ondersteuning door provinciale programma’s en provinciale experts. Bij de start van de uitwerking in programma's én toekomstige gebiedsopgaven waarin provinciale belangen spelen, komen wij graag vroegtijdig met u in gesprek. Dat biedt ons beiden de ruimte om gezamenlijk te verkennen hoe wij in de gebiedsopgaven als één overheid kunnen acteren, passend bij de doelstellingen van de Omgevingswet. De visievorming op de ‘randzones’ zou om te beginnen een mooi onderwerp zijn om de behoefte en meerwaarde van samenwerking te verkennen. De werkwijze Omgevingsagenda Gemeenten ondersteunt deze manier van samenwerking in de gebiedsgerichte uitvoering. Het moment van totstandkoming van een gemeentelijke omgevingsvisie grijpt de provincie graag aan als start van deze samenwerkwijze. Ik merk op dat dit mooi aansluit op de uitvoeringsagenda in uw visie, waarin u ook nadrukkelijk de samenwerking met de medeoverheden beschrijft. Tot slot In uw visie geeft u een puntsgewijze, samengevoegde opsomming van de uitgangspunten van de overheden.
Omdat in de opsomming onduidelijk is van welke overheidspartij welke uitgangspunten zijn en op basis van welk beleid zij zijn opgenomen, roept dit vragen op (7). Een verduidelijking hiervan zou het risico op onjuiste interpretaties verkleinen. De conceptversie van de ‘Visie op Rhenen’ is in het najaar van 2022 ambtelijk voorgelegd aan de provincie. De ambtelijke organisatie heeft de conceptversie van een onderbouwde reactie voorzien. Deze inhoudelijke reactie heeft nauwelijks tot aanpassingen geleid. Ik wil u daarom vragen om de ambtelijke reactie van 16 november 2022 nogmaals te beschouwen en mee te nemen in de aanpassingsronde richting vaststelling van de omgevingsvisie. Ik nodig u uit om over deze reactie ambtelijk het gesprek te voeren en in de uitwerking vroegtijdig de verbinding te zoeken om gedeelde ambities te realiseren en de (regionale) maatschappelijke opgaven gezamenlijk op te pakken. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de provincie: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten. 1. In het kader in hoofdstuk 2 (Rhenen in de Regio) worden concrete regionale opgaven benoemd. 2. In hoofdstuk 4, tweede alinea, wordt de relatie met de regio toegevoegd. 3.
In de tekst bij het kopje Relatie met milieuaspecten in hoofdstuk 4 (p.14) worden ook bodem en water toegevoegd. 4. Dit is niet gedaan omdat de Visie anders MER-plichtig wordt. De invulling van de zoekgebieden is een apart proces. De processen lopen. 5. Het aantal woningen komt voort uit een vertaling van de regionale opgaven. 6. Regionaal moet de oplossing voor grootschalige bedrijvigheid gevonden worden. In Rhenen is plek voor kleinschalige bedrijvigheid. 7. Het is een visie geschreven voor inwoners. En in het kader van één overheid zien wij geen meerwaarde om elke overheidsinstantie apart te noemen.
26. Reclamant 7 Deze inspraakreactie heeft betrekking op een klein deel van de gehele visie, namelijk ons perceel, kadastraal bekend gemeente Rhenen, nummer …. Dit perceel ligt tussen de percelen …. En … te henen in. Wij tonen ons perceel hieronder:
38
Inleiding Wij hebben begrepen dat een visie een richtinggevend document is voor de ruimtelijke ontwikkeling. Deze visie bindt eigenlijk alleen bestuursorganen. Ons, burgers/inwoners, bindt het in beginsel niet. De binding voor ons vindt dan immers plaats door andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld een omgevingsvergunning of een bestemmingsplan. Toch betreft een dergelijke visie wel een toetsingskader voor het aanvragen van een nieuwe ontwikkelingen en nieuwe oplossingen. Zoals u weet, zijn wij met de ontwikkeling en een plan bezig met betrekking tot ons perceel, die past in de lijn van de bestaande bebouwing en in lijn is met het doel van deze visie, namelijk: behouden en versterken van de bestaande kwaliteiten. Een deel van ons perceel was oorspronkelijk onderdeel van de zogenaamde rode bebouwingscontour (uit het streekplan van de provincie) en behoort daarmee geografisch en historisch gezien gedeeltelijk tot de kern van Rhenen. Deze contour is er echter ineens afgehaald op verzoek van de gemeente, omdat de gemeente die vierkante meters bebouwingscontour wilde gebruiken voor de ontwikkeling van de percelen en woningen aan de Boslandweg in 2005. (Zie ook de toelichting bij het bestemmingsplan Bolslandweg Oost). Dit betreffen de percelen die direct ten noordwesten aan ons perceel grenzen.
Het verwijderen van de rode bebouwingscontour destijds heeft gezorgd voor een beperking van de toekomstmogelijkheden van ons perceel voor de gemeente Rhenen. Voorgesteld wordt om dit weer te herstellen, passend bij de sfeer en waarden van de gemeente Rhenen en het advies van de samenleving (bijlage 2 bij de ontwerpvisie). Temeer daar op pagina 2 van de ontwerpvisie het volgende staat geschreven: 'Bij ledere toekomstige oplossing kijken we hoe deze past binnen de sfeer en de waarden van de Visie op Rhenen 2035' Aangezien de ontwerpvisie straks als een toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen zal worden gebruikt, wordt voorgesteld ons perceel (1) correct, (2) conform de doelen van deze ontwerpvisie, (3) in lijn met het verleden, (4) het huidige bebouwingslint alsmede (5) met de ecologische hoofdstructuur in deze ontwerpvisie op te nemen. Voorgesteld wordt om ons perceel voor een deel in Deelgebied 2 op te nemen en voor eon deel in Deelgebied 15. Wij lichten dat hierna toe.
39
Voorstel tot wijziging van de ontwerpvisie Volgens de ontwerpvisie valt ons perceel nu volledig in deelgebied 15 — De Groene Corridor Rhenen - Achterberg. De groene corridor verbindt de Laarsenberg met de Utrechtse Heuvelrug. Hier zal het Natuur Netwerk doorheen gaan lopen, zo geeft de ontwerpvisie aan. Het Natuur Netwerk loopt echter niet door ons perceel en zal dat ook niet doen. Het is logischer, gelet op de ligging van ons perceel, om ons perceel gedeeltelijk uit de Groene Corridor te halen en bij het deelgebied 2 te voegen: Kern Rhenen. Daardoor behoud je als gemeente een natuurlijk verloop van de corridor en een verbinding van de Laarsenberg met de Utrechtse Heuvelrug en behoud je de historische kwaliteiten en belijningen van de Kern Rhenen zoals die in het verleden zijn ontstaan en thans verder zijn vormgegeven. Daarmee komt de ontwerpvisie tegemoet aan de historische kwaliteiten en begrenzingen en sluit deze aan op de andere bestaande bebouwing en bebouwingslijn. Op pagina 30 van de ontwerpvisie worden de volgende kwaliteiten van deelgebied 15 genoemd: 1. Oude bouwlanden op de flanken van de stuwwallen 2. Bolle ligging van het landschap 3. Openheid en zicht over het agrarische gebied (mede door hoogte) 4. Aanwezigheid van steltranden en graften bij de Laarsenberg 5. Ecologische verbindingszone 6. Recreatief aantrekkelijk gebied 7.
Relatie en zicht op oostelijk en westelijk deel Utrechtse Heuvelrug Op pagina 17 worden kwaliteiten van het deelgebied 2 genoemd: 1. Gevarieerd Woningaanbod 2. Woonwijken met eigen identiteit 3. Hoogteverschil zichtbaar in verschillende wijken 4. Groene ecologische verbindingen door de kern en speelvoorzieningen 5. Treinstation met goede verbindingen in de richting van Utrecht 6. Bij mogelijke inbreiding goedkope duurzame woningen bouwen in de stijl van de kern; hoogbouw van een aantal verdiepingen past hier. Gelet op de kwaliteiten van het gebied, zou het beter passen ons perceel te splitsen, waarbij het linker gedeelte van ons perceel in Deelgebied 2 wordt gevoegd en het rechtergedeelte bij deelgebied 15. Dit sluit dan precies aan op de huidige grens van de ecologische hoofdstructuur uit het Consolidatieplan Buitengebied Rhenen:
In bovenstaande afbeelding is de grens met de ecologische hoofdstructuur vormgegeven door middel van de rode lijn rechts in het midden van het perceel. De rode druppel ligt in het gebied dat als ecologische hoofdstructuur is bestemd. Voorgesteld wordt derhalve de linkerzijde van ons
40
perceel deel uit te laten maken van Deelgebied 2 en de rechterzijde van de rode lijn deel uit te laten maken van deelgebied 15. Wij zijn, zoals u weet, namelijk bezig met de planvorming voor een toekomstige oplossing wat betreft de inbreiding van Deelgebied 2. Door op deze wijze ons perceel voor een deel in Deelgebied 2 op te nemen, draagt dit bij aan een adequate afhandeling van de oplossing in de toekomst, dusdanig dat het bijdraagt aan het behoud en het versterken van de beide deelgebieden qua sfeer en waarden. Door de linkerzijde van ons perceel immers te voegen bij deelgebied 2 wordt er een logische bebouwingslijn gecreëerd en vormt er eon vloeiende lijn en verbinding met de bestaande bebouwing. Voorts blijft de groene corridor als verbinding van het gebied de Utrechtse Heuvelrug behouden, zoals die tot 2005 altijd heeft bestaan. Door deze splitsing aan te brengen worden de historische kwaliteiten en bedoelingen van de kern Rhenen, namelijk de rode bebouwingscontour zoals die tot de komst van de woningen aan de Boslandweg in 2005 bestond, weer enigszins in ere hersteld. Bovendien betreft ons perceel dan een logische inbreidingslocatie voor woningbouw conform de kwaliteiten van deelgebied 2. Met deze voorgestelde wijze behoudt en versterkt de visie ter hoogte van ons perceel de kwaliteiten van zowel Deelgebied 2 als Deelgebied 15.
Wij verzoeken u dan ook nog eens kritisch te kijken naar ons perceel en de ontwerpvisie aan te passen conform ons voorstel, mede gelet op de historie ten aanzien van de rode bebouwingscontour, de logische verbinding/lijn tussen de bestaande bebouwing in de kern en de grens met de bestaande ecologische hoofdstructuur. Daar de Visie op Rhenen een visie is voor en door de Rhenense samenleving en ons voorstel bijdraagt aan het behoud en de versterking van de beide deelgebieden, verzoeken wij u onze voorgestelde aanpassing in overweging te nemen, zodat wij gezamenlijk kunnen bijdragen aan een nog mooier Rhenen in de toekomst. Zo blijkt bijvoorbeeld uit bijlage 2, pagina 38, van de ontwerpvisie (advies van de samenleving) dat 40% van de respondenten vindt dat er aan de randen van de kernen wel iets mag worden bijgebouwd en dat inwoners van de gemeente bij die nieuwe woningen (met name de goedkopere) voorrang moeten krijgen. Ons wijzigingsvoorstel sluit daardoor naadloos aan op het advies van de samenleving alsmede het doel van de ontwerpvisie (behoud en versterken van de kernkwaliteiten). Maar deze sluit ook aan op het trendonderzoek, waaruit blijkt dat er een mismatch is tussen vraag en aanbod alsmede een tekort aan (betaalbare en duurzame) woningen (zie pagina 40 van de ontwerpvisie).
VERZOEK Wij verzoeken u onze wijzigingsvoorstel ten aanzien van het perceel, kadastraal bekend gemeente Rhenen, nummer E4430, in overweging te namen en de ontwerpvisie hierop aan te passen, zodanig dat het linker gedeelte van ons perceel bij Deelgebied 2 wordt gevoegd en het rechtergedeelte (de bestaande lijn van de ecologische hoofdstructuur) bij Deelgebied 15. Wij treden hierover overigens graag met u verder in overleg, om samen te bezien hoe we de kwaliteiten van Rhenen kunnen behouden en versterken met elkaar. Graag denken wij mee met een concrete oplossing (plan) voor een deel van ons perceel en zijn wij bereid hier op korte termijn ten aanzien van de betaalbare en duurzame woningen uitvoering aan te geven. Zo zien wij bijvoorbeeld ook kansen in de ontwikkeling van woningen met een zorgfunctie. Wij doen dit graag samen en in goed overleg met de gemeente. Wij waarderen dan ook dat u ons in de gelegenheid heeft gesteld een inspraakreactie te sturen en hopen op een mooi en constructief vervolg hieromtrent. Gelet op de leus bij deze ontwerpvisie ‘Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier’, willen wij hier benadrukken hier graag ons steentje aan bij te willen dragen. Wij danken u voor de tijd die u heeft genomen om onze inspraakreactie te lezen en we zijn graag in afwachting van uw reactie.
41
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan reclamant 7: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u de volgende reactie: De reden dat uw perceel in deelgebied 15, Groene Corridor Rhenen - Achterberg ligt, komt door de waarden die het perceel nu heeft. Uw perceel ligt in de provinciale cultuurhistorische hoofdstructuur en grenst direct aan het Natuur Netwerk Nederland. De visie beoogt dat de kwaliteiten en waarden van het gebied beschermd en versterkt worden. Plus het tot stand brengen van de groene corridor tussen de Laarsenberg en de Utrechtse Heuvelrug. Een deel van uw perceel toevoegen aan de kern Rhenen, waardoor ontwikkeling richting woningbouw meer voor de hand ligt, is om deze reden niet voor de hand liggend. We willen graag de bestaande openheid en andere waarden die het gebied in zich heeft juist behouden voor de toekomst.
27. Gebiedscoöperatie Binnenveld De Gebiedscoöperatie ‘Het Binnenveld’ heeft kennis genomen van het concept ‘Visie op Rhenen 2035 – Een toekomstvisie en een omgevingsvisie ineen’. Er zijn verschillende dimensies in deze visie waar wij als coöperatie positieve ondersteunende of vragende opmerkingen over zouden kunnen maken. Echter gezien ons wortels als coöperatie in het Binnenveld zullen we ons beperken tot observaties, duidelijke kanttekeningen en negatieve adviezen bij de visie betreffende de landbouw, energietransitie, natuur en verstedelijking in Het Binnenveld. Achtergrond Gebiedscoöperatie De Gebiedscoöperatie is in juni 2022 opgericht om daarbij in de volgende fase duidelijk namens en met de agrarische ondernemers sturing te geven aan het gebiedsproces. Het toekomstperspectief van het Binnenveld voor de landbouw is van cruciaal belang voor de huidige en toekomstige agrarische ondernemers. De agrarische partijen in Het Binnenveld zijn daarom een samenwerking aangegaan voor het gebiedsproces. De partijen van deze samenwerking zijn: De Gebiedscoöperatie ‘Het Binnenveld’, LTO, AJK, Agrarische Natuurvereniging Het Binnenveld, De Collectieven (Oost Utrecht en Veluwe) en de coöperatie Binnenveldse Hooilanden.
Het lopende gebiedsproces Het gebiedsproces Binnenveld is mede door de gemeente Rhenen geïnitieerd en daarbij heeft de gemeente Rhenen ook ingestemd met alle gebiedspartijen (de gemeenten Ede, Wageningen, Veenendaal, de provincie Utrecht, de provincie Gelderland, de landbouw en natuurpartijen) om een gezamenlijk toekomstvisie voor het Binnenveld te maken. Het kan dus niet zo zijn dat de Gemeente Rhenen met haar visie 2035 geen rekening houd met de gemaakte procedurele afspraak. Rhenen kan zich bestuurlijk niet onttrekken aan de gemaakte afspraken over de procedure in Het Binnenveld en wij verwachten dat de delen van de visie die over het Binnenveld gaan nu niet worden vastgesteld. Wat is het Binnenveld? Het Binnenveld in zijn totaliteit (Oost en West zijde van de Grift) is een uniek landbouwgebied van ca. 3000 ha met een grote diversiteit aan agrarische bedrijven (verschillende sectoren en van gangbaar tot verbreding en biologisch) en ca 500 ha natuur. Het gebied is kwetsbaar gezien de oprukkende verstedelijking van Ede, Rhenen, Veenendaal en Wageningen, met daarnaast de maatschappelijke druk op de landbouw. Door een geleidelijk, maar permanent proces van ‘afknabbelen’ en aanleg van natuur, is de landbouw in het totale Binnenveld (liggend tussen de gemeente Rhenen, Veenendaal, Wageningen en Ede)) gekrompen tot een kritische omvang van ca.
3000 ha waarvan minder dan de helft in de gemeente Rhenen. Ook het almaar toevoegen van
42
nieuwe functies in het gebied brengen de levensvatbaarheid van de agrarische ondernemers met een aantal daaraan gerelateerde vitale functies in het gedrang. Landbouw, voedsel, natuur, energie en recreatie De landbouw is enerzijds gericht op voedselproductie en anderzijds op het behoud van het vitaal platteland met haar natuur. Er zijn de duidelijk opgaven voor de landbouw op het terrein van stikstof, klimaat, biodiversiteit, water en energie. De agrarische ondernemers in het Binnenveld zijn zich hiervan bewust. Maar hierbij is wel duidelijkheid van de centrale overheid nodig betreffende de verschillende ondersteunende maatregelen en consistentie in beleid voor de komende 10-20 jaar gezien de substantiële investeringen. In de visie staat terecht dat als een agrariër besluit om te stoppen de betreffende grond gebruikt kan worden door andere boeren om hun bedrijf verder te verduurzamen. Dus niet gebruiken voor andere doeleinden. Helaas is de visie hierin niet expliciet. Het belang van de landbouw voor de natuur in het gebied moge blijken uit de bijzondere diersoorten in het gebied. Zowel de provincie Utrecht als Gelderland hebben een tien/elf diersoorten gekozen als ‘icoonsoort’.