Bijlage 2 Nota van beantwoording Visie op Rhenen v3
Tekst van het document
Bijlage 2: Nota van beantwoording zienswijzen Visie op Rhenen De terinzagelegging van de Visie op Rhenen startte op 12 januari en eindigde op 22 februari. Daarmee voldoen we aan de wettelijke vereiste om een omgevingsvisie zes weken terinzage te leggen. Er zijn in totaal vijf berichten met opmerkingen of vragen ontvangen. En 23 zienswijzen. Gemakshalve hebben we alle berichten als zienswijzen behandeld. De zienswijzen ontvingen wij van inwoners, maatschappelijke organisaties en andere overheden. Elke zienswijze is in dit document opgenomen. Daarna geven we in deze nota aan in hoeverre de betreffende zienswijze door het college is overgenomen in de voorliggende Visie op Rhenen. Sommige zienswijzen zijn niet overgenomen in de Visie op Rhenen, maar geeft het college wel een inhoudelijke reactie op deze Visie op Rhenen. Soms uitgebreid en soms minder uitgebreid.
Zienswijzen 1. Gemeente Wageningen Wat wordt er bedoeld met de tekst in het blokje op pagina 33, dat vrijkomend land van boeren die stoppen, gebruikt kan worden voor woningbouw of eventueel bedrijfslocaties. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de gemeente Wageningen: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op het door u ingebrachte punt. De tweede opgave bij het Binnenveld (D18) wordt aangepast in: ‘Wanneer een agrariër besluit te stoppen, kan het vrijkomende land worden gebruikt door andere boeren om duurzaam te boeren. De functie van het bestaande bouwperceel kan eventueel worden gewijzigd in woningbouw of bedrijfslocatie. Bedrijfslocaties moeten passen binnen het karakter van het buitengebied. Het uitgangspunt is: het Binnenveld is vooral voor agrarische doeleinden en natuur; de randen worden gebruikt voor woningbouw en energieopwekking (zie uitgangspunt op pagina 9).’
2. Vermeulen Grondverzet Vermeulen Grondverzet zou graag willen weten welke gronden bebouwd gaan en kunnen worden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - De reactie aan Vermeulen Grondverzet: De Visie op Rhenen is een vergezicht en geeft aan waar eventueel mag worden gebouwd en waar er waarschijnlijk gebouwd gaat worden. In beide gevallen is de plaatsbepaling ongeveer. Wanneer de Visie op Rhenen is vastgesteld door de gemeenteraad (verwachting: tweede kwartaal van 2023), wordt de Visie op Rhenen fasegewijs nader uitgewerkt. Dan wordt meer duidelijk over waar er precies gebouwd kan en/of gaat worden. Over de uitwerking en uitvoering van de Visie op Rhenen staat meer in hoofdstuk 4. Daar staat ook dat initiatiefnemers bij de gemeente een verzoek kunnen indienen om in een bepaald deelgebied op een bepaalde locatie te mogen bouwen. De beschrijving van de kenmerken en opgaven van een deelgebied werken hierbij als toetsingskader. Alles wat de gemeente zich voorneemt om te doen of toestemming voor te geven, wordt op tijd bekend gemaakt en staat in veel gevallen open voor het maken van bezwaar.
1
3. Reclamant 1 Reclamant 1 ontvangt graag een beeld van hoe het bedrijfsterrein noordelijk van Middelbuurtseweg wordt ingedeeld - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan reclamant 1: De gronden die liggen binnen de Randzone Binnenveld (12), zijn nog niet ingevuld. Wanneer de Visie op Rhenen is vastgesteld door de gemeenteraad (verwachting: tweede kwartaal van 2023), wordt de Visie op Rhenen fasegewijs nader uitgewerkt. Over de uitwerking en uitvoering van de Visie op Rhenen staat meer in hoofdstuk 4.
4. Reclamant 2 Reclamant is gevestigd aan de kampjesweg. In het nieuwe plan denken zij net in deelgebied 18, tegen deelgebied 12 aan te zitten. Op het erf is een bedrijf aanwezig. Kunnen zij met de nieuwe plannen blijven boeren/wonen? En welke consequenties heeft het als ze mogen blijven boeren/wonen in de nabije toekomst? Dit is ook een vraag namens hun buren die in deelgebied 12 zijn gevestigd. Dit betreft woningen en een boer - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan reclamant 2 Het uitgangspunt van de Visie op Rhenen is ontwikkeling naar duurzame agrarische bedrijvigheid in het Binnenveld (D18). Aan de randen van het Binnenveld (D18) is een functieverandering mogelijk in de Visie op Rhenen. In de randzone Binnenveld (D12) kan worden gewoond.
5. Reclamant 3 Natuur verwerken in de infografic - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan reclamant 3: Naar aanleiding van het ontvangen bericht krijgt natuur een plek in de infografic
6. VRU U heeft de Veiligheidsregio Utrecht in de gelegenheid gesteld om een advies uit te brengen over het conceptvisie ‘Visie op Rhenen 2035’. Graag maak ik van deze mogelijkheid gebruik. Deze adviesreactie is bedoeld om de gemeente Rhenen te ondersteunen en te adviseren in de omgevingsvisie. Het doel van de Veiligheidsregio Utrecht is om de fysieke veiligheid, evenals de kwaliteit van de leefomgeving, te waarborgen en bevorderen. Borging van deze zaken in de omgevingsvisie is hierbij van cruciaal belang. Vanuit dit denkkader is dit advies voor de Omgevingsvisie van Rhenen tot stand gekomen. In samenwerking met de Veiligheidsregio Utrecht, omgevingsdienst en overige partners dragen we zorg voor de ontwikkeling van onze leefomgeving waarin in een vroegtijdig stadium, vanaf de eerste initiatieven, veiligheidsaspecten worden meegewogen. Hierbij is expliciet aandacht voor zowel het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s als het bestrijden van branden, rampen en crises en de zelfredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld. Dit advies draagt bij aan het integrale karakter van de omgevingsvisie en samenhang van beleid voor 2
het in stand houden dan wel creëren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving van gemeente Rhenen. Advies VRU Visie op Rhenen 2035 Op basis van het ambitieniveau en de afstemming met de gemeente Rhenen is de volgende adviestekst geformuleerd: ‘’In samenwerking met de veiligheidsregio, omgevingsdienst en overige partners dragen we zorg voor de ontwikkeling van onze leefomgeving waarin in een vroegtijdig stadium, vanaf de eerste initiatieven, veiligheidsaspecten worden meegewogen. Hierbij is expliciet aandacht voor zowel het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s als het bestrijden van branden, rampen en crises en de zelfredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld. Ook in vraagstukken in het kader van energietransitie en andere thema’s, zoals klimaat, regulering van waterhuishouding en veiligheid proberen wij de Veiligheidsregio Utrecht proactief betrekken. Wij stellen ons tot doel deze risico’s in samenwerking met de veiligheidsregio en overige partners te beperken voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is.’’ Dit advies draagt bij aan de ontwerpprincipes van de Omgevingswet, namelijk het integrale karakter van de omgevingsvisie en samenhang van beleidshuis. Zodoende wordt een veilige leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers bevordert die bijdraagt aan de omgevingsveiligheid passend bij het behoud van Rhenen.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de VRU van de projectgroep Er worden geen specifieke overheidsinstanties benoemd in de Visie op een enkel voorbeeld na. Naar aanleiding van uw zienswijze wordt een kopje Veiligheid en gezondheid toegevoegd in hoofdstuk 4.
7. Reclamant 4 1. Wat opvalt zijn de (theoretische) opgaven die aantrekkelijk zijn voor de politiek, maar waarbij je je nu al kunt afvragen hoe realistisch die zijn. Denk aan: nieuwe woningen gunnen aan specifiek inwoners van de gemeente Rhenen, station Rhenen-Noord, woningen splitsen t.b.v. bijvoorbeeld mantelzorg. 2. Het is ook al verwoord in het Advies van de Gebiedsraad, maar de mobiliteit is een groot punt van aandacht. De belasting van de Cuneraweg wordt al groter door de verbreding van de Rijnbrug. Met name de deelgebieden 6 en (noordelijk) deel van deelgebied 19 zullen door de extra woningen een nog zwaardere verkeersbelasting geven, voor de Cuneraweg en de Rondweg-Oost Veenendaal, en ook meer geluidsoverlast krijgen. Creatieve oplossingen voor verkeer en mobiliteit zijn nodig, gericht op het voorkomen van een nog grotere verkeersdruk op deze wegen. Te overwegen valt bijvoorbeeld een echte scheiding aan te brengen voor routes van lokaal (binnen Rhenen en Veenendaal) en interlokaal (tussen A15 en A12) verkeer. De Visie op Rhenen ontbeert m.i. een evenwichtige visie op verkeersdruk en –geluid en mobiliteit die tegemoet komt aan de opgaven die er nu al zijn en denkbaar zullen toenemen in het komend decennium. 3. Paragraaf 3.1. van de Visie stelt dat een voorwaarde van overheden is dat er ruimte gecreëerd moet worden voor het realiseren van minimaal 1000 woningen tot 2040.
Het is dan een onbegrijpelijk grote opgave dat de Visie toch kiest voor veel meer woningbouw: circa 1000 extra woningen in de kernen en daarenboven maar liefst circa 2500 extra woningen aan de rand van het Binnenveld in 2035! Het lijkt eerder de uitkomst van een politiek “spel” tussen de gemeenten Veenendaal en Rhenen dan het ontwerp van een echte visie. Graag ontvang ik uw uitleg over deze grote discrepantie tussen de voorwaarde van de overheden en de vele malen hogere ambitie in de Visie op Rhenen. 4. Geen enthousiasme bij mij om in het Binnenveld vrijkomend land te gebruiken om woningen of eventueel bedrijfslocaties op te bouwen. In het noordelijk deel een nieuwe woonkern met mogelijk
3
ruimte voor bedrijvigheid: dan moet elders in het Binnenveld in elk geval compensatie komen door middel van vergroting van het Natura 2000 gebied en/of het NatuurNetwerkNederland (NNN) gebied. Graag uw zienswijze daarop. 5. De idee van een bufferzone voor deelgebied 19 met een parkachtige structuur en deels een open landschapsstructuur is prima. Zie ook het advies van de Gebiedsraad Kwintelooijen hierover. Maar er moet wel een keuze gemaakt worden voor een beperkt aantal functionaliteiten, anders dreigt het gevaar van verrommeling. Een praktische vraag is ook de invulling van deze parkachtige structuur nu de gronden in privaat bezit zijn en sterk verkaveld. Het toestaan van verdere bedrijfsmatige activiteiten met impact op de gewenste structuur van deelgebied 19 lijkt mij voorts uit den boze. Graag uw mening over mijn opmerkingen. 6. Nog een vraag bij deelgebied 17 (Veengebied en Grebbelinie) Wat wordt daar bij de bebouwing van het militair erfgoed verstaan onder “het creëren van economische kostendragers ten behoeve van het behoud, herstel of de versterking, of een combinatie hiervan, van de cultuurhistorische waarde van het militair erfgoed”. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan reclamant 4 Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten: 1.
De Visie op Rhenen klinkt misschien soms te mooi om waar te kunnen worden. Dat is met opzet. Zo is er over gesproken en ambitie helpt om verder te komen dan we misschien voor mogelijk houden. Er is wel oog voor wat er kan gebeuren, dat invloed heeft op wat wij willen bereiken en waar wij rekening mee moeten houden. 2. Het klopt dat er voor verkeer en mobiliteit creatieve oplossingen gevonden moeten worden. Dit is onderdeel van de verder uitwerking. 3. De ongeveer 2.500 extra woningen zijn een uitwerking van de verstedelijkingstrategie die is opgesteld in FoodValley verband. 4. Er zijn geen concrete plannen voor natuurcompensatie in het Binnenveld. Het Binnenveld is niet aangewezen als natuurgebied, zoals de Utrechtse Heuvelrug en een deel de Achterbergs hooilanden. Er geldt op dit moment geen verplichting voor natuurcompensatie. 5. In lijn met uw punt ziet de Visie op Rhenen de Oostflank als een overgangsgebied van stedelijk naar natuur met een parkachtig karakter. We behouden het open landschap en ontwikkelingen moeten de kwaliteit van het gebied en de aanwezige natuur verbeteren. In dit gebied (D19) willen we de samenhang tussen wonen, recreatie en natuur versterken. 6. Bedrijven binnen het gebied mogen ontwikkelen, mits het bijdraagt aan de instandhouding van het militair erfgoed en het veengebied.
Als er initiatiefnemers vanuit de samenleving komen moet het initiatief voldoen aan de drie voorwaarden die worden genoemd op pagina 32.
8. Vereniging Behoud Lijsterengh In onze ogen heeft de gemeente een goede globale schets van de ruimtelijke structuur die wij wensen voor het Rhenen waarin wij willen wonen in 2035-2040. Rhenen lijkt zo ruimtelijk goed in balans te zijn met zichzelf. Echter, er zijn punten, dienaar onze mening, nauwkeuriger gesteld moeten worden. De ter inzage liggende Visie op Rhenen 2035 (Omgevingsvisie) doet dat op een aantal punten niet(voldoende). Het gaat om de volgende punten: 1. In onze reactie op de Kadernota hebben we reeds gesteld dat de natuur een eigen kader verdient. In termen van de ter inzage liggende Visie op Rhenen 2035 (Omgevingsvisie) dient ook beschreven te zijn hoede natuur behouden wordt. Op pagina 8 staat nog wel dat “natuur van met name de Utrechtse Heuvelrug” iets is dat we moeten onderhouden en verbeteren en op pagina 11staat dat “Toerisme: natuur en cultuur zijn goed voor inwoners van de gemeente en uit de regio”. Maar hoe we de natuur gaan verbeteren staat niet in de Visie op Rhenen 2035 beschreven. De Visie op Rhenen 2035 komt niet verder dan dat de natuur zo belangrijk is voor de mens in de zin van recreëren. Op pagina 30 voor de beschrijving van deelgebied 15 staat het iets beter. Maar er zijn zoveel andere locaties in Rhenen die veel beter beschreven moeten worden. En op pagina 35 staat “Opgaven 4
2.
3.
4. 5.
Utrechtse Heuvelrug voor (samenwerkende) organisaties: Het landschap en de natuur versterken”. Ook dit is slechts een opdracht en zeker geen visie. Het hoe staat er niet in en dat is een gemiste kans. Een visie dient ook een pakket van maatregelen te bevatten hoe je iets gaat bereiken. We missen in Visie op Rhenen 2035 het inzicht in het belang van de natuur. Dit kwam ook nadrukkelijk aan bod in de burgerparticipatie. Het is een feit dat de natuur de motor is van de Rhenense economie. Onze natuur is van die kwaliteit dat mensen van heinde en verre komen om in onze bossen te wandelen, te fietsen/mountainbiken of om langs ons stuk van de Rijn te varen en vervolgens in Rhenense horeca en supermarkten en overige winkels geld uit te geven. Dit staat los van de nationale uitstraling van Ouwehand’s Dierenpark. Wij weten dat zelfs mensen uit het buitenland (België en Duitsland) onze gemeente bezoeken. In het seizoen heeft een substantieel aandeel van dit verblijf een meerdaags karakter. Het is niet overdreven om te stellen dat de Rhenense economie voor een aanzienlijk deel draait op toerisme en recreatie. Naar ons oordeel schat de Visie op Rhenen 2035 het Rhenens aandeel in de totale woningbouwopgave van Foodvalley-Zuid veel te laag in. De totale woningbouw-opgave van Foodvalley is 40.000.
In de gemeentelijke wandelgangen horen we dat er minimaal 4.000 tot misschien wel 7.500 woningen gebouwd moeten worden op Rhenens grondgebied. Op pagina 9 staat 2.500 in vooral de nieuw te bouwen woonkern Rhenen-Noord aan de Noordelijke rand van het Binnenveld (D12). Dit is echt te weinig. Wellicht dat B&W een bepaalde strategie voor ogen heeft door doelbewust laag in te zetten, ten einde al onderhandelend, het totaal aantal te bouwen woningen in Rhenen te drukken. Dan is het begrijpen. Maar 2.500 is zeker niet realistisch. Bovendien is dit punt ook van belang i.v.m. volgende twee punten in onze zienswijze. Op pag. 41 staat dat “ingezet wordt op verdichting als het gaat om nieuwe bouwlocaties, maar de verwachting is dat dit niet de nodige aantallen op zal opbrengen”. Dit klopt. Maar in Rhenen-Noord is er wel ruimte genoeg om nieuwe bouwlocaties te vinden(zie punt 3). De 21 deelgebieden in de Visie op Rhenen 2035kennen maar liefst 5 randzones. Dit is maar liefst 23,8% van het totaal. Met een vrij hoge mate van nauwkeurigheid wordt uitvoerig beschreven wat de kenmerken en opgaven per randzone is. Echter, er zijn gebieden aan de randen van de drie woonkernen die niet beschreven worden. Een goed voorbeeld is de overgangszone tussendeelgebied 2 (Kern Rhenen) en deelgebied 20 (Utrechtse Heuvelrug). Let wel, de Koerheuvel is een voorbeeld en wellicht zeker niet de enige.
Dit gehele gebied, van landgoed de Tangh naar in Noordwestelijke ingang van de Bremlaan tot aan de boorden van de Rijn, is één groot geo(morfo)logisch, archeologisch, (cultuur)historisch natuurmonument. Samen met een andere locatie in Nederland is dit het enige compleet intact zijnde smeltwaterstroomdal in Nederland. Zie hierover de enorme hoeveelheid documentatie die wij als stichting in de laatste 12 jaar aan de gemeente hebben gestuurd. Het is onduidelijk waarom dit gebied niet genoemd is op de Culturele Waardenkaart van Rhenen. Vele zittende raadsleden en wethouders Boerkamp en Fintelman hebben ons een bezoek gebracht. Zij hebben onder deskundige leiding van dhr. K. de Heer een uitleg gekregen over het belang en de grote waarde van het hele Koerheuvelgebied. Iedereen die de Koerheuvel bezocht was onder de indruk. In de Visie op Rhenen 2035 zien we hier niks van terug, terwijl andere randzones die titel en kwalificatie van behoud wel krijgen. Graag zouden wij zien dat deze gebieden ook expliciet de kwalificatie van behoud krijgen. Wij hebben de ervaring dat de Koerheuvel al sinds de 60-jaren van vorige eeuw doorlopend kandidaat is om bebouwd te worden. Telkens weer “moet de gemeente iets”: woningbouw, sportvelden, medische centrum, (tijdelijke)flexwoningen. Dit is slechts een klein overzicht van de laatste 12 jaar.
Het enige dat wij kunnen verzinnen is, dat de gemeente ervan uitgaat dat het begrip “bebouwde kom” betekent dat het in principe zonder bezwaar iedere m2bebouwd kan en mag worden. In de Koerheuvelbuurt kan er niet meer verdicht gebouwd worden. Iedere bouwlocatie is direct bouwen aan de buitenkant in het kwetsbare natuurgebied. Dat is niet verdichten, maar uitbreiden aan de randen in het natuurgebied. En zo zijn er zeker andere waardevolle kernranden die niet genoemd worden in de Visie op Rhenen 2035. Deze mogen niet bebouwd worden, want dat is niet het “Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier”. Je breekt het karakteristieke van Rhenen juist af. 5
Duurzame woningbouw in de juiste hoeveelheden in de juiste marktsegmenten is haalbaar in Rhenen-Noord. Ik verzoek u op grond van het bovenstaande om: 1. In de Visie op Rhenen 2035 nauwkeurig omschrijven hoe de natuur verbeterd gaat worden. B.v. door het verhogen van het grondwaterpeil om de verdroging van de bossen en de vernieling van de Rhenense natuurwaarde te voorkomen (dit is een nationaal onderkend probleem). Of het nastreven van minder intensieve landbouwen verplichte ecologische teeltplannen op de landbouwgronden die de gemeente verpacht aan de boeren. 2. Benoem in de Visie op Rhenen 2035het feit dat de natuurde motor is van de Rhenense economie. Schade en teloorgang van de natuur is schade aan de Rhenense economie. 3. Neem in de Visie op Rhenen 2035 op dat aan de randen van de woonkernen Rhenen, Elst en Achterberg (deelgebieden D2, D3 en D4) niet gebouwd wordt (ook al is het bebouwde kom). Dit is niet het behoud, maar afbraak van Rhenen. In Rhenen-Noord wordt, indien er geen verdichtingslocaties meer zijn, voorzien in het vereiste bouwvolume aan woningen. 4. Uitvoerig te beschrijven wat de kenmerken en opgaven is van de gebieden aan de randen van de drie woonkernen die niet beschreven worden in de Visie op Rhenen 2035.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de Vereniging Behoud Lijsterengh: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten: 1. Het klopt dat de gemeenteraad er niet voor heeft gekozen om voor de natuur een apart kader te stellen. De natuur wordt wel op verschillende manieren genoemd bij de uitgangspunten (paragraaf 3.1) waar de Visie op Rhenen aan moet voldoen en is één van de 5 hoofdzaken om behoedzaam mee om te gaan (3.2 a). In de Visie op Rhenen hebben we onder andere naar aanleiding van uw zienswijze de tweede alinea van paragraaf h (p.11) veranderd naar een aparte paragraaf voor natuur (paragraaf g). Aan deze nieuwe paragraaf zijn ook nog zaken gewijzigd en toegevoegd. Hoe de natuur goed te onderhouden en ook te verbeteren, is dus een belangrijke vraag. Echter, de hoe-vraag is aan de orde in de volgende fase van de Visie op Rhenen. Dit is de uitvoeringsfase. Hoofdstuk 4 van de Visie op Rhenen beschrijft hoe de uitvoering wordt opgepakt. Dit proces van uitwerken en uitvoeren, verricht de gemeente graag opnieuw met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zoals VBL. Hier hebben wij dus graag contact met u over na vaststelling van de Visie op Rhenen door de gemeenteraad (tweede kwartaal 2023). 2.
De Visie op Rhenen 2035, zoals deze momenteel is beschreven, onderschrijft wel het belang van de natuur, maar benadrukt niet de waarde van de natuur voor de plaatselijke economie. Dit is met opzet. In de Visie op Rhenen is de natuur belangrijk voor de plaatselijke bevolking waarvan het aantal al gaat toenemen - en voor mensen uit de regio om te recreëren en te bewegen. De Visie op Rhenen stimuleert geen extra toerisme in de natuur. 3. In de Visie op Rhenen staat dat er ongeveer 3.500 woningen worden gebouwd tot 2040: ongeveer 1.000 in en om de kernen en de randzones van de kernen (tegen de kern aan) en ongeveer 2.500 in de nieuw te bouwen kern. 4. In bijlage 3 staat beschreven wat de trendverkenning heeft opgeleverd. Dit onderzoek was stap 1 in het visie-proces (zie bijlage 6). Het inzicht dat dit onderzoek opleverde, is dus verwerkt in de Visie op Rhenen (punt 3 hierboven). 5. Het college heeft er niet voor gekozen om de Koerheuvel te rekenen tot een randzone van de kern Rhenen of tot de Utrechtse Heuvelrug. Bovendien geeft de Visie op Rhenen 2035, zoals deze momenteel is beschreven, aan dat ook in de randzones van de kernen mag worden gebouwd. De deelgebieden zijn onderscheiden na bestudering van vele informatiebronnen (zie einde pagina 7). Enerzijds is er gezocht naar natuurlijke grenzen.
Anderzijds is geprobeerd om het aantal deelgebieden enigszins te beperken; 21 deelgebieden is al een flink aantal om mee te werken.
6
9. Ouwehands Dierenpark
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan Ouwehands Dierenpark: De gemeente begrijpt de wens van Ouwehands Dierenpark om uit breiden. Duurzame ontwikkeling is al mogelijk binnen de Randzone Rhenen (D10), duurzame ontwikkeling buiten de randzone wil de gemeente serieus onderzoeken. Hierbij zijn we echter wel afhankelijk van derden.
10. Gereformeerde Gemeente in Nederland Wij hebben met veel interesse kennisgenomen van de momenteel ter inzage liggende ‘Visie op Rhenen’. Verschillende aspecten die hierin beschreven worden zijn niet alleen belangrijk en goed beschreven, maar hebben ook onze hartelijke instemming. Zo lezen we bijvoorbeeld op pagina 11: (…) Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties nemen volop initiatief om het leven in de gemeente te verbeteren. Zij nodigen steeds anderen uit om ook mee te doen. Samen komen zij ook zelf in actie om het initiatief uit te laten groeien tot iets van waarde voor de gemeenschap. Initiatieven kunnen gaan over diverse onderwerpen. Met elkaar iets voor elkaar doen, is het motto.
7
Als kerkelijke gemeente die zich al sinds 1932 actief betrokken weet bij onze plaatselijke samenleving, voelen we ons hierdoor aangesproken. Onze maatschappelijke functie nemen we graag serieus. Naast de zorg voor onze leden betekent dit dat we bijvoorbeeld actief betrokken zijn bij HulpMaatje Rhenen, de zorg voor mensen met beperkingen van De Schutse in Achterberg, het onderwijs dat door Eben-Haezerschool wordt gegeven, de Werkgroep Alcohol en Drugs, het Platform Kerken Gemeente Rhenen en diverse andere zaken. Graag maken wij gebruik van de gelegenheid om een zienswijze in te dienen op de Visie op Rhenen: Wij verzoeken het College, als vervolg op deze Visie, zo snel mogelijk de Visie op de Kernrandzone uit te werken. Daarbij verzoeken we u dat gekeken wordt naar de inpasbaarheid van bebouwing met een maatschappelijke functie, die tevens een verhogend effect heeft voor de kwaliteit van de locatie en de omgeving. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de Gereformeerde Gemeente in Nederland: Het college gaat een Visie op de Kernrandzone uitwerken. De uitwerking van de Kernrandenvisie staat gepland in deze collegeperiode (2022-2026).
11. Reclamant 5 Op pagina 16 wordt gesproken over de Historische kern. Er staat bijvoorbeeld: Opgaven historische kern voor individuen: 1. In ere herstellen en/of beter zichtbaar maken: de gevels van de Delftse school en de wederopbouw. Wat ons betreft komt het de Historische kern ten goede wanneer de architectonische omschrijving, wat uitgebreid en meer toegespitst wordt op de locaties. Wij willen u vragen de tekst aan te passen in: Opgaven historische kern: 2. De gevels in de ring rond en nabij de Cunerakerk/toren in ere herstellen n.a.v. de oorspronkelijke 17e en 18e -eeuwse architectuur, en de overige gevels van de binnenstad en winkelstraat in de wederopbouw-architectuur van de Delftse School. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan reclamant 5: Wat in de Delftse School architectuur was gebouwd, wil de Visie op Rhenen in goede staat behouden of in ere herstellen. Dit is wat de Visie op Rhenen op de voorgrond zet. Andere kenmerkende cultuurhistorische elementen doen er ook toe, maar staan niet expliciet beschreven.
12. Gebiedsraad Kwintelooijen Aanleidingen achtergrond De gemeente heeft op 12 januari jl. de visie “Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier”, kortweg Visie Rhenen 2035, ter inzage gelegd. De bewoners zijn van harte uitgenodigd desgewenst op deze visie te reageren en ook de Gebiedsraad Kwintelooijen heeft deze uitnodiging ontvangen. De Gebiedsraad heeft op grond van de aangeleverde documenten en de zeer gewaardeerde toelichting die mw. Sandra Kensen heeft gegeven, besloten een zienswijze bij u in te dienen en adviseert u een aantal aspecten van de visie te heroverwegen.
8
Overwegingen Gebiedsraad Kwintelooijen (GR) is op 22 januari 2018 door de gemeenten Rhenen en Veenendaal geïnstalleerd en heeft als taak het gevraagd en ongevraagd adviseren aan de colleges over beleid, beheer en uitvoering van het recreatieterrein Kwintelooijen. Deze advisering is van toepassing bij initiatieven van zowel publieke als private partijen. Deze geldt ook voor initiatieven waar het de omgeving aangaat, ruimtelijke impact heeft en invloed op het gebruik van het gebied en haar infrastructuur, gevolgen of relatie heeft voor of met het gebied. De werkzaamheden van de Gebiedsraad zijn vastgelegd in het Reglement Gebiedsraad recreatieterrein Kwintelooijen, d.d. 5 december 2017. De planontwikkeling van Kwintelooijen en de aangrenzende Oostflank vormen een nadrukkelijk onderdeel van het werkprogramma van de raad. De Gebiedsraad baseert hierna genoemde adviezen vanuit de uitgangspunten die in het Perspectief Kwintelooijen zijn vastgelegd, nl. de versterking van de recreatieve en natuurfuncties van het gebied en zijn “natuurlijk DNA”, dat gedragen wordt door geologie, reliëf, bodemgesteldheid en natuur. Vanuit deze context komt de Gebiedsraad Kwintelooijen tot de volgende conclusies: 1. Het is positief dat de Gebiedsraad in de gelegenheid wordt gesteld om mee te denken en te adviseren over de Visie Rhenen 2035.
De visie is een belangrijk instrument om besluiten te nemen over plannen en maatregelen die gaan over de toekomst van de gemeente. De visie zal bijvoorbeeld een belangrijk fundament geven voor het Collegeprogramma en de nog op te stellen Omgevingsplannen; 2. De Gebiedsraad herkent zich in de algemene ambitie “Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier” en begrijpt dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om een forse uitbreiding van het aantal woningen (1.000 in de randzones en 2.500 in het verstedelijkte gebied aangrenzend aan de gemeente Veenendaal) te creëren ten behoeve van 5 à 7.000 nieuwe inwoners van binnen en buiten de gemeente; 3. De Gebiedsraad mist een algemene toetsing van de haalbaarheid van de genoemde ambities en opgaven, heeft ernstige vragen bij de integrale afstemming van de opgaven per deelgebied op die van andere, aangrenzende deelgebieden en mist een analyse van de ruimtelijke samenhang tussen de opgaven voor de onderscheiden deelgebieden. Het valt moeilijk te beoordelen of individuele opgaven leiden tot het waarmaken van de generieke ambitie “Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier”; 4. De Gebiedsraad constateert dat de opgaven voor de woningbouw concreet zijn ingevuld, terwijl andere opgaven nog weinig concreet en vrijblijvend zijn geformuleerd, bijvoorbeeld die op het gebied van natuur, landschap, recreatie, het sociale domein en verkeer en mobiliteit.
Incongruentie in de wijze waarop de opgaven in de visie worden geformuleerd (woningbouwopgave versus de andere, erg abstract verwoorde opgaven), heeft een groot risico op een onevenwichtige belangenafweging, waarbij de “zwakke functies” het afleggen tegen de “harde” van de woningbouw; 5. Meer in het bijzonder is de Gebiedsraad van mening dat de ambities voor de deelgebieden 6, 12 en het noordelijk gedeelte van 18 (resp. Veeneind, Randzone Binnenveld en Binnenveld) met hun forse opgaven voor woningen en bedrijven een zeer aanzienlijke impact zullen hebben op de ontwikkeling van de deelgebieden 19 en 20 (resp. Oostflank en Utrechtse Heuvelrug). Met de groei van het aantal inwoners in de omgeving in de afgelopen decennia (vooral in de gemeente Veenendaal) en zeker vanaf de coronapandemie is de behoefte aan ontspanning, rust, natuurbeleving, actieve beweging en out-doorsport en andere vormen van recreatie sterk toegenomen. Dit heeft geleid tot een sterk toegenomen druk op de Utrechtse Heuvelrug, en op Kwintelooijen en de nabijgelegen landgoederen in het bijzonder1; de draagkracht van dit gebied wordt nu al sterk op de proef gesteld. De opgave om het landschap en de natuur in deelgebied 20 (Utrechtse Heuvelrug) te versterken zal in de praktijk daarom al een forse inzet en robuuste besluiten vergen.
De huidige opgave is naar het oordeel van de Gebieds-raad te vrijblijvend en te weinig concreet geformuleerd. Het deelgebied 19 (de Oost-flank) draagt in de huidige situatie bij aan de natuurkwaliteit van deelgebied 20, zoals blijkt uit het gedrag van de das en andere dieren die foerageren in de Oostflank en rusten in de bossen van de Heuvelrug, en de nu geformuleerde opgave voor de Oostflank bieden onvoldoende garantie op het borgen van deze kwaliteit. Advies De Gebiedsraad adviseert het College daarom als volgt: 1. Meer samenhang aan te brengen in de totale uitwerking van de visie, zoals de toetsing van de realiseerbaarheid van de optelsom van alle ambities, en daarbij oog te hebben voor de 9
wisselwerking tussen deelgebieden, de feitelijke verenigbaarheid van meer bebouwing, meer groen en de andere gewenste functionaliteiten. Een hulpmiddel hiervoor zou ook de inzet van de CBS-monitor van de brede welvaart kunnen zijn; 2. Concretisering van alle belangrijke bouwstenen voor de hoofdambitie “Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier” en niet alleen de woningbouwopgave, zodat een evenwichtige belangenafweging mogelijk wordt; 3. Herziening van de rol van deelgebied 19, de Oostflank: De Oostflank kan een cruciale rol vervullen om de druk op deelgebied 20 te verlagen of op zijn minst de verwachte extra druk ten gevolge van de grote toename van het aantal omwonenden in de deelgebieden 6, 12 en 18, (deels) op te vangen. In dat geval krijgt deelgebied 19 de rol toebedeeld van bufferzone tussen het verstedelijkte gebied van de deelgebieden 6, 12 en 18 en de natuurgebieden van deelgebied 20. De opgaven van de visie voor deelgebied 19 sluiten hier echter niet op aan; de visie laat bijvoorbeeld zelfs woningbouw in het noordelijk deel van deelgebied 19 toe. Daardoor wordt ruimte gegeven voor een sluipend proces van ondermijning van de mogelijke bufferwerking van dit deelgebied. Verdere bebouwing van deze bufferzone acht de Gebiedsraad ongewenst.
Bij de inrichting van deelgebied 19 als bufferzone kan men denken aan de inrichting van het gebied in de vorm van een parkachtig landschap met veel groene en natuurlijke elementen, waarbij er passende functionaliteiten worden gecreëerd die een deel van de druk op de Heuvelrug opvangen, zoals ruimte voor natuurlijk spelen en recreëren, actieve recreatie (out-doorsport), een moestuincomplex (zonder bebouwing), een los-loopgebied voor honden, een kinderboerderij en andere kleinschalige faciliteiten voor dagrecreatie. Deze voorzieningen zouden ertoe kunnen leiden dat een deel van de huidige druk op Kwintelooijen en de nabijgelegen landgoederen (zoals ten gevolge van loslopende honden en sporters die zich buiten de wegen en paden ophouden) wordt verplaatst naar deze bufferzone. Functionaliteiten, die niet passen bij de functie van bufferzone, dienen geweerd te worden om ‘verrommeling’ tegen te gaan. Met het inrichten van deelgebied 19 met een parkachtig landschap is maatwerk nodig: De gebiedsdelen van de Oostflank met een open landschapsstructuur dienen te worden ontzien. Verder adviseert de Gebiedsraad om de toegankelijkheid en een veilige en duurzame mobiliteit van en naar deelgebied 19 (i.c. vervoersstromen van wandelaars, fietsers en andere weggebruikers; de passage van de N233; lokale en bovenlokale vervoersstromen) nadrukkelijk aandacht te geven.
De Gebiedsraad dringt er daarom met klem op aan de opgaven voor deelgebied 19 ingrijpend bij te stellen en te richten op de rol van bufferzone tussen de sterk verstedelijkte deelgebieden en de Utrechtse Heuvelrug. Tot slot De Gebiedsraad is graag bereid om verder mee te denken over de Visie Rhenen 2035 en in het bijzonder de uitwerking van de deelgebieden 19 en 20. De Gebiedsraad zou het toejuichen, als deze uitwerking van de opgaven in deze deelgebieden een voorkeur krijgt in de verdere uitwerking van de visie en in de rangorde van op te stellen Omgevingsplannen. De Gebiedsraad wil zich inzetten om met alle betrokken partijen aan de totstandkoming van deze plannen te werken. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de Gebiedsraad Kwintelooijen: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten: 1. Goed punt, wanneer de Visie op Rhenen is vastgesteld door de gemeenteraad (verwachting: tweede kwartaal van 2023), wordt de Visie op Rhenen fasegewijs nader uitgewerkt. Over de uitwerking en uitvoering van de Visie op Rhenen staat meer in hoofdstuk 4. 2. In de trendverkenning zijn alle mogelijke bronnen gebruikt, waaronder de CBS-monitor. 3. In lijn met uw advies ziet de Visie op Rhenen de Oostflank als een overgangsgebied van stedelijk naar natuur met een parkachtig karakter.
We behouden het open landschap en ontwikkelingen moeten de kwaliteit van het gebied en de aanwezige natuur verbeteren. In dit gebied (D19) willen we de samenhang tussen wonen, recreatie en natuur versterken. Deze alinea is toegevoegd aan de Visie op Rhenen, hoofdstuk 3.2, paragraaf c.
10
13. Adviesbureau Van Westreenen – Nude 1 Geachteheer/mevrouw, Namens cliënt, G.E. van Dam Grond & Sloopwerken BV(eigenaar de heer R. van Beijnum), Nude 1, 3911 VK te Rhenen, wil ik een reactie geven op het ter inzage liggende ontwerp omgevingsvisie ‘Visie op Rhenen 2035’ d.d. 11-01-2023. Cliënt is met zijn ‘Aannemers-, sloop-en grondverzetbedrijf’ al tientallen jaren gevestigd onderaan de Grebbeberg, de Nude 1 –Rhenen. In de ontwerp omgevingsvisie is dit deel van het plangebied aangemerkt als ‘Deelgebied 14 Hoornwerk’.
CITAAT: Deelgebied 14 - Hoornwerk “Het Hoornwerk maakt onderdeel uit van de Grebbelinie dat een hydrologisch-militairverdedigingssysteem is. Dit complex is een rijksmonument. De aanleg van het hoornwerk begon in de achttiende eeuw. Het hoornwerk was bedoeld voor de afsluiting en verdediging van de weg Wageningen-Rhenen. In het landschap zijn duidelijk de hoekige vormen te zien, die verhoogd in het landschap liggen.” Kenmerken Hoornwerk Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen hydrologische en militair verdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen (dit zijn gebieden die opzettelijk onder water kunnen worden gezet). Groen en overwegend rustig karakter; Open landschap; Nabij het hoornwerk ligt de versterkte Grebbedijk. Opgaven Hoornwerk voor (samenwerkende) organisaties Het Hoornwerk in ere herstellen; Het landschap van de Grebbelinie versterken. Inhoudelijk Cliënt mist in deze beschrijving de feitelijke aanwezigheid van een bestaand, planologisch legaal en vergund aannemers- en sloopbedrijf. Er is niet vermeld dat de inspanningen van de gemeente erop zijn gericht om het bedrijf te verplaatsen. Cliënt zal zijn bedrijfsvoering op de Nude 1 – Rhenen blijven uitvoeren.
11
De opgave die wordt gesteld is helder: het hoornwerk in ere te herstellen. Het herstel zal gepaard moeten gaan in overleg/ samenspraak met het gevestigde sloopbedrijf. De plancontouren zullen moeten worden aangepast. Het herstel van het historische hoornwerk reikt immers niet zover als op de plankaart (groene gebied) is aangegeven. Zie onderstaande afbeelding m.b.t. omvang van het historische hoornwerk.
Cliënt heeft de gemeente al vaker voorgesteld de locatie Nude 1 – Rhenen als maatwerkplan op te pakken, waarbij enerzijds herstel van het hoornwerk plaatsvindt en anderzijds het reeds aanwezige bedrijf op een fatsoenlijke wijze kan worden ingepast zonder dat dit afbreuk doet aan de contouren van het historische hoornwerk. Onderstaande impressie is vaker met de gemeente gedeeld en laat zien dat een combinatie van beide initiatieven heel goed mogelijk is.
Cliënt heeft daarbij aangeboden het Hoornwerk zelf te willen herstellen, zodat hiervoor niet onnodig gemeenschapsgeld behoeft te worden ingezet. Resumé Als ondernemer van de gemeente Rhenen mag cliënt meer duidelijkheid verwachten van de ‘Visie op Rhenen 2035’, specifiek aangaande de vestigingslocatie en het toekomstperspectief van zijn
12
bedrijf dat al decennialang op onderhavige locatie is gehuisvest. In de omgevingsvisie dient dan ook het bestaan (legaal) van zijn bedrijf te worden beschreven en erkend. Het signaal dat nu wordt afgegeven is dat er voor het sloopbedrijf geen plaats meer is, dat de gemeente Rhenen het bedrijf liever kwijt dan rijk is, dat heeft een behoorlijke impact op de ondernemer. Cliënt maakt dan ook ernstig bezwaar tegen een eenzijdig herstel van het hoornwerk zoals in de voorliggende omgevingsvisie wordt betoogd. Opnieuw wordt via deze weg de handschoen opgeworpen om in gezamenlijkheid een maatwerkplan voor onderhavige locatie uit te werken. (1) herstel hoornwerk (2) inpassing/uitbreiding bestaand sloopbedrijf. Cliënt is van mening dat de uitwerking van beide initiatieven mogelijk is, mits de historische grenzen van het hoornwerk worden aangehouden en geen geschiedvervalsing plaatsvindt/ uitbreiding plangebied hoornwerk. Zichtlijnen en een open landschap is hier nooit geweest, het is dan ook een illusie om zichtlijnen en het open landschap ter plaatse van de Nude 1 te willen herstellen. Mocht besloten worden, in te stemmen met de voorliggende structuurvisie, waarbij een eenzijdig herstel van het hoornwerk plaatsvindt, zal de gemeente ook de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen te komen tot een daadwerkelijke verplaatsing van het Rhenens Sloopbedrijf.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan adviesbureau Van Westreenen – Nude 1: Vanzelfsprekend, respecteert de Visie bestaande rechten. De Visie voorziet niet in uw vertrek. Niet elk bedrijf wordt afzonderlijk benoemd. Ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld woningen op de Utrechtse Heuvelrug waar natuur als belangrijke kenmerk staat omschreven. Uw bedrijf ligt binnen het bestaande hoornwerk. Dit is het belangrijkste kenmerk vandaar dat dit deelgebied zo benoemd is. Hoe en wanneer het hoornwerk het beste wordt hersteld, is onderdeel van de verder uitwerking. Wanneer de Visie op Rhenen is vastgesteld door de gemeenteraad (verwachting: tweede kwartaal van 2023), wordt de Visie op Rhenen fasegewijs nader uitgewerkt. Dan wordt meer duidelijk over waar er precies gebouwd kan en/of gaat worden. Over de uitwerking en uitvoering van de Visie op Rhenen staat meer in hoofdstuk 4. De grens is zo gelegd dat het totale hoornwerk binnen deelgebied 14 ligt, inclusief de te herstellen onderdelen zoals de sloot, aarden wal of groenzone.
14. LTO LTO Noord Gelderse Vallei heeft uw omgevingsvisie gelezen als vooruitblik op het te verwachte gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving voor de komende tien jaar. Tegen dat licht, de kenmerken van de Omgevingswet in aanmerking nemende, komen wij tot de navolgende zienswijze. Proces Onze betrokkenheid bij de totstandkoming dateert al van geruime tijd geleden. We lezen de input, die we destijds aangeleverd hebben, niet terug in deze visie. Dit terwijl die input is opgenomen in de vastgestelde economische agenda 2010-2030. (bijlage 1). Wij missen de aanhaking met deze agenda die voor ons richtinggevend is geweest voor onze innovatie en investeringen. Wij waarderen het reguliere agrarisch overleg wat we periodiek met de gemeente voeren, maar betreuren het dat de ontwikkeling van de visie daarbij niet op de agenda is gekomen. In het algemeen schetst uw visie de uitdagingen en ontwikkelingen zoals wij die zelf ook zien. Iedere uitdaging staat op zichzelf en vraagt om andere keuzes. Desondanks verwachten wij van een omgevingsvisie dat die een heldere keuze en prioritering biedt met voldoende consistentie in keuzes. Dat ontbreekt naar ons inzicht op enkele relevante onderwerpen. We zullen dat hieronder nader duiden. 13
In het algemene deel schetst u een getalsmatige achteruitgang van de agrarische sector in de gemeente. We wijzen erop dat dit wel in het aantal ondernemers speelt, maar dat dit nog niets zegt over de economische kengetallen daarvan. Ook ontbreekt in uw beeldvorming de verwijzing naar de aanverwante (beleverende, bedienende en keten-) bedrijvigheid. Juist de verwevenheid met die sectoren is zo kenmerkend voor de Regio Foodvalley. Het is zonneklaar dat niet alle deelgebieden een gelijke toekomstvastheid hebben voor agrarische bedrijfsvoering. Het is dus terecht en prettig dat u de gemeente opdeelt in, helder aangegeven en uitgewerkte gebieden. We zullen uw nummering daarbij aanhouden. Voor een toekomstbestendige landbouw in Rhenen zijn vooral deelgebied 17 en 19 van groot belang. U schetst terecht de ruimteclaim en concurrentie op beschikbare ruimte. Daarnaast schetst u ook het belang van ruimte voor verduurzaming en mogelijk extensivering. Het is duidelijk dat de maatschappelijke tendens ten aanzien van landbouw gericht is op vergroting van de grondgebondenheid, het meer sluiten van kringlopen en een betere interactie met, of inpassing van, natuur. Wij begrijpen die wens en willen daar ook invulling aan geven. De beschikbaarheid van grond is daar dan wel een cruciale randvoorwaarde in (1). En niet alleen de beschikbaarheid, maar, voor zover beïnvloedbaar, ook de betaalbaarheid.
Het is immers een bedrijfskundige wetmatigheid dat je niet kunt investeren om te extensiveren. Hier en daar kan natuurbeheer en korte keten aanpak mogelijk nieuwe verdienmodellen geven, maar dit staat nog in de kinderschoenen en is nog te onzeker om daar beleid op te kunnen baseren. Verhoging van grondgebondenheid vraagt, naast voldoende ruimte, ook om een goede verkavelingsstructuur. U kunt in uw beleid kaders scheppen voor die verduurzaming door het beleid te richten op behoud van de agrarische functie voor vrijkomende gronden en erven. Rood voor rood is een positieve optie om handelingsperspectief te vergroten MITS de nieuwbouwfunctie plaats vindt in, tegen of nabij woonkernen of in transitiegebied dat op langere termijn minder geschikt is voor landbouw. We wijzen erop dat, daar waar nieuwe natuur wordt gerealiseerd, een combinatie van wonen en natuur prima kan en ook nog eens zeer aantrekkelijk is. Het is zorgwekkend dat het lokale kader in de uitwerking van het provinciale VAB beleid in deze visie niet meer terugkomt. Voor deelgebied 17 geldt specifiek dat wij de aanmerking als militair erfgoed niet herkennen in de feitelijke situatie en ook niet in vigerend beleid (2). Wij komen in dit gebied geen aanmerkelijke militaire objecten tegen en we vragen ons af waar deze status op gestoeld is.
In onze ogen is het veengebied en als zodanig prima geschikt voor voortgezet agrarisch gebruik. In dit gebied heeft de gemeente zelf ook veel grond in bezit. Door dat ook op de langere termijn beschikbaar te houden voor landbouw helpt u ons aan mogelijkheden om de gewenste verduurzaming door te voeren. Voor deelgebied 19 zien wij ook dat de kwaliteit van de landbouwgrond en de verrommeling met andere functies de agrarische inzetbaarheid aantast. We vragen aandacht voor de ontwikkelruimte van de laatste boeren hier (3). Ook hier vraagt een consistente beleidsafweging, en zorgvuldige ruimtelijke ordening, om te onderzoeken op welke wijze transitieprocessen in dit soort gebieden bij kunnen dragen aan de versterking van kernwaarden in de overige gebieden. Verder schetst uw visie de uitwerking van een groene corridor. De verbeelding en begrenzing daarvan kunnen we niet verklaren uit staand beleid vanuit gemeente en provincie. De facto komt de visie op dit punt neer op een substantiële functiewijziging en een stevige verkleining van het agrarische gebied. Wij zijn het hier NIET mee eens. Tevens wijzen we u op de inconsistentie met uw algemene doelen om agrarische bedrijven ruimte te bieden voor verduurzaming. Natuurwaarden zijn sterk gebaat bij verduurzaamde landbouwtechnieken als duurzaam bodembeheer etc.
We zijn de tijd voorbij dat we bij natuur alleen maar denken in zichtbare bovengrondse natuur. We willen leren denken in ecosystemen die met elkaar verbonden zijn. Duurzaam beheerde landbouwgrond is in die zin een prima verbinding tussen natuurgebieden. Voor deelgebied Nude schetst uw visie de opgave energieopwek. Op grond van het windbeleid kan het hier alleen om zonneweides gaan. Het is aan te bevelen om dat dan ook zo op te schrijven (4).
14
Voor die zonneweides in dit deelgebied missen we een verwijzing naar actueel rijksbeleid. Opwek uit zon op landbouwgrond alleen met volwaardig meervoudig ruimtegebruik. Binnen de technische ontwikkeling op dit moment zou dat prima kunnen met verticale panelen waartussen de agrarische functie benut kan worden en bodemleven gespaard wordt. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan het LTO: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten: 1. De Visie erkent dat er voor duurzame landbouw extra grond nodig is. 2. Naar aanleiding van uw zienswijze past het college de naam van deelgebied 17 aan in Veengebied en Grebbelinie. Het kenmerk landbouwgebied wordt naar boven geplaatst als kenmerk van het Veengebied. Daarmee krijgt dit kenmerk meer gewicht. De bescherming van het Militair Erfgoed Grebbelinie is een vooraf meegegeven kader (pagina 8) voor het opstellen van de Visie. 3. De Visie op Rhenen ziet de Oostflank als een overgangsgebied van stedelijk naar natuur met een parkachtig karakter. We behouden het open landschap en ontwikkelingen moeten de kwaliteit van het gebied en de aanwezige natuur verbeteren, ook als het gaat om nieuwe agrarische activiteiten. In dit gebied (D19) willen we de samenhang tussen wonen, recreatie en natuur versterken.
In de Visie op Rhenen is in hoofdstuk 3.2, paragraaf c deze alinea toegevoegd. 4. Nude staat al genoemd voor specifiek energieopwekking. Welke vorm van energieopwekking dit is, is onderdeel van de verdere uitwerking.
15. Cumela Namens de cumelabedrijven (leden) van Cumela Nederland die in de gemeente Rhenen zijn gevestigd dan wel werkzaam zijn, wordt een inspraakreactie ingediend in relatie tot de Omgevingsvisie. In deze inspraakreactie worden na de motivatie als belanghebbende, de activiteiten van de cumelasector en diens maatschappelijke uitdagingen nader toegelicht. Tot slot wordt ingegaan op enkele inhoudelijke thema’s. Belanghebbende Cumela Nederland is de brancheorganisatie van de ondernemers die met mensen en materieel als specialisten in de groen-, grond- en infrasector werken. Dat doen zij als dienstverlener voor belangrijke opdrachtgevers als agrariërs, gemeenten, waterschappen, provincies, Rijkswaterstaat, bedrijven en natuurschappen. De werkzaamheden van cumelabedrijven bestaan onder andere uit (agrarisch) loonwerk, grondwerkzaamheden, cultuurtechnische werkzaamheden, mestaanwending, infrastructurele projecten, be- en verwerking van meststoffen, compostering en onderhoud van (openbare)groenvoorzieningen, natuurgebieden en oppervlaktewater. Eén van de kerntaken van Cumela Nederland is het behartigen van de belangen van de bedrijven in deze sector in de breedste zin van het woord. Namens een lid die in de gemeente Rhenen is gevestigd alsmede de leden die werkzaam zijn in de gemeente wordt deze inspraakreactie ingediend.
Binnen de gemeente Rhenen is dit bedrijf in het buitengebied en/of landelijk gebied van uw gemeente gevestigd. Dit bedrijf en andere Cumelabedrijven bieden een stabiele werkgelegenheid en dragen bij aan een sterk markteconomisch aandeel van het landelijk gebied. Deze ondernemingen ‘bewerken’ op enigerlei wijze, als cumelabedrijf in de vorm van verhuur of (onder)aanneming, op basis van inschatting 80 - 85% van de gronden (landbouw, watergangen, natuur, infrastructuur, groen-blauwe sector, stedelijk gebied etc.) binnen de gemeente.
15
Cumela Nederland kan derhalve worden aangemerkt als belanghebbende. Om de belangen van en omgevingswaarden voor deze bedrijven in het buitengebied te beschermen is deze inspraakreactie ingediend. Maatschappelijke uitdagingen en verantwoordelijkheden van de cumelasector De cumelasector speelt met haar dienstverlening een belangrijke rol bij veel maatschappelijke uitdagingen in het algemeen alsmede bij ‘uitdagingen’ welke u als gemeente ook grotendeels benoemd in onderhavige visie, waarvan de meeste direct of indirect een positieve bijdrage leveren aan: De verbetering van lucht- en water- en bodemkwaliteit; De verbetering van waterveiligheid; Ecologisch verantwoord beheer van de groene ruimte; Bestendigen van duurzame landbouw en voedselproductie; Het creëren van korte circulaire stromen waarbij minder afval ontstaat; Het verbeteren van de verkeersveiligheid; Het versnellen van de energietransitie; Het versterken van het landschap en natuur; Het behouden en versterken van werkgelegenheid en participatie in plattelandsgemeenten. Hoe dragen cumelabedrijven bij aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en wat hebben ze daarvoor nodig Cumelabedrijven dragen bij aan deze maatschappelijke opgaven vanuit hun technologische kennis, hun natuurlijke drang om te innoveren en hun mentaliteit om altijd hard te willen werken en probleemoplossend bezig te zijn.
Hieronder zijn de belangrijkste pijlers voor cumelabedrijven weergegeven. 1. Vakbekwaam en goed opgeleid personeel De basis voor ieder cumelabedrijf is gemotiveerd, goed opgeleid en getraind personeel. Maatschappelijke ontwikkelingen verlangen een steeds bredere en diepere vakkennis van de ondernemer en diens medewerkers. Ze moeten niet alleen kunnen uitleggen wat ze doen, maar ook waarom ze dit doen. Ondernemers doen dit door hun vakkrachten voortdurend op te leiden, te trainen en bij te scholen. Naast persoonlijke opleidingen en trainingen maakt ook procescertificering op bedrijfsniveau hier onderdeel van uit. Bovendien hebben cumelabedrijven door hun jarenlange ervaring zeer nuttige regio-specifieke gebiedskennis waardoor zij hun werkzaamheden effectief en rendabel realiseren. Kennis van cumelabedrijven door opleiding of certificering bestaat o.a. uit: Veiligheid Keuring en onderhoud machines Green Deal ‘Het nieuwe draaien’ (efficiënt & zuinig machines bedienen) Bodemkunde Bemesting & teelt (precisielandbouw) (Water-)bodemverbetering Voedselveiligheid 2. Innovatief machinepark & dito werkwijze Naast vakbekwame mensen is het moderne machinepark de tweede belangrijke pijler voor een cumela-ondernemer.
Cumela-ondernemers onderhouden hun machines zorgvuldig, maken optimaal gebruik van technologische mogelijkheden en innovaties en staan regelmatig zelf aan de wieg van nieuwe ontwikkelingen. Oplossingen die zij voor de maatschappelijke uitdagingen bedenken zijn zeer uiteenlopend en divers.
16
Concrete voorbeelden zijn: Precisielandbouw met gebruik van o GPS-technologie o Drone-technologie o Drukwisselsystemen / lage bandendruk Natuurbeheer met gebruik van bovengenoemde systemen Gebruik van een jong machinepark, vervanging iedere 6 – 10 jaar Uitrusting nieuwe machines met o Roetfilter en scr.-katalysator o Hybride technologie o Retrofit nabehandelingssystemen o Gebruik schonere biobrandstoffen Ontwikkeling en aanschaf van emissievrije aandrijvingen o Elektrisch o Waterstof o Mierenzuur 3. Moderne bedrijfslocaties, lokaal in het landelijk werkgebied Cumela-ondernemers onderzoeken bij bestaande en nieuwe bedrijfslocaties steeds de mogelijkheden om de impact op de omgeving te minimaliseren en hun bedrijfsprocessen optimaal in te richten. Keuzes op het gebied van bovengenoemde maatschappelijke doelen worden weloverwogen gemaakt. Bij cumelabedrijven c.q. loonbedrijven heeft er de laatste jaren inherent aan de ontwikkelingen van het buitengebied in brede zin, een herverdeling van werkvelden plaatsgevonden. Niet enkel de agrariërs zijn beheerder van het buitengebied of opdrachtgever voor het uitvoeren van werken. De feitelijke activiteiten en de aard van de cumelabedrijven op de bedrijfslocatie, zijn de afgelopen jaren beperkt gewijzigd.
De ruimte van het bedrijfsterrein van een cumelabedrijf wordt hoofdzakelijk gebruikt voor: Stalling van landbouwmachines, motorrijtuigen met beperkte snelheid, werktuigen en overige hulpmiddelen. Onderhoud en reparatie aan eigen materieel. Ruimte t.b.v. een strategische werkvoorraad van grond- en circulaire stoffen, welke primair vrijkomen bij eigen werkzaamheden en weer lokaal toegepast kunnen worden (hoofdzakelijk groen en grond). Voldoende ranggeerruimte om veilig te kunnen werken. Tot slot is de beschikbaarheid van een bedrijfswoning essentieel in de organisatie van de cumelabedrijven. Door de platte organisatie is een korte lijn tussen directie en uitvoering zowel bedrijfsmatig als economisch van groot belang. Cumelabedrijven zijn hoofdzakelijk actief in het buitengebied. Het is derhalve essentieel dat deze bedrijven centraal in het werkgebied zijn gelegen met de bedrijfslocatie. Het is van groot belang dat deze positie van deze specifieke bedrijfstak in én voor het landelijk gebied (in brede zin) erkend wordt en behouden blijft, zodat deze bedrijven met inachtneming van de omgevingswaarden de bijdrage kunnen blijven leveren (continuïteit) voor een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.
Inspraakreactie ontwerp Visie op Rhenen 2035 Middels deze reactie / inspraakreactie verzoeken wij u, om het bestaansrecht van onze (lid)bedrijven – in het buitengebied – te erkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving. Dit geldt in relatie tot de vigerende vestigingslocatie alsmede aangaande de uitvoering van werken i.c. ‘de plicht’ die onze bedrijven hebben om invulling te geven aan de omgevingswaarden, beheer en behoud van de openbare ruimte in brede zin alsmede op het gebied van lokale circulaire economie en duurzaamheid. Wij vragen u dan ook om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede
17
nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. Aangaande de ambitie in de visie vervullen de cumelabedrijven reeds een belangrijke rol voor het landelijk gebied in relatie tot aanleg, behouden en versterken van natuur, landschap, economie en passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Gezien de omvang van de activiteiten, deels agrarisch maar ook aanverwant niet-agrarisch, het materieel en materiaal dat wordt toegepast en de ligging ten aanzien van de opdrachtgevers (veelal in het buitengebied) is de ligging van de bedrijfslocaties van cumelabedrijven in het buitengebied essentieel. In de visie wordt ruimte gegeven aan de landbouw om zich duurzaam te transformeren. Dit kan en gaat niet zonder de inbreng en participatie van de cumelabedrijven. Zij zorgen voor een groot deel van het agrarische beheer en productie van de landbouwgronden. Daarnaast dragen de bedrijven zorg voor de aanleg, het onderhoud en het beheer van de overige gronden binnen de gemeente. Een belangrijk kenmerk hierbij is, zoals reeds genoemd, de vestigingsplaats van de cumelabedrijven in het buitengebied. Dit typeert deze bedrijfstak, alsmede de concurrentiepositie in de sector. Door cumelabedrijven niet naar een industrieterrein te verplaatsen worden mogelijke hinderlijke situaties voorkomen.
Ontsluitingswegen nabij een industrieterrein zijn niet altijd op de machines berekend en het werk is veelal in het buitengebied. Zo worden onnodige verkeersbewegingen voorkomen (hetgeen bijdraagt aan de ambitie in de visie inzake ‘goede toegankelijkheid en veiligheid’). Vanuit Cumela Nederland nemen wij (tevens) onze verantwoordelijkheid aangaande landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid alsmede circulariteit (circulaire economie). Deze thema’s zien wij ook reeds terug in uw visie. Aangaande deze onderwerpen kan de cumelasector een belangrijke bijdrage leveren in uw gemeente. De transitie naar een circulaire economie zal voor alle economische sectoren een omschakeling in productie- en logistieke processen betekenen. Uitdagingen hierbij zijn onder meer: de optimalisatie van de inzet van energie en grondstoffen; ketensamenwerking en het sluiten van kringlopen; zoeken naar andere productieprocessen en verdienmodellen. Het hoogwaardig hergebruik van afval- en reststromen staat volop in de belangstelling. In september 2016 heeft het Kabinet het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 gepresenteerd. Hierin zet zij het perspectief op een circulaire economie uiteen: een economie waarin onder meer biotische grondstoffen efficiënt worden ingezet en optimaal worden hergebruikt.
Ook beleidsambities met betrekking tot de biobased economy leiden tot een herwaardering van (met name organische) reststromen, namelijk als grondstof voor hoogwaardige biobased producten. Als organisatie en de afzonderlijke bedrijven zijn wij reeds doende met genoemde ‘transitie’. Voormelde ontwikkelingen zijn voor opdrachtgevers en cumelabedrijven reeds aanleiding om ‘anders’ te ‘kijken’ naar de reststromen die zij produceren, bijvoorbeeld groenafvalstromen die vrijkomen bij het beheer van groenstroken en wegbermen of grond die beschikbaar komt als gevolg van verschraling van natuurgebieden. Niet langer zien zij deze stromen als ‘waardeloos afval’, maar veel meer als potentiële grondstoffen voor nuttige toepassingen. Voor het uitvoering geven van een circulaire economie is voldoende (buiten)opslag noodzakelijk.
18
Resumé Zonder uitputtend te zijn herkennen wij ons als organisatie (namens onze leden) reeds in grote mate in de voorliggende visie. Desalniettemin zijn er ook diverse thema’s c.q. aspecten, zoals voormeld, welke specifiek en in belangrijke mate voor deze ‘unieke’ bedrijven bijzondere aandacht behoeven en redelijkerwijs erkend dan wel betrokken dienen te worden in de visie (en bij de verdere uitwerking van instrumenten in het kader van de Omgevingswet). In de visie komt de uitnodiging om het met elkaar te doen nadrukkelijk tot uiting. Als organisatie gaan wij graag op deze uitnodiging in. Ten eerste via deze reactie / inspraakreactie, maar ook op andere wijze willen / kunnen wij participeren bij de verdere uitwerking van de ambities. Gewijzigd vaststellen Verzocht wordt deze inspraakreactie gegrond te verklaren en de hiervoor genoemde aspecten op te nemen in de omgevingsvisie danwel van een (bevestigende) reactie te voorzien. Verzocht wordt om samen met ons als belangrijke sector in het buitengebied te kijken naar reële mogelijkheden om het buitengebied / grondgebied van de gemeente Rhenen veiliger, mooier en beter te maken. Wij verzoeken u derhalve om met inachtneming van onderhavige inspraakreactie deze belangen en gevolgen te heroverwegen. Indien nadere informatie of een toelichting gewenst is, dan zijn wij uiteraard meer dan bereid om daaraan te voldoen.