Bijlage 2 Memo vaststellen voorgestelde begrotingswijzigingen bij Voorjaarsrapportage
Tekst van het document
BIJLAGE 2: vaststellen voorgestelde begrotingswijzigingen (voorjaarsrapportage) Waarom is het van belang tussentijdse wijzigingen wel vaststellen? a. De bijgestelde begroting geeft een beter beeld van de verwachte realisatie bij de jaarstukken. b. Onze begroting is realistisch opgebouwd waarbij op onderdelen scherp wordt begroot. Dit betekent dat in de begroting weinig ruimte zit om tegenvallers op te vangen. Als de raad geen begrotingswijziging accepteert is het belangrijk om in de begroting ruimte te creëren om onverwachte omstandigheden te kunnen opvangen. c. De financiële wet- en regelgeving (Het besluit Begroting en Beantwoording) gaat uit van tussentijdse begrotingswijzigingen. d. De planning-en-control-producten blijven beter leesbaar. Aan sommige tussentijdse begrotingswijzigingen ontkom je niet. Denk bijvoorbeeld aan de begrotingswijzigingen bij de belasting- en legesverordeningen. Als gevolg hiervan krijg je in de rapportages een onderscheid tussen de vastgestelde en informatieve wijzigingen. Het veroorzaakt dus onduidelijkheid als we deze wijzigingen niet vaststellen. e. Het is een gebruikelijke werkwijze bij alle gemeentes. Vorig jaar is onderzoek gedaan hoe de Utrechtse gemeenten en de FV-gemeenten hiermee omgaan. Allemaal stellen ze tussentijds (wel op verschillende manieren) de begroting bij via een begrotingswijziging. f.
Het college en de ambtelijke organisatie handelen daarmee zoveel mogelijk rechtmatig.
Wat zijn de gevolgen als tussentijdse wijzigingen niet worden vastgesteld? 1.Het aantal begrotingsonrechtmatigheden en de omvang zullen significant toenemen. Er ontstaat eerder een afwijking op het oorspronkelijke budget dan op het bijgestelde budget. 2.Het heeft een negatieve invloed op het beeld van naar de gemeente naar buiten toe. De financiële afwijkingen hoeven geen relatie te hebben met verwijtbaar handelen, maar kunnen die indruk wel wekken.
Tot slot….. - De raad heeft altijd de mogelijkheid om (tijdelijk) niet akkoord te gaan met een of een deel van de voorgestelde wijzigingen. Bijvoorbeeld door het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing. Deze werkwijze ligt meer in lijn met de wet- en regelgeving. Verder komt het college daarmee minder snel in de positie dat zij bij voorbaat al onrechtmatig handelt.