CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Memo informatienota armoedebestrijding Rhenen 20-08-2024

Commissie Samenleving 22 oktober 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Agendaverzoek Consultatie beleidsplan bestaanszekerheid en basisvaardigheden2.221 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo ‘Armoedebestrijding door gemeente Rhenen’ Augustus 2024

Aanleiding Op 4 juli 204 is het beleidsplan ‘Armoedebestrijding 2024-2030’ in de Commissie Samenleving en daarna in de raadsvergadering geweest. Raadsleden gaven toen aan behoefte te hebben aan meer informatie over onze visie op armoede(bestrijding) en een breed beeld van de huidige aanpak door gemeente Rhenen. Daarom beschrijven wij in deze informatienota o.a. hoe wij armoede definiëren, wat gevolgen van armoede zijn, hoe we ervoor staan in Rhenen, op welke wijze we armoede bestrijden, waarom we voor deze invulling kiezen en wat we concreet doen aan armoedebestrijding.

1. Wat is armoede? Armoede is het gemis aan allerlei zaken die door de samenleving als noodzakelijk worden gezien en waarbij het gemis veroorzaakt wordt door onvoldoende inkomen en vermogen. Wat als noodzakelijk wordt beschouwd is onderwerp van voortdurende discussie, maar hieronder vallen in ieder geval: • basale levensbehoeften zoals voeding, kleding en huisvesting • niet of nauwelijks vermijdbare kosten, zoals verzekeringen • sociale participatie, zoals deelname aan sociale, sportieve en/of culturele activiteiten

2. Wie lopen risico op armoede? Het CBS1 spreekt van een huishouden met een laag inkomen of van een huishouden met risico op armoede bij een inkomen onder de lage-inkomensgrens. In 2022 was deze grens netto per maand: • voor een alleenstaande: € 1.200 • voor een paar: € 1.690 • voor een paar met twee minderjarige kinderen: € 2.300 • voor een éénoudergezin: € 1.830 Eenoudergezinnen, alleenstaanden tot aan de AOW-leeftijd, huishoudens met een niet-Europese herkomst, bijstandsontvangers, laagopgeleiden en 55- tot 65-jarigen zijn groepen die van oudsher kampen met een relatief hoog risico op (langdurige) armoede 2.

3. Wat zijn gevolgen van armoede? Armoede tast (natuurlijk) het economisch kapitaal van mensen aan, maar ook het mentaal, pedagogisch, sociaal en cultureel kapitaal3. Hieronder beschrijven we wat we verstaan onder deze kapitalen:

1

https://longreads.cbs.nl/armoede-en-sociale-uitsluiting-2023/ https://longreads.cbs.nl/armoede-en-sociale-uitsluiting-2023/ 3 https://www.movisie.nl/sites/default/files/2021-01/Uit-de-duivelskring-van-armoede.pdf 2

1

1. Economisch kapitaal: de economische middelen die mensen tot hun beschikking hebben, hun huishoudinkomen en vermogen. In het geval van mensen in armoedesituaties is hun economisch kapitaal beperkt of negatief, veelal kampen ze met (problematische) schulden. 2. Mentaal kapitaal: het zelfvertrouwen, de wilskracht en veerkracht van mensen om optimaal gebruik te maken van hun talenten, vaardigheden én beperkingen, in het bijzonder bij situaties van tegenslag zoals het geval is bij armoede. 3. Sociaal kapitaal: de relaties, contacten en sociale netwerken waarover personen beschikken. Denk aan familie, vrienden, buren (nabuurschap), lotgenoten, mentoren/maatjes, studie-, werken vrijetijdscontacten. 4. Pedagogisch kapitaal: de sterkte van de pedagogische omgeving waarin kinderen opgroeien. De stabiliteit van het gezin behoort daartoe, zo ook de pedagogische competenties van ouders, hun vermogen om waar nodig (in)formele hulp, ondersteuning en advies te organiseren, maar ook de omgeving buiten de thuissituatie, zoals de school, peergroup, buurt en clubjes (‘it takes a village to raise a child’). 5. Cultureel kapitaal: de sociale vaardigheden, soft skills, ‘21e eeuwse vaardigheden’, communicatieve vaardigheden, sociale etiquette (‘hoe het hoort en gaat’) waarover personen beschikken en het opleidingsniveau.

De verschillende kapitaalvormen zijn niet zuiver van elkaar te onderscheiden (vooral sociaal, pedagogisch en cultureel) en overlappen elkaar deels.

4. Armoede in Rhenen Naar aanleiding van de Armoedescan Rhenen van het CBS (2022) vallen een aantal dingen op:

• •

Van de huishouders in Rhenen heeft 8,9% een inkomen onder 120% van het sociaal minimum. Bij 5,2% van deze huishoudens is dat al langer dan vier jaar zo. Dit ligt rond het gemiddelde van Nederland. Bij 3,7% van deze huishoudens is dat pas recent zo (zie figuur hieronder).

Inwoners Rhenen

Inwoners

Inwoners met langdurig laag inkomen

Inwoners recent onder 120%

In onderstaande grafiek belichten we de voornaamste inkomstenbron van de groep van 5,2% van de Rhenense huishoudens die langer dan vier jaar een inkomen heeft onder 120% van het sociaal minimum (hierna te noemen ‘een laag inkomen’). Dit wordt vergeleken met Nederland, Ede, Wageningen en Veenendaal.

2

Uit deze grafiek blijkt het volgende: • •

•

•

•

•

In Rhenen is 46% van de inwoners met een laag inkomen al met pensioen. Werk als weg uit armoede is voor hen geen mogelijkheid meer. In Rhenen heeft 19% van de inwoners met een laag inkomen een bijstandsuitkering als voornaamste inkomstenbron. Van de inwoners met een bijstandsuitkering kan het grootste gedeelte niet (volledig) meer werken vanwege een chronische ziekte of beperking. Ook voor hen geldt dat hierdoor werk niet of nauwelijks een weg uit armoede is. Voor zowel gepensioneerden als mensen met een chronische ziekte of beperking hebben bovendien te maken met hogere (zorg)kosten. Voor beide groepen is daarom de vindbaarheid van regelingen en hulpaanbod, en de vereenvoudiging van dat aanbod van groot belang. Deze inwoners kunnen we maar moeilijk helpen naar een hoger inkomen. Inzetten op wegnemen/ondersteunen in kosten heeft meer kans van slagen. Inwoners met een uitkering die snel door werk kunnen uitstromen, zijn inmiddels uitgestroomd of worden naar werk begeleid. Voor de minderheid waarvoor op langere termijn een betaalde baan nog mogelijk is, hebben we de reintegratieinstrumenten uit de Participatiewet en diverse mogelijkheden voor sociale participatie en vrijwilligerswerk. In Rhenen heeft 11,2% van de inwoners met een laag inkomen, inkomen uit arbeid. De groep ‘werkende armen’ is dus niet zo heel groot.

Overigens wil dat niet zeggen dat de inwoners uit andere categorieën helemaal geen inkomsten uit arbeid kunnen hebben, maar het is niet de voornaamste inkomstenbron Zie kaartje hieronder. We zien de lage inkomens vooral in de wijken Rhenen, Rhenen Noord en Rhenen West, in mindere mate in Rhenen Oost, Elst, en Achterberg en in de andere wijken nog minder.

3

•

Binnen de groep inwoners met een laag inkomen is het aandeel inwoners met een herkomstland buiten Europa kleiner dan gemiddeld in zowel Nederland als de gemeenten om ons heen (22,9% in Rhenen vs. 31,7% in Nederland). Dat verschil is groter als wordt gekeken naar langdurig (langer dan 4 jaar) laag inkomen (19,8% vs 31%). Rhenen is geen typische expat-gemeente – een groot deel van deze groep zijn statushouders en nieuwe Nederlanders. Rhenen heeft een gemiddeld aantal van deze inwoners, maar ze hebben hier dus minder vaak een laag inkomen dan landelijk.

5. Hoe bestrijdt gemeente Rhenen armoede? Om bij mensen met een laag inkomen armoede te voorkomen, de pijn ervan te verzachten of ze te helpen uit de armoede te komen, werkt gemeente Rhenen, in lijn met eerdergenoemde aanbevelingen van Movisie, aan versterking van zowel hun economisch, mentaal, sociaal, pedagogisch als cultureel kapitaal. Hieronder beschrijven we onze visie hierop4: 1. Versterking van economisch kapitaal: •

• •

•

Werk is de beste manier om uit de armoede te ontsnappen en het inkomen te verhogen (Hof, 1998; Van Geuns, 2013) voor groepen in armoede die in een situatie van (structurele) werkloosheid verkeren. Hun economisch kapitaal kan versterkt worden door hen te helpen bij het vinden van een reguliere baan die hun financiële armslag verruimt. Werk heeft als bijkomend voordeel dat ook het sociaal kapitaal van mensen wordt aangeboord. Toch is werk niet altijd de beste remedie voor het bestrijden van werkloosheid en armoede. Aan de ‘onderkant’ ontvangen werkenden steeds vaker lagere lonen (Taylor-Gooby, 2013). Dat kan voor een deel verklaren waarom Nederland veel werkende armen heeft. Gowricharn (2000) wijst er verder op dat er een armoedeval kan optreden zodra mensen werk aanvaarden. Subsidies en andere inkomsten kunnen wegvallen of verlaagd worden waardoor de vooruitgang in arbeidsinkomen teniet wordt gedaan.

4 https://www.movisie.nl/sites/default/files/2021-01/Uit-de-duivelskring-van-armoede.pdf

4

• •

Voor gepensioneerden is werk geen optie meer om aan een hoger inkomen te komen en dat geldt vaak ook voor mensen met een chronische ziekte of beperking. Er zijn verder wel banen voor lageropgeleiden, maar bijstandsgerechtigden kunnen het veelal fysieke, zware en monotone werk niet aan. Ook dienstverlenend werk is vaak te zwaar voor hen omdat het hoge eisen stelt aan sociale vaardigheden

2. Versterking van mentaal kapitaal: •

•

•

•

Mensen in armoede kunnen (tijdelijk) over onvoldoende mentaal kapitaal beschikken of zijn zich onvoldoende bewust van en onzeker over hun talenten. Mullainathan en Shafir (2013) wijzen in dit verband op de zogenoemde “psychologie van schaarste” die mensen gevangenhoudt in armoede. Het leven in armoedige omstandigheden en ervaren schaarste resulteert in een afname van de bandbreedte; het vermogen om aandacht op te brengen, om juiste beslissingen te nemen, om vast te houden aan plannen en om verleidingen te weerstaan. De opeenstapeling van belangrijke (geld)zorgen heeft een negatieve invloed op geduld, tolerantie, aandacht, toewijding en het geheugen. Ook gaan ervaringen van schaarste samen met onzorgvuldigheid, afwezigheid, impulsiviteit, kortzichtig gedrag en het maken van fouten. Mensen zijn psychologisch te zwaar belast om zich te oriënteren op doelen en taken die belangrijk zijn voor de langere termijn, maar niet als urgent aanvoelen. Hun focus ligt op dringende kwesties en korte-termijn belang om zo de eindjes aan elkaar te knopen en te overleven.

3. Versterking van sociaal kapitaal: •

•

•

•

De wetenschappelijke literatuur maakt duidelijk dat wie langdurig in een situatie van armoede verkeert het met weinig sociaal kapitaal moet doen. Sociale netwerken krimpen. Dat betekent dat iemand weinig middelen kan mobiliseren uit zijn of haar netwerken. Het gaat daarbij niet alleen om geld en informatie, maar ook om goederen, diensten én emotionele, sociale en praktische steun. Sociale contacten vormen een buffer waarmee negatieve gebeurtenissen kunnen worden opgevangen en positieve zaken aan belang winnen. Er is een significante samenhang tussen een laag inkomen en het minder vaak kunnen rekenen op hulp van anderen. Wie zich langdurig in een situatie van armoede bevindt, raakt steeds meer aangewezen op de wereld dichtbij huis. Het betekent steeds minder mensen bezoeken en ontvangen, maar ook nauwelijks gebruik maken van recreatieve en culturele voorzieningen. De geografische mobiliteit neemt af, de wereld wordt klein en de maatschappelijke participatie vermindert. Mensen in armoede worden daarnaast vaker omringd door negatief sociaal kapitaal. In zulke gevallen vormt de sociale omgeving een blokkade voor maatschappelijke participatie en sociale mobiliteit van meer ambitieuze mensen. Het ‘lidmaatschap’ van bepaalde netwerken leidt dan tot een benedenwaartse bijstelling van maatschappelijke aspiraties. Hun sociale omgeving houdt hen ‘klein’.

Amerikaanse armoedestudies laten zien dat sociaal kapitaal voor arme huishoudens vooral als ‘overlevingskapitaal’ fungeert om rond te kunnen komen. Hun netwerken compenseren het economisch kapitaal, maar zijn te eenzijdig om elkaar uit situaties van armoede te tillen.

4. Versterking van pedagogisch kapitaal: •

•

Het opgroeien in armoede tast het pedagogisch kapitaal aan. Uit onderzoek is bijvoorbeeld bekend dat de relaties binnen gezinnen vaker onder druk staan. Armoede gaat namelijk vaker hand in hand met spanningen, ruzies, relatiebreuken, opvoedingsproblematiek, huiselijk geweld (Witte, 2011), waaronder ook kindermishandeling (RMO & RVZ, 2009). Verder blijkt intergenerationele armoede vaak gepaard te gaan met opvoedingsproblematiek. Langdurige armoede resulteert in aanhoudende stress en dat belemmert ouders om het

5

•

ouderschap en de pedagogische rol van opvoeder op een passende manier invulling te geven. Ze worden gekweld door zorgen en gevoelens van schuld, onzekerheid en tekortschieten. Sommige onderzoekers wijzen erop dat de opvoeding in situaties van generatiearmoede gekenmerkt wordt door een ‘cultuur van armoede’. Het idee van een cultuur van armoede is eind jaren vijftig geïntroduceerd door Oscar Lewis op basis van stedelijke onderzoeken onder armen in Mexico en Puerto Ricco. Hij beschreef deze cultuur als een adaptatie aan een objectieve marginale situatie, en dat deze aanpassing steeds weer opnieuw aan kinderen van volgende generaties doorgegeven wordt. Deze cultuur bestaat uit lage verwachtingen van hun kinderen, fysieke disciplinering, hard of inconsistent straffen en een beperkt geloof in hun eigen vermogen en invloedsfeer om hun kinderen te vormen en ontwikkelen (NJi, 2015; 2018).

5. Versterking van cultureel kapitaal: • •

•

Hieronder verstaan we waarden- en normenpatronen die personen gevangenhouden in uitkerings- en armoedesituaties. Cultureel kapitaal is niet gemakkelijk te scheiden van sociaal kapitaal en pedagogisch kapitaal. In onze uitleg van sociaal kapitaal hebben we gewezen op het belang van overbruggende contacten, dat wil zeggen contacten met andere kringen en netwerken, juist omdat die nieuw cultureel kapitaal kunnen opleveren: kennis en inzichten die iemand idealiter kan benutten om uit een situatie van armoede te komen. Ook met pedagogisch kapitaal is er een sterke overlap. Kinderen uit hogere milieus worden vaker voorgelezen, krijgen een boek in de Kinderboekenweek, gaan vaker naar sportieve en culturele activiteiten, spelen meer met vriendjes thuis of elders. Zij doen hierdoor op vanzelfsprekende wijze sociale vaardigheden op en komen zo ook in aanraking met betekenisvolle volwassenen.

6. Wat doet gemeente Rhenen concreet aan armoedebestrijding? Hieronder beschrijven we concreet wat gemeente Rhenen, samen met veel vrijwilligers, doet om bij mensen met een laag inkomen armoede te voorkomen, de pijn ervan te verzachten of ze te helpen uit de armoede te komen:

1 2 3 4 5

6

7

8

Inzet gemeente Rhenen en vrijwilligers Cunerapas Jeugdfonds Sport & Cultuur Individuele Inkomens Toeslag Bijzondere bijstand Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Brede ondersteuning van gedupeerden toeslagenaffaire Collectieve ziektekostenverzek ering Studietoeslag

Versterking economisch kapitaal

Versterking mentaal kapitaal

✓ ✓

✓

✓ ✓ ✓ ✓

Versterking sociaal kapitaal

✓

✓ ✓

6

Versterking pedagogisch kapitaal

Versterking cultureel kapitaal

✓ ✓

9

Inzet gemeente Rhenen en vrijwilligers Energieloket

10

Budgetloket

11

Noodfonds Rhenen

12 13

Schuldhulpmaatje Rhenen Formulierenbrigade

14

Jobhulpmaatje

15 16

Buurtgezinnen Rhenen Cultuurcoach

17

Buurtsportcoach

18

Bibliotheek Rhenen

19 20

Informatiepunt Digitale Overheid Taalhuis

21

Taalmaatje

22

Taalcafé

23 24

Netwerk voor nieuwkomers Sociaal team

25

Jeugdteam

26

Welzijn Vierstroom

27

Mozaïek Welzijn

Versterking economisch kapitaal

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Versterking mentaal kapitaal

Versterking sociaal kapitaal

Versterking pedagogisch kapitaal

Versterking cultureel kapitaal

✓ ✓

✓

✓

✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓

✓ ✓

✓

✓

✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14460551/2