Bijlage 2 Inhoudelijke wijzigingen -derde wijziging APV 2020
Tekst van het document
Lijst inhoudelijke wijzigingen APV De derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2020 is er een die in het teken staat van de Omgevingswet en Alcoholwet. Tientallen verwijzingen en bewoordingen zijn aangepast om aan te sluiten op deze wetgeving. Daarnaast zijn ook een groot aantal taalkundige aanpassingen gedaan om artikelen scherper en duidelijker te formuleren. Al deze wijzigingen onder elkaar zetten zou echter leiden tot een onleesbaar en onbruikbaar document. Zodoende zijn hieronder alleen de artikelen toegevoegd die inhoudelijk veranderen dan wel nieuw toegevoegd zijn. In de geannoteerde versie van de APV zijn alle overige wijzigingen uiteraard ook nog in te zien. Wijzigingen zijn dikgedrukt in de artikeltekst weergegeven, ook is aangegeven wanneer het een nieuw artikel betreft. Artikel 2:19 Stoken van vuren 1. Het is verboden vuur te stoken en materialen of goederen voorhanden te hebben of te vervoeren met het kennelijke doel deze te gebruiken voor het (op)stoken van vuur of hiermee anderszins de openbare orde te verstoren of de veiligheid in gevaar te brengen. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het stoken van vuur in vuurkorven dan wel vuurtonnen (oliedrums) met een maximale inhoud van 200 liter, in de periode van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur, mits gestookt wordt met onbehandeld hout of snoeiafval.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor evenementen als bedoeld in artikel 2:24, met uitzondering van kleine evenementen. 3. Het college kan nadere regels vaststellen voor het gebruik van de vuurkorven en vuurtonnen. 4. In het geval dat 31 december op een zondag valt, geldt het verbod zoals bedoeld in het eerste lid, in afwijking van het tweede lid, niet in de periode van 31 december 13.00 uur tot 1 januari 02.00 uur. Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als: a. het evenement tussen 7.00 en 23.00 uur plaats vindt; b. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; c. slechts kleine objecten worden geplaatst met een maximale oppervlakte van 20 m² per object; d. er een organisator is; en e. er geen geluidsapparaten in werking zijn ten behoeve van het evenement. f.
de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleidi ng is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt doo r artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
6. In afwijking van de in artikel 1:2, eerste lid, genoemde beslistermijn besluit de burgemeester op de aanvraag voor een vergunning voor een groot evenement binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, kan de burgemeester deze termijn verlengen met ten hoogste twaalf weken. 7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:48a (Vervallen) 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Artikel 2:50b Messen en andere voorwerpen als steekwapen (Nieuw) 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein (Nieuw) 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk. 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en c. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet (Nieuw) Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Artikel 2:74 Drugshandel op straat en op het water Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden om: a. op of aan een openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen of zich op of aan openbare plaatsen in of o p een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, b. zich op een openbaar water op te houden, daar heen en weer te bewegen en zich op of in of een vaartuig te bevinden of daarmee heen en weer te varen, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke (Nieuw) 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c.
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan gesc hiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 5:4 Defecte voertuigen (Nieuw) Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op een openbare plaats te parkeren.