CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Groeidocument RPLG

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Groeidocument Regionaal Perspectief Landelijk Gebied13.046 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.3.3. Lijn 3: Een natuurlijk landschap dat verbindt In de regio zijn steeds meer landgebruikers bezig hun negatieve impact op de bodem, water, uitstoot en biodiversiteit om te buigen naar nul negatieve impact of zelfs natuur herstellend (regeneratief). Dat kan en moet op meer plekken. Dit vraagt een omslag in ons denken en onze kennis hierover. Alleen al het creëren van meer variatie in het landschap draagt bij aan de basiskwaliteit in soorten. Uiteindelijk willen we in een wereld leven waarin ‘gewone’ soorten daadwerkelijk gewoon (en niet schaars) zijn. Hiervoor moeten we ons richten op herstel van het gehele natuurlijke systeem. Juist ook buiten de grenzen van de planmatig toegekende natuurgebieden. De ontwikkellijn gaat er daarbij vanuit dat als de condities van algemene, niet bedreigde soorten verbeteren, de positie van alle soorten (en dus biodiversiteit) verbetert. Dit kan op basis van de aanwezige landschapstypen in een gebied concreet gemaakt worden. We richten ons naast het beschermen van natuurgebieden (N2000) op herstel van natuurlijke processen. Die zijn overal: van bedrijfsperceel tot achtertuin en van paardenweide tot de uitloop van legkippen. In de verstedelijkingsstrategie Arnhem-NijmegenFoodvalley is opgenomen dat de opgave voor voldoende recreatief toegankelijk groen vooral wordt gerealiseerd in het toegankelijk maken van het landelijk gebied.

Voor Regio Foodvalley gaat dat om een totale oppervlakte van 2.000 hectare aantrekkelijk en beleefbaar groen. Mensen hebben behoefte aan dagelijks (te lopen), wekelijks (te fietsen) en maandelijks (per auto/OV) groen. Deze 2.000 hectare toegankelijk groen hebben voor Regio Foodvalley vooral betrekking op dagelijks en wekelijks groen en daarmee op het landelijk, en vooral agrarisch gebied. Voor de lange termijn willen we voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zonering moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn (van middel naar doelsturing). Echter gezien de urgentie om op korte termijn maatregelen te moeten nemen is het niet te voorkomen dat we voor een overbruggingsperiode van een aantal jaar gaan werken met overgangsgebieden rondom N2000 gebieden (zonder dat de breedte overal hetzelfde hoeft te zijn, dit kan afhangen van landschaps- en bodemtypen). In deze overgangsgebieden ontstaat een verweving tussen landbouw en natuur, met vormen van natuurinclusieve landbouw, die we kunnen onderzoeken. We hebben daarbij aandacht voor de gevolgen in een gebied en houden oog voor de menselijke maat. 22

Zo’n overbruggingsperiode is nodig omdat maatregelen en technologie voor bedrijfsspecifieke sturing nog niet voldoende zijn uitontwikkeld om op korte termijn in te kunnen zetten. Er is een sterke relatie met de ontwikkellijn Bodem en watersysteem brengen we in balans. En de samenwerking met de landschapsbeheerders en agrariërs is noodzakelijk. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn. Anders denken: “van… -> naar situatie” 1. Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden...

… Ook zorgen voor een basiskwaliteit natuur in de hele regio en juiste beheer van natuur (Vogelhabitatrichtlijn, bossenstrategie, Groenblauwe dooradering)

2. Van natuur als kostenpost naar…

… Natuur als betaalde ecosysteemdienst en randvoorwaarde

3. Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar…

… Ook natuur als intrinsieke waarde

Een betere balans tussen 4. Naast natuur als plek voor buitenactiviteit...

… Natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin

5. Van sterke contrasten tussen landschappen en dorp/stad naar…

… Verweven van cultuurlandschappen met natuurkwaliteit tot aan de voordeur (bodemleven, schoonwater, groenblauwe dooradering)

6. Van centraal beheer naar…

….meer beheer door het gebied zelf, in goed overleg en samenwerking

1. Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden… ook zorgen voor een basiskwaliteit natuur in de hele regio Zodat de algehele leefomgeving groener, gevarieerder en gezonder wordt. Dit vraagt om integrale keuzes in ruimtegebruik. Het formuleren, realiseren en monitoren van een basiskwaliteit kan voor meer ontspanning zorgen. Als de algehele natuur kwaliteit vergroot wordt kunnen we ook kijken of er in N2000 gebieden meer mogelijk is door bijvoorbeeld soms extra functies toe te staan. We bepalen per gebied gezamenlijk welke basiskwaliteit we willen en hoe de huidige situatie is. Naast de zorg voor een goede basiskwaliteit realiseren we als regio de maatregelen die nodig zijn voor de minimale 10% groenblauwe dooradering (GBDA), het voldoen aan de vogelhabitatrichtlijn en de bossenstrategie. 2. Van natuur als kostenpost naar… natuur als ecosysteemdienst en randvoorwaarde Een nieuwe manier van kijken naar economische waarden, onderdeel van brede welvaart en de welzijnseconomie. Het is belangrijk om natuurwaarden uit te drukken in onze standaard “grootheid” euro’s. Hiermee kunnen we het makkelijker inzetten om de balans in evenwicht te krijgen (true pricing). Ook meer verbinding is tussen stad en platteland helpt hierbij. 3.

Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar… ook natuur als intrinsieke waarde Niet alle natuur hoeft een functie te hebben, historisch was dit vaak de gedachte. Natuur kan ook van zichzelf mooi zijn en niet van iets of iemand zijn. Voorwaarde voor deze uitwerking is dat er (weer) meer verbinding is tussen stad en platteland.

23

4. Naast natuur als plek voor buitenactiviteit… natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin Je gaat niet alleen de natuur in als je deze bewust opzoekt, maar het is onderdeel van je dagelijks leven, waardoor je leefomgeving een prettigere plek wordt en je het meer kunt zien en waarderen. Een opgave voor alle eigenaren in het landelijk gebied, van niet-agrarische bedrijven tot paardenhouderijen en van woningen tot vakantieparken. 5. Van sterke contrasten tussen landschappen en stad naar … natuur integraal opgenomen in het gebied (bodemleven, schoonwater, Groenblauwe Dooradering) Verschil tussen natuur en landschap (of natuurlijke processen) verzachten, niet alleen de fysieke grenzen maar ook de functiegrenzen. Hierdoor ontstaat meer diversiteit. Denk aan Landbouwinclusieve natuur, of natuurinclusieve landbouw, maar ook initiatieven als moestuinen, voedselbossen en herenboeren. Beleefbaar en bereikbaar. Daarbij moet de verbinding tussen de stad, burger, boer, en natuur verbeterd worden om de tegenstellingen te verkleinen. 6. Van centraal beheer naar… meer beheer door het gebied zelf Dit betekent dat overheden en/of terreinbeherende organisaties (TBO’s) deels beheer en regie loslaten en/of nog meer de samenwerking aangaan met het gebied (samenleving heeft gedeeld eigenaarschap) – afhankelijk van het type en kwetsbaarheid van de gebieden.

Wat er bottom-up georganiseerd kan worden, moet bottom-up. Niet alleen de mensen in het buitengebied zijn hiervoor belangrijk, maar juist ook de mensen in de dorpen en steden. Verantwoordelijkheid nemen voor beheer en onderhoud van natuur en landschap waar je zelf ‘dagelijks’ van geniet. Het beeld hierbij is dat natuur niet van de overheid is, maar van de mensen in het gebied zelf. Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld (deze worden in deel 3 uitgewerkt): • We zetten in op meer biodiversiteit op erven, in tuinen, op vakantieparken en in de landbouw die bijdraagt aan biodiversiteit (natuurinclusief). • We werken aan robuuste groene structuren voor biodiversiteit en klimaatadaptatie: We realiseren 10% groenblauwe dooradering (hagen, houtwallen, poelen etc.) door het hele gebied. We verwachten dat dit voor deze regio realistisch is en al in grote mate gerealiseerd is. Het is daarmee een goede koppeling met andere doelen (zoals 2.000 hectare recreatief aantrekkelijk gebied). • Als het geheel robuuster is kunnen we ook de andere kant op meer verzachten (in strenge gebieden meer functies toelaten, minder spanning als er eens een extra boom om gaat). • Als we meer groen willen én meer woningen moeten we mogelijk vaker de hoogte in en de wijze van bouwen meer natuurinclusief maken (denk o.a. aam verticaal groen).

• We moeten inzetten op communicatie om de beleving en de relatie tussen de burgers, boeren en natuur te verbeteren. Inzicht geven in wat er niet op orde is, ook in de dorpen, wat er aan mooie initiatieven zijn en waar mensen aan bij kunnen dragen. Welke goede voorbeelden zijn er onder andere in de regio? • Via Dorpen in het groen komt er jaarlijks extra groen beschikbaar voor aanplant van o.a. heggen en bomen. • Vanuit het Programma Natuurinclusieve Landbouw Gelderland (www.pnlg.nl) wordt duidelijk dat boeren kunnen bijdragen aan natuur en biodiversiteit. Onder andere in de landbouwenclave op de Ginkel en binnen de zogenaamde ‘Koplopersgroep’ in de regio. De waardering en/of beloning voor boeren is nog niet op orde. • In meerdere gemeenten zijn projecten voor bloemrijke akkerranden en voor weidevogelbeheer, voor gebieden waarvoor de betreffende provinciale regelingen (nu) niet beschikbaar zijn; • Diverse gemeenten hebben het gezamenlijk opgestelde “Bouwen aan het landschap op de tussenschaal” in hun manier van werken opgenomen, waardoor met landschappelijke 24

• •

inpassing van projecten wordt gebouwd aan grotere structuren (i.p.v. aan het ‘wegstoppen’ van nieuwe bebouwing). Stichting Landschapsbeheer Gelderland heeft al diverse vrijwilligersgroepen opgezet rondom diverse vormen van natuur- en landschapsonderhoud. In het Binnenveld en in de Landegoederenzone bij Nijkerk zijn goede voorbeelden voor het ontsluiten en aantrekkelijk maken van het landelijk gebied t.b.v. recreatief groen.

25

3. WAT IS ER NODIG? 3.1. INHOUDELIJK PROCES UITWERKING Het derde deel beschrijft wat er nodig is om het lange termijn perspectief te realiseren. Om de beschreven ontwikkellijnen in te vullen is het nodig om ze praktisch te maken en ervoor te zorgen dat ze concreet gaan bijdragen aan de doelen op gebied van stikstof, klimaat, water en natuur. Praktisch maken betekent ook dat het een soort Menukaart kan worden voor gemeenten in de regio én dat het een urgente actielijst oplevert voor aangepast beleid, aanpassing van regelgeving en inzet van financieringsvormen. Deels land dit bij gemeenten maar een groot deel is ook onderdeel van de lobby richting provincie, rijk, waterschap en EU. Komend voorjaar werken we als regio, samen met inhoudelijk deskundigen, provincies, waterschap en overige stakeholders verder aan de invulling van dit deel. We organiseren meerdere overlegmomenten om kennis en ideeën op te halen. We verbinden onze lokale (gebieds-)processen met het regionaal perspectief, de ontwikkeling van de programma’s van de provincies Gelderland en Utrecht en de doelen van het nationaal programma landelijk gebied (NPLG). Dat wat er zonder vaststellen van het RPLG al kan en bijdraagt aan het behalen van doelen en ontwikkelruimte, wordt voortgezet en/of in gang gezet. Hier wordt in 2023 een beter beeld van gevormd.

De uitvoering van het RPLG, verbonden aan het NPLG, is een adaptief en iteratief proces voor de komende jaren/decennia, waarin we samen optrekken, leren en zoeken naar de beste oplossing. Dit is een afgewogen combinatie van ruimtelijke aspecten, sociaaleconomische aspecten en de doelen die we moeten en willen halen. U kunt zich voorstellen dat de delen 2 en 3 van dit RPLG sterk met elkaar samenhangen. Deel 2 zullen we daarom ook in 2023 zo nodig bijstellen. Mogelijk gaan we deel 2 en 3 per ontwikkellijn integreren, zodat de uitvoering direct gekoppeld is aan de doelen. Om het perspectief te realiseren zien we maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. We gaan slim kiezen hoe we prioriteiten stellen in de maatregelen en instrumenten, om de stap naar voren te kunnen zetten. Soms zal het nodig zijn tijdelijke maatregelen als overbrugging in te stellen tot de lange termijn maatregelen zijn ontworpen en geïmplementeerd. Wat betreft de korte en middellange termijn is het voor ons als gemeenten geen optie om over te gaan tot gedwongen uitkoop van bedrijven. Wij kunnen echter niet op voorhand uitsluiten dat het Rijk daar wel toe zal overgaan. Vergunde milieu-emissies vinden wij voor toekomstgerichte bedrijven een belangrijke waarde.

Maar we zullen voor de leefbaarheid en voor de natuur nieuwe doelen moeten stellen en waar de stand van de techniek en de prijsvorming verdere emissiereductie haalbaar en betaalbaar maakt, hoort de toepassing daarvan in combinatie met het reduceren van de toelaatbare emissies, wat ons betreft ook bij maatschappelijk verantwoord ondernemen. Vergunde milieu-emissies die niet actueel zijn in relatie tot de bedrijfsstrategie beschouwen wij niet zomaar als een vaststaand gegeven. De maatregelen samen moeten ervoor zorgen dat we binnen de grenzen (of doelen) van het ecologische en maatschappelijk systeem gaan komen (op termijn). Deze antwoorden maken we (deels) specifiek voor de verschillende typen landschap die de regio kent. Rondom beken gelden andere doelen, maatregelen en effecten, dan op de hogere zandgronden. Hierbij vragen we advies van experts en gaan we in gesprek met belanghebbenden. Een voorbeeld hiervan staat hieronder in de tabel. Hiervoor beantwoorden we vragen als: Wat moeten we doen? 26

-

Hoe draagt dit bij aan wat (positief/negatief/neutraal)? Wat doen we al? Wat knelt? Wie is “we”? Wat heeft prioriteit? Hoe maken we het meetbaar?

Maatregelen irt Systeemdoelen Bodem en water Verdienvermogen Biodiversiteit Circulair Klimaat Gebiedsidentiteit …

Regie op grondgebruik

Nieuwe teelten

Meer alternatieve eiwitbronnen

Verbreding bedrijfvoering

Gebruik rest stromen

….

0 + ++ -? ++

-

+

--

0

+

We ontsluiten inhoudelijke kennis en ervaring van bedrijven, organisaties en overheden. Hierbij is het noodzakelijk dat we data kunnen delen op een voor de regio relevant abstractieniveau. Dit is op basis van de AVG nu niet mogelijk. We ontwikkelen tijdens het uitwerken van deel 3 een kennisagenda. Waar mogelijk beantwoorden we vragen direct samen met experts uit de regio. Waar nodig zetten we extra onderzoeken uit. De verschillende feedback- en gespreksrondes voor het RPLG leverde waarde volle bijdragen van betrokkenen bij het landelijk gebied die passen bij de praktische uitwerking van deel 3. Deze bijdragen worden meegenomen in de verdere uitwerking van de maatregelen. In onderstaande tabel zijn een deel van de acties samengevat die in de periode maart-mei 2023 worden besproken en uitgewerkt: Ruimtelijke Ordening

Basiskwaliteit natuur Innovatie Omschakeling ander agrarisch verdienmodel Verbreden Belonen

Verplaatsen bedrijfsbeëindiging

Vaststellen randvoorwaarden Basiskwaliteit Natuur, Bescherming landbouwgrond, Definiëren overgangsgebieden, Functieverandering, Functieverbreding, Vergunningverlening, Zonering, Gebiedsprocessen, Monitoring, Innovatie-broedplaatsen, Functies passend bij bodem en landschap Basiskwaliteit natuur (biodiversiteit) concretiseren, realiseren, 0-situatie en monitoren Stimulering innovatie, Emissiereductie stallen, Uitspoeling reduceren (o.a. bufferstroken), Nieuwe teelten, Kennisdeling Kennisdeling Biologisch, Korte Keten, Agroforestry, Akkerbouw, etc. Grondbeleid, Kavelruil, Pachtvoorwaarden Recreatie & Toerisme, Bouw, Zorg etc. Fair pricing, Landschapsbeheer, Agrarisch Natuurbeheer, CO2-vastlegging, Nieuwe landschapselementen, Recreatief medegebruik, (tijdelijke) waterberging Kavelruil, Grondinstrument Uitkoop/beëindiging Rijk, Functieverandering (VAB-beleid) 27

3.2. GEMEENTELIJKE STURING EN SUCCESVOORWAARDEN In deze paragraaf geven we een mogelijke opzet voor de knelpunten en oplossingen van deel 3. We maken onderscheid in de verantwoordelijkheden van partners: wie gaat waarover, is waarvoor bevoegd en heeft een rol in de oplossing? We denken nu aan de volgende indeling: - Lokaal/regionaal, te onderscheiden naar ondernemers, inwoners (consument), gemeenten, Waterschap, natuurorganisaties (TBO’s) - Provinciaal, provincies Gelderland en Utrecht - Landelijk, te onderscheiden naar Rijksoverheid en wellicht landelijke ondernemers- en belangenorganisaties Hieronder wordt een aanzet gedaan voor de verantwoordelijkheden en rol van de gemeenten. De uitwerking van de verantwoordelijkheden van de andere overheden, met wat wij als Regio Foodvalley van hen nodig hebben, wordt nog uitgewerkt en aangevuld. We werken ook een sturingsfilosofie uit. We moeten keuzes maken in hoe we monitoring en (bij)sturing t.a.v. de verschillende opgaven en doelen willen volgen en borgen. Een gebied is nooit af, een perspectief verandert onderweg en een transitieproces kost tijd. Dit vraagt om actieve participatie van alle betrokkenen van het landelijk gebied waarin we elkaar blijven vasthouden, zonder de verantwoordelijkheden van financierende- en ketenpartijen alsmede de consument uit het oog te verliezen.

En waar de overheid op een zinvolle manier randvoorwaarden en sturingsmechanismen biedt.

3.2.1. Sturingsfilosofie Het perspectief voor het landelijk gebied biedt een beeld voor de lange termijn (2040), waardoor bedrijven hun bedrijfsvoering kunnen aanpassen. Maar op korte termijn moeten er al bepaalde maatregelen genomen worden om te voldoen aan de landelijke doelstellingen. Dat heeft invloed op de sturingsfilosofie van de overheden op korte termijn. Op korte termijn zal de (lokale) overheid een sturende en handhavende rol hebben zodat de doelstellingen ook gehaald kunnen worden. In de loop der tijd komt er meer nadruk te liggen op de mogelijkheid om burgers, maatschappelijke verbanden en bedrijven zelf initiatieven te laten nemen voor de realisatie van de doelstellingen. Wel binnen de bandbreedte die het perspectief biedt. Er zullen op basis van het perspectief nieuwe instrumenten en stimulerend beleid ontwikkeld worden. Het RPLG levert een perspectief op. Om dit perspectief op gemeentelijk en zelfs bedrijfsniveau door te vertalen wordt voor bepaalde gebieden ingezet op gebiedsprocessen. Via de gebiedsprocessen wordt de samenhang op landschapssysteemniveau geborgd. Er zijn binnen de Regio Foodvalley enkele gebiedsprocessen gestart en er zullen anderen starten. Binnen Regio Foodvalley zijn er een aantal grote regionale trajecten met een ruimtelijke impact, zoals de Verstedelijkingsstrategie en de Regionale Energie Strategie (RES).

De ruimtelijke opgaven staan beschreven in de Regionale Ruimtelijke Verkenning Foodvalley, die in 2021 is vastgesteld door alle gemeenteraden. Om die gezamenlijke opgaven verder in beeld te krijgen en integraal te benaderen wordt een gebiedsprogramma opgezet. Onderdeel van het gebiedsprogramma is om te werken met een integrerende tafel: een manier om met gemeenten, beide provincies en het waterschap integraal samen te werken op de schaal van Regio Foodvalley. De bedoeling is om deze tafel ook te benutten voor het gesprek over het regioarrangement van de provincies.

28

3.2.2. Vraagstukken en keuzes voor gemeenten De transitie van het landelijk gebied zal van de gemeenteraden besluiten vergen met impact voor inwoners en voor de gemeentelijke organisatie, bijvoorbeeld over: A. Ruimtelijke ordening B. Flankerend beleid en inzet van mede-overheden en ketenpartijen C. Rollen die de gemeente wil nemen D. Capaciteit van de ambtelijke organisatie Het RPLG omvat uiteindelijk maatregelen en instrumentarium voor de korte, middellange en lange termijn. Gezien de snelheid van het proces is het nodig op de korte termijn handelingsopties aan gemeenten aan te bieden en input te leveren voor de provinciale programma’s. De volgende vraagstukken werken we komende maanden verder uit: A.

Ruimtelijke ordening - Vertalen van het RPLG naar omgevingsplannen en flankerend beleid, waaronder o.a.: o Wellicht definiëren van de overgangsgebieden langs Natura 2000 in afstemming met de provincie; o Kiezen welke functies (of functiecombinaties) en gebruiksvoorwaarden passen op basis van het bodem- en watersysteem, landschapstypen en natuurwaarden (biodiversiteit); o Kiezen welke functies in de nabijheid van dorpen passen; we streven naar meer verbinding tussen stedelijk gebied en buitengebied, ook met het oog op het mogelijk verminderen van voorzieningen in het landelijk gebied; o Anticiperen op bedrijven die stoppen of omvormen door vooraf vast te stellen wat op die locatie na bedrijfsbeëindiging de gewenste en mogelijke ontwikkeling is; o Experimenteerruimte bieden door flexibele regels en maatwerk; o Ruimte bieden voor verbredingsactiviteiten en energieopwekking; o Duidelijkheid geven over wat er niet kan. - Functieveranderingsbeleid laten aansluiten op het RPLG en doorvertalen naar gemeentelijk beleid; - Bescherming van landbouwgrond voor voedselproductie; - Vergunningverlening herinrichten op de overeengekomen doelen en toewerken naar doelsturing via data (sensoring en monitoring); - Vertalen van de gebiedsplannen als uitkomsten van de gebiedsprocessen naar juridische borging, waaronder het ruimtelijke beleid.

- Pachtbeleid dat natuurinclusieve landbouw ondersteunt door inzet van puntensysteem. - Grondbeleid ondersteunend aan extensivering van de veeteelt. B. Flankerend beleid: randvoorwaardelijke inzet van mede-overheden en ketenpartijen: - Financiële haalbaarheid: er moet een rendabele grondslag zijn en blijven voor voedselproductie. Dit geldt ook in geval van extensivering. - Structurele langjarige beloning van maatschappelijke diensten (zoals landschapsonderhoud, vergroting biodiversiteit, recreatief medegebruik, wateropgaven, CO2-vastleggen). We ontwikkelen een systematiek die boeren en andere ondernemers in staat stelt om omgevingsgericht te ondernemen, waaronder mogelijk een (regionaal) kpi-systeem (kritische prestatie indicatoren), ondersteund door certificering en dataverzameling; Hierbij zijn alle partijen nodig: van fiscale stimuleringsmaatregelen, tot bijdragen vanuit de markt en ketenpartijen, waar nodig ondersteund door wetgeving. - Instellen en organiseren van een landschapsfonds; - Basiskwaliteit natuur (biodiversiteit) concretiseren, realiseren en monitoren; - Ondernemerschapsbegeleiding voor doorontwikkeling: 29

-

-

o aanbod trainingen o coaching en persoonlijke begeleiding o faciliteren opstellen individuele ondernemingsplannen o faciliteren overname en opvolging Innovatiebevordering techniek (emissiereductie), management (emissiereductie, dierenwelzijn, biodiversiteit)) en nieuwe voedselsystemen (bijv. insectenkweek, agroforestry) door het stimuleren, faciliteren en co-financieren van: o Pilots en onderzoek, bijvoorbeeld faciliteren van praktijkonderzoek naar bodemverbetering, kruidenrijk grasland, mestverbetering, precisielandbouw en andere teelten; o Samenwerkingen bijvoorbeeld met het waterschap om met kruidenrijk grasland het water beter vast te houden in de bodem; o Nieuwe teeltwijzen en verdienmodellen zoals Agroforestry en omschakeling naar biologische landbouw; o Kennis(netwerk)ontwikkeling en -deling over onder andere verdienmodellen, bodemgesteldheid- en watersystemen; o Zelf het goede voorbeeld te geven (denk aan korte keten kantines); Landschapsonderhoud en het verhogen van de biodiversiteit stimuleren, onder meer door het delen van kennis hierover en het betrekken van vrijwilligers; Begeleiding bij bedrijfsbeëindiging; o Carriéreswitch / werk-naar-werk begeleiding.

C. Rollen die de gemeente wil nemen - Keuze van de rol in gebiedsprocessen: regie nemen, deelnemen of uitkomsten afwachten. - Regie nemen om de beschikbaarheid en de toegang tot grond voor het faciliteren en het verbeteren van de kavelstructuur voor regionale en natuurinclusieve voedselproductie, door onder meer het inrichten van een regionale grondbank, bijvoorbeeld voor grotere huiskavels voor melkveehouders om meer weidegang mogelijk te maken; - Keuzes m.b.t. het bovenstaande flankerend beleid (sturen en regisseren en/of faciliteren en/of financieren); D. Capaciteit van de ambtelijke organisatie De benodigde capaciteit is afhankelijk van: • Omvang van het buitengebied en het aantal locaties waar veranderingen plaatsvinden • Ligging nabij of in Natura 2000: hoe dichterbij hoe groter de inzet • Keuzes m.b.t. de rolneming Er is in ieder geval capaciteit nodig voor: - De beleidsvertaling naar de individuele gemeente - Invulling van de rol in gebiedsprocessen - Uitvoeringscapaciteit voor ruimtelijke plannen en vergunningen voor de uitvoering van ondernemingsplannen en gebiedsplannen - Uitvoering van flankerend beleid We beginnen niet vanuit nul. Juist in de Regio Foodvalley is er voldoende kennis, wetenschappelijke én praktische kennis en voldoende ondernemerschap en samenwerking om dit met elkaar op te pakken.

Er zijn al diverse activiteiten in beeld en aan de gang die zeker onderdeel zullen worden van dit derde deel van het RPLG. Deze kennis en kunde kunnen gemeenten met elkaar delen.

30

3.2.3. Voorwaarden voor succes We zien een aantal voorwaarden die nodig zijn om de gewenste ontwikkelingen op gang te brengen en te houden. Samenwerking vanuit gedeelde verantwoordelijkheid met beide provincies, het Waterschap en het Rijk, als één overheid is hiervoor cruciaal. Dit onderdeel vergt nog uitwerking naar de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende overheden. •

•

• •

•

•

• •

•

• • •

Overheden stellen duidelijke en langjarige kaders en zijn bereid om als één overheid te werken, ieder vanuit haar eigen verantwoordelijkheid en rol. Binnen de kaders gaan overheid en ondernemers samen op zoek naar (planologische) beleidsruimte; Handelingsvrijheid en ondernemingsruimte voor (agrarische) ondernemers: om veranderingen te begrijpen en implementeren is ruimte en tijd nodig: creatieve ruimte om te leren, te experimenteren en te innoveren. Dit vergt ook het wegnemen van belemmeringen in wet- en regelgeving en lef om maatwerk te durven leveren als overheid; In het verlengde daarvan is versnelling van innovatie urgent. Dit vergt forse en flexibele transitieen investeringssubsidies en vereenvoudiging van test, beoordelings- en goedkeuringsprotocollen; Monitoring en bijsturing borgen: Een gebied is nooit af. Een transitieproces kost tijd. Dit vraagt om een gebiedsstrategie voor langere termijn (minimaal 10 jaar) met concrete monitoringsinstrumenten en momenten helpt hierin; Voorgaande drie aspecten zijn gebaat bij maximale inzet op de omslag van middelsturing naar doelsturing en bij feitelijk meten. Het is daarom cruciaal dat het meetnetwerk dat in het kader van de Regiodeal Foodvalley (2022 – 2024) is opgezet, langjarig wordt voortgezet en geïntensiveerd.

Dit betekent behoud van het meetnetwerk van omgevingsmetingen in combinatie met de inzet van sensoren en dashboards in het praktijknetwerk op agrarische bedrijven; Benutten van vakmanschap en actieve ondernemersinzet van de agrariërs. De toekomst maken we samen en dat vergt dat alle boeren de regie (kunnen) houden over hun toekomst. Daarom maken ze een ondernemingsplan voor de ontwikkeling van hun bedrijf. En het vergt een houding en een infrastructuur van samen leren en inspireren. Zo bouwen we, met een blik op de toekomst, voort op de kennis en ervaring die al generaties lang aanwezig is in het gebied. Alle belanghebbenden betrekken bij gebiedsprocessen (boeren, ondernemers, burgers, buitenlui). Om een eerlijke prijs voor producten te realiseren is het nodig de gehele keten verantwoordelijkheid te laten nemen voor het creëren van een toekomstbestendige landbouw. Dit vraagt om ondersteunend beleid van de Rijksoverheid. Daarnaast zijn sommige diensten die de boer moet leveren niet door te berekenen in de prijs van het product Verbinden van de bewoners van het stedelijk gebied met het agrarisch buitengebied. Onder andere door het toevoegen van functies en activiteiten en het beter toegankelijk en (verkeers)veiliger maken van het buitengebied. Hierdoor kan meer begrip komen voor elkaars belang wat kan leiden tot een betere waardering voor de ondernemers in het buitengebied.

Draagvlakontwikkeling door m.b.t. stikstof voorwaarden te stellen aan alle ontwikkelingen (landbouw, industrie, verkeer, wonen); Afspraken over de regionale inzet van ontwikkelingsruimte m.b.t. stikstof vanuit de reductiewinst die regionaal met alle inzet is en wordt bereikt. Duidelijk communiceren: begrippen definiëren en gedeelde taal zoeken.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12809595/1