CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Geleerde lessen Quickscan studies Gelderland met bijlagen.pdf

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Transitievisie Warmte40.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

De tot dusver opgedane inzichten tonen aan dat de toepassing van een collectief systeem vanuit technisch oogpunt interessant/haalbaar is. In dit hoofdstuk wordt de business case van dit systeem verder uitgewerkt en geven we antwoord op de deelvragen 3 (duurzaamheid), 4 en 5 (financiële analyse). Hiervoor zijn de drie verschillende scenario’s met elkaar vergeleken. De gebruikte berekeningen zijn een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, dit kan resulteren in een foutieve 4.2 Financiële analyse – toelichting kosten & opbrengsten interpretatie van de resultaten. In bijlage 1 staan de aannames, gebruikte rekenregels Een warmtenet wordt gekenmerkt door een fikse investering ‘aan de voorkant’, en voorstellen om de nauwkeurigheid van de QuickScan verder te realiseren. aangezien er eerst een infrastructuur moet worden aangelegd. Dit betekent een flinke kostenpost voordat er ook maar 1GJ aan warmte verkocht is, gevolgd door een 4.1 Duurzaamheids-impact langjarige betrekkelijk stabiele kasstroom. Dit maakt het systeem verliesmakend in de Tabel 4 geeft de CO2-reductie van de beoogde oplossingen weer ten opzichte van een eerste jaren van exploitatie. Alle kosten zijn berekend voor een looptijd van 30 jaar. gasgestookte-cv. Hieruit blijkt dat alle scenario’s tot een redelijke CO2-reductie kunnen leiden. In scenario 1 en 2 wordt de grootste CO2-reductie behaald.

Toelichting op de kosten De warmtepomp die de temperatuur van de restwarmte verhoogt naar uiteindelijk 70 graden heeft stroom nodig om de temperatuur te verhogen. Dit resulteert in een verhoogde elektriciteitsvraag ten opzichte van het huidige systeem. De resterende CO2uitstoot hangt samen met de bron van de elektriciteit en het gasverbruik in de winter (pieklast).

De kosten voor dit systeem bestaan uit:  Kapitaalsinvestering  Afschrijvingskosten  Financieringskosten  Operationele kosten

Voor de ontwikkelkosten wordt uitgegaan van 15% van de kapitaalsinvestering. De Er is nu gerekend met de verwachte elektriciteitsmix van 2030 (PBL). Indien in de kapitaalsinvestering bestaat met name uit de investering in civiele werken, pompen, toekomst gebruik wordt gemaakt van groen gas en/of groene stroom, zal de CO2warmtewisselaar(s) en warmtepompen. Hierin kan de tweedeling gemaakt worden voor reductie voor beide scenario’s nog verder verbeteren. kosten voor de bron (WKO, warmtepompen) en investeringen in het warmtenetwerk Tabel 4 Potentiële CO2-reductie van de onderzochte scenario's (waar mogelijk ook andere bronnen op aangesloten kunnen worden). Hierbij moet Scenario Verminderde Toelichting rekening worden gehouden met technische en ruimtelijke risico’s. De gemeente kan een CO2 uitstoot bijdrage leveren aan de investering, middels een investeringssubsidie. Hierdoor heeft de 1: “Totaal” 35% Er is ongeveer 50% aardgas reductie, maar ook een eigenaar van het warmtenet lagere afschrijvingen en lagere financieringskosten. In deze hoger elektriciteitsverbruik door het gebruik van de studie is er geen rekening gehouden met investeringssubsidies, aangezien die op dit warmtepompen. Om de CO2-uitstoot van dit moment niet bekend zijn. elektriciteitsverbruik te bepalen, is er uitgegaan van de toekomstige elektriciteitsmix van 2030 (Bron PBL).

De Als er gekeken wordt naar de aanleg van het warmtenetwerk is er geen verschil tussen elektriciteitsmix (grijze stroom) kan in de toekomst ook scenario 1 en 2, aangezien zowel het transportnet als distributienet voor beide scenario’s vervangen worden door volledig groene stroom, exact hetzelfde is. In scenario 3 is het warmtenetwerk kleiner, omdat het ziekenhuis niet waardoor de CO2-reductie nog hoger kan worden. aangesloten hoeft te worden op het netwerk. 2: “Zonder 28% Er is iets minder aardgas reductie dan in scenario 1, WKO” gezien de energiebesparing door de WKO mist. Het De investeringen op gebouwniveau worden met name bepaalde door de investeringen elektriciteitsverbruik is vergelijkbaar met scenario 1. die op- of aan het gebouw moeten worden gedaan. Voor de gemiddelde woning zijn deze kosten bekend, aangezien dit de kosten zijn voor:

9  Afkoppeling van aardgas  Installatie afleverset (inclusief muurdoorvoer/stijgleiding) en warmtemeter  Elektra voorziening  Aansluiten CV en tapwater  Aansluitnet 9 meter (aansluiting van distributienet tot aan voordeur) Voor het ziekenhuis, zwembad, grote appartementencomplexen en andere utiliteitsgebouwen zijn deze kosten waarschijnlijk hoger.

De verkoopprijs van de warmte is gebaseerd op het Niet-Meer-Dan-Anders principe. Hierbij is rekening gehouden met het verschil in prijs tussen kleinverbruikers (woningen en kleine utiliteitsgebouwen) en grootverbruikers zoals het ziekenhuis en vermoedelijk ook het zwembad. Overige aannames die zijn gedaan voor het bepalen van de kosten zijn terug te vinden in bijlage 3.

De mate waarin voldoende warmte wordt verkocht is een belangrijke succesfactor. Hoe hoger de warmtevraag, hoe meer inkomsten. Hier worden vooraf aannames over Daar komen voor de eigenaren van de gebouwen ook nog de (eventuele) isolatiekosten gedaan, die in de praktijk anders kunnen uitpakken. Zo is van tevoren niet geheel zeker bij. Dit kan een grote investering zijn. De kosten voor isolatie zijn niet meegenomen in hoeveel gebouweigenaren een aansluiting willen hebben (ook wel het vollooprisico genoemd) en hoeveel energie ze in de toekomst zullen afnemen (ook wel het de berekeningen. afnamerisico genoemd). Daarnaast is de verwachting dat het vollooprisico zal dalen met Afschrijvingskosten van een installatie kunnen het nettoresultaat negatief beïnvloeden, ingang van de nieuwe warmtewet. Voor deze studie zijn we uitgegaan van een zeker als het verdienpotentieel van het systeem beperkt is. Dit heeft geen invloed op de vollooppercentage van 80%. kasstroom, maar wel op het financiële resultaat (de winstgevendheid). Financieringskosten spelen bij dit systeem ook een belangrijke rol. De Het risico op een te lage warmtevraag en afnemingszekerheid beoordelen wij als iets financieringskosten kunnen lager uitpakken dan is aangenomen voor deze studie als de hoger dan gemiddeld.

Dit komt omdat een significant aantal huizen bij deelname verregaande isolatie nodig hebben, wat een belemmering kan zijn voor deelname. gemeente mogelijk garant staat en daarmee het risico minimaliseert. Alhoewel hier voor deze studie geen rekening mee is gehouden, kan de gemeente hier De operationele kosten zijn meegenomen en bestaan met name uit beheer & ook een rol in spelen, middels een exploitatiesubsidie. Bij een exploitatiesubsidie neemt onderhoudskosten (preventief en correctief onderhoud, monitoring, administratie, de gemeente een deel van het exploitatierisico over. Afgesproken wordt dan dat verzekeringen, communicatie) en de energiekosten (aardgas en elektriciteitskosten van exploitatietekorten door achterblijvende vraag gedeeltelijk worden bijgepast. het gebruik van de warmtepomp en reguliere pompen). Belangrijk bij de operationele kosten is dat ook de warmteverliezen van het net worden meegenomen, waardoor er per GJ geleverde warmte ook een aanzienlijk deel (ca. 24%) verloren gaat.

In deze studie zijn we uitgegaan van een eenmalige aansluitbijdrage (ook wel BAK genoemd) van € 1.000, - per aansluiting. Dit kan worden opgevat als een redelijke (eenmalige) bijdrage, gezien gebouweigenaren normaliter ook na enkele jaren een Er zijn in de businesscase geen kosten voor de verzwaring van het elektriciteitsnet nieuwe cv-ketel aanschaffen. Indien deze bijdrage hoger wordt, heeft dit een extra meegenomen. Op basis van de eerste inzichten zou de lokale netbeheerder gevraagd gunstig effect op de business case, aangezien dit aan het begin van het traject kunnen worden wat er nodig is om te voldoen aan de extra elektriciteitsvraag bij zowel plaatsvindt, waardoor ook de financieringskosten lager worden. het ziekenhuis als de RWZI-locatie. In deze studie hebben we de aanname gedaan dat het lukt om van SDE++-subsidie te verkrijgen (7,7 cent per kWh, voor een looptijd van 15 jaar) op de installatie bij de RWZI Toelichting op de opbrengsten (TEA). Als aanvulling zijn er ook nog andere soorten subsidies en fiscale voordelen De opbrengsten bestaan uit twee soorten inkomsten: mogelijk. Hier zal de gemeente zelf een afweging in moeten maken. Een extra subsidie  Afname van de warmte; kan mogelijk wel voor een versnelling/vergrote interesse in dit gebied zorgen, indien blijkt  Subsidies en fiscale stimuleringsregelingen.

dat partijen meer interesse hebben in andere (meer winstgevende) gebieden. De opbrengsten uit de afname van de warmte door de gebruikers is afhankelijk van het aantal aansluitingen (binnen de scope), de energieprijzen(/belastingen) en het energieverbruik per aansluiting.

10 4.3

Financiële analyse - kostenresultaten

4.4

De kosten van de onderzochte scenario’s staan in Tabel 5. Hierin is te zien dat bij een normale marktconforme projectwinst, de netto contante waarde (NCW) negatief is voor alle scenario’s, maar de tekorten bij scenario 1 en scenario 2 beperkt zijn. Met een subsidie van 1,2 miljoen euro (omgerekend 1022,- euro per aansluiting) zouden deze scenario’s op kostenneutraal uitkomen. Dit betekent dat als de eenmalige aansluitbijdrage van 1000,- euro verhoogd wordt naar 2000,- euro, de business case voor scenario 1 en scenario 2 kostenneutraal is. Ter referentie is er ook nog aangegeven hoe de NCW zou zijn indien niet de eenmalige aansluitbijdrage verhoogd wordt, maar er met minder winst genoegen zou worden genomen (3%). Dit maakt de business case mogelijk wel haalbaar. Alhoewel een beperking op de projectwinst de interesse van marktpartijen kan verlagen, wordt dit momenteel wel door andere gemeenten verkend. Zo wordt er bij de concessie aangegeven wat de maximale projectwinst mag bedragen. Tabel 5 Financiële resultaten van de onderzochte scenario’s

Parameter Ontwikkelkosten Investering in warmtenet Investering in bron systeem Investering op woningniveau Operationele kosten Netto contante waarde na 30 jaar (incl. 6,75% projectwinst) Netto contante waarde na 30 jaar (incl. 3% projectwinst)

Scenario 1 € 3.417.051 € 16.266.000 € 3.227.143 € 3.287.200 € 5.366.983 -€ 1.183.000

Scenario 2 € 3.565.551 € 16.266.000 € 4.217.143 € 3.287.200 € 5.386.783 -€ 1.254.000

Scenario 3 € 3.219.456 € 15.731.500 € 2.447.143 € 3.284.400 € 5.190.673 -€ 6.409.000

€ 3.090.000

€ 3.056.000

-€ 3.473.000

Organisatie van het collectieve warmte-systeem

Er zijn vier essentiële rollen in de warmteketen: de producent, de netwerkbeheerder(s), de leverancier en de afnemer(s). De rollen kunnen door verschillende partijen worden uitgevoerd, maar ook door een of meer partijen die meerdere van de rollen op zich nemen. De organisatie wordt sterk bepaald door het type project. In Tabel 7 schetsen we de organisatiemodellen en geven kort aan welk model geschikt lijkt voor deze situatie. In Tabel 8 volgt een beknopte lijst met (mogelijke) belanghebbenden die van belang zijn bij een verdere realisatie de plannen. Dit is een indicatie. Het daadwerkelijke model met bijbehorende belanghebbenden zal bij een vervolg samen met de belanghebbenden vormgegeven moeten worden. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de wetgeving die de komende jaren zal wijzigen, zoals met de warmtewet 2.0. De organisatie van een collectief systeem levert de nodige risico’s op. Zo zijn er lange termijncontracten nodig. Het kan uitdagend zijn om productiepartijen en afnemers zich te laten committeren aan dezelfde prijzen, indexatie etc. Het is een hele opgave om belangen van verschillende partijen samen te laten komen in een collectief warmtenet. In een succesvol project zijn de belangen uiteindelijk verenigbaar. Dit kan een gezamenlijk belang worden, maar er kunnen ook verschillende belangen naast elkaar blijven bestaan.

De slaagkans van een dergelijk complex project hangt af van de welwillendheid van de deelnemende partijen. Hiermee wordt bedoeld dat er vertrouwen moet zijn tussen de stakeholders, maar ook dat de juiste enthousiaste personen aan tafel zitten. De gemeente kan in het organisatieproces een faciliterende en sturende rol nemen. Indien er veel partijen betrokken worden, is het ook aan te raden om een procesfacilitator met voldoende kennis en ervaring in te schakelen. Tabel 7 Organisatievormen van een collectief warmtesysteem

Kostprijs warmte (woningen) Bij de eindgebruikers (ziekenhuis, zwembad, woningen, utiliteitsgebouwen) worden jaarlijks de warmtekosten, vastrecht, meettarief en de huur van een afleverset in rekening gebracht. Voor de woningen in dit gebied kunnen we uitgaan van een gemiddelde warmtevraag van 40 GJ per jaar. De gemiddelde kosten voor een woning is weergegeven in Tabel 6.

Organisatiemodel Separate producent, transporteur en leverancier. (1 partij eindverantwoordelijk voor hele keten)

Tabel 6 Verwachte kosten van de gemiddelde woning

Transport en levering geïntegreerd, separate producent(en). (1 partij eindverantwoordelijk voor hele keten) Productie en levering geïntegreerd, separate transporteur. (1 partij

Kosten gemiddelde woning Kosten warmte (ex. BTW) Meettarief (ex. BTW) Vastrecht (ex. BTW) Huur afleverset + service (ex. BTW)

750 22 388 104

EUR/jaar EUR/jaar EUR/jaar EUR/jaar

Eenmalige aansluitbijdrage (ex. BTW)

1.000

EUR

Kenmerken Elk deel van de keten moet afzonderlijk haalbaar zijn en heeft eigen business case. Leverancier heeft grip op productie en transport.

Leverancier heeft ook grip op productie. Hedgemogelijkheid

Past bij business case? Dit project is waarschijnlijk te klein om elk deel van de keten afzonderlijk te organiseren, waarbij ook nog 1 partij eindverantwoordelijk is.

Dit is mogelijk. Aandachtspunt is wel dat productie mogelijk plaatsvindt op twee locaties (RWZI en eventueel ziekenhuis) Het zou wenselijk kunnen zijn om als overheid monopolie op het net te houden.

11 eindverantwoordelijk voor hele keten) Integrale warmteketen

productie en levering. Denkbaar bij nieuw aan te leggen systeem.

Er moet 1 partij opstaan die alles kan organiseren. Aangezien de warmteproductie op het terrein van de RWZI is, zal deze optie niet mogelijk zijn (het Waterschap zal niet verantwoordelijk worden voor de gehele keten)

Bij de mogelijke organisatie van dit warmtenet zijn verschillende partijen betrokken. In Tabel 8 volgt een eerste overzicht van de belanghebbende partijen. Deze lijst moet verder worden aangevuld en gespecificeerd bij verder verloop van dit project. Tabel 8 Overzicht van een aantal belanghebbenden bij een collectief warmtesysteem

Belanghebbende

Kenmerken/taak/rol

RWZI

Energielevering

Ministeries (EZK/BZK)

Beleid uit Klimaatwet realiseren

Provincie Gelderland

Sturing

Gemeente Winterswijk

Trekker/regisseur, eigenaar/beheerder openbare ruimte

[onbekend]

Transporteur en/of leverancier Adviseren op techniek, proces, organisatie, communicatie, etc. Gasaansluiting en netcapaciteit

Adviseurs

Netbeheerder Liander

Energie afnemers - Ziekenhuis - Zwembad

Energie afnemer

-

Belang bij de business case Inkomsten en (deel)verantwoordelijkheid Beleid uit Klimaatwet realiseren, subsidie verlening Beleid realiseren, Vergunningverleningen, toezichthouder Beleid realiseren, Goede afstemming van andere plannen in gebied realiseren Winstgevend warmte verkopen Verkopen adviesdiensten

Planning aan laten sluiten op staat van gasnetten (verouderde netten) Lage kosten voor aansluiting, vastrecht en energie. Eventueel ook

-

Particulieren VVE’s Commerciële verhuurders Maatschappelijk vastgoed Woningcorporatie

Belangenorganisaties (bijv. natuurorganisaties)

Bescherming specifieke belangen

andere belangen zoals timing, organisatiemodel, etc. [n.b. het ziekenhuis heeft aangegeven over enkele jaren een nieuwe energiesysteem aan te willen schaffen] Niet getoetst

5

Conclusie, aandachtspunten en vervolgstappen

5.1

Conclusie

Wanneer we naar de uitkomsten van de deelvragen kijken zien we dat het nader onderzoeken van de potentie waarschijnlijk zinvol is:  De warmtevraag is groter dan de potentie van de rioolwaterzuivering. Dankzij de inzet van een gasketel en eventueel een WKO zijn de scenario’s technisch gezien wel haalbaar.  Alle scenario’s resulteren in een CO2-reductie. De CO2-reductie van het scenario zonder het ziekenhuis is het grootst, omdat het aandeel/gebruik van aardgas daar het laagst is. Scenario 2 heeft de minste CO2-uitstoot reductie. De reductie zou nog groter kunnen worden bij toekomstig gebruik van groen gas en/of groene stroom.  Scenario 1 en scenario 2 hebben een beperkt negatieve netto contante waarde over 30 jaar. Scenario 3 heeft een iets groter tekort. Scenario 1 is economisch gezien het meest aantrekkelijk, gezien de restwarmte van de RWZI daar het meest optimaal benut wordt, en daarmee ook de meest subsidie binnen komt. 5.2

Aandachtspunten en overwegingen voor nader onderzoek 

Wel of niet aansluiten van het ziekenhuis 1/2: Aangezien scenario 3 financieel het minst gunstig is, lijkt het voor de hand te liggen om het ziekenhuis te betrekken bij het collectieve warmtenet. Echter er zou ook nog een optimalisatie plaats kunnen vinden, waarbij het ziekenhuis voor een deel van de warmtevraag aangesloten wordt. Zo kan er een kleinere leiding vanuit de RWZI naar het ziekenhuis worden gelegd die alleen in de basislast van het ziekenhuis voorziet. In dat geval kan er wel optimaal gebruik worden gemaakt van de restwarmte van de RWZI (en kan er daarmee ook zo veel mogelijk subsidie worden verkregen). Als aanvulling kan dan lokaal, op het terrein van het ziekenhuis, een eigen

12

gasketel gebruikt worden voor de pieklast. Zo voorkom je dat gedurende de meest koude periode in de winter, warmte van de gasketel bij de RWZI getransporteerd wordt naar het ziekenhuis, met bijbehorende warmteverliezen. Wel of niet aansluiten van het ziekenhuis 2/2/: Alhoewel het financieel aantrekkelijk is om de warmte van de RWZI zo veel mogelijk af te zetten (ook richting het ziekenhuis), kan ook beredeneerd worden dat indien het ziekenhuis zichzelf van duurzame energie kan voorzien, scenario 3 alsnog het meest wenselijke scenario is. Het aandeel duurzame energie waarmee de wijk is in dat geval verwarmd wordt is dan immers groter (en het gasverbruik is lager). Er is voor nu geen rekening gehouden met deelname van Fletscher Hotel Frerikshof. Indien het hotel in een later stadium alsnog interesse heeft om deel te nemen aan het collectieve warmtenet, zal dit een gunstig effect hebben op de business case, maar is er ook meer gasverbruik nodig in de winter. Voor het beoogde systeem is een warmtepomp nodig om de warmte van de bron op te waarderen tot een hogere temperatuur. In deze studie is er gekozen om dit middels twee collectieve warmtepompen te doen.

Er is voor deze optie gekozen vanwege meerdere voordelen: o De warmtepompen kunnen effectiever worden ingezet, waardoor er minder vermogen nodig is o Er zijn maar twee locaties waar de warmtepompen bereikbaar hoeven te zijn voor onderhoud o Het huidige elektriciteitsnet in de wijken hoeft niet verzwaard te worden (op de locaties van de RWZI en het ziekenhuis mogelijk wel) Een andere mogelijkheid is om een individuele warmtepomp per huishouden te installeren. In deze variant kan mogelijk meer subsidie worden aangevraagd. De precieze voor- en nadelen van deze twee opties zouden verder kunnen worden onderzocht. Mogelijk moeten er op de locaties van de RWZI en het ziekenhuis aanpassingen in het elektriciteitsnet plaatsvinden, omdat het huidige elektriciteitsnet een hogere vraag misschien niet aan kan. Indien noodzakelijk moet dit verder onderzocht worden. In deze studie zijn de kosten voor een eventuele netverzwaring niet meegenomen. Er zijn hoge kosten gemoeid met de aanleg van het netwerk. Het is bekend dat een langere transportafstand tussen de bron en de afname ongunstig is. Echter ook (de efficiëntie van) het distributienet kan grote invloed hebben op de business case. Op locaties waar de gebouwen ruimer opgezet zijn (bijvoorbeeld twee-onder-1-kap woningen, grotere wegen) kunnen de kosten al flink toenemen t.o.v. een straat met smallere rijtjeshuizen.

Hoeveel strekkende meters leiding uiteindelijk nodig is om de kernen van warmte te voorzien, kan pas worden

 

5.3

bepaald als er een studie wordt gedaan naar de ruimtelijke impact en wordt toegewerkt naar een voorlopig ontwerp. Indien de warmtevraag de komende jaren meer gaat afnemen dan verwacht, zal dit ongunstig zijn voor de business case. Dit is een belangrijk (exploitatie)risico! Gezien de nieuwe warmtewet, is uitgegaan van een relatief hoge deelname (80%). Dit heeft geen invloed op de keuze voor een scenario, maar wel op de winstgevendheid van alle scenario’s. Indien deelname lager wordt dan 80%, kan dit een zeer ongunstig effect hebben op de business case. Draagvlak peilen en draagvlak creëren is daarom een cruciaal onderdeel van een succesvolle business case. In de business case is Rijkssubsidie meegenomen. Of dit in de praktijk ook verkregen kan worden is op dit moment nog niet zeker/bekend.

Vervolgstappen

Voor de verdere ontwikkeling baseren wij ons advies op drie sporen, het technischeconomisch spoor, het organisatorische spoor en het sociaal-maatschappelijke spoor. Technisch-economisch: Deze QuickScan kan waar nodig worden aangevuld en verdiept. In de QuickScan ligt de focus op één techniek, terwijl het wenselijk kan zijn om een QuickScan uit te werken voor meerdere technieken. Dat kan gunstig zijn om uiteindelijk een beter afgewogen keuze te kunnen maken. Bij de realisatie van een warmtesysteem zal er telkens zowel een technische als een economische verdiepingsslag moeten plaatsvinden. Organisatorisch: Het is van belang om na te gaan wie (intern en extern) mee kunnen praten over het toekomstige warmtesysteem en wat de rolinvulling van de gemeente is. Hiervoor kan een plan van aanpak worden opgesteld. Onderdeel van het plan van aanpak kan de oprichting van een projectorganisatie zijn, die toewerkt naar een intentieverklaring. Ook een tijdige voorbereiding van het college en de gemeenteraad is wenselijk, zodat ze tijdig een besluit kunnen nemen over rolneming in collectieve warmtesystemen. Sociaal-maatschappelijk: Voor het vervolgtraject is het aan te raden om communicatie- en participatieplan op te stellen. Hierin moet duidelijk worden over welk gebied het gaat en wat de plannen zijn voor die andere gebieden (transitievisie).

Samen met stakeholders wordt daarin bepaald hoe en op welk moment inwoners kunnen en willen participeren: co-creatie, actief input geven of vooral meeluisteren. Eerst moet de communicatie en participatie zich richten op de keuze voor een

13 warmtesysteem, later ook op de uitvoering en realisatie van dit systeem. Dit resulteert in een samengevat stappenplan;

1. Opstellen communicatie- en participatieplan; voor, samen en met eigenaren en bewoners; 2. Starten van verdiepend onderzoek (waar nodig en gewenst voor het maken van een keuze);  Deze QuickScan verdiepen  Andere technieken in een QuickScan doorrekenen  Verkenning potentie van een netwerk in een kleiner gebied 3. Politiek voorbereiden van besluit over rolneming in collectieve warmtenetten;  De randvoorwaarden opstellen over de organisatie of eigenaarschap van een collectief warmtesysteem  Een voorstel maken over de rol van de gemeente voor collectief warmtesysteem 4. Samen met de politiek en stakeholders uitgangspunten (‘keuze-kader’) formuleren

5. Plan maken voor de realisatie en exploitatie, bijvoorbeeld via concessieverlening; 6. Opstellen uitvoeringsplan; 7. Realisatie – de aanleg van het warmtesysteem; 8. Gebruik en exploitatie – o.a. monitoren hoe het systeem functioneert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10411402/1