CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Eindrapport rechtmatigheid Wmo

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectiefnota 2022 (Bespreekstuk)7.802 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inventarisatie van wettelijke verplichtingen rechtmatigheid Wmo binnen de gemeente Rhenen

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................. 3

1.1

Fouten en fraude binnen de Wmo 2015................................................................... 3

1.2

Aanleiding ......................................................................................................... 3

1.3

Doelstelling van dit rapport ................................................................................... 3

1.4

Leeswijzer ......................................................................................................... 4

2.

Wettelijke verplichtingen Wmo 2015 binnen gemeente Rhenen ............................ 5

2.1

Verantwoordelijk voor het toezicht op de Wmo 2015......................................... 5

2.1.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 5

2.1.2

Deelconclusie .................................................................................................. 6

2.2 Calamiteiten melden............................................................................................ 7 2.2.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 7

2.2.2

Deelconclusie .................................................................................................. 7

2.3

Beleidsplan ...................................................................................................... 7

2.3.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 7

2.3.2

Deelconclusie .................................................................................................. 7

2.4

Verordening ..................................................................................................... 8

2.4.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 8

2.4.2

Deelconclusie .................................................................................................. 9

2.5

Periodieke heronderzoeken .............................................................................. 9

2.5.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 9

2.5.2

Deelconclusie .................................................................................................. 9

2.6 Actief informeren .............................................................................................. 10 2.6.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................. 10

2.6.2

Deelconclusie ................................................................................................ 11

2.7 Terugvordering ................................................................................................. 11 2.7.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................. 11

2.7.2

Deelconclusie ................................................................................................ 12

2.8 Gegevensuitwisseling ........................................................................................ 12 2.8.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................. 12

2.8.2

Deelconclusie ................................................................................................ 12

2.9

Privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke, strafrechtelijke aanpak ...................... 12

2.9.1

Invulling gemeente Rhenen ............................................................................. 13

2.9.2

Deelconclusie ................................................................................................ 14

3. Conclusie ............................................................................................................... 15 3.1

Toezicht .......................................................................................................... 15

3.2

Calamiteiten..................................................................................................... 16

3.3

Beleidsplan ...................................................................................................... 16

3.4

Verordening ..................................................................................................... 16

1

3.5

Periodieke heronderzoeken ................................................................................. 17

3.6

Actief informeren .............................................................................................. 17

3.7

Terugvordering ................................................................................................. 18

3.8

Gegevensuitwisseling......................................................................................... 18

3.9

Privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak .............................. 18

4.

Vervolgprocedure .............................................................................................. 20

2

1. Inleiding

1.1 Fouten en fraude binnen de Wmo 2015 Signalen van onrechtmatigheid kunnen voorkomen tijdens het hele proces: vanaf de melding/aanvraag van de ondersteuning of jeugdhulp in het kader van de Wmo 2015 tot aan het uitbetalen van een factuur of pgb (Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet, VNG). Dit rapport richt zich op de wettelijke verplichtingen aangaande de rechtmatigheid (doelmatig en doeltreffend) binnen de Wmo 2015 en de huidige situatie binnen gemeente Rhenen. Het overzicht van wettelijke verplichtingen is opgesteld met behulp van het juridisch kader, uit de handreiking ‘Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet’ van de VNG. Naast dit juridisch kader zijn er onderdelen uit de Wmo 2015 gehaald die van toepassing zijn op het toezicht op de rechtmatigheid. Dit vanuit inzichten uit verschillende handreikingen van de VNG.

De informatie voor de kopjes ‘invulling binnen gemeente Rhenen’ is gehaald uit gesprekken, de verordening Maatschappelijke Ondersteuning, Besluit nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen 2021 en interne documentatie: Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning/ Programma Sociaal Domein, Werkprocessen, Handleiding toetsen PGB vaardigheden, Handleiding bewust keuze gesprek pgb, Overeenkomst Maatwerkvoorziening gemeente Rhenen, overige overeenkomsten gemeente Rhenen, Beschikkingen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen, Wmo Kadertoezicht. 1.2 Aanleiding De aanleiding tot de inventarisatie van wettelijke verplichtingen aangaande toezicht en handhaving Wmo 2015 is de opgestelde informatienota van 12 oktober 2021. In deze informatienota is het college geïnformeerd over het onderzoek naar de inrichting en organisatie van het toezicht op de Wmo en Jeugdwet voor zover dit wettelijk bij de gemeente is ondergebracht. In de informatienota werd aangegeven dat gemeente Rhenen sinds 1 januari 2015 niet geheel aan de wettelijke verplichtingen in het kader van toezicht en handhaving Wmo 2015 en Jeugdwet voldoet. Om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de gemeente voldoet aan de wettelijke verplichtingen dient er onderzocht te worden wat de gemeente nu doet en of dit voldoet aan de wettelijke verplichtingen.

1.3 Doelstelling van dit rapport Dit rapport geeft de huidige situatie weer en de gewenste situatie om te kunnen voldoen aan de (minimale) wettelijke eisen van de Wmo voor wat betreft toezicht en handhaving (rechtmatig, doeltreffend en doelmatig). De ontwikkeling van het handhavingskader komt terug in de Visie op het Sociaal Domein 2022. Dit rapport bevat: 1. Een overzicht van de wettelijke verplichtingen op grond van de Wmo 2. Inzicht in hoeverre wordt voldaan aan deze wettelijke verplichtingen 3. Een overzicht van wat er nog moet gebeuren om de basis op orde te krijgen en een prioritering van deze werkzaamheden.

3

1.4 Leeswijzer De wettelijke verplichtingen worden in de hoofdstukken beschreven. Er volgen deelparagrafen waarin de invulling binnen gemeente Rhenen en de deelconclusie worden beschreven. Dit wordt vervolgd door een conclusie. Tot slot volgt er een prioritering van werkzaamheden. Fouten en fraude zijn in één term samen te vatten als onrechtmatigheden. Fouten: Regels onbedoeld overtreden door onduidelijkheden en vergissingen. Fraude: Opzettelijk en doelbewust in strijd met regels handelen met het oog op eigen of andermans (financieel) gewin (Rijksoverheid, 2018).

4

2. Wettelijke verplichtingen Wmo 2015 binnen gemeente Rhenen In dit hoofdstuk worden de wettelijke verplichtingen aangaande het toezicht op rechtmatigheid weergeven. De wettelijke verplichtingen worden weergegeven per paragraaf. In de deelparagraaf wordt de huidige situatie toegelicht per wettelijke verplichting. Tot slot volgt er een deelconclusie. Het signaleren en voorkomen van onrechtmatigheid speelt zich in het hele proces van aanvraag tot en met facturatie. 2.1 Verantwoordelijk voor het toezicht op de Wmo 2015 Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het toezicht op de Wmo 2015. Het gaat om toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. Dit betreft alle Wmo-regels, inclusief de kwaliteitsvoorschriften Wmo 2015 en de binnen de gemeente opgestelde verordening (VNG, Naleving, 2022). Binnen de Wmo 2015 hebben gemeenten de wettelijke plicht een toezichthouder aan te stellen op grond van artikel 6.1 lid 2. Gemeenten moeten toezien op de naleving van de Wmo, maar het is geen vereiste in deze wetten dat een toezichthouder moet worden aangesteld om onderzoek naar mogelijke fraude uit te voeren, noch om te toetsen op de kwaliteit van zorg. Slechts voor een gedeelte van het toezicht op kwaliteit, namelijk het toezicht op calamiteiten, is in de wet een toezichthouder voorzien (VNG, VNG over debat zorgfraude 3 februari, 2022).

De toezichthouder is in ieder geval verantwoordelijk voor calamiteitentoezicht, omdat aanbieders verplicht zijn om calamiteiten te melden aan de gemeente (art. 3.4 lid 1 Wmo 2015). Naast het calamiteitentoezicht stelt de Wmo 2015 voor kwaliteitstoezicht specifieke eisen. Gemeenten zijn op basis van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor het stellen van regels voor en het handhaven van de kwaliteit van de ondersteuning en moet daarbij zorgdragen voor de continuïteit van de voorzieningen (art. 2.1.1 lid 2 Wmo 2015). De wettelijke grondslag voor de toezichthoudende taak van de gemeente op de Wmo 2015 is neergelegd in artikel 6.1, eerste lid van de Wmo 2015: “Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.” Oftewel gemeenten zien toe op de naleving van de wet, voor zowel kwaliteit als rechtmatigheid. Het is de taak van gemeenten om te toetsen of aanbieders (of inwoners) rechtmatig handelen. Zonder toezichthouder kun je geen onderzoek uitvoeren. De informatie in het onderzoek moet immers op een juiste wijze worden verzameld, om uiteindelijk bij de rechter stand te kunnen houden (VNG, VNG over debat zorgfraude 3 februari, 2022).

2.1.1

Invulling gemeente Rhenen

De gemeente heeft de toezichthoudende taak op calamiteiten en kwaliteit belegd bij de GGDrU. Kwaliteitstoezicht: Dit toezicht richt zich op de kwaliteit van alle gecontracteerde maatwerkvoorzieningen. Hiervoor is een toezichtskader opgesteld en wordt jaarlijks een jaarplan gemaakt gebaseerd op risico’s en signalen vanuit de uitvoering. Signaal-gestuurd toezicht: Dit toezicht richt zich op de signalen met betrekking tot de kwaliteit die vanuit gemeenten, professionals en/of burgers zijn gemeld over een aanbieder. Calamiteiten toezicht: Dit toezicht richt zich op het begeleiden van de aanbieder bij het onderzoeken van een calamiteit, of het uitvoeren van het calamiteitenonderzoek door GGDrU (Doorontwikkeling Wmo-toezicht, GGDrU, Voorstel Wmo-toezicht, 2020). Gemeente Rhenen stelt samen met de andere regiogemeenten en de GGDrU jaarlijks een signaalen risicogestuurd plan op. 5

De GGDrU draagt signalen van onrechtmatigheid over naar de gemeente. De GGDrU doet geen onderzoek naar signalen van onrechtmatigheid. De toezichthoudende taak op rechtmatigheid binnen de Wmo is binnen de gemeente niet belegd. Het toezicht op rechtmatigheid wordt in de verschillende processen van inkoop, contractering, aanvraag, herindicatie en uitbetaling meegenomen. Er is geen handhavingsbeleid- en kader aanwezig voor het toezicht op rechtmatig handelen zoals aanwezig is voor de kwaliteit. Tevens kunnen inwoners signalen van fouten en fraude niet melden. Er is geen meldpunt binnen de gemeente. 2.1.2

Deelconclusie

Er wordt voldaan aan de minimale verplichting voor het aanstellen van een toezichthouder op calamiteiten en kwaliteit. De gemeente voldoet niet aan de verplichting “toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet”. Er is enkel toezicht op kwaliteit en calamiteiten. Vanwege spraakmakende zaken in de media over frauderende aanbieders heeft het toezicht op de rechtmatigheid steeds meer aandacht gekregen. Zonder toezichthouder rechtmatigheid en de bevoegdheden die daarbij horen, is het niet mogelijk onterecht ontvangen betalingen terug te halen bij deze frauderende aanbieders volgens de VNG (VNG, VNG over debat zorgfraude 3 februari, 2022). De Wmo 2015 geeft aan dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het toetsen van de rechtmatigheid van de uitgaven en het rechtmatig handelen van zowel aanbieders als inwoners. Toezicht houden op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet binnen de Wmo 2015 is verplicht. Er is geen duidelijk overzicht in hoeverre de rechtmatigheid binnen elk proces getoetst wordt door het missen van een handhavingsbeleid- en kader. Dit heeft gevolgen voor zowel het toetsen van de rechtmatigheid als het handhaven op de rechtmatigheid. Om gedegen onderzoek te kunnen doen n.a.v. signalen dient er een toezichthouder rechtmatigheid aangewezen te worden. Dit is echter niet verplicht.

De gemeente kan op dit moment bij een signaal van onrechtmatigheid, indien nodig, geen gedegen onderzoek doen door het missen van bevoegdheden. Een toezichthouder heeft extra bevoegdheden vanuit de Awb. De Rijksoverheid omschrijft toezicht als ‘het verzamelen van de informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren’. Het Sociaal Team mist de bevoegd- en onafhankelijkheid om de informatie te verzamelen en hier zich een oordeel over te vormen om actief te kunnen handelen. De gemeente dient zich bewust te zijn dat signalen blijven liggen of niet altijd juist kunnen worden opgepakt. De gemeente dient een handhavingsbeleid- en kader op te stellen en daarmee te bepalen hoe het rechtmatigheidstoezicht binnen de gemeente wordt ingekaderd om te voldoen aan het toezien op de naleving van de wet met betrekking tot rechtmatigheid. Dit beleid dient zich te richten op het voorkomen en de handelwijze bij fouten en fraude. Dit is de minimale invulling van het rechtmatigheidstoezicht. Daarnaast dient de gemeente na te denken om (in samenwerking met andere gemeenten) de toezichttaak te beleggen. Hierna kan er nagedacht worden over een meldpunt binnen de gemeente zoals een formulier op de website of een e-mailadres, waar inwoners signalen kunnen melden.

Dit is geen verplichting, maar een middel om signalen te ontvangen. Een meldpunt kan bijdragen aan het signaleren van fouten en fraude.

6

Handhaving is daarnaast mogelijk wanneer er concrete voorschriften en voorwaarden zijn waaraan men zich dient te houden en deze worden opgenomen in de beschikking, contracten, de verordening en de beleidsregels. 2.2 Calamiteiten melden Op grond van artikel 3.4 Wmo 2015 zijn aanbieders van maatschappelijke ondersteuning verplicht calamiteiten te melden en daarvoor moeten zijn bij de Wmo-toezichthouder terechtkunnen. 2.2.1

Invulling gemeente Rhenen

De aanbieders zijn verplicht calamiteiten te melden bij de GGDrU. Dit staat vermeld in het contract met de aanbieders. De aanbieders worden verwezen naar een link waar de aanbieders calamiteiten kunnen melden. 2.2.2

Deelconclusie

Er wordt voldaan aan de wettelijke verplichting.

2.3 Beleidsplan De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen (artikel 2.1.2 Wmo 2015). In het plan wordt o.a. aangegeven welke resultaten het gemeentebestuur in de periode wenst te behalen, welke criteria er worden gehanteerd om te meten hoe deze resultaten zijn bepaald en welke prestatie indicatoren worden gehanteerd ten aanzien van aanbieders (artikel 2.1.2 Wmo 2015). 2.3.1

Invulling gemeente Rhenen

Het beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning is gedateerd. Het beleidsplan liep van de periode 2014 tot 2017 en is vervolgens verlengd tot 2019. Het programma Sociaal Domein is gezien als een vervolg op dit beleidsplan. Dit programma is vastgesteld door het College van B&W en de gemeenteraad. Dit programma richt zich op de periode 2016 tot en met 2018. Er wordt in het programma het volgende aangegeven: ‘Het programma sociaal domein zal echter een langere looptijd hebben en zal ook in de jaren erna nog als richtinggevend kunnen worden beschouwd. Met de datum van 1 januari 2018 wordt aangesloten bij de looptijd van het bestuursprogramma. Daarna wordt de balans opgemaakt en wordt de koers binnen de hoofdopgaven bestendigd of bijgesteld aan de hand van de actualiteit en hetgeen is bereikt’. Het programma is na 2018 niet bijgesteld. 2.3.2

Deelconclusie

De Wmo 2015 geeft aan dat de gemeenteraad periodiek een beleidsplan vaststelt. In dit plan wordt weergegeven hoe de gemeente de ondersteuning wilt aanbieden aan haar inwoners. Het plan dient als kader te fungeren voor het opstellen van verordening, nadere beleidsregels, contracten en werkwijzen. Het plan en het programma sociaal domein zijn verlopen en/of niet actueel.

7

De Adviesraad Sociaal Domein geeft over het opstellen van het beleidsplan in hun advies over de Verordening Jeugdhulp op 06-05-2021 aan: ‘Wij zijn van mening dat over verordeningen alleen goed kan worden geadviseerd als op zijn minst de uitgangspunten die hebben geleid tot de gemaakte uitvoeringskeuzes expliciet worden gemaakt.’ Dit advies is ook van toepassing op de Wmo. De Wmo moet net zoals de Jeugdwet periodiek een beleidsplan opstellen en de verordening bijhouden. De gemeente werkt vanuit de bedoeling en vindt vertrouwen in- en naar haar inwoners belangrijk. Aansluiten bij de leefwereld van de inwoner staat hierin centraal. Om aan te sluiten bij de inwoner dient het beleidsplan te worden herzien. Het betrekken van de inwoners is hierin wenselijk. Op deze manier sluit het beleidsplan goed aan op wat zowel de gemeente als haar inwoners als belangrijk ervaren. De decentralisatie vraagt gemeenten om integraal te werken en de blik te verbreden over de beleidsterreinen heen. Het advies is om één integraal beleidsplan op te stellen voor de beleidsterreinen binnen het Sociaal Domein. Vanuit het geactualiseerde beleidsplan kunnen er keuzes gemaakt worden over de invulling van het toezicht en handhaving. De Visie op Sociaal Domein ligt hier aan ten grondslag.

Tot slot dient het plan openbaar gemaakt te worden met het oog op het ingaan van de Wet open overheid (Woo) per 1 mei 2022 (Wet open overheid, VNG, 2021). 2.4 Verordening In de Wmo 2015 is vastgelegd dat de gemeente in een verordening regels moet opstellen voor het bestrijden van het onterecht ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget (pgb) en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet (art. 2.1.3. lid 4 Wmo 2015). Het tegengaan van oneigenlijk gebruik van het Pgb en fraude is één van de redenen geweest voor de wetgever voor het invoeren van het trekkingsrecht. Het toegekende pgb komt niet op de eigen bankrekening te staan, maar op een rekening bij de SVB. De Sociale Verzekeringsbank betaalt de zorgverleners uit. Dit geldt alleen voor maatwerkvoorzieningen die gaan over langdurige dienstverlening. De pgb’s voor hulpmiddelen worden niet via de SVB uitbetaald, maar aan de cliënt of de leverancier. Aanvullend op het trekkingsrecht moeten gemeenten op basis van de wet zelf aanvullende regels opstellen voor het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om deze regels zelf vorm te geven. 2.4.1

Invulling gemeente Rhenen

De VNG heeft in april 2019 een nieuwe versie uitgebracht van de door hen opgestelde modelverordening. De VNG gebruikt de onderstaande artikelen in de modelverordening: Artikel 15. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet Artikel 16. Opschorting betaling uit het pgb Artikel 15. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s De gemeentelijke verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen is vastgesteld door de Raad in november 2019 en er heeft een 2e wijziging plaatsgevonden in 2020. De modelverordening van de VNG is niet gevolgd. De verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen benoemd: Artikel 17. Controle, herziening, intrekking of terugvordering. Dit artikel bevat de juridische invulling vanuit artikel 15, 16 en 17 van de VNG.

8

2.4.2

Deelconclusie

De gemeente voldoet aan de juridische verplichtingen in de verordening. Het advies is om de verordening Maatschappelijke Ondersteuning te herzien na het opstellen van een handhavingskader. De regels dekken het minimale kader. Het advies is om de artikelen vanuit de VNG aan te houden. Dit biedt overzicht en ruimte voor verdere invulling in de toelichting van de verordening. In de VNG model verordening staan nieuwe of gewijzigde toevoegingen die mogelijk richting kunnen geven. De verordening Jeugdhulp 2022 kan hier mogelijk ook aan bijdragen. De verordening dient aan te sluiten op het eerder genoemde beleidsplan. De nadere beleidsregels, contracten en de werkwijzen dienen aan te sluiten op het beleidsplan.

2.5 Periodieke heronderzoeken De Wmo 2015 verplicht gemeenten tot het uitvoeren van periodieke heronderzoeken naar toegekende maatwerkvoorzieningen en pgb’s. Gemeenten kunnen zelf bepalen hoe vaak de onderzoeken moeten plaatsvinden, dit is niet in de Wmo 2015 geregeld. De gemeente dient prioriteiten te stellen rekening houdende met de fraudegevoeligheid van bepaalde voorzieningen. Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is een beslissing (toekenning of beschikking) als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 Wmo 2015 te heroverwegen.

2.5.1

Invulling gemeente Rhenen

De heronderzoeken vinden binnen de Wmo volgens een afweging van risico’s plaats. De looptijd van het heronderzoek wordt vastgesteld door de consulent en middels een controle van een andere consulent bevestigd. Sinds december 2021 werkt het Sociaal Team met koppels om de aanvraag- en herindicatie trajecten middels collegiale toetsing te controleren voordat de aanvraag of het heronderzoek afgerond is. Tijdens de heronderzoeken worden o.a. de volgende vragen gesteld en vastgelegd. -

Heeft u zorg gehad? Is de zorg geleverd conform afspraak? Is de zorgleverancier haar afspraken nagekomen?

De verwerkingen in de dossiers worden gebruikt als onderdeel om de feitelijke levering vast te kunnen stellen. Pgb- en kwaliteitscontroles, cliëntervaringsonderzoeken, de aansluiting met het CAK (het CAK int de eigen bijdragen voor de Wmo en voert regelingen uit) en binnengekomen klachten zijn o.a. onderdeel van de indirecte feitelijke levering. Ieder kwartaal worden er circa drie Wmo dossiers getoetst door de interne controller. Tijdens deze controle wordt het proces doorlopen van aanvraag – beoordeling - toewijzing – hercontrole. -

Recht: beschikt de cliënt over een geldige indicatie? Hoogte: is hetgeen dat gedeclareerd wordt in overeenstemming met de geldige indicatie? Duur: valt het aantal geleverde uren binnen de bandbreedte van de geldige indicatie?

De interne controllers controleren het proces van inkoop op de inrichting van aanbestedingsproces, contractbeheer en naleving van de contractvoorwaarden. In de verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen is in hoofdstuk 3, artikel 18, lid 8 opgenomen: ‘Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.’

2.5.2

Deelconclusie

Er wordt aan de wettelijke verplichting voldaan. De vragen worden tijdens heronderzoek gesteld en verwerkt in het dossier. Het advies is om de verordening explicieter uit te werken na het opstellen van een handhavingskader. 9

In de verordening staan de periodieke heronderzoeken niet als artikel opgenomen. Het advies is om dit onder het eerder genoemde artikel: Artikel 15. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s te benoemen. Ook hier geldt het advies om in de toelichting van de verordening, de vorm- en inzet van onderzoek te benoemen. In de toelichting kan aangegeven worden dat dit betrekking kan hebben op zowel het handelen van de cliënt, vertegenwoordiger en/of aanbieder. De opgenomen regel in artikel 18, lid 8 geeft niet concreet weer wat de gemeente ‘onderzoekt’. De Adviesraad Sociaal domein zegt hierover het volgende in het advies n.a.v. de verordening Jeugdhulp 2022: ‘Het lijkt ons correct dat U in de verordening het woord “periodiek” concretiseert en aangeeft hoe vaak en wanneer wordt onderzocht of de toewijzing nog passend is’. Er is een bewuste keuze gemaakt om de periode van heronderzoek niet vast te leggen. Het Sociaal Team maakt een afweging van risico’s voor het heronderzoeken.

2.6 Actief informeren Gemeenten zijn wettelijk verplicht de cliënt actief te informeren over de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb en de gevolgen van deze keuze. Deze informatie moet begrijpelijk, toegankelijk en objectief zijn. Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. Artikel 2.3.8 Wmo 2015 stelt dat cliënten relevante informatie moet verstrekken aan het college en medewerking moeten verlenen aan onderzoek. Zo is het in de eerste plaats noodzakelijk dat uw gemeente duidelijke beschikkingen afgeeft, met een goede omschrijving van verstrekking voorwaarden, rechten en plichten. Voor een besluit van herziening of intrekking van de toekenning is het belangrijk dat de gemeente in of bij de toekenningsbeschikking duidelijke informatie opneemt over de inlichtingenplicht en de voorwaarden waaronder de voorziening wordt verstrekt. Een onduidelijke beschikking kan herziening of intrekking juridisch bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. Een goede beschikking, met een duidelijke beschrijving van rechten en plichten, is dus van groot belang voor de handhavingsmogelijkheden (Bestuursrechtelijke herziening en terugvordering Wmo 2015 en Jeugdwet, VNG, 2018).

De gemeente kan in de Wmo-verordening ook specifieke eisen stellen aan de inhoud van beschikkingen en de toekenning van een maatwerkvoorziening en pgb.

2.6.1

Invulling gemeente Rhenen

Het actief informeren van de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger is expliciet meegenomen in de geraadpleegde werkwijzen van het Sociaal Team. De informatie wordt voornamelijk verbaal aangeboden. Er wordt verwezen naar de nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning. In de beschikking wordt er verwezen naar het ondersteuningsplan. De voorwaarden, rechten en plichten staan niet beschreven in de beschikking of het ondersteuningsplan. In de beschikking staat dat cliënten veranderingen op tijd en juist moeten doorgeven aan het college. In de verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen staan in artikel 14, lid 3 verschillende vermeldingen opgenomen die in de beschikking zouden moeten staan. De beschikking bevat deze vermeldingen niet allemaal. De vermeldingen zijn deels verplicht binnen de Wmo 2015.

10

2.6.2

Deelconclusie

De informatie moet begrijpelijk, toegankelijk en objectief zijn. De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger krijgt de informatie voornamelijk mondeling of worden verwezen naar de wet. Om te voldoen aan de begrippen begrijpelijk en toegankelijk is het wenselijk om de informatie in begrijpelijke taal visueel te maken. Dit kan bijv. middels een digitale pagina op de website voor cliënten. Zo kan voorkomen worden dat regels onbedoeld overtreden worden door onduidelijkheden en vergissingen. De beschikking geeft aan dat het college een verandering in het leven van de cliënt graag op tijd hoort. De Wmo 2015 stelt dat de cliënt relevante informatie moet verstrekken. De wet verplicht cliënten om wijzigingen door te geven. Het is wenselijk om dit in de beschikking duidelijker op te nemen. Tevens is het noodzakelijk dat de voorwaarden, rechten en plichten in- of bij de beschikking staan of worden bijgevoegd. Het opnemen hiervan maakt het herzien of intrekken van een beschikking mogelijk. De voorwaarden en plichten staan in de verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen beschreven. De beschikking dient aangepast te worden zodat dit overeen komt met wat de gemeente in de verordening stelt. De beschikking dient nagekeken te worden op vermeldingen staande in de verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen en de beschikking zelf.

Mogelijk kan de gemeente ervoor kiezen de verordening aan te passen op de beschikking of andersom. 2.7 Terugvordering De Wmo 2015 maakt het mogelijk om geld terug te vorderen van cliënten die ten onrechte een maatwerkvoorziening of Pgb hebben ontvangen. De terugvordering is geregeld in artikel 2.4.1 van de Wmo 2015. Het gaat om de situatie waarin een cliënt/budgethouder opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. Omdat het niet altijd mogelijk is een maatwerkvoorziening terug te vorderen, kan het college de waarde daarvan uitdrukken in een geld bedrag. In de Wmo 2015 en in de Jeugdwet is voor pgb’s het trekkingsrecht via de Sociale verzekeringsbank (SVB) als verplichting vastgelegd. De wetgever beoogt mede door middel van het trekkingsrecht fraude met pgb’s tegen te gaan en daarmee de houdbaarheid van het pgb te vergroten. Afsluiten van een zorgovereenkomst gebeurt via een modelovereenkomst van de SVB. Deze zorgovereenkomst bevat een derdenbeding waarmee het mogelijk is direct terug te vorderen bij de zorgverlener als de intrekking of herziening van het pgb het gevolg is van toerekenbaar handelen van de zorgverlener.

Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 Wmo 2015 herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen, de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten, de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden, de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt (artikel 2.3.10, Wmo 2015). 2.7.1

Invulling gemeente Rhenen

Gemeente Rhenen maakt gebruik van de verplichte modelovereenkomst van de SVB. Terugvorderen en herzien is mogelijk wanneer er vastgesteld kan worden dat één van de bovenstaande regels van toepassing zijn op de cliënt.

11

Zoals in de vorige paragraaf beschreven, kan dit bemoeilijkt worden door de niet opgenomen voorwaarden, rechten en plichten in de beschikking.

2.7.2

Deelconclusie

De voorwaarden, rechten en plichten moeten in de beschikking worden opgenomen om bestuurlijk te kunnen handelen.

2.8 Gegevensuitwisseling Gegevensuitwisseling met andere instanties is geregeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de ministeriële regeling Jeugdwet. Uitwisseling van gegevens is beperkt mogelijk en aan strikte voorwaarden gebonden. De mogelijkheden en beperkingen bij het uitwisselen van gegevens staan in de Matrix gegevensuitwisseling van de VNG. Om fraude op te sporen, te onderzoeken waar nodig te bestraffen hebben toezichthouders, opsporingsdiensten, gemeenten en uitvoeringsorganisaties de krachten gebundeld. Alle signalen over fraude en misbruik komen bij het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) terecht. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geeft in het rapport Rechtmatige Zorg aan over het uitwisselen van gegevens: ‘Ook willen we dat gemeenten zich aansluiten op het IKZ. Dit is wenselijk, omdat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet’ (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2018). 2.8.1

Invulling gemeente Rhenen

De gemeente werkt volgens de Matrix gegevensuitwisseling van de VNG. Gegevensuitwisseling gebeurt volgens de wettelijke voorschriften. Er is sprake van gegevensuitwisseling tussen o.a. het CIZ, de SVB, Zorgverzekeraars, CAK, toezichthouders, de Belastingdienst en aanbieders. De gemeente is aangesloten op het IKZ. 2.8.2

Deelconclusie

Gemeente voldoet aan wettelijke verplichting.

2.9 Privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke, strafrechtelijke aanpak De gemeente kan op basis van signalen allereerst het gesprek aangaan met de aanbieder. Voor het herstellen van de rechtmatige situatie dient er onderzoek gedaan te worden en een advies uitgebracht te worden. De aanbieder dient binnen de afgesproken periode volgens een herstelplan de situatie te herstellen. Gemeenten kunnen onrechtmatigheden bij aanbieders privaatrechtelijk voorkomen en bestrijden via contractbeheer en uiteraard – bij slechte ervaringen – door contracten te beëindigen of te ontbinden. De gemeente kan de aanbieder in gebreke stellen. Zaken zoals de handelwijze ingeval van fouten of fraude en de manier waarop de gemeente controleert, horen in het contractgesprek met de aanbieder thuis en moeten een plek krijgen in het contract (Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet, VNG). Het kan zijn dat gemeenten nadere afspraken met de aanbieder moeten maken. Hoe zwaar de consequenties zijn, hangt af van de specifieke omstandigheden en de bepalingen in het contract. Gemeenten kunnen geld dat ten onrechte is verstrekt in sommige gevallen terugvorderen. Ook kunnen ze schadevergoeding vorderen en strafrechtelijke aangifte tegen een frauduleuze aanbieder doen.

12

Los van de regels in de Wmo 2015 en Jeugdwet, is het juridisch mogelijk fraude strafrechtelijk aan te pakken. Dan moet er sprake zijn van overtreding van strafrechtelijke bepalingen, zoals valsheid in geschrifte of oplichting. Dat geldt voor zowel cliënten als voor aanbieders van ZiN en voor de zorgverleners die worden ingehuurd in het kader van een pgb (zowel professionele aanbieders als cliënten die worden ingehuurd in het kader van een pgb). 2.9.1

Invulling gemeente Rhenen

In de overeenkomst met de aanbieder is het kwaliteitstoezicht opgenomen. Er wordt verwezen naar het kader document van de GGDrU. Hierin staan de werkwijzen en maatregelen opgenomen. Met betrekking tot rechtmatigheid is niets specifiek opgenomen. Er vinden kwartaalgesprekken plaats met de aanbieders vanuit de gemeente. De gesprekken vinden eerder plaats wanneer er signalen zijn. Wanneer het samenloopt met kwaliteit pakt de GGDrU het onderzoek op. De volgende overeenkomsten zijn binnen de gemeente Rhenen van toepassing: Overeenkomst Trapliften; Overeenkomst Huishoudelijke Ondersteuning; Overeenkomst Hulpmiddelen; Overeenkomst Forensische begeleiding en voor mantelzorgondersteuning (Senior Service); Overeenkomst voor het collectief vervoer (Valleihopper); Overeenkomst Maatwerkvoorziening Wmo. Vanwege de juridische achtergrond van de overeenkomsten en de periode waarin het onderzoek is gedaan volgen er hieronder alleen invullingen en conclusies voor de overeenkomst maatwerkvoorziening.

In het de ‘Overeenkomst Maatwerkvoorziening Wmo Gemeente Rhenen 2022’ is het volgende opgenomen: Risico en fraude: Indien Partijen: 1) een gefundeerd vermoeden hebben dat een aanbieder financieel of inhoudelijk in een risicovolle situatie verkeert die de continuïteit van een maatwerkvoorziening voor een of meer cliënten op wat voor manier dan ook kan bedreigen of bedreigt; of 2) een gefundeerd vermoeden hebben van fraude bij een aanbieder dan melden zij dit schriftelijk bij de gemeente. Aanbieder krijgt de mogelijkheid binnen veertien kalenderdagen na deze schriftelijke melding te reageren en aan te tonen dat het gefundeerd vermoeden onjuist of niet (langer) relevant is. De gemeente kan vervolgens een door haar bekostigd extern accountants- of medisch inhoudelijk onderzoek laten uitvoeren om het gefundeerd vermoeden te toetsen. Blijkt uit dit onderzoek dat de Aanbieder werkelijk in de in dit artikel bedoelde risicovolle situatie verkeert of fraude pleegt, dan maakt de gemeente gebruik van artikel 5 lid 5. Monitor: De gemeente toetst de uitvoering van de opdracht conform hetgeen is afgesproken in de opdrachtverstrekking en hetgeen is bepaald in de overeenkomst. Daarbij wordt getoetst of het zorgplan conform het ondersteuningsplan wordt uitgevoerd en juiste functieniveau is ingezet.

De gemeente doet dit via een steekproefsgewijze materiële dossiercontrole, een door de gemeente uit te voeren cliënt tevredenheidsonderzoek en selectieve kwartaalgesprekken met de aanbieders. De Aanbieders dienen hieraan medewerking te verlenen. Terugvordering: de gemeente is gerechtigd, op grond van de uitgevoerde controle, de ten onrechte gedeclareerde bedragen en reeds uitbetaalde declaraties terug te vorderen van de aanbieder, met verhoging van de wettelijke rente. Controle: Het accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet van het desbetreffende controlejaar is van toepassing op alle Aanbieders, met dien verstande dat: Elke 13

aanbieder die een jaaromzet in de gemeente die de raamovereenkomst heeft getekend genereert van € 125.000 of meer is verplicht om te voldoen aan het voornoemde accountantsprotocol. In het protocol worden de deadlines genoemd voor de productieverantwoording en de verklaring, te weten respectievelijk 1 maart en 1 april van elk jaar conform het format model productieverantwoording WMO. Elke aanbieder die een jaaromzet, in de gemeente die de raamovereenkomst heeft getekend, genereert tussen € 25.000 en € 125.000 heeft de plicht om een productieverantwoording conform de opmaak van het accountantsprotocol aan te leveren voor 1 maart van elk jaar. De overige aanbieders kunnen op verzoek van de gemeente om een productieverantwoording conform de opmaak van het accountantsprotocol worden gevraagd.

2.9.2

Deelconclusie

Er dient een handelwijze in geval van fouten of fraude worden opgenomen in de overeenkomst maatwerkvoorziening zoals dit aanwezig is voor kwaliteit. Dit kan concreet worden toegevoegd na het opstellen van een handhavingsbeleid- en kader. Er moeten eerst keuzes gemaakt worden in het inkaderen van het toezicht en de handhaving zoals het aanstellen van een toezichthouder. Het contract met de aanbieders dient concreet gemaakt te worden om te kunnen handhaven. De gemeente dient na te denken over wat zij verstaat onder fraude. In het contract geeft de gemeente aan dat er bij fraude gebruik gemaakt wordt van artikel 5, lid 5. Er staat niet vermeld waar dit artikel vandaan komt. De verwijzing slaat waarschijnlijk op een ander lid van de overeenkomst. Hier is mogelijk wat verschoven na aanpassingen. In de monitoring dient het heronderzoek meegenomen te worden. De gemeente dient concreet te maken in welk geval de gemeente gerechtigd is om terug te vorderen. ‘Op grond van de uitgevoerde controle’ is niet concreet. Ook hier dient dat er n.a.v. het handhavingsbeleid- en kader concreet wordt toegevoegd in welke gevallen de gemeente optreed. Controle: De materiële controle kan hier nog concreet in opgenomen worden. Hierin dient meegenomen te worden wat dit vraagt van de aanbieders en de mogelijke gevolgen hiervan. Een strafrechtelijke aanpak vraagt een grote bewijslast.

Hier dient een gedegen onderzoek aan ten grondslag te liggen. Deze bevoegdheden zijn nu niet belegd. Er dient nagedacht te worden over hoe de onderzoeken ingekaderd worden. Afgaande op hetgeen dat staat vermeldt in de overeenkomsten dient nagedacht te worden of de signalen voldoende grondslag geven voor het inschakelen van een extern accountant- of medisch inhoudelijk bureau. Tevens is er tot nu toe nooit een bureau ingeschakeld voor risico en fraude en zijn er niettemin signalen van onrechtmatigheid naar voren gekomen. Tot slot dienen de overige overeenkomsten na het opstellen van het handhavingskader geëvalueerd te worden.

14

3. Conclusie In dit hoofdstuk worden de deelconclusies omgezet in een kort overzicht waar de gemeente nog aan dient te voldoen. Er dient in de uitwerking van de conclusies rekening gehouden te worden met de beperkte middelen gezien de omvang van de gemeente Rhenen. 3.1 Toezicht

Binnen de Wmo 2015 hebben gemeenten de wettelijke plicht een toezichthouder aan te stellen op grond van artikel 6.1 lid 2. Die is in ieder geval verantwoordelijk voor calamiteitentoezicht, omdat aanbieders verplicht zijn om calamiteiten te melden (art. 3.4 lid 1 Wmo 2015). De gemeenten zien toe op de naleving van de wet, voor zowel kwaliteit als rechtmatigheid. Het is de taak van gemeenten om te toetsen of aanbieders (of inwoners) rechtmatig handelen.

Er wordt voldaan aan de minimale verplichting voor het aanstellen van een toezichthouder op calamiteiten en kwaliteit. De gemeente voldoet niet aan de verplichting “toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet”. Er is enkel toezicht op kwaliteit en calamiteiten. De Wmo 2015 geeft aan dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het toetsen van de rechtmatigheid van de uitgaven en het rechtmatig handelen van zowel aanbieders als inwoners. Toezicht houden op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet binnen de Wmo 2015 is verplicht. Er is geen duidelijk overzicht in hoeverre de rechtmatigheid binnen elk proces getoetst wordt door het missen van een handhavingsbeleid- en kader. Dit heeft gevolgen voor zowel het toetsen van de rechtmatigheid als het handhaven op de rechtmatigheid. Om gedegen onderzoek te kunnen doen n.a.v. signalen dient er een toezichthouder rechtmatigheid aangewezen te worden. Dit is echter niet verplicht. De gemeente kan op dit moment bij een signaal van onrechtmatigheid, indien nodig, geen gedegen onderzoek doen door het missen van bevoegdheden. Een toezichthouder heeft extra bevoegdheden vanuit de Awb.

De gemeente dient een handhavingsbeleid- en kader op te stellen en daarmee te bepalen hoe het rechtmatigheidstoezicht binnen de gemeente wordt ingekaderd om te voldoen aan het toezien op de naleving van de wet met betrekking tot rechtmatigheid. Dit beleid dient zich te richten op het voorkomen en de handelwijze bij fouten en fraude. Dit is de minimale invulling van het rechtmatigheidstoezicht. Het handhavingsbeleid- en kader is gebaseerd op het eveneens op te stellen beleidsplan waarin de visie en hoofdlijnen vanuit de Visie op Sociaal Domein zijn opgenomen. Daarnaast dient de gemeente na te denken om (in samenwerking met andere gemeenten) de toezichttaak te beleggen. Hierna kan er nagedacht worden over een meldpunt binnen de gemeente zoals een formulier op de website of een e-mailadres, waar inwoners signalen kunnen melden. Dit is geen verplichting, maar een middel om signalen te ontvangen. Een meldpunt kan bijdragen aan het signaleren van fouten en fraude.

15

3.2 Calamiteiten

Op grond van artikel 3.4 Wmo 2015 zijn aanbieders van maatschappelijke ondersteuning verplicht calamiteiten te melden en daarvoor moeten zijn bij de Wmo-toezichthouder terechtkunnen.

In de overeenkomst met de aanbieder staat de meldplicht en binnen welk termijn zij calamiteiten moeten melden. De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting.

3.3 Beleidsplan

De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen (artikel 2.1.2 Wmo 2015). In het plan wordt o.a. aangegeven welke resultaten het gemeentebestuur in de periode wenst te behalen, welke criteria er worden gehanteerd om te meten hoe deze resultaten zijn bepaald en welke prestatie indicatoren worden gehanteerd ten aanzien van aanbieders (artikel 2.1.2 Wmo 2015).

De gemeente voldoet niet aan de wettelijke verplichting. De Wmo 2015 geeft aan dat de gemeenteraad periodiek een beleidsplan vaststelt. In dit plan wordt weergegeven hoe de gemeente de ondersteuning wilt aanbieden aan haar inwoners. Het plan dient als kader te fungeren voor het opstellen van verordening, nadere beleidsregels, contracten en werkwijzen. Het plan en het programma sociaal domein zijn verlopen en/of niet actueel. De gemeente werkt vanuit de bedoeling en vindt vertrouwen in- en naar haar inwoners belangrijk. Aansluiten bij de leefwereld van de inwoner staat hierin centraal. Om aan te sluiten bij de inwoner dient het beleidsplan te worden herzien. Het betrekken van de inwoners is hierin wenselijk. Op deze manier sluit het beleidsplan goed aan op wat zowel de gemeente als haar inwoners als belangrijk ervaren. De decentralisatie vraagt gemeenten om integraal te werken en de blik te verbreden over de beleidsterreinen heen. Het advies is om één integraal beleidsplan op te stellen voor de beleidsterreinen binnen het Sociaal Domein. Vanuit het geactualiseerde beleidsplan kunnen er keuzes gemaakt worden over de invulling van het toezicht en handhaving. De Visie op Sociaal Domein ligt hier aan ten grondslag. Tot slot dient het plan openbaar gemaakt te worden met het oog op het ingaan van de Wet open overheid (Woo) per 1 mei 2022 (Wet open overheid, VNG, 2021). 3.4 Verordening

In de Wmo 2015 is vastgelegd dat de gemeente in de verordening regels moet opstellen voor het bestrijden van het onterecht ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget (pgb) en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet (art. 2.1.3. lid 4 Wmo 2015).

De gemeente voldoet aan de juridische verplichtingen in de verordening. Het advies is om de verordening Maatschappelijke Ondersteuning te herzien na het opstellen van een handhavingskader.

16

De regels dekken het minimale kader. Het advies is om de artikelen vanuit de VNG aan te houden. Dit biedt overzicht en ruimte voor verdere invulling in de toelichting van de verordening. In de VNG model verordening staan nieuwe of gewijzigde toevoegingen die mogelijk richting kunnen geven. De verordening Jeugdhulp 2022 kan hier mogelijk ook aan bijdragen. De verordening dient aan te sluiten op het eerder genoemde beleidsplan. Het beleidsplan dient aan te sluiten op nadere beleidsregels, contracten en de werkwijzen. Het advies is om de verordening na vaststellen van het beleidsplan en het handhavingsbeleid te herzien.

3.5 Periodieke heronderzoeken Het heronderzoeken van verstrekkingen Wmo 2015 is op grond van artikel 2.3.9 een wettelijke taak van gemeenten. Gemeenten kunnen zelf prioriteiten stellen en daarbij rekening houden met fraudegevoeligheid van bepaalde voorzieningen. Prioriteiten stellen rekening houdende met fraudegevoeligheid van bepaalde voorzieningen.

Er wordt aan de wettelijke verplichting voldaan. De vragen worden tijdens heronderzoek gesteld en verwerkt in het dossier. Het advies is om de verordening explicieter uit te werken na het opstellen van een handhavingskader. In de verordening staan de periodieke heronderzoeken niet als artikel opgenomen. Het advies is om dit onder het eerder genoemde artikel: Artikel 15. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s te benoemen. Ook hier geldt het advies om in de toelichting van de verordening, de vorm- en inzet van onderzoek te benoemen. In de toelichting kan aangegeven worden dat dit betrekking kan hebben op zowel het handelen van de cliënt, vertegenwoordiger en/of aanbieder. De opgenomen regel in artikel 18, lid 8 geeft niet concreet weer wat de gemeente ‘onderzoekt’.

3.6 Actief informeren

Gemeenten zijn op basis van artikel 2.3.2 lid 6 Wmo 2015 wettelijk verplicht de cliënt actief te informeren over de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb en de gevolgen van deze keuze. Deze informatie moet begrijpelijk, toegankelijk en objectief zijn. Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. Artikel 2.3.8 Wmo 2015 en artikel 8.1.2 van de Jeugdwet stellen dat cliënten relevante informatie moeten verstrekken aan het college en medewerking moeten verlenen aan onderzoek.

De cliënt wordt nu mondeling geïnformeerd en verwezen naar de nadere beleidsregels. De gemeente voldoet niet geheel aan het actief informeren van cliënt- en diens vertegenwoordiger. Om te voldoen aan de begrippen begrijpelijk en toegankelijk is het wenselijk om de informatie in begrijpelijke taal visueel te maken. Dit kan bijv. middels een digitale pagina op de website voor cliënten. Zo kan voorkomen worden dat regels onbedoeld overtreden worden door onduidelijkheden en vergissingen. De beschikking geeft aan dat het college een verandering in het leven van de cliënt graag op tijd hoort. De Wmo 2015 stelt dat de cliënt relevante informatie moet verstrekken. De wet verplicht cliënten om wijzigingen door te geven. Het is wenselijk om dit in de beschikking duidelijker op te nemen. De beschikking kan daarnaast bij Schulinck op jurisprudentie getoetst worden. Tevens is het noodzakelijk dat de voorwaarden, rechten en plichten in- of bij de beschikking staan of worden bijgevoegd. Het opnemen hiervan maakt het herzien of intrekken van een beschikking 17

mogelijk. De voorwaarden en plichten staan in de verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen beschreven. De beschikking dient aangepast te worden zodat dit overeen komt met wat de gemeente in de verordening stelt. De beschikking dient nagekeken te worden op vermeldingen staande in de verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen en de beschikking zelf. Mogelijk kan de gemeente ervoor kiezen de verordening aan te passen op de beschikking of andersom.

3.7 Terugvordering

De Wmo 2015 maakt het mogelijk om geld terug te vorderen van cliënten die ten onrechte een maatwerkvoorziening of Pgb hebben ontvangen. De terugvordering is geregeld in artikel 2.4.1 van de Wmo 2015.

De gemeente voldoet niet geheel aan de mogelijkheid tot terugvorderen. In de beschikking voorwaarden, rechten en plichten opnemen. In de overeenkomst met aanbieders concreet opnemen wanneer er overgegaan kan worden op vordering. 3.8 Gegevensuitwisseling

Gegevensuitwisseling met andere instanties is geregeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de ministeriële regeling Jeugdwet. Uitwisseling van gegevens is beperkt mogelijk en aan strikte voorwaarden gebonden. De mogelijkheden en beperkingen bij het uitwisselen van gegevens staan in de Matrix gegevensuitwisseling van de VNG.

Gegevensuitwisseling gebeurt volgens de strikte voorwaarden. De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting. 3.9 Privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak

Gemeenten kunnen onrechtmatigheden bij aanbieders privaatrechtelijk voorkomen en bestrijden via contractbeheer en uiteraard – bij slechte ervaringen – door contracten te beëindigen of te ontbinden. De gemeente kan op basis van signalen allereerst het gesprek aangaan met de aanbieder. Voor het herstellen van de rechtmatige situatie dient er onderzoek gedaan te worden en een advies uitgebracht te worden. De aanbieder dient binnen de afgesproken periode de situatie te herstellen. Er kan mogelijk een last onder dwangsom of een last onder bestuurssom opgelegd worden. Voor het afsluiten van een zorgovereenkomst tussen de budgethouder en de zorgverlener moeten budgethouders per 1 april 2017 een modelovereenkomst van de SVB gebruiken. Deze zorgovereenkomst bevat een derdenbeding waarmee het mogelijk is direct terug te vorderen bij de zorgverlener als de intrekking of herziening van het pgb het gevolg is van toerekenbaar handelen van de zorgverlener. Los van de regels in de Wmo 2015 en Jeugdwet, is het juridisch mogelijk fraude strafrechtelijk aan te pakken. Dan moet er sprake zijn van overtreding van strafrechtelijke bepalingen, zoals valsheid in geschrifte of oplichting.

Dat geldt voor zowel cliënten als voor aanbieders van ZiN en voor de zorgverleners die worden ingehuurd in het kader van een pgb (zowel professionele aanbieders als cliënten die worden ingehuurd in het kader van een pgb).

De gemeente voldoet niet geheel aan alle voorwaarden om goede handhaving mogelijk te maken in de ‘Overeenkomst Maatwerkvoorziening gemeente Rhenen 2022’. 18

In het contract met de aanbieder dient de handelwijze bij fouten en fraude concreet opgenomen te worden. De begrippen fouten en fraude dienen geconcretiseerd te worden. Toelichting en aanpassen van de regel op blz.20: artikel 5, lid 5. In de overeenkomst dient opgenomen te worden hoe de gemeente de controle uitvoert en wanneer de gemeente gerechtigd is om terug te vorderen. Zaken zoals de handelwijze ingeval van fouten of fraude en de manier waarop de gemeente controleert, horen in het contractgesprek met de aanbieder thuis en moeten een plek krijgen in het contract (Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet, VNG). Het is wenselijk om na te denken hoe de gemeente omgaat met het verzamelen van de bewijslast. De bestuursrechtelijke bevoegdheden zijn nu niet belegd. Het is wenselijk om dat wel te doen. Tot slot dienen de onderstaande overeenkomsten na het opstellen van het handhavingskader geëvalueerd te worden. Vanwege de juridische achtergrond en de tijd waarin het onderzoek is uitgevoerd is enkel de overeenkomst maatwerkvoorziening expliciet bekeken. -

Overeenkomst Trapliften; Overeenkomst Huishoudelijke Ondersteuning; Overeenkomst Hulpmiddelen Overeenkomst Forensische mantelzorgondersteuning (Senior Service); Overeenkomst voor het collectief vervoer (Valleihopper); Overeenkomst Maatwerkvoorziening Wmo;

begeleiding

en

voor

19

4. Vervolgprocedure In dit hoofdstuk wordt de vervolgprocedure weergeven op chronologische volgorde.

1. Visie op Sociaal Domein gemeente Rhenen De Visie op Sociaal Domein ligt ten grondslag aan het opstellen van het beleidsplan. 2. Integraal Beleidsplan gemeente Rhenen Het beleidsplan is het uitgangspunt voor verdere uitwerkingen. 3. Handhavingsbeleid- en kader rechtmatigheid Om te voldoen aan het toezicht op de rechtmatigheid dient het een structureel onderdeel van de werkprocessen te worden. 4. Mogelijk aanstellen van toezichthouder rechtmatigheid (mogelijk in samenwerking met andere gemeenten of extern bureau). Meldpunt inwoners 5. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Rhenen De verordening en nadere beleidsregels dienen n.a.v. het beleidskader herzien te worden. 6. Processen inrichten op basis van beleidskader Overeenkomst aanbieder concretiseren en mogelijk werkwijzen herzien.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14321372/1