CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Conceptvisie Rhenen West (10 feb. toegevoegd)

Raadsvergadering 11 maart 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Projectvoorstel flexwoningen locatie Kastanjelaan - verworpen7.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie Rhenen-West

T P E C N O C

Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling 30 september 2024

we consult nature.

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling M.M. Visser, E. Beukema, J.D. Buizer, T. Bouma Status uitgave:

Definitief

Rapportnummer:

24-0345

Projectnummer:

24-0449

Datum uitgave:

30 september 2024

Projectleider:

Mascha Visser

vloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van

Tweede lezer:

Ir. Arda van Helsdingen

Waardenburg Ecology.

Opdrachtgever:

Gemeente Rhenen

Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Waardenburg Ecology voor aanspraken van derden

Postbus 201

in verband met deze toepassing.

3910 AE Rhenen

Alle beelden in dit document zijn vervaardigd door Waardenburg Ecology of Teake Bouma tenzij anders vermeld. Waardenburg Ecology is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voort-

© Waardenburg Ecology / Gemeente Rhenen

Referentie opdrachtgever:

E320407-420920-P03043

Akkoord voor uitgave:

Ir. Arda van Helsdingen

mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of

Datum akkoord:

30 september 2024

op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtge-

Graag citeren als:

Visser, M, J.D. Buizer, E.J. Beukema. 2024, T. Bouma.

ver hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology, noch mag het zonder een dergelijke toestem-

Visie Rhenen-West.

ming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Rapport 24-0345. Waardenburg Ecology, Culemborg. In samenwerking met Teake Bouma architectuur Trefwoorden:

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport

Waardenburg Ecology is een handelsnaam van Bureau Waardenburg BV. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd door EIK Certifi-

en stedenbouw.

cering overeenkomstig ISO 9001:2015. Waardenburg Ecology hanteert als algemene voorwaarden de

Flexwoningen, landschapsarchitectuur,

DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

stedenbouw, natuurontwikkeling, Groene Contour. Waardenburg Ecology | +31(0)345 512710 | info@waardenburg.eco | www.waardenburg.eco

2

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

Inhoudsopgave 1.

Inleiding en doelstelling

5

2. Visie op de ontwikkeling

6

3. Analyse

10

4. Integraal schetsontwerp

20

5. Stedenbouwkundige invulling

26

6. Aandachtspunten voor nadere uitwerking

36

Utrechtse heuvelrug N233

Achterberg

Remmerden

N225

Rhenen Neder-Rijn

Figuur 1.1

Grebbeberg

Plangebied in de context

3

4

Bron: Esri

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

1.

Inleiding en doelstelling

Gemeente Rhenen heeft de ambitie om versneld extra betaalbare woonruimte te realiseren. Hierbij heeft de gemeente een perceel ten noordwesten van de stad in onderzoek. De gedachte is om hier flexwoningen in te zetten met een tijdelijkheid van bijvoorbeeld 15 jaar. De beoogde doelgroepen voor de woningen zijn voornamelijk starters, statushouders, spoed-zoekers en ontheemden.

Waardenburg Ecology is gevraagd om een schetsontwerp van 50 flexwoningen op te leveren, waarbij de flexwoningen zo goed mogelijk zijn ingepast in het landschap en de omgeving. Daarnaast is gevraagd een visie op te stellen die laat zien hoe er, gelijktijdig met de realisatie van de flexwoningen, kan worden geanticipeerd op een functieverandering naar en ontwikkeling van natuur na beëindiging van het tijdelijke gebruik voor wonen. Voor dit project werkt het team Natuurinclusief ontwerp van Waardenburg Ecology samen met Teake Bouma, architectuur en stedenbouw.

Doelstelling Het doel van voorliggend advies is tweeledig: • Laten zien dat er natuur kan worden ontwikkeld die op termijn een waardevolle toevoeging aan het NNN op de heuvelrug vormt. • Laten zien hoe dit gebied tijdelijk als buurtje kan functioneren binnen de Rhenense context, uitgaande van tijdelijke woningen die na een vastgesteld aantal jaar worden verwijderd. Het plan is op het niveau van schetsontwerp (SO). Het rapport is zowel bedoeld voor de gemeenteraad als voor de provincie. Proces Om de uitgangspunten voor het ontwerp in beeld te krijgen is een werksessie georganiseerd met een brede interdisciplinaire groep ambtenaren. Op basis hiervan is een integrale visie op hoofdlijnen ontwikkeld, waarbij de factor tijd een belangrijke rol speelt. Vervolgens is het schetsontwerp uitgewerkt, zowel voor natuur en landschap als voor stedenbouw en architectuur. De betrokken ambtenaren hebben hierbij meegelezen.

Het perceel ligt in de groene contour en heeft nu een agrarische bestemming. Het is de bedoeling dat het gebied na het verstrijken van de tijdelijke termijn van de flexwoningen tot permanente natuur wordt ontwikkeld en wordt toegevoegd aan het NNN. Wij zien kansen om al vanaf het eerste jaar met natuurontwikkeling te starten. In het planologisch instrumentarium van de provincie komt deze volgtijdelijke combinatie van rood en groen echter niet voor. Deze studie kan als basis dienen om dit maatwerk verder vorm te geven.

Figuur 1.1

Ligging perceel Rhenen-west, luchtfoto.

Figuur 1.2 Plangebied, voorjaar 2024. 5

2.

Visie op de ontwikkeling

2.1

Gemeentelijke ambities voor Rhenen-West

Gelijktijdig met de realisatie van flexwoningen in Rhenen-west wordt een planologische functieverandering voorgestaan. Zo komt functieverandering van rechtswege tot stand, nadat een tijdelijke vergunning afloopt. De flexwoningen worden tijdelijk geplaatst en na afloop, inclusief infrastructuur, weer weggehaald. Op het perceel wordt dan natuur ontwikkeld. Dit past binnen de vastgestelde Visie op Rhenen 2035, waarin is gekozen om op deze plek geen verstedelijking toe te passen.

2.2

Stedenbouwkundig en landschappelijk concept

De flexwoningen staan op een plek waar vanaf het begin al een natuurlijke uitstraling heerst. De ontwikkeling tot natuurgebied geeft aanleiding voor keuzes in het stedenbouwkundig concept: • Zo compact mogelijk bouwen, dus veel ruimte voor natuur. • Minimaliseren ondergrondse en bovengrondse infrastructuur door het groeperen van woongebouwen en verlagen

6

• •

parkeernorm van 1,3 naar 1,0. Flexwoningen aansluitend aan bestaande stad situeren. Materiaalgebruik met een ‘natuurlijke uitstraling’ en herbruikbaar.

De ontwikkeling draagt ook iets bij aan de bestaande buurt: • Landschappelijk waardevolle zichtlijnen en een afwisseling van open en besloten ruimten behouden. • Toevoegen van extra ruimtelijke kwaliteit, ook beleefbaar voor bestaande bewoners middels extra paden. • De plek krijgt een nieuwe betekenis als uitloopgebied direct tegen de stad aan, omdat men er (in tegenstelling tot nu) doorheen kan wandelen. Dit wordt gedurende de jaren steeds aantrekkelijker. Op deze plek, hoog op de stuwwal, passende natuur ontwikkelen: • Droog schraalgrasland en loofbos, waarbij de overgang tussen beide typen (de bosrand) nog extra waarden toevoegt. Dit zijn specifieke natuurtypen waarvan de provincie Utrecht heeft aangegeven deze met prioriteit te willen ontwikkelen. • Diverse, als icoonsoort aangewezen, planten

•

•

•

en dieren (en vele anderen) kunnen hiervan profiteren. (Zie in figuur 2.1 welke). De natuur kan zich, daar waar geen flexwoningen staan, al vanaf het eerste jaar ontwikkelen en krijgt na het weghalen van de flexwoningen nog iets meer ruimte. Het groenbeheer is vanaf het begin gericht op het creëren van zo hoog mogelijke natuurwaarden. Natuurontwikkeling vergt tijd en geduld; de tijd die er is wordt benut om de natuur zich te laten ontwikkelen.

Dit ontwerpconcept wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht.

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

Ecologische verbindingen (indicatief)

Figuur 2.1 Visie plattegrond / ontwerpconcept. 7

Nu Bos

Akker / agrarisch

Rhenen

10 jaar

Na verwijderen flexwoningen

Bos

Nieuw bos

natuur ontwikkeling

Bos

Nieuw bos

soortenrijk grasland

flex wonen

Nieuw bos

Figuur 2.2 Principeprofiel, schematische weergave ontwikkeling gebied.

8

Rhenen

Rhenen

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

Bron: shutterstock

Figuur 2.3 Referentie wonen in het groen.

Figuur 2.4 Referentie bos.

Figuur 2.5 Sleedoornpage.

Figuur 2.6 Referentie soortenrijk schraalgrasland.

9

Stadsbossen

Volkstuinen Vitens

Lijs ter e

Scouting

ng

we g

to re n

nd pij De S

er sw eg

er s-

m

Reumersweg

De Lijsterengh

re c

ht se str a

Donderberg

at we g

Pa a

Ut

Beukenlaan

rd en ve ld

De Reumers

Domineesberg Nieuwe Veenendaalseweg

Re u

Onderzoeksgebied

N233

Gemeentehuis

Palmerswaard

Centrum Bron: Topografische kaart Esri

Figuur 2.7 Ligging perceel Rhenen-west, topografie en toponiemen 10

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

3.

Analyse

In dit hoofdstuk komen enkele belangrijke kenmerken aan bod die mede bepalend zijn voor de mogelijkheden op het perceel Rhenen-west. In figuur 2.7 is de ligging van het perceel te zien in zijn omgeving en zijn de gebruikte veld- en straatnamen opgenomen. Cultuurhistorie 1900 • Landelijk gebied, variatie in open landschap en bos. • Ook op oudere kaarten (c.a. 1850) is terug te zien dat het plangebied al een open veld was met minder bos in de omgeving.

1900

1915

1960

2023

1915 • Meer heide aanwezig in de omgeving. 1960 • Bebouwing rukt op. • Meer bos en minder open veld. 2023 • Bebouwing Rhenen opgeschoven, tot langs het plangebied. • Plangebied nog steeds onderdeel van een mozaïek van omzoomde percelen. Bron: topotijdreis

11

Hoge bruine enkeerdgronden ; grof zand

12

Bron: Bodemkaart, Esri.

Bron: Geomorfologische kaart, Esri.

Bron: AHN, Esri.

Bodem • Holtpodzolgronden van grof zand. • Een humusvorm; waarin organisch- en mineraal materiaal niet sterk gemengd zijn. • Mineraalrijker dan de meeste andere podzolgronden. • Veelal ontstaan in bos (NB: de tijdschaal van bodemvorming gaat veel verder terug dan het grondgebruik als akker op de vorige pagina). • Dit wijst op relatief kort of zeer extensief gebruik als akker (in tegenstelling tot de enkeerdgronden: donkerbruin op de kaart). • Met natuurontwikkeling aansluiten bij de bestaande bodem. • De bodem zo min mogelijk verstoren of ‘roeren’ omdat dan het web aan bodemorganismen in stand blijft en zich verder kan ontwikkelen.

Geomorfologie

Hoogtekaart • Relatief grote hoogteverschillen in de omgeving. • Kleine hoogteverschillen binnen het plangebied.

Stuwwalgebied Droogdal (smeltwaterdal) Stuwwalplateau

•

Droogdal herkenbaar als laagte in zuidwest hoek. Het donkerblauwe deel is door provincie aangewezen als plek met aardkundige waarde. De kop van het droogdal is als een laagte ook herkenbaar op het perceel.

+39,8

+40,0 +39,0 +34,8

+38,2

+41,7

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

Waterwingebied Grondwaterbeschermingsgebied Boringsvrije zone

Bron: Visie Rhenen 2035, gemeente Rhenen.

Bron: div. wandelroutes, Esri.

Bron: Atlast provincie Utrecht, Esri.

Visie Rhenen 2035 • Plangebied onderdeel van deelgebied 10, randzone Rhenen, waar agrarische percelen en kleine bospercelen elkaar afwisselen. Aan de westzijde van dit deelgebied ligt een ecologische verbindingszone tussen heuvelrug en uiterwaarden. • De waarde van natuur komt in 2035, zowel boven als onder de grond, goed tot haar recht in natuurgebieden, maar ook daarbuiten. Nieuw groen helpt om de kwaliteit van de natuur te verbeteren en de biodiversiteit te vergroten en het moet tegen extreme weersomstandigheden kunnen. • Nieuwe wandel- en fietsroutes zijn gecreëerd in 2035 en vormen een fijnmazig netwerk. (Bron: Visie Renen 2035).

Recreatieve padenstructuur Vanaf de Nieuwe Veenendaalseweg, waarlangs een vrijliggend fietspad ligt, is het westelijk buitengebied toegankelijk via de Reumersweg in het zuiden (rustige asfaltweg) en via de Lijsterengweg in het noorden (een fiets-wandelpad met bomenlaan en enkele parkeerplaatsen aan het begin). Vervolgens kan men door naar de stadsbossen in het westen of omgeving Lijsterengh in het zuiden.

(Grond)water De Vitenslocatie ten noordwesten van het plangebied is een drinkwater pompstation dat gebruik maakt van de voorraad schoon water die in de stuwwal is opgeslagen. Hiertoe is een grondwaterbeschermingsgebied aangewezen. Functies op deze bodem mogen geen uitspoeling 6 van schadelijke stoffen veroorzaken.

Plattegrond: diverse gemarkeerde wandel- en fietsroutes in de omgeving (niet uitputtend).

Het grove zand dat hier aanwezig is heeft als kenmerk dat water tamelijk gemakkelijk wegzakt in de poreuze bodem. Er zijn dan ook geen sloten in het plangebied aanwezig. Algemeen aandachtspunt van zandgronden is de grootschalige verdroging. Aandacht is nodig voor infiltratie van neerslagwater in de bodem.

13

Natuurwaarnemingen De volgende soorten zijn waargenomen op of vooral in de nabijheid van het plangebied (Bron: NDFF, 25-06-2024): Vogels binnen 500 m: • Grote lijster, keep koekoek, matkop, middelste bonte specht, ransuil, zwarte mees. Insecten binnen 500 m: • Kleine parelmoervlinder, sleedoornpage, bruin zandoogje, bruin blauwtje, bijenwolf, bruine rouwbij, pluimvoetbij, zesvlekkige groefbij. Zoogdieren binnen 500 m: • Boommarter, das, eekhoorn, egel, haas, ree, wezel. Reptielen binnen 500 m: • Zandhagedis. 14

Natuurbeleid Natuurnetwerk Nederland

Natura 2000

Groene Contour: Beschermd gebied, natuurontwikkeling gewenst (Provincie Utrecht).

Gemeente: Groenbeleidsplan hanteert als uitgangspunt dat groen toegankelijk moet zijn.

Doelsoorten dieren • boommarter • das • ree • middelste bonte specht • zandhagedis. • sleedoornpage • hooibeestje Doelsoorten planten • grasklokje • hazenpootje • muizenoor • zandblauwtje • hondsviooltje

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

3.1

-

Natuurwaarden en -potenties

Met de huidige functie en gebruik als akker heeft het plangebied al enige natuurwaarde. Langs de akker zijn bloemrijke stroken aanwezig, die een bron van nectar en zaden vormen voor insecten en vogels. De akker zelf biedt (afhankelijk van het geteelde gewas) een voedselbron voor onder meer ree en das. Natuurontwikkeling kan de natuurwaarde van het plangebied echter sterk verhogen. Door de ligging tegen bestaand natuurgebied in het westen aan, is de verwachting dat het gebied snel door soorten in gebruik wordt genomen wanneer inrichting en beheer meer op natuurontwikkeling gericht zijn. Aandachtspunten bij de keuze van te ontwikkelen natuurtypen: • Ruim 100 jaar gebruik als akker: hoge fosfaatgehalten, dan goede zuurbuffering. - Hoog fosfaatgehalte: negatief voor meeste natuurwaarden. - Goede buffering positief voor waardevol (schraal) grasland. • Bosontwikkeling is mogelijk bij hoge fosfaatgehalten. - Schaduwrijk bos om ontwikkeling ruigteplanten tegen te gaan. - Rijk bostype, met rijk-strooiselsoorten als winterlinde en hazelaar en daarnaast zomereik.

•

Struweel met soorten als sleedoorn, meidoorn, kardinaalsmuts, wilde appel langs bosrand. Voor waardevol grasland of heide moet fosfaatgehalte omlaag (verschralen).

3.2

Invulling geven Groene Contour

Het plangebied ligt in de Groene Contour (GC) van Utrecht. Provincie Utrecht heeft als doelstelling om, naast de opgave vanuit het NNN, voor 2040 3000 ha extra natuur te realiseren in de GC (provincie Utrecht, 2022). Dit moet op vrijwillige basis gebeuren.

de GC, die in gebruik is als akker. Door de tijdelijkheid van het “rood” blijft op termijn alleen het “groen” over. NB: de groene contour is een planologisch instrument op grond van de Omgevingsverordening en geeft geen invulling aan welke natuurtypen er precies gewenst zijn. Hier is het Natuurbeheerplan 2024 voor bedoeld, waarin bestaande en geambieerde natuurbeheertypen zijn vastgelegd (zie volgende paragraaf).

De provincie heeft mogelijkheden in het leven geroepen om de ontwikkeling van natuur in de GC mogelijk te maken met rood-voorgroenconstructies. De nieuwbouw in het kader van het “rood” mag omvangrijker zijn dan bij de gebruikelijke rood-voor-groenregelingen. Ook hoeft de bebouwing niet op bestaande erven te worden gebouwd. Gemeente Rhenen wil met de provincie samen onderzoeken of de bouw van tijdelijke woningen in combinatie met bestemming natuur ook binnen de bedoelingen van het beleid passen en of maatwerk in Rhenen-west mogelijk is. Ontwikkeling van flexwoningen in combinatie met bestemming tot natuur maakt natuurontwikkeling mogelijk op deze plek in

15

3.3

Ambities natuurontwikkeling van de provincie Utrecht

Provincie Utrecht heeft in het Natuurbeheerplan 2024 natuurdoelstellingen geformuleerd, gespecificeerd per deelgebied. Het plangebied ligt in het deelgebied Utrechtse Heuvelrug. Hiervoor gelden de volgende doelstellingen, te zien in de tabel van figuur 3.1.

Prioriteit

Natuurtype

Ontwikkeling mogelijk?

Prioriteit 1

N06.04 Vochtige heide

Nee

N06.05 Zwakgebufferd ven

Nee

N10.01 Nat schraalland

Nee

N06.06 Zuur ven of hoogveenven

Nee

N07.01 Droge heide

Mogelijk na verschralen

N07.02 Zandverstuiving

Nee

N10.02 Vochtig hooiland

Nee

N11.01 Droog schraalgrasland

Mogelijk na verschralen

N14.03 Haagbeuken- en essenbos

Nee

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

Ja (variant)

Prioriteit 3

N12.05 Kruiden- en faunarijke akker

Ja

Prioriteit 4

N16.03 Droog Productiebos

Ja

N16.04 Vochtig Productiebos

Nee

Prioriteit 2

In deze tabel is bij elk natuurtype aangegeven of dit volgens Waardenburg Ecology mogelijk is in het plangebied. Het ontwikkelen van natte natuurtypen bijvoorbeeld is niet mogelijk, aangezien water hier snel wegzakt; dit past bijvoorbeeld onderaan de flanken van de heuvelrug, maar daar ligt het plangebied Rhenen-west niet. In het plangebied is het wel mogelijk om de natuurtypen droog schraalgrasland of droge heide te ontwikkelen nadat verschaling is toegepast. Ook zijn dennen-, eiken- en beukenbos (de rijke variant), droog productiebos en kruiden- en faunarijke akker te ontwikkelen op deze plek.

16

Figuur 3.1

Tabel Natuurdoelstellingen Provincie Utrecht, natuurbeheerplan 2024. In de eerste kolom staat de prioritering die de provincie heeft meegegeven. In de laatste kolom het oordeel van Waardenburg Ecology over de haalbaarheid op deze plek.

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

3.4

Stedenbouwkundige potentie

Uit de inventarisatie & analyse die in dit hoofdstuk beknopt is weergegeven, volgen enkele potenties ten aanzien van het het stedenbouwkundig plan: • Door de ligging tegen Rhenen aan blijft er sprake van een compacte kern als tijdelijke woningen hier worden toegevoegd, met name gesitueerd aan de zuid-oostzijde. • Op de zandige bodem is bouwen zonder heien mogelijk. De flexwoningen kunnen waarschijnlijk op een eenvoudige betonnen plaat gefundeerd worden, waardoor de bodem zoveel mogelijk intact gelaten wordt. • De benodigde nutsvoorzieningen liggen aan de zuidzijde van het perceel pal naast het plangebied, waardoor er aan die zijde eenvoudig op kan worden aangesloten. • De bosrijke en rustige omgeving biedt als vanzelf een aangenaam kader voor nieuwe (tijdelijke) bewoners.

3.5

Landschappelijke potentie

Daarnaast zijn er talrijke mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen en beleefbaar te maken door: • In stand houden van het mozaïek aan open velden met stukjes bos dat, van zuid naar noord, vanaf de Palmerswaard doorloopt tot aan de kern van Rhenen. • Omsloten open ruimte behouden en nieuwe krachtige randen definiëren. • Hoogteverschillen behouden en zichtbaarheid daarvan versterken, met name het droogdal aan de zuid-west zijde van het perceel. • Behoud zichtlijnen over het perceel en doorkijk naar volgende open ruimte van het mozaïek via bestaande opening in de zuidelijke houtwal. • Opnemen tijdelijke woningen in een rand van opgaand groen waardoor deze het landschapsbeeld niet domineren. • Beleving van het landschap versterken door nieuwe paden een aansluiting op omgeving.

17

Lij

ste re

ng

we g

2

4

3

17 0

1 m

eg sw er

m

u Re 38.250 m2

23 0

m

5

Mozaïek landschap

6

Nieuwe Veenendaalseweg

Figuur 3.2 Kwaliteiten en maten van het plangebied. Nummers verwijzen naar de foto’s hiernaast. 18

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

1

2

3

4

5

6

19

4.

Integraal Schetsontwerp

Het ontwerpconcept uit hoofdstuk 2 en de inventarisatie & analyse uit hoofdstuk 3 leiden tot een integraal schetsontwerp. In dit hoofdstuk wordt vooral ingegaan op de keuzes die gemaakt zijn voor dit integraal schetsontwerp ten aanzien van de hoofdopbouw, landschappelijke en natuuraspecten. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de tijdelijke stedenbouwkundige ontwikkeling die past binnen dit integraal schetsontwerp.

4.1 •

•

•

•

20

Hoofdkeuzes natuur en landschap Aansluiten op bestaande natuur- en landschapswaarden in omgeving en deze landschappelijke identiteit en waarde beschermen. Natuurontwikkeling passend bij de plek in het systeem: zowel bos in de hoeken als open gebied (schraal grasland) in het middendeel. Behouden van kwalitatief hoogwaardige zichtlijnen en de brede doorkijk mogelijkheid vanaf openbare wegen (Nieuwe Veenendaalseweg en Reumersweg) en omringende woningen. Benutten bijzondere kwaliteiten door

•

•

reliëf behouden en het mozaïek van open terreinen met bosjes en houtwallen in stand houden. Tevens beter beleefbaar maken door toevoegen van een wandelpad. Ook aansluiten op bestaande binnenstedelijke groenstructuren, zoals de groene rand langs Spijnderstoren. Gebruikmaken van de factor tijd om natuurwaarden tot ontwikkeling te laten komen.

4.2

Landschappelijke opbouw

De diagonale zichtlijn over het perceel wordt behouden. Deze is vooral zichtbaar vanaf de Nieuwe Veenendaalseweg naar beneden, maar ook beleefbaar van beneden naar boven, vanaf de Reumersweg. De hoogteverschillen van het droogdal blijven hierdoor zichtbaar. De bijzondere doorkijk naar de zuidelijker gelegen percelen, door de opening in de houtwal heen, blijft bestaan. Het open middengebied wordt geflankeerd door twee nieuwe bosranden. Zo blijft het perceel bijdragen aan het mozaïek van dicht omzoomde open percelen dat in een reeks van zuid naar noord aanwezig is. De beide hoeken van het perceel worden verdicht door hier bos te ontwikkelen. In het zuidelijke bosdeel worden op compacte wijze de flexwoningen

ingepast. In figuur 4.1 is het schetsontwerp getoond in de tijdelijke fase, met flexwoningen. In figuur 4.2 is hetzelfde schetsontwerp te zien, maar dan een stuk verderop in de tijd, wanneer de flexwoningen zijn weggehaald en de natuur tot ontwikkeling is gekomen.

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

Legenda Bestaande situatie Bos / bomen

Weg of pad

Nieuwe situatie Bos, nieuwe aanplant

Schraal grasland, in ontwikkeling

Voetpad

Flexwoningen

Parkeren

Spelen / ontmoeten

N

Figuur 4.1 Integraal schetsontwerp - fase 1. Startende natuurontwikkeling met flexwoningen en nieuwe wandelpaden. 21

4.3

Aanhechting bestaand Rhenen

De flexwoningen liggen verscholen in een nieuw te ontwikkelen stuk bos. Met de plaatsing van de woonblokken is waar mogelijk rekening gehouden met doorzichten vanaf de Spijnderstoren, door de huidige bosrand heen. Enige verandering van het beeld hier is echter niet te vookomen; het achterliggende deel van het perceel wordt op termijn bos. Het bestaande wandelpad in de woonwijk, nabij de Spijnderstoren, krijgt een vervolg door het plangebied, zodat een nieuwe aantrekkelijke route naar het Stadsbos ontstaat en meer opties voor ommetjes ontstaan. Dit pad toont een doorsnede van de nieuwe natuurtypen, zowel het open veld als de bosdelen en sluit aan op het fiets-wandelpad Lijsterengweg. Zo krijgt het plangebied toegevoegde waarde voor bestaande bewoners in Rhenen, als recreatief uitloopgebied. Toegankelijkheid en beleving worden gefaciliteerd en paden sluiten aan bij bestaande routes. Hiermee wordt tevens ook invulling gegeven aan het groenbeleidsplan van Rhenen, waarin de ambitie gesteld is dat stedelijk groen toegankelijk moet zijn. NB: dit geldt overigens niet persé voor natuur, maar waar recreatief medegebruik niet schadelijk is voor de natuur is het wel gewenst.

22

4.4

Te ontwikkelen natuurwaarden

De volgende natuurwaarden worden hier ontwikkeld: • Op de hoge randen (noord en zuid) rijk bos, met soorten als winterlinde, hazelaar, Spaanse aak en zoete kers, aangevuld met ruwe berk en zomereik. Voor soorten als das, boommarter, middelste bonte specht. • Langs de bosrand een rand met struweel van soorten als sleedoorn, meidoorn, wilde kardinaalsmuts en wilde appel. Voor soorten als das, ree en sleedoornpage. • In het droogdal droog schraalgrasland voor soorten als zandhagedis, das, ree, hooibeestje en planten van schraalgrasland als grasklokje, muizenoor en hazenpootje.

4.5

Te ontwikkelen natuurtypen

Provincie Utrecht heeft in het Natuurbeheerplan 2024 natuurdoelstellingen geformuleerd, gespecificeerd per deelgebied. Het plangebied ligt, zoals in de analyse duidelijk werd, in het deelgebied Utrechtse Heuvelrug. Hiervoor gelden de doelstellingen en prioritering zoals weergegeven in figuur 3.1. Van de onderscheiden natuurtypen zijn de hoogst mogelijke prioriteiten toegepast in het plan, zodanig gerangschikt dat het aansluit bij de landschappelijke en stedenbouwkundige keuzes.

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

Legenda Bestaande situatie Bos / bomen

Weg of pad

Nieuwe situatie Bos, ca. 15 jaar gegroeid

Bos nieuwe aanplant

Schraal grasland, in ontwikkeling Voetpad

Flexwoningen

Parkeren

Spelen / ontmoeten N

Figuur 4.2 Integraal Schetsontwerp fase 2. Verdergaande natuurontwikkeling, flexwoningen verwijderd, met behoud van wandelpaden.

23

Dit is samengevat in figuur 4.3. Omdat de natte natuurtypen met prioriteit 1 niet geschikt zijn op deze locatie, is gekozen voor prioriteit 2, droog schraalgrasland in het open middendeel. Dit natuurtype vergt tijd om tot ontwikkeling te komen en tot het zover is, wordt het beheerd als kruiden- en faunarijke akker met prioriteit 3. Ook het te ontwikkelen bos in beide hoeken van het perceel heeft prioriteit 3, namelijk dennen-, eiken- en beukenbos (de rijke variant).

4.6

Beleving

Het plan omvat ook een nieuw wandelpad, haaks op de open zichtlijn. De bestaande routes liggen door het bos of langs bosrand en houtwal. Dit nieuwe pad voegt beleving van het open veld hieraan toe. Het pad valt in de zichtlijn niet op, waardoor het niet verstorend is in de gekozen open-gesloten verhouding. De boomgroep waar het pad langs voert, voegt diepte toe aan de beleving van het open veld. Een wandelpad door dit natuurgebied heeft geen nadelige invloed op de hier gekozen natuurontwikkeling, mits honden aangelijnd worden. Het padennetwerk wordt hiermee verdicht, waarmee het noord-westelijk deel van Rhenen extra recreatiemogelijkheden krijgt. Om verschillende ommetjes te kunnen lopen, kan ook gebruik worden gemaakt van de centrale as bij de flexwoningen, zodat een kortsluiting gemaakt kan worden richting het zuiden.

4.7

Juiste inrichting en beheer voor natuurontwikkeling

Omdat er verschillende natuurtypen op het perceel beoogd zijn, is het belangrijk dat de verschillende onderdelen juist ingericht en beheerd worden. Hiermee wordt de beoogde natuurontwikkeling ondersteund en gestuurd. Waar bos en flexwoningen gecombineerd worden, in de zuidelijke hoek, is er een extra fase in de ontwikkeling. Dit levert uiteindelijk een structuurrijk bos op, omdat er bomen van verschillende ouderdom in het bos staan. Ook het open middendeel kent meerdere fases, omdat er eerst wordt uitgemijnd om een voedselarmere bodem te bereiken waarop droog schraalgrasland tot ontwikkeling kan komen. Noordelijk bos Direct aanplanten bos, bosontwikkeling start meteen en bomen kunnen vrij uitgroeien, struweelrand ontwikkelt zich al. Weinig tot geen beheer nodig. • Groepsgewijze aanplant van veren of bomen op stam met daartussen bosplantsoen van struweel. • Soorten winterlinde, zomereik, ruwe berk, boswilg, Spaanse aak, lijsterbes, sporkehout, hazelaar. • In rand ook sleedoorn en wilde appel. Zuidelijk bos De randen inplanten als overgang tussen

Provincie Utrecht Het plan past binnen prioriteiten provincie Utrecht voor natuurontwikkeling Groene Contour. Prioriteit 1 is hier niet mogelijk want dit kan alleen op vochtige tot natte natuurtypen. Prioriteit 2 droog schraalgrasland wordt op termijn ontwikkeld op open middenstuk in het plan en rijke variant van dennen-, eiken- en beukenbos ontwikkelen in de hoeken. Prioriteit 3 kruiden en faunarijke akker als tussenfase. Prioriteit 4 kruiden- en faunarijk grasland of bos met productie is minder wenselijk en wordt ook niet ontwikkeld in dit plan.

Figuur 4.3 Prioriteiten natuurtypen provincie Utrecht.

24

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

flexwoningen en open veld; bosrand kan alvast ontwikkelen. Tussen de woonblokjes hier en daar solitaire bomen of boomgroepen planten van de gewenste soorten, die alvast kunnen groeien. De afstand tussen de woonblokken is minimaal 15m, zodat er in elke woning voldoende lichtinval is en er tussen de bouwblokken voldoende ruimte is voor groeiende bomen. Na het verwijderen van de woningen en infrastructuur (behalve deel dat blijft liggen), de groter geworden bomen behouden en rest van het bos in principe spontaan laten dichtgroeien. • Zelfde soortensamenstelling als noordelijke bos. • Grote maat bomen. • Inplanten rand met bomen en struweel • Planten solitaire bomen en boomgroepen tussen woningen. • Na verwijderen woningen lege plekken vanzelf laten dichtgroeien, geen aanplant nodig. Schraal grasland Tijdens de periode dat er flexwoningen staan: starten met uitmijnen van het open middengebied. Dat wil zeggen; de bodem verschralen door voedingsstoffen er gericht uit te laten halen door planten en deze vervolgens te maaien en af te voeren. (Zie ook aanbevelingen ‘bodem’ in hoofdstuk 6.) Na 5 tot 10 jaar (op oordeel van beheerder, bij voorkeur gesteund door herhaald bodemonderzoek) een aantal jaren beheren als kruiden- en faunarijke akker, om de dichte

grasmat te doorbreken, waardoor de soorten van schraal grasland zich gemakkelijker kunnen vestigen. Ook heeft een kruiden- en faunarijke akker natuurwaarden. Vervolgens zaden inbrengen met maaisel (en of zaad) van een geschikte locatie (droog schraalgrasland) uit de omgeving en beheren als droog schraalgrasland. • Starten met enige jaren (bijvoorbeeld 5 à 10 jaar) uitmijnen met grasklavermengsel en bemesting met kali. • Daarna beheer als kruiden- en faunarijke akker tot einde flexperiode (rogge en of boekweit). Dit is al een door Provincie gewenst natuurtype, met prioriteit 3 en leidt tevens tot het verder uitmijnen van de bodem. • Vervolgens aanbrengen van maaisel van een geschikte locatie met droog schraal grasland in de omgeving. • Daarna beheer van maaien en afvoeren of extensief begrazen. Dit wordt dan droog schraalgrasland, prioriteit 2 van de provincie.

4.8

Landschappelijk kader voor flexwoningen

Op deze manier ontstaat een aantrekkelijk en toekomstgericht landschappelijk raamwerk waarbinnen ruimte is voor de gewenste tijdelijke woningen. Op de stedenbouwkundige aspecten wordt in het volgende hoofdstuk nader ingegaan. 25

5.

Stedenbouwkundige invulling

5.1

Stedenbouwkundige opzet

De bebouwing is gesitueerd binnen de te ontwikkelen bosrijke zuid-punt, waarbij de natuurlijke elementen van de bosrand en het latere bos volledig in de woonomgeving worden geïntegreerd. In het zuidoosten wordt de bebouwing haaks geplaatst op De Spijnderstoren, terwijl de bebouwing in het noordwesten parallel is georiënteerd aan de Reumersweg. Deze verschillende oriëntering van de bebouwing in het noorden en zuiden creëert een subtiele losheid tussen de gebouwen, wat bijdraagt aan een gevarieerd ruimtelijk beeld. Daarnaast zijn de balkons en terrassen van de woningen gericht op het zuidwesten, om optimaal te profiteren van de middag- en avondzon, terwijl de galerijen en voordeuren zijn georiënteerd op het noordoosten. De gebouwen worden met een minimale tussenruimte van 15 meter ten opzichte van elkaar gepositioneerd, om voldoende ruimte voor bomen, groen en privacy te waarborgen. Een centraal loop- en fietspad verbindt de gebouwen met elkaar, wat de bereikbaarheid vergroot en de samenhang in het gebied versterkt.

26

5.2 De groene ruimte tussen de bebouwing is bedoeld voor collectief gebruik, waarbij privéruimtes beperkt blijven tot balkons en terrassen die aan het groen grenzen. Dit minimaliseert de ecologische impact van privétuinen en bevordert het behoud van de natuurlijke vegetatie.

• • •

• Collectieve voorzieningen, zoals fietsenstallingen en bergingen, worden aan de uiteinden van de gebouwen geplaatst, dicht bij het loop- en fietspad. Dit bevordert gemeenschappelijk gebruik en zorgt voor een overzichtelijke en functionele inrichting van het gebied.

•

• Om de verharding door parkeerplaatsen te beperken, worden de parkeerfaciliteiten geclusterd in één centrale parkeervoorziening langs de bestaande verharding van de Reumersweg. Hierdoor blijft de impact op de groene ruimte beperkt.

•

•

•

Stedenbouwkundige en functionele uitgangspunten

Invulling geven aan het provinciaal beleid voor woningbouw: Groen groeit mee. Uitsluitend gebruik maken van standaard (prefab) modulaire bouw-elementen. Inbreng van verschillende fabrikanten (die elk hun eigen maten en vormen hebben) mogelijk houden. Zichtbaar maken dat het een speciaal buurtje is waar uiteindelijke natuur het doel is, bijvoorbeeld door uitstraling architectuur, natuurlijk materiaalgebruik e.d. Handboek openbare ruimte Rhenen geldt in principe als leidraad, maar omdat dit een buurtje met een bijzondere status is kan er in overleg van afgeweken worden. Footprint van de flexwoningen compact houden. Uitgangspunt 2-laags geschakelde bouw; Niet te prominent in het zicht, maar door stapelen blijft bebouwd oppervlak beperkt. Gebruiken van eenvoudige fundering om grondroerende activiteiten te beperken, met het oog op toekomstige natuurontwikkeling. Ontsluiting flexwoningen via Reumersweg. Lijsterengweg is een fietspad met

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

Figuur 5.1

Impressie stedenbouwkundige en architectonische opzet flexwoningen.

27

•

•

• •

•

•

•

• •

28

een gevaarlijke uitrit aan de Nieuwe Veenendaalseweg en is niet wenselijk als ontsluiting. Het gedeelte van de Reumersweg in de bestaande wijk voldoet qua verkeerscapaciteit. Het doodlopend gedeelte van Reumersweg in het buitengebied moet verbreed worden als er extra functies op worden ontsloten, omdat dit wegdeel momenteel aan zijn maximum capaciteit zit. Hanteren parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per woning. Dit is met 0,3 verlaagd ten opzichte van binnenstedelijke norm Rhenen. Aanbod flexwoningen divers. Het gaat om relatief kleine woningen: gebruiksoppervlak 1-kamer-woning is ca. 45 m2, bruto oppervlak ca. 60m2 (met name PMC 12 en PMC13). Ondergrondse afvalinzameling: Positie en grootte van containers nader te bepalen, passend bij dit buurtje. Net als in de bebouwde kom uitgaan van max. 150m loopafstand van woning tot container. Zo min mogelijk ondergrondse infrastructuur toevoegen en zo kort mogelijk houden. Hierdoor wordt bodemroering voorkomen en kapitaalverlies beperkt. Rekening houden met bestaande waterleiding (pompstation Vitens), bestaande trafohuis, elektriciteitskabels e.d. Aanbrengen distributiepunt leidingwater en waterleiding in elke woning. Elektriciteit vanuit een distributiepunt in hoek Reumersweg / Spijnderstoren. Hiertoe

•

•

met Stedin onderzoeken of vergroten capaciteit bestaande elektriciteitshuisje kan of bijplaatsen nieuwe voorziening nabij bestaande nodig is. Hierbij uitgaan van ‘allelectric’ woningen, zonder gas aansluiting. Een beperkt oppervlak buitenruimte nabij de flexwoningen reserveren voor als in een later stadium meer duidelijkheid komt over wenselijke voorzieningen. Er zijn nu geen harde eisen te formuleren, een speeltuin ligt bv. al vlakbij, fietsparkeren centraal of decentraal. Nader te bepalen, deelauto’s idem. Afkoppeling hemelwater en infiltratie in het gebied.

5.3 •

• •

•

•

Woningopzet

Woningblokken: Tweelaagse woningblokken ontsloten via een galerij aan de noordoostzijde. Buitenruimte: Elke woning heeft een plaatsje (begane grond) of balkon op het zuidwesten. Afstanden tussen blokken: Minimaal 15 meter tussen de lange zijden en minimaal 10 meter tussen de korte zijden (koppen). Onderzoeken of niveauverschil tussen de woningen binnen een rij technisch mogelijk is om het reliëf te accentueren. (Let op: vlak herplaatsen ook mogelijk?) Woningtypes: Drie herhalingen van hetzelfde woningtype met 7 woonbeuken per blokje, en één blokje met 4 woonbeuken.

•

Stimuleren sociale cohesie in buurtje door toevoegen gezamenlijke (binnen)ruimte wenselijk maar nog te onderzoeken of het past.

5.4 •

• • •

• • •

•

•

Bebouwing en duurzaamheid

De herplaatsbaarheid van de flexwoningen in zichzelf is een duurzaam concept; de materiaalkeuze kan dit versterken. Zo min mogelijk fundering gebruiken. Groene daken: alle woningblokken worden voorzien van groene daken. Zonnepanelen: Plaatsing van zonnepanelen op de daken (hogere opbrengst op groen dak). Toepassen van hout is duurzaam en oogt aantrekkelijk in een natuurrijke omgeving. ‘All-electric’ wonen (let op: vergt meer elektriciteit, maar geen gasleiding nodig). Op buurtniveau zorgen voor zoveel mogelijk duurzame energie-benutting (denk aan isolatie woningen, zonnepanelen, warmtepomp, batterij e.d.). Optimaal faciliteren inzijging van water op de stuwwal, dus regenwater flexwoningen en verhardingen ‘afkoppelen’ (eigenlijk: regenwaterafvoer niet aankoppelen aan riool) – 1 autowasplek wel aansluiten op riool. Vorstvrije hoogte / diepte in de bodem met fundatieplaat.

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

43 -4 4 45 -4 6 47 -4

Speel- en ontmoetingsplek

8 49 -5 0

g

lin

al

29

st

en

A’

-3

s et

0

fi

31 -3 2 33 -3

lin

35

g

4

-1

6

-3

fie

37

tse

6

ns

-3

tal

15

17

8

-1

39

1

81

-4 0

2

41 2

4

49

-4

3

50

5

48

g

a

47

st

n se

llin

6

46

t fie

9-

20

21

-2

22

3-

24

25

-2

6

27

-2

8

7 lin ns

2 3-

fie

42

tse

10

43

tal

9

44

g

8

45

1-

11

41

4

12

5-

6

13

40

7-

8

14

39

915

38

10

37

11 -

12

36

13

-1

4

16 17 18

35

19

34

20

33 32

21

31

22 23

30

24

29

25

28 27 26

N

10m

A

Figuur 5.2 Stedenbouwkundige opzet, variant 1 (voor dwarsprofiel AA’ zie figuur 5.6). 29

5.5 •

•

• •

Compact parkeren: Parkeerplaatsen haaks op de bestaande weg (Reumersweg) met een extra ontsluitingslus. Parkeerveld: Gebruik van open elementenverharding die eenvoudig te verwijderen is. Groenvoorziening: Bomen worden geplant tussen de parkeervakken. Bestaande weg: De bestaande weg (Reumersweg) hoeft alleen aangepast te worden naar 5m breedte op het meest oostelijke deel van het doodlopende wegvak, tot aan de nieuwe inrit parkeerplaats.

•

•

• • •

•

Ontsluitingspad: Eén pad voor voetgangers en fietsers; ontsluiten woonblokken op de koppen, ook bereikbaar voor nood- en hulpdiensten. Na het verwijderen van flexwoningen wordt dit een voetpad door het bos dat aansluit op het bestaande en nieuwe padensysteem. Fietsenstallingen: Gelegen aan het einde van elk woningblok.

• •

•

•

5.7 •

30

Ondergrondse infrastructuur: Geplaatst onder het tracé van het ontsluitingspad en eenvoudig aan te sluiten

op de bestaande kabel- en leiding tracés onder de Reumersweg. Benutten of uitbreiden bestaande elektriciteits verdeelstation. Waterleiding Vitens (langs Reumersweg). Riolering aanbrengen voor gebruikswater in de woningen. Neerslagwater op de woningblokken en de verharding wordt afgekoppeld / niet aangesloten op het riool, met bezinkvoorziening, omdat dit het meeste recht doet aan het inzijgingsgebied op de heuvelrug.

5.8

Ontsluiting en infrastructuur

5.6 •

Parkeren en verkeer

•

Aanzet openbare ruimte invulling

Maximaal 150m loopafstand tot ondergrondse container. Speel- en ontmoetingsplek: Een eenvoudige, gezamenlijke ruimte. Aanbrengen inheemse soorten; stedelijk groen ontwikkelt zich naar natuur dus inheemse soorten die bijdrage leveren aan natuurontwikkeling, Plantafstanden bomen ten opzichte van bebouwing op basis van 15 jaar groei, dus uitgaan van ca. 5m straal. Ten opzichte van andere bomen ca. 10m aanhouden. Tijdelijke hoofdontsluiting wordt permanente padenstructuur voor recreatief medegebruik natuurgebied. Zo min mogelijk verharding en waar mogelijk halfverharding toepassen om

Figuur 5.3 Sfeerbeelden toekomstige situatie.

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

inzijging van neerslag op de heuvelrug zoveel mogelijk te faciliteren.

Figuur 5.4 Principe schets: Koppeling kabels en leidingen op bestaande infrastructuur. 31

Bron: Conceptenboulevard.nl

Bron: Conceptenboulevard.nl

Bron: Conceptenboulevard.nl

Bron: Conceptenboulevard.nl

Figuur 5.6 Referentie bouw woningen.

Figuur 5.7 Referentie galerij.

Figuur 5.8 Referentie privé

Figuur 5.9 Referentie interieur.

buitenruimte

Figuur 5.5 Dwarsprofiel A-A’ 32

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

Bron: Conceptenboulevard.nl

Bron: Conceptenboulevard.nl

Bron: Conceptenboulevard.nl

Figuur 5.10 Referentie parkeren in het groen.

Figuur 5.11 Referentie fietsparkeren.

Figuur 5.12 Referentie houten gevels.

Bron: Conceptenboulevard.nl

Figuur 5.13 Referentie wonen het groen.

Bron: Conceptenboulevard.nl

Figuur 5.14 Referentie solitaire boom in grasland.

Figuur 5.15 Referentie galerij.

33

4 -74 434 6 4-84 45 8 9-4 447 0 5-05 49

43 44 45 46

Speel- en ontmoetingsplek g

lin

al

29

st

en

-3

ts

0

fie

31 -3 2 33 -3

lin

35

g

4 -1

6

-3

fie

37

tse

6

ns

-3

tal

15

17

8

-1

39

1

81

-4 0

2

41 2

4

49

-4

3

50

li

l ta

5

48

ng

47

s en

fi

6

46

s et

9-

20

21

-2

22

3-

24

25

-2

6

27

-2

8

7 lin ns

2 3-

fie

42

tse

10

43

tal

9

44

g

8

45

1-

11

41

4

12

5-

6

13

40

7-

8

14

39

915

38

10

37

11 -

12

36

13

-1

4

16 17 18

35

19

34

20

33 32

21

31

22 23

30

25

28 27

20m

24

29

N

26

Figuur 5.16 Variant stedenbouwkundige opzet, met meer variatie in woningtypen en in totaal een grotere footprint van de gebouwen. 34

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

5.9

Variant stedenbouwkundige opzet

Indien de ontwikkeling van meer grotere of gezinswoningen op de locatie Rhenen-west wenselijk is, kan het kleine blok gestapelde eenheden gewijzigd worden in vier tweelaags woningen en kan dit blok nog eenmaal herhaald worden. Zo wordt de totale footprint van tijdelijke woningen iets groter. Dit past binnen het geschetste beeld, zonder verlies aan waarden op gebied van landschap, natuur en woongenot. In de variant stedenbouwkundige opzet in figuur 5.16 is dit verbeeld. Door deze aanpak wordt de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen niet groter; de gestapelde woningen van het kleine blok worden immers ‘van elkaar af gehaald’, dus het aantal huishoudens verandert niet.

beginnen met de natuurontwikkeling, ook tussen de flexwoningen.

Deze variant wordt als maximum variant gezien voor deze locatie. Elke toename van het aantal wooneenheden wordt sterk afgeraden binnen dit concept op deze plaats. Elke aanpassing die het aantal huishoudens binnen het plan zou vergroten, zorgt immers direct ook voor een grotere ruimtebehoefte voor het parkeren. Er is nu al een forse parkeerplaats nodig voor de 50 huishoudens (zowel in het plan en in de variant), die de maximum draagkracht van de plek raakt. Verdere uitbreiding van het parkeren en/ of van de woonblokken haalt ‘de lucht uit het gebied’ en staat daarmee haaks op het meteen 35

6.

Aandachtspunten voor nadere uitwerking

Planologisch en juridisch Het is de bedoeling dat het perceel bij aanvang van dit project de bestemming natuur krijgt. Op dit perceel met bestemming natuur rust dan meteen een uitzondering voor bepaalde tijd (bijvoorbeeld 15 jaar) om de tijdelijke woningen mogelijk te maken. Zodra deze termijn is verstreken blijft dus de bestemming natuur en vervalt de bijzondere aanduiding voor tijdelijke woningen. Nadere planologische en juridische uitwerking is hiervoor nodig. Uitvragen flexwoningen In voorliggend schetsontwerp is een beukmaat van ca. 4 m aangehouden, de grootst mogelijke beukmaat binnen dit bouwsysteem. Afhankelijk van de aangeboden techniek en modulaire maatvoering van de diverse leveranciers kan hiermee flexibel worden omgegaan. In dit stadium van planvorming zijn zodoende nog allerlei (technische) opties open gehouden. Wij gaan ervan uit dat binnen de globale footprint, de dichtheid en de stedenbouwkundige opzet, verschillende bouwsystemen kunnen worden toegepast. Indien andere systemen leiden tot afwijkende stedenbouwkundige opzet, bijvoorbeeld in blokjes met patio’s, moet worden aangetoond dat de verhouding tussen groen en tijdelijk rood met verharding (inclusief parkeren) niet 36

wezenlijk anders is. De bomen moeten dan ook voldoende ruimte krijgen om binnen de periode met woningen flink uit te groeien. Transitie van flexwoningen-buurt naar natuur Na afloop van de flexperiode (bijvoorbeeld 15 jaar) worden de woningen weggehaald van de locatie Rhenen-west. Mede vanwege het zware verkeer dat hiermee gepaard gaat krijgt het centrale pad in dit buurtje verstevigde bermen, bijvoorbeeld met grastegels. Het ziet er dan al die tijd wel groen uit ter weerszijden van het pad, maar zwaar en breed vervoer, waaronder ook de hulpdiensten, is mogelijk. Na het verwijderen van de flexwoningen en alle bijbehorende ondergrondse infrastructuur, wordt alleen het smalle pad (dus zonder de verstevigde bermen) behouden zodat er een recreatief rondje mogelijk blijft en de bosbeheerder een toegang behoudt. De bomen in het buurtje zijn tegen die tijd al van een redelijke maat. Het is dan een tamelijk open bos dat geleidelijk dicht mag groeien. Indien tegen het einde van de flexperiode blijkt dat er van de parkeerplaats bij dit buurtje ook gebruik wordt gemaakt door anderen dan bewoners (dubbelgebruik, bijvoorbeeld door wandelaars en volkstuinbezoekers) kan overwogen worden om een beperkt deel van de

parkeerplaats permanent te behouden. Omgaan met bodem en grondstromen Met het ontwerp wordt het bestaande droogdal als open grazig gebied geaccentueerd. De zichtlijnen volgen dit droogdal nog sterker dan in de huidige situatie. Het bestaande reliëf wordt in stand gehouden. Voor de ontwikkeling van de flexwoningen is het uitgangspunt om grondverplaatsing te minimaliseren. Ongeroerde grond is waardevol(ler) voor natuur. Voor de fundatieplaat onder de flexwoningen is een zeer beperkte ontgraving nodig. (Inschatting is dat hier circa 600m3 vrijkomt.) Grond die hieruit vrijkomt kan als een lage wal in de zonbeschenen rand van het noordelijke bosperceel worden aangebracht. Dit is meteen een prettige habitat voor de zandhagedis. Eventueel kan er ook wat grond in de eenvoudige (natuur)speeltuin worden verwerkt. Bekeken kan worden of, wanneer de bewoningsresten worden verwijderd, een beetje van het vrijkomende grove puin in hopen in het nieuwe bos kan worden gelegd. De zo te realiseren holtes tussen de stenen bieden winterverblijfplaatsen en andere schuilmogelijkheden, onder meer voor reptielen en kleine zoogdieren. De rest van alles wat

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

aan menselijke bewoning herinnert (riool, elektriciteitskabel, glasvezel, waterleiding etc.) moet worden weggehaald; dit past niet in een natuurgebied. Bij aanleg kan daarom al worden voorgesorteerd op mogelijk hergebruik. De plekken waar de bodem iets is afgegraven voor de fundering van de flexwoningen, blijven wat lager in het terrein liggen wanneer de woningen weer worden verwijderd. De bodem is hier naar verwachting al iets minder voedselrijk omdat er bij aanleg al een laagje van pakweg 20cm is afgegraven. Deze lagere plekken kunnen gewoon blijven bestaan; ze worden opgenomen in het bos en zullen vanzelf overgroeid raken. Indien gewenst worden er nog wat bomen in aangeplant, zodat bosontwikkeling sneller gaat. Nader bodemonderzoek Om zeker te weten of de genoemde periodes van uitmijnen en verschralen zullen voldoen is het raadzaam om een bodemanalyse uit te laten voeren. Een bemestingsonderzoek (chemische analyse van de bodem) moet uitwijzen of met een uitmijnperiode van 5 à 10 jaar + 5 à 10 jaar beheer als kruiden-en faunarijke akker voldoende fosfaat verwijderd is om vervolgens droog schraalgrasland tot ontwikkeling te laten komen. Mogelijk moet het uitmijnen langer worden voortgezet. Een nieuwe bodemanalyse

na bijvoorbeeld 15 jaar kan raadzaam zijn om met zekerheid te kunnen bepalen wanneer de bodem klaar is voor het ontwikkelen van droog schraalgrasland. Een alternatief (wanneer bodemanalyse veel hogere voedselrijkdom aantoont dan op basis van openbare bodemdata te verwachten is) is het afgraven van de bovengrond in het open veld, maaiveld-volgend zodat de droogdalstructuur intact blijft. Vrijkomende grond kan in de bosdelen worden uitgespreid; het worden immers bossen op wat rijkere grond. Grondverzet is echter kostbaar en afgraven voldoet niet aan het uitgangspunt om de bodem zo min mogelijk te beroeren. Dit heeft daarom geen voorkeur, te meer daar op deze plek voldoende tijd benut kan worden om de natuur zonder afgraven te kunnen ontwikkelen. Omgaan met water Regenwater lokaal infiltreren of eventueel bergen (wadi). Afkoppelen en infiltreren water van de flexwoningen en het parkeerterrein is toegestaan indien dakbedekking en bouwmateriaal zonder uitlogende materialen worden toegepast. (Bron: Leidraad afkoppelen en infiltreren, provincie Utrecht, 2024.) Gezien de ligging in een inzijgingsgebied, gevoelig voor verdroging, is infiltratie wenselijk.

Een watertoets moet worden uitgevoerd in afstemming met het waterschap, waarbij nadere invulling wordt gegeven aan de eventueel benodigde watercompensatie als gevolg van het toegenomen verhard oppervlak. Aandacht voor veiligheid fietsers langs parkeerplaats De Reumersweg is een veelgebruikte fietsroute. Hoewel bij het plan hoort dat de Reumersweg tot en met de entree van de parkeerplaats bij de flexwoningen verbreed wordt (vanuit het oogpunt van capaciteit), is het verstandig om bij nadere uitwerking te controleren of de veiligheid van fietsers naast de nieuwe haaksparkeerplaatsen voldoende gegarandeerd is. De rijbaan wordt in de huidige schets dubbel gebruikt, ook voor het in- en uitparkeren van de buitenste rij. De parkeerplaats is in het ontwerp zo compact mogelijk gehouden. De afstand tussen parkeerveld en de eerste woningen is minimaal 15m, zodat in deze tussenruimte al natuurwaarden kunnen ontwikkelen en de woningen echt in het groen staan. Een eventueel andere opbouw van het parkeerveld kan met deze keuzes op gespannen voet staan. Waarborgen duurzaam natuurbeheer In het plan wordt de factor tijd nadrukkelijk benut voor de totstandkoming van gewenste 37

natuurtypen. Dit heeft ook consequenties voor het te voeren beheer: • Vanaf de start zoveel mogelijk groenbeheer gericht op natuurwaarden. • Waarborgen natuurbeheer tot in lengte van jaren, zowel in de flex-periode als in de definitieve situatie. Let op afspraken over kosten en verantwoordelijkheden! Er moet op tijd worden afgesproken welke organisatie het natuurbeheer voert zodra het buurtje stopt te bestaan. Bij voorkeur blijft de beherende instantie dezelfde na afloop van de periode met flexwoningen. Als dat niet mogelijk is, zorg dan dat aansluitend beheer geregeld is en dat een eventuele nieuwe beheerder op de hoogte is van de bedoelingen en gedane beloftes ten aanzien van de natuur. Eisen meegeven richting uitvoering • Bij toevoegen van beplanting alleen inheemse soorten gebruiken en bij voorkeur klimaatbestendig en gecertificeerd autochtoon plantmateriaal gebruiken. • Bodemprofiel zoveel mogelijk intact laten, dus minimaliseren bodem-roerende activiteiten. • Bij verwijderen flexwoningen ook alle andere elementen van menselijke oorsprong (denk aan drainage, riolering, verharding etc.) 38

•

verwijderen of op een positieve manier voor de natuur inzetten (zie enkele ideeën hiervoor onder het kopje ‘Omgaan met bodem en grondstromen’). Rekening houden met bestaande (beschermde) soorten, conform wetgeving.

Visie Rhenen-West Flexwoningen combineren met natuurontwikkeling

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15142427/1