CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen Programma Landelijk Gebied

Commissie Ruimte en Economie 9 december 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Programma Landelijk Gebied13.686 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Fysisch-chemische doelstellingen

•

Ecologische doelstellingen, te weten: biologie, algen, macrofauna, vissen en waterplanten

•

Doelstellingen op aanwezige “specifiek verontreinigende stoffen”.

37

KRW-waterlichaam

Type

Status

Valleikanaal

Langzaam stromend riviertje (R6)

Sterk veranderend. Door menselijke ingrepen in de hydromorfologie, is de hydromorfologie van het waterlichaam zodanig van karakter veranderd dat een goede ecologische toestand niet meer te realiseren is zonder significante schade aan gebruiksfuncties.

Het waterlichaam valleikanaal is ‘goed’ beoordeeld op gebied van fysisch-chemische doelstellingen en op gebied van ecologische doelstellingen. Op het gebied van de doelstelling specifiek verontreinigde stoffen is het valleikanaal beoordeeld als ‘voldoet niet’ met onzeker doelbereik in 2027. Het gaat daarbij om de stoffen: arseen, benzo(a)antraceen, imidacloprid, kobalt, seleen en zilver. (cijfers uit 2023, bron: Factsheet Oppervlaktewater (overheidsbestanden.nl) ). De chemische toestand is ook als ‘voldoet niet’ beoordeeld. Het gaat daarbij om benzo(a)pyreen, som PBDE28, 47, 99, 100, 153, 154 en fluorantheen. Het niet halen van doelstellingen metalen is te herleiden naar generiek Rijksbeleid (toepassing van metalen) en natuurlijke oorsprong. Het niet halen van doelstellingen ammonium is te herleiden naar generiek Rijksbeleid (mestbeleid en nitraatrichtlijn) en het multifunctioneel gebruik van het Valleikanaal. De puntbronnen RWZI's (rioolwaterzuiveringsinstallaties) zijn al voorzien van een extra zuiveringsstap.

Figuur 24: Oppervlaktewater in Rhenen. Bron: PDOK

38

Grondwater en drinkwater De

grondwaterstanden

in

het

gebied

zakken

door

o.a.

verhoogde

verdamping

en

grondwateronttrekkingen, waardoor er minder grondwater beschikbaar is voor drinkwater en voor kwelgevoede natuur. Voor het grondwaterlichaam in Rhenen geldt dat hier een overschrijding is van één of meerdere gewasbeschermingsmiddelen

(onder

20%

norm).

Ook

is

de

grondwatertoestand

in

grondwaterafhankelijke Natura 2000-gebieden is momenteel niet op orde. PFAS-stoffen worden wijdverspreid over de gehele provincie aangetroffen in grondwater. Er ligt een Grondwater beschermingszone in Rhenen op de Utrechtse Heuvelrug, op deze locatie wordt drinkwater gewonnen door Vitens voor inwoners van de provincie Utrecht. Om het drinkwater te beschermen is o.a. gericht op de het intact houden van de kleilaag die het diepe grondwater van het ondiepe grondwater scheidt. Voor grondwater zijn de volgende doelen gesteld in het RPLG: •

Grondwaterpeil herstellen: halen en behouden van de goede kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen;

•

Significant stijgende trends van vervuiling in het grondwaterlichaam ombuigen;

•

De doelen voor beschermde gebieden, zoals drinkwaterwinningen halen.

Figuur 25: Grondwater beschermingszone Rhenen Bron: Atlas provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl)

39

Een deel van de grondwaterstromen komen via kwel omhoog. In deze kwelwatergebieden bevindt zich natuur die specifiek kwelwater nodig heeft om te overleven omdat dit een andere chemische samenstelling heeft dan regenwater. In de figuur hieronder zie je deze kwelgebieden.

Figuur 26:kwelgebieden (bron: HDSR)

De provincie Utrecht heeft in 2025 haar uitvoeringsprogramma KRW gelanceerd. Hierin wordt gewerkt aan 13 aanvullende maatregelen t.b.v. de KRW-doelen. Uit de landelijke Tussenevaluatie naar de Europese Kaderrichtlijn Water blijkt dat de KRW-doelen voor de vier grondwaterlichamen en 60 oppervlaktewaterlichamen binnen de provincie Utrecht zeer waarschijnlijk niet voor de volle 100% gehaald gaan worden in 2027. Voor de agrarische sector betekent dit concreet het volgende. De provincie: •

Vraagt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verder omlaag te brengen.

•

Gaat bedrijfsomschakeling naar en uitbreiding van niet biologische sierteelt onmogelijk maken.

•

Voor nieuwe kleine onttrekkingen nabij Natura 2000 gebieden komen beperkingen om de negatieve invloed van deze nieuwe kleine onttrekkingen op grondwaterafhankelijke Natura2000 gebieden te voorkomen.

40

Figuur 27: Aanvullende doelen van de provincie Utrecht in het KRW-uitvoeringsprogramma

Aan gemeenten vraagt de provincie specifiek het volgende i.h.k.v. de KRW. •

Maak alle vergunningen voor indirecte lozingen KRW-proof;

•

Reduceer zoveel mogelijk de belasting vanuit de rioolwateroverstorten;

•

Pak foutieve aansluitingen op hemelwaterriool op;

•

Zorg dat ruimtelijke ontwikkelingen KRW-proof zijn;

•

Toets actief of een eindonderzoek bodem bij beëindigen van een milieubelastende activiteit voldoende is uitgevoerd.

Eén van de maatregelen in het programma ziet toe op het afkoppelen en minder belasten van de rioolwateroverstorten, specifiek in het landelijk gebied.

Bodem Bodemkwaliteit en ondergrond Rhenen is heel divers wat betreft bodem en ondergrond. Het heeft een stuwwal uit de ijstijd met zand en leemrijke afzettingen. Op de stuwwal liggen ook droogdalen. Langs de flanken liggen allerlei uitspoeling/afspoeling van sediment in waaiers. Hier zijn in de loop der tijd Esgronden op gemaakt, zeer vruchtbare gronden voor voedselproductie. In de uiterwaarden en langs de rijn liggen kleirijke rivierafzettingen. Om de grift ligt nog een oude veenvlakte, met natte organisch rijke gronden. Als onderdeel van de EU-bodemstrategie is in 2023 een voorstel voor een bodemrichtlijn gedaan. 60 tot 70 % van de bodems in de EU is momenteel ongezond. Bovendien wordt jaarlijks een miljard ton grond door erosie weggespoeld, waardoor de resterende bovenste vruchtbare laag snel verdwijnt. De kosten in verband met bodemaantasting worden geraamd op meer dan 50 miljard euro per jaar. Deze nieuwe wet zet in op gezonde bodems in 2050. Hieronder valt: een uniforme definitie van bodemgezondheid, een monitoringkader, sanering van verontreinigde locaties en duurzaam bodembeheer als norm. Vanuit het ministerie van LNV wordt via het Nationaal Programma Landbouw bodems gestuurd op het

41

duurzaam beheer van alle landbouwgronden in uiterlijk 2030. Veel van deze doelen worden meegenomen in de uitwerking van de kamerbrief “water en bodem sturend” (2022). Voor deze rapportage is geen verdere analyse gedaan op de lokale bodemgezondheid in Rhenen.

Figuur 28: Bodemtypen kaart Rhenen

Figuur 29: doorsnede ondergrond Rhenen, meer informatie: www.dinoloket.nl

Landschap De beleidsopgaven op natuur zijn gericht om de natuur te herstellen door middel van robuust systeemherstel, groenblauwe dooradering en extra maatregelen en middelen in overgangsgebieden. Belangrijke opgaven daarin liggen in omgaan met klimaatverandering (toenemende droogte én wateroverlast), stikstofdepositie en druk door recreatie. Er wordt ingezet op kwalitatieve en kwantitatieve versterking van de natuur. We bespreken hier de opgaven Natuurnetwerk Nederland (NNN) en strategisch bosbeleid, Natura2000, Groenblauwe dooradering en stikstofdoelen.

42

Landschappen analyse Uit: Natuurdoelanalyse Binnenveld: “Het Binnenveld ligt in de laagte tussen de glaciale stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe en aan weerszijde van de Grift (lokale benaming van het Valleikanaal) en ook de provinciegrens tussen Utrecht en Gelderland. Het dal is gevormd als gletsjertongbekken en is later opgevuld met sedimenten waardoor een afwisseling van watervoerende lagen (veen- en zandlagen) en slecht doorlatende lagen (kleilagen) tot aan maaiveld zijn ontstaan. Water uit de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug stroomt naar de lage delen. Door de lage en natte ligging was het de meest ideale plek voor veengroei die voor een groot deel later weer is afgegraven.” Zoomen we wat meer in, dan zien we: 1. De Utrechtse Heuvelrug en haar flanken De stuwwal is van oorsprong hoog en droog. Een netwerk van rechte paden en lanen kenmerken de huidige structuur, delen zijn omgevormd van heide naar productiebos. Bos wordt her en der al omgevormd naar soorten die beter bestand zijn tegen droogte en hitte, zoals op landgoed Prattenburg. Het is een geliefd gebied voor de recreant voor een kort ommetje of langere tochten te voet, op de fiets of te paard. Op de flanken, zowel aan de noordoost en zuidwest kant, waren oorspronkelijk de akkers te vinden. De akkers nabij Elst, aan de zuidwestflank, staan erom bekend dat hier vroeger de tabaksschuren stonden.

De

naam

van

natuurgebied

Plantage

Willem

III

herinnert

ons

hieraan.

Vandaag de dag is het een natuurgebied dat begraasd wordt door runderen en paarden, wat een halfopen landschap oplevert. Ook is hier op verschillende percelen tussen Heuvelrug en kernen akkerbouw te vinden. De noordflank ligt deels ingeklemd tussen Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal. De smalle strook herbergt agrarische bedrijvigheid en woningen. Meer naar het zuiden vinden we agrarische bedrijven zoals akkerbouw, veeteelt en enkele boomgaarden. 2. Rijn en uiterwaarden Rhenen grenst aan één van de langste rivieren van Europa, de Rijn. Ze is zeer bepalend geweest voor de ontwikkeling van de stad. De uiterwaarden worden nu veelal natuurlijk beheerd met een wisselende waterstand. Het gebied biedt goede mogelijkheden om te wandelen. Ook worden percelen beheerd als grasland als voer voor vee. Ten zuiden van de Grebbeberg ligt het unieke natuurgebied de Blauwe Kamer (deels Natura2000). Ook daar vindt begrazing plaats door runderen en paarden en krijgt vele bezoekers per jaar. 3. Het Binnenveld Ten westen van de Grift ligt een divers, agrarisch landschap met een sterke sociale cohesie. Het landschap kent hogere delen en lagere delen, wat heeft geleid tot in het zuidelijk deel het kampenlandschap en in het noordelijke deel het broekontginningenlandschap (broek betekent nat).

Qua verschijningsvorm bestaat een broekontginngingenlandschap uit blokverkaveling, grote vergezichten, rechte wegen en bomenrijen. Het kampenlandschap wordt gekenmerkt door lang gerekte kavels, kavelbeplanting en bebouwing als een lint door het landschap. We vinden hier een lange geschiedenis van veeteelt, grasland en akkerbouw.

43

4. Het Veengebied De naam zegt het al, een uniek veengebied, dat grenst aan de Grift. Dit is een gegraven ontwateringskanaal uit de 15e eeuw, dat loopt tot aan de randmeren in het noorden. Ten oosten van de Grift, in Gelderland, vinden we de Binnenveldse Hooilanden. Een natuurgebied dat in wederzijdse invloed staat van het agrarisch landschap van Rhenen. In dit veengebied vinden we de Achterbergse Hooilanden. Qua beeld vinden we hier voornamelijk grasland.

Figuur 30: Uitsnede landschappenkaart regio Foodvalley, bron: RPLG

Natuur en Biodiversiteit De natuur staat op veel plekken in Nederland onder stuk. De biodiversiteit neemt af en verschillende drukfactoren hebben impact op ecosystemen. Ook in Rhenen speelt dit. Drukfactoren die impact hebben op biodiversiteit in Rhenen het algemeen zijn voor het overzicht hieronder bij elkaar geplaatst: •

Verdroging, door direct menselijk handelen zoals grondwateronttrekkingen of peilverlagingen, of door extremer weer als gevolg van klimaatverandering;

•

Verontreiniging (afval, gebruik van bestrijdingsmiddelen);

•

Versnippering van natuurgebieden of te kleine/weinig verbonden natuurgebieden;

•

Verzuring en vermesting (stikstofreductie);

•

Verstoring door licht en geluid afkomstig van verkeer en andere menselijke activiteiten en door recreatie.

In onderstaande paragraaf beschrijven we enkele specifieke beleidsdoelen die er gesteld zijn vanuit de provincie en andere overheden op het in stand houden en versterken van de natuur.

44

NNN, Strategisch Bosbeleid en Groene contour De doelen vanuit het UPLG met betrekking tot Natuurnetwerk Nederland (NNNJ) en het strategisch bosbeleid zijn als volgt: •

In 2040 moeten de doelstellingen van de provinciale Bossenstrategie gerealiseerd zijn.

•

Er moet 1.500 hectare nieuw bos worden aangelegd.

•

Bestaand bos moet worden gerevitaliseerd (ijkmoment 1-1-2021).

Daarnaast moeten er indicatief 848 hectare nieuwe natuur buiten de huidige NNN gerealiseerd zijn in 2030, oplopend tot 2.825 hectare in 2050. Deze nieuwe natuur is bedoeld voor moerassen, vochtige bossen en vochtige schraalgraslanden. Binnen de huidige NNN moet er indicatief 117 hectare nieuwe natuur gerealiseerd zijn in 2030, oplopend tot 391 hectare in 2050, eveneens bedoeld voor moerassen, vochtige bossen en vochtige schraalgraslanden. De Groene Contour is een gebied binnen de provincie Utrecht van ongeveer 3.000 hectare. In het ‘Akkoord van Utrecht’ is afgesproken om in deze zone stap voor stap steeds meer natuur toe te voegen. Dit gebied valt nu buiten de huidige NNN maar wanneer er natuur gerealiseerd is, wordt het toegevoegd aan de NNN. Ontwikkelingen in de groene contour moeten voldoen aan het provinciale beleid van Groen Groeit Mee. Voor ontwikkelingen binnen de groene contour en NNN geldt als voorwaarde vanuit provincie Utrecht dat Rhenen voor deze locaties een natuurvisie op moet stellen. Hier gaan we mee aan de slag. We volgen hierbij het beleid van de provincie Utrecht en hanteren daarbij de meerwaardebenadering.

Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN alleen kunnen plaatsvinden als deze aantoonbaar geen alternatieve locaties buiten het netwerk hebben en als er een natuurvisie wordt opgesteld die laat zien hoe natuurkwaliteit wordt behouden én versterkt. Daarbij wordt gezocht naar een meerwaarde voor natuur, landschap en biodiversiteit in de omgeving van de ontwikkeling. Deze aanpak zorgt ervoor dat ruimtelijke opgaven zorgvuldig worden ingepast, en dat de samenhang en kwaliteit van het natuurnetwerk op de lange termijn behouden blijft. We onderzoeken daarbij de kansen en mogelijkheden hoe kwaliteitsverbetering in het ene gebied kan zorgen voor (stedelijke) ontwikkeling in een ander gebied. Zie onderstaande kaart voor de Groene contour en de NNN-gebieden binnen de gemeente Rhenen. Daarbij is het goed op te merken dat een aantal NNN gronden in Rhenen alleen op papier NNN zijn . In de praktijk is de omzetting nog niet gebeurd, mede vanwege het vraagstuk wie deze omzetting naar natuur (en het beheer van het NNN) gaat financieren.

45

Figuur 32 Groene contour en NNN in en rondom Rhenen. Bron: Atlas provincie Utrecht.

Figuur 31: Zoekgebieden NNN en realisatie van NNN in de afgelopen jaren Bron: Atlas provincie Utrecht

Provincie Utrecht heeft binnen de bossenstrategie specifiek beleid voor oude bosgroeikernen. Oude bosgroeiplaatsen zijn boslocaties die sinds het begin van de 19e eeuw onafgebroken als bos op historische kaarten staan aangegeven en tot op heden als zodanig bestaan In de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is een specifieke instructieregel opgenomen die gemeenten verplicht om in hun omgevingsplannen regels op te nemen ter bescherming en

46

instandhouding van de waarden van oude bosgroeiplaatsen . Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van infrastructuur of woningbouw, rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van deze bosgebieden.

Figuur 33: oude bosgroeiplaatsen. Bron: Atlas provincie Utrecht

Natura 2000 Er zijn Natura 2000 gebieden die in en rondom de gemeente Rhenen liggen: •

Rijntakken (deelgebied: Uiterwaarden Neder-Rijn) in Rhenen zelf

•

Hel en Blauwe hel (Veenendaal)

•

De Bennekomse Meent (Ede - Gelderland)

Natura 2000 gebieden hebben een aantal specifieke instandhoudingsdoelstellingen op habitattypen en richtlijnsoorten. In de gebieden Hel en Blauwe Hel en de Bennekomse Meent hebben stikstofgevoelige habitattypen.

In

de

Rijntakken

speelt

stikstof

een

minder

prominente

rol

in

de

instandhoudingsdoelstellingen. Uit de Natuurdoelanalyse die de provincie Utrecht heeft laten uitvoeren blijken de belangrijkste uitdagingen die de N2000 gebieden nu kennen: •

Grondwater van onvoldoende kwantiteit en kwaliteit

•

De te lage grondwaterstanden in de zomermaanden

•

Te hoge stikstofdepositie.

•

Te sterke geïsoleerde positie.

•

Druk door exoten.

47

Volgens de NDA zijn de uitgevoerde en geplande maatregelen zijn aanvullende maatregelen nodig, zowel binnen als buiten het Natura 2000-gebied. Activiteiten buiten de N2000 zone hebben vaak invloed op het gebied. Deze externe werking (wat bjivoorbeeld niet alleen stikstof betreft, maar ook verstoring, verdroging, etc) heeft ruimtelijke beperkingen tot gevolg voor de functies rond het gebied. In de 90% versie van het UPLG wordt een overgangszone van 250m rond de begrenzing van de stikstofgevoelige Natura2000 gebieden aangeven. Wat in die zones nog mogelijk is aan activiteiten is nu nog niet duidelijk. Intensieve landbouw (denk aan bemesting, begrazing of gebruik van bestrijdingsmiddelen) zal nagenoeg onmogelijk zal worden in deze zone.

Figuur 34: Natura 2000 gebieden in en rondom Rhenen. Bron: Atlas provincie Utrecht.

48

Figuur 35: Verdrogingsgevoelige natuur, bron: HDSR

De Hel en de Blauwe Hel en de Bennekomse Meent De Hel en de Blauwe Hel en de Bennekomse Meent kennen drie habitattypen (Blauwgrasland, Overgangs- en trilvenen (trilvenen) en Veenmosrietland) en twee habitatrichtlijnsoorten (Grote modderkruiper en Geel schorpioenmos). In Europees opzicht zijn de drie habitattypen zeer zeldzaam. De habitattypen komen voor vanwege hoge grondwaterstanden met een sterk bufferend vermogen (een hoge zuurgraad). Het gebied bestaat uit de drie deelgebieden, de Bennekomse Meent, de Blauwe Hel en De Hel. Uit de Natuurdoelanalyse die de provincie Utrecht heeft laten uitvoeren blijken de belangrijkste uitdagingen die het gebied nu kent: •

Water vanuit de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug stroomt op het moment onvoldoende in. Dit grondwater stroomt grotendeels naar de Grift of naar andere drainerende watergangen. Grondwater van goede kwaliteit is zo niet langer beschikbaar en heeft een verzurende invloed op de bodem.

•

De te lage grondwaterstanden in de zomermaanden leiden tot een versterking van die verzuring en verruiging.

•

Er is sprake van een te hoge stikstofdepositie

•

De deelgebieden liggen sterk geïsoleerd. Kleine, versnipperde populaties sterven gemakkelijk uit en vestigen zich daarna moeilijk opnieuw.

•

Er is druk door exoten als Appelbes, Grote berenklauw en Japanse duizendknoop.

•

Te veel afspoeling van (vervuild) water via de sloten naar de grift naar de N2000 gebieden.

Volgens de NDA zijn de uitgevoerde en geplande maatregelen bijna voldoende om de gunstige staat van instandhouding te realiseren voor de Overgangs- en trilvenen (trilvenen), maar niet voor de Blauwgraslanden en de Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden). Hiervoor zijn aanvullende maatregelen nodig, zowel binnen als buiten het Natura 2000-gebied. Deze maatregelen zijn vooral gericht op:

49

•

Het herstellen van het watersysteem: er moet weer meer grondwater naar het gebied stromen en het water moet hier langer worden vastgehouden. Het kwelwater moet terugkomen en er is meer onderzoek nodig naar het grotere systeem rondom de kwel.

•

Verbindingen met nabijgelegen natuurgebieden om te zorgen voor een groter en niet meer versnipperd gebied. Het gaat er daarbij om 75 ha aan verbindingen te realiseren in het gebied ‘De Goede Troost’ (de verbindingszone tussen De Blauwe Hel en de Bennekomse Meent), en richting de Achterbergse hooilanden.

•

Om verzuring en verruiging tegen te gaan moet de stikstofdepositie verlagen en mogen de grondwaterpeilen in de zomer niet te laag zijn.

•

Exotenbeheer is een terugkerende beheerinspanning.

•

Water vasthouden op de (landbouw)percelen.

•

Monitoring op de maatregelen.

Het gebied wat is aangewezen voor verbindingen zal waarschijnlijk een combinatie van natuur landbouwkundig gebruik mogelijk zijn. Delen van dit gebied zullen sterk moeten vernatten waardoor er feitelijk alleen nog maar sprake is van natuur. Andere delen kunnen mogelijk prima in dubbelfunctie gebruikt worden. Rijntakken De Rijntakken is een groot N2000 gebied dat zich bevindt langs de Waal, IJssel en de Neder-Rijn. De oude nevengeulen langs deze rivieren zijn een thuishaven voor moerasvogels en kamsalamanders. Het is een thuis voor bevers en reigers en over de natuurlijke oeverwallen ligt een tapijt van bloemrijk grasland, een paradijs voor ganzen. Voor de meeste habitattypen in dit gebied is er niet of nauwelijks sprake van stikstofdruk. Er is weinig bekend over de huidige staat van instandhouding en of er knelpunten zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Gelderland heeft een NDA opgesteld voor dit gebied. Het is niet stikstofgevoelig maar er spelen andere opgaven rondom waterkwaliteit en droogte. De volledige lijst van habitattypen en -doelstellingen kan gevonden worden op: Rijntakken: Doelstelling | natura 2000

Stikstof Emissiereductie voor stikstof, ammoniak of fijnstof is niet verder gespecificeerd op gemeente of wijkniveau. Rhenen kan daarom uitgaan van het Provinciale doel van 46% reductie in de ammoniakemissie t.o.v. 2018. Voor de depositie van stikstof gelden de volgende nationale doelen voor het stikstofgevoelige N2000 gebied Binnenveld: •

2025: 40% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde.

•

2030: 74% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde.

Deze doelen zijn lastig haalbaar. De gemeente Rhenen heeft hierop weinig handelingsperspectief. De depositie van stikstof hangt immers af van stikstofemissies die ook (veel) verderop plaatsvinden.

50

Figuur 36: totale stikstof depositie op N2000 gebied vanuit model AERIUS voor 2023

Groenblauwe Dooradering (GBDA) en ecologische structuren De Regionale en provinciale ambitie voor 10% groenblauwe dooradering (GBDA) biedt mogelijkheden om de regionale landschapskwaliteit te versterken. Het is ook een sterk instrument voor biodiversiteit en waterkwaliteits- en klimaatopgaven. Nieuw bos en ecologische verbindingszones kunnen hieraan gekoppeld worden. Wanneer boeren een vergoeding krijgen voor aanleg en beheer van de landschapselementen, levert GBDA bovendien een bijdrage aan het agrarisch inkomen. De eerste resultaten van de 0-meting GBDA Foodvalley, laat zien dat de gemeente Rhenen in 2025 een GBDA heeft van 4,18-5% (stedelijk en landelijk gebied). Doelstelling is 10% met kwaliteit in 2050. Specifieke maatregelen voor Rhenen moeten nog worden vormgegeven.

Figuur 37: Ecologische structuurkaart Rhenen, bron: gemeente Rhenen

51

Figuur 38: Landschap en cultuurhistorie kaart Rhenen, bron: Fabrications

Weidevogelkerngebieden In Rhenen is geen weidevogelkerngebied aanwezig, maar het oostelijke deel van de gemeente is wel een biotoop van diverse weidevogels als kievit en grutto. Dat het geen weidevogelkerngebied is, heeft vooral met de oppervlakte van het gebied te maken. Deze is te klein.

52

Bijlage 6: Kosteninschatting maatregelen en capaciteit Kosteninschatting capaciteit De kosteninschattingen voor de capaciteit zijn gebaseerd op onderstaande kosteninschattingen per FTE per schaal. Functie

Schaal

Huidig

Huidig (€)

Extra nodig

(FTE)

Beleidsadviseur landelijk 11 gebied Adviseur (strategische) RO 12

0,9 FTE

Adviseur grondzaken

11

Ecoloog

Extra nodig (€)

(FTE)

€

90.000

€

-

0,25 FTE €

28.750 0,5 FTE

€

57.500

0,3 FTE

€

30.000 0,2 FTE

€

20.000

11

€

- 0,5 FTE

€

50.000

Bedrijfscontactfunctionaris 10

€

- 0,3 FTE

€

27.000

Rentmeester

€

- 0,5 FTE

€

50.000

1,45 FTE €

148.750 2,0 FTE

€

204.500

11

Totaal

De kosteninschattingen voor de capaciteit zijn gebaseerd op onderstaande kosteninschattingen per FTE per schaal waarbij elke keer met het einde van de schaal is gerekend. Schaal

Kosten per jaar (1 FTE)

Schaal 10 Schaal 11 Schaal 12 Schaal 13

€ 75.000,- tot €90.000 €80.000,- tot €100.000,€95.000,- tot €115.000,€110.000,- tot €135.000,-

Kosteninschatting maatregelen De meeste maatregelen in het programma kunnen worden uitgevoerd vanuit de vaste bezetting van de gemeente. Sommige maatregelen in het programma vragen aanvullende financiering. Onderstaande tabel geeft een indicatie van de kosten aan waar dit al te geven is. Maatregel

Bezetting

Kostenbeschrijving

Inschatting extra kosten

1

Ruimte voor

Huidige bezetting. Mogelijke inzet van externe expertise voor

agrarische

advies/ontwikkeling

€35.000,-

bedrijvigheid / functieverandering 2

Samenwerken aan herstel van het

Huidige bezetting

Geen extra kosten

natuurlijk systeem

53

3

4

5

Behouden

Extra benodigde

Mogelijke inzet van externe expertise voor

landbouwgrond

bezetting

advies/ontwikkeling

Inzet op basiskwaliteit

Extra benodigde

Geen extra

natuur

bezetting

kosten

Inzichtelijk maken

Huidige bezetting. Evt. externe uitvoeringskracht inhuren, i.c.m.

€50.000,-

vergunningen 6

7

8

Ecologisch beheer

n.t.b.

andere gemeenten / ODU Extra benodigde

Mogelijke kosten voor andere vormen van

gemeentelijke gronden bezetting

beheer

Ondersteuning en

Extra benodigde

Mogelijke kosten voor externe inhuur of voor

compensatie

bezetting

compensatiemaatregelen

Versterken

Extra benodigde

Mogelijke inzet van externe expertise voor

streekidentiteit en

bezetting

advies/ontwikkeling

Huidige bezetting

Maatregel dient verder uitgewerkt te worden

n.t.b.

n.t.b.

€35.000,-

korte ketens 9

Regenwaterinfiltratie op de heuvelrug

n.t.b.

voordat de kosteninschatting gemaakt kan worden. Mogelijke inzet externe expertise voor advies/ontwerp

10

Versterken

Huidige bezetting

landschappelijke

Mogelijke inzet externe expertise voor

n.t.b.

advies/ontwerp

verbindingen 11

12

13

14

Duurzaam pachtbeleid Extra benodigde gemeente

bezetting

Wonen en boeren in

Huidige bezetting

Mogelijk verlies van inkomen

Geen extra

balans

kosten

Mobiliteitsmaatregelen Huidige bezetting

Geen extra

landelijk gebied

kosten

Regenwaterinfiltratie

Huidige bezetting

Geen extra

in het bewoond gebied 15

n.t.b.

Opwek duurzame energie

kosten Huidige bezetting. Mogelijke inzet externe expertise voor

n.t.b.

advies/ontwerp

54

Bijlage 7: Definities en afkortingen Bij het schrijven van het programma was er veel verwarring over een aantal belangrijke definities. De belangrijkste twee staan in de inleiding. De overige staan hieronder. Als basis is voor een aantal begrippen het RPLG gebruikt. ANLb: Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer: ANLb is een subsidieregeling waarbij boeren en collectieven vrijwillig maatregelen nemen voor natuurbeheer op hun landbouwgrond. Het gaat bijvoorbeeld om het beschermen van weidevogels, aanleggen van bloemrijke akkerranden, of het behouden van landschapselementen zoals houtwallen. Deze maatregelen dragen bij aan biodiversiteit en landschapskwaliteit. De regeling wordt gefinancierd via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU. Door agrarisch natuurbeheer toe te passen kunnen agrarische gronden meer natuurinclusief worden (zie begrip hieronder). Basis Kwaliteit Natuur (BKN): We streven ernaar dat de natuur in stedelijk en agrarisch gebied op zijn minst voldoet aan een set van basiscondities die ‘algemene’ soorten nodig hebben om te kunnen leven in de stedelijke en agrarische landschappen in de regio waar zij van origine thuishoren. Daarbij houden we rekening met het feit dat ieder type landschap karakteristieke eigenschappen heeft waarin niet dezelfde soorten algemeen zijn.

Biologische landbouw: is een productiesysteem dat de gezondheid van bodems, ecosystemen en mensen ondersteunt en in stand houdt. Het is gebaseerd op ecologische processen, biodiversiteit en natuurlijke kringlopen die zijn aangepast aan lokale omstandigheden, in plaats van het gebruik van input met nadelige effecten. Biologische landbouw combineert traditie, innovatie en wetenschap ten voordele van de gezamenlijke leefomgeving en ter bevordering van rechtvaardige relaties en een goede levenskwaliteit voor alle betrokkenen. Biologische landbouw heeft een internationaal erkend keurmerk en monitoringssysteem. Circulaire landbouw: Er lijkt in eerste instantie consensus te bestaan over wat het begrip circulaire landbouw inhoudt. Het gaat primair over het sluiten van kringlopen waarbij vaak gerefereerd wordt aan de mineralen- en nutriëntenkringlopen van mest, voer, water en bodem. Maar er is tegelijkertijd sprake van veel vaagheid: zoveel mogelijk beperken, meer samenwerken, minder gebruik van, zo goed mogelijk sluiten van de kringloop. Ook zegt het nog weinig over hoe dit zou moeten gebeuren. Doelsturing: Dit houdt in dat (o.a.) boeren zelf passende maatregelen kunnen nemen om doelen (zoals emissiereductie) te realiseren in plaats van generiek opgelegde maatregelen. Dit biedt meer ruimte voor ondernemerschap.

Betrouwbare informatie die basis kan vormen voor een afrekenbaar doel is randvoorwaardelijk aan het invoeren van een dergelijk systeem. KPI-systematiek kan hier onderdeel van zijn. Dubbelgebruik: gebruik van de grond (functie) voor zowel natuur als agrarisch. De inzet voor Rhenen is om in te zetten op slim ruimtegebruik door natuur en landbouwfunctie te combineren. Waarbij er (extensief) agrarisch natuurbeheer plaatsvindt, bijvoorbeeld schraalland, minder hooien. Daarvoor is ook langdurige financiële compensatie nodig, bijvoorbeeld door aangepaste pachtafspraken of subsidies. De definitie vraagt verder uitzoekwerk van hoe dit planologisch geregeld moet worden. Extensieve landbouw: De extensieve landbouw is erop gericht om te voedsel te produceren op meer hectare grond (productieruimte) met minder input van buiten, zoals kunstmest, veevoer en

55

gewasbeschermingsmiddelen. Zo wordt per hectare landbouwgrond vaak minder geproduceerd dan in de intensieve akkerbouw. Natuurinclusieve landbouw en biologische landbouw zijn voorbeelden van extensieve landbouw Gangbare landbouw: Gedefinieerd als de vorm van landbouw die op dit moment dominant is. Tegenwoordig wordt daar niet gecertificeerde bedrijfsvoering mee bedoeld. Veel alternatieve/ ‘nieuwe’ bedrijfsvoeringen zoals natuur inclusief, regeneratief, niet kerende grondbewerking, etc. zijn ook niet gecertificeerd en kunnen hier dus onder vallen maar men bedoelt met gangbaar vaak de business-asusual bedrijfsvoering. Groenblauwe dooradering (GBDA): dit is niet “bestemming natuur” maar valt onder medegebruik (agrarisch, recreatief, retentiegebieden, etc.). Groene contour: de groene contour geeft aan waar de provincie extra zuinig is op natuur en landschap. Binnen deze beleidsmatige grens ligt het NNN. Dit is iets anders dan de “groene corridor” in de gemeente Rhenen. Groen groeit mee: is een samenwerkingsprogramma van de provincie Utrecht (met gemeenten, waterschappen, regio’s en natuurorganisaties) dat ervoor zorgt dat groen, water, landschap en natuur mee groeien met de sterke woningbouwopgave in de regio.

Klimaatneutrale landbouw: is landbouw die netto geen emissies uitstoten doordat emissies worden verminderd en/of gecompenseerd, bijvoorbeeld via duurzame productie, bodembeheer en koolstofopslag.

Vaak

ook

gekeken

naar

het

inzetten

van

innovaties,

stalsystemen

en

managementmaatregelen. Korte ketens: Een korte voedselketen is een afzetsysteem van landbouwproducten, dat een rechtstreekse relatie kent tussen producent en consument. Zo blijf je als consument direct verbonden met je regio en de sociale, culturele, ecologische en economische eigenschappen daarvan. Hierbij willen we ketens waarin alle schakels op een transparante manier er samen voor zorgen dat de boer een reële prijs ontvangt. Dat is een prijs die uitgaat van de werkelijke kostprijs en waarde van duurzame productie. In deze context verstaan we onder ‘regio’ Noordwest-Europa. Kringlooplandbouw: ‘Bij kringlooplandbouw komt zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk en worden grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen benut’. Het gaat hier om een circulair perspectief. (Ministerie van LNV 20218 - Waardevol en verbonden KRW - Kaderrichtlijn Water. Een Europese richtlijn die tot doel heeft de kwaliteit van al het oppervlakte- en grondwater in Europa te beschermen en te verbeteren, zodat uiterlijk in 2027 een goede ecologische en chemische toestand wordt bereikt. Kwaliteit en/of kwantiteit -

Kwantiteit: De omvang van natuurgebieden, zoals het oppervlak van Natura 2000 en NNN.

-

Kwaliteit: De ecologische waarde van gebieden, zoals een hoge biodiversiteit, schoon water, een bodem die water en voedingsstoffen kan vasthouden en ecosysteemdiensten.

LBV / LBV +: Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties. Deze regelingen zijn onderdeel van het stikstofbeleid van de Nederlandse overheid:

56

•

LBV (Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties): een vrijwillige regeling waarmee veehouders met veel stikstofuitstoot worden gestimuleerd hun bedrijf te beëindigen in ruil voor een financiële vergoeding.

•

LBV+: een aanvullende variant, gericht op veehouderijen met een zeer hoge stikstofuitstoot, vaak nabij kwetsbare natuurgebieden (Natura 2000). De vergoedingen zijn hier hoger dan in de reguliere LBV, en deelname is eveneens vrijwillig.

Natuur: verwijst naar gebieden waar de primaire functie "natuur" is, zoals o.a. Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hier ligt de focus op natuurbehoud en -ontwikkeling binnen (Europese) wettelijke kaders. Natuurlijk systeem: is de samenhang tussen de bodem, het water, planten en dieren, het klimaat en geologische processen. Het natuurlijk systeem vormt de basis voor een veerkrachtig landelijk gebied waarin we wonen en werken. Zonder het natuurlijk systeem zouden we geen schone lucht, drinkbaar water, voedsel of een leefbaar klimaat hebben. Natuurinclusieve landbouw: Voor de melkveehouderij en de akkerbouw worden vaak de termen natuurinclusieve landbouw en regeneratieve landbouw gebruikt. We zetten hiervoor in op bodems met volop bodemleven, het verbeteren van biodiversiteit door bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer, infiltreren van water en het minder belasten van natuur door minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken en residuen van medicijnen in het milieu te verminderen, in bedrijfsvoeringen met economische rentabiliteit. NPLG: Nationaal Programma Landelijk Gebied. Een voormalig Rijksprogramma dat de nationale doelen voor natuurherstel, waterkwaliteit en klimaat in het landelijk gebied samenbrengt, en richting geeft aan de uitvoering daarvan door provincies. RPLG: Regionaal Perspectief Landelijk Gebied.

Ontwikkeld en vastgesteld in 2024 voor de 8 gemeenten van Regio Foodvalley plus gemeente Putten. Toekomstbestendige bedrijven: Toekomstbestendige landbouwbedrijven zijn economisch rendabel, ecologisch verantwoord en sociaal duurzaam. Ze spelen in op veranderende omstandigheden zoals klimaatverandering en marktontwikkelingen. Belangrijke kenmerken: -

Economische veerkrachtig: activiteiten en inkomstenbronnen passen zich aan een veranderende economie en klimaat aan.

-

Verantwoordelijk voor de leefomgeving: bijdragen aan natuurbehoud en klimaatadaptatie via circulaire, natuurinclusieve of klimaatneutrale maatregelen.

-

Sociale duurzaamheid: Verbinding met de lokale gemeenschap en aandacht voor leefbaarheid en samenwerking tussen boer en buur (en consument).

UPLG: Utrechts Programma Landelijk Gebied: Een programma van provincie Utrecht waarin wordt uitgewerkt hoe zij invulling geven aan de opgaven voor natuur, water en klimaat in het landelijk gebied, in samenhang met landbouw en andere functies. Het voedselsysteem: omvat alle elementen die samenhangen met productie, verwerking en consumptie van voedsel. Het gaat niet alleen om de productiefactoren als grond, arbeid en kapitaal maar ook om de consumptie, de grondstoffen en reststromen (vrijkomende materialen en stoffen), de direct en

57

indirect gerelateerde bedrijvigheid, foodindustrie, de supermarkten, banken, kennis- en innovatiesector en de culturele- en maatschappelijke elementen die met het systeem samenhangen. Alle ketenpartijen in de agrifoodsector zijn onderdeel van het voedselsysteem, dat de regio ver overstijgt. Water en bodem sturend: Dit principe houdt in dat water- en bodemsystemen leidend worden in de ruimtelijke ordening en ontwikkeling van Nederland. Het betekent dat bij plannen voor landbouw, woningbouw, infrastructuur en natuurontwikkeling rekening wordt gehouden met wat water- en bodemcondities aankunnen.

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16259695/1