Bijlage 2 Bijlagen bij toelichting omgevingsplan Franseweg 44-46 Elst
Tekst van het document
Landschappelijk inpassingsplan Franseweg 44 - 46, Elst
Inhoudsopgave 1. Inleiding
4
1.1 Aanleiding
4
Opdrachtgever Steengoud coöperatief U.A.
2. Analyse plangebied
6
2.1 Huidige situatie
6
2.2 Uitgangspunten huidige situatie
6
2.3 Landschappelijke analyse
8
Torenstraat 3 4041 GA Kesteren
Opdrachtnemer Ontwerpbureau Luijendijk
2.4 Uitgangspunten landschappelijke analyse 10
Oude Borculoseweg 3
2.5 Beleidsanalyse
10
7231 PR Warnsveld
2.6 Uitgangspunten beleidsanalyse
11
www.dirkluijendijk.nl info@dirkluijendijk.nl
2.7 Advies Mooisticht en Stedenbouwkundige be- 11 oordeling
Projectgegevens projectnummer: 340
3. Inrichtingsplan Franseweg 44 -46 12
Datum: 30 juni 2023
3.1 Ontwerp
12
Opgesteld: Dirk Luijendijk
3.2 Inrichtingsplan
12
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het erf aan de Franseweg 44 - 46 te Elst, kadastraal bekend bij de gemeente RNN01 - H - 5477 en RNN01 - H - 5476 (plangebied) bestaat uit een voormalige boerderij met een ruim achtererf waar enkele bijgebouwen en volkstuinen zijn gesitueerd. Door stedelijke uitbreiding van Elst ligt het plangebied inmiddels binnen de bebouwde kom en maakt de boerderij onderdeel uit van de dorpse lintbebouwing aan de Franseweg. De voormalige boerderij, waarin vier wooneenheden zijn gesitueerd, is inmiddels sterk gedateerd. Steengoud coöperatief U.A. (initiatiefnemer) heeft het voornemen het plangebied in ontwikkeling te brengen. Daarbij wordt beoogd de boerderij met vier wooneenheden naar eigentijdse maatstaven te herbouwen en het achterliggende terrein als inbreidingslocatie in ontwikkeling te brengen. Om de mogelijkheden te onderzoeken verzoekt de gemeente Rhenen een plan op te stellen welke aan sluit bij het dorpse karakter van Elst. In voorliggend landschapsplan wordt middels twee varianten onderzocht hoe het initiatief kan bijdragen aan het dorpse en kleinschalige karakter van Elst, met een type ‘hoofdwoning’ passend bij het woonlint van de Franseweg op de voorgrond en ‘secundaire’ bebouwing op het achtererf.
Afbeelding 1. Zicht op de voormalige boerderij en achterliggend erf vanaf de Franseweg. Afbeelding 2. Locatie projectgebied. (pdok.nl)
4
Inleiding - 5
2. Analyse plangebied 2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt aan de noordzijde van de Franseweg in Elst. De bebouwing aan de Franseweg is divers en bestaat uit vrijstaande woningen met een dorps / agrarisch karakter (voornamelijk
Diepe achtertuinen met veel opgaand groen
noordzijde), afgewisseld door 2-onder-1-kapwoningen en rijtjeswoningen uit latere bouwperioden. Opvallend is dat de vrijstaande woningen met de nokrichting vrijwel haaks op de Franseweg zijn
39m
georiënteerd (kavelrichting), zo ook de voormalige boerderij binnen het plangebied. Diepe achtertuinen met verspreid opgaand groen
Ruim achtererf 0m
²
westzijde van het plangebied met relatief veel opgaand groen. Langs de oostzijde grenst het
Pla
nge
2.2 Uitgangspunten huidige situatie Door de oriëntatie van de voormalige boerderij (hoofdwoning) op de Franseweg vormt deze een markant en karakteristiek onderdeel binnen het bouwlint. Het is daarom wenselijk deze
10m
•
d ru
bie
46m
bescheiden kavels.
im
2.8 0
plangebied aan de lintbebouwing van de Driftweg, bestaande uit 2-onder-1-kapwoningen met
Bijgebouwen circa 400m²
oriëntatie te behouden bij herbouw van het volume en deze uit te voeren met een zadeldak; •
De Franseweg heeft een groen karakter door de aanwezigheid van laanbeplanting. Het is wen-
24 m
Lin t me bebou tw ein wing la ig o pga ngs d and e gro Driftw en eg
het ruimtelijk onderdeel in een groen ensemble van diepe achtertuinen langs de noord- en
87m
Het achtererf is ingericht met enkele bijgebouwen, volkstuinen en groenruigte. Hiermee vormt
selijk in de beoogde ontwikkeling ruimte op te nemen om het groene karakter van het straatbeeld te versterken; m
Het achtererf maakt onderdeel uit van een groen ensemble van diepe achtertuinen met veel
Hoo fdw oni
opgaand groen. Het is wenselijk dit karakter te behouden en waar mogelijk te versterken in de beoogde ontwikkeling; •
De woningen aan de Driftweg zijn dicht langs het plangebied gelegen en hebben daar veel zicht op. Door de beoogde woningbouw uit te voeren met één bouwlaag met een lage kap en inrichting van opgaande groenstructuren langs de oostzijde blijft de ruimtelijke impact voor de woningen aan de Driftweg beperkt en wordt het groene karakter versterkt.
ng
23
•
Lin me tbeb tl aa ouw nb ing 20 m om l en angs de Fra n
se we g
Afbeelding 3. Luchtfoto plangebied
6
Analyse plangebied - 7
2.3 Landschappelijke analyse Het dorp Elst is ontstaan langs de oude verbindingsroute tussen Doorn en Rhenen en ligt op de grens tussen de uiterwaarden van de Nederrijn zuidelijk en de Utrechtse heuvelrug noordelijk. De overgang tussen hoge en lage grond waren geschikt voor landbouw waardoor hier een groot en open landbouwcomplex ontstond. Omstreeks 1920 (afb. 5) werd het complex doorsneden door enkele landwegen, zoals de Franseweg, waaraan de boerderijen werden gevestigd. Zo ook het erf binnen het plangebied. De boerderijen hadden vaak een klassiek erfensemble met een ‘net’ voorerf en bedrijfsmatig achtererf. Het landschap rond het plangebied was destijds dus relatief open van karakter. Langs de Franseweg ontstond toen al door toename aan lintbebouwing een dorps karakter, maar was ruimtelijk ‘los’ van Elst. Na de oorlogsjaren nam de bebouwing langs de landwegen steeds verder toe. Het landbouwcomplex versnipperde en werd steeds verder opgedeeld in kleinere kavels. Hierdoor ontstond een dorps / lan-
Afbeelding 5. Historische kaart omstreeks 1920 eeuw (topotijdreis.nl)
delijk en lommerrijk karakter met een variatie aan woonlinten en ‘binnenterreinen’ met diepe tuinen. De tuinen werden vaak ten behoeve van de zelfvoorzienendheid ingericht met boomgaarden, moestuinen en kleine graslandjes. In de daaropvolgende decennia worden de versnipperde landbouwkavels steeds meer aangewend ten behoeve van stedelijke inbreiding, zoals is te zien op afbeelding 7, wat niet altijd ten goede kwam aan het lommerrijke karakter van de omgeving. De Franseweg is ingericht met een wegdek met klinkerverharding en langs beide zijden een stoep. Langs beide zijden wordt de weg begeleid met laanbeplanting. De woningen in het bouwlint staan op redelijke afstand van de weg met ruime voortuinen. Hierdoor ontstaat een relatief breed en groen straatbeeld. De boerderijwoning in het plangebied eist de aandacht op in het straatbeeld door de afwijkende nokrichting (oriëntatie op oude landbouwstructuur.) Hierdoor is de woning een markant onderdeel in het straatbeeld en een aangename afwisseling in een anders eentoniger straatbeeld.
Afbeelding 6. Historische kaart omstreeks 1960 (topotijdreis.nl)
Woningen bouwlint Woningen bouwlint Laanbomen haagbeuk
Boerderijwoning plangebied
Franseweg
Afbeelding 4. Straatbeeld Franseweg vanaf kruising Franseweg - Driftweg
8
Afbeelding 7. Historische kaart omstreeks 1980 (topotijdreis.nl)
Analyse plangebied - 9
2.4 Uitgangspunten landschappelijke analyse
2.6 Uitgangspunten beleidsanalyse
•
•
Bij eerdere woningbouwontwikkelingen in Elst is het lommerrijke karakter van ‘binnenterreinen’ soms verloren gegaan. Het is wenselijk het lommerrijk en kleinschalige karakter te behouden en te versterken in de beoogde ontwikkeling;
•
en graslandjes draagt bij aan dit karakter; •
ningbouw op inbreidingslocaties, mits passend bij de schaal en karakter van het dorp; •
De binnenterreinen hebben vanuit het verleden een agrarisch en zelfvoorzienend karakter. De inpassing van de ontwikkeling met groenstructuren zoals boomgaarden, erfbomen, erfbosjes
Het plangebied betreft een oude erflocatie en is traditioneel ingericht met een net voorerf
Vanuit de structuurvisie WERF staat de gemeente Rhenen in principe positief tegenover wo-
Rhenen hecht waarde aan cultuurhistorie. Het is wenselijk in de ontwikkeling het agrarische karakter met een voor- en achtererf te behouden, wat ook bijdraagt aan variatie in het beeld;
•
Bij ontwikkeling van woningbouw is het wenselijk woningen te creëren voor diverse doelgroepen;
•
Het plangebied wordt door de gemeente aangemerkt als verdichtingslocatie.
(siertuin) en een ‘rommelig’ bedrijfsmatig achtererf. Het is wenselijk dit karakteristiek terug te
•
zien in de beoogde ontwikkeling;
2.7 Advies Mooisticht en Stedenbouwkundige beoordeling
De huidige woning in het plangebied is prominent aanwezig in het straatbeeld en heeft daar
Op eerdere plannen voor ontwikkeling van het plangebied heeft de commissie Mooisticht advies gegeven.
qua vorm en oriëntatie een positieve invloed op. Bij herbouw van het volume wordt eenzelfde
Ook is er een stedenbouwkundige beoordeling uitgevoerd door buro-SRO. Hoewel het advies op die plan-
vorm (zadeldak) en nokrichting opgenomen.
nen negatief luidde wordt de locatie wel kansrijk geacht voor ontwikkeling geacht, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden vormen uitgangspunten voor het inrichtingsplan:
2.5 Beleidsanalyse •
Invulling van het binnenterrein aansluitend maken op het dorpse karakter;
•
Bebouwing op het binnenterrein ‘ondergeschikt’ maken aan hoofdgebouw in woonlint;
•
Realisatie van kleinschalige woningen met één woonlaag en lage kap op achtererf;
deel van de woningbouw op inbreidingslocaties gepland.
•
Kleinschalig karakter met veel groen behouden en versterken;
In 2008 heeft de gemeente Rhenen de stedenbouwkundige structuurvisie opgesteld voor de dorpen
•
Ontwikkeling afstemmen op de aangrenzende bebouwing;
In 2004 hebben de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal de structuurvisie WERV opgesteld voor de periode tot 2030. Hierin hechten de WERV-partners veel waarde aan het ontwikkelen van woningbouw binnen de bestaande bebouwde kom, teneinde onnodige uitleg in het landelijk gebied te voorkomen. In alle vier gemeenten is op de korte en middenlange termijn een aanzienlijk
Elst, Achterberg en Rhenen. Hiermee wil de gemeente Rhenen richting geven aan bouwinitiatieven, passen bij de schaal en het karakter van de dorpen. De handvatten die hierin worden geboden vormen uitgangspunten voor het inpassingsplan.
Afbeelding 8. Stedenbouwkundige visie Elst
10
Landschapsplan Franseweg 44 - 46 Elst - 11
3. Inrichtingsplan Franseweg 44 -46 3.1 Ontwerp Aan de hand van de geformuleerde uitgangspunten is er een inrichtingsplan opgesteld. In het inrichtingsplan is er onderscheid gemaakt in voor- en achtererf met ruimtelijke hiërarchie in bebouwd woonlint versus binnenterrein. Ook wordt er ingezet op behoud en versterken van het groene karakter aan de hand van cultuurhistorische groenstructuren.
3.2 Inrichtingsplan
Natuurlijk spelen
Erfbosje Bergingen met sedumdak
De boerderijwoning aan de Franseweg wordt in eigentijdse stijl herbouwd met vijf wooneenheden en uitgevoerd met een zadeldak. De nokrichting wordt georiënteerd op de historische kavelstructuur waardoor deze beeldbepalend wordt in het straatbeeld. De inrit naar het woonerf bevindt zich westel-
Wadi
ijk van de hoofdwoning en wordt op het voorerf begeleidt met leilindes en een landelijke haag. Het binnenterrein wordt ingericht met enkele 2- en 3-onder-een-kapwoningen (10 wooneenheden)
Tuinen omsloten met hagen hoogstamboomgaard
met centraal een gemeenschappelijk hofje. Het hofje wordt groen ingericht met gazon, wadi, landelijke Lommerrijk hofje
hagen, erfbomen en fruitbomen. De groenstructuren worden ingevuld met klimaatbestendige beplanting. Door de wadi’s midden in het hofje te plaatsen en te combineren met het gazon zorgen deze open plekken voor snelle afwatering met een korte afstand tussen woning en wadi. Erfbosje
Noordoostelijk in het plangebied is de ruimte ingericht met een kleinschalige hoogstamboomgaard
Wadi
met een natuurlijke speelplek. Ten behoeve van het kleinschalige karakter zijn overhoekjes in het
Tuinen omsloten met hagen
Par k met eerkoff e gra steg rs els
plangebied op speelse wijze ingevuld als erfbosjes met gemengd inheems bosplantsoen. Ten behoeve van de biodiversiteit is gekozen voor overwegend vruchtdragende soorten als hazelaar, meidoorn, sleedoorn en Gelderse roos.
10 woningen in ‘secundaire’, lage volumes twee en drie onder een kap. De hoekwoningen hebben een eigen oprit
Inheemse boomvormer Markante erfboom
Erfbosje
leibomen markeren overgang voorerf / achtererf
Parkeerkoffer met grastegels
Inrit woonerf
Vijf appartementen in type ‘hoofdwoning’
Wo on
lint
Afbeelding 9. Inrichtingsplan variant 1
12
Fra
nse we g
Representatieve voortuin met haag en zuilboom
Landschapsplan Franseweg 44 - 46 Elst - 13
BOOT organiserend ingenieursburo bv. Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd overeenkomstig de AV-BOOT 2018.
Verkennend bodemonderzoek, conform NEN 5740 en NEN 5707 LOCATIE
Elst - Franseweg 44a - 46 KADASTRALE GEMEENTE
Elst SECTIE H, NUMMERS 5476, 5477
OPDRACHTGEVER
SteenGoud Coöperatief U.A. Vijftien Morgen 9 3901 HA Veenendaal
DATUM
4 mei 2021
DOCUMENTNUMMER
P20-1083-018
OPGESTELD DOOR
ing. E. Janssen
GEAUTORISEERD
ing. E.A. van Dam
PROJECTLEIDER
ing. E.A. van Dam
GEZIEN
BOOT organiserend ingenieursburo bv Plesmanstraat 5 3905 KZ Veenendaal WEBSITE
www.buroboot.nl
info@buroboot.nl
Titelpagina Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740
SOORT ONDERZOEK
Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5707 ONDERZOEKSLOCATIE
Elst - Franseweg 44a - 46
OPDRACHTGEVER
SteenGoud Coöperatief U.A. Vijftien Morgen 9 3901 HA Veenendaal
CONTACTPERSOON
de heer I. Chikhladze
UITGEVOERD DOOR
BOOT organiserend ingenieursburo bv Plesmanstraat 5 3905 KZ Veenendaal
CONTACTPERSOON
ing. E.A. van Dam
DATUM VOORONDERZOEK
Januari 2021
DATUM VELDWERK
27 januari, 1 maart 2021
DATUM PEILBUISBEMONSTERING
n.v.t.
VELDWERK DOOR
de heer J.H.J. Janssen van Doorn de heer J.H.J. ten Dam
2001/2018
PROJECT DOCUMENTNUMMER
2 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ............................................................................................................................................ 5 1.1
AANLEIDING ....................................................................................................... 5
1.2
DOELSTELLING .................................................................................................... 5
1.3
AFBAKENING ....................................................................................................... 5
1.4
LEESWIJZER ......................................................................................................... 6
2
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK............................................................................. 7 2.1
AANLEIDING EN ONDERZOEKSVRAGEN ...................................................................... 7
2.2
OMSCHRIJVING LOCATIE EN HUIDIGE SITUATIE ............................................................ 7
2.3
TERREINVERKENNING ............................................................................................ 8
2.4
BODEM EN GEOHYDROLOGIE................................................................................... 8
2.5
BESCHIKBARE DOSSIERINFORMATIE........................................................................... 9
2.6
CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE ......................................................... 10
3
VELDWERKZAAMHEDEN........................................................................................................... 11 3.1
UITVOERING VELDWERK ....................................................................................... 11
3.2
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................. 11
3.3
NORMERING ..................................................................................................... 12
3.4
KWALITEITSBORGING .......................................................................................... 13
4
ONDERZOEKSRESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..................... 14 4.1
BODEMOPBOUW EN GRONDWATER ......................................................................... 14
4.2
VELDONDERZOEK ............................................................................................... 14
4.3
LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSING............................................................... 14
4.4
RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK EN VELDWERKONDERZOEK ............................. 16
4.5
TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESE ....................................................................... 16
4.6
BEPALING VOORLOPIGE VEILIGHEIDSKLASSE .............................................................. 16
5
ONDERZOEKSRESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK ASBEST ... 18 5.1
VELDONDERZOEK ............................................................................................... 18
5.2
LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSING ............................................................... 18
5.3
BEPALING ASBESTCONCENTRATIE EN TOETSING......................................................... 19
5.4
RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK EN VELDONDERZOEK .................................... 20
5.5
BEPALING VOORLOPIGE VEILIGHEIDSKLASSE .............................................................. 20
5.6
TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESE ....................................................................... 20
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 21 6.1
CONCLUSIES ..................................................................................................... 21
6.2
AANBEVELINGEN ................................................................................................ 21
PROJECT DOCUMENTNUMMER
3 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Bijlagen A.1
: Topografische ligging
A.2
: Situatietekening verkennend bodemonderzoek
A.3
: Situatietekening verkennend bodemonderzoek asbest
B
: Beschrijving bodemopbouw
C
: Verklaring analysepakketten, analysecertificaten
D
: Analyse- en toetsresultaten
E
: Normering en certificering
F
: Verklaring onafhankelijkheid
G
: Gegevens vooronderzoek
H
: Bepaling voorlopige veiligheidsklasse CROW 400
PROJECT DOCUMENTNUMMER
4 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
1
Inleiding In opdracht van SteenGoud Coöperatief U.A. is door BOOT organiserend ingenieursburo een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel gelegen aan de Franseweg 44-46 te Elst. De onderzoekslocatie heeft een grootte van circa 2.810 m². Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage A, blad 2. Het onderzoek is uitgevoerd in twee fasen. In de eerste fase is een vooronderzoek (conform NEN 5725) uitgevoerd. Aan de hand hiervan is de onderzoeksstrategie bepaald. In de tweede fase is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740 en NEN 5707. Het veldwerk is uitgevoerd onder erkenning van de BRL SIKB 2000. De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd conform AS 3000.
1.1
Aanleiding Aanleiding voor het verkennend onderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling bestaande
uit
realisatie
van
woningen
en
appartementen
met
openbaar
groen/gezamenlijke tuin. 1.2
Doelstelling Doel van het verkennend bodemonderzoek is na te gaan of de bodem (met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit van de bodem) geschikt is voor het huidig en/of toekomstig gebruik of dat mogelijk een bedreiging van de volksgezondheid kan optreden. Doel van het verkennend bodemonderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een bodemverontreiniging met asbest aanwezig is. Op basis van de berekende asbestconcentratie kan een indicatieve uitspraak worden gedaan over het asbestgehalte in de bodem.
1.3
Afbakening Het uitgevoerde onderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek en verkennend bodemonderzoek asbest. Bij een verkennend onderzoek wordt middels vooronderzoek, bestaande uit een historisch onderzoek en terreininspectie, in beeld gebracht of en zo ja waar verontreinigingen worden verwacht. Op basis hiervan wordt een strategie opgesteld voor het veldwerk. Het veldwerk bestaat uit een aantal boringen en asbestinspectiegaten, waarbij de visuele waarnemingen worden vastgelegd en een aantal representatieve mengmonsters worden samengesteld. Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd of de verwachting uit het vooronderzoek juist is. Indien daartoe aanleiding is, dient aanvullend onderzoek te worden gedaan om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van een verontreiniging en wat de omvang daarvan is. Middels een verkennend onderzoek wordt beoordeeld of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik en/of een verontreiniging wordt verwacht. Het vaststellen van de bodemkwaliteitsklasse van de bodem voor toepassing elders maakt hiervan geen onderdeel uit.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
5 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze en door gekwalificeerd personeel uitgevoerd. De betrouwbaarheid van het onderzoek wordt hierbij beïnvloed door:
Beschikbaarheid van historische informatie. Onvolledige historische informatie kan leiden tot een onjuiste onderzoeksstrategie;
Het onderzoek wordt uitgevoerd conform een gestandaardiseerde methode. Op basis hiervan worden middels een steekproef, boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven en monsters genomen. Doordat de steekproefomvang afgeleid is van de norm wordt een betrouwbaar beeld van de bodemkwaliteit verkregen. Lokale afwijkingen van de bodemkwaliteit kunnen niet volledig worden uitgesloten;
Het onderzoek betreft een momentopname. Eventuele toekomstige bodembedreigende activiteiten, calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. 1.4
Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. De opzet van het veld- en laboratoriumonderzoek volgen in hoofdstuk 3. De resultaten van veldwerkzaamheden, laboratoriumonderzoek en de verontreinigingssituatie staan beschreven in hoofdstuk 4 en 5. In hoofdstuk 6 worden conclusies en eventuele aanbevelingen beschreven.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
6 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het kader van het vooronderzoek vastgesteld en relevante onderzoeksvragen voor zover als mogelijk beantwoord. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Als eerste stap wordt de aanleiding van het vooronderzoek vastgesteld. Bij vervolgstappen volgt de afbakening van de onderzoekslocatie, het verzamelen van informatie en beantwoorden van relevante onderzoeksvragen en tot slot het trekken van conclusies en opstellen van een hypothese. Het vooronderzoek heeft betrekking op de gehele onderzoekslocatie, gelegen aan de Franseweg 44a – 46 te Elst (Utr.).
2.1
Aanleiding en onderzoeksvragen In de NEN 5725 is een aantal standaard aanleidingen en onderzoeksvragen geformuleerd. De volgende aanleiding is voor onderhavig onderzoek van toepassing:
het opstellen van de hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uitvoeren van een bodemonderzoek.
het opstellen van de hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van de arbeidshygienische risico’s. Op basis van de aanleiding(en) van het vooronderzoek zijn voor deze aanleiding(en) een aantal onderzoeksvragen vastgesteld. De onderzoeksvragen zijn beschreven in de NEN 5725 en worden gebruikt als leidraad bij het vooronderzoek. 2.2
Omschrijving locatie en huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen binnen de bebouwde kom en aan de noordzijde van Elst (Utr.). De X-coördinaat op de Topografische Kaart van Nederland is voor de onderzoekslocatie 163.073 en de Y-coördinaat is 444.357. De topografische ligging is weergegeven in bijlage A, blad 1. Huidig en toekomstig gebruik Aan straatzijde van de onderzoekslocatie is bebouwing aanwezig bestaande uit vier woningen (Franseweg 44a t/m 44c en 46) onder één dak. Aan oostzijde van het perceel zijn 17 garageboxen aanwezig ondergebracht on twee langwerpige gebouwen. Het terrein is rondom de woning en de garageboxen verhard met betonstraatstenen. De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit sloop van bestaande opstallen, realisatie van een ondergrondse parkeervoorziening en realisatie van vier bouwblokken (appartementen en woningen). Het overig terreindeel wordt ingericht als woonerf met groen, inclusief 2 wadi’s.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
7 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Historisch kaartmateriaal Op historisch kaartmateriaal is zichtbaar dat de woning aan straatzijde omstreeks 1930 is gerealiseerd. De omgeving is in agrarisch gebruik en er zijn geen voormalige sloten/slootdempingen zichtbaar. De garageboxen zijn vanaf eind jaren ’70 op het kaartmateriaal te herkennen. Nadien hebben geen grootschalige veranderingen op de onderzoekslocatie plaatsgevonden. Luchtfoto’s Het huidig gebruik en terreininrichting is ook op de luchtfoto’s uit periode 2008 - 2020 te herkennen. Op het noordoostelijk terreindeel vindt opslag plaats van (bouw) materialen. De omvang van de opslag varieert in deze periode. 2.3
Terreinverkenning De terreinverkenning is direct voorafgaand aan het veldwerk uitgevoerd op 27 januari en 1 maart 2021. De locatiegegevens zoals genoemd in paragraaf 2.2 is tijdens de terreinverkenning geverifieerd. Tijdens de terreinverkenning van het initiële verkennend bodemonderzoek is op de garageboxen een golfplaatdakbedekkingen aangetroffen. De oostelijke garageboxen hellen af richting buurpercelen. De westelijke garageboxen zijn grotendeels voorzien van een dakgoot. Over een lengte van 7,5 meter is echter geen dakgoot aanwezig en stroomt het regenwater af op onverhard maaiveld. De bebouwing ten westen van de westelijke garageboxen is voorzien van een metalen dakbedekking. Verder zijn geen verdachte bronlocaties aangetroffen.
2.4
Bodem en geohydrologie De onderzoekslocatie is gelegen op de zuidrand van de Utrechtse Heuvelrug. Geomorfologisch is de locatie gelegen ter plaatse van een smeltwaterwaaier (Sandr). De bovengrond bestaat uit grof zand. De ondergrond en diepe ondergrond bestaat uit gestuwd materiaal met een heterogene samenstelling. Globaal bestaat de ondergrond uit matig fijn tot zeer grof zand met grind, afgewisseld met scheefgestelde leemlagen. Het maaiveld bevindt zich op circa 20 m. + NAP. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 6,5 m. + NAP. De regionale grondwaterstromingsrichting van het freatisch grondwater is zuidwestelijk gericht. In onderstaande tabel is een weergave gegeven van de regionale bodemopbouw. Tabel 2.1 Schematische weergave van de regionale bodemopbouw
PAKKET
DIEPTE (M -MV)
SAMENSTELLING
Formatie van Boxtel
0 - 17
Zand, zeer fijn tot matig fijn zand (105-300 µm), siltig, lichtgeel tot donkerbruin. Plaatselijk met zandig leem, grijsbruin tot donkergrijs.
Formatie van Drente
17 - 20
Gestuwde afzetting
20 – 33,5
Zand, matig grof tot uiterst grof (210-2000 µm), grindig, grijsblauw to bruingrijs. Complexe eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit een afwisseling van grof en midden zand, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor veen
Formatie van Waalre
33,5 – 40 (eind verk.)
Zand, uiterst fijn tot uiterst grof (63-2000 µm), grijs tot grijswit, plaatselijk sterk grindig.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
8 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
2.5
Beschikbare dossierinformatie In onderstaande tabel is de beschikbare informatie uit het vooronderzoek weergegeven. Tabel 2.2 Verzamelde informatie Bron
Bijzonderheden
Informatie opdrachtgever
Door opdrachtgever is informatie aangeleverd over de voorgenomen ontwikkeling op het plangebied. In de planvorming is rekening gehouden met een ondergrondse parkeervoorziening.
Bij opdrachtgever zijn geen bodemonderzoeken en/of calamiteiten bekend. Omgevingsdienst
Onderstaande informatie is afkomstig van het digitaal te raadplegen Geoloket
regio Utrecht (ODRU)
Verdachte locaties Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verdachte bronlocatie bekend zoals boomgaarden, demping/ophogingen, slootdempingen, bomkraters, ondergrondse tanks en/of informatie uit het Historisch bodembestand (HBB). Bodemonderzoeken ODRU Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn bij ODRU geen bodemlocaties en/of bodemonderzoeken bekend. Wbb-locaties RUD De onderzoekslocatie is bij RUD niet bekend als Wbb-locatie.
Informatie bodemkwaliteitskaarten: Loodverwachtingskaart: Loodzone: Wonen II-B en Wonen III Geen gebruiksadviezen voor lood nodig Bodemfunctieklasse: Wonen Toepassingskaart BG: Wonen Toepassingskaart OG: Landbouw/natuur Ontgravingskaart BG: Wonen Ontgravingskaart OG: Landbouw/natuur Bodemloket
Geen informatie aanwezig op bodemloket.
Expertisecentrum PFAS
Op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens ten aanzien van PFAS bestaat het vermoeden dat Nederland grofweg in drie soorten gebieden aangeduid kunnen worden: 1.
Niet belaste gebieden;
2.
Diffuus belaste gebieden, bestaande uit stedelijk gebied, industriële gebieden, land- en tuinbouw;
3.
Gebieden
beïnvloed
door
bronnen
PFAS,
waaronder
vliegvelden,
brandweeroefenterreinen, PFAS-verwerkende bedrijven en hun directe omgeving.
Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben geen activiteiten en/of calamiteiten plaatsgevonden die de bodem direct verdacht maken voor de aanwezigheid van PFAS. Als gevolg van diffuse belasting worden licht verhoogde gehalten in de bodem verwacht.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
9 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
2.6
Conclusies vooronderzoek en hypothese Middels het uitgevoerde vooronderzoek zijn de onderzoeksvragen zoals genoemd in paragraaf 2.1 zo goed mogelijk beantwoord. De informatie welke van invloed is op de bepaling van de hypothese wordt hieronder weergegeven. Uit het vooronderzoek blijkt dat geen activiteiten of calamiteiten hebben plaatsgevonden welke een negatieve invloed op de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse hebben uitgeoefend. Voor de locatie is de hypothese ‘onverdacht’ conform de NEN 5725 van toepassing. De onderzoekslocatie is niet lijnvormig. Asbest Tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek worden verdeeld over het hele terrein in de bovengrond en plaatselijk ook in de ondergrond, sporen tot matige bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Op basis van de terreinverkenning blijkt dat bebouwing aanwezig is met een golfplatendakbedekking. Ter plaatse van de westelijke garageboxen is (over een lengte van 7,5 meter) geen dakgoot aanwezig en stroomt het regenwater af op onverhard maaiveld. Als gevolg van het aantreffen van ondefinieerbaar (samengesteld) bodemvreemd materiaal in de bodem en door gootloze asbestverdachte daken is de bodem en de drupzone verdacht voor de aanwezigheid van asbest in de bodem. Het onderzoek ter plaatse van de drupzone richt zich wat betreft analyses in 1e instantie specifiek op de toplaag.
In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de (deel)locaties, bijbehorende hypothese en verdachte parameters. Tabel 2.3 Overzicht deellocaties met onderzoeksstrategie ONDERZOEKSLOCATIE
OPPER-
HYPOTHESE
STRATEGIE¹
VLAKTE
VERDACHTE PARAMETERS
(M²) Perceel Franseweg 44a-46
2.850
Onverdacht, kleinschalig
ONV-NL
Geen
Perceel Franseweg 44a-46
2.915
Verdachte bovengrond
VED-HE-AS
Asbest
Drupzone
10
Verdachte bovengrond
VEP-AS
Asbest
1) ONV-NL
: onverdacht, niet lijnvormig, conform NEN 5740
VED-HE-AS : verdacht, diffuus belast heterogeen verdeeld, asbest, conform NEN 5707 VEP-AS
: verdacht, plaatselijke bodembelasting duidelijke verontreinigingskern, asbest, conform NEN 5707
PROJECT DOCUMENTNUMMER
10 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
3
Veldwerkzaamheden In dit hoofdstuk worden de veldwerk- en laboratoriumresultaten gepresenteerd.
3.1
Uitvoering veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd op 27 januari en 1 maart 2021. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden verricht:
een visuele beoordeling van de situatie ter plaatse (terreinverkenning); maaiveldinspectie (conform NEN 5707) op aanwezigheid asbestverdachte materialen; verrichten van handboringen; graven van asbestinspectiegaten van 0,3 x 0,3 meter tot minimaal 50 cm in de verdachte bodemlaag;
doorgraven of -boren tweetal inspectiegaten met behulp van een grondboor met een diameter van 12 cm tot de ongeroerde bodem met een maximale diepte van 2,0 m-mv;
systematische inspectie ontgraven materiaal op aanwezigheid van asbest met behulp van een zeef of hark (>20 mm);
het zintuiglijk beoordelen van het bij de boringen vrijgekomen bodemmateriaal op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen;
bemonstering van het opgeboorde bodemmateriaal; samenstellen van grondmengmonsters van bodemmateriaal afkomstig van de verdachte bodemlaag (0 – 0,5 m-mv) ten behoeve van asbestanalyses;
het inmeten van de bemonsteringslocaties. Tabel 3.1 Onderzoekslocatie met boringen en asbestinspectiegaten ONDERZOEKSLOCATIE
BORING DIEP
BORING DIEP
BORING
ASBESTINSPECTIE-
>2,0 M.
1,0 – 2,0 M.
ONDIEP
GATEN
Perceel Franseweg 44a-46
01
02, 03
04 t/m 12
G01 t/m G13
Drupzone
-
-
-
G21, G22
Het grondwater is niet bemonsterd, vanwege het voorkomen op een diepte van meer dan 5,0 m-mv. Informatie met betrekking tot diepte grondwaterspiegel is afkomstig uit het vooronderzoek en door het plaatsen van een boring tot 5,5 m-mv. 3.2
Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek (chemisch onderzoek) is uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. Het laboratoriumonderzoek (asbest) is uitgevoerd door Eurofins Omegam B.V. Een overzicht van de samenstelling van de verschillende grond(meng)monsters inclusief dieptes met bijbehorende chemische analyses is weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2 Overzicht samenstelling grondmonsters en analyseparameters DL1
(MENG-)
BORINGNUMMER(S)
MM01
ANALYSE2
REDEN MONSTERSELECTIE
Standaardpakket
Bovengrond met sporen/resten
grond incl.
bijmenging met bodemvreemd
(CM-MV)
MONSTER
A
DIEPTE
01, 02, 05, 06, 07
0 - 55
materiaal A
MM02
PROJECT DOCUMENTNUMMER
11 / 21
REVISIEDATUM
08, 09, 10, 11, 12
0 - 50
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Standaardpakket
Bovengrond met sporen/resten
DL1
(MENG-)
BORINGNUMMER(S)
DIEPTE
ANALYSE2
REDEN MONSTERSELECTIE
grond incl.
bijmenging met bodemvreemd
(CM-MV)
MONSTER
materiaal A
M04.2
04
30 - 50
Standaardpakket
Bovengrond met matige
grond incl.
bijmenging met bodemvreemd materiaal
A
MM03
01, 02, 03, 04
100 - 200
Standaardpakket
Ondergrond, zand matig/zeer
grond incl.
grof, zwak/matig grindig, zonder bodemvreemde bijmengingen
A
MM04
01, 04
50 - 100
Standaardpakket
Ondergrond met spo-
grond incl.
ren/resten/zwak bijmenging met bodemvreemd materiaal
B
VE01
G08 t/m G12
0 - 50
B
VE02
G01, G03, G05,
0 - 50
B
VE03
G04, G13
0 - 50
C
VE21.1
G21, G22
0 - 15
Asbest in grond
Verdachte bodemlaag
NEN 5898
G06, G07
Asbest in grond
Verdachte bodemlaag
NEN 5898 Asbest in grond
Verdachte bodemlaag
NEN 5898 Asbest in grond
Verdachte bodemlaag, toplaag
NEN 5898
drupzone
1) Deellocatie A, onverdacht terreindeel, NEN 5740 Deellocatie B, verdacht terreindeel, NEN 5707 Deellocatie C, drupzone NEN 5707 2) Zie bijlage C, incl. = inclusief organisch stof- en lutumgehalte
3.3
Normering Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform NEN 5740: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Het verkennend onderzoek asbest is uitgevoerd conform NEN 5707: Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). De laboratoriumanalyses (chemische parameters) zijn uitgevoerd conform de AS3000. De laboratoriumanalyses (asbest) zijn uitgevoerd conform NEN 5898. Afwijkingen Tijdens het onderzoek is niet afgeweken van de geldende normen.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
12 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
3.4
Kwaliteitsborging Het procescertificaat van BOOT organiserend ingenieursburo (nr. VB-007) en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het onderzoek is op een zorgvuldige werkwijze en door gekwalificeerd personeel uitgevoerd. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart BOOT organiserend ingenieursburo onafhankelijk te zijn ten aanzien van opdrachtgever en projectlocatie.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
13 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
4
Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten voortvloeiend uit het veldwerk en chemische analyse inclusief toetsing gepresenteerd. Voor een verdere uitwerking voor asbest wordt verwezen naar het volgende hoofdstuk.
4.1
Bodemopbouw en grondwater Bodemgesteldheid In tabel 4.1 is een overzicht van de aangetroffen bodemopbouw weergegeven. De bodembeschrijving per boring is weergegeven in bijlage B. Tabel 4.1 Bodemopbouw BODEMLAAG
BODEMTYPE
(CM-MV) 0 – 100
Zand, matig fijn/grof, zwak/matig humeus met zeer lichtte tot matige bijmenging met bodemvreemd materiaal
100 - 200
Zand, matig tot uiterst grof, zwak tot matig grindig
200 – 550
Zand, matig tot uiterst grof, zwak tot sterk grindig
Het grondwater is niet aangetroffen binnen de maximale boordiepte van 5,5 meter minus maaiveld. 4.2
Veldonderzoek Grond Tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden is verdeeld over de gehele onderzoekslocatie bodemvreemd materiaal in de bodem aangetroffen bestaande uit baksteen, kolengruis en kooldeeltjes, ijzer, folie, metselpuin, aardewerk en glas. In de mengmonstersamenstelling is rekening gehouden met het zintuiglijk aangetroffen bodemvreemd materiaal en is een extra grondmengmonster van de ondergrond geanalyseerd. De mengmonsters zijn samengesteld uit grondmonsters met gelijkwaardige samenstelling en/of bijmengingen. Ter plaatse van boring 04 is naast een matige bijmenging met baksteen tevens een zwakke onbekend (niet definieerbare) bijmenging aangetroffen. Dit heeft aanleiding gegeven om deze bodemlaag aanvullend en separaat te onderzoeken.
4.3
Laboratoriumonderzoek en toetsing Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) De analysecertificaten van het laboratorium zijn weergegeven in bijlage C, evenals een verklaring van de analysepakketten. De gemeten waarden worden gecorrigeerd op basis van het gehalte lutum en organische stof. De gecorrigeerde waarde wordt de gestandaardiseerde meetwaarden (=GSSD) genoemd. De gestandaardiseerde meetwaarde wordt getoetst aan de achtergrondwaarde grond (AW2000 grond) en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De toetsingswaarden zijn als volgt gedefinieerd:
PROJECT DOCUMENTNUMMER
14 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Tabel 4.2 Toetsingswaarden TOETSINGSWAARDEN1
TOELICHTING
Achtergrondwaarde (AW)
Bodem ijkpunt voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem.
Interventiewaarde (I)
Het gehalte aan een stof waarbij de functionele eigenschappen voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd.
1) In de praktijk wordt vaak het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde en interventiewaarde gebruikt als toetswaarden waarvoor aanvullend en/of nader bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Dit rekenkundig gemiddelde wordt de tussenwaarde genoemd.
Bij toetsing van de grondmonsters is voor sommige (som)parameters de achtergrondwaarde hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000. In voornoemd geval wordt conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit en conform bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering de rapportagegrens als Achtergrondwaarde grond aangehouden. Bij somparameters geldt dit alleen als de waarden waarmee gerekend wordt lager zijn dan de rapportagegrens. Toetsresultaten grond In tabel 4.3 zijn de verhoogde parameters na toetsing van de geanalyseerde grondmonsters weergegeven. Tabel 4.3 Overzicht toetsresultaten grond(meng)monsters (MENG-)
BORINGNUMMER(S)
MONSTER
MM01
01, 02, 05, 06, 07
DIEPTE
TOETSING¹
TOETSING
(CM-MV)
WBB
BBK
0 - 55
lood (58)*, zink (161)*,
Wonen
PAK-totaal (2.36)* MM02
08, 09, 10, 11, 12
0 - 50
lood (88)*, zink (150)*,
Wonen
PAK-totaal (2.29)* M04.2
04
30 - 50
koper (64)*, kwik (0.92)*,
Industrie
lood (432)**, zink (542)**, PCB (0.029)* MM03
01, 02, 03, 04
100 - 200
-
Altijd toepasbaar
MM04
01, 04
50 - 100
cadmium (0.7)*, kwik (0.82)*,
Industrie
lood (153)*, zink (212)*, PAK-totaal (8.73)* 1) PAK = Polycyclische aromatische koolwaterstoffen, PCB = Polychloorbifenylen, zie ook bijlage C
-
: <= detectiegrens/achtergrondwaarde
*
: > achtergrondwaarde
**
: > tussenwaarde
***
: > interventiewaarde
PROJECT DOCUMENTNUMMER
15 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
De overige parameters, waarop de grondmonsters zijn onderzocht, zijn niet met verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetroffen. In bijlage D zijn de gemeten concentraties, de toetswaarden en de toetsresultaten weergegeven. 4.4
Resultaten laboratoriumonderzoek en veldwerkonderzoek Bovengrond In de bovengrondmengmonsters met bodemvreemde bijmengingen (MM01 en MM02) zijn licht verhoogde gehalten lood, zink en PAK-totaal aangetoond. In het separate grondmonsters M04.2 met zwak tot matige bodemvreemde bijmengingen zijn matig verhoogde gehalten lood en zink en licht verhoogde gehalte koper, kwik en PCB aangetoond. Ondergrond In het ondergrondmengmonster zonder bodemvreemde bijmengingen (MM03) overschrijden geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden. In het ondergrondmengmonster met bodemvreemde bijmengingen (MM04) zijn licht verhoogde gehalten cadmium, kwik, lood, zink en PAK-totaal aangetoond.
4.5
Toetsing onderzoekshypothese De gevolgde onderzoeksstrategie (‘onverdachte locatie’) blijkt formeel gezien onjuist te zijn, omdat licht tot matige verontreinigingen zijn aangetroffen. Het uitvoeren van een onderzoek met een opzet gericht op een verdachte locatie wordt weinig zinvol geacht. De resultaten van een dergelijk onderzoek zullen naar alle waarschijnlijkheid geen belangrijke verschillen vertonen ten opzichte van de huidige resultaten.
4.6
Bepaling voorlopige veiligheidsklasse Op basis van de resultaten van het onderzoek zijn wij aan de hand van CROW 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” nagegaan of er sprake is van het toepassen van een (voorlopige) veiligheidsklasse voor uitvoeren van grondroerende werkzaamheden in de onderzochte bodem. Hieronder is de vaststelling of een veiligheidsklasse van toepassing is schematisch weergegeven. Tabel 4.4 Vaststelling of veiligheidsklasse van toepassing is
Niet vluchtige stoffen
CONCENTRATIES¹
VEILIGHEIDSKLASSE
Concentratie < 75% SRCarbo en/of asbest ≤ 100 mg/kg
Basishygiëne van toepassing
Concentratie ≥75% SRCarbo en ≤100% SRCarbo
ORANJE Niet-vluchtig
Concentratie > 100% SRCarbo en de concentratie aan CM-stoffen ≤1000 mg/kg
ROOD Niet-vluchtig
of 1000 µg/l Concentratie > 100% SRCarbo en de concentratie aan CM-stoffen > 1000 mg/kg
ZWART Niet-vluchtig
of 1000 µg/l of asbest > 100 mg/kg
Vluchtige stoffen
Concentratie ≤ Tussenwaarde
toepassing Concentratie > Tussenwaarde en ≤ Interventiewaarde
ORANJE Vluchtig
Concentratie > Interventiewaarde in combinatie met voldoende ventilatie in
ROOD Vluchtig
de werksituatie. Geen sprake van CM-stoffen Concentratie > Interventiewaarde in combinatie met mogelijk onvoldoende ventilatie in de werksituatie of sprake van CM-stoffen.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
16 / 21
REVISIEDATUM
Basishygiëne van
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
ZWART Vluchtig
1)
SRCarbo:
CM-stoffen:
Serious Risk Concentration; is gebaseerd op de SRC humaan, welke een risicogrens is voor mensen die worden blootgesteld aan bodemverontreiniging’. Voor nadere toelichting verwijzen wij naar de CROW 400. carcinogene en/of mutagene stoffen
In de onderzochte grondmonsters zijn geen niet-vluchtige stoffen gemeten gelijk aan of hoger dan de 75% SRCarbo, dan wel vluchtige stoffen gelijk aan of hoger dan de Tussenwaarde. Ten aanzien van de bodemkwaliteit op basis van de onderzoeksresultaten geldt bij grondroerende werkzaamheden in de onderzochte bodem geen veiligheidsklasse en is de basishygiëne van toepassing.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
17 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
5
Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek asbest In dit hoofdstuk worden de resultaten voortvloeiend uit het veldwerk en asbestanalyses inclusief toetsing gepresenteerd.
5.1
Veldonderzoek Maaiveldinspectie Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Op basis van de maaiveldinspectie wordt de onderzoeklocatie opgedeeld in homogene deellocaties, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verdachte en onverdachte deellocaties. Doel van de maaiveldinspectie is om de oppervlakte van de verdachte locaties zoveel mogelijk in te perken. Op basis van de maaiveldinspectie is een opdeling gemaakt tussen de drupzone en het overig terreindeel. Ter plaatse van de drupzone bedraagt de inspectie-efficiëntie 70%. Ter plaatse van het overig terreindeel kan het maaiveld vanwege de aanwezigheid van verhardingen (betonklinkers en grind), bebouwing (woningen, garageboxen en schuur) en begroeiing voor minder dan 50% worden geïnspecteerd. Uitgangspunt in de NEN 5707 is dat bij een inspectie-efficiëntie lager dan 50% de waarde van een maaiveldinspectie onvoldoende is om een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de toplaag. Derhalve blijft het maaiveld van de onderzoekslocatie als verdachte locatie aangemerkt. Op het maaiveld van de gehele onderzoekslocatie is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Inspectie en monsterneming bodem De asbestinspectiegaten zijn gelijkmatig over de onderzoekslocatie verdeeld en zijn handmatig gegraven in de verdachte bodemlaag tot op de onverdachte ondergrond.
Ter plaatse van de bebouwing zijn geen asbestinspectiegaten gegraven. Tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de bodem, visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De inspectie-efficiëntie van het vrijkomende bodemmateriaal bedraagt 100%.
5.2
Laboratoriumonderzoek en toetsing De landelijke norm voor asbest in grond, bodem en puingranulaat is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfibool concentratie). De interventiewaarde voor asbest (100 mg/kg ds) is opgenomen in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd per 1 juli 2013. In NEN 5707 wordt onderscheidt gemaakt tussen asbest op maaiveld en asbest in de bodem. De gewogen waarden voor asbest op maaiveld en in de bodem worden separaat getoetst aan de interventiewaarde.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
18 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
In het stadium van een verkennend bodemonderzoek wordt de berekende asbestconcentratie gezien als een indicatief gehalte per te onderscheiden (deel)locatie. Indien het gewogen gehalte aan asbest kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is verder onderzoek niet noodzakelijk en is het statistisch aannemelijk dat de interventiewaarde ook in een nader onderzoekstraject niet zal worden overschreden. In de bemonsterde grond is analytisch asbest aangetroffen. In onderstaande tabel zijn de resultaten van het laboratoriumonderzoek weergegeven. Tabel 5.1 Overzicht resultaten grondmonsters DL¹
(MENG-)
PROEFSLEUF
MONSTER
DIEPTE
GEWOGEN CONCENTRATIE
(CM-MV)
(MG/KG)
B
VE01
G08 t/m G12
0 - 50
<0,5
B
VE02
G01, G03, G05, G06, G07
0 - 55
<0,4
B
VE03
G04, G13
0 - 50
<0,4
C
VE21.1
G21, G22
0 - 15
21
1) Deellocatie B, gehele onderzoekslocatie, excl. deelloc. C Deellocatie C, drupzone
De analysecertificaten met de bepaalde asbestconcentraties zijn weergegeven in bijlage C. 5.3
Bepaling asbestconcentratie en toetsing Resultaten asbestberekening maaiveld Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierdoor is een berekening van het asbestgehalte van het maaiveld niet nodig. Verdachte bodemlaag, perceel/overig terreindeel (0 – 0,50 m-mv) Het berekenen van de asbestconcentratie in deze onderzoeksfase (verkennend onderzoek) heeft als doel het vaststellen of voortzetting naar een nader onderzoek asbest noodzakelijk is. In de verdachte bodemlaag van het perceel/overig terreindeel is zowel visueel als analytisch geen asbestverdacht materiaal aangetoond. Een berekening van het asbestgehalte in de bodem is hierdoor niet nodig. Verdachte bodemlaag, drupzone (0 – 0,15 m-mv) Het berekenen van de asbestconcentratie in deze onderzoeksfase (verkennend onderzoek) heeft als doel het vaststellen of voortzetting naar een nader onderzoek asbest noodzakelijk is. In de verdachte bodemlaag van de drupzone is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het grondmengmonster (bodemlaag 0 – 0,15 m-mv) is analytisch asbest aangetroffen. Het asbestgehalte in het grondmengmonster bedraagt 21 mg/kg ds en is lager dan de helft van de interventiewaarde. Doordat visueel geen asbest aangetroffen is een berekening van het asbestgehalte in de bodem niet nodig. Het gehalte van het geanalyseerde grondmengmonster volstaat.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
19 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Tabel 5.2 Gewogen asbestconcentratie en toetsing in de bodem (MENG-)
INSPECTIEGAT
MONSTER
TRAJECT
GEWOGEN CONCENTRATIE
GEWOGEN GEHALTE
(CM-MV)
(MG/KG D.S.)
> ½ INTERVENTIEWAARDE ?
FRACTIE
FRACTIE
<20MM
>20MM
TOTAAL¹
VE01
G08 t/m G12
0 - 50
<0,5
0
<0,5
-
VE02
G01, G03, G05, G06, G07
0 - 55
<0,4
0
<0,4
-
VE03
G04, G13
0 - 50
<0,4
0
<0,4
-
VE21.1
G21, G22
0 - 15
21
0
21
*
1) -
: geen asbest gemeten
*
: tussen 0 en 50 mg/kg ds
***
: groter dan 50 mg/kg ds (overschrijding grenswaarde NEN 5897/ ½ x interventiewaarde NEN 5707)
De gewogen asbestconcentratie in de bodem wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van niet hechtgebonden, asbesthoudend materiaal in fractie <0,5 - 8 mm. 5.4
Resultaten laboratoriumonderzoek en veldonderzoek Maaiveld Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Verdachte bodemlaag, perceel/overig terrein In de verdachte bodemlagen is zowel visueel als analytisch geen asbestverdacht materiaal aangetoond. Verdachte bodemlaag, drupzone In de verdachte bodemlaag (0 – 0,15 m-mv) is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het grondmengmonster is analytisch asbestverdacht materiaal aangetoond in fractie <0,5 - 8 mm. Het asbestgehalte in het grondmengmonster bedraagt 21 mg/kg ds en is lager dan de helft van de interventiewaarde, de grenswaarde voor nader bodemonderzoek.
5.5
Bepaling voorlopige veiligheidsklasse De veiligheidsklasse blijft ten opzichte van het verkennend bodemonderzoek, ongewijzigd.
5.6
Toetsing onderzoekshypothese De gehanteerde onderzoekshypothese ‘verdachte locatie’ voor het perceel/overig terreindeel wordt hiermee verworpen. De gehanteerde onderzoekshypothese ‘verdachte locatie’ voor de drupzone wordt hiermee aangenomen.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
20 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
6
Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen.
6.1
Conclusies Uit het uitgevoerd bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:
In de bovengrond met bijmengingen zijn licht verhoogde concentraties (zware metalen, PAK-totaal en PCB) en plaatselijk matig verhoogde concentraties lood en zink aanwezig. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. In de ondergrond met bijmengingen zijn licht verhoogde concentraties (zware metalen en PAK-totaal) aangetoond.
Omdat de interventiewaarden niet worden overschreden geven de onderzoeksresultaten vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen;
Op het maaiveld van de gehele onderzoekslocatie is visueel geen asbest aangetroffen. In de bodem is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen;
Ter plaatse van de drupzone is in de bodem analytisch wel asbest aangetroffen. De aangetoonde concentraties zijn echter niet hoger dan de helft van de interventiewaarde. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk;
De aangetoonde concentraties in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor het huidig of toekomstig gebruik (wonen). De plaatselijk aangetroffen matig verhoogde concentraties met zink en met name lood kunnen bij een gevoeliger gebruik (wonen met tuin/moestuin/kinderspeelplaatsen) voor het betreffende bevoegde gezag aanleiding geven voor aanvullende maatregelen. 6.2
Aanbevelingen De grondmonsters zijn ter indicatie getoetst aan Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat mengmonsters MM04 (zand met de bodemvreemde bijmengingen) en separaat monster M04.2 (zand met de bodemvreemde bijmengingen) worden ingedeeld in bodemkwaliteitsklasse Industrie. Geadviseerd wordt hier rekening mee te houden bij de uitvoering van grondwerkzaamheden en het eventueel herschikken van grond en/of de afvoer van grond naar elders;
Indien het niet mogelijk is om bij de ontwikkeling van de onderzoekslocatie met een gesloten grondbalans te werken, dient grond van de locatie afgevoerd te worden. Mogelijk kan in overleg met de gemeente een toepassing worden gezocht in het kader van actief bodembeheer (bodembeheerplan en bodemkwaliteitskaart). Zonodig dient eerst een partijkeuring AP04 uitgevoerd te worden.
PROJECT DOCUMENTNUMMER
21 / 21
REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Bijlage A blad 1: blad 2 en 3:
PROJECT DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Topografische ligging Situatietekening en monsterpunten
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
TOPOGRAFISCHE LIGGING Bijlage: A Blad: 1
Van: 3
Opdrachtgever
: SteenGoud Coöperatief U.A.
Projectnaam
: Elst, Franseweg 44a-46
Projectnummer
: P20-1083
PROJECT
DatumFranseweg 44a-46 Elst,
: 4 mei 2021
DOCUMENTNUMMER
P20-1083-018 4 mei 2021
REVISIEDATUM
Bijlage B Beschrijving bodemopbouw
PROJECT DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Elst, Franseweg 44a-46 P20-1083-018 4 mei 2021
Boring: Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163074,81
01 27-1-2021 N.A.P. 19,879 Y: 444331,33 0
0 1
20
2 50
50
tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen kolengruis, resten wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten baksteen, sporen kolengruis, grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, resten ijzer, sporen kolengruis, resten keien, grijsbruin, Edelmanboor
3
100
100
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, donker oranjegeel, River
4 140
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, licht roestbruin, River
150 5 175
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, licht geelbeige, River
6 200
200
Zand, uiterst grof, zwak siltig, sterk grindig, licht geelbeige, River
7 225
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbeige, River 250
8
270
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, River
9 295
300
10 310
Zand, uiterst grof, zwak siltig, sterk grindig, lichtbeige, River Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, River
350
350
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, zwak roesthoudend, licht oranjebeige, River
400 415
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, sporen roest, lichtbeige, River
450
490
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, sporen roest, lichtbeige, River
500
550
550
Onderwerp: Boorbeschrijving Opdrachtgever: Steengoud Coöperatief U.A. Projectnaam: Elst - Franseweg 44a-46 Projectcode: P20-1083 Pagina 1 van 1 d.d. 27-01-2021
Boring: Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163059,55
02
Boring:
27-1-2021 N.A.P. 20,121 Y: 444357,18 0
0
Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163084,35
braak
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, resten folie, sporen kooldeeltjes, resten wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
03 27-1-2021 N.A.P. 20,286 Y: 444366,28
grind Grind, zeer grof, zwak zandig, licht grijsbruin, Schep
1 20
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen kolengruis, donkerbruin, Edelmanboor
2 45 50
50
50 Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, beigegeel, River
3 65
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht geelbruin, Edelmanboor
2 4
100
100
100
Zand, uiterst grof, zwak siltig, matig grindig, donkergeel, River 3
5
150
150
150
150 Zand, uiterst grof, zwak siltig, matig grindig, beigegeel, River
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht grijsbeige, River
4
6
200
200
Boring: Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163075,31
04
Boring:
27-1-2021 N.A.P. 19,75 Y: 444315,45
0
200
200
0
klinker
7
Volledig klinkers
Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163059,23 0
Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor, cunetlaag
1
05 27-1-2021 N.A.P. 19,599 Y: 444318,31 0
klinker
7
Volledig klinkers Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor, cunetlaag
1 25
30
2 50
50 3
70
4 100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak onbekend, resten metselpuin, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht geelbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, zwak onbekend, sporen baksteen, zwak kolengruishoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor
3
100
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, beigegeel, Edelmanboor
5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, sporen kolengruis, donker grijsbruin, Edelmanboor
2
120
Onderwerp: Boorbeschrijving Opdrachtgever: Steengoud Coöperatief U.A. Projectnaam: Elst - Franseweg 44a-46 Projectcode: P20-1083 Pagina 1 van 3 d.d. 27-01-2021
100
Boring: Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163063,52
06
Boring:
27-1-2021 N.A.P. 20,005 Y: 444344,28 0
0
Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163049,66
moestuin
07 27-1-2021 N.A.P. 20,226 Y: 444350,31 0 4 5
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen kolengruis, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen baksteen, sporen aardewerk, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
2 65
50
55
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, donker beigegeel, River
3 100
100
Boring: Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163073,07
08
Boring:
27-1-2021 N.A.P. 20,136 Y: 444356,51 0
0
Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163069,98
braak
50
50
09 27-1-2021 N.A.P. 20,105 Y: 444371,45 0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen glas, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50 Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
2
100
Volledig grind, Schep Schep, worteldoek volledig
1
50
grind
100
Onderwerp: Boorbeschrijving Opdrachtgever: Steengoud Coöperatief U.A. Projectnaam: Elst - Franseweg 44a-46 Projectcode: P20-1083 Pagina 2 van 3 d.d. 27-01-2021
50
Boring: Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163071,53
10
Boring:
27-1-2021 N.A.P. 19,887 Y: 444388,75 0
0
Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163083,90
braak
50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, resten aardewerk, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
11 27-1-2021 N.A.P. 19,995 Y: 444384,92
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor 1
50 Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraalbruin, Edelmanboor
2 80
100
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak keien, bruingeel, Edelmanboor
0
braak
3 100
Boring: Datum: Ref. vlak: Hoogte mv: X: 163096,07
12 27-1-2021 N.A.P. 20,245 Y: 444380,30
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor 1
50
braak
50
Onderwerp: Boorbeschrijving Opdrachtgever: Steengoud Coöperatief U.A. Projectnaam: Elst - Franseweg 44a-46 Projectcode: P20-1083 Pagina 3 van 3 d.d. 27-01-2021
50
Gat / sleuf: G01 Datum:
Gat / sleuf: G02
1-3-2021
Sleuflengte: Sleufbreedte:
0
0
0,30 0,30
tuin
Datum:
1-3-2021
Sleuflengte: Sleufbreedte:
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen kolengruis, resten wortels, donkerbruin, Schep
0,30 0,30
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, resten folie, sporen kooldeeltjes, resten wortels, donkerbruin, Schep
20
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten baksteen, sporen kolengruis, grijsbruin, Schep, 26kg<20>0,1kg VE02 50
50
50
50 Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, resten ijzer, sporen kolengruis, resten keien, grijsbruin, Edelmanboor