CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Weteringsteeg 12 - 16

Raadsvergadering 14 december 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weteringsteeg 12 - 1616.923 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.11

Spuitzonering

Bij het telen van bollen-, boom- en fruit in de open lucht kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van belang zijn. Dit vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten. Er gelden, behoudens het niet mogen belasten van oppervlaktewater (Afdeling 3.5 van het Activiteitenbesluit), in Nederland geen wettelijke bepalingen over een minimaal aan te houden afstanden tussen de teeltgronden en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen en bedrijven. In de bestemmingsplanpraktijk word daarom een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een genoemde teelten en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide indicatieve vuistregel. Sinds 1 januari 2017 is het grond van het artikel 3.78a Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht om bij open teelten te spuiten met een driftreductie van 75%. Uitgaande van deze verplichte spuitmethode is middels de onderzoeksresultaten van de WUR te onderbouwen dat met een minimale afstand van 35 meter van de bebouwing tot de eerste bomenrij er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de uitspraak in zaak 2015-06413/1/R2 is naar voren gekomen dat locatie specifieke omstandigheden in de overwegingen dienen te worden betrokken. De uitspraak van de Raad van State d.d.

10 september 2014 betekent in dit verband dat de afstand van 50 meter of 35 meter niet overal behoeft te worden toegepast. Er kunnen zich omstandigheden voordoen waar van deze aan te houden afstand (gemotiveerd) kan worden afgeweken.

Weteringsteeg 12 - 16

29

Planspecifiek De geldende bestemming op het perceel is 'Agrarisch'. Deze bestemming wordt gewijzigd naar de bestemming 'Wonen', waarbinnen een gevoelig object gerealiseerd wordt. De gronden ten noorden van het perceel worden voornamelijk gebruikt voor het telen van laanbomen. De nieuwe woning wordt op een afstand van ca. 48 meter van de eerste bomenrij gerealiseerd. De kortste afstand tussen de gronden met de bestemming 'Wonen' en de eerste bomenrij van laanbomen is ca. 30 meter. Aan de zijde van het woongebied waar deze het dichtst bij de laanbomen ligt wordt het woongebied van de laanbomen gescheiden door een dichte groep bomen. De ligging van de bomen t.o.v. het woongebied is op onderstaande uitsnede van het inrichtingsplan weergegeven. Gezien de ligging van deze bomen ten opzichte van het woongebied en de woning enerzijds en de laanbomen anderzijds vormen deze bomen een afdoende driftbescherming van de meest nabijgelegen laanbomen. Het aanleggen en in stand houden van de drifthaag wordt als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 6.5.2 van de regels van dit bestemmingsplan.

Uitsnede inrichtingsplan

Het deel van de laanbomen dat niet wordt afgeschermd door de drifthaag ligt op ca. 40 meter. Aangezien voor het spuiten van beschermingsmiddelen sinds 2017 verplicht gebruik gemaakt dient te worden van driftreducerende koppen van minimaal 75 %, kan met een minimale afstand van 35 meter van de bebouwing tot de eerste bomenrij gesproken worden van een goed woon- en leefklimaat. Op de gronden met de bestemming 'Wonen' rond de nieuwe woning is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect spuitzonering.

4.12

Verkeer en parkeren

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. In de toekomstige situatie worden de twee woningen in het plangebied ontsloten door de bestaande uitrit die uitkomt op de Weteringsteeg. Doordat de agrarische bedrijfsvoering wordt beëindigd, neemt het aantal verkeersbewegingen af. Op het bestaande parkeerterrein bij het tuincentrum worden geen veranderingen voorzien. Voor wat betreft het parkeren zal op eigen terrein in voldoende mate moeten worden voorzien in de parkeerbehoefte. De minimale parkeernorm, per woning voor de betreffende woningcategorie, uit het Parkeerbeleidsplan van de gemeente Rhenen geldt hiervoor als uitgangspunt. In dit geval is dat de categorie "duur" met minimaal 2 parkeerplaatsen. Het perceel waarop de nieuwe woning komt, biedt genoeg ruimte op eigen erf om deze parkeerplaatsen te realiseren. Het plan is gezien vanuit het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar.

30

Weteringsteeg 12 - 16

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische beschrijving

Het juridische plan

Inleiding Toelichting De toelichting is opgesteld overeenkomstig artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierin is opgenomen: een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 Bro bedoelde overleg; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan.

Omdat bij de voorbereiding van het bestemmingsplan geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is opgesteld, worden in de toelichting, conform artikel 3.1.6 lid 2 Bro, ten minste neergelegd: een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het plan begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Regels en verbeelding De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond, aangevuld met topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Daarnaast zijn de aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. In de regels zijn de wettelijk voorgeschreven bepalingen opgenomen inzake het overgangsrecht en een antidubbeltelregel.

Een algemene gebruiksbepaling en strafbepaling zijn niet meer in de regels opgenomen: in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is nu in artikel 2.1 een algemeen gebruiksverbod voor gebruik in strijd met de bestemming opgenomen, alsmede een strafbaarstelling voor overtreding van het verbod. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Algemene toelichting regels De regels zijn opgebouwd volgens de SVBP 2012 en zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. Hoofdstuk 1: “Inleidende regels” bevat een artikel met begripsbepalingen. Daarnaast zijn in een apart artikel enkele bepalingen opgenomen omtrent de “wijze van meten”. Die bepalingen zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bouwregels en zijn deels overgenomen uit het SVBP 2012.

Weteringsteeg 12 - 16

31

Hoofdstuk 2: “Bestemmingsregels”. In dit hoofdstuk zijn artikelsgewijs de regels behorende bij de specifieke bestemming neergelegd. De artikelen zijn opgezet volgens een vast stramien (conform SVBP 2012), in zoverre deze relevant zijn voor het betreffende artikel: Bestemmingsomschrijving Hierin is bepaald voor welke doeleinden de gronden bestemd zijn (met andere woorden voor welk gebruik de gronden zijn gereserveerd). Bouwregels In deze bepaling is aangegeven aan welke maatvoeringeisen de bebouwing binnen de betreffende bestemming moet voldoen en op welke plek gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd mogen worden. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak. De maatvoering van het gebouw is binnen het bouwvlak aangegeven door middel van de aanduidingen “maximale goot- en bouwhoogte (m)”. Hoofdstuk 3: “Algemene regels” bevat bepalingen die van toepassing zijn op het gehele plangebied. De volgende artikelen zijn in dit hoofdstuk opgenomen: Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel is rechtstreeks overgenomen uit artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen met betrekking tot afwijkende maatvoeringen, de aanduiding karakteristiek en voor eventuele nutsvoorzieningen.

Algemene gebruiksregels In dit artikel is aangegeven welk gebruik in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. Een dergelijk gebruiksverbod is een nadere invulling van het algemeen gebruiksverbod uit artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Tot een strijdig gebruik behoort het gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning, behoudens voorzover toegelaten in de overige regels van het plan. Hoofdstuk 4: “Overgangs- en slotregel” bevat het overgangsrecht en de slotregel: Overgangsrecht In dit artikel is de standaardbepaling met betrekking tot het overgangsrecht uit artikel 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening overgenomen. Slotregel In deze bepaling is de officiële benaming van het plan vastgelegd.

5.2

Bestemmingen

Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd voor “Wonen”. Voorts is voor het plangebied de dubbelbestemming "WaardeArcheologie" opgenomen, evenals een functieaanduiding, waarnaar in de regels wordt verwezen. 5.2.1 Agrarisch De bestemming "Agrarisch" is toegekend aan het gedeelte van het terrein dat open moet blijven of worden gebruik ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Deze gronden blijven in agrarisch gebruik zonder bouwvlak. Het bestaande bouwvlak op de agrarische strook aan de zuidkant van het plangebied komt te vervallen, evenals de functieaanduidingen 'bedrijfswoning uitgesloten' en 'intensieve veehouderij'.

32

Weteringsteeg 12 - 16

5.2.2 Bedrijf De bestemming 'Bedrijf' is van toepassing op en rondom de gronden van het tuincentrum. Ten behoeve van de landschappelijk inpassing is de bedrijfsbestemming iets ingekort (oostkant) of beperkt uitgebreid (zuidkant) ten opzichte van de bestaande situatie. Het bestaande bouwvlak is mee verandert met deze wijziging. Het bouwvlak beschikt over een maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwingspercentrage (%): 100. Ten behoeve van de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten blijft de functieaanduiding 'tuincentrum' ongewijzigd van toepassing. 5.2.3 Tuin De bestemming 'Tuin' is opgenomen ten behoeve van grotendeels niet-openbare, woninggerelateerde tuinen. Deze gronden dienen onbebouwd te blijven en vrij van verkeer en parkeren. 5.2.4 Wonen De bestemming 'Wonen' betreft de bestaande en de nieuwe woning. De regeling en bijbehorende bouwmogelijkheden zijn gebaseerd op de vigerende bestemming 'Wonen', zoals opgenomen in het plan "Buitengebied". Voor de nieuwe woning is een bouwaanduiding voor de gevelrooilijn opgenomen voor de locatie van de nieuwe woning. 5.2.5 Waarde - Archeologie Over het gehele plangebied is conform het gemeentelijk archeologiebeleid de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' opgenomen.

Binnen deze dubbelbestemming zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van een overige, aan deze gronden toegekende, bestemming worden gebouwd, mits op basis van archeologisch onderzoek is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. Over het plangebied ligt grotendeels de gebiedsaanduiding 'overige zone – hoge verwachtingswaarde' Binnen dit gebied is onderzoek niet noodzakelijk voor grondwerkzaamheden die niet groter zijn dan 100 m² of bouwaanvragen betreffen waarbinnen de bodem tot maximaal 30 cm onder maaiveld wordt geroerd. Deze vergunning is niet vereist in het geval het plangebied niet groter is dan 100 m² of de bodem tot maximaal 30 cm onder maaiveld wordt geroerd én als binnen 2,5 meter van bestaande funderingen wordt gewerkt. Daarnaast ligt over het plangebied deels tevens de gebiedsaanduiding 'overige zone - middelhoge verwachtingswaarde'.

Binnen dit gebied is onderzoek niet noodzakelijk voor grondwerkzaamheden die niet groter zijn dan 1.000 m² of bouwaanvragen betreffen waarbinnen de bodem tot maximaal 30 cm onder maaiveld wordt geroerd. Deze vergunning is niet vereist in het geval het plangebied niet groter is dan 1.000 m² of de bodem tot maximaal 30 cm onder maaiveld wordt geroerd én als binnen 2,5 meter van bestaande funderingen wordt gewerkt.

Weteringsteeg 12 - 16

33

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1 Algemeen Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 6.1.2 Verslag burgerparticipatie Voorafgaand aan de procedure van het bestemmingsplan zijn de plannen door de initiatiefnemer voorgelegd aan de direct omwonenden. Hiervan is in bijlage 5 verslag gedaan. Dit heeft geleid tot een enkele wijziging in het plan (gewijzigde locatie inrit). Voor het overige hebben de omwonenden aangegeven dat ze zich kunnen vinden in de beoogde plannen van de initiatiefnemer. 6.1.3 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is het plan toegezonden aan de provincie, het waterschap Vallei en Veluwe en de veiligheidsregio. De aanbevelingen hiervan zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. 6.1.4 Verslag zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken, van donderdag 12 augustus 2021 tot en met woensdag 22 september 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen op het plan ingediend.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

34

Weteringsteeg 12 - 16

Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe heeft de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afgesloten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens is een overeenkomst betreffende planschade afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Deze overeenkomst zal als een separate rapportage worden opgenomen. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

Weteringsteeg 12 - 16

35

36

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlagen bij de toelichting

Weteringsteeg 12 - 16

37

38

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlage 1

Bodemonderzoek

Weteringsteeg 12 - 16

39

40

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlage 2

Voortoets stikstof

Weteringsteeg 12 - 16

41

42

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlage 3

Ecologische quick scan

Weteringsteeg 12 - 16

43

44

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlage 4

Watertoets

Weteringsteeg 12 - 16

45

46

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlage 5

Verslag burgerparticipatie

Weteringsteeg 12 - 16

47

48

Weteringsteeg 12 - 16

Regels

Weteringsteeg 12 - 16

49

50

Weteringsteeg 12 - 16

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Weteringsteeg 12 - 16 met identificatienummer NL.IMRO.0340.BPWeteringst16-VA01 van de gemeente Rhenen. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan- en uitbouw: een bijbehorend bouwwerk, zijnde een aan een hoofdgebouw gebouwd en vanuit een hoofdgebouw rechtstreeks toegankelijke ruimte, die in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw, maar ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is. Het gebouw bestaat uit maximaal één bouwlaag al dan niet met kap. Onder een aan- en uitbouw wordt mede begrepen een keuken en/of werkkamer.

Een aanbouw is een toevoeging van een afzonderlijke ruimte, terwijl een uitbouw een vergroting van een bestaande ruimte is; 1.6 achtergevel: gevel aan de achterkant van een gebouw; 1.7 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8 bed and breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed and breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.9 bedrijf aan huis: het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen – bedrijvigheid, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsactiviteiten een ruimtelijk uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.10 beroep aan huis: de uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, alsmede een beroep op het terrein van persoonlijke verzorging waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt; 1.11 bestaand: 1. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; 2.

ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.12 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

Weteringsteeg 12 - 16

51

1.14 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de oppervlakte van het deel van een bestemmings- of bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen; 1.15 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16 bijgebouw: een bijbehorend bouwwerk, zijnde een vrijstaand of aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat zowel ruimtelijk (door zijn constructie of afmeting) als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw, zoals bijvoorbeeld garages, bergingen, hobbyruimtes en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen.

Hierin zijn niet begrepen gebouwen die blijkens hun aard en indeling bestemd zijn voor woonvertrek (ook keuken en/of werkkamer) en overkappingen of carports met een open constructie (minder dan 2 wanden); 1.17 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.18 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.19 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 buitenrijbaan: niet-overdekte piste voorzien van een bewerkte of aangepaste bodem waar training en africhting, instructie aan derden en toetsing van prestaties van paarden in diverse disciplines plaatsvinden; 1.24 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de

uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; onder detailhandel wordt ook gerekend verkoop via internet waarbij de goederen ter plaatse worden opgeslagen; 1.25 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (minimaal omsloten met twee wanden); 1.26 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is; 1.27 huishouden: de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: 1. een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, daaronder begrepen een woongroep van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking;

52

Weteringsteeg 12 - 16

2.

de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 personen die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning; 1.28 mantelzorg: tijdelijke zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.29 opslag: het opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen, niet zijnde puin, afvalstoffen en aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, vaar-, vlieg-, en voertuigen, dan wel onderdelen daarvan; 1.30 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.31 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.32 peil: a. voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: 1. de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: 1.

de hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter hoogte van het hoofdgebouw; 1.33 voorgevel: de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.34 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken en onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop. 1.35 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden.

Weteringsteeg 12 - 16

53

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 De goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of daarbij gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 De bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 De oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5 De inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 Ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.

54

Weteringsteeg 12 - 16

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve kwekerij', een intensieve kwekerij; c. extensief recreatief medegebruik; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. behoud en/of herstel van oever- en slootvegetaties; f. groenvoorzieningen, met de daarbij behorende: g. erfbeplanting; h. wegen en paden; i. erven en terreinen; j. bouwwerken. 3.2 Bouwregels Binnen de bestemming 'agrarisch' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd waarbij: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 2,5 m; b. de bouwhoogte en de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen buiten het bouwvlak niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 4 m². 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming en aanduidingen wordt ieder geval begrepen: a. het gebruik van de gronden ten behoeve van een manegebedrijf; b. het gebruik van de gronden gelegen buiten het bouwvlak voor het plaatsen en geplaatst houden van tunnelkassen; c. het gebruik van de gronden gelegen buiten het bouwvlak ten behoeve van opslag; d. het gebruik van gronden ten behoeve van intensieve veehouderij; e.

het gebruik van gronden ten behoeve van een kwekerij, uitgezonderd voor zover toegestaan. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 3.4.1 vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen en greppels alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakte verhardingen groter dan 100 m², uitgezonderd ten aanzien van agrarische bouwvlakken.

Weteringsteeg 12 - 16

55

3.4.2 beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het werk of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Onder waarden en functies worden in ieder geval verstaan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden in het betrokken gebied. 3.4.3 uitzonderingen vergunningplicht Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4.1 is vereist voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ter verwezenlijking van de in dit plan aan de gronden toegekende bestemmingen, waaronder tevens de aanleg van wegen en paden is begrepen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; c. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden welke worden uitgevoerd binnen een bouwvlak; d. het aanleggen van verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; e. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, behorende bij de aanleg van zwembaden, indien en voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; f.

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.

56

Weteringsteeg 12 - 16

Artikel 4

Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven genoemd in categorie 1 en categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, opgenomen in bijlage 3 van deze regels; b. bedrijven uitsluitend ter plaatse van de aanduiding die hierna is vermeld bij de code, waarmee het desbetreffende bestemmingsvlak is aangegeven: Code functieaanduiding tuincentrum c. d. e. f. g. h. i.

Type bedrijf Tuincentrum

groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen, met de daarbij behorende: wegen en paden; erven en (parkeer)terreinen; bouwwerken.

Per bouwvlak is niet meer dan één bedrijfswoning toegestaan. In de bestemming is de uitoefening van nevenactiviteiten toegestaan welke per adres zijn aangegeven in de bij deze regels behorende bijlage 1 'Lijst bestaande nevenactiviteiten', tot de bestaande oppervlakte en waarbij de nevenactiviteiten in de bedrijfsgebouwen plaatsvinden. Buitenactiviteiten worden uitgevoerd binnen het bouwvlak dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak. 4.2 Bouwregels Ten aanzien van de bebouwing gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd worden; b. het bouwvlak mag voor 100% bebouwd worden; c. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de navolgende tabel is aangegeven: Bouwwerken Bedrijfsgebouw Bedrijfswoning

Goothoogte in m 4,5 3

Aan- en uitbouwen 3 en bijgebouwen bij de bedrijfswoning Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van terreinen erfafscheidingen Terrein- en erfafscheidingen

Weteringsteeg 12 - 16

Bouwhoogte in m Inhoud in m3 8 10

Oppervlakte in m2

600

Dakhelling

Minimaal 30° Maximaal 60°

4,5

20

8

10

1m voor (het verlengde van) de voorgevel van het

57

Overkapping ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduidingoverkapping'

hoofdgebouw en 2 m daarachter 6

4.3 Specifieke gebruiksregels a. Uitsluitend opslag ten behoeve van bedrijven zoals aangegeven in lid 4.1 is toegestaan. Opslag van puin, afvalstoffen en aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, vaar-, vlieg-, en voertuigen, dan wel onderdelen daarvan, valt niet onder toegestaan gebruik. b. Onder strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval begrepen detailhandel, uitgezonderd voor zover in lid 4.1 is toegestaan. 4.4 Afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 sub a ten behoeve het vestigen van bedrijven die zijn genoemd in categorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten van bijlage 3 die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten genoemd in bijlage 3.

58

Weteringsteeg 12 - 16

Artikel 5

Tuin

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. groenvoorzieningen; c. voetpaden; d. speelplaatsjes; e. nutsvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: g. bouwwerken. 5.2 Bouwregels Het bouwen van gebouwen op de als 'Tuin' bestemde gronden is niet toegestaan. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 5.3 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik als parkeervoorziening.

Artikel 6

Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; b. beroep- en bedrijf aan huis; c. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' een toegangsweg; d. bed and breakfast; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende; f. wegen en paden; g. parkeervoorzieningen, waarbij artikel 6.5.1 van toepassing is; h. terreinen, tuinen en erven; i. bouwwerken. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan; b. indien binnen een bestemmingsvlak een 'gevellijn' is opgenomen, dient de voorgevel van een te bouwen woning in deze lijn te worden gebouwd; c. de afstand tot de as van de weg van bestaande woningen mag niet minder bedragen dan de bestaande afstand dan wel de bestaande afstand vermeerderd met maximaal 5 m; d. het oprichten van gebouwen vóór (het verlengde van) de voorgevel van de woning is niet toegestaan, met uitzondering van toegangsportalen, erkers en naar de aard daarmee gelijk te stellen aanbouwen; e. woningen worden met kap gebouwd; f. de afstand van bijgebouwen tot de woning mag niet meer dan 15 m bedragen;

Weteringsteeg 12 - 16

59

g.

de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan de maatvoering die is aangegeven in onderstaande tabel:

Bouwwerken Woningen

Goothoogte 3,5 m

Bijbehorende 3,3 m bouwwerken Erfafscheidingen

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde h.

Bouwhoogte 8m

Inhoud 600 m³

Oppervlakte

4,5 m

150 m²

1 m voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw en 2 m daarachter 3

10 m²

Dakhelling Minimaal 30°; Maximaal 60°

Bij de woningen zijn zwembaden toegestaan, met dien verstande, dat: 1. per woning maximaal één zwembad is toegestaan; 2. een zwembad uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de woning is toegestaan; 3. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m bedraagt; 4. de oppervlakte van een zwembad ten hoogste 50 m² bedraagt; 5. een zwembad niet meer dan 0,2 m boven het maaiveld mag uitsteken.

6.2.2 Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit Een nieuw te realiseren woning ter plaatse van de bouwaanduiding 'gevellijn' mag uitsluitend gebouwd worden onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan de beeldkwaliteiteisen zoals opgenomen in paragraaf 2.3 van de toelichting. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. landschappelijke inpassing; d. de verkeersveiligheid, nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen in die zin dat aan- en uitbouwen en bijgebouwen 3 m achter de voorgevel van de woning moeten worden gebouwd; b. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m.

60

Weteringsteeg 12 - 16

6.4 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 6.2.1 onder g voor een goothoogte van woningen van maximaal 6 m, mits vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt inpasbaar is; b. het bepaalde in lid 6.2.1 onder b, voor het herbouwen van een woning op een andere locatie, mits: 1. herbouw plaatsvindt binnen hetzelfde bestemmingsvlak; 2. de belangen van omliggende (niet-)agrarische bedrijven en aangrenzende percelen niet worden aangetast; 3. herbouw van de woning niet leidt tot nadelige gevolgen voor de natuurwaarden; 4. wordt voldaan aan het bepaalde in de Wet geluidhinder. 6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren Gronden en bouwwerken mogen overeenkomstig de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingsomschrijvingen uitsluitend gebruikt worden wanneer is aangetoond dat op eigen terrein in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte en er minimaal 2 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. 6.5.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Een nieuw te realiseren woning en de bijbehorende gebouw(en) mogen uitsluitend in gebruik worden genomen onder de voorwaarde dat: a.

de landschappelijke inpassing aangelegd wordt conform het in bijlage 2 opgenomen landschappelijk inpassingsplan binnen 2 jaar nadat de woning gerealiseerd en/of in gebruik genomen is, en in stand gehouden wordt conform het in bijlage 2 opgenomen landschappelijk inpassingsplan. b. de drifthaag conform het in bijlage 2 opgenomen landschappelijk inpassingsplan in stand wordt gehouden. 6.5.3 Voorwaardelijke verplichting sloop agrarische bebouwing Voordat de nieuw te bouwen woning in gebruik wordt genomen dienen de bestaande voormalige bedrijfsbebouwing ter plaatse van de nieuwe woning achter weteringsteeg 16 én de bebouwing zoals opgenomen in bijlage 2 (aangegeven als 'sloop bestaande varkensstallen') aan de Weteringsteeg 12 gesloopt te zijn. 6.5.4 Beroep en bedrijf aan huis Voor de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis zijn de volgende regels van toepassing: a. de oppervlakte van de woning en/of bijgebouwen in gebruik voor een beroep- en bedrijf aan huis mag per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 100 m², met dien verstande dat niet meer dan 50 % van de oppervlakte van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep en bedrijf aan huis; b. de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c.

er dient op eigen terrein te worden geparkeerd; d. het beroep- en bedrijf aan huis wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning.

Weteringsteeg 12 - 16

61

6.5.5 Bed and Breakfast Voor het uitoefenen van een bed and breakfast mogen maximaal vijf kamers per bouwperceel worden gebruikt met een maximum van tien slaapplaatsen, met dien verstande dat: a. het gebruik niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; b. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt; c. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt voorzien; d. de bedrijfsvoering van bed and breakfast uitsluitend door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. aanverwante voorzieningen zoals een speeltuin - met uitzondering van kleinschalige speelvoorzieningen-, stallingruimte en detailhandel bij de bed and breakfast niet zijn toegestaan. 6.6 Afwijken van de gebruiksregels 6.6.1 Parkeren Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.5.1 indien op een andere wijze wordt voorzien in de parkeerbehoefte.

6.6.2 Landschappelijke inpassing Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken als bedoeld in artikel 6.5.2 teneinde een andere landschappelijke inpassing toe te staan dan in bijlage 2 is opgenomen, mits dit in lijn is met de uitgangspunten van het landschappelijk inpassingsplan en mits dit in lijn is met een locatiespecifieke afweging in het kader van spuitzonering en in het belang van een goed woon- en leefklimaat .

62

Weteringsteeg 12 - 16

Artikel 7

Waarde - Archeologie

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden in de bodem. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. het bevoegd gezag verbindt op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken aan de omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende voorwaarden; 1. de bouwactiviteiten die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; en 2. de verplichting om na beëindiging van de bouwactiviteiten schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b. alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt advies ingewonnen bij de Monumentencommissie. 7.2.2 Uitzonderingen bouwregels Het bepaalde onder 7.2.1 sub a en b geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de grond waarop het bouwplan betrekking heeft anderszins aantoonbaar geroerd is door bestaande c.q. voormalige bebouwing of andere handelingen; of, b.

het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of, c. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste: 1. 100 m², ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - hoge verwachtingswaarde', 2. 1.000 m² ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - middelhoge verwachtingswaarde'; of, een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; of, d. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot; e. het gaat om gebouwen met een oppervlakte van niet meer dan 100 m². 7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 7.4.1 Omgevingsvergunningplicht Onverminderd het in deErfgoedwet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 100 m², ter plaatse van de aanduiding 'hoge verwachtingswaarde'; of waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainagevoorzieningen en/of oppervlakteverhardingen;

Weteringsteeg 12 - 16

63

c. d. e. f. g.

bodem verlagen of afgraven (ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; het verlagen van het waterpeil; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het planten of het verwijderen van bomen waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.4.2 Voorwaarden aan omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken waaronder: a. de verplichting om de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; b. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt advies ingewonnen bij de Monumentencommissie.

7.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek en/of archeologische begeleiding is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

64

Weteringsteeg 12 - 16

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Afwijkende maatvoering Indien de bestaande bebouwing afwijkt van de in deze regels gegeven voorschriften ten aanzien van: a. goot- en bouwhoogte; b. oppervlakte; c. inhoud; d. afstanden en situering; e. afdekking van gebouwen, zijn de bestaande maten, hellingen, dan wel afstanden en/of situering eveneens toegestaan. 9.2 Onderkeldering Onderkeldering is uitsluitend toegestaan onder woningen en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 4 m mag bedragen.

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in elk geval verstaan: a. het gebruik van een bijgebouw ten behoeve van (zelfstandige) bewoning, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; b. het in enigerlei vorm buiten de gebouwen opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen van welke soort dan ook, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; c. het gebruik van gebouwen ten behoeve van een binnenbak, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van windturbines/windmolens en zendmasten/antennemasten, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan. 10.2 Uitzondering strijdig gebruik Onder een gebruik, strijdig met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning, of ontheffing is verleend.

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

11.1 Afwijkmogelijkheden Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, afwijken van: a. de in de bestemmingsregels gegeven maten en afmetingen tot niet meer dan 10 % van die maten en afmetingen;

Weteringsteeg 12 - 16

65

b.

c. d.

e.

de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen ten behoeve van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m; de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwen, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van het bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouw niet meer bedraagt dan 60 m³; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; het bepaalde ten aanzien van de bestemmingsregels bij woningen en bedrijfswoningen, en toestaan dat een tijdelijke woonunit wordt geplaatst en gebruikt, met dien verstande dat: 1. het bewoning betreft in het kader van mantelzorg, hetgeen te dient worden aangetoond aan de hand van een CIZ-indicatie; 2. de oppervlakte van de tijdelijke woonunit niet meer mag bedragen dan 80 m²; 3. de bouwhoogte van de tijdelijke woonunit niet meer mag bedragen dan 4 m; 4. de afstand van de tijdelijke woonunit tot aangrenzende percelen dient minimaal 2 m te bedragen; 5.

de maximale afstand van de tijdelijke woonunit tot het hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 15 m; 6. van het vervallen van de noodzaak van mantelzorg dient door of vanwege de gebruiker van het hoofdgebouw waaraan of waarbij de mantelzorg is verleend, aan het bevoegd gezag schriftelijk mededeling te worden gedaan; 7. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen gaat het bevoegd gezag over tot intrekking van de omgevingsvergunning; 8. bij de toepassing van de bevoegdheid tot vergunningverlening dienen de wettelijke bepalingen inzake natuurregelgeving, water en archeologie, in acht te worden genomen.

Artikel 12

Algemene procedureregels

12.1 Procedure nadere eisen Met betrekking tot de voorbereiding van het stellen van nadere eisen ingevolge artikel 3.6 lid onder d Wet ruimtelijke ordening door burgemeester en wethouders, is Afdeling 3.4 (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 12.2 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Bij een verwijzing naar andere wettelijke regelingen is bedoeld de desbetreffende wet zoals die luidt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.

66

Weteringsteeg 12 - 16

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken 13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 10 %. 13.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik 13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Weteringsteeg 12 - 16'.

Weteringsteeg 12 - 16

67

68

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlagen bij de regels

Weteringsteeg 12 - 16

69

70

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlage 1

Lijst bestaande nevenactiviteiten

Weteringsteeg 12 - 16

71

72

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlage 2

Landschappelijk inpassingsplan

Weteringsteeg 12 - 16

73

74

Weteringsteeg 12 - 16

Bijlage 3

Staat van bedrijfsactiviteiten

Weteringsteeg 12 - 16

75

76

Weteringsteeg 12 - 16

Verbeelding

Weteringsteeg 12 - 16

77

78

Weteringsteeg 12 - 16

Weteringsteeg 12 - 16

79

80

Weteringsteeg 12 - 16

LEGENDA Plangebied

Enkelbestemmingen A

Agrarisch

B

Bedrijf

T

Tuin

W

Wonen

Dubbelbestemmingen WR-A

Waarde - Archeologie

Gebiedsaanduidingen overige zone - hoge verwachtingswaarde overige zone - middelhoge verwachtingswaarde

W

reconstructiewetzone - verwevingsgebied

Functieaanduidingen

T

(ik)

(os)

W

(tc)

tuincentrum

(os)

ontsluiting

(ik)

intensieve kwekerij

Bouwvlakken bouwvlak

(tc)

Bouwaanduidingen

A

[sba-ok]

[sba-ok]

specifieke bouwaanduiding - overkapping

Figuren gevellijn

WR-A

B

Overig ondergrond_KAD_14 maart 2017

Bestemmingsplan Weteringsteeg 12-16 Gemeente Rhenen

N

formaat

: NL.IMRO.0340.BPWeteringst16-VA01 : 1:1000 : A3

projectnr. laatst gew.

: 46.90.19 : 14 december 2021

tekenaar

: RvdB/TV

www.buro-sro.nl

: Vestiging Arnhem

idn schaal

sM e re t 2 0

1 086420

4 0

3 0

5 0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10725071/1