CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beantwoording vragen nav presentatie subsidietender

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: 6436 - Methodiek welzijnsdienstverlening1.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen Subsidietender N.a.v. de presentatie over de subsidietender in de commissie samenleving van juni, is er toegezegd om binnen 14 dagen terug te komen op een aantal vragen. Een subsidietender is een complex proces en om recht te doen aan de vragen, beantwoorden we graag iets uitgebreider dan in een commissie gebruikelijk is. Zo kunt u als raad alle antwoorden makkelijk terugvinden – ook de antwoorden die al wel tijdens de commissie zijn gegeven. Sommige vragen zijn gebundeld, om bij de beantwoording herhaling te voorkomen. SGP: Als de tender start in 2027, wanneer start dan het proces? ANTWOORD: De subsidietender, mits de raad in september met deze methodiek instemt, zal ingaan per 1 januari 2027. De uitvraag wordt dan opengezet per januari 2026. VVD: Hoe kunnen we sturen op de kwaliteit bij een tender? ANTWOORD: In tegenstelling tot reguliere subsidies, waarbij vaak het principe (in ieder geval in Rhenen vanuit de ASV) geldt "wie het eerst komt, wie het eerst maalt", biedt een subsidietender de mogelijkheid om daadwerkelijk te sturen op kwaliteit. Dit doen we door vooraf heldere inhoudelijke criteria te formuleren. Aanvragen worden dan niet op volgorde van binnenkomst toegekend, maar inhoudelijk beoordeeld en gewogen. Dat is vergelijkbaar met een aanbesteding.

Dat is belangrijk, zeker in het sociaal domein, waar we met beperkte middelen zoveel mogelijk impact willen maken. We erkennen dat het bij welzijn vaak lastiger is om 'kwaliteit' eenduidig te meten. De effecten zijn niet altijd direct zichtbaar of in cijfers uit te drukken. Toch is dat juist een reden om scherp te definiëren wat we belangrijk vinden in de aanpak van welzijn: onderbouwde methodes, bewezen samenwerking en betrokkenheid van inwoners zelf. Een tender maakt het mogelijk om die aspecten expliciet mee te nemen in de beoordeling. Daarmee borgen we dat beschikbare middelen niet alleen eerlijk worden verdeeld, maar ook terechtkomen bij de best onderbouwde en meest kansrijke initiatieven. Met andere woorden: een subsidietender biedt ons als gemeente een krachtig instrument om de kwaliteit van welzijnsbeleid daadwerkelijk te verhogen. VVD: Beoordeling vindt plaats; maar wie bepaalt criteria bij de subsidietender (bij aanbesteding is dit een PvE) en hoe werkt dat in de praktijk? ANTWOORD: Bij een aanbesteding kennen we het Programma van Eisen (PvE), waarin vooraf precies staat wat gevraagd wordt. Bij een subsidietender werkt dat vergelijkbaar, maar dan met beoordelingscriteria die we als gemeente vooraf opstellen.

Die criteria worden opgesteld door de beleidsafdeling, op basis van beleidsdoelstellingen die eerder zijn vastgesteld, zoals de Visie Sociaal Rhenen, landelijke programma’s zoals de Hervormingsagenda Jeugd en wettelijke verplichtingen. Denk aan ambities op het gebied van welzijn, zoals preventie, participatie of samenwerking met scholen en buurtinitiatieven. Daarbij kunnen we bijvoorbeeld eisen stellen aan de onderbouwing van de aanpak, betrokkenheid van jongeren of het bereik van bepaalde doelgroepen. Dit wordt uitgewerkt in een subsidietenderregeling. Daarin staat precies waar een aanvraag aan moet voldoen, hoe de beoordeling verloopt, en welke punten zwaar wegen. De uiteindelijke beoordeling gebeurt vervolgens door een deskundig team binnen de gemeente.

ChristenUnie: Stichting Hulpmaatje werkt nu al voor de gemeente, moeten zij ook ingeschakeld worden bij deze tender? CDA: M.b.t. Hulpmaatje: hier zit een hele organisatie achter met een grote groep vrijwilligers. Wees hier zorgvuldig in.

1

D66: We willen er op wijzen dat we geen onrust creëren bij alle vrijwilligersorganisaties. ANTWOORD: We kunnen op dit moment nog geen uitspraak doen over de reikwijdte van de opdracht. Alle huidige partners van de gemeente mogen meedoen aan een eventuele subsidietender, mits hun initiatief past binnen de doelstellingen en scope van de regeling. Er is geen sprake van uitsluiting. We moeten namelijk een gelijk speelveld creëren. Dat betekent ook dat je niet bijvoorbeeld een kleinere partij subsidie kunt verlenen, zoals we nu doen (dus zonder mee te doen aan de tender) en tegelijkertijd een subsidietender voor hetzelfde gebied welzijn openen. Dan is er geen gelijk speelveld meer. We communiceren hierover zorgvuldig en duidelijk: de tender is gericht op specifieke activiteiten binnen het sociaal domein. Bovendien kunnen ook bestaande partijen meedoen aan de tender, individueel of als onderdeel van een samenwerkingsverband. We blijven in de communicatie naar het veld benadrukken dat de inzet van vrijwilligersorganisaties gewaardeerd en gezien wordt, en dat er binnen het nieuwe subsidiekader ruimte blijft voor hun betrokkenheid.

CDA: Maakt het verschil welke methode we kiezen voor de ombuigingen? Verschil mogen verwachten in kwaliteit en prijs? ANTWOORD: Voor de ombuigingen maakt het niet uit. VVD: Zijn er, net zoals aanbestedingsgrenzen, ook grenzen bij een subsidietender? ANTWOORD: Subsidietenders vallen onder het subsidierecht, niet onder het aanbestedingsrecht. Dat betekent dat er geen vaste aanbestedingsgrenzen van toepassing zijn, zoals we die kennen uit het aanbestedingsproces voor inkoop van diensten of leveringen. Wél gelden er bepaalde juridische en financiële kaders bij het verlenen van subsidies. Denk aan:

• •

het subsidieregister (transparantie over wie subsidie ontvangt),

het proportionaliteitsbeginsel (de voorwaarden moeten passend zijn bij het bedrag). De gemeente bepaalt zelf binnen welk budget de tender wordt opengesteld.

Progressief Rhenen/GroenLinks: ligt er niet een groot risico bij kleine partijen t.o.v. marktpartijen die ervaring hebben? Progressief Rhenen/GroenLinks: Is er nagedacht over hoe lokale partijen om kunnen gaan met deze concurrentie? PVDA: Raken kleinere partijen, die nu al iets doen, ondergesneeuwd in een tender? Zijn het een soort onderaannemers? ANTWOORD: Kleine partijen kunnen onderaannemers zijn. We begrijpen de zorg: bij een subsidietender dienen meerdere partijen een voorstel in, en dat roept de vraag op of kleinere, lokale organisaties — die vaak al waardevol werk doen — niet ondersneeuwen. Dat hoeft niet, als we de tender goed inrichten. Een subsidietender biedt juist ook kansen voor kleinere partijen om zich te profileren. Ze kunnen: 1. Zelf indienen, eventueel in samenwerking met anderen. 2. Onderdeel zijn van een consortium, waarbij één partij hoofdaanvrager is, maar meerdere lokale partners een inhoudelijke rol spelen. Een consortium is een gelijkwaardige

2

inhoudelijke samenwerking met gedeelde verantwoordelijkheid (maar met één hoofdaanvrager). 3. Zich aansluiten als uitvoerende partners, met een duidelijke plek in het plan én in de financiering. Dit betekent dat ze betrokken zijn op onderdelen met een toegewezen taak en budget, maar minder invloed op het totaal. Het is aan ons als gemeente om in de regeling duidelijk te maken dat we samenwerking belangrijk vinden en dat bestaande lokale kennis en netwerken van meerwaarde zijn. We kunnen bijvoorbeeld als criterium opnemen dat een plan moet aansluiten bij wat er al gebeurt in de wijk of dat er aantoonbaar wordt samengewerkt met kleinere lokale organisaties. Zo stimuleren we partnerschappen waarbij grotere en kleinere partijen elkaar versterken. Dit neemt niet weg dat het risico bij een subsidietender bestaat dat kleinere, lokale partijen moeilijker meekomen ten opzichte van grotere (markt)partijen die veel ervaring hebben met het schrijven van voorstellen en het meedoen aan dit soort procedures. Daarom ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente om de tender zó vorm te geven dat de kansen eerlijk verdeeld blijven. Er zijn verschillende manieren om dat risico te beperken, zoals:

• •

Heldere, begrijpelijke criteria, zonder onnodige bureaucratische drempels;

•

Stimuleren van samenwerking, bijvoorbeeld door partijen te belonen die kleinere organisaties meenemen als partner;

Waarderen van lokale inbedding, bestaande netwerken en samenwerking met vrijwilligers – als expliciete beoordelingscriteria;

We besluiten bij het vaststellen van de regeling en de wegingscriteria in welke mate we deze opties meenemen. Het doel van de tender is niet om kleine partijen buitenspel te zetten, maar om op een transparante en inhoudelijk onderbouwde manier middelen toe te wijzen aan plannen die het beste aansluiten bij de gemeentelijke doelen. Kleine organisaties kunnen daarbij onmisbaar zijn en kunnen – mits de tender goed is ingericht – juist een krachtig onderdeel van de oplossing zijn. We hebben in ieder geval aandacht voor de rol van kleinere partijen in de verdere uitwerking van de regeling.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15947190/1