Bijlage 2 Advies Clientenraad Werk en Inkomen de Vallei
Tekst van het document
Veenendaal – Rhenen – Veenendaal Laan der Techniek 22 3903 AT Veenendaal clientenraad@clientenraad-devallei.nl
Aan het College van burgemeester en wethouders Postbus 1100 3900 BC Veenendaal
Onderwerp: Adviesaanvraag evaluatie uitvoering tegenprestatie Veenendaal, 24 augustus 2020 Geacht college, Hierbij ontvangt u het advies van de regionale Cliëntenraad Werk en Inkomen van de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude inzake uw Adviesaanvraag betreffende het concept ‘evaluatie uitvoering tegenprestatie’ van 15 juli 2020. Algemeen Wat de Cliëntenraad betreft zijn vrijwilligerswerk en mantelzorg heel belangrijk, nuttig, niet verdringend, waardevol voor zowel maatschappij als individu en daarom uitstekende vormen van het leveren van een tegenprestatie. Het door het college van B&W vastgestelde liberale beleid van de tegenprestatie en opvattingen over en uitvoering van de tegenprestatie beoordelen wij dan ook als heel positief. Daarnaast past dit goed bij het voorgenomen IBK Sociaal Domein; de diverse mogelijkheden van invulling, het oog hebben voor de (on)mogelijkheden van cliënten en het (daaruit volgende) maatwerk kunnen ervoor zorgen dat mensen zich gewaardeerd voelen, gemotiveerd blijven en zo optimaal mogelijk kunnen meedraaien. De Cliëntenraad Werk en Inkomen heeft de afgelopen periode geen signalen uit de achterban ontvangen over problemen met de (uitvoering van de) tegenprestatie of commentaar op de overige aspecten van de tegenprestatie. Wij herkennen de inhoud van de evaluatie.
Het door het college van B&W vastgestelde beleid heeft blijkbaar een goede samenwerking tussen uitkeringsgerechtigden en de gemeente tot gevolg en dat is voor alle partijen gunstig en een compliment waard.
De Cliëntenraad kan dus eigenlijk volstaan met het advies om op de ingeslagen weg door te gaan en niets te veranderen, ‘never change a winning formula’, maar zij proeft wel uit het concept de behoefte tot verbetering van de resultaten, uit termen als ’aanscherpen’ en ook de conclusies, zie ook verder in dit advies. Bij het opstellen van dit advies is de Cliëntenraad uitgegaan van de conclusie zoals onderaan het concept omschreven.
De conclusie Sluitstuk van de aangeboden evaluatie - de conclusie - is de volgende: ‘Bij het opstellen van een nieuwe (integrale) verordening worden de regels rondom tegenprestatie en de wijze waarop wij invulling geven aan de tegenprestatie nader onderzocht en mogelijk herijkt op de volgende onderwerpen: 1) het verlenen van vrijstellingen tegenprestatie voor parttime werken en het volgen van een reïntegratietraject. Vinden wij deze activiteiten voldoende als invulling van de tegenprestatie en wat zijn de consequenties bij de keuzes die vervolgens worden gemaakt; 2) handhaving en controle. Welke regels willen wij toepassen op de handhaving en controle op de tegenprestatie. En wat zijn de consequenties van de keuzes die wij maken; 3) de jaarlijkse evaluatie zoals deze nu als verplichting in de vordering is opgenomen’
Ad 1) Vrijstellingen Uit de cijfers van de conceptevaluatie blijkt dat in totaal 56,01% van de cliënten invulling geeft aan de tegenprestatie. Uit verdere tekst en de conclusies valt te lezen dat het college graag ziet dat dit percentage hoger zou liggen, door de voorgestelde aanscherping van het verlenen van vrijstellingen en de wijze van invulling, met name bij de mensen die parttime werken en/of een reïntegratietraject volgen. Deze groep is relatief groot, (27,25% volgt een reïntegratietraject en 6,19% heeft parttime werk) en is al actief, het ligt voor de hand om hier te kijken of er alsnog een tegenprestatie gevraagd kan worden. Belangrijk is echter wel om hierbij maatwerk te leveren; het alsnog opleggen van de tegenprestatie mag wat de Cliëntenraad betreft niet leiden tot minder kwaliteit van parttime werk (met het risico van verlies van dit werk wegens de huidige, verslechterde arbeidsmarktomstandigheden) of tot een verminderd resultaat van het reïntegratietraject door daar niet meer volop op te kunnen focussen. In dat geval gooit men het kind met het badwater weg.
De groep van 35,74 % met een ontheffing op grond van dringende redenen, de groep van 4,98% met een ontheffing op grond van art. 4 WIA en de groep van 3,27% alleenstaande ouders met kinderen is wellicht interessanter. Hoewel de twee laatste groepen niet wettelijk kunnen worden verplicht tot het leveren van de tegenprestatie, kan deze groep wel positief worden gestimuleerd omdat het ook voor hen een voordeel oplevert (meer gewaardeerd door de maatschappij, meer deel uitmakend van de maatschappij, meer eigenwaarde en meer sociale contacten). Overigens is voor al deze groepen van belang dat geen drang of dwang optreedt: ontheffingen zijn en worden niet zonder redenen verleend, klantmanagers zijn geen artsen of psychologen en er moet absoluut worden voorkomen dat deze kwetsbare groep met meer stress of onzekerheid - en de negatieve gevolgen daarvan - te maken krijgt. Overigens is het niet helder hoeveel mensen uit deze groepen, ondanks het feit dat zij geen tegenprestatie hoeven leveren, toch al een vorm van tegenprestatie doen. Dit moet te achterhalen zijn door navraag bij de jaarlijkse herbeoordeling en kan heel andere cijfers opleveren dan de in de evaluatie genoemde. Advies 1: Streven naar verbetering is altijd goed; voorkomen moet worden dat door het verminderen van vrijstellingen de positieve resultaten van parttime werk en het volgen van reïntegratie teniet worden gedaan.
Maatwerk is hier essentieel, net als regelmatige (niet jaarlijks, maar vaker!) evaluatie om te voorkomen dat er toch negatieve effecten optreden.
Ad 2) Handhaving en controle Handhaving op de wijze tot nu toe heeft nog niet geleid tot het daadwerkelijk opleggen van sancties. Verandering van de toegepaste regels op controle kan leiden tot veranderingen hierin. De jaarlijkse controle middels contacten en een (aangepast) plan van aanpak lijkt een uitstekend middel om te leiden tot een optimaal resultaat aangaande de tegenprestatie. (Vaker contact, waar mogelijk hulp en ondersteuning bieden en de vinger aan de pols zijn uiteraard beter en kunnen eventuele problemen eerder constateren, ondervangen/oplossen). Ook het dynamische karakter van het plan van aanpak werkt hier positief. Aandachtspunt is uiteraard de tijdigheid; overigens hoeft het feit dat een controle niet binnen de termijn heeft plaatsgevonden, niet in te houden dat er sprake is van een probleem aangaande de tegenprestatie. Om advies te kunnen geven over de regels die op handhaving en controle op de tegenprestatie gelden, moet men wel weten wat deze regels precies zijn en welke er (blijkbaar?) nog niet worden ingezet. Tot dit helder is, kan de Cliëntenraad geen advies geven over dit onderwerp en over eventuele consequenties van andere keuzes op dit vlak.
Advies 2: Minimaal eens per jaar contact/controle zal in de meeste gevallen voldoen, maar waar mogelijk en noodzakelijk – is vaker contact beter. Over de regels die op handhaving en controle gelden, kan de Cliëntenraad het college niet adviseren, wegens ontbreken van informatie over de regels die er zijn op handhaving en controle, welke ervan al worden gehanteerd en welke niet.
Ad 3) Jaarlijkse evaluatie Jaarlijks evalueren zal in veel gevallen voldoende zijn om te bepalen of en in hoeverre er aan de tegenprestatie wordt voldaan. Bijvoorbeeld bij de alleenstaande ouders en de WIA. Toch zijn er gevallen die vaker evaluatie behoeven. Bijvoorbeeld door wijzigingen in de situatie van cliënten, zoals bij de vrijwilligers, parttime werkenden, de mensen in een reïntegratietraject en de groep mensen die is vrijgesteld vanwege dringende redenen. Daar cliënten verplicht zijn veranderingen in hun situatie door te geven, kan bij een wijziging direct worden bezien of dit invloed heeft op de tegenprestatie. Wanneer de uitvoering van de tegenprestatie als onderdeel van het reguliere verantwoordingsproces wordt opgenomen, kan de gemeente eerder anticiperen op veranderingen in de tegenprestatieverplichtingen van individuele cliënten, wat tijdswinst oplevert en voorkomt dat langdurende inactiviteit – met alle negatieve gevolgen van dien – optreedt. Advies 3: Waar sprake is van een te verwachten (langdurige) gelijkblijvende situatie is jaarlijkse evaluatie voldoende. Voor het overige adviseert de Cliëntenraad de uitvoering van de tegenprestatie ook als onderdeel van het reguliere verantwoordingsproces op te nemen.
Als eerder opgemerkt, wordt uit de evaluatie niet duidelijk, welk percentage van groepen cliënten met ontheffingen, al wel een tegenprestatie leveren. Dit zou uitgevraagd kunnen worden en in de periodieke evaluatie meegenomen kunnen worden. Dat maakt ons inziens duidelijker wat het effect kan zijn van aanpassing van beleid. Advies 4: Waar sprake is van ontheffing, adviseren wij om toch te vragen of cliënten op dat moment een tegenprestatie leveren. Deze informatie kan meer concrete cijfers opleveren en zo van belang zijn voor beleidsbepaling.
Wij danken u voor uw adviesverzoek in deze en vertrouwen u met onze advisering van dienst te zijn geweest. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend, Namens Cliëntenraad de Vallei van Veenendaal - Rhenen – Renswoude
Mevr. Mr. J (Jolande) van Zandbergen Voorzitter