Bijlage 2 Aangepast plan van aanpak Programma Landelijk Gebied
Tekst van het document
Programma Landelijk Gebied Gemeente Rhenen
Plan van aanpak
PROGRAMMADOELEN Met het ontwikkelen van dit programma voor het Landelijk Gebied van Rhenen zetten we het thema landelijk gebied in de gemeente stevig neer en zetten we de stap naar uitvoering. We kiezen voor een waardevol landelijk gebied, met perspectief voor de landbouw en natuur- en landschapsherstel. Een programma is een instrument bij uitstek om aan deze complexe opgaven in het landelijk gebied richting en sturing te geven. Het programma: • Zet de opgaven voor de landbouwtransitie en natuurherstel en de maatschappelijke impact in samenhang neer, en helpt zo bij prioriteren en het maken van lastige keuzes; • Zet een tijdspad met tussendoelen uit. Bijvoorbeeld: huidige raadsperiode, periode tot 2030 en langere termijn tot 2040/2050; • Biedt handvatten en handelingsperspectief om daarop effectief en doelmatig aan de slag te gaan met instrumenten en activiteiten; • Zoekt de bestuurlijke borging van ambities en uitvoering; • Geeft inzicht in de benodigde (financiële) middelen bij gemeente; • Creëert maatschappelijk draagvlak en bewustwording bij inwoners en ondernemers.
In vijf stappen naar zichtbaar resultaat Om gezamenlijk te realiseren dat er gedragen keuzes worden gemaakt gaan te werk in 5 stappen. Op de volgende pagina is de planning in éen oogopslag weergegeven, daarna lichten wij onze programma aanpak en de stappen toe. 1. Inventarisatie en analyse 2. Kaders en ambities 3. Participatie gebied 4. Keuzes maken 5. Afronding
*De afronding in juni 2025 is een richtlijn. We passen deze planning in overleg aan wanneer turbulente ontwikkelingen in de buitenwereld daarom vragen.
KRACHTENVELD IN HET LANDELIJK GEBIED Het opstellen van het programma is een noodzakelijke en moedige stap om te werken aan een vitaal landelijk gebied op lokaal niveau. Op verschillende schaalniveaus en overheidslagen is van alles in beweging. Dat zal nog een hele tijd zo zijn. Werken aan transities kost tijd en het zal nog decennia duren voor de diverse gestelde doelen bereikt zijn. Tegelijkertijd willen we nu stappen zetten. Het programma is daarin een eerste stap. Het behalen van de programmadoelen zal ten dele afhankelijk zijn van wat er buiten Rhenen gebeurt. Het is afhankelijk van wat ontwikkeld wordt aan wetgeving, beleid en financiering vanuit de Regio, de Provincie, het Rijk en de EU. Maar ook van het gedrag van consumenten (bijv. in de vraag naar lokaal, duurzaam geproduceerd voedsel), en de mogelijkheden van consumenten om daarvoor te betalen. Tegelijkertijd willen we het succes van het programma niet daarvan laten afhangen. Het programma focust op wat de gemeente Rhenen zelf kan doen; welk handelingsperspectief er wél is, ondank die complexe buitenwereld, welke samenwerkingen aan maatregelen er lokaal mogelijk zijn. Het proces van totstandkoming van het programma helpt bij het herstellen van vertrouwen tussen boer, burger en (lokale)overheid. Dat begint met de gemeentelijke organisatie zelf in positie te brengen.
Door het regelmatig en doelgericht betrekken van bestuur, raad en ambtenaren zetten we iedereen in zijn of haar rol op strategisch, tactisch en praktisch vlak. Vanuit die solide basis, kan de gemeente de partners in het landelijk gebied als vertrouwde en betrouwbare partij tegemoet treden.
UITWERKING VISIE OP RHENEN De gemeente Rhenen werkt parallel aan meerdere ruimtelijke ontwikkelingsprojecten, waaronder het Programma Landelijk Gebied, de Randzonevisie Rhenen, en de Gebiedsontwikkeling Binnenveld/Nieuwe Meent. Deze projecten zijn een uitwerking van de Visie op Rhenen 2035 en hebben als gemeenschappelijk doel het vormgeven van een duurzame en toekomstbestendige ruimtelijke ordening. Hoewel elk project een eigen focus en schaal heeft, is er een duidelijke inhoudelijke en geografische overlap. Het grondgebied van Rhenen onderscheidt zich in de kernen, de zones tussen de kernen en het landelijk gebied en het landelijk gebied zelf. • Het Programma Landelijk Gebied biedt een brede, integrale benadering voor het behoud en de ontwikkeling van de landbouw, natuur, en leefomgeving in het hele buitengebied. • De randzonevisie richt zich op de deelgebieden tussen de kernen en het landelijk gebied. Het heeft als doelstelling richting geven aan de keuze waar welk deelgebied het meest voor geschikt is en het vormen van een kader voor die ontwikkelingen. • De Gebiedsontwikkeling Binnenveld/Nieuwe Meent onderzoekt de mogelijkheid voor een nieuwe woonkern, passend binnen de bredere ruimtelijke strategie van de gemeente. De projecten zijn aanvullend aan elkaar doordat ze op verschillende niveaus bijdragen aan het realiseren van de lange termijn doelen van Rhenen.
Zo zorgt het Programma Landelijk Gebied voor een strategisch kader dat randvoorwaarden schept voor landbouw, natuur en economische ontwikkeling, terwijl de Randzonevisie op lokaal niveau sturing geeft aan specifieke ontwikkelingen zoals woningbouw en recreatie in de randzones. De samenwerking tussen de projecten wordt gewaarborgd door gedeelde analyses, regelmatige afstemming en een gezamenlijke stuurgroep, waardoor de projecten elkaar kunnen versterken en er consistentie ontstaat in de ruimtelijke keuzes van de gemeente.
Kaders visie op Rhenen De visie op Rhenen heeft diverse kaders vastgesteld. De voor dit programma relevante uitspraken in de visie die we aanvullen en verder uitwerken zijn: • Verduurzamen van de landbouw. Startende boeren en bestaande bedrijven krijgen hiertoe de kans. Boeren werken hier samen aan en ontwikkelen verschillende manieren om een duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering te ontwikkelen. Dit betekent ook de mogelijkheid tot verbreden van de bedrijfsvoering, zoals recreatie en toerisme. •
De Natura 2000-gebieden worden niet aangetast en in het Natuurnetwerk Nederland vinden in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats;
•
Het Binnenveld is vooral voor agrarische doeleinden en natuur; de randen van de kernen worden gebruikt voor woningbouw en energieopwekking;
•
Ontwikkelen van zonne-energie gebeurt op daken van grote schuren.
•
Het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied kunnen beperkt worden gebruikt;
•
Het Militair Erfgoed Grebbelinie wordt beschermd.
•
Culturele trekpleisters en landelijk gebied met natuurwaarden worden nog meer ontsloten door wandel- en fietspaden, die ook begaanbaar zijn voor minder validen.
•
Er komt een onderzoek naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een nieuwe woonkern met zelfstandige basisvoorzieningen. Ook komt er een beperkt aantal woningen langs de kernen Rhenen, Elst en Achterberg.
•
5
De gemeente wordt meer biodivers met natuur die bestand is tegen weersextremen (klimaatveranderingen).
DOEL EN OPZET PROGRAMMA Met het programma Landelijk Gebied kiest Gemeente Rhenen voor een waardevol landelijk gebied. Met perspectief voor de landbouw en herstel van het landschap en natuurlijk systeem. Het programma bestaat uit een visie en uitvoeringsprogramma. De visie geeft richting aan de ontwikkeling van ons landelijk gebied. Het uitvoeringprogramma legt de basis voor verdere beleidsvorming en acties, met betrokkenheid van belanghebbenden. Het programma bevat de volgende 3 pijlers die nauw met elkaar verweven zijn: 1) Toekomstbestendige economie: De landbouwtransitie naar een toekomstbestendige agrarische sector, waarin ondernemers hun brood kunnen verdienen met productie van voedsel (en nieuwe teelten), waarin ontwikkelingsmogelijkheden zijn voor de unieke ondernemer, waarin ruimte is voor verbreding, waar zorg wordt gedragen voor de omgeving en het landschap, waar een sociale samenhang is in een economisch vitaal gebied. Doel 1, 5 en 6. 2) Vitale en robuuste leefomgeving: Robuuste basiskwaliteit van de natuur, waar ruimte is voor een diverse flora en fauna, natuur die bestendig tegen extremer weer, een aantrekkelijk landschap vormt en onderdeel is van een gezond lucht, water en bodemsysteem. Doel 2,3 en 4. 3) Realisatiekracht: Het (gemeentelijk) instrumentarium om bovenstaande doelen te gaan realiseren, binnen het bestaande krachtenveld.
Welk instrumentarium is al beschikbaar, wat komt er beschikbaar vanuit Den Haag en wat moeten we daar bij ontwikkelen? Welke maatregelen gaan we op kortere en langere termijn nemen? Wat vraagt dit aan capaciteit en middelen bij de gemeente? En tot slot: met wie werken we samen en vanuit welke rol? Ook moet de pijler “realisatiekracht” op korte termijn perspectief bieden voor bedrijven waarvan de functie verandert als gevolg van de landbouwtransitie. In onderstaande figuur laten we de samenhang van deze doelen in het programma zien:
Figuur 1: concept opzet voor het programma
6
KADERS PROGRAMMA LANDELIJK GEBIED Om het programma te laten slagen zijn er een aantal proceskaders opgesteld waar we op bouwen: Proces • De gemeente bepaalt voorafgaand aan participatie de kaders waarbinnen gebiedspartijen het programma helpen vormgeven. •
Met het programma landelijk gebied nemen we regie op de ontwikkeling van een toekomstbestendig landelijk gebied. Toekomstbestendig betekent klimaatadaptief, biodivers, inclusief en economisch aantrekkelijk.
•
Het programma landelijk gebied sluit waar mogelijk aan op de keuzes die worden gemaakt in het RPLG en het UPLG (of zijn opvolger).
•
We maken het programma landelijk gebied als gemeente zelf. Het is ons bod. We delen de uitkomsten met de buurgemeenten als het vastgesteld is.
Gebiedsparticipatie • Het programma draagt bij aan de verbinding boer-burger. Bijvoorbeeld door het faciliteren van meer recreatie bij de boer of het stimuleren van korte ketens. •
Alle relevante gebiedspartijen (agrarisch, natuur, water/bodem) krijgen de mogelijkheid om via participatie het programma landelijk gebied inhoudelijk te verrijken en realistisch te maken. De uiteindelijk keuzes worden door gemeenteraad gemaakt.
Geld/capaciteit • Voor de uitvoering van het programma bepalen we samen de ambitie en daarmee de bijbehorende aanvullende (financiële) middelen.
7
PARTICIPATIE AANPAK Participatie ambtelijk De ambtelijke participatie bestaat uit de volgende groepen: - De interne projectgroep. Deze staat onder leiding van de Beleidsadviseur Landelijk Gebied (Loes van Enckevort). De groep bestaat uit: Strateeg fysiek domein (Jelte Bloemzaad), Beleidsadviseur Landelijk Gebied (Loes van Enckevort), Ecoloog (nog in te vullen – niet in dienst), Beleidsadviseur ruimtelijke ordening (Shirley/inhuur vanaf augustus), Medewerker participatie (Jantien de Jong) en Communicatieadviseur (Bianca Duits). - Een bredere ambtelijke klankbordgroep die in de 2e lijn betrokken zijn. Deze klankbordgroep wordt op een aantal momenten in het traject benaderd voor een inhoudelijke werksessie of het tegenlezen op de inhoud van het programma. Deze klankbordgroep zorgt ervoor dat we de inhoud van het programma zo goed mogelijk afgestemd hebben op de andere ontwikkelingen in Rhenen.
De groep bestaat uit: Etiënne Hack (rentmeester), Erik Rongen (beleidsmedewerker Foodvalley), Beleidsadviseur Economie (vacant – Lea van Son), Beleidsadviseur Verkeer (Sonam Plomp), Beleidsadviseur Duurzaamheid (Inez Kerkhof), Beleidsadviseur Recreatie en Toerisme (Lorea Bron), Beleidsadviseur grondzaken (vacant), Spelverdeler (Elisa Derksen), Landschap / ervenconsulent (extern) en Medewerker groen (Elsbeth van der Schelde) - Ambtelijke en bestuurlijke stuurgroep ruimtelijke trajecten: In de komende periode zijn er drie grote ruimtelijke trajecten binnen de gemeente Rhenen in uitvoering: het Programma Landelijk Gebied, de Randzonevisie en de Gebiedsontwikkeling Binnenveld/Nieuwe Meent. Deze stuurgroep zorgt ervoor dat de drie trajecten elkaar blijven opzoeken, informeren en ondersteunen (samenstelling: Bestuurlijk - Bert, Gert, Nicolette, Ambtelijk - Jelte, Shirley, Loes). Daarnaast wordt wethouder Bert Fintelman gedurende het inhoudelijke proces frequent betrokken voor koersbepaling, prioritering en doelstellingen. Hoe concreter we worden, hoe belangrijker het is om uitkomsten én afwegingen te delen. De heer Fintelman zal zich gesterkt moeten voelen om achter het verhaal voor het Landelijk Gebied te staan. We willen hier goed in investeren. Participatie van raad en college Gedurende de doorlooptijd van het project wordt de raad actief betrokken.
We informeren en consulteren de raad over de inhoud van het programma. We maken inzichtelijk wat wel en niet bekend is, welke keuzes in welk gebied nodig zijn en waarom. Zodat raad en college kunnen beslissen over de uiteindelijke programmalijnen en maatregelen. Participatie van gebiedspartijen De gebiedsparticipatie wordt opgezet in nauwe samenwerking met de participatie voor de randzonevisie. Voor de uitvoerbaarheid van het programma is samenwerking en afstemming met professionele stakeholders (denk aan medeoverheden, (lokale) vertegenwoordiging van sectoren, coöperaties, etc.) essentieel. De coöperatie Binnenveld is een van de belangrijke stakeholders in dit Programma Landelijk Gebied. We willen hen actief betrekken bij de totstandkoming van het programma en laten zien op welke manier hun input het programma kan versterken. In de teamsamenstelling is hier extra rekening mee gehouden doordat we specifieke agrarische expertise en één vast aanspreekpunt hebben voor de agrariërs. We betrekken het gebied door middel van individuele gesprekken en werksessies. We gebruiken de “assenkruis-methodiek” om de gewenste ontwikkelrichtingen te verkennen en vast te stellen. Aan de start van het project worden samen met de ambtelijke begeleidingsgroep alle gebiedspartijen met concrete namen ingevuld.
Samenwerking met Provincie Utrecht Om de aanpak van vrijkomende en vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB) te stimuleren werken de gemeente Rhenen en de provincie Utrecht samen. Een gemeentelijke VAB-visie wordt daarom ondersteund door de provincie als deel van het Programma Landelijk Gebied. Ook kan de provincie waar nodig gevraagd worden om data.
8
DE AANPAK IN 5 STAPPEN We voorzien de volgende stappen om in goede samenwerking toe te werken naar het eindresultaat. Het projectteam draagt zorg voor de tijdige realisatie van deze stappen. Stap 1: Instrumenten klaarzetten: inventarisatie en analyse (juli-september) Activiteiten in deze stap: kick-off, inventarisatie betrokkenen, beleidsanalyses en aanvullende onderzoeken, bestuurlijke afstemming en raadsinformatieavond. • Startgesprek met opdrachtgever: We stemmen het proces af; plannen vast in wanneer we de raad betrekken. We maken concrete afspraken over de kaders, doelen en inhoud van het programma. We komen tot een gedeeld beeld van de mate van concreetheid. We ontwikkelen daarvoor alvast een dummy-document. We stemmen af in hoeverre we inzet verwachten van een vormgever of een communicatiebureau. • Startgesprek met Bert Fintelman over zijn verwachtingen. Wat heeft hij nodig? We blijven gedurende het hele proces nauw in contact met de bestuurder. Gezien het krachtenveld is bestuurlijk draagvlak essentieel. • Betrekken van provincie Utrecht. We maken werkafspraken over hoe de VAB visie onderdeel wordt van het programma. We bespreken met de gebiedscoördinator van de gebiedsgerichte aanpak wat nodig is voor een de feitelijke kennisbasis, hoe we elkaars kennis kunnen benutten. • Aanscherping projectplan, vanuit de basis van deze offerte.
Dit kan leiden tot detailuitwerkingen in de procesaanpak, uit te nodigen deelnemers voor werksessies en aanvullende onderzoeken. • Bepalen met de gemeente welke deelgebieden uit de visie op Rhenen in welke mate uitgewerkt worden. Sommige gebieden krijgen meer de focus, maar het programma start integraal vanuit het hele gebied. • Stakeholders met organisaties, bedrijven en netwerken in beeld (met namen). We weten hoe men tot nu toe bijgedragen heeft en wat hun houding en wensen zijn. We zorgen dat ook het stille middenveld in beeld is. Wanneer nodig vullen we dit aan. • Bureaustudie beleidsdocumenten, afspraken en doelen die aanwezig zijn bij de gemeente, regio, provincie en Rijk. We leggen de relatie met gemeentelijke programma’s en maken inzichtelijk waar nog witte vlekken zijn. We bouwen het assenkruis-instrument op om variabelen per gebied inzichtelijk te maken. We maken een planning van verschillende overheidslagen inzichtelijk (bijvoorbeeld UPLG en vervolg NPLG). Dit helpt bij het begrijpen van de slagkracht van Rhenen in deze bredere context. • Onderzoeken naar feiten en data. We zetten alle bekende feiten en data op een rij voor de verschillende deelgebieden. Denk aan geregistreerde bedrijven (incl. type, landgebruik, aantal dieren), aantal inwoners, waterkwaliteit, natuurdoelen en -status etc.
We analyseren wat de impact is van de doelen op natuur en de agrarische sector, specifiek voor alle deelgebieden. We visualiseren dit. In overleg met de opdrachtgever besluiten we of/welk aanvullend onderzoek nodig is. • We hebben een bijpraatmoment met Bert Fintelman om de resultaten van deze fase te bespreken. En kijken vooruit naar de participatie met de raad. • Informerende bijeenkomst met het college mid-september als basis voor het participatieproces (beeldvormend): We delen resultaten uit de bureaustudie, feitenbasis uit data-analyses. om inzicht te geven over voorliggend proces en programma. We halen reacties op en geven aan hoe dit proces zich verhoudt tot de verstedelijking en de RES. We bespreken de vervolgstappen om te komen tot een goede werksessie met de raad. En besluiten of er eventueel gebruik gemaakt wordt van de (besluitvormende) raadsvergadering van 10 december. Resultaat stap 1: Gedragen projectplan, stakeholders in beeld en feitenbasis op orde. Gebiedspecifieke gewenste ontwikkelingen in beeld a.d.h.v. “assenkruis”.
9
Stap 2: De toon zetten met de raad: Kaders en ambities (eind september- januari) Activiteiten in deze stap: individuele gesprekken intern en extern, werksessies met de raad, go/no-go. • Voorbereidende ambtelijke sessie: Analyse delen en aanvullen. Inzichtelijk maken wat consequenties zijn tussen kiezen/niet kiezen. Gezamenlijk komen tot een werkvorm voor de raad. • Gerichte individuele gesprekken met Provincie Utrecht en Waterschap en eventueel andere gebiedspartijen om keuzes zo helder mogelijk voor te kunnen leggen. • Afstemming college half oktober: ter voorbereiding op de raadsavond leveren we input en stemmen we de aanpak verder af. • Verkennend gesprek met de coöperatie Binnenveld: Afstemming over welke mate van participatie en in welke fase. • Werkbijeenkomst met de raad 19 november: De raad informeren over de uitdagingen in het landelijke gebied en het voeren van het goede gesprek. Hierbij zal, aan de hand van stellingen, input worden geleverd voor het vaststellen van de inhoudelijke uitgangspunten en kaders. • Kadernota opstellen op basis van de werkbijeenkomst. • Commissievergadering gemeenteraad 22 januari • Raadsvergadering 28 januari (besluitvormend): Uitgangspunten en kaders vaststellen. • Go-NoGo moment: Er is draagvlak en kaders vanuit de raad nodig om participatie met het gebied zinvol te laten starten.
Bij een NoGo maken we inzichtelijk wat er nodig is om een eventuele doorstart te maken en welke aanvullende stappen nodig zijn.
Resultaat stap 2: Kaders vanuit raad opgehaald, alles in de startblokken voor gebiedsparticipatie.
Stap 3: De toon zetten met het gebied: Participatie gebied (eind jan - maart) Activiteiten landelijk gebied Activiteiten in deze stap: gebiedssessies, aanvullende gesprekken, opPer deelgebied kan worden bepaald of activiteiten wenselijk, onder voorbehoud zet programmapijlers. mogelijk of niet wenselijk zijn. • Aankondiging vanuit de gemeente voor start van participatietraject bij stakeholders en doel van het programma. We bereiden dit • Agrarisch (gerelateerde) bedrijvigheid samen voor, het is belangrijk voor het gebied dat het gemeente • Bos, natuur, weidevogelgebieden • Horeca hiervoor de eerste communicatie doet. Deze activiteit kunnen we • Dagrecreatie en educatie voorbereiden in januari. • Verblijfsrecreatie • Werksessies met gebiedspartijen op de twee programmapijlers • Kantoor en vergaderen (Toekomstbestendige Economie en Vitale en robuuste leefomge• Zorg ving). Gemeente, waterschap en Provincie doen mee. Door middel • Kinderdagverblijf • Energie opwek van joint-fact-finding vullen we de gezamenlijke feitenbasis aan. • Niet-agrarische bedrijvigheid Wij doen daarvoor het startschot met de feiten en data en kaarten • Woonerven uit stap 1. Wat kan hierin aangevuld worden, waar is geloof in en wat levert kritische reacties op en waarom? Gebiedspartijen verrijken het assenkruis voor de programmapijlers.
We kijken per deelgebied naar gewenste gebiedsactiviteiten (zie inzet) en leggen hierbij de link met de randzonevisie. • Individuele gesprekken met agrariërs en natuurorganisaties om de inzichten verder ter verrijken en open gesprekken te voeren over wat nodig is voor uitvoering van de programmapijlers. Wat zijn dilemma’s en hoe kan de gemeenten hierin positie bepalen richting gebied en/of richting Provincie en/of Rijk. Resultaat stap 3: Ontwikkelrichtingen en concept programmapijlers besproken en onderzocht met het gebied.
10
Stap 4: De muziek gaat klinken: programma keuzes maken (april - mei) Activiteiten in deze stap: programmadoelen en maatregelen formuleren, kwantitatief en kwalitatief onderbouwde inschatting capaciteiten en budgetten. • Programma uitwerking: We formuleren voor iedere programmapijlers ambities op kortere en langere termijn. Korte termijn maatregelen worden extra doorgesproken en uitgewerkt. Zie tabel 1 voor een voorbeeld hiervan. • Een Ambtelijke werksessie vindt plaats waarin deze concept-programmapijlers en ambities worden voorgelegd en aangescherpt. • We consulteren wethouder Bert Fintelman en andere relevante wethouders op de opgestelde doelen en maatregelen. In dit gesprek bespreken we ook hoe de werksessie met de raad ingestoken wordt. • We werken per programmapijlers een maatregeltabel uit, die aangeeft welke activiteiten in de praktijk nodig zijn om binnen gestelde termijnen het doel te realiseren. We doen dit aan de hand van de gekozen deelgebieden.
•
We maken een programmabegroting / financiële doorrekening van de maatregelen en uitvoering van het programma. Daartoe maken we: o Een inschatting van kosten van de benoemde maatregelen. o Een inschatting van (de kosten van) de benodigde capaciteiten / inzet die nodig is bij de gemeente om het programma uit te kunnen voeren. Hiervoor gebruiken we een ramingmodel voor de energietransitie (ontwikkeld door bureau Berenschot en AEF voor de energietransitie en aangepast voor het landelijk gebied door Bureau Buitenklank). De gemeente Rhenen levert een overzicht van de huidige capaciteit/bezetting aan. o Een inschatting van de inkomsten. We geven aan welke financiering we nog verwachten vanuit het Rijk en de provincie. De gemeente Rhenen levert een overzicht van de toegezegde gemeentelijke budgetten aan. In een werksessie met de gemeente (bestuurlijke stuurgroep), bespreken we deze cijfers en scherpen we ze aan. We maken inzichtelijk wat realistisch is om komende jaren door de gemeente in te zetten voor de uitvoering van dit programma Landelijk Gebied. Werkbijeenkomst met de raad (oordeelsvormend). We leggen het conceptprogramma met keuzes en onderbouwing aan de raad voor en vragen om scherpe prioriteiten voor de korte en middellange termijn.
•
Resultaat stap 4: uitgewerkte ambities op korte en lange termijn, concept maatregelen en doorrekening van het programma in capaciteit en middelen. Afgestemd met wethouder(s) en beleidsmedewerkers, Raad heeft keuzes meegegeven.
Stap 5: Het slotakkoord – opstellen en afronden programma (juni – onder voorbehoud) Activiteiten in deze stap: raadsbijeenkomst, feedbackronde en presentatie. • Met alle input van stappen 1 tot en met 4 wordt hiermee het programma afgerond. • Hierna volgt een feedbackronde op de conceptversie met de betrokkenen bij de gemeente (ambtenaren en wethouder) en belangrijkste gebiedspartijen. • Het traject wordt afgesloten met een presentatie van het definitieve werkprogramma aan de bestuurlijke stuurgroep. Wij gaan ervan uit dat de gemeente het besluitvormingstraject organiseert waarbij wij aanwezig kunnen zijn voor het geven van een presentatie en beantwoorden van vragen. • De gemeente communiceert na besluitvorming de resultaten en het vervolgproces naar het gebied. • Optioneel kunnen we een vormgever betrekken om het document op te maken, eventueel in de huisstijl van de gemeente.
OPZET PROGRAMMA De opzet van het programma is uitgewerkt in een apart dummy-document. In dit werkdocument, wordt de verwachte inhoud van het programma verder uitgewerkt. Vanwege alle lopende ontwikkelingen (landelijk en in de gemeente) is de inhoud komende maanden constant in ontwikkeling. Door regelmatig met elkaar naar de
11
opbouw van dit document te kijken, zorgen we ervoor dat we naar een gedeeld eindresultaat toewerken. Zo zorgen we ervoor dat we het abstractieniveau van (landelijke) beleidsdoelen vertalen naar lokale keuzes die in de praktijk kunnen worden toegepast.
HET RESULTAAT Na het doorlopen van dit traject is er in Q2 2025 een programma Landelijk gebied Rhenen klaar voor besluitvorming. Dit programma: • Is gezamenlijk met het raad en in afstemming met het gebied tot stand gekomen. Gebaseerd op gezamenlijke feiten en gebiedskennis. • Biedt perspectief op korte én lange termijn. Het komt daarmee tegemoet aan de urgentie die nu gevoeld wordt. • Is realistisch en uitvoerbaar. De beschikbare middelen en capaciteiten zijn daarin meegenomen en randvoorwaardelijk. Hierin zijn scherpe prioriteiten gekozen.
12