bijlage 1b Leeswijzer voor de Nota bodembeheer werkgebied ODRU
Tekst van het document
Bijlage 1b: Leeswijzer voor de Nota bodembeheer werkgebied ODRU (def. versie 23-5-2022) Hieronder wordt per hoofdstuk samengevat wat er in deze nota beschreven is.
DEEL 1: (bevat de lokale regels voor het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en bagger) Hoofdstuk 1: In hoofdstuk 1 van de nota wordt de aanleiding beschreven waarom de 15 gemeenten gezamenlijk hebben besloten om lokale regels op te stellen voor het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en bagger. Hoofdstuk 2: In hoofdstuk 2 wordt beschreven welk doel de gemeenten willen bereiken met het opstellen van de lokale regels en welke reikwijdte het beleid heeft. Hoofdstuk 3: In hoofdstuk 3 wordt eerst beschreven wat de landelijk geldende regels zijn om grond te kunnen toepassen en welke knelpunten dit op kan leveren in de praktijk. Daarna wordt de voorwaarden beschreven waaraan de nieuwe regels die we hebben opgesteld moeten voldoen om deze knelpunten op te lossen. Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 4 beschrijft welke kaarten we opgesteld hebben om te gebruiken voor het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en bagger. Je moet immers weten: a. Welke kwaliteit grond kun je verwachten als je ergens gaat graven (dit noemen we de ontgravingskwaliteit); b. Aan welke eisen moet de grond voldoen als de ergens wilt toepassen (dit noemen we de toepassingseis). De ontgravingskwaliteit kun je aflezen van de Ontgravingskaart en de toepassingseis kun je aflezen op de Toepassingskaart.
Omdat je niet alle toepassingseisen waar de grond aan moet voldoen op een kaart kunt zetten, hebben we deze in hoofdstuk 5 en 6 beschreven. Hoofdstuk 5: In hoofdstuk 5 worden de lokale regels beschreven die we hebben opgesteld voor de stoffen die tot 2019 het vaakst in licht verhoogde gehalten in de grond werden gemeten. Dit worden in de nota “standaardstoffen” genoemd. 1 Per toepassing worden in hoofdstuk 5 eerst de landelijke regels beschreven en direct daaronder de lokale regels die de landelijke regels vervangen, tenminste als je aan de aangegeven voorwaarden voldoet. Hieronder worden een aantal toepassingen genoemd die in hoofdstuk 5 beschreven zijn (tussen haakjes wordt vermeld in welke paragraaf je de lokale toepassingseisen voor de standaardstoffen kunt vinden): Toepassen van grond op kwetsbare plaatsen (par. 5.2.2 en 5.2.3); 2 Toepassen van grond op industrieterreinen (par. 5.2.4); Uitwisselen van grond tussen wegbermen en boomgaarden (par. 5.2.5 en 5.2.6); Tijdelijke opslag van grond en bagger (par. 5.2.7). Hoofdstuk 6: In hoofdstuk 6 worden de lokale regels beschreven die gelden voor het toepassen van grond die PFAS bevat. PFAS is een verzamelnaam voor stoffen die tot de PFAS-groep behoren. PFAS kan in heel veel verschillende producten voorkomen, zoals blusschuim, regenjassen, pizzadozen en koekenpannen.
PFAS kan in het milieu terecht komen via het afval of via fabrieken waar PFAS gebruikt wordt bij de productie. Grond wordt eigenlijk pas sinds 2019 op PFAS onderzocht. Uit onderzoek is inmiddels gebleken dat door de jarenlange uitstoot van PFAS van een fabriek in Dordrecht bodem in het zuidoostelijk deel van het werkgebied van de ODRU belast is met PFAS. Om hergebruik van deze PFAS-houdende grond, waar dat veilig en verantwoord kan, mogelijk te maken zijn de volgen stappen gezet: Voor het hele werkgebied van de ODRU zijn de PFAS-gehalten in kaart gebracht. Hiervan is één grote PFAS-bodemkwaliteitskaart gemaakt; De regels om PFAS-houdende grond her te gebruiken zijn eenvoudiger gemaakt en de toepassingsmogelijkheden voor PFAS-houdende grond zijn voor sommige toepassingen verruimd. Op de PFAS-bodemkwaliteitskaart is het werkgebied van de ODRU ingedeeld in PFAS-zones. Hieronder worden een aantal toepassingen genoemd waarvoor lokale regels zijn opgesteld (tussen haakjes wordt vermeld in welke paragraaf je de lokale toepassingseisen voor PFAS-houdende grond kunt vinden): Hergebruik van grond binnen dezelfde PFAS-zone (par. 6.2.1); 1
In 2019 is er een stofgroep bijgekomen die ook de nodige aandacht vraagt, nl. PFAS. De lokale regels voor PFAS-houdende grond zijn beschreven in hoofdstuk 6. 2 Voor de standaardstoffen worden de volgende bodemfuncties als kwetsbaar aangemerkt: (moes)tuinen, ecologische beschermingsgebieden, plaatsen waar kinderen spelen (0 – 6 jaar) en drinkwaterwingebieden.
-
Uitwisselen van grond tussen de verschillende PFAS-zones (par. 6.2.2); Toepassen van grond afkomstig van buiten de provincie Utrecht (par. 6.2.3); Toepassen van grond op kwetsbare plaatsen (par. 6.2.4). 3
Hoofdstuk 7: In hoofdstuk 7 zijn de stappen beschreven die je moet nemen in het traject van ontgraven tot het definitief toepassen van grond. Per stap is aangegeven welke informatie je nodig hebt om de volgende stap te kunnen nemen en waar je die informatie kan vinden. Dit stappenschema voor het grondverzet is speciaal bedoeld voor iedereen die regelmatig met het ontgraven en toepassen van grond te maken heeft. Hoofdstuk 8: In hoofdstuk 8 wordt beschreven welke situaties zijn uitgezonderd van het opgestelde beleid (uitzonderingssituaties). Hiervoor kunnen de Ontgravingskaart en de Toepassingskaart niet gebruikt worden. Dat is bijvoorbeeld het geval voor: Het toepassen van grond (of bagger) onder water. Hiervoor is de gemeente geen bevoegd gezag; Het ontgraven van grond in een bodem die verdacht is op bodemverontreiniging. Dan moet eerst een bodemonderzoek uitgevoerd worden. DEEL 2: (bevat regels voor graven en saneren) Hoofdstuk 9: In dit hoofdstuk wordt o.a. uitgelegd waarom er verschillende regels gelden voor graven en saneren. Onder graven wordt o.a. verstaan het graven in de bodem om bijvoorbeeld een kabel of leiding aan te leggen Onder saneren wordt o.a. verstaan het graven in de bodem om een bodemverontreiniging te verwijderen. Graven heeft als doel een werk uit te kunnen voeren en niet om de kwaliteit van de bodem te verbeteren.
Terwijl saneren juist bedoeld is om de bestaande bodemkwaliteit te verbeteren om bijvoorbeeld een terrein geschikt te maken voor het gebruik. In hoofdstuk 9 wordt ook de visie beschreven die de 15 gemeenten hebben op de aanpak van verontreinigingen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: De bodem wordt direct gesaneerd als er sprake is van onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu; Na uitvoering van een sanering is de bodem blijven geschikt voor het gewenste bodemgebruik. In gevallen waarbij de bodem niet direct gesaneerd hoeft te worden, worden de risico’s zoveel mogelijk beperkt door het treffen van inrichtingsmaatregelen of het verstrekken van bodemgebruiksadviezen tot een natuurlijk moment (bijv. een herontwikkeling of functiewijziging naar een gevoeliger bodemgebruik). Hoofdstuk 10: In hoofdstuk 10 wordt vast een doorkijkje gegeven naar de Omgevingswet. Er wordt ingegaan op de meldingsplicht en overige regels die straks gaan gelden voor de grotere ontgravingen. DEEL 3: (beschrijft de procedure voor het vaststellen van het beleid en de communicatie hierover) Hoofdstuk 11: Hoofdstuk 11 beschrijft o.a. hoelang een bodemkwaliteitskaart een het opgestelde nieuwe beleid geldig zijn en welke besluiten door de gemeenteraad gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het gaat om besluiten over o.a.
de volgende zaken: Het wijzigen van opgestelde kaarten en verlengen van de geldigheidsduur; Het accepteren van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten. Ook wordt in dit hoofdstuk beschreven hoe ervoor gezorgd wordt dat alle partijen die regelmatig met grond te maken hebben, zoals aannemersbedrijven, bodemadviesbureaus en gemeentelijke medewerkers van onderhoud en beheer openbare werken, weten dat er nieuwe lokale regels zijn vastgesteld en wat deze inhouden (communicatie en implementatie van kaarten en beleid). Jan Hijzelendoorn bodemadviseur Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) Augustus 2022
3
Voor PFAS worden de volgende bodemfuncties als kwetsbaar aangemerkt: moestuinen, grondwaterbeschermingsgebieden en drinkwaterwingebieden