Bijlage 1 Visie Werklocaties 2020-2030
Tekst van het document
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
24
om innovatief en concurrerend te blijven. Op locatieniveau leidt dit o.a. tot het delen van bedrijfsgebouwen, voorzieningen en faciliteiten. Wat betekent het voor vestigingsdynamiek? Robotisering en automatisering betekenen veelal meer ruimtevraag, vooral vanuit industrie en logistiek. Een meting van ons onder ruim 100 bedrijven uit deze sectoren 6, laat zien dat 75% van deze bedrijven verwacht te investeren in vernieuwing en uitbreiding van productielijnen en warehousing met robots. 55% van de bedrijven verwacht hierdoor meer of andere ruimte nodig te hebben, 38% verwacht een stabiel ruimtegebruik en maar 8% verwacht een afname. Smart industry draagt de opleving en reshoring van de industrie naar Nederland. Hier is de kennis én infrastructuur voor innovatieve high tech maakindustrie van veel toegevoegde waarde. Smart industry zorgt voor meer ruimtevraag en investeringsbeslissingen vanuit de industrie, nu en in de komende 10 à 15 jaar. In het kielzog daarvan ontstaat een impuls aan de vraag vanuit logistiek, dienstverleners, onderzoeks- en kennisinstellingen, et cetera. Smart logistics stuwt de verdere groei van de logistiek op in de komende jaren en zorgt voor nieuwere vormen van logistieke services, kennisintensieve logistiek, last mile logistiek en retourlogistiek.
Maar bijvoorbeeld ook het ontstaan van digitale warehouses, van waaruit vele producten aangeboden kunnen worden, maar waarvoor slechts een klein (print)oppervlak nodig is. Deze versnelde digitalisering geeft daarbij een impuls aan de toch al snel groeiende vraag vanuit datacenters. Hoe pakt dit uit voor Foodvalley? Belang van een optimale digitale infrastructuur op bedrijventerreinen in Foodvalley neemt verder toe. Denk daarbij aan glasvezelverbindingen, 5G-netwerken, etc. Door verdergaande digitalisering zullen (digitale) platformen bovendien een steeds belangrijker onderdeel worden van productie en logistieke processen. Denk aan fabrieken die verbonden zijn met de cloud en waarin alle processen aangestuurd kunnen worden vanuit de klantbehoefte. De fabriek is daarbij zelf een platform met productietechnologieën die ingezet kunnen worden om iets snel te maken én te leveren. De abrupte switch naar het thuis en op afstand (online) werken door de coronamaatregelen, ook in Foodvalley, leidt tot een versnelde digitalisering bij bedrijven. Hierdoor nemen de eisen aan digitale infrastructuur op bedrijventerreinen toe. 4.2.4 E-commerce Wat is het? E-commerce is de verzamelnaam voor online handel, wat in de praktijk neerkomt op verkoop via webshops. In vergelijking met het verleden gaan veel goederen vaker door een distributiecentrum.
1x bij de producent/leverancier, 1x door het distributiecentrum van de retailer (zoals Bol.com, Wehkamp, of Zalando) en tot slot voor een substantieel deel nogmaals, omdat de e-commerce grote retourstromen kent. Dit terwijl voorheen een fysieke winkel bevoorraad werd vanuit het distributiecentrum van de leverancier (uitgezonderd grote retailers) en retournering vond plaats in de winkel zelf. Deze trend wordt nog versterkt omdat in e-commerce veel meer artikelen getoond worden en dus ook beleverd moeten worden. Wat betekent het voor vestigingsdynamiek? Voor de groei van e-commerce is extra ruimte nodig. E-commerce blijft nog gestaag groeien, ook de komende periode, met name de crossborder markt voor online winkelen. Van belang is verder dat ecommerce een heel andere inrichting van een magazijn kent dan ‘reguliere’ distributie (picktowers met veel legborden vs. palletstellingen). Hierdoor zijn een e-commerce operatie en een reguliere operatie vaak fysiek van elkaar gescheiden in een warehouse. Dus; ook als bedrijven een omnichannel operatie uitvoeren (zowel e-commerce als traditionele winkelbelevering) zal een warehouse meer ruimte vragen dan voorheen gebruikelijk was. Belangrijke vraag is wanneer deze disruptive eindigt. Voorlopig is het einde van de e-commerce revolutie nog niet in zicht. Online bestedingen zijn nog niet uitgegroeid.
We verwachten dan ook dat de komende jaren nog steeds veel bedrijven vanuit deze ontwikkeling kiezen voor een ander type warehouse.
6
Multiclient onderzoek lange termijn ruimtebehoefte industrie voor 10 provincies, waaronder Gelderland en Utrecht. Stec Groep, 2018
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
25
Hoe pakt dit uit voor Foodvalley? Ook de komende jaren is de verwachting dat logistiek door blijft groeien. De provinciale prognoses laten een uitbreidingsvraag naar logistieke werkmilieus in Foodvalley, onder andere gedreven door de hiervoor geschetste groei van de e-commerce. De coronacrisis draagt hier zeker op korte termijn ook aan bij. Er heeft hierdoor immers een enorme extra switch plaatsgevonden naar bestellingen via internet. Niet alleen bij de gebruikelijke non-food goederen, maar nu ook bij food. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat in de jaren na de coronacrisis meer voorraden worden aangehouden door bedrijven waardoor de benodigde ruimte voor opslag en logistiek toeneemt. Immers, de crisis heeft de kwetsbaarheid van de ‘just-in-time’ supply chain ongenadig bloot gelegd. Vooral voor de meer vitale goederen is dit waarschijnlijk. Deze ‘buffereconomie’ vraagt meer ruimte. Zowel bij al gevestigde logistieke en groothandelsbedrijven, als vanuit potentiële nieuwe vestigers. Vanwege het maatschappelijk debat (verdozing) en het Rijk dat meer regie wil voeren op de fysieke inrichting van Nederland zal komende jaren meer clustering op topplekken (in het algemeen, maar ook in de regio) plaatsvinden.
Argumenten tegen de ‘verdozing’ binnen dit maatschappelijke debat zijn onder andere dat het hier veelal om zeer grote, hoge monotone gebouwen gaat die het landschap vervuilen, dat de toegevoegde waarde van dergelijke bedrijven voor de werkgelegenheid beperkt zijn (grote ruimteclaim maar gemiddeld weinig arbeidsplaatsen per vierkante meter) en dat er bij spreiding van dit soort bedrijven veel extra logistieke stromen op gang komen.
4.3 Functiemenging op werklocaties Wat is het? Functiemenging op werklocaties is het toevoegen van verschillende functies (zoals woon- en werkfuncties) op een werklocatie dat voorheen alleen bestemd was voor werkfuncties. De laatste jaren is er meer aandacht voor het mengen op werklocaties zoals binnenstedelijke bedrijventerreinen. Met mengen kan een hogere intensiteit van binnenstedelijke ruimte worden gerealiseerd. Hiermee wordt binnenstedelijke ruimte dus efficiënter benut. Aanleiding hiervoor is toenemende ruimtedruk op bestaande stedelijke gebieden, onder andere vanuit grote behoefte aan woningen, uitbreidingvraag vanuit werklocaties en de energietransitie. Parallel hieraan moeten buitenstedelijke (natuur)gebieden juist zoveel mogelijk behouden worden. Naast de noodzaak vanuit ruimtedruk kan succesvolle functiemenging leiden tot dynamische en aantrekkelijke gebieden om zowel in te wonen als te werken. Bijvoorbeeld doordat er op elk moment van de dag activiteiten plaatvinden in gemengde gebieden, in tegenstelling tot monofunctionele woon- of werklocaties waar het grote delen van de dag erg rustig is. Wat betekent het voor vestigingsdynamiek? De urgentie om wonen en werken te mengen is hoog door de toenemende ruimtedruk. Dit komt doordat bestaande binnenstedelijke ruimte door mengen intensiever en dus efficiënter wordt gebruikt.
Circa 70% van de huishoudensgroei tot 2040 (landelijk 1.000.000) landt in de Randstad. Het merendeel van de rest landt in de overige G20 steden. Het benutten van het buitengebied beantwoordt de ruimtevraag in veel gevallen onvoldoende of is ongewenst vanwege conflicterende belangen (natuur, energie, recreatie, landbouw). Een doelmatiger gebruik van bestaand stedelijk gebied is dus nodig. Mengen van wonen en werken is hiermee relevant voor vrijwel alle stedelijke gebieden. De werkgelegenheidsgroei vindt niet alleen plaats op nieuwe, maar juist ook op bestaande, binnenstedelijke werklocaties in deze steden. Binnenstedelijke werklocaties zullen door bovenstaande ontwikkelingen in toenemende mate mengbare vormen van bedrijvigheid aantrekken. Zwaardere (en moeilijker mengbare) bedrijvigheid met bijvoorbeeld een hogere milieucategorie of een grote ruimtebehoefte zullen zich in toenemende mate op meer perifere monofunctionele bedrijventerreinen vestigen. Hoe pakt dit uit voor Foodvalley? Ontwikkeling van gemengde gebieden is over het algemeen weggelegd voor de plekken waar ruimtedruk vanuit onder andere wonen en werken het grootst is. In Foodvalley zijn dit de grotere kernen zoals Ede, Veenendaal en in mindere mate Wageningen, Nijkerk en Barneveld.
Het toevoegen van functies op woningen en andere lichtere functies op werklocaties heeft als gevolg dat er ook bedrijven moeten vertrekken om plaats te maken. Dit leidt tot vervangingsvraag naar werklocaties. Bestaande en/of nieuwe werklocaties zullen ingezet moeten worden om deze vervangingsvraag op te vangen. Mede door de
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
26
beperkte ruimte voor economie kiest een enkele gemeenten binnen Foodvalley er ook heel bewust voor om geen ruimte voor andere functies op bedrijventerreinen mogelijk te maken: deze ruimte moet volledig beschikbaar zijn en blijven voor bedrijfsruimtegebruikers. Functiemenging komt hier tegelijkertijd wel voor in andere vormen die leiden tot meervoudig ruimtegebruik. Zoals zonnepanelen op daken of het optoppen van bedrijfsgebouwen met een kantoorruimte.
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
27
5 Vraag en aanbod op werklocaties 5.1 Huidige bedrijventerreinenmarkt robuust Consistent vraag naar bedrijfskavels op bedrijventerreinen maar in verleden ook crisisgevoelig We zien in Foodvalley dat de langjarige uitgifte ongeveer gelijk is aan de ontwikkeling van de voorraad. In de laatste tien jaar was de totale uitgifte gemiddeld zo’n 15 hectare per jaar. Deze uitgifte vond voornamelijk plaats binnen de Gelderse gemeenten van Foodvalley. Er is grote en langjarige constante vraag naar kavels in de regio Foodvalley. Er kwam de afgelopen tien jaar in de regio zo’n 150 hectare aan nieuw bedrijventerrein bij. Ook zijn er in de afgelopen tien jaar onttrekkingen in de voorraad geweest, onder andere in de gemeente Veenendaal. Wat opvalt is de relatief beperkte uitgifte tijdens de economische crisis: van 2010 t/m 2014 werd er gemiddeld 9 hectare per jaar uitgegeven. In de jaren van economisch herstel (2015 t/m 2019) werd gemiddeld circa 20 hectare per jaar uitgegeven. Figuur 15: Uitgifte per bedrijventerrein tussen 2010 en 2019
Bron: Monitor bedrijventerreinen provincie Gelderland, juli 2020; IBIS provincie Utrecht, 2020. Bewerking: Stec Groep, 2020.
28
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
We zien dat de uitgifte op bedrijventerreinen in Foodvalley overwegend in de Gelderse gemeenten Barneveld, Ede en Nijkerk plaatsvindt. De grootste uitgifte onder de Utrechtse Foodvalley gemeenten vond in Veenendaal plaats in voornamelijk de beginperiode van de meting (vanaf 2010). Figuur 16: Langjarige uitgifte op bedrijventerreinen in hectare 35 30 25 20 15 10 5 0 2010
2011
2012
2013
2014
Uitgifte gemeenten provincie Gelderland
2015
2016
2017
2018
2019
Uitgifte gemeenten provincie Utrecht
Bron: Monitor bedrijventerreinen Regio Foodvalley, 2020.
Leegstand en aanbod op bedrijventerreinen in Foodvalley op gezond niveau Het totale aanbod van bedrijfspanden op bedrijventerreinen in Foodvalley bedraagt circa 336.000 m² bvo (peildatum juni 2020). Hiermee komt het aanbodpercentage op bedrijventerreinen in de regio uit op circa 4,8% 7. Aanbod is een goede graadmeter voor het leegstandspercentage maar is niet hetzelfde als leegstand. Panden kunnen aangeboden worden én nog in gebruik zijn. Daar staat tegenover dat niet ieder leegstaand pand ook daadwerkelijk wordt aangeboden via bijvoorbeeld Funda in Business. Binnen de gemeenten in Foodvalley zijn weinig grote verschillen zichtbaar, de meeste gemeenten hebben een aanbodpercentage van ergens tussen 2 en 5%. Het aanbod op de bestaande vastgoedmarkt in Foodvalley is daarmee relatief beperkt. Doorgaans wordt 5% leegstand als frictieleegstand beschouwd. Frictieleegstand is de leegstand die doorgaans gewenst is binnen een regio om enige schuifruimte te hebben. Zo kunnen nieuwe bedrijven starten in leegstaande panden en kunnen bedrijven doorgroeien naar een ander pand binnen de regio zonder zelf een volledig nieuw pand te moeten realiseren. Het bedrijventerreinenmarkt kan hierdoor als een goed werkend ecosysteem functioneren. Naast onze eigen aanbodmonitor houdt het CBS jaarlijks een leegstandsmonitor bij. Deze monitor heeft ook een afbakening op bedrijventerreinen.
Als we kijken naar de voor 2019 gerapporteerde leegstand op bedrijventerreinen zien we voor het totaal van de gemeenten in de regio Foodvalley een leegstandspercentage van circa 2,7%. We merken hierbij op dat het CBS administratieve leegstand monitort. Panden worden als leeg geregistreerd wanneer er geen eindgebruiker op het adres staat ingeschreven. Daarmee kan het voorkomen dat wanneer een bedrijf verderop in de straat een extra opslaghal huurt en op dit extra adres niet staat ingeschreven, dat dit pand als ‘leeg’ wordt geregistreerd. Onze ervaring leert dat de combinatie van onze aanbodmonitor en de leegstandsmonitor van het CBS elkaar complementeren. Dit leidt tot een realistisch beeld van leegstand op bedrijventerreinen. Onze inschatting op basis van deze twee bronnen is dat de leegstand op regioniveau net onder frictieleegstand zit. Lokaal kunnen uiteraard verschillen bestaan, er zijn op basis van bovenstaande analyses echter geen gemeenten met een problematisch hoge leegstand. Een frictieleegstand op bedrijventerreinen van rond 5% betekent een gezonde leegstand: bedrijven met een acute ruimtevraag of bedrijven die een ander pand zoeken, hebben bij frictieleegstand enige schuifruimte. Eventuele coronaeffecten zijn in Foodvalley (maar ook in Nederland) nog niet zichtbaar in de leegstands- en aanbodcijfers op bedrijventerreinen. 7
Blijkt uit de Aanbodmonitor Bedrijventerreinen van Stec Groep, op basis van een periodieke analyse van Funda in Business.
29
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
Figuur 17: Leegstand en aanbod op bedrijventerreinen per gemeente in de regio Foodvalley 20% 15% 10% 5% 0% Barneveld Ede Nijkerk Aanbodpercentage (Stec Groep)
Renswoude Rhenen Scherpenzeel Veenendaal Wageningen Leegstandspercentage (CBS) Frictieniveau
Bron: Aanbodmonitor Bedrijventerreinen Stec Groep, 2020 (H2); Leegstandsmonitor CBS, 2019.
5.2 Prognose bedrijventerreinen: circa 141 tot 199 hectare ruimtebehoefte 2019 t/m 2030 In 2019 is de provinciale bedrijventerreinenprognose voor Gelderland opgesteld. De ruimtebehoefte vanuit bedrijventerreinen in de regio Foodvalley is in de periode 2019 t/m 2030 geraamd als circa 141 tot 199 hectare. Meer dan de helft van de ruimtebehoefte komt vanuit de werkmilieus ‘klassiek - gemengd’ en ‘agrifood’. Ook ‘logistiek’ heeft een forse ruimtebehoefte in de regio Foodvalley. In figuur 18 zien we de ruimtebehoefte naar verschillende werkmilieus vanuit bedrijventerreinen tot en met 2030.
UTRECHTSE FOODVALLEY GEMEENTEN ZIJN MEEGENOMEN IN PROGNOSE GELDERLAND In de prognose van de provincie Gelderland zijn ook de Utrechtse Foodvalley gemeenten meegenomen. Dit houdt in dat de ruimtebehoefte naar bedrijventerreinen in dit onderzoek voor de gehele regio Foodvalley geldt. Figuur 18: Ruimtebehoefte naar werkmilieu in hectare in Foodvalley (2019 t/m 2030)
Bron: Ecorys, 2019.
30
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
ENQUETE: CONCRETE UITBREIDINGSPLANNEN BINNEN HUIDIGE BEDRIJFSLEVEN Uit de enquête onder bedrijfsruimtegebruikers op bedrijventerreinen binnen Foodvalley blijkt dat een deel van de bedrijven voor een uitbreiding- en/of verplaatsingsopgave staat. Ruim 45% van de ondervraagden geeft aan verhuis- en/of uitbreidingsplannen te hebben. Deze plannen variëren van enkele tientallen meters uitbreiding van het pand tot een ruimtevraag van ruim 7 hectare kaveloppervlak. Men is hierbij voornamelijk op zoek naar een pand met een hoogwaardige uitstraling (40%), een locatie met veel buitenruimte voor transport of parkeren (30%) of een plek in een bedrijfsverzamelgebouw (16%). Van de ondervraagden geeft de helft aan zijn of haar plannen binnen nu en 3 jaar te willen verwezenlijken. Verder valt op dat meer dan de helft van de ondernemers met uitbreidingsplannen aangeeft dat uitbreiding op de huidige locatie (kavel of bedrijventerrein) uitgesloten is. Behoefteraming Utrechtse Foodvalley gemeenten: 23 tot 42 hectare ruimtebehoefte 2019 t/m 2030 De bandbreedte van de uitbreidingsvraag op bedrijventerreinen in de Utrechtse Foodvalley gemeenten in de periode 2019 tot en met 2030 is 23 tot 42 hectare (dit is dus onderdeel van de totale ruimtevraag voor Foodvalley van maximaal 199 hectare). Dat betekent in die periode een jaarlijkse vraag van circa 1,9 – 3,5 hectare.
Het grootste deel van de uitbreidingsvraag in de regio komt voort uit de logistiek en de industrie, zie ook onderstaand tabel. Tabel 6: Uitbreidingsvraag 2019 tot en met 2030 vanuit Utrechtse Foodvalley gemeenten naar sector Sector ▼ Scenario ► Bouw, handel en reparatie Consumentendiensten ICT, zakelijke en overige dienstverlening Industrie
WLO - Laag 0 1 2 8
WLO - Hoog 3 3 5 14
… waavan HTSM … waarvan VGM … waarvan Overige maak- en procesindustrie
5 0 3
9 2 4
Logistiek & groothandel Totaal
11 23
17 42
per jaar
1,9
3,5
Bron: Stec Groep, 2019.
5.3 Extra ruimtedruk door onder andere energietransitie, herstructurering, circulaire ambities, beleidsimpulsen en ruimtedruk op omliggende regio’s Naast de reguliere uitbreidingsvraag en vraag vanuit herstructurering/vervanging van de bestaande voorraad zorgen steeds meer verschillende aspecten die samenhangen met de economie, voor een toename van de ruimtedruk. Denk hierbij aan de ruimtevraag vanuit energietransitie, biodiversiteit/vergroening en circulariteit (bijvoorbeeld een circulaire hub). Ook heeft de regio de ambitie om meer lokale werkgelegenheid te creëren (1 huis, 1 baan). Ten slotte heeft de regio tegelijkertijd nog te maken met een extra ruimtedruk vanuit omliggende regio’s. Bedrijven vanuit regio’s als Arnhem-Nijmegen en Amersfoort kijken steeds vaker naar vestigingsmogelijkheden in Foodvalley, simpelweg omdat in deze regio’s de ruimte nog schaarser is. Vanuit verschillende kanten wordt er een extra ruimteclaim gelegd op bedrijventerreinen binnen Foodvalley. Zo wordt er voor de enorme energieopgave die er ligt veel naar de bedrijventerreinen gekeken. Een deel hiervan (denk aan zonnepanelen) kan in combinatie met de bestaande bedrijven(terreinen) worden gerealiseerd maar een deel hiervan zal ook een ruimteclaim neerleggen (denk aan windmolens op bedrijventerreinen, transformatoren, etc.).
Zo gaat bijvoorbeeld de concept RES uit van een theoretische energieopwekking door zonnepanelen op (grootschalige) bedrijfsdaken op bestaande terreinen. Daarnaast wordt specifiek gekeken naar nieuw uit te geven bedrijventerreinen: hier wordt ervan uitgegaan dat circa 18 tot 35 hectare aan nieuwe daken gebruikt kan worden voor opwekking van zonne-energie. Om te zorgen
31
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
dat nieuwe bedrijfsgebouwen geschikt zijn voor het plaatsen van zonnepanelen betekent dit wel dat er (aanvullende) eisen moeten worden gesteld bij uitgifte van nieuw terrein. Een ander voorbeeld komt uit de Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. Hierin is een eerste ambitie uitgesproken om wonen en werken gelijk op te laten lopen. Voor ieder van de 40.000 nieuwe woningen die in de regio Foodvalley gerealiseerd wordt tussen 2020 en 2040, dient een baan binnen de regio te worden toegevoegd. Één huis staat gelijk aan één baan. Wanneer de regio daadwerkelijk deze ambitie wil verwezenlijken, dan betekent dit een forse extra ruimteclaim: hier is – puur ter indicatie grofweg 300 hectare bedrijventerrein voor nodig 8. Dit aantal hectare is uiteraard een extreme, maar geeft wel aan hoe groot de ruimteclaim vanuit deze economische ambitie is. Hoe groot deze precieze extra vraag is, is nog niet geheel helder. Van groot belang is te beseffen dat de ruimteclaim vanuit de uitbreiding van bedrijven al groot is, maar dat daarbovenop nog een forse aanvullende ruimteclaim wordt gelegd vanuit andere disciplines die sterk samenhangen met de economie van Foodvalley. Op basis van een inventarisatie onder de regiogemeenten wordt een totale ruimtevraag verwacht van circa 320 tot 350 hectare 9.
5.4 Circa 58 hectare uitgeefbaar (plan)aanbod op bedrijventerreinen in Foodvalley Wanneer we kijken naar het huidige beschikbare aanbod valt op dat er in bijna elke gemeente aanbod beschikbaar is maar de ruimte binnen een aantal gemeenten ook zeer beperkt is of ontbreekt. De plannen die resteren bieden ruimte aan verschillende typen bedrijven(terreinen). In totaal is er circa 58 hectare direct uitgeefbaar aanbod op bedrijventerreinen in de regio Foodvalley. Van de totale netto voorraad van ruim 1.100 hectare bedrijventerreinen is dus nog 5% uitgeefbaar.
4,2 3,3 0,7 1,6 0,3 1,0 6,3 0,6 0,4 2,2 0,1
25 20 30 12 20 12 12 26 24 12
6,4 3,3 0,7 8,8 0,3 17,0 7,4 2,3 0,4 5,9 5,7 58,2
Maximale milieucategorie
Type terrein Zware industrie Regulier gemengd Regulier gemengd Food gerelateerd Regulier gemengd Regulier gemengd Regulier gemengd Regulier gemengd Grootschalig Hoogwaardig Regulier gemengd
Maximale Bouwhoogte
Terrein Harselaar Driehoek Harselaar-Zuid A12 Zuid Food & Businesspark Arkerpoort De Flier en omgeving Nijkerker Poort Watergoor 2000 De Batterijen Business en Science Park: Kortenoord Nudepark
Grootste uitgeefbare kavel
Gemeente Barneveld Barneveld Ede Ede Nijkerk Nijkerk Nijkerk Nijkerk Veenendaal Wageningen Wageningen Totaal
Direct uitgeefbaar (hectare)
Tabel 7: Hard (plan)aanbod in Foodvalley
5.2 4.1 4.2 3.1 3.2 4.2 4.2 3.2 4.2 2 3.2
Bron: IBIS, 2021; Provincie Gelderland Bedrijventerreinenmonitor; Input gemeenten Foodvalley, 2021.
Naast bovenstaande harde plannen zijn er in enkele gemeenten ook plannen die uitbreiding van het bedrijventerreinenareaal beogen maar nog niet alle benodigde (plan)procedures hebben doorlopen, zie onderstaand tabel. Dit gaat om grofweg 115 tot 120 hectare.
8 9
We gaan hierbij uit van een gelijkblijvende locatietypevoorkeur en terreinquotiënt voor bedrijventerreinen in Foodvalley. Zie voor meer gedetailleerde cijfers het RPW Foodvalley 2020-2025.
32
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
Kleinschalige bedrijvigheid Food gerelateerd Regulier gemengd Regulier gemengd Circulair Regulier gemengd Regulier gemengd Grootschalig en regulier gemengd Hoogwaardig Kleinschalig
Maximale milieucategorie
Type terrein Regulier gemengd Regulier gemengd Regulier gemengd
Maximale Bouwhoogte (meter)
Rhenen Scherpenzeel Wageningen Wageningen Totaal
Terrein Stroe Voorthuizen Harselaar-Zuid 1b Harselaar-Zuid fase 2 Thorbeckelaan-Noord Food innovation district Harskamp De Stroet IV Kievietsmeent 2 Groot Overeem II 2 zoeklocaties van 5 hectare per locatie ’t Zwarte Land II Born Oost Kwadrant 3
3,5 2,5 20,0 18,0 13,7 5,0 - 7,0 3,9 15,0 5,0 - 10,0 3,5 10,0
0,5 0,2 5,9 -
20 -
3.2 2 4.2 -
3,5 5,0 0,4 -
10 -
3.2 3.2 4.2 3.2 -
5,0 10,0 0,5
2,5 -
Beoogde omvang terrein (hectare)
Gemeente Barneveld Barneveld Barneveld Barneveld Barneveld Ede Ede Ede Ede Renswoude
Grootste uitgeefbare kavel (hectare)
Tabel 8: Zachte plannen in Foodvalley
3.1 3.1 115,6 tot 122,6
Bron: IBIS, 2021; Provincie Gelderland Bedrijventerreinenmonitor, 1 juli 2020; Input gemeenten Foodvalley, 2021; afgerond op cijfer achter de komma.
5.5 Fors meer ruimtevraag verwacht dan waar plannen momenteel in voorzien Vanuit bedrijven wordt de komende 10 jaar een uitbreidingsvraag verwacht van 141 tot 199 hectare verwacht. Hier bovenop komt nog een forse aanvullende vraag vanuit verschillende disciplines waardoor de ruimtevraag op kan lopen tot maximaal zo’n 350 hectare. Deze vraag is gebaseerd op een enkele inschattingen en bovendien afhankelijk van beleidskeuzes. Duidelijk is wel dat de ruimtevraag lang niet enkel meer komt vanuit een uitbreiding van het bedrijfsleven maar dat deze ruimteclaim veel meer divers en complexer is geworden. Een belangrijke constatering is bovendien dat het huidige (plan)aanbod lang niet kan voorzien in deze forse ruimteclaim: het huidige harde planaanbod aan bedrijventerreinen betreft circa 58 hectare. Enkel op basis van de uitbreidingsvraag van het bedrijfsleven op bedrijventerrein ontstaat er daarmee al een kwantitatief tekort over een tienjaarperiode van grofweg 80 tot 140 hectare. Rekening houdend met andere type ruimtevragers loopt dit tekort op tot 260 tot 290 hectare.
Deze vergelijking houdt bovendien nog geen rekening met de kwalitatieve kant van de vraag: in hoeverre kan de portefeuille aan bedrijventerreinen voorzien in de kwalitatieve vraag vanuit het bedrijfsleven? Denk hierbij aan kavelomvang, type terrein, bereikbaarheid, ligging, arbeidsmarkt, positie binnen het kenniscluster, etc. De vraag overstijgt het (plan)aanbod. In het Regionaal Programma Werklocaties zoeken we naar een passende oplossing voor deze forse opgave. Zo kan de circa 120 hectare aan zachte plannen die momenteel op de rol staan, mogelijk een deel van deze ruimteclaim in de toekomst faciliteren. Daar bovenop zullen aanvullende maatregelen moeten worden getroffen om deze forse ruimteclaim te (kunnen blijven) faciliteren.
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
33
6 Leidende principes Foodvalley 2030 Deze visie werklocaties Foodvalley vormt het kader waar binnen we als regio samenwerken. We stellen in dit hoofdstuk enkele leidende principes vast die richtinggevend zijn voor de uiteindelijke uitwerking van de visie in een Regionaal Programma Werklocaties Foodvalley.
6.1 We streven naar… optimalisatie van regionale samenwerking De regio werkt al jaren goed samen en stemt in regionaal verband de ontwikkelingen op en van bedrijventerreinen met elkaar af. Deze samenwerking is bottom-up ontstaan en werkt op basis van vertrouwen. Dit biedt een vruchtbare basis voor (vervolgstappen in de) samenwerking. Deze lijn werkt ook goed bij planologische procedures maar heeft bovenal een positief effect op het regionale vestigingsklimaat. We dragen samen het profiel en ‘merk’ Foodvalley uit om ons als Foodcluster regionaal, nationaal én internationaal op de kaart te zetten. De huidige vorm van samenwerking vormt dan ook de basis, daarbovenop zoeken we naar optimalisatiemogelijkheden. We trekken hierbij graag samen op met de provincies Utrecht en Gelderland en zien Regio Foodvalley dan ook als een provincie overstijgende regio. Optimale regionale samenwerking vraagt daarbij om een zo veel mogelijk gelijk speelveld voor de Utrechtse en de Gelderse gemeenten. Regiogemeenten opereren en presenteren zich graag naar buiten als één regio. Binnen de regio zijn onderstaande genoemde principes leidend. Tegelijkertijd hebben gemeenten te maken met specifieke omstandigheden, zo heeft de ene gemeente nog veel uitbreidingsmogelijkheden en zit de andere gemeente ruimtelijk volledig op slot.
Regionale samenwerking is vooral gericht op het versterken van onze regionale economie als geheel en bijdragen aan de uitvoering van de leidende principes op het gebied van een sterk ecosysteem van bedrijvigheid, (co-)financiering, kennisdeling en het ‘vermarkten’ van de regio Foodvalley. Het nemen en/of uitvoeren van concrete maatregelen op werklocatieniveau of bedrijfsniveau worden door de gemeente zelf gedaan, mits deze in lijn zijn met de leidende principes.
6.2 We streven naar… gezonde vraag-aanbodverhouding voor werklocaties Er is een forse kwantitatieve ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen in Foodvalley. Daarnaast zijn er kwalitatieve verschillen in vraag en aanbod. Onze ambitie is om zowel kwantitatief als kwalitatief vraag en aanbod op elkaar aan te laten sluiten in Foodvalley als regio en per gemeente. Dit betekent dat Regio Foodvalley inzet op een gezonde vraag-aanbodverhouding. Het nieuwe programma werklocaties heeft als doel: voldoende aanbod van bedrijventerreinen van de juiste kwaliteit hebben, waarbij de toekomstige marktbehoefte (volgens de prognoses) het uitgangspunt is. Regio Foodvalley wil middels het Regionaal Programma Werklocaties 2020-2030 (RPW) nu en in de komende jaren kunnen voldoen aan de te verwachten (kwantitatieve en kwalitatieve) marktvraag, overaanbod voorkomen maar ook flexibiliteit hebben om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen in een dynamische markt. Tegelijkertijd zet de regio in op het hebben van voldoende uitbreidingsruimte aan hectaren bedrijventerrein. Er moet bij de verdeling van de ruimte voldoende economie kunnen worden bediend. De ruimtevraag vanuit verschillende disciplines is immers groot (o.a. vanuit wonen, energie, groen en mobiliteit). Om de economie te kunnen bedienen zal de ruimteclaim voor werklocaties in verhouding moeten staan met de (geprognosticeerde) ruimtevraag.
Een strategische voorraad conform dit uitgangspunt is daarbij gewenst.
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
34
Het RPW biedt het kader voor concrete werk- programmering- en projectafspraken tussen de regiogemeenten en provincies Gelderland en Utrecht. Het RPW is het toetsingskader inclusief procesafspraken voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. Dit is in lijn met de provinciale uitgangspunten van Utrecht en Gelderland: nieuwe planontwikkeling wordt slechts toegestaan wanneer regionale afspraken zijn vastgesteld in de regionale programmering. We sturen daarmee bovendien als regio tegelijkertijd ook op een gelijk speelveld voor zowel de Utrechtse als de Gelderse gemeenten.
6.3 We streven naar… het juiste bedrijf op de juiste plek Regionale ecosysteem: het juiste bedrijf op de juiste plek vestigen Bedrijven worden passend binnen de ruimtelijke structuur van de bedrijventerreinen in de regio gevestigd. Zo hoort grootschalige bedrijvigheid op een grootschalig terrein dat hier qua ruimtelijke structuur, ontsluiting en korrelgrootte daadwerkelijk voor is geschikt. Dit betekent ook dat nieuwvestiging van een grootschalig bedrijf niet in een dorpskern wordt gevestigd maar op een passende locatie op bijvoorbeeld een passend (regionaal) bedrijventerrein. Lokale bedrijventerreinen bieden ruimte aan (lokale) relatief kleinschalige bedrijven, passend binnen de lokale ruimtelijke structuur. Hierbij is maatwerk en meer flexibiliteit (voor bijvoorbeeld reeds lokaal gevestigde en gewortelde bedrijven) het regionale uitgangspunt, maar wel passend bij de aard en omvang van de locatie. We verkennen binnen de regio de mogelijkheden om dit regionale – en waar nodig bovenregionale - ecosysteem in kaart te brengen, te concretiseren en vervolgens te optimaliseren. In het RPW kunnen afspraken worden gemaakt over het huisvesten van specifieke type bedrijven (omvang, verschijningsvorm, milieuhinder).
Ook kan er worden gekeken naar het profiel van een specifieke bovenregionale ruimtevrager: past dit binnen het profiel en ambitie van Foodvalley? Lokaal maatwerk mogelijk maken Hiermee zet Regio Foodvalley in op het faciliteren van het juiste bedrijf op de juiste locatie, rekening houdend met de wens van het bedrijf én ambitie van de regio of gemeente. Dit betekent dat een lokaal bedrijf onder bepaalde voorwaarden de ruimte moet kunnen (blijven) hebben om zich in eigen gemeente dan wel (sub)regio te kunnen vestigen en/of uit te breiden. Een ondernemer in een gemeente die lokaal wil uitbreiden ziet -als er geen kavels beschikbaar zijn in de gemeente zelf- alternatieve kavels in een andere gemeente of (sub)regio vaak niet als realistisch alternatief. De lokale gebondenheid van het personeel, de afzetmarkt en de sociale verbondenheid met een dorp/stad kan hierbij van invloed zijn. De geografische ‘inwisselbaarheid’ van (de beschikbaarheid van) locaties ten behoeve van lokale uitbreidingsvraag, kent daarmee zijn beperkingen. Voldoende (kleinschalige) beschikbare ruimte per gemeente is het uitgangspunt.
Tegelijkertijd blijven we het uitgangspunt hanteren dat het bieden van lokaal maatwerk geen onaanvaardbare ruimtelijke impact mag hebben op de omgeving (denk aan transportbewegingen, landschapsvervuiling of leegstand in de bestaande voorraad) en dat we eerst kijken naar bestaand aanbod (leegstand) of bestaande plekken (planaanbod) voordat we nieuw ontwikkeling mogelijk maken. Naast lokaal maatwerk, houden we ook rekening met het verschil in dynamiek van verschillende plekken. Zo is de (boven)regionale opgave voor de ene gemeente groter dan voor de ander. Zo wordt vanuit o.a. Regio Amersfoort naar Nijkerk en vooral Barneveld gekeken voor de opvang van ruimtevragers, wordt binnen de Regio Foodvalley o.a. naar Ede gekeken voor de opvang van grotere bedrijven. Ook voor deze opgaven zal een bepaalde mate van maatwerk mogelijk moeten zijn. Inspelen op verplaatsing van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied naar formele werklocaties Niet-agrarische bedrijven die momenteel in het buitengebied zijn gevestigd (bijvoorbeeld in vrijgekomen agrarische bebouwing) vragen om lokale vestigingsmogelijkheden. Dit is onder huidig beleid beperkt mogelijk. Kenmerk van een deel van deze bedrijven is dat ze nauwelijks relatie (meer) hebben met of bijdrage leveren aan het buitengebied.
Vaak passen ze qua schaalgrootte, bedrijfsgroei, milieuhinder of verkeerstechnisch beter op een formeel bedrijventerrein. Huidig provinciaal beleid is er dan ook op ingestoken om ontwikkelingen van niet passende bedrijven in het buitengebied te beperken. Zo geldt voor de Gelderse gemeenten binnen Foodvalley dat bedrijven tot maximaal 1.000 m² bvo zich in het buitengebied kunnen ontwikkelen (zie artikel 2.12 ‘Solitaire bedrijvigheid’ uit de Omgevingsverordening Gelderland) en geldt voor de Utrechtse gemeenten dat het vestigen van solitaire bedrijven in het
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
35
buitengebied wordt uitgesloten, tenzij er sprake is van bijvoorbeeld het benutten van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) of wanneer er sprake is van een geringe uitbreiding van een bestaand bedrijf (zie artikel 9.1 van de (ontwerp) Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht). In toenemende mate zijn sinds de start van het laatste RPW bij gemeenten verzoeken binnengekomen voor de uitbreiding van dergelijke bedrijven. Deze vraagstukken vragen maatwerk en regionale afstemming. Uitgangspunt is hierbij dat hinder gevende niet-agrarische bedrijven in beginsel niet thuis horen in het buitengebied, maar op een bedrijventerrein of in stedelijke kernen. Nieuwvestiging van dergelijke bedrijven zou leiden tot een ongewenste verstedelijkingsdruk en verdichting van het buitengebied. Tegelijkertijd is de economie in het buitengebied ook zeer waardevol voor onze regio. Het buitengebied wordt wel eens benoemd als ‘grootste bedrijventerrein’ van de regio. We streven er daarom niet naar om bedrijvigheid in het buitengebied uit te sluiten of te mitigeren maar streven naar het eerder genoemde principe ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’. Binnen de regio is mede daarom de Menukaart voor het buitengebied afgestemd (Menukaart Regio FoodValley, mei 2018).
De Menukaart is een werkwijze die ontwikkeling mogelijk maakt voor ondernemers in het buitengebied en tegelijk de kwaliteit leefomgeving versterkt. Naast maatwerk mogelijk maken in het buitengebied hoort ook het stimuleren van de verhuizing van (te) grote bedrijven in het buitengebied naar formele terreinen hierbij. De stap voor een lokaal gegroeid bedrijf(je) – aan huis of in het buitengebied – naar een bedrijventerrein is veelal groot. We vinden het dan ook belangrijk om bedrijven te helpen bij deze stap en te faciliteren middels het bieden van voldoende ruimte op een formele (bij voorkeur nabijgelegen) werklocatie. Lokaal bedrijventerreinenaanbod dat dit soort bedrijven kan huisvesten is essentieel om het bedrijfsecosysteem gezond te kunnen laten functioneren en om de ongewenste ruimtelijke impact op het buitengebied zo goed mogelijk te kunnen inperken.
6.4 We streven naar… versterking van ons regionale ‘Food-profiel’ door middel van clustering van toonaangevende sectoren en ketens Clustering om het economische ecosysteem van bedrijvigheid binnen Foodvalley te versterken De clustering van bedrijven binnen een sector of clustering (met het foodcluster als belangrijkste voorbeeld) of van bedrijven binnen een zelfde keten (bijv. leverancier, producent, transporteur), heeft in de afgelopen jaren geleid tot een versterking van de bedrijvigheid in de regio. Voorbeelden van een dergelijke clustering zijn de ICT-bedrijvigheid in Veenendaal, Poultry in Barneveld, Foodcampusontwikkelingen in Wageningen voor onderzoek en innovatie, de Food Academy Nijkerk voor de praktische uitvoering van het Foodcluster. Daarnaast is ook het bedrijvencluster in Ede aan de A12 een locatie waar synergievoordelen worden behaald. Foodvalley houdt aandacht voor deze clustering en zal blijven inzetten op het clusteren van bedrijven die elkaar kunnen versterken en zo een grote toegevoegde waarde vertegenwoordigen voor de economie in Foodvalley. Deze ambitie sluit aan bij de Strategische Agenda Foodvalley 2020-2025. Hierin wordt ingezet op ‘Netwerk- en clustervorming’.
We zetten in op de verdere ontwikkeling van de deze clusters op het gebied van kennisontwikkeling, kennisdeling, stimuleren van samenwerkingsverbanden en door fysieke ruimte te bieden voor uitbreiding. Ruimtevragers van buiten de regio met een grote (ruimtelijke) impact faciliteren enkel wanneer die aansluit bij regionale ambities (en waarde toevoegt). We streven hierbij naar regionale uitgifteprincipes: deze uitgiftestrategie betreft geen stringente regionale regelgeving over hoe een kavel moet worden uitgegeven en bebouwd maar stimuleert een optimale regionaal ecosysteem. Met de uitgifteprincipes willen we er voor zorgen dat verschillende bedrijven in de keten goed kunnen worden bediend. We willen onze schaarse resterende ruimte zo goed mogelijk benutten voor het versterken van het ecosysteem van Foodvalley: 1.
2.
We zetten in op het concentreren van XXL-ruimtegebruikers (> 4 ha kavel) en voorkomen dat andere bedrijventerreinen worden vol gezet met grootschalige ruimtegebruikers met een beperkte werkgelegenheid. We vestigen grootschalige bedrijven van buiten de regio enkel binnen Foodvalley wanneer het bedrijf bijdraagt aan de versterking van ons Foodprofiel. Dit betekent dat terughoudend wordt omgegaan met ruimtevragers die dit profiel niet versterken.
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
3. 4. 5. 6.
36
We bieden – gemeentegrens overstijgend – de ruimte aan het faciliteren van de groei van lokale en regionale bedrijven. We versterken ons foodprofiel door het behouden en uitbreiden van de (food)kenniscampussen in onze regio. We zetten in op een clustering van bedrijven uit eenzelfde sector zodat samenwerking en innovatie kan worden versterkt. Wij onderzoeken in samenwerking met de provincie Gelderland hoe wij de positionering van het Food Production Cluster aan de noordkant van Regio Foodvalley kunnen versterken met interventies die ten goede komen aan de hele Regio Foodvalley. De noordkant van de regio (oa Nijkerk, Barneveld, Scherpenzeel) versterkt met de bedrijven in het Food Production Cluster in belangrijke mate wat in het zuiden ontwikkeld wordt, door toepassing van die kennis in onze foodbedrijven, als proeftuin en om bepaalde transities concreet mogelijk te maken. Wij zien nu dat het momentum daar is om de versterking van die noord-zuid as vorm te geven en dat dit komende onderzoek daarvoor belangrijk is, voor alle partners en dus ook voor de provincie. Wij gaan de Food-bedrijven straks beter helpen om de juiste stappen te zetten met de uitkomsten van dit onderzoek.
6.5 We streven naar… optimaliseren van het ruimtegebruik op werklocaties De interesse in regio Foodvalley is groot maar de ruimtedruk op Foodvalley is daarmee eveneens groot. Het faciliteren van de ruimteclaim vanuit een veelvoud van functies, zoals wonen, energietransitie, landbouw, economie en natuur vraagt om scherpe regionale keuzes. Het uitgangspunt in Foodvalley is om deze ruimtevragers allemaal ergens een geschikte plek te kunnen geven. Middels deze visie werklocaties streven we ernaar om voldoende ruimte voor economie te behouden maar ook de ruimte die hiervoor wordt gebruikt zo optimaal mogelijk te benutten, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik. Invulling van dit streven kan vervolgens per plek of per gemeente verschillen (denk aan verschillen in verstedelijking, woon of werkgemeente, bereikbaarheid, type bedrijvigheid, etc.). Inbreiding vóór uitbreiding Uitgangspunt hierbij is om deze ruimtevragers zoveel mogelijk plaats te laten krijgen binnen bestaande bebouwde gebieden, onder andere ook op bestaande werklocaties. De uitwerking hiervoor verschilt per gemeente. De ene gemeente stuurt vooral op de kwaliteit van de bestaande voorraad: het vullen of revitaliseren van leegstaande panden en het benutten van lege kavels op bestaande terreinen.
Voor de andere gemeente is inbreiding bittere noodzaak: er is simpelweg geen ruimte meer voor uitbreiding dus zal er binnen de bestaande locaties gezocht moeten worden naar het beter of anders benutten van de ruimte. Ook hier geldt dat er beleidsmatig verschillende uitganspunten worden gehanteerd door provincie Utrecht en Gelderland. Provincie Gelderland stuurt op sterke werklocaties door bestaande werklocaties te optimaliseren en te investeren in bijvoorbeeld verduurzaming of herstructurering maar heeft hier geen stringente maatregelen voor vastgelegd. Provincie Utrecht ziet door een gebrek aan ruimte vooral een opgave in de intensivering (verdichting) van de werklocaties en heeft een kader voor het regionaal programmeren van werklocaties voor vastgelegd. Intensiveren van bestaande werklocaties Door te intensiveren op werklocaties kunnen we meer vierkante meters wonen, economie of energietransitie kwijt binnen dezelfde ruimte. Gemeenten binnen Foodvalley leggen zich een inspanningsverplichting op om werklocaties te intensiveren. Om de groene omgeving in de regio’s en gemeenten te sparen, zal het aantal banen per vierkante meter kavel en bedrijfsvloeroppervlak (bvo) omhoog moeten.
Dit sluit aan bij de Utrechtse uitgangspunten voor ‘Gezond Stedelijk Leven’, de Gelderse uitgangspunten voor ‘Toekomstbestendige Bedrijventerreinen’ en vooral bij de ambitie om een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat te behouden. Maar verdichten en zo intensief mogelijk omgaan met bestaande en toekomstige werklocaties vraagt om een transitie in denken en doen. Daarom is het zo zorgvuldig mogelijk omgaan met de ruimte een belangrijke ambitie. We zetten in op intensivering (en herstructurering) van bestaande en nieuwe werklocaties, zodat kavels en objecten zo intensief mogelijk worden gebruikt. Dit vraagt ook een belangrijke rol van eigenaar/gebruikers. Het verder
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
37
optimaliseren en intensiveren van bedrijventerreinen kan niet los worden gezien van de uitbreiding met nieuwe werklocaties (samenhangend bedrijventerreinenbeleid). Op basis van een eerste analyse van de provincie Utrecht voor de Utrechtse gemeenten kan dit een ruimtewinst van circa 20 hectare opleveren. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen hoeveel ruimtewinst intensivering voor de Gelderse gemeenten binnen Foodvalley kan opleveren. De verschillen in FSI (floor space index, ofwel de verhouding tussen vierkante meter kavel en vierkante meter bruto vloeroppervlak) en terreinquotiënt (ofwel het aantal meter bedrijfskavel per arbeidsplaats) zijn groot binnen de regio Foodvalley. Voor de Utrechtse gemeenten van Foodvalley is dit al in kaart gebracht: deze varieert van ongeveer 0,55 (De Faktorij) tot meer dan 0,8 (De Batterijen) en van circa 330 meter per arbeidsplaats tot circa 75 meter per arbeidsplaats. Het gaat hierbij niet enkel om het verhogen van het aantal arbeidsplaatsen per locatie maar vooral ook om het zo optimaal mogelijk gebruik maken van de ruimte. Als ambitie is in het Utrechtse provinciaal kader opgenomen dat 20 tot 30% van de totale behoefte moet worden afgedekt door intensivering/herstructurering van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Dit gaat niet vanzelf, dit is een inspanningsopgave die wordt betrokken bij het regionale programma.
Regio Foodvalley herkent zich in deze opgave en streeft er naar deze intensiveringsopgave te verwezenlijken. We zien tegelijkertijd ook dat niet ieder terrein geschikt is voor intensivering en dat er dus een afweging noodzakelijk is per werklocatietype om te bepalen in hoeverre intensivering mogelijk en gewenst is. Passende ambities en maatregelen per type werklocatie zijn dan ook gewenst. Daarnaast vraagt intensivering ook een financiële inspanning van eigenaars, gebruikers, gemeenten en provincie. Het is daarbij belangrijk dat per casus vroegtijdig in beeld wordt gebracht in hoeverre de opgave haalbaar is. Gebruik maken van instrumenten om te intensiveren De drie manieren waarop in Foodvalley op werklocaties wordt geïntensiveerd zijn: 1. Herstructurering 2. Functiemenging 3. Meervoudig ruimtegebruik 1. Herstructurering We zetten in op herstructurering van werklocaties met beperkt toekomstperspectief. Middels monitoring kunnen deze locaties worden aangewezen. Dit leidt tot een versterking van de portefeuille aan werklocaties en kan tegelijkertijd voor zorgen voor optimaal ruimtegebruik. Op tijd maatregelen treffen is belangrijk om verpaupering tegen te gaan. Anderzijds biedt verpaupering ook kansen: een locatie met te weinig toekomstpotentie, een relatief beperkte financiële (vastgoed)waarde komt in aanmerking voor herstructurering.
Dit kan middels transformatie naar een andere functie (denk aan een woonfunctie in of aan de rand van een woonkern) of herstructurering naar een ander type of upgrade van een bedrijventerrein. Bedrijfsverplaatsing als gevolg van transformatie wordt in eerste instantie opgevangen binnen de betreffende gemeente, indien niet mogelijk of wenselijk wordt binnen regio gezocht naar alternatieven. Gemeenten en regio hechten groot belang aan het kunnen blijven bieden van toekomstbestendige werklocaties. Binnen regio Foodvalley worden mede daarom in de nabije toekomst herstructurerings- en/of transformatieopgaven voorzien. Middels de ‘Monitor bedrijventerreinen Foodvalley’ (Ruimtemensen, 28 september 2020) is geïnventariseerd welke terreinen voor een specifieke transformatie, revitalisering of herstructureringsopgave staan. Zie onderstaande tabel.
38
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
Tabel 9: ‘Plannen om te werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen’
Bron: ‘Monitor bedrijventerreinen Foodvalley’, Ruimtemensen, 28 september 2020, op basis van input gemeenten binnen Foodvalley
2. Functiemenging We stimuleren binnen de regio functiemenging op werklocaties wanneer dit bijdraagt aan intensivering van het ruimtegebruik op een locatie, een verhoging van het aantal banen én wanneer het ruimtelijkeconomisch voordelen oplevert. Door op geschikte werklocaties functies te mengen kan een deel van de woningbehoefte een plaats vinden naast (de bestaande) economie op die plek. Belangrijke randvoorwaarde is wel dat de totale gebiedsintensiteit omhoog gaat. In andere woorden: er zijn na transformatie op een werklocatie meer vierkante meters (wonen en werken) op dezelfde vloeroppervlak dan voor transformatie. In Foodvalley passen we alleen functiemenging toe waar het meerwaarde heeft voor bedrijven en bewoners en waar een hogere gebiedsintensiteit behaald kan worden.
Figuur 19: De drie ‘R’-en: rust, reuring en rumoer
Bron: Stec Groep, 2020. Mengen van wonen en werken gaat vaak gepaard met tegenstrijdige belangen. De samenhang tussen de drie ‘R’en van het mengen (Rust, Reuring en Rumoer) vormen kernwaarden die leidend zijn in de afweging van belangen, zie ook figuur 19. Bewoners hechten veel waarde aan Rust. Een zekere mate van Reuring ervaren ze als prettig, maar moet niet in (te veel) Rumoer ontaarden. Voor bedrijven op werklocaties wordt er juist veel waarde gehecht aan de ruimte om Rumoer te kunnen produceren. Door technologische ontwikkelingen wordt mengen steeds beter mogelijk. Met slim zoneren, een goed ontwerp en juiste compositie kunnen veel van deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheden worden weggenomen.
3. Meervoudig ruimtegebruik Ook voor meervoudig ruimtegebruik geldt dat we dit binnen de regio Foodvalley stimuleren mits dit bijdraagt aan intensivering van het ruimtegebruik op een locatie, een verhoging van het aantal banen per locatie én wanneer het ruimtelijk-economisch voordelen oplevert. Door geschikte ruimtevragers te combineren op één plek kan ruimte vrijgespeeld worden voor andere ruimtevragers zoals wonen, economie en energietransitie. Dit kan op werklocaties onder andere door bedrijfspanden meer in de hoogte te bouwen, daken in te zetten voor zonnepanelen, centrale en meerlaagse parkeervoorzieningen te gebruiken of parkeren en zonnepanelen gebruiken als dak boven parkeerplaatsen. Daarnaast zullen lege (rest)kavels zo goed mogelijk moeten worden benut voor bedrijvigheid, bijvoorbeeld parkeren, maar ook bijvoorbeeld voor het voorkomen van hittestress en het stimuleren van biodiversiteit. Ook kan gedacht worden aan combinaties van functies die doorgaans niet
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
39
nabij woonwijken kunnen worden gevestigd zoals bedrijventerreinen met windmolens. In Regio Foodvalley faciliteren en stimuleren we meervoudig ruimtegebruik op werklocaties. Sommige vormen van meervoudig ruimtegebruik zijn (bijna) op alle werklocaties toepasbaar, zoals zonnepanelen op daken. Andere vormen van meervoudig ruimtegebruik zoals meerlaags bedrijfspanden en/of parkeervoorzieningen bouwen kunnen alleen op geschikte werklocaties, waar een hogere maximale bouwhoogte niet leidt tot hinder.
6.6 We streven naar… toekomstbestendige werklocaties We willen de huidige, grote waarde van de werklocaties in Foodvalley behouden en versterken naar de toekomst. Dat betekent dat we onze werklocaties optimaal willen laten aansluiten bij de hedendaagse (en toekomstige) marktvraag en opgaven die op werklocaties afkomen. Veranderingen op het vlak van energietransitie, klimaatadaptatie, ruimtelijke kwaliteit, veiligheid, mobiliteit en (digitale) bereikbaarheid en ‘Next Economy’ (digitalisering, circulair) zijn daarbij het meest prominent. Verduurzamen van werklocaties Wij hebben als ambitie onze werklocaties zo duurzaam en circulair mogelijk te maken en te houden. Op een duurzame, circulaire werklocatie wordt per activiteit zo min mogelijk energie verbruikt, omdat processen zijn geoptimaliseerd en omdat het vastgoed goed is geïsoleerd. Daarnaast wordt zoveel mogelijk energie lokaal en duurzaam opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken of windmolens, maar ook bijvoorbeeld door ‘restenergie’ van andere bedrijven in het gebied te hergebruiken. Met grote dakoppervlakken kunnen bedrijventerreinen energie-opwekkers zijn. Het vergroenen van daken en parkeerplaatsen helpt om wateroverlast bij piekbuien te verminderen (hittestress, klimaatadaptie), draagt bij aan de biodiversiteit en maakt van bedrijventerreinen een comfortabelere werkomgeving.
Verduurzaming van werklocaties begint met goede samenwerking van bedrijven op werklocaties. Regio Foodvalley: 1. Stimuleert samenwerking met en vooral ook tussen bedrijven. Verduurzaming begint met goed georganiseerde ondernemerscollectieven (ondernemersvereniging, industriële kring, bedrijfsinvesteringszone – BIZ, energiecollectief, ondernemersfonds, etc.). 2. Onderzoekt hoe verouderde terreinen optimaal kunnen worden gerevitaliseerd, geherstructureerd of getransformeerd zodat toekomstbestendige werklocaties ontstaan, passend bij de behoefte van bedrijfsruimtegebruikers en inspelend op het verduurzamingsvraagstuk. 3. Stimuleert individuele bedrijventerreinen om mee te gaan in de energietransitie. Welke middelen hiervoor worden ingezet zal worden onderzocht. 4. Biedt lange termijn planologische zekerheid aan bedrijven die op het punt staan te investeren in duurzame maatregelen. 5. Biedt direct ruimte voor nieuwe duurzame concepten bij nieuw-ontwikkeling. 6. Zet middels een regionale uitgiftestrategie in op duurzaamheidsmaatregelen en stimuleert daarmee regionaal een gelijk speelveld. 7. Wijst een aantal geschikte, goed ontsloten, regionale locaties aan die concrete circulaire samenwerking direct kunnen faciliteren. 8.
Behoudt voldoende ruimte voor bedrijvigheid met een hogere milieucategorie, om zowel circulaire ontwikkeling als energietransitie mogelijk te kunnen (blijven) maken. Gezamenlijk investeren om marktwaarde en ruimtelijke kwaliteit te behouden Om te zorgen dat de werklocaties in Foodvalley ook in de toekomst hun doelgroepen goed bedienen is het belangrijk om de marktwaarde en ruimtelijke kwaliteit van werklocaties op peil te houden en dit vraagt om investeringen in bijvoorbeeld de bestaande voorraad. Hier dragen ondernemers, gemeenten en provincies samen zorg voor. Het is voor gemeenten belangrijk om te weten wat er speelt onder ondernemers op werklocaties. Vervolgens kunnen gemeenten oplossingsgericht faciliteren en/of stimuleren, provincies kunnen hierbij procesmatig en/of financieel aan bijdragen. Dit kan bijvoorbeeld door het delen van kennis en netwerk met ondernemers, of door bepaalde subsidies te verlenen. Uiteindelijk is de ondernemer echter zelf verantwoordelijk voor zijn eigen kavel. Tegenover besteding van tijd, aandacht en geld door
Visie werklocaties Regio Foodvalley 20.044
40
gemeenten en provincie staan private investeringen in de marktwaarde en ruimtelijke kwaliteit van eigen vastgoed en kavel door ondernemers. Regio Foodvalley verkent de verschillende subsidie en ondersteuningsmaatregelen die verschillende - met name provinciale – programma’s bieden. Toekomstbestendige arbeidsmarkt In Regio Foodvalley stellen we ons tot doel dat er in 2030 voldoende vakmensen aanwezig die praktisch vormgeven aan de verschillende transities en met de modernste technieken baanbrekende innovaties en economische groei realiseren. Op alle niveaus en in alle sectoren. Vanuit het ecosysteem rondom AgriFood, het Health-medisch cluster en de ICT delen we op mondiaal niveau kennis ervaring en trekken hierdoor toptalent aan. We weten ondernemers, (technische) vakmensen en kenniswerkers te vinden, te boeien, te ontwikkelen (LLO) en te behouden. Vanuit het economisch domein leggen we de verbinding met het programma human capital in Regio Foodvalley t.b.v. een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Verduurzamen dagelijkse mobiliteit Er zijn dagelijks talloze pendelstromen van en naar werklocaties in Foodvalley. Het is van toenemend belang dat werknemers op een duurzame, efficiënte en veilige manier hun werk kunnen bereiken. Naast de verduurzaming die behaald kan worden door mobiliteit van en naar werklocaties te verbeteren presteren beter bereikbare werklocaties ook beter.
In Foodvalley willen we zorgen dat werknemers op een duurzame, efficiënte en veilige wijze naar hun werk kunnen. Dit willen we bereiken door het gebruik van andere (duurzamere) vervoersmiddelen dan de auto te stimuleren, bestaande regionale infrastructuur optimaal te benutten en waar nodig te versterken en door de bestaande infrastructuur op een duurzame manier te onderhouden en beheren. Om deze ambities te behalen is ook inzet van werkgevers op werklocaties vereist. Werkgevers kunnen hun werknemers informeren over duurzame mobiliteit en stimuleren/faciliteren in het duurzaam pendelen. Met dit uitgangspunt sluiten we aan bij het mobiliteitsconvenant (september 2019) en de Bereikbaarheidsagenda Regio Foodvalley 2018-2022 die zijn opgesteld.