CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte Rhenen

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Transitievisie Warmte11.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nadelen • Het aanleggen van goed geïsoleerde warmteleidingen om warmteverlies te minimaliseren. • Een hogere aanvoertemperatuur, en dus een betere isolatie van de leidingen betekent ook hogere kosten van het warmtenet. • Dit heeft weer effect op de energietarieven, BAK en vastrecht die de bewoner betaalt. • Afhankelijk van de aanvoertemperatuur van het warmtenet moet er aanvullend een voorziening van tapwater (65°C) worden gerealiseerd. • Ten opzichte van individuele warmtepompen is er geen keuzevrijheid voor de energieleverancier. Wel worden consumenten beschermd tegen hoge tarieven door de Warmtewet. Kosten De Warmtewet beoogt consumentenbescherming, die wordt gewaarborgd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). In de huidige Warmtewet heeft de ACM naast controle op de maximumtarieven, ook controlebevoegdheid op het rendement dat warmtebedrijven maken (de rendementsmonitor).

Als dit rendement te hoog is, moeten zij hun

tarieven verlagen. Zo is de consument beschermd tegen te hoge kosten.

De maximale kosten in de Warmtewet voor 2020 zijn weergegeven in onderstaande tabel, inclusief btw. Deze maximumtarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten voor een Nederlands huishouden dat gas verbruikt (inclusief. onderhoud en afschrijving van de gasketel). Tabel 3 geeft de energielasten van een gemiddeld gezin weer. Tabel 3

Energielasten van gemiddeld gezin

Maximum tarief 2020

Verbruik

Kosten p/jaar

Kosten p/maand

Vastrecht warmte

€ 469,17

N.v.t.

€ 469,-

€ 39,10

Huurafleverset

€ 126,19

N.v.t.

€ 126,-

€ 10,52

Meetkosten

€ 26,63

N.v.t.

€ 27,-

€ 2,22

GJ-tarief

€ 26,06

42 GJ

€ 1.095,-

€ 91,22

€ 1.717,-

€ 143,05

Totaal

29

Naast de jaarlijkse kosten zijn er ook eenmalige investeringskosten van de aansluiting op het warmtenet: de Bijdrage Aansluit Kosten (BAK).

Deze is niet gereguleerd. Een warmtebedrijf kiest een bedrag voor de BAK dat zijn businesscase rendabel maakt. Bij minder rendabele

warmtenetten kan de BAK dus hoog zijn. In het kader van stimulering van duurzame verwarmingsopties kan de gemeente een deel van

Dit zijn maatregelen die voor deze woningen ook onder het “reguliere” woningonderhoud vallen. Deze woningen zijn nu meer dan vijftig jaar oud en hebben een opknapbeurt nodig. Om deze reden zijn deze kosten niet vermeld. Kortom, een collectief warmtenet is met name een goede oplossing voor wat oudere wijken die met een individuele oplossing veel geld kwijt zijn aan het isoleren van hun woning.

Kosten warmtenet voor huurders De kosten uit de Warmtewet zijn gebaseerd op

de kosten voor woningeigenaren die gas hebben. De situatie voor huurders ligt iets ingewikkelder. De vaste kosten voor warmte zijn

gebaseerd op bepaalde kosten die voor een deel normaal door de eigenaar betaald worden, zoals aanschafkosten van de cv-ketel. In de

deze onrendabele top overnemen (subsidie geven

verhuursituatie wordt hierdoor echter een deel

op de BAK). Een schappelijk bedrag voor de

van de kosten verschoven van de eigenaar (de

aansluiting is in de orde van € 5.000,-, maar

woningcorporatie, die investeert in de gasketel)

hiermee kunnen kosten die gemaakt worden over

naar de gebruiker (de huurder, die de vaste

de businesscase van het warmtebedrijf vaak niet

energiekosten moet betalen). Hierdoor zijn de

uit. Aanvullend op de BAK moet men ook in de

kosten voor huurders wel degelijk “meer dan

woning de aansluiting op het warmtenet mogelijk

anders”, omdat er kosten bijgekomen zijn die zij

maken. Dit kan door het plaatsen van een

in de gassituatie niet dragen. Warmtebedrijven

warmteafleverset in huis, of het doorvoeren van

kunnen aan woningcorporaties een optie bieden

leidingen. Deze kosten zijn sterk afhankelijk van de

om een deel van de vaste kosten voor hun

mogelijkheden in de woning en ligt in de

aansluitingen af te kopen. In dat geval wordt de

ordegrootte van € 1.000,- tot € 5.000,-. In totaal zijn

investering voor de woningcorporatie hoger,

de benodigde investeringen voor de huiseigenaar

maar zijn de energielasten voor de huurder beter

in de ordegrootte van € 10.000,-.

vergelijkbaar met de gassituatie.

Warmtenetten bij oude woningen In het geval van oude woningen (ongeveer voor

1965 gebouwd) is het ook noodzakelijk om de basisisolatie op orde te brengen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het vervangen van de beglazing

(en vaak de kozijnen) en dakisolatie.

30

Kostenvergelijking conclusie De kosten voor de huiseigenaar zijn erg belangrijk. Om de energietransitie kostenefficiënt te doorlopen moet we ook kijken naar de nationale kosten, de kosten die de maatschappij als geheel moet maken. Denk hierbij aan de kosten van de netbeheerder voor het verzwaren van de netten. Deze nationale kosten komen terug bij de belastingbetaler door het verhogen van de energietarieven of het moeten verstrekken van subsidies. Het is daarom van belang te zorgen dat deze twee kosten in balans zijn.

Nationale kosten is iets anders dan de maatschappelijke kosten in een maatschappelijke kosten-batenanalyse, waarbij ook bijvoorbeeld positieve of negatieve effecten die geen geldwaarde hebben in de economie toch meegenomen worden, uitgedrukt in geld. Denk bijvoorbeeld aan luchtvervuiling of een verbetering in de gezondheid van inwoners. In de integrale kosten zoals hier bedoeld, worden alle werkelijke kosten die gemaakt moeten worden bij elkaar opgeteld. De investering van de netbeheerder, de kosten voor woningverbetering, aanschafkosten van een warmtepomp, energielasten per maand. Al deze kosten worden teruggerekend naar jaarlasten en op die manier bij elkaar opgeteld.

De laagste kosten Welke techniek zorgt voor de laagste kosten voor huiseigenaren hangt af van het bouwjaar van het huis. Voor huizen die na 1992 gebouwd zijn is een individuele warmtepomp het goedkoopste omdat deze huizen al relatief goed geïsoleerd zijn. De huizen van voor 1992 moeten grote investeringen doen wanneer zij kiezen voor laagtemperatuur. Voor hen is een collectief systeem het goedkoopste.

Conclusie algemeen Beide opties vragen om investeringen uit te spreiden in de tijd. Om deze reden is gekozen om tot 2030 in te zetten op het terugbrengen van de energievraag, ofwel om goed te isoleren.

Kijkend naar de nationale kosten is een individuele warmtepomp het goedkoopst. De vraag is echter of kosten hier de doorslag moeten geven. Zo heeft een collectieve aanpak andere voordelen: zoals lagere kosten voor de eigenaar en centrale geluidsproductie.

31

Bijlage 3 Handelingsperspectief woningeigenaren

Deze foto van Onbekende auteur is gelicentieerd onder CC BY-SA

Hoe kom je tot een keuze voor aardgasvrij? Duidelijk is dat er een grote verscheidenheid in technieken en warmtebronnen is. De eerste stap in

de warmtetransitie is om te bepalen welke techniek en warmtebron geschikt zijn voor een bepaald gebied. In de volgende figuur geven we de

verschillende kansen weer voor aardgasvrij, beredeneerd vanuit de beschikbaarheid van technieken en de gebouweigenschappen.

Gezamenlijk leiden deze kansen en mogelijkheden tot de meest geschikte techniek. In de praktijk zal vaak een combinatie van verschillende technieken

in de verschillende delen binnen een wijk nodig zijn. Gezien de diversiteit van de gebouwde omgeving gaan we per gebied op zoek naar een ideale mix (energieconcept) voor de overstap naar duurzame warmte.

De start: isoleren Hoe beter de isolatie van een gebouw, hoe minder het warmteverlies. Hoe lager de warmtevraag van

woningen, hoe meer woningen verwarmd kunnen worden vanuit dezelfde warmtebron. Daarnaast zorgt isoleren voor een lagere piekvraag (de vraag naar energie op momenten dat het erg koud is), wat belangrijk is om de kosten van energienetten en duurzame bronnen beperkt te houden. Woningen van na 1992 zijn relatief goed geïsoleerd of relatief makkelijk te isoleren. Dit heeft te maken met het Bouwbesluit 1992, waar een eis is opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning.

Bij woningen gebouwd vóór 1992 zijn er sterke verschillen in isolatiewaarde en moet deze per woning worden vastgesteld. Meer informatie over bouwjaren en isolatiegraden staat op de volgende pagina’s. Bouwperiode en isolatiegraad Het bouwjaar van een woning geeft op hoofdlijnen inzicht in de mate van isolatie en daarmee geschiktheid voor hoog- of laagtemperatuuroplossingen. Over het algemeen geldt: hoe ouder de woning, hoe slechter de

isolatiewaarde en hoe hoger de benodigde temperatuur om de woning te kunnen verwarmen. Energielabels geven accurater dan het bouwjaar

weer wat de isolatiewaarde is, maar van niet alle woningen is het energielabel bekend.

Hieronder geven we per bouwperiode weer wat in de basis de benodigde isolatiemaatregelen zijn en welke warmtebron het beste past bij deze

woningen. Woningen voor 1980 - Voor woningen van voor 1980 is het nodig om de muren beter te isoleren om van LT-warmte gebruik te kunnen maken. Echter lopen de kosten van isolatie voor dit soort huizen snel op. Hierdoor kan het soms kostenefficiënter zijn om van een andere bron gebruik te maken (HT).

Woningen van 1980 tot 1992 - Voor woningen van na 1980, maar voor 1992, is er een minimale isolatie van 5 cm in de spouwmuren aanwezig. De woningen hebben gemiddeld een RC-waarde van 1,5. De RC-waarde geeft het totale isolerende vermogen van een gebouw weer. RC staat voor Resistance of Construction, oftewel warmteweerstand. Bij deze woningen is het vaak voldoende om de vloer, de ramen en het dak te isoleren om naar LT-warmte over te gaan. Er dient dan ook een groter warmteafgifteoppervlak te worden gecreëerd. Vaak zit de spouwmuur van deze woningen al bijna vol met isolatie waardoor het navullen hiervan wel zinvol is, maar minder bijdraagt dan de reeds aanwezige isolatie. Hierdoor is de terugverdientijd van muurisolatie voor dit soort woningen een stuk langer.

Bouwbesluit 1992 - Dankzij de invoer van het Bouwbesluit van 1992 zijn woningen met een bouwjaar van 1992 of later relatief goed geïsoleerd of ‘eenvoudig’ te isoleren. Het Bouwbesluit schrijft minimale isolatiestandaarden voor. Zo is er een minimale RC-waarde voor gevels, ramen en vloeren van 2,5. Dit houdt onder andere in dat panden gebouwd onder het Bouwbesluit 1992 voorzien zijn van een gevulde spouwmuur en dubbelglas. Hierdoor is de gevel in orde en is het pand daarom relatief ‘eenvoudig’ geschikt te maken voor een LT-oplossing. Aanpassingen elders in het gebouw zijn wel aan te bevelen. Dit gaat voornamelijk om, wanneer het moment daar is, dubbelglas vervangen door minimaal hr++-glas en idealiter tripleglas.

33

Daarnaast zijn er voldoende grote warmteafgifteoppervlakten nodig (zoals grotere radiatoren, convectoren of vloerverwarming) om LT

mogelijk te maken. Nieuwbouw - Per 1 juli 2018 is de Wet Voortgang

Energietransitie (VET) in werking getreden en geldt dat alle nieuwbouwwoningen aardgasvrij moeten zijn. Omdat nieuwbouwwoningen zeer goed

geïsoleerd zijn, kunnen deze goed aangesloten worden op een LT-warmtenet of retourleiding van een MT- of HT-warmtenet, als deze beschikbaar is.

Als een warmtenet niet mogelijk is, dan zijn deze woningen zeer geschikt voor een all-electric oplossing (warmtepomp).

34

35

Bijlage 4 Kaartmateriaal

Wijknummering 1. Rhenen Binnenstad 2. Cunera 3. Vogelenzang 4. Grebbekwartier Zuid 5. Grebbekwartier Noord 6. Bruine Eng 7. Molenberg 8. Donderberg 9. Koerheuvel 10. Rhenen Hoog 11. Domineesberg 12. Helling Bergweg 13. Grebbeberg 14. Randzone 15. Veeneind 16. Rhenendael 17. Prattenburg 18. Binnenveld 19. Achterberg 20. De Horst 21. Achterberg West 22. Uiterwaarden Rhenen 23. Remmerden 24. Heuvelrug Rhenen 25. Heuvelrug Elst 26. Uiterwaarden Elst 27. De Vordel 28. Elst Centrum 29. Het Bosje 30. Elst West

37

38 38

39 39

Wij maken duurzaamheid werkend!

dwa.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10411401/1