Bijlage 1 Toelichting conceptbestemnmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55.pdf
Tekst van het document
Toelichting (concept)
37
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
4.6
Geluid
De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Voor geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, kunnen tot een bepaald niveau hogere waarden worden verleend. Het gezondheidscentrum is geen geluidsgevoelige functie. De toekomstige appartementen zijn wel geluidsgevoelig. Daarom is door De Milieuadviseur in april een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De resultaten van deze berekening zijn opgenomen in een rapport, dat als Bijlage 8 is opgenomen. Op basis van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de Nieuwe Veenendaalseweg (50 km/uur), bedraagt 57 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh; Bij de nieuwe woningen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt niet overschreden; Op basis van de Wgh kan de gemeente Rhenen een hogere waarde verlenen voor de geluidsbelasting van 54 respectievelijk 57 dB voor Blok 1 en 3 afkomstig van de Nieuwe Veenendaalseweg. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure.
Conclusie: De woningen kunnen na de verlening van de hogere waarden worden gerealiseerd.
4.7
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die "niet in betekenende mate bijdragen" aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het "Besluit niet in betekenende mate" (NIBM) omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Voor wat betreft de luchtkwaliteit wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat als de grenswaarden (jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10)) niet worden overschreden. In de directe nabijheid van de locatie zijn geen activiteiten zoals veehouderijen, industrieën of/en verkeer die een extra toename NO2 of PM10 produceren, waardoor de achtergrondconcentratie bepalend is. De achtergrondconcentratie is de totale concentratie van alle bronnen per vak van 1 kilometer bij 1 kilometer. De achtergrondconcentratie wordt jaarlijks bepaald door de emissies van veehouderijen, industrieën en verkeer bij elkaar op te tellen.
De jaargemiddelde achtergrondconcentratie ter plaatse van de locatie ligt ver beneden de wettelijke grenswaarde van 40 ìg/m³. De concentratie fijn stof ter plaatse van de locatie is dermate laag dat uit het oogpunt van luchtkwaliteit dan ook sprake van een goed woon-en leefklimaat. Om te bepalen of de bijdrage van de geplande ontwikkeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) zal zijn is een berekening uitgvoerd met behulp van de NIBM-tool 2021. Het resultaat van deze berekening is hieronder opgenomen:
38
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
Conclusie: Het aspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.
4.8
Bedrijven en milieuzonering
Uit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening moet bij nieuwe ontwikkelingen worden nagegaan welke bronnen in of nabij het plangebied een belemmering kunnen vormen voor gevoelige functies als wonen. Daarnaast dient te worden bezien of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (de 'omgekeerde werking'). Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid aansluiting te zoeken bij de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). Deze publicatie is als Bijlage 9 opgenomen. Andersom kan deze publicatie worden gebruikt voor het op verantwoorde wijze inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven.
Wanneer we de omgeving van het plangebied in ogenschouw nemen, dan valt het op, dat er naast enkele woningen ook maatschappelijke voorzieningen, winkels, bedrijven en horecagelegenheden aanwezig zijn. Tezamen met de ligging van het plangebied kan gesteld worden, dat hier zeker geen sprake is van een 'rustige woonwijk'. In plaats daarvan is hier sprake van een 'gemengd gebied'. De VNG-handreiking geeft op systematische wijze informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op gemeentelijk niveau op elkaar af te stemmen. In de publicatie zijn richtafstanden gegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De afstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). In de VNG-publicatie zijn voor het bepalen van de richtafstanden de volgende uitgangpunten gehanteerd: het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’.
Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kan worden uitgegaan van kortere afstanden (verlaging met één afstandsstap);
Toelichting (concept)
39
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55 de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstanden lopen op naar mate sprake is van een bedrijf in een hogere milieucategorie. Zoals bij de uitgangspunten voor de richtafstanden is gesteld, kan bij het type gemengd gebied de richtafstand zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met één afstandsstap worden verlaagd (dus van bijvoorbeeld 50 naar 30 meter voor milieucategorie 3.1). Verdere reducties zijn blijkens de toelichting in de VNG-publicatie niet te verantwoorden, omdat in algemene zin niet aannemelijk kan worden gemaakt dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en het functioneren van bedrijven niet in gevaar wordt gebracht. De richtafstand wordt gemeten vanaf de grens van het bedrijfsperceel tot de gevel van het gevoelige object. Navolgende tabel geeft aan wat de richtafstanden zijn voor de verschillende milieucategorieën, zowel voor ‘rustige woonwijken’ of ‘rustige buitengebieden’ als voor ‘gemengde gebieden’.
Richtafstanden en omgevingstype (bron: VNG, 2009) In het plangebied worden milieugevoelige functies (appartementen) en milieubelastende functies (gezondheidscentrum) gerealiseerd. Appartementen Op korte afstand van het plangebied zijn een winkel (Nieuwe Veenendaalseweg 61), een verzorgingshuis (Dokter Wallerstraat 2) en een bedrijf (Groeneweg 15b) aanwezig: Voor de winkel wordt door de VNG een richtafstand van 0 meter geadviseerd in een gemengd gebied (milieucategorie 1). Aan deze richtafstand wordt voldaan. Voor een verzorgingshuis wordt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter geadviseerd (milieucategorie 2, op basis van het aspect geluid). Dit is ook wat betreft het planologisch toegestane gebruik de maximale milieucategorie. Het verzorgingstehuis ligt op een afstand van circa 8,5 meter van de toekomstige appartementen, waarmee niet aan de richtafstand wordt voldaan. Aangezien het deel van het verzorgingstehuis dat binnen de richtafstand van 10 meter ligt enkel de interne trappen/hallen betreft, kan overlast vanuit het maatgevende aspect geluid echter uitgesloten worden. Voor het bedrijf geldt maximaal milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter. De appartementen zullen aan de westzijde op iets meer dan 10 meter van de perceelsgrens af staan. Daarmee zal aan de richtafstand voor het bedrijf worden voldaan.
40
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
Gezondheidscentrum Voor een gezondheidscentrum kan worden uitgegaan voor de richtafstand die de VNG geeft voor Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven. Hiervoor wordt een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied geadviseerd. Aan deze richtafstand zal ten opzichte van omliggende milieugevoelige functies worden voldaan. Conclusie: Er zal in de toekomstige appartementen sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Daarnaast zal bij realisering van de beoogde nieuwe ontwikkelingen in de omliggende woningen sprake blijven van een goed woon- en leefklimaat.
4.9
M.e.r.-beoordeling
De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) is bedoeld om het milieubelangvolwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r.-procedure is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r.-procedure zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieu-effectrapportage (hierna Besluit). In de Wm en in het Besluit wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde onderdeel C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde onderdeel D-activiteiten). Voor onderhavig initiatief is activiteit D11.2 uit onderdeel D van de Bijlage van het Besluit m.e.r. van toepassing: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer Hieronder wordt beschreven of de onder 1 tot en met 3 genoemde drempelwaarden al dan niet worden overschreden. Ad 1: De oppervlakte van het initiatief bedraagt aanzienlijk minder dan 100 hectare.
Aldus geldt dat de drempelwaarde niet wordt overschreven. Ad 2: Het initiatief heeft geen betrekking op het bouwen van 2000 of meer woningen. Deze drempelwaarde is daarom niet relevant en wordt dus niet overschreden. Ad 3: Het initiatief voorziet niet in de realisatie van 200.000 m2 of meer aan bedrijfsvloeroppervlakte. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd, dat het opstellen van een MER in dit geval niet nodig is.
Toelichting (concept)
41
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel.
5.1
Opzet van de regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Voor alle plannen die vanaf 1 juli 2013 in procedure gaan, is de RO Standaarden 2012 verplicht. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. Bij het opstellen van de regels is nauw aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan "Rhenen Stad 2012". De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels. Bestemmingsregels. Algemene regels. Overgangs- en slotregels.
Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen. In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd; Een nadere toelichting op het begrip 'peil' is hier op zijn plaats. Omdat er binnen de locatie grote hoogteverschillen voorkomen kan er niet 'standaard' gewerkt worden met het begrip peil. Daarom zijn de hoogtematen van de gebouwen uitgedrukt in meters boven het referentieniveau van 42 m boven NAP, overeenkomend met de hoogte van de Groeneweg. Op onderstaande doorsnede is het een en ander in beeld gebracht, waarbij de groene lijn het referentieniveau van 42 m boven NAP{ aangeeft. Daaruit blijkt onder andere, dat zowel het nieuwe gezondheidscentrum als de daaronder gelegen parkeerkelder gelegen zijn ONDER het niveau van de Groeneweg. Verder blijkt daaruit, dat het hoogste punt van de geplande nieuwbouw overeen komt met de bestaande hoogte van het verzorgingstehuis De Tollekamp.
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt als peil de hoogte van het aansluitende maaiveld gehanteerd. Juist op een hellend terrein sluit deze definitie het beste aan bij het beoogde resultaat. Wijze van meten. Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsregels
42
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in onder andere: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan. Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, et cetera). Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn. Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming. In paragraaf 5.2 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemming is gekozen. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel. Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan een keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels Hierin is een regeling opgenomen voor nutsvoorzieningen. Algemene gebruiksregels. In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming.
Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overgangs- en slotbepalingen In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
Bestemming Maatschappelijk Deze bestemming is toegekend aan vrijwel het gehele plangebied. Door middel van een bouwvlak is aangegeven welk deel van de gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' bebouwd mogen worden. Het gehele bouwvlak mag benut worden voor de realisatie van een gezondheidscentrum. Dit gezondheidscentrum vormt straks de begane grond van het nieuwe complex. Op het gezondheidscentrum zijn 3 woonblokken geprojecteerd. Deze mogen gebouwd worden ter plaatse van de functieaanduiding 'Wonen'. De beide woonblokken aan de Nieuwe Veenendaalseweg bestaan uit 3 woonlagen met een terugliggende 4e bouwlaag. Het woonblok op het achterste gedeelte van het perceel bestaat uit 2 woonlagen met een terugliggende 3e bouwlaag. Door middel van hoogtebepalingen op de plankaart is precies aangegeven wat de maximale bouwhoogte is van de verschillende onderdelen, gemeten ten opzichte van het referentieniveau, zijnde de hoogte van de Groeneweg van 42 meter boven NAP. De grens van het bouwvlak vormt tevens de begrenzing van de functieaanduiding 'parkeergarage'. Op deze manier wordt het mogelijk gemaakt om onder het gezondheidscentrum een parkeerkelder te realiseren. Deze komt geheel beneden het maaiveld te liggen. Hierdoor wordt het parkeren aan het zicht onttrokken vanaf de Nieuwe Veenendaalseweg.
Omdat het gezondheidscentrum voorzien zal worden van een daktuin hoeven de toekomstige bewoners niet uit te kijken op geparkeerde auto's, maar kunnen zij in plaats daarvan genieten van een 'groen' uitzicht.
Toelichting (concept)
43
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
Bestemming Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming is toegekend aan een smalle strook grond langs de zuidzijde van het plangebied, grenzend aan het terrein van De Tollekamp. Het is de bedoeling om hier een openbare verbinding te maken voor langzaam verkeer tussen de Nieuwe Veenendaalseweg en het woongebied ten westen van het plangebied. Een dergelijke voorziening is ook mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Rhenen Stad 2012'.
44
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient een onderzoek te worden verricht naar de uitvoerbaarheid van het plan. De gemeente Heerde zal voordat het plan in procedure gaat met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten, zodat de economische uitvoerbaarheid 'anderszins verzekerd' is. De kosten voor de uitvoering van dit bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Aangenomen wordt dat deze over de financiële middelen beschikt om het plan uit te kunnen voeren. Hiermee wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vanaf maart 2020 zijn de plannen besproken met een afvaardiging van de omwonenden. Daarbij werd het al gauw duidelijk, dat de omwonenden en dan met name de bewoners van de Groeneweg moeite hebben met de hoogte van de geplande appartementen. Tijdens een aantal bijeenkomsten is stapsgewijs onderzocht op welke manier tegemoet gekomen kan worden aan de wensen van de omwonenden. Van dit proces is een participatieverslag opgesteld, dat als Bijlage 10 is toegevoegd. De verschillende stappen in het ontwerpproces zijn verbeeld in Bijlage 11. Hieronder zijn ter illustratie enkele stappen opgenomen, maar voor het volledige beeld wordt kortheidshalve verwezen naar Bijlage 11 (Bron: Luijk architecten):
Toelichting (concept)
45
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
46
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55
Er zijn veel verbeteringen in het plan doorgevoerd (denk aan: meer volume naar de kant van de Tollekamp en minder op bouwblok 2, werken met verspringingen in de gevel waardoor het complex minder massief oogt, werken met een terugliggende bovenste laag op blok 2 en zoeken naar mogelijkheden voor enerzijds daglicht in de nieuwe appartementen maar geen rechtstreekse inkijk in de tuinen anderzijds). Belangrijk is de hoofdconclusie van die laatste sessie: Bewoners geven aan dat ze vertrouwen hebben in de plannen mbt het privacy-deel. Ze zien dat er veel oplossingen mogelijk zijn om dat te kunnen borgen; Bewoners houden moeite met het terugliggende penthouse op bouwblok 2; Beide partijen geven aan vertrouwen te hebben om nog verder met elkaar in gesprek te gaan. Op punt twee zit de meeste spanning. Bewoners geven aan moeite te houden met de hoogte van bouwblok 2 vanwege het uitzicht vanuit hun woning en tuin. Echter, om het project financieel haalbaar te houden -en te voldoen aan de eisen vanuit ruimtelijke kwaliteit, sociale koop, verkeer, duurzaamheid – is de omvang van wooneenheden nodig. Inmiddels is de Nota van Uitgangspunten op 2 februari 2021 vastgesteld door het College van B&W, zodat de kaders nu vastliggen voor alle partijen.
Toelichting (concept)
47