Bijlage 1 SWOV R-2016-04 Eindrapport
Tekst van het document
De huidige en toekomstige verkeersbelasting op het kruispunt van de N233 en de Bergweg/Achterbergsestraatweg, het relatief beperkt aantal fietsers, het huidig verkeersveiligheidsniveau en het door bewoners ervaren verkeersveiligheidsniveau, geven geen aanleiding om af te wijken van de aanbevelingen van CROW (en SWOV) voor kruispunten op gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom. Gegeven lokale omgevingsfactoren en de verkeerskundige en verkeersveiligheidselementen, bevelen wij aan het kruispunt in te richten met een viertaks gelijkvloerse voorrangskruispunt dat met een VRI geregeld is. Wel is het aan te raden de verkeersveiligheid en het verkeersgedrag op en nabij het kruispunt te monitoren na de aanpassing. Het kruispunt dient op de hoofdtakken snelheidsremmende voorzieningen te hebben en in het ontwerp dient nadrukkelijk aandacht te zijn voor overstekende fietsers, zodat deze zowel in tijd als in ruimte worden beschermd tegen contact met snelverkeer.
82
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
Op de westelijke tak dienen vrijliggende fietspaden te worden aangebracht, waarbij rekening wordt gehouden met hogere ontwerpsnelheden voor de fietsvoorzieningen (dit vanwege hoge fietssnelheden heuvelaf richting de N233). Op de T-aansluiting met de Bergweg aan de oostzijde valt te overwegen een uitritconstructie, een verhoogd fietspad of zelfs een plateau aan te leggen. Het huidige ongevallenbeeld, de verkeerssituatie (inclusief conflicten) en het toekomstige verkeer (vooral de aantallen fietsers) op het kruispunt geven geen aanleiding om een ongelijkvloerse fiets- of voetgangersbrug of –tunnel te overwegen. Dit onder voorwaarde dat de bovengenoemde ontwerpeisen voor de gelijkvloerse oplossing worden toegepast.
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
83
Literatuur Boer, E. de (2010). School Concentration and School Travel. PhD Thesis. Delft University of Technology, Delft. CROW (2006). Ontwerpwijzer fietsverkeer. CROW Publicatie 230. CROW, Ede. CROW (2012). Basiskenmerken wegontwerp; Categorisering en inrichting van wegen. Publicatie 315. CROW, Ede. CROW (2013). Handboek wegontwerp 2013 : basiscriteria. CROW, Ede. CROW (2015). Basiskenmerken kruispunten en rotondes. Publicatie 315A. CROW, Ede.. Dijkstra, A. (2010). Welke aanknopingspunten bieden netwerkopbouw and wegcategorisering om de verkeersveiligheid te vergroten? : eisen aan een duurzaam veilig wegennet. R-2010-3. SWOV, Leidschendam. Dijkstra, A. (2014). Naar meer veiligheid op kruispunten. Aanbevelingen voor kruispunten van 50-, 80- en 100km/uur-wegen. R-2014-21. SWOV, Den Haag. Grontmij (2013). Aanvullende analyse verkeersgegevens en ontwerp N233; Bergweg en Knoop Rhenen N233. Notitie 312983. Hoekstra, A.T.G. & Mesken, J. (2010). De rol van ouders bij informele verkeerseducatie; Vragenlijststudie naar kennis, behoeften en motieven van ouders. R-2010-31. SWOV, Leidschendam. Hoekstra, A.T.G., Mesken, J. & Vlakveld, W.P. (2010). Zelfstandig of begeleid naar school; Beleving van verkeersonveiligheid door ouders van basisschoolleerlingen. R-2010-7. SWOV, Leidschendam. Houwen, K. van der, Goossen, J. & Veling, I. (2003). Reisgedrag kinderen basisschool; Eindrapport.
TT 02-95. Traffic Test, Veenendaal. Koperberg, A. & Broer, K. (2015). Literatuuronderzoek Zelfstandig Fietsen naar School. Fietsersbond, Utrecht. Metz, F. & De Haan, J. (2013). Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Schoolmobiliteit. KpVV-CROW, Utrecht. SWOV (2014). Kruispunttypen. SWOV-Factsheet, novembr 2014. SWOV, Den Haag. Webb, T.L. & Sheeran, P. (2006). Does changing behavioral intentions engender behavior change? A meta-analysis of the experimental evidence. In: Psychological bulletin, vol. 132, nr. 2, p. 249.
84
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
Wegman, F.C.M. & Aarts, L. (red.) (2005). Door met Duurzaam Veilig. Nationale verkeersveiligheidsverkenning voor de jaren 2005-2020. SWOV, Leidschendam.
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
85
Bijlage 1
Quickscan kruispunt N233 en Achterbergsestraatweg Dd. 13 maart 2014 Auteur: Govert Schermers De provincie Utrecht heeft SWOV gevraagd een advies te geven ten aanzien van de herinrichtingsplannen voor het kruispunt van de N233 met de Bergweg en de Achterbergsestraatweg. Afbakening van dit advies • Het advies van SWOV is noodgedwongen binnen zeer beperkte tijd opgesteld en daarom alleen gebaseerd op een quickscan van de volgende documenten en bestanden: • Aanvullende analyse verkeersgegevens en ontwerp N233 – Bergweg en Knoop Rhenen N233 (Grontmij-notitie 312983, dec 2013) • Verkeerstellingen fietsoversteken N233 Rhenen (Dufec-rapport, september 2013) • Overzicht ongevallen N233 2001-2013 • Ontwerptekeningen (niet op schaal) toekomstige situatie • Ontwerptekening fietsbrug • Emailwisseling tussen de provincie, SWOV en de provincie en de klankbordgroep/actiegroep • Handboek wegontwerp (CROW, 2013) • Basiskenmerken wegontwerp (CROW, 2013) De quickscan is alleen gericht op verkeersveiligheid. Deze quickscan bevat geen verkeersveiligheidsaudit of –inspectie en derhalve zijn de uitkomsten puur indicatief. Vervolgonderzoek kan meer concrete aanbevelingen opleveren. Situatieschets Het kruispunt tussen de N233 en de Achterbergsestraatweg/Bergweg is een kruispunt tussen een 80km/uur provinciale gebiedsontsluitingsweg en een 60km/uur erftoegangsweg (Afbeelding B.1).
Langs de N233 zijn vrijliggende fietspaden aangelegd. Ter hoogte van het kruispunt zijn fiets- en voetgangersoversteekvoorzieningen gelijkvloers aangelegd. Het kruispunt is geregeld met een VRI. Parallel aan de N233 ligt aan de oostzijde spoorlijn. De overgang met de Bergweg en de daar aanliggende fietspaden zijn volledig bewaakt. Verkeersintensiteiten in de ochtendspitsperiode liggen rond de 800mvt/uur in de richting Veenendaal en 700 mvt/uur richting Rijnbrug. Het betreft een relatief druk kruispunt dat vooral gebruikt wordt door scholieren op fietsen en bromfietsen. Voor het langzaam verkeer liggen de spitsperiodes tussen 07:30 en 08:30 en 15:30 en 16:30, met voetgangersintensiteiten van respectievelijk 20 en 6 per uur en fietsers/bromfietsersintensiteiten respectievelijk 50 en 100 per uur. Uit de ongevallenregistratie blijkt dat in de periode 2001-2009 16 ongevallen zijn geregistreerd. Dit betreffen 11 ongevallen met letsel, waarvan 5 ongevallen tussen een auto/bestelauto en fiets/bromfiets. Hierbij zijn geen doden gevallen. Alle ongevallen met fiets/bromfiets betroffen voorrangsfouten (bij afslaan).
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
87
Afbeelding B.1. Kruispunt N233 met de Bergweg (Huidige situatie). In de toekomstige situatie (Afbeelding B.2) worden ter hoogte van het kruispunt op de N233 extra doorgaande rijstroken toegevoegd en worden extra rijstroken op de Achterbergsestraatweg-Oost aangelegd. Daarnaast wordt op de N233 een middengeleiding aangebracht. Ook wordt aan de westzijde een fietsoversteek toegevoegd. De fiets- en voetgangersoversteken blijven gelijkvloers. Een nieuwe VRI regeling zal worden toegepast. Voor de fietsoversteek over de N233 wordt een aparte groenfase voorzien waarbij fietsers in één keer (conflictvrij) kunnen oversteken. De oversteeklengte wordt groter. De wachttijd neemt waarschijnlijk toe omdat voor conflictvrij een langere cyclus nodig is. Het nieuwe tweerichtingsverkeer op het westelijke fietspad kan wel/niet tot complicaties leiden.
88
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
Afbeelding B.2. Kruispunt N233 met de Bergweg (toekomstige situatie) Conclusie en advies Aan de hand van de beschikbaar gestelde documenten kunnen de volgende algemene opmerkingen worden geplaatst: • Het kruispunt in de toekomstige situatie met gelijkvloerse fiets- en voetgangersoversteken voldoet aan de eisen gesteld in CROW 315 (Basiskenmerken wegontwerp) • Hoewel rotondes vanuit verkeersveiligheidsoogpunt de voorkeursvariant zijn voor kruispunten, is, gegeven de ligging van het spoor aan de oostzijde van de N233, in dit geval de meest logische oplossing een VRIgeregeld kruispunt met gelijkvloerse oversteekvoorzieningen voor voetgangers en (brom)fietsers. • Hoewel er geen zicht is op het aantal en soort verkeersongevallen in de huidige situatie, is het beeld voor 2001-2009 licht alarmerend en zou dit kruispunt, afhankelijk van de definitie van blackspot dat wordt toegepast, in aanmerking komen als een blackspot (meer dan 6 letselongevallen per 3 jaar). Wellicht zal deze situatie verbeteren met de voorgestelde aanpassingen aan het ontwerp en de VRI-regeling. • Door de aangepaste VRI-regeling zullen flankongevallen als gevolg van voorrangsfouten bij afslaan (rechtsaf vanaf de N233) tussen motorvoertuigen en (brom)fietsers minder vaak voorkomen.
• Het aantal en de aard van de rapporten die zijn ingediend en de bezwaren van onder andere de actiegroep suggereren dat subjectieve onveiligheid wordt ervaren bij dit kruispunt. SWOV acht het verstandig dat concreet gemaakt wordt waarop deze gevoelens van onveiligheid zijn gebaseerd. Pas daarna kunnen deze gevoelens worden geobjectiveerd of gestaafd aan metingen, en kan er naar een oplossing hiervoor worden
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
89
gezocht, zonder dat deze ten koste gaat van de objectieve verkeersveiligheid. De conclusie van de quickscan is dat de gekozen oplossingsrichting (met de aangepaste VRI-regeling) van de provincie voor het kruispunt tussen de N233 en de Bergweg in algemene zin voldoet het aan de vigerende richtlijnen gesteld in onder andere het BKWO en het HWO van het CROW. SWOV beveelt daarnaast aan om de bezwaren die er tegen de voorgestelde oplossing leven concreet te maken en te objectiveren. Zo nodig kan hier in het nieuwe ontwerp rekening mee worden gehouden. Naast subjectieve verkeersveiligheid dient daarbij echter ook de objectieve verkeersveiligheid op basis van de kennis die daar momenteel over beschikbaar is bij in het oog te worden gehouden. Om de kwaliteit van keuzen die worden gemaakt nog beter te borgen, is het aan te bevelen om een audit uit te voeren op het voorgestelde ontwerp en onderzoek te doen naar belangrijke oorzaken van de ongevallen die in het verleden op het kruispunt zijn gebeurd.
90
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
Bijlage 2
Geïnterviewde personen Projectgroep Wijwillenveiligoversteken WWVO: Ana Hulsebosch Hans Jansen Gert van Oort Teunis van de Pol
Gemeente Rhenen Ronald Keijman
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
91
Bijlage 3
Voorstel WWVO voor aanpassing kruising
92
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
Bijlage 4
Enquête
P1 – INTRO Omschrijving:
Dit is een onderzoek naar wat u vindt van de veiligheid op het onderstaande kruispunt tussen de N233 (Lijnweg) en de Bergweg/Achterbergsestraatweg.
Doelgroep:
* Ouders/voogden van schoolgaande kinderen (basisschool, voortgezet onderwijs) * Leerlingen van het voortgezet onderwijs
Uitgevoerd door:
Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV in opdracht van de Provincie Utrecht met medewerking van de projectgroep Wijwillenveiligoversteken (WWVO)
>
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
93
P2 – BACKGROUND Wat is uw postcode en huisnummer*? Postcode <4 digits and 2 letters> - Huisnummer <numerical and letters> *Deelname aan dit onderzoek is volledig anoniem. Uw postcode en huisnummer wordt uitsluitend gebruikt om na te gaan hoeveel personen per huishouden aan het onderzoek hebben deelgenomen.
Program Postcode and huisnummer in 1 row. •
[selectiecriterium] <single> Bent u:
Ouder/voogd van schoolgaand (basis/voortgezet onderwijs) kind(eren)*
Basisschoolleerling <einde onderzoek>
Middelbare scholier
Geen van bovenstaande <einde onderzoek> •
94
*Voorwaardelijk o Indien ingevuld door ouder: Hoeveel kinderen heeft u? Wat is de leeftijd en het geslacht van uw kind(eren)? o Indien ingevuld door middelbare scholier: Wat is je leeftijd? Wat is je geslacht? • Man • Vrouw
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
P3 - Vraag A [middelbare scholier] / [kind 1] •
Naar welke school ga je?
•
Naar welke school gaat uw zoon /dochter van x jaar?
BASISCHOLEN (KIND 1)
VOORTGEZET ONDERWIJS (SHOW FOR BOTH GROUPS)
De Bantuin
C.L.V.
CBS De Springplank
C.S.V.
Cuneraschool
Groenschool Helicon
Ericaschool
Ichthus College
Montessori school
Rembrandt College
Willem Teellinckschool
Pantarijn Locatie Kesteren
Anders, namelijk <open>
Pantarijn Locatie Rhenen
Pantarijn Locatie Hollandseweg Wageningen Pantarijn Locatie Nobelweg Wageningen
Revius Lyceum Doorn
Anders, namelijk <open>
P4 - Vraag B1 [MB] [kind 1] • Steek je het kruispunt van de N233 (Lijnweg) met de Bergweg/ Achterbergsestraatweg over om naar school te gaan? •
Steekt uw zoon /dochter van x jaar het kruispunt van de N233 (Lijnweg) met de Bergweg/ Achterbergsestraatweg over om naar school te gaan?
Ja [naar vraag B3]
B1a
Nee [naar vraag B2]
B1b
Vraag B2 Wat is daar de reden voor?
Ik hoef / Mijn zoon /dochter van x jaar hoeft de N233 niet over te steken om op school te komen.
B2a
De N233 oversteken is de meest directe route om naar school te gaan, maar ik geef de voorkeur aan een alternatieve route
B2b
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
95
P5 - Vraag B3 [MB] [kind 1] • Steek je het kruispunt van de N233 (Lijnweg) met de Bergweg/ Achterbergsestraatweg over om naar buitenschoolse activiteiten te gaan? •
Steekt uw zoon /dochter van x jaar het kruispunt van de N233 (Lijnweg) met de Bergweg/ Achterbergsestraatweg over om naar buitenschoolse activiteiten te gaan?
Ja, dagelijks
Ja, wekelijks
Ja, maandelijks
Ja, een paar keer per jaar
Zelden tot nooit
Vraag B4 Wat is daar de reden voor?
Ik hoef / Mijn zoon /dochter van x jaar hoeft de N233 niet over te steken om naar buitenschoolse activiteiten te gaan.
B4a
De N233 oversteken is de meest directe route om naar buitenschoolse activiteiten te gaan, maar ik geef de voorkeur aan een alternatieve route
B4b
P6a - Vraag C [MB] •
Hoe ga jij meestal naar school?
Ik loop zelf naar school
C1
Ik loopt met broer/zus/buurtgenoten/klasgenoten/etc. naar school
C2
Ik loop samen met een ouders of andere volwassene loop(t) naar school
C3
Ik fiets zelf naar school
C4
Ik fiets met broer/zus/buurtgenoten/klasgenoten/etc. naar school
C5
Ik ga bij een ouder of andere volwassene achterop de fiets naar school
C6
Ik fiets samen met een ouder of een andere volwassene fiets(t) naar school
C7
Ik ga zelf met openbaar vervoer naar school
C8
Ik ga met broer/zus/buurtgenoten/klasgenoten/etc. met openbaar vervoer naar school
C9
Ik ga samen met een ouder of andere volwassene met openbaar vervoer naar school
C10
Een ouder of een andere volwassene brengt mij met de auto naar school
C11
Overig, namelijk... (gebruik tekstvak)
96
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
P6b - Vraag C [kind 1] • Hoe gaat uw zoon/dochter van x jaar meestal naar school?
Mijn kind loopt zelf naar school
C1
Mijn kind loopt met broer/zus/buurtgenoten/klasgenoten/etc. naar school
C2
Ik of een andere volwassene loop(t) samen met mijn kind naar school
C3
Mijn kind fietst zelf naar school
C4
Mijn kind fietst met broer/zus/buurtgenoten/klasgenoten/etc. naar school
C5
Ik of een andere volwassene breng(t) mijn kind achterop de fiets naar school
C6
Ik of een andere volwassene fiets(t) samen met mijn kind naar school
C7
Mijn kind gaat zelf met openbaar vervoer naar school
C8
Mijn kind gaat met broer/zus/buurtgenoten/klasgenoten/etc. met openbaar vervoer naar school
C9
Ik of een andere volwassene breng(t) mijn kind met openbaar vervoer naar school
C10
Ik of een andere volwassene breng(t) mijn kind met de auto naar school
C11
Overig, namelijk... (gebruik tekstvak)
P7 - Vraag D [kind 1]* NB. niet voor [MB] • Brengt of begeleid u uw kind(eren) zelf naar school?
Ja
Nee •
Combineert u het brengen/begeleiden van uw kind wel eens met andere reisdoelen? U mag er meerdere aankruisen, mits ze betrekking hebben op de (bijna) dagelijkse praktijk. Ja, ik combineer de rit vrijwel dagelijkse met de volgende reisdoelen Werk (inclusief vrijwilligerswerk) Boodschappen Familiebezoek Sport/lichaamsbeweging Anders, namelijk:
Nee, ik breng/begeleid alleen de kind naar school en ga daarna meestal weer huiswaarts.
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag
97
P8a - Vraag E [MB] • Hieronder staan een aantal overwegingen die mee kunnen spelen in de manier (route, vervoersmiddel, etc.) waarop je naar school gaat. Kun je aangeven in hoeverre deze punten bij jou een rol spelen door een rangorde aan te brengen? Begin met de overweging die het meest belangrijk/doorslaggevend is (1) en ga door tot de minst belangrijke overweging (6). De afstand/reistijd naar school De verkeersveiligheid van de route en schoolomgeving De sociale veiligheid van de route en schoolomgeving * Mijn ouders willen niet dat ik de kruising oversteek vanwege de verkeersveiligheid van de route en schoolomgeving Mijn ouders willen niet dat ik de kruising oversteek vanwege de sociale veiligheid * van de route en schoolomgeving Wat andere leeftijdgenoten doen *Met sociale veiligheid doelen we op een omgeving een gevoel van onveiligheid kan oproepen (bv bosjes, steegjes, aanwezigheid hangjongeren, zwervers, etc.)
•
Zijn er overwegingen die bij het maken van je keuze een rol hebben gespeeld die niet in dit lijstje staan?
Nee
Ja, namelijk
P8b - Vraag E [kind 1] • Hieronder staan een aantal overwegingen die mee kunnen wegen in de wijze (route, vervoersmiddel, etc.) waarop u uw kind naar school laat gaan. Kunt u aangeven in hoeverre deze punten bij uw zoon/dochter van x jaar een rol spelen door een rangorde aan te brengen? Begin met de overweging die het meest belangrijk/doorslaggevend is (1) en ga door tot de minst belangrijke overweging (8). De afstand/reistijd naar school Mijn eigen vervoerwijze naar werk/activiteiten buitenshuis (bijvoorbeeld: ik zet mijn kind onderweg naar werk/activiteiten bij school af) De verkeersveiligheid van de route en schoolomgeving De sociale veiligheid van de route en schoolomgeving
[1]
Het contact met andere ouders op het schoolplein Wat andere ouders/kinderen doen Hoe mijn kind zelf graag naar school wil Wat mijn kind kan (qua vaardigheden, persoonlijkheid) Mijn overwegingen zijn hetzelfde als bij mijn zoon/dochter van x jaar [bij kind 2-x] [1]
Met sociale veiligheid doelen we op een omgeving een gevoel van onveiligheid kan oproepen (bv bosjes, steegjes, aanwezigheid hangjongeren, zwervers, etc.)
98
SWOV-rapport R-2016-4 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV – Den Haag