CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Memo toelichting fiscale wijziging MFG Bestegoed

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Wijziging beleidskader sport- en beweegaccommodaties gemeente Rhenen2.262 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Rhenen T.a.v. Robbert de Jong Nieuwe Veenendaalseweg 75 3911 MG Rhenen Datum: 9 juni 2024

Betreft: fiscale aspecten MFG Het Bestegoed Geachte heer de Jong, beste Robbert

Naar aanleiding van jouw e-mail met vragen over de fiscale gevolgen voor MFG Het Bestegoed zenden wij graag deze notitie. In deze notitie gaan wij in op de fiscale gevolgen van de exploitatie van MFG het Bestegoed. Daarnaast bespreken wij nog andere relevante fiscale aandachtspunten en geven wij antwoord op de gestelde vragen.

1. Inleiding

De fiscale kwalificatie van een gebouw is afhankelijk van het gebruik van het gebouw. Binnen MFG het Bestegoed zijn diverse gebruikers aanwezig. Binnen MFG het Bestegoed is daarom sprake van verschillende kwalificaties voor de btw. De fiscale kwalificatie heeft gevolgen voor het al dan niet in rekening brengen van btw aan gebruikers/huurders. De fiscale kwalificatie heeft ook gevolgen voor de verwerking van btw op de kosten van het gebouw.

MFG het Bestegoed is eerder onderwerp van fiscale discussie geweest ten tijde van een boekenonderzoek door de Belastingdienst. Inmiddels is de situatie gewijzigd. Hier gaan wij later in de notitie nader op in. Het verdere feitelijke gebruik van MFG het Bestegoed dient nog verder uitgezocht te worden voordat we een definitief standpunt kunnen bepalen.

2. Fiscale uitwerking

Zoals al beschreven in de inleiding is de fiscale kwalificatie afhankelijk van het gebruik. Hierna gaan wij voor nu enkel in op de gebruiksvormen biljart en zaalverhuur die plaatsvinden in MFG het Bestegoed en de fiscale gevolgen daarvan.

2.1 Sport en btw

Per 1 januari 2019 is de niet-commerciële exploitatie van sportaccommodaties vrijgesteld van btw. Dit houdt in dat niet-commerciële sportexploitanten zoals reguliere sportverenigingen, niet langer kunnen kwalificeren als btw-belast ondernemer voor sportactiviteiten. Dit is slechts anders indien er sprake is van een commerciële sportexploitatie met een winstoogmerk. Wij gaan ervan uit dat dit niet het geval is nu de huidige sportgebruikers met name verenigingen zijn. Mocht dit anders zijn dan vernemen wij dat graag. Doordat de niet-commerciële sportactiviteiten zijn vrijgesteld van btw, kan de toerekenbare inkoop btw niet worden verrekend via de btw-aangifte. Dit leidt ertoe dat de btw op de kosten toerekenbaar aan het gebruik van de sportverenigingen niet meer aftrekbaar zijn via de btwaangifte. De sportverenigingen zelf zijn daardoor ook geen btw-ondernemer meer. Van btw-

compensatie is geen sprake omdat het investeren en ter beschikking stellen van sportaccommodaties niet wordt gezien als een wettelijke taak. De toerekenbare btw is dus kostprijsverhogend voor de gemeente. 1

2.2 (Zaal)verhuur

Voor het ter beschikking stellen van zalen aan gebruikers door de gemeente is de hoofdregel dat deze diensten zijn vrijgesteld van btw.2 Hierin maakt het niet uit of gebruikers kortdurend huren of langdurig. Er zijn situaties waarin de gemeente wel als btw-ondernemer kan optreden. Hiervoor gelden strikte eisen. Bij langdurige verhuur kan de gemeente in het huurcontract kiezen voor een btw-belaste verhuur. Dit mag alleen als de gebruiker het gehuurde gebruikt voor meer dan 90% voor btw-belaste prestaties. Naar ons weten zijn er in MFG het Bestegoed meerdere gebruikers die langdurig huren. Dit betreft de GGD Utrecht (consultatiebureau) en het gezondheidscentrum (huisarts en apotheek). Alleen een apotheek kan kwalificeren voor btwbelaste verhuur. Op dit moment wordt ook btw in rekening gebracht bij de GGD Utrecht. Dit is onzes inziens niet mogelijk en dus onjuist. Bij de huisarts en apotheek wordt de btw wel correct verwerkt. Bij kortdurende verhuur van ruimten aan diverse gebruikers tegen vergoeding, dan geldt dat het terbeschikkingstelling van zalen onder voorwaarden belast met btw kan plaatsvinden. Dit is mogelijk indien deze zalen tezamen met aanvullende faciliteiten aan de huurders/gebruikers ter beschikking wordt gesteld. Dit betreft de zogenaamde verhuur plus kwalificatie.

Er is bij verhuur plus geen sprake van verhuur van ruimten, maar van een andere belaste prestatie waarin de verhuur ondergeschikt is aan de overige diensten. Vereist is dat het ter beschikking stellen van de ruimten slechts een element vormt van het verrichten van een andere prestatie (aanvullend dienstvertoon dient de boventoon te voeren). De andere prestatie moet de prestatie zijn waar het de afnemer in essentie om gaat. De terbeschikkingstelling van de onroerende zaak gaat voor de btw dan op in die andere prestatie waardoor dus sprake is van de tegenovergestelde prestatie van passieve verhuur.3

Om te kwalificeren voor een belaste exploitatie zullen de activiteiten van de gemeente voor de exploitatie van het zaalgebruik door derden naar buiten toe herkenbaar moeten zijn als één prestatie waarbij de verhuur ondergeschikt is aan het aanvullend dienstvertoon. Dit werken wij nader uit onder 3.2. Voor zover nu te beoordelen kwalificeren de huidige zaalverhuren niet als verhuurplus gezien het geringe aanvullende diensteboon. Daardoor zal deze activiteit niet leiden tot btw-belaste prestaties. De btw die ziet op de kosten val zaalverhuur voor MFG het Bestegoed is kostprijsverhogend. We zien dat er in het verleden diverse correcties zijn gemaakt met betrekking tot het MFG voor het indienen van de aangifte. Echter zijn de onderliggende stukken summier en kunnen we niet goed herleiden wat als basis is gebruikt. Op basis van de stukken en informatie welke we aan het verzamelen zijn gaan we na of deze correcties juist zijn geweest en wat er eventueel als aanvullende correcties in de vorm van een suppletie omzetbelasting ingediend dient te worden bij de Belastingdienst (na afstemming met de Belastingdienst).

2.3 Overige gebruiksfuncties

Op basis van de ontvangen lijst met baten zien we een aantal gebruikers. Deze lijken losse zaalverhuur te gebruiken of een gemengd gedeeld van het pand te gebruiken waardoor het btwregime van 2.2. geldt. Voor zover er vaste gebruikers die voldoen aan het 90% belaste verhuur 1 Wel kan de gemeente onder voorwaarden een subsidie aanvragen via de SPUK-sport. Deze subsidie is

bedoeld om het btw-nadeel dat door de wetswijziging per 1-1-2019 ontstaan te compenseren. 2 Dit volgens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, aanhef, van de wet omzetbelasting. 3 HR 7 december 2012, nr.10/02532 m.nt. Van Zadelhoff; A-G Van Hilten

vereiste en dit zelfstandige ruimten zijn die exclusief worden verhuurd aan deze gebruikers, zou gekozen kunnen worden voor btw-belaste verhuur. Dit kan door te opteren hiervoor in een contract. Dit zou mogelijk zijn onder voorwaarden voor bijv. de horeca en de regiobibliotheek. Dit wordt nog nader onderzocht. Ten aanzien van alle gebruikers wordt nu btw in rekening gebracht. Dit is niet mogelijk voor onderwijs, kinderopvang en de gebruikers van de verenigingen.

3.

Interpretatie brief Belastingdienst, waarom wijkt ons advies af

Hierna beantwoorden wij de vraag waarom de huidige situatie afwijkt van de brief van de Belastingdienst. De twee voornaamste redenen waarom ons advies afwijkt van hetgeen wat uiteengezet is in het controlerapport betreft: - De uitbreiding van de sportvrijstelling in 2019; en - De toepasbaarheid van de btw belaste verhuur bij kortdurende verhuur aan wisselende huurders.

3.1 Uitbreiding sportvrijstelling

Als gevolg van de uitbreiding van de sportvrijstelling in 2019 is nu ook het gelegenheid geven tot sportbeoefening vrijgesteld. Hierdoor is de verhuur van de sporthal niet langer belast maar vrijgesteld. Dit geldt ook voor de verhuur van de biljartruimte. Als gevolg hiervan dient een deel van de vierkante meters welke in het controlerapport opgenomen zijn onder belast aangepast te worden naar vrijgesteld. Dit houdt tevens in dat voor de verhuur van deze ruimten geen btw meer in rekening gebracht mag worden.

3.2 Toepasbaarheid van de btw belaste verhuur bij kortdurende verhuur aan wisselende huurders

Daarnaast wordt er in de beschouwing in het teruggaaf verzoek van EFK gesproken over dat de kortdurende verhuur aan wisselende gebruikers in de heffing van btw meegenomen mag worden. Dit betreft de zalen die aanwezig zijn in het MFG welke aan diverse partijen verhuurd worden voor diverse doeleinden. In het controlerapport geeft de Belastingdienst hierover aan (onder punt 4.3) dat wanneer er dan sprake is van kortdurende verhuur aan wisselende huurders dit op grond van de Hof uitspraak van 28 juni 2011 een belaste dienst is. In beginsel is het ter beschikking stellen van zalen voor bijvoorbeeld een conferentie een btwvrijgestelde prestatie op grond van art. 11, lid 1, onderdeel b Wet OB (verhuur van een onroerende zaak).

De terbeschikkingstelling van zalen kan onder voorwaarden belast met btw plaatsvinden. Dit is mogelijk indien deze zalen tezamen met aanvullende faciliteiten aan de huurders/gebruikers ter beschikking wordt gesteld. Dit betreft de zogenaamde verhuur plus kwalificatie. Er is bij verhuur plus geen sprake van verhuur van ruimten, maar van een andere belaste prestatie waarin de verhuur ondergeschikt is aan de overige diensten. Vereist is dat het ter beschikking stellen van de ruimten slechts een element vormt van het verrichten van een andere prestatie (namelijk de all-in servicedienst). De andere prestatie moet de prestatie zijn waar het de afnemer in essentie om gaat. De terbeschikkingstelling van de onroerende zaak gaat voor de btw dan op in die andere prestatie waardoor dus sprake is van de tegenovergestelde prestatie van passieve verhuur.4 Aan de hand van de feiten en omstandigheden moet worden beoordeeld om welke prestatie het eigenlijk gaat.5 4 HR 7 december 2012, nr.10/02532 m.nt. Van Zadelhoff; A-G Van Hilten

5 Vastgoedbesluit19 september 2013 Nr. BLKB2013/1686MBelastingdienst

Voorwaarden De staatssecretaris van Financiën heeft in zijn besluit van 12 december 2023 onderstaande voorwaarden verbonden aan de btw-belaste verhuur van ruimten: 6

• •

De congres-, vergader- en tentoonstellingsruimte wordt verhuurd voor een korte periode; en De verhuurder maakt aan de huurder expliciet kenbaar dat de verhuur van de ruimte belast met btw plaatsvindt. Dit kan de verhuurder bijvoorbeeld doen door een duidelijke vermelding op de prijslijst of een duidelijke bepaling in de huurovereenkomst.

Hoewel de staatssecretaris van Financiën dorpshuizen etc. in het besluit had uitgesloten van deze goedkeuring kan naar onze mening met een beroep op de uitspraak van de Hoge Raad van 9 maart 2012 het besluit ook worden toegepast door de exploitanten van dorpshuizen.7

Van belang is dus dat naast de terbeschikkingstelling van een ruimte (verhuur) ook sprake is van aanvullende dienstverlening. Te denken valt onder andere aan: • • • •

• • • • • • •

het verzorgen van de catering; het verzorgen van de schoonmaak; het verzorgen van de inrichting van het pand (zoals kantoormeubilair); facilitaire dienstverlening, zoals het verzorgen van de inkomende en uitgaande post, klein onderhoud, interne verhuizingen enzovoort; en het ter beschikking stellen en onderhouden van ICT-voorzieningen; de receptie is bij binnenkomst bemand tijdens het gebruik van de ruimten; er sprake is van een duidelijke bewegwijzering; de ruimte voorzien en ingericht is met alle benodigde faciliteiten die specifiek nodig zijn zodat de gebruikers volledig gefaciliteerd worden in het gebruik van de ruimte; na afloop van de bijeenkomsten zal de exploitant de ruimte opruimen; er zal door de exploitant toezicht worden gehouden; er is tevens bewaking aanwezig.

Eén prestatie

Voor de btw dient elke prestatie in beginsel als onderscheiden en zelfstandig te worden beschouwd. Hierbij geldt dat activiteiten die economisch gezien één prestatie vormen niet kunstmatig uit elkaar moeten worden getrokken. Om te kunnen beoordelen of een samenstel van activiteiten voor de btw één prestatie vormt of uit meerdere afzonderlijke in aanmerking te nemen prestaties (leveringen van goederen en/of diensten) bestaat, moet dus worden onderzocht of sprake is van één niet te splitsen prestatie, één hoofdprestatie met (een) bijkomende prestatie(s) of van zelfstandig in aanmerking te nemen prestaties. Het vorenstaande dient te worden beoordeeld vanuit het oogpunt van een modale consument, oftewel ervaart de modale afnemer dat aan hem één prestatie wordt verleend of ervaart hij dat er meerdere van elkaar te onderscheiden prestaties worden verricht. Doel is dus dat de activiteiten van MFG het Bestegoed voor de zalen naar buiten toe herkenbaar zijn als één prestatie waarbij de verhuur ondergeschikt is aan het aanvullend dienstvertoon. Uitgangspunt van verhuur-plus is dat sprake is van één dienst die is gericht op het scheppen van 6 Besluit Staatssecretaris van Financiën, 19 september 2013, nr. BLKB2013/1686M, Stcrt. 2013, 26851 7 Hoge Raad 9 maart 2012, nr. 10/04834

een omgeving waar de afnemer zijn werkzaamheden kan verrichten en waarbij de diensten voor de btw zouden kunnen worden aangemerkt als één met btw-belaste dienst.

Conclusie

Wij zien op dit moment op basis van de bekende informatie onvoldoende handvaten voor een verhuurplus kwalificatie op de integrale exploitatie. Hierbij hebben wij in acht genomen dat de terbeschikkingstelling van de aanvullende voorzieningen vaak optioneel is en dat daar veelal niet gebruik van wordt gemaakt. Daarnaast wordt er deels geen aanvullend dienstbetoon verricht, dan wel is deze ook optioneel. Het kwalificeren van de huidige verhuur tot een actieve verhuurplus achten wij dan ook niet mogelijk op basis van de huidige feiten en omstandigheden. Het passieve karakter van de verhuur gaat dus niet verloren bij de verhuurprestaties van de aanvullende dienstverlening. NB: We hebben tot nu toe nog niet inzicht in de exacte financiële omvang van de belaste activiteiten en op welke wijze de btw precies meegenomen is in de aangifte in het verleden. De correcties welke hieruit volgt zijn dus nog niet bekend.

4.

Verwachting afstemming Belastingdienst

5.

Afsluiting

Bij bovenstaand advies volgen wij het beleid van de Belastingdienst welke gebaseerd is op het Vastgoedbesluit van de Staatssecretaris van Financiën. Bovenstaande nemen we ook mee in de afstemming met de Belastingdienst. Wij verwachten hier, afgezien van een financiële correctie, geen nadelige gevolgen in onze relatie met de Belastingdienst. Indien er nadere vragen zijn, dan zijn wij vanzelfsprekend altijd bereid een toelichting te geven. Met vriendelijke groet,

mr. Nikita Brameijer Fiscaal jurist btw/bcf voor de publieke sector Tel: 088 – 374 55 01 of 06 219 34 361 Email: nikita.brameijer@fiscaliade.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14404646/1