Bijlage 1 Kadernota RAZU 2025
Tekst van het document
ontwerp Kadernota 2025
29 november 2023
ontwerp-Kadernota 2025
Inhoudsopgave
versie 29 november 2023
Inleiding ................................................................................................................... 1 Het Regionaal Archief Zuid-Utrecht ........................................................................ 2
Deze Kadernota 2025 is de opmaat naar de meerjarenbegroting 2025-2026. De ontwerp-Kadernota is besproken en vastgesteld in de bestuursvergadering van 29 november 2023. Conform art. 20 van de gemeenschappelijke regeling wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten gevraagd om een eventuele zienswijze binnen 8 weken in te dienen bij het bestuur van het RAZU.
Beleidsmatige uitgangspunten ................................................................................ 3 Financiële uitgangspunten ...................................................................................... 5 Toelichting op de lasten .......................................................................................... 7 Financiële doorkijk .................................................................................................. 9
De ontwerp-Kadernota 2025 is opgesteld in de periode 16 t/m 31 oktober 2023. Bij het opstellen is uitgegaan van de cijfers en ontwikkelingen die op 15 oktober 2023 bekend waren. Het bestuur van het RAZU is zich ervan bewust dat deze ontwerp-Kadernota 2025 daardoor is opgesteld in een periode waarin de financiële vooruitzichten van de gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen voor de jaren vanaf 2026 nog erg onduidelijk zijn. De Kadernota 2026 zal, naar verwachting, meer duidelijkheid kunnen geven over het effect van die ontwikkelingen op het RAZU.
Inleiding Voor u ligt de ontwerp-Kadernota 2025 van het Regionaal Archief Zuid-Utrecht. De ontwerp-Kadernota vormt het startpunt van het proces van begroting en verantwoording:
Kadernota
Begroting
Begrotingswijziging
Jaarstukken
Als in de tekst van deze ontwerp-Kadernota 2025 cijfers staan die afwijken van de cijfers in de financiële doorrekening, kan er sprake zijn van typefouten. De cijfers in de financiële doorrekening zijn dan leidend.
Conform het bestuursbesluit van december 2019 benoemt de Kadernota de belangrijkste beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor het nieuwe begrotingsjaar 2025. Beleidsmatig wordt in deze ontwerp- Kadernota 2025 aandacht besteed aan: ▪ De uitvoering van het meerjarenbeleidsplan Archieven: Open, Openbaar (her)Bruikbaar (2024-2027). ▪ De inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet. ▪ Digitale ontwikkelingen: de ingebruikname van het e-depot en de nieuwe aanbesteding van een nieuw Collectiebeheersysteem. ▪ Bedrijfsvoering: implementatie selectielijst e-mailbewaring. In financieel opzicht laat de Kadernota 2025 de volgende wijzigingen zien ten opzichte van de begrotingsprognose 2025 in de Programmabegroting 2024-2027 door loon -en prijsontwikkelingen. ▪ Als gevolg van de toepassing van de schaalbedragen uit de vigerende CAO (2023) en het hanteren van de actuele loonindex is de post salariskosten hoger begroot dan in de begrotingsprognose 2025. ▪ Als gevolg van het hanteren van de actuele prijsindex zijn de overige posten hoger begroot dan in de begrotingsprognose 2025.
1
De archieven en collecties zijn openbaar en voor iedereen ter inzage in de studiezaal of via de website, tenzij er sprake is van een openbaarheidsbeperking op grond van de AVG of de bepalingen uit de Archiefwet 1995.
Het Regionaal Archief Zuid-Utrecht Het Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU) is een gemeenschappelijke regeling (GR) type Bedrijfsvoeringsorganisatie van de gemeenten Bunnik, Houten, Utrechtse Heuvelrug, Rhenen, Vijfheerenlanden en Wijk bij Duurstede.
Dankzij toegankelijke informatie kunnen burgers het overheidshandelen controleren. Dit is een voorwaarde voor een transparante en democratische samenleving. Daarnaast dragen toegankelijke archieven bij aan het begrijpen van het verleden en het heden. Het RAZU verbindt het heden met het verleden door onderzoek te faciliteren en door het uitdragen van kennis over de bronnen, de regio en de regionale historie.
Het RAZU heeft een tweeledig doel: ▪ enerzijds het uitvoeren van de Archiefwet 1995, ▪ anderzijds het vervullen van de functie van regionaal kennis- en informatiecentrum op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis, door het opbouwen en beheren van een zo breed mogelijke collectie historische bronnen en door te zorgen dat zoveel mogelijk mensen daarvan kunnen genieten en gebruik maken.
Het RAZU toetst de kwaliteit van het informatiebeheer bij de gemeenten en draagt er daardoor aan bij dat de aangesloten gemeenten en gemeenschappelijke regelingen voldoen aan wet- en regelgeving en weten wat zij moeten verbeteren. Het RAZU volgt landelijke en regionale ontwikkelingen en vertaalt deze, als expertisecentrum voor informatie- en archiefbeheer in de regio, naar kaders en adviezen voor de gemeenten.
De huidige GR trad op 1 januari 2020 in werking en betreft een Bedrijfsvoeringsorganisatie. Het bestuur wordt gevormd door de portefeuillehouders van de zes gemeenten. De organisatie bestaat op 1 januari 2025 uit 11,67 fte onder aansturing van een directeur-archivaris. Het RAZU is gevestigd in Wijk bij Duurstede.
Opdracht en taken De zes gemeenten hebben bij het RAZU de taken belegd die volgen uit de Archiefwet 1995 en taken die horen bij de functie van regionaal kennis- en informatiecentrum.
Openbaar en (her)bruikbaar archief Het RAZU beheert de overgebrachte archieven van de deelnemende gemeenten en hun rechtsvoorgangers. Daarnaast beheert het RAZU particuliere archieven van personen, families, kerken, bedrijven, verenigingen en stichtingen die banden hebben met de regio. Tot slot beheert het RAZU beeldmateriaal uit/over de regio en een regionale bibliotheek. Het oudste stuk in deze omvangrijke collectie dateert uit 1300, de jongste, meestal digitale, stukken dateren uit 2023.
De opdracht aan het RAZU, zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling, is: ▪ De zorg voor en het beheer van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden van de deelnemende gemeenten, zoals nader omschreven in de Archiefwet 1995; ▪ Het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de deelnemende gemeenten, voor zover die niet zijn overgebracht; ▪ Het stimuleren van de lokale en regionale geschiedbeoefening; ▪ Het aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijke collectie bronnen op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis.
Het RAZU stelt de collectie, conform de vereisten van de Archiefwet 1995 en de Wet hergebruik overheidsinformatie voor (her)gebruik ter beschikking aan burgers.
2
Nieuwe archiefwet vanaf 2024
Beleidsmatige uitgangspunten
Naar verwachting wordt in 2024 een gemoderniseerde Archiefwet van kracht. De belangrijkste wijzigingen die de nieuwe Archiefwet met zich meebrengt zijn: ▪ een verkorting van de overbrengingstermijn (van twintig naar tien jaar); ▪ een verandering van de openbaarheidsregels; en ▪ een toetsing van de kwaliteit van het beheer van de overgebrachte archieven aan de wettelijke eisen.
Beleidsplan Open, Openbaar en (her)Bruikbaar archief Op 29 november 2023 stelde het bestuur van het RAZU het beleidsplan voor de jaren 2024-2027 vast. De centrale opdracht is ‘de archieven zo Open, Openbaar en (Her)Bruikbaar maken als mogelijk en het gebruik van de bronnen maximaal faciliteren en stimuleren.’ Dat wordt gedaan via de uitvoering van de taken die door de Archiefwet 1995 en de Gemeenschappelijke Regeling bij het RAZU zijn belegd: ▪
Toezicht en advies: voor een controleerbare overheid fungeren als kwaliteitsbewaker en kenniscentrum ten aanzien van het informatiebeheer van de deelnemende gemeenten;
▪
Beheer en behoud: voor een toekomstbestendige collectie zorgen voor de duurzame toegankelijkheid (‘tenminste 100 jaar’) van de in de archiefbewaarplaats berustende archieven en collecties van de deelnemende gemeenten en van particuliere archiefvormers uit de regio;
▪
Dienstverlening: voor tevreden en productieve gebruikers fungeren als frontoffice voor de deelnemende gemeenten en als zodanig burgers en ambtenaren toegang verlenen tot de archieven en collecties;
▪
Publieksbereik: voor meer maatschappelijk rendement nieuwsgierigheid opwekken en vergroten van kennis over het regionale verleden door bronnen en verhalen via cultuurhistorische activiteiten op een toegankelijke manier onder de aandacht brengen bij jong en oud;
▪
Bedrijfsvoering: voor een vitale organisatie voorzien in de randvoorwaarden om de kerntaken uit te kunnen voeren.
Hoewel de wetgever heeft bepaald dat overheden niet per direct aan de verkorting van de overbrengingstermijn te hoeven voldoen, is de verwachting dat de meeste gemeenten dit ook niet lang willen uitstellen. We rekenen dan ook op een periode van sterkere groei van de collectie. Daarbij weten we dat op recent materiaal meer openbaarheidsbeperkingen van toepassing zullen zijn, onder andere vanwege privacyregels. Voor het RAZU betekent dit incidenteel bij het overbrengen van de overheidsarchieven en structureel in de dienstverlening extra werk. Enerzijds omdat het behandelen van verzoeken om inzage van beperkt openbaar materiaal maatwerk is en uiterste zorgvuldigheid vereist. Anderzijds omdat de nieuwe wet de mogelijkheid geeft om aan burgers ‘informatie in andere vorm’ verstrekken uit beperkt openbaar archief. Verschillende onderzoeken en uitvoeringstoetsen constateren dat de invoering van de nieuwe Archiefwet zowel incidenteel als structureel extra werkzaamheden met zich meebrengt, zowel aan de kant van de gemeenten als aan de kant van de archiefdienst. Vanuit het ministerie van OCW is, in reactie op de kostenclaim van de VNG, eenmalig een bedrag van €2 mln. toegezegd voor de digitale transitie.
Op dit moment is er nog onvoldoende zicht op de incidentele en structurele werklast die voortkomt uit de implementatie van de nieuwe Archiefwet bij het RAZU en de gemeenten, het moment waarop deze werkzaamheden starten en de compensatie vanuit OCW. Om die reden is de financiële doorrekening voor 2025 in deze Kadernota op dit punt nog beleidsarm.
In het beleidsplan zijn per taak de accenten, beoogde effecten en benodigde randvoorwaarden opgenomen. De uitvoering van het beleidsplan vraagt geen extra structurele middelen.
3
Digitale ontwikkelingen Begin 2025 beschikt het RAZU over een e-depotvoorziening, ingericht in lijn met de informatiekundige principes van Common Ground. Vanaf dat moment kan het RAZU starten met het opnemen van digitaal archief van de deelnemende gemeenten. Een belangrijke volgende stap is dan het certificeren van het e-depot en het verkrijgen van de CoreTrustSeal. Dit is een belangrijk internationaal keurmerk wat aangeeft dat het e-depot een betrouwbaar en duurzame bewaarplaats voor digitale materialen is. Tijdens de certificering wordt aan de hand van 16 eisen het beleid, de organisatie, het informatiemanagement en de technische infrastructuur gekeurd. Vanzelfsprekend kijken we tijdens het inrichten van de edepotvoorziening al naar deze eisen, zodat we bij het starten van het certificeringstraject niet voor verrassingen (en extra kosten) komen te staan. Het RAZU heeft in 2015 het huidige collectiebeheersysteem in gebruik genomen. Na een periode van 10 jaar is het in 2025 tijd om het collectiebeheersysteem opnieuw aan te besteden. Dit traject start met een grondige evaluatie van het huidige collectiebeheersysteem, waarbij de doelstelling ‘de archieven zo Open, Openbaar en (Her)Bruikbaar maken als mogelijk en het gebruik van de bronnen maximaal faciliteren en stimuleren’ een belangrijke voorwaarde is.
Bedrijfsvoering RAZU: Implementatie selectielijst e-mail bewaring Met ingang van 1 januari 2024 wordt de nieuwe selectielijst e-mailbewaring van kracht. Deze geldt niet alleen voor gemeenten, maar ook voor gemeenschappelijke regelingen zoals het RAZU. Het RAZU is samen met de deelnemende gemeenten een werkgroep gestart die de impact van de selectielijst voor organisaties in kaart brengt. Aansluitend zal het RAZU, samen met onze vaste ICT-partner de gemeente Houten, een concreet implementatieplan opstellen. Omdat nog niet bekend is of de implementatie van de nieuwe selectielijst e-mailbewaring incidentele of structurele kosten met zich meebrengt is de financiële doorrekening voor 2025 in deze Kadernota op dit punt nog beleidsarm.
4
Financiële uitgangspunten
Indexatie
Het uitgangspunt van het Regionaal Archief Zuid-Utrecht is om behoudend maar ook realistisch te begroten en de lastenverzwaring voor de deelnemende gemeenten zoveel mogelijk te beperken. Over de wijze waarop het RAZU zijn financiële begroting opstelt is in 2022 overleg gevoerd tussen het RAZU en de deelnemende gemeenten.
De loon-, en prijsindex worden overgenomen uit de Septembercirculaire (zie hiervoor tabel 4.2.2 in de Septembercirculaire ). ▪ De gehanteerde loonindex is 8,5% ▪ De gehanteerde prijsindex is 2,7% ▪ De indexatie wordt enkel op het primaire jaar toegepast. In de meerjaren doorrekening wordt een nullijn ten opzichte van het primaire jaar gehanteerd.
Het vertrekpunt was: • te komen tot heldere afspraken over de opzet van de financiële begroting, zoveel mogelijk aansluitend bij de praktijk van de deelnemende gemeenten; • de wens om nieuwe uitgangspunten zo eenvoudig mogelijk te houden, gezien de beperkte omvang van het RAZU; • deze uitgangpunten, waar mogelijk, direct toe te passen bij het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026.
De basis voor de indexering wordt gevormd door de verwachting voor 2025 in de septembercirculaire 2023. Deze verwachting wordt gecorrigeerd voor de (hogere of lagere) verwachting in de twee jaren daarvoor, omdat de verschillen in 2023 en 2024 doorwerken in 2025. Toelichting:
Het overleg heeft geleid tot door alle gemeenten gedragen afspraken over het begroten van de salariskosten (formatie en CAO), de indexatie en de opbouw van de begroting. De nieuwe uitgangspunten zijn door het bestuur besproken en vastgesteld tijdens de bestuursvergadering van 9 maart 2022 en geïmplementeerd vanaf de meerjarenbegroting 2023-2026. Tijdens de bestuursvergadering van 7 december 2022 is besloten één van de vastgestelde uitgangspunten, te weten de wijze van indexeren, te veranderen. Aanleiding hiervoor was de hoge inflatie en de constatering dat de gekozen index (CPI) sterk afweek van de binnen gemeenten en veel gemeenschappelijke regelingen gebruikte indexen. Dat betekent dat vanaf de Kadernota 2024 en de Begroting 2024 wordt aangesloten bij de indexen uit de Septembercirculaire, te weten: • prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers • prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc).
2023
2024
septembercirculaire 2022 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2,8% 5,9%
3,9% 2,4%
septembercirculaire 2023 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
3,5% 5,9%
6,3% 3,5%
5,4% 1,6%
correctie van 2022 naar 2023 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
0,7% 0,0%
2,4% 1,1%
3,1% 1,1%
Te hanteren indexering 2025 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
Hierna komen de uitgangspunten aan de orde die zijn gehanteerd bij het opstellen van de Kadernota 2025. 5
2025
8,5% 2,7%
Vergelijking methodiek indexeren VRU en RAZU
Verdeelsleutel
De Raad van Rhenen heeft bij de ontwerp-Begroting 2024 een zienswijze uitgebracht over de gekozen wijze van indexeren. De Raad van Rhenen heeft daarin gevraagd om voortaan de door de VRU gehanteerde systematiek voor indexatie van lonen en prijzen over te nemen.
Het model waarbij de kosten van de gemeenschappelijke regeling over de zes deelnemende gemeenten worden verdeeld is in 2011 vastgesteld en op 18 december 2019 bevestigd voor de periode 2021 t/m 2025. Het model gaat uit van twee grondslagen en drie kostencomponenten die eenmaal per vijf jaar worden aangepast aan de werkelijke situatie (herijkt). De grondslagen zijn gebaseerd op het inwoneraantal en de hoeveelheid overgebracht archief. De drie kostencomponenten zijn: A. De kosten voor personeel en materiaal, die worden afgeleid van het aantal inwoners; B. De kosten voor de archiefbewaarplaats, die worden afgeleid van de hoeveelheid archief die daar is of zal worden ondergebracht; C. De kosten voor de overhead en de overige ruimten, die worden berekend op basis van een combinatie van de kosten van A en B.
Uit een vergelijking van de beide manieren van indexeren blijkt: • Dat beide (RAZU en VRU) de Septembercirculaire als basis hanteren; • Dat beide (RAZU en VRU) dezelfde index voor de lonen hanteren, te weten de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers; • Dat er door RAZU en VRU een verschillende prijsindex wordt gehanteerd. Te weten prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) door RAZU en prijs bruto binnenlands product (pbbp) door de VRU. Het heeft de voorkeur om de systematiek die eind 2022 door het RAZU is ingezet te continueren. De belangrijkste argumenten daarvoor zijn: • Keuze voor een stabiele systematiek; • Consistentie aanhouden in begroten, niet iedere jaar wijzigen; • Er is niet veel verschil tussen imoc en pbbp. Daarbij is het zo dat in de langjarige (2025 en verder) prognose in de Septembercirculaire de imoc lager is dan het pbbp.
In de financiële doorrekening bij deze Kadernota 2025 wordt voor de jaren 2026 t/m 2028 de huidige verdeelsleutel gehanteerd. In 2024 wordt gestart met de herijking van de verdeelsleutel, zodat deze met ingang van de Kadernota 2026 gehanteerd kan worden.
2% winstopslag
Salariskosten ▪ ▪
▪ ▪
Begin 2025 wordt het cultuurhistorische activiteitenprogramma voor 2025 definitief vastgesteld. De kosten die hiervoor in 2025 worden gemaakt worden in de Begrotingswijziging 2025 opgenomen. Omdat deze kosten geheel worden gedekt uit de 2% winstopslag (toegevoegd aan de algemene reserve) zijn ze niet van invloed op de gemeentelijke bijdragen. De projecten zelf en de kosten komen daarom in deze Kadernota 2025 niet aan bod.
De post salariskosten is begroot op basis van de vastgestelde omvang van de formatie en de hoogste periodiek per functieschaal. De post salariskosten is begroot op basis van de vigerende CAO. Ten tijde van het opstellen van de ontwerp-Kadernota 2025 is dat de CAO die van kracht was op 15 oktober 2023. De post salariskosten is geïndexeerd aan de hand van de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Zoals gebruikelijk zal in de Eerste Begrotingswijziging 2025 de salariskosten voor 2025 definitief worden begroot, op basis van de dan geldende CAO.
6
bestuursvergadering waarin beide documenten werden vastgesteld. Daarom is zowel in de Begrotingswijzing 2023 als in de Begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 gewerkt met een stelpost. Inmiddels zijn de schaalbedragen van de CAO 2023 bekend en het blijkt dat de salariskosten wat hoger uitvallen dan de gehanteerde stelpost. Daarbij speelt ook mee dat bij het bepalen van de stelpost uitgegaan is van de getrapte opbouw van de salariskosten, waardoor voor 2023 90% van de salariskosten werd begroot.
Toelichting op de lasten Personeelslasten De formatie van het RAZU bestaat op 1 januari 2025 uit 11,67 Fte. Naast de salariskosten worden sinds 2015 3% van de salariskosten begroot voor overige personeelskosten. Hieronder vallen onder andere opleidingen en reiskosten. ➢
Achtergrond ontwikkeling salariskosten 2023-2025 Aan de ontwikkeling van de post salariskosten in de jaren 2023-2025 liggen drie bestuursbesluiten ten grondslag: ➢ Besluitvorming over de inrichting van een e-depotvoorziening (15 december 2021), waardoor de formatie van het RAZU in de jaren 2023-2025 gefaseerd is gegroeid met in totaal 2 Fte. In 2025 groeit de formatie door dit besluit naar 11,67 Fte. ➢ Besluitvorming over nieuwe begrotingsregels voor het RAZU (9 maart 2022) waardoor de post salariskosten reëel begroot wordt. Om de overgang van de oude naar de nieuwe systematiek voor het begroten van de salariskosten voor de gemeenten niet te groot te maken is de post salariskosten in de jaren 20232025 ‘getrapt’ verhoogd. In 2025 is de bovenste traptrede bereikt en worden de salariskosten op 100% begroot. ➢ Besluitvorming over de te hanteren index (7 december 2022), waardoor vanaf het begrotingsjaar 2024 ook de salariskosten geïndexeerd worden.
Materiaalkosten c.a. Deze bestaan uit vier soorten posten. ▪ Tot ‘organisatiekosten’ horen de bureaukosten, bestuurskosten en vrijwilligerskosten. ▪ Tot ‘materiaalkosten’ horen alle kosten die te maken hebben met het verwerven, beheren, behouden en beschikbaar stellen van de analoge collectie. ▪ Tot ‘digitaliseringskosten’ horen alle kosten die te maken hebben met het digitaliseren van de analoge collectie en het beheer, behoud en beschikbaar stellen van zowel het gedigitaliseerde als het digital born materiaal. ▪ Tot ‘e-depot kosten’ horen alle kosten die te maken hebben met het inrichten, beheren en doorontwikkelen van de e-depotvoorziening. In de meerjaren doorrekening wordt, conform de besluitvorming over het e-depot van december 2021, uitgegaan van een stijging van deze post met €10.000 per jaar vanaf 2026 voor doorontwikkeling van het e-depot en hosting-, beheeronderhoud en opslagkosten. Indien de e-depotkosten op termijn lager blijken te zijn dan begroot, zal deze post via de begroting of begrotingswijziging van het betreffende jaar worden aangepast.
In de Kadernota 2024 p. 9-11 is het effect van beide besluiten op de ontwikkeling van de post salariskosten uitgebreid toegelicht. Voor 2025 worden de salariskosten hoger begroot dan in de meerjarenraming 2025-2027 bij de Begroting 2024. Hiervoor zijn twee redenen: ➢
Hoogte gehanteerde loonindex. Conform de begrotingsregels is in de meerjarenraming 2025-2027 bij de Begroting 2024 een nullijn ten opzichte van het primaire jaar gehanteerd. Voor het primaire jaar (2024) was de loonindex 6,4%. De loonindex voor 2025 is bepaald op 8,5%, dus 2,1% hoger dan waar in de meerjarenraming 2025-2027 bij de Begroting 2024 rekening is gehouden.
Hoogte schaalbedragen CAO 2023 versus gehanteerde stelpost. Bij het opstellen van de Begrotingswijziging 2023 en de Begroting 2024 waren de onderhandelingen over de CAO 2023 nog niet formeel afgerond. De precieze schaalbedragen van deze CAO 2023 werden pas bekend na de 7
Kosten archiefbewaarplaats De kosten van de huidige archiefbewaarplaats bestaan uit drie componenten. Het onderdeel kapitaallasten is in 2010 vastgesteld en zal niet stijgen. Bij de andere twee componenten, te weten de exploitatiekosten en de servicekosten, wordt indexatie toegepast. Sinds 2021 huurt het RAZU extra ruimte in de gemeentelijke archiefbewaarplaats van Wijk bij Duurstede. Ook op deze huur is een indexatie van toepassing. Alle kosten die onder de contractuele afspraken vallen worden door de verhuurder met hetzelfde percentage geïndexeerd. De hoogte daarvan wordt pas definitief bepaald in november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar en, indien deze afwijkt van de gehanteerde index, via de begrotingswijziging verwerkt.
Kosten overhead en kantoor Voor het uitvoeren van de bedrijfsvoeringstaken heeft het RAZU verschillende dienstverleningsovereenkomsten gesloten. Het betreft overeenkomsten voor huisvesting, ICT, financiën, ongediertebestrijding en HR dienstverlening. Daarnaast heeft het RAZU een overeenkomst met een Functionaris Gegevensbescherming. De dienstverleningsovereenkomsten zijn aangegaan voor meerdere jaren en bevatten in de meeste gevallen een prijsindexatie die nog niet in alle gevallen bekend is. Ook deze indexatie wordt, indien deze afwijkt van de gehanteerde prijsindex, via de begrotingswijziging verwerkt.
8
Financiële doorkijk Staat van baten en lasten LASTEN Totaal personeelslasten Totaal materiaalkosten c.a. Totaal kosten archiefbewaarplaats Totaal kosten overhead en oudbouw Incidentele kosten 2% budget Verbetering depotinrichting Kosten e-depot Incidentele digitaliseringskosten Extra werkzaamheden Vijfheerenlanden Totaal lasten (A)
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
923.926 107.969 112.814 140.482 34.600 15.000 30.927 21.500 63.200
1.047.484 113.186 115.756 160.448 0 0 0 0 63.200
1.149.483 114.892 117.498 164.618 0 0 0 0 63.200
1.149.483 124.892 117.498 164.618 0 0 0 0 63.200
1.149.483 134.892 117.498 164.618 0 0 0 0 63.200
1.149.483 144.892 117.498 161.618 0 0 0 0 63.200
1.450.418
1.500.074
1.609.692
1.619.692
1.629.692
1.636.692
92.447 281.856 119.731 288.824 323.791 141.107 64.100
107.562 330.643 139.554 337.591 378.613 164.610 64.100
115.565 356.550 150.056 363.454 407.693 177.065 64.100
116.289 358.928 151.010 365.813 410.347 178.197 64.100
117.012 361.306 151.963 368.172 413.001 179.329 64.100
117.736 363.684 152.916 370.531 415.655 180.462 64.100
1.311.857
1.522.674
1.634.483
1.644.683
1.654.883
1.665.083
138.561
-22.599
-24.792
-24.992
-25.192
-28.392
BATEN Gemeente Bunnik Gemeente Houten Gemeente Rhenen Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Wijk bij Duurstede Totaal overige inkomsten Totaal baten (B)
Resultaat voor bestemming (+ = nadelig; - = voordelig)
9
Staat van baten en lasten, vervolg
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
Mutaties reserves Algemene reserve (2% winstopslag) Algemene reserve (2% winstopslag)
-24.466 34.600
-28.599 0
-30.792 0
-30.992 0
-31.192 0
-31.392 0
Bestemmingsreserves: Bestemmingsreserve e-depot Bestemmingsreserve restauratie Bestemmingsreserve digitalisering Bestemmingsreserve personeel Bestemmingsreserve financiering activa
30.927 15.000 21.500 58.000 3.000
0 0 0 0 6.000
0 0 0 0 6.000
0 0 0 0 6.000
0 0 0 0 6.000
0 0 0 0 3.000
Totaal mutaties reserves
138.561
-22.599
-24.792
-24.992
-25.192
-28.392
0
0
0
0
0
0
Resultaat na bestemming (+ = nadelig; - = voordelig)
10
Specificatie van de lasten en baten
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
Overige personeelskosten (3%)
840.705 58.000 25.221
1.016.975 0 30.509
1.116.003 0 33.480
1.116.003 0 33.480
1.116.003 0 33.480
1.116.003 0 33.480
Totaal personeelslasten
923.926
1.047.484
1.149.483
1.149.483
1.149.483
1.149.483
Kosten e-depot
10.170 7.119 40.680 50.000
11.085 7.760 44.341 50.000
11.385 7.969 45.538 50.000
11.385 7.969 45.538 60.000
11.385 7.969 45.538 70.000
11.385 7.969 45.538 80.000
Totaal materiaalkosten c.a.
107.969
113.186
114.892
124.892
134.892
144.892
Bestemmingsreserve personeel Incidentele/structurele inkomsten (RID)
-58.000 -900
0 -900
0 -900
0 -900
0 -900
0 -900
-58.900
-900
-900
-900
-900
-900
972.995
1.159.770
1.263.475
1.273.475
1.283.475
1.293.475
LASTEN Personele lasten Salarissen Inhuur tijdelijk personeel
Materiaalkosten c.a. Materiaalkosten Organisatiekosten Digitaliseringskosten
TOTAAL COMPONENT A
11
Specificatie van de lasten en baten, vervolg
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
Extra huur archiefbewaarplaats gemeente Wijk bij Duurstede
51.218 15.030 23.815 22.751
51.218 15.747 24.953 23.838
51.218 16.173 25.627 24.481
51.218 16.173 25.627 24.481
51.218 16.173 25.627 24.481
51.218 16.173 25.627 24.481
Totaal kosten archiefbewaarplaats
112.814
115.756
117.498
117.498
117.498
117.498
TOTAAL COMPONENT B
112.814
115.756
117.498
117.498
117.498
117.498
Afschrijvingen materiële vaste activa
45.811 88.000 3.671 3.000
54.526 95.920 4.002 6.000
55.998 98.510 4.110 6.000
55.998 98.510 4.110 6.000
55.998 98.510 4.110 6.000
55.998 98.510 4.110 3.000
Totaal kosten overhead en oudbouw
140.482
160.448
164.618
164.618
164.618
161.618
Bestemmingsreserve Financiering activa
-3.000
-6.000
-6.000
-6.000
-6.000
-3.000
137.482
154.448
158.618
158.618
158.618
158.618
1.285.191
1.436.874
1.546.492
1.556.492
1.566.492
1.573.492
Kosten archiefbewaarplaats Kosten archiefbewaarplaats (vergoeding voor kapitaallasten) Exploitatiekosten Servicekosten archief
Kosten overhead en kantoor Huur kantoorruimten Inhuur diensten Kosten accountant
TOTAAL COMPONENT C TOTAAL KOSTEN GEMEENTEN
12
Specificatie van de lasten en baten, vervolg
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
34.600 15.000 30.927 21.500 53.200 5.000 5.000
0 0 0 0 53.200 5.000 5.000
0 0 0 0 53.200 5.000 5.000
0 0 0 0 53.200 5.000 5.000
0 0 0 0 53.200 5.000 5.000
0 0 0 0 53.200 5.000 5.000
165.227
63.200
63.200
63.200
63.200
63.200
1.450.418
1.500.074
1.609.692
1.619.692
1.629.692
1.636.692
24.466
28.599
30.792
30.992
31.192
31.392
1.474.884
1.528.674
1.640.483
1.650.683
1.660.883
1.668.083
Overige kosten Incidentele kosten 2% budget Verbetering depotinrichting Kosten e-depot Incidentele digitaliseringskosten Extra werkzaamheden Vijfheerenlanden (personeelskosten) Extra werkzaamheden Vijfheerenlanden (materiaalkosten) Extra werkzaamheden Vijfheerenlanden (restauratiekosten)
TOTAAL KOSTEN INCL. PROJECTEN Storting algemene reserve (2% winstopslag) Totale kosten incl. winstopslag
13
Specificatie van de lasten en baten, vervolg
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
82.296 270.371 108.363 268.226 301.795 128.720
89.655 294.547 118.052 292.210 328.781 140.230
90.364 296.878 118.987 294.523 331.383 141.340
91.074 299.209 119.921 296.835 333.986 142.450
91.783 301.541 120.856 299.148 336.588 143.560
BATEN
Bijdrage component A
Gemeente Rhenen
9,34%
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
23,13%
Gemeente Vijfheerenlanden
26,02%
Gemeente Wijk bij Duurstede
11,10%
69.043 226.829 90.912 225.029 253.193 107.990
TOTAAL A
100,00%
972.995
1.159.770
1.263.475
1.273.475
1.283.475
1.293.475
Gemeente Bunnik
10,01%
Gemeente Houten
16,58%
Gemeente Rhenen
11,69%
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
23,31%
Gemeente Vijfheerenlanden
25,35%
Gemeente Wijk bij Duurstede
13,06%
11.295 18.700 13.191 26.301 28.598 14.728
11.590 19.188 13.535 26.987 29.344 15.112
11.764 19.477 13.738 27.393 29.786 15.340
11.764 19.477 13.738 27.393 29.786 15.340
11.764 19.477 13.738 27.393 29.786 15.340
11.764 19.477 13.738 27.393 29.786 15.340
TOTAAL B
100,00%
112.814
115.756
117.498
117.498
117.498
117.498
Gemeente Bunnik
7,10%
Gemeente Houten
23,31%
Bijdrage component B
14
Specificatie van de lasten en baten, vervolg Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
11.568 34.601 14.921 35.759 40.050 17.550
11.880 35.535 15.323 36.724 41.132 18.024
11.880 35.535 15.323 36.724 41.132 18.024
11.880 35.535 15.323 36.724 41.132 18.024
11.880 35.535 15.323 36.724 41.132 18.024
Bijdrage component C Gemeente Bunnik
7,49%
Gemeente Houten
22,40%
Gemeente Rhenen
9,66%
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
23,15%
Gemeente Vijfheerenlanden
25,93%
Gemeente Wijk bij Duurstede
11,36%
10.297 30.800 13.282 31.831 35.651 15.622
TOTAAL C
100,00%
137.482
154.448
158.618
158.618
158.618
158.618
90.635 276.329 117.384 283.161 317.442 138.341
105.453 324.160 136.818 330.972 371.190 161.382
113.299 349.559 147.114 356.328 399.699 173.593
114.008 351.890 148.049 358.640 402.301 174.703
114.718 354.221 148.983 360.953 404.903 175.813
115.428 356.553 149.917 363.266 407.505 176.923
1.223.291
1.429.974
1.539.592
1.549.592
1.559.592
1.569.592
Gemeente Wijk bij Duurstede
1.813 5.527 2.348 5.663 6.349 2.767
2.109 6.483 2.736 6.619 7.424 3.228
2.266 6.991 2.942 7.127 7.994 3.472
2.280 7.038 2.961 7.173 8.046 3.494
2.294 7.084 2.980 7.219 8.098 3.516
2.309 7.131 2.998 7.265 8.150 3.538
TOTAAL 2% winstopslag
24.466
28.599
30.792
30.992
31.192
31.392
Bijdrage van gemeenten Gemeente Bunnik Gemeente Houten Gemeente Rhenen Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Wijk bij Duurstede TOTAAL bijdragen Bijdrage 2% winstopslag Gemeente Bunnik Gemeente Houten Gemeente Rhenen Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Vijfheerenlanden
15
Specificatie van de lasten en baten, vervolg
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
Overige inkomsten (structureel: dienstverlening aan RID)
63.200 900
63.200 900
63.200 900
63.200 900
63.200 900
63.200 900
Totaal overige inkomsten
64.100
64.100
64.100
64.100
64.100
64.100
1.311.857
1.522.674
1.634.483
1.644.683
1.654.883
1.665.083
Bestemmingsreserve financiering activa
34.600 30.927 15.000 21.500 58.000 3.000
0 0 0 0 0 6.000
0 0 0 0 0 6.000
0 0 0 0 0 6.000
0 0 0 0 0 6.000
0 0 0 0 0 3.000
Totaal mutaties reserves
163.027
6.000
6.000
6.000
6.000
3.000
Resultaat explotatie (te bestemmen) Resultaat reserves
138.561 -138.561
-22.599 22.599
-24.792 24.792
-24.992 24.992
-25.192 25.192
-28.392 28.392
Totaal baten incl. mutaties reserves
1.450.418
1.500.074
1.609.692
1.619.692
1.629.692
1.636.692
Overige inkomsten Overige inkomsten (prestatieovereenkomst Vijfheerenlanden)
Totaal baten exclusief mutaties reserves
Mutaties reserves Algemene reserve (2% winstopslag) Bestemmingsreserve e-depot Bestemmingsreserve restauratie Bestemmingsreserve digitalisering Bestemmingsreserve personeel
16
Verdeelsleutels en bijdragen
Verdeelsleutel 2021 - 2026 * op basis van begroting 2021 component A
component B
Gemeente Bunnik Gemeente Houten Gemeente Rhenen Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Wijk bij Duurstede
inwoners 15.192 49.911 20.004 49.515 55.712 23.762
7,10% 23,31% 9,34% 23,13% 26,02% 11,10%
meters archief 716 1.185 836 1.666 1.812 933
10,01% 16,58% 11,69% 23,31% 25,35% 13,06%
aandeel A en B in kosten 7,49% 22,40% 9,66% 23,15% 25,93% 11,36%
Totaal
214.096
100,00%
7.147
100,00%
100,00%
Berekening %-component C component A component B
710.207 110.857
86,50% 13,50%
821.064
100,00%
17
component C
Bijdrage per gemeente
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
Gemeente Bunnik A. Personeel en materiaal B. Archiefbewaarplaats C. Overheadkosten en kantoor Bijdrage 2% winstopslag
69.043 11.295 10.297 1.813
82.296 11.590 11.568 2.109
89.655 11.764 11.880 2.266
90.364 11.764 11.880 2.280
91.074 11.764 11.880 2.294
91.783 11.764 11.880 2.309
Totale bijdrage
92.447
107.562
115.565
116.289
117.012
117.736
Gemeente Houten A. Personeel en materiaal B. Archiefbewaarplaats C. Overheadkosten en kantoor Bijdrage 2% winstopslag
226.829 18.700 30.800 5.527
270.371 19.188 34.601 6.483
294.547 19.477 35.535 6.991
296.878 19.477 35.535 7.038
299.209 19.477 35.535 7.084
301.541 19.477 35.535 7.131
Totale bijdrage
281.856
330.643
356.550
358.928
361.306
363.684
Gemeente Rhenen A. Personeel en materiaal B. Archiefbewaarplaats C. Overheadkosten en kantoor Bijdrage 2% winstopslag
90.912 13.191 13.282 2.348
108.363 13.535 14.921 2.736
118.052 13.738 15.323 2.942
118.987 13.738 15.323 2.961
119.921 13.738 15.323 2.980
120.856 13.738 15.323 2.998
Totale bijdrage
119.731
139.554
150.056
151.010
151.963
152.916
18
Bijdrage per gemeente, vervolg
Begrotingswijziging 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Begroting 2026 €
Begroting 2027 €
Begroting 2028 €
Gemeente Utrechtse Heuvelrug A. Personeel en materiaal B. Archiefbewaarplaats C. Overheadkosten en kantoor Bijdrage 2% winstopslag
225.029 26.301 31.831 5.663
268.226 26.987 35.759 6.619
292.210 27.393 36.724 7.127
294.523 27.393 36.724 7.173
296.835 27.393 36.724 7.219
299.148 27.393 36.724 7.265
Totale bijdrage
288.824
337.591
363.454
365.813
368.172
370.531
Gemeente Vijfheerenlanden A. Personeel en materiaal B. Archiefbewaarplaats C. Overheadkosten en kantoor Bijdrage 2% winstopslag
253.193 28.598 35.651 6.349
301.795 29.344 40.050 7.424
328.781 29.786 41.132 7.994
331.383 29.786 41.132 8.046
333.986 29.786 41.132 8.098
336.588 29.786 41.132 8.150
Totale bijdrage
323.791
378.613
407.693
410.347
413.001
415.655
Gemeente Wijk bij Duurstede A. Personeel en materiaal B. Archiefbewaarplaats C. Overheadkosten en kantoor Bijdrage 2% winstopslag
107.990 14.728 15.622 2.767
128.720 15.112 17.550 3.228
140.230 15.340 18.024 3.472
141.340 15.340 18.024 3.494
142.450 15.340 18.024 3.516
143.560 15.340 18.024 3.538
Totale bijdrage
141.107
164.610
177.065
178.197
179.329
180.462
1.247.757
1.458.574
1.570.383
1.580.583
1.590.783
1.600.983
Totaal gemeentelijke bijdragen
19
Verloopoverzicht reserves
Omschrijving
1-1-2024
Algemene reserve
33.069
Bestemmingsreserve E-depot Digitalisering Restauratie Personeel Financiering activa
217 18.920 0 12.644 27.000
Totaal reserves
91.850
Omschrijving
1-1-2025
Algemene reserve
61.668
Bestemmingsreserve E-depot Digitalisering Restauratie Personeel Financiering activa
217 18.920 0 12.644 21.000
Totaal reserves
114.449
Stortingen Toelichting
Onttrekkingen Toelichting
28.599 Storting 2% winstopslag
28.599 Stortingen Toelichting
0 Incidentele kosten 2% budget
30.792
20
61.668
0 0 0 0 6.000
217 18.920 0 12.644 21.000
6.000
114.449
Onttrekkingen Toelichting
30.792 Storting 2% winstopslag
31-12-2024
0 Incidentele kosten 2% budget
31-12-2025
92.460
0 0 0 0 6.000
217 18.920 0 12.644 15.000
6.000
139.241
Verloopoverzicht reserves, vervolg
Omschrijving
1-1-2026
Algemene reserve
92.460
Bestemmingsreserve E-depot Digitalisering Restauratie Personeel Financiering activa
217 18.920 0 12.644 15.000
Totaal reserves
139.241
Omschrijving
1-1-2027
Algemene reserve
123.452
Bestemmingsreserve E-depot Digitalisering Restauratie Personeel Financiering activa
217 18.920 0 12.644 9.000
Totaal reserves
164.233
Stortingen Toelichting
Onttrekkingen Toelichting
30.992 Storting 2% winstopslag
30.992 Stortingen Toelichting
0 Incidentele kosten 2% budget
31.192
21
123.452
0 0 0 0 6.000
217 18.920 0 12.644 9.000
6.000
164.233
Onttrekkingen Toelichting
31.192 Storting 2% winstopslag
31-12-2026
0 Incidentele kosten 2% budget
31-12-2027
154.644
0 0 0 0 6.000
217 18.920 0 12.644 3.000
6.000
189.425
Verloopoverzicht reserves, vervolg
Omschrijving
1-1-2028
Algemene reserve
154.644
Bestemmingsreserve E-depot Digitalisering Restauratie Personeel Financiering activa
217 18.920 0 12.644 3.000
Totaal reserves
189.425
Stortingen Toelichting
Onttrekkingen Toelichting
31.392 Storting 2% winstopslag
31.392
22
0 Incidentele kosten 2% budget
31-12-2028
186.036
0 0 0 0 3.000
217 18.920 0 12.644 0
3.000
217.817
Colofon Ontwerp-Kadernota 2025 29 november 2023 Foto voorpagina: ‘Gezicht op het logement Dennenoord te Driebergen-Rijsenburg met wandelende en aan tafeltjes zittende mensen op de voorgrond en het station van de Rijnspoorweg op de achtergrond (ingekleurd)’, ca. 1860, RAZU Topografisch Historische Atlas Driebergen-Rijsenburg, inv.nr. 152, catalogusnr. 31195. Tekst: mw. drs. H.A. Hokke, directeur-archivaris Regionaal Archief Zuid-Utrecht
Regionaal Archief Zuid-Utrecht Karel de Grotestraat 30 3962CL Wijk bij Duurstede https://www.razu.nl