Bijlage 1 Investeringsplan Sociaal Domein
Tekst van het document
Investeringsplan Sociaal Domein 2025-2026 Aanleiding De kosten in het sociaal domein stijgen sinds enkele jaren. Deze stijging moet een halt worden toegeroepen. Om dit te realiseren zijn structurele veranderingen in het sociaal domein nodig en daarvoor moeten we radicaal anders denken! Want als we doen wat we deden, krijgen we wat we altijd al kregen. Onze voorstellen om radicaal te veranderen bestaan uit het verhogen van de drempel tot specialistische zorg en het investeren in de voorkant. We zien inmiddels dat investeren in het Sociaal Domein loont. Het afgelopen jaar hebben we geïnvesteerd in: de aanstelling van een teamleider jeugd, een nieuwe werkwijze bij de Wmo en een nieuwe Verordening Jeugdhulp. Dit om de verwachte landelijke groei van jeugdhulp in 2025 van ca 5% tegen te gaan en de Wmouitgaven te stabiliseren. De eerste prognoses van FoodValley (FV) jeugd (d.d. juli 2025) geven aan dat dit lijkt te lukken en we binnen de begroting zullen blijven. Ook voor de WMO zien we een stabilisatie van de kosten. De trend van stijgende zorgkosten lijkt hiermee gekeerd. Als enige gemeente in FV is het ons op dit moment gelukt om het tij van stijgende jeugdhulpkosten te keren. Een prestatie om trots op te zijn. Voor 2026 hebben we een verdere besparing op de jeugdhulpuitgaven van € 188.000 ingeboekt.
Dit door bepaalde casussen, zoals verblijf, langdurige ambulante jeugdhulp, dagbesteding opnieuw te beoordelen in 2025. Ook hierop moeten we extra inzetten. Maar daarmee zijn we er nog niet. Er komt de komende periode nog veel op gemeenten af in het sociaal domein. Denk aan de verdere uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, het Aanvullend Zorg & Welzijnsakkoord, het Gezond, en Actief Leven Akkoord (GALA), het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen, et cetera. Het laten slagen van deze landelijke beleidsvoornemens vergt een stevige sociale basis waarin dit kan landen: een stevige en goed werkende toegang en een sterk voorliggend veld. Kortom: we willen incidenteel investeren in de toegang en het voorliggend veld en met als doel de drempel naar specialistische zorg verhogen om structureel kosten aan de achterkant te besparen.
Projectmatige aanpak We willen dit plan uitvoeren door een projectmatige aanpak, met daarin de hieronder uitgewerkte onderdelen. We stellen voor om in januari 2026 te starten met de uitwerking en de periode tot aan de zomer van 2027 te benutten om er uitvoering aan te geven, maar ook om resultaten te kunnen monitoren. We zullen de raad periodiek informeren over de resultaten en de voortgang. Dit op basis van de uitgaven binnen de openeinderegelingen, maar ook kwalitatief, op basis van de voortgang en uitvoering van dit Investeringsplan: voor de zomer van 2026; begin 2027; Na de zomer van 2027.
Investeringsvoorstellen binnen het Sociaal Domein 1. Inzet van Artificial Intelligence bij de toegang tot maatwerk- AIDA (Assistent Integrale Doelgerichte Aanpak) AIDA is een webapplicatie, die de eerste ondersteuningsvragen van ouders/verzorgers en jongeren kan opvangen (wellicht later ook voor de Wmo toepasbaar). Met AIDA verwachten we een productiviteitswinst te kunnen realiseren, zodat medewerkers effectiever met inwoners aan de slag kunnen. Dit ontlast de druk op wachtlijsten. Momenteel worden toegangsgesprekken nog te vaak gestuurd door de wens van ouders/ verzorgers. AIDA helpt bij een bredere uitvraag. Het ondersteunt o.a. bij: mogelijkheid tot gezinsgericht (systeemgericht) werken over de wetten heen waardoor de achterliggende oorzaak vanuit bijvoorbeeld bestaanszekerheid eerder en scherper inzichtelijk wordt eenduidige en complete probleemanalyse (AIDA is in vele talen beschikbaar); eigen verantwoordelijkheid bij ouders (AIDA is op ieder moment beschikbaar en gegevens kunnen via spraak ingevoerd worden); het kan een goed inzicht geven in het voorliggend veld; het helpt bij prioriteren van de aanmeldingen, (belangrijk i.v.m. wachtlijsten); meer eenduidig uitvragen, waardoor het objectiveert; adviseert over wat ouders/verzorgers zelf kunnen doen; verwerkt de verstrekte gegevens administratief (verslaglegging).
Aida vergt een ingroeiscenario waarbij wordt gestart met nieuwe dossiers (aanvragen) en op langere termijn overnemen van de bestaande populatie naar deze manier van werken. Hierdoor dalen de kosten voor specialistisch maatwerk en stijgen de kosten van de begeleiding die door onze teams zelf wordt gegeven. Op basis van de huidige tarieven zou dat per saldo een daling van kosten met zich moeten meebrengen, dit omdat maatwerkvoorzieningen (geïndiceerde zorg) duurder zijn dan eigen begeleiding en/of voorveld. Met Aida zien we besparingsmogelijkheden: “Focus op kosten leidt tot daling kwaliteit versus Focus op kwaliteit leidt tot daling kosten”. De verwachting is dat de toepassing van AIDA leidt tot een stijging van de productiviteit bij jeugdhulp medewerkers. Zo kunnen medewerkers jeugdhulp meer invulling geven aan: opvoedondersteuning, zelf jeugdhulp verlenen, tijd voor brede uitvraag, veiligheidscasussen en onderwijs samenwerking. Kortom: het uitvoeren van onze taak om te komen tot ‘stevige lokale teams’. 2. In kaart brengen, versterken en beter ontsluiten voorliggend veld Naast AIDA willen we alle voorliggende voorzieningen goed in beeld brengen. Dan zien we ook waar ons voorliggend aanbod op dit moment nog onvoldoende is en waar we op moeten investeren.
We werken dit uit op 2 manieren: Van specialistische zorg naar meer groepsaanbod, waardoor kosten per inwoner verlaagd worden. Op dit moment is er vaak alleen individueel specialistisch aanbod en ontbreken alternatieven. We moeten daarom samen met onze partners en in de regio FV, afspraken maken om dit te veranderen; meer algemeen aanbod en groepsvoorzieningen en minder individueel specialistisch aanbod. Voorliggend veld versterken. Op basis van veelvoorkomende persoonskenmerken, die bij onze toegangsmedewerkers bekend zijn, kunnen we bepalen welke voorliggende voorziening hierbij nodig is. Denk bijvoorbeeld aan eenzaamheid, schulden, opvoedproblematiek. Dit kan door projecten te starten, die we bij succes structureel voortzetten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de pilot Inloop Autisme & ADHD, of aan de training die is gegeven om een betere aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp te organiseren (Onderwijs moet eigen verantwoordelijkheid nemen). Ook is van belang dat deze informatie goed ontsloten wordt. Dit kan bijvoorbeeld via een website, maar ook via verwijzing hiernaar via AIDA. Zo worden inwoners gestimuleerd hier gebruik van te maken en kunnen onze medewerkers in de toegang (jeugdteam en sociaal team) en maatschappelijke partners inwoners verwijzen naar dit voorliggend aanbod. Zo wordt er minder snel een beroep gedaan op specialistisch maatwerk.
We willen hiermee een daling realiseren van het aantal individuele specialistische toekenningen ten gunste van groepsgericht aanbod. Aangezien groepsgericht aanbod goedkoper is dan individuele hulp zal op termijn een besparing worden gerealiseerd. Deze verandering vergt echter een langere
adem, aangezien groepsgericht aanbod eerst ontwikkeld moet worden. Daarbij moet ook de mindset van inwoners, omgeving en onderwijs veranderen. Van een claim op individueel maatwerk naar oplossingen in het eigen gezin/netwerk en de omgeving. 3. Tijdelijke versterking Jeugdteam (1fte) Op dit moment krijgt 1 op 7 jongeren (tot 18 jaar) een vorm van jeugdhulp (info: CBS). Deze aantallen lijken landelijk nog steeds te stijgen. In Rhenen is dat 1 op 10 waarbij we een verdere stijging en daarmee ook een stijging van de kosten willen voorkomen. Naast de inzet van AIDA en versterking van het voorveld willen we tijdelijk extra formatie inzetten in het jeugdteam om de drempel naar specialistische jeugdhulp te verhogen. Het is de bedoeling dat de jeugdteammedewerkers werken aan het ‘normaliseren’: zelf meer begeleiding bieden, zodat minder specialistische jeugdhulp toegekend hoeft te worden; nog strenger beoordelen aan de voorkant en een gedegen onderzoek doen naar eigen mogelijkheden van ouders/ kind en hun netwerk. We verwachten dat dit aanvankelijk meer tijd kost voor overleg, i.v.m. standpunt ouders, betrekken van scholen of andere maatschappelijke partners. nog beter (strenger) monitoren van de tijdsduur en daarmee beoordeling van de efficiëntie van de ingezette jeugdhulp.
Bij de GGZ loopt nu een pilot om de tijdsduur te verkorten naar 15 – 20 gesprekken omdat wetenschappelijk is bewezen dat in deze periode de behandeling het meest effectief is. Het kost meer tijd en dus capaciteit om het gesprek hierover te voeren, met zowel aanbieders als ouders. Door zelf meer lichte ambulante jeugdhulp te gaan bieden zijn we financieel voordeliger uit, immers 2elijnsjeugdhulp is (veel) duurder. Daarom hogen we in dit project, voor de duur van een jaar, de capaciteit van het Jeugdteam op met 1 fte. De extra kosten van deze tijdelijke uitbreiding zien we terug in daling van de kosten van jeugdzorg van (minimaal) €90.000,- (de kosten van 1 fte). We monitoren dit zorgvuldig en leggen daarna – indien succesvol - een besluit voor aan de raad voor het vervolg. 4. Tijdelijk versterking Sociaal Team (mantelzorg) Het Sociaal Team heeft flink ingezet om de vraag naar maatwerk af te remmen. Dit is met name het gevolg van het strikt(er) toepassen van de regels van de Centrale Raad van Beroep. Om dit effect verder te versterken, pleiten we voor de tijdelijke terugkeer van mantelzorgondersteuning, dit voor de duur van het project. Op basis van landelijke cijfers verleent ongeveer 1 op de 3 tot 4 Nederlanders boven de 16 jaar mantelzorg. In Rhenen zijn op basis van deze inschatting circa 5.900 mantelzorgers actief. Hiervan is een fractie in beeld bij de gemeente1.
We weten dat door o.a. de dubbele vergrijzing het aandeel mantelzorgers verder zal (moeten) toenemen. Na het ombuigingstraject is gebleken dat dubbel op mantelzorgondersteuning is bezuinigd: bij de besparingen op de formatie (Raadsbesluit MJPB 2025, november 2024) is in 2025 en 2026 0,5 fte mantelzorgondersteuning bij het team Wmo voorgesteld/ingezet. bij de invulling van de Taakstelling SD (€500.000,- structureel) is ook niet-uitgegeven budget voor mantelzorgondersteuning in 2025 en 2026 (jaarlijks €35.000) als ombuiging ingezet. Als gevolg hiervan kunnen mantelzorgers niet meer voldoende ondersteund worden en blijven aanvragen liggen. Dit, bij een steeds verdergaande dubbele vergrijzing: het aandeel ouderen neemt toe en wordt steeds ouder. Bovendien is mantelzorgondersteuning een wettelijke taak vanuit de Wmo. Mantelzorgers begeleiden degenen waar zij voor zorgen waardoor zorgkosten worden voorkomen, ook in de Wmo. Met de mantelzorgtrajecten willen we realiseren dat mantelzorgers bewust stilstaan bij de taak die ze op zich nemen en dat ook daarin nog keuzes te maken zijn, zeker als de situatie verandert. Vanuit de praktijk zien we dit als een effectieve vorm van mantelzorgondersteuning, omdat eerder ontwikkeld aanbod, als bijvoorbeeld respijtzorg aan huis niet werkt.
In alle studies zie je dat het gaat om een individuele vraag en een individuele situatie en daar speel je op in met een traject. En daar heb je capaciteit en kwaliteit voor nodig. In afwachting van een mogelijke kerntakendiscussie wordt daarom voorgesteld om de individuele mantelzorgondersteuning te versterken. Dit, door het Sociaal Team tijdelijk, voor een jaar (2026), 1
Evaluatie mantelzorgbeleid in gemeente Rhenen 2018-2023 (informatienota maart 2025)
te versterken met 0,5 fte. De kerntakendiscussie moet uiteindelijk bepalen waar meer, en waar minder aan wordt uitgegeven. Aangetoond2 is dat ondersteuning aan mantelzorgers (mantelzorgtrajecten, advies en informatie), de vraag naar maatwerkondersteuning verminderd.
Slotoverweging We willen incidenteel investeren in het vormen van een stevige lokale toegang. We verwachten dat we daardoor structureel zorgkosten kunnen besparen voor de toekomst. Zo maken we het mogelijk dat (verwachte) besparingen op de zorgkosten ingezet kunnen worden voor een structurele versteviging van de lokale toegang. Slagen we daar niet in en zien we geen stabilisatie of vermindering van de zorgkosten, dan stoppen de genoemde projecten.
2
Onderzoek Synthese (2019)