Bijlage 1 - Inspraak op agendastuk 8 6806 Verordening Adviesraad Sociaal Domein AS 23092025 (16 sept)
Tekst van het document
Het verkleinen van machtsafstand (meer gelijkwaardigheid, invloed en participatie) leidt juist tot meer betrokkenheid en loyaliteit. Inspraak op agendastuk 8 6806 Verordening Adviesraad Sociaal Domein Advies: Veranderen van de Verordening is mogelijk, maar was niet de oorzaak van de sluiting van de adviesraad door het ontslag nemen van de leden behoudens twee. De oorzaak is gedrag in toenemende stress (ravijnjaar angst) van alle betrokkenen gedurende 2024, Door de situatie van het bestuurswerk van de Gemeente Rhenen in 2024 naar de machtsaftsand die door de betrokkenen gaandeweg in het jaar werd ervaren wederzijds te groot om samenwerking in stand te kunnen houden. De oplossing is herziening van het gedrag van ALLE betrokkenen in de gehele besluitvormingsketen van de Gemeente Rhenen. De machtsafstanden moeten worden gerekalibreerd en voldoende worden verkleind om effectieve samenwerking te herstellen. Ik kon bij mijn onderzoek naar de oorzaken de machtafstand reductie theorie de machtafstandreductietheorie van Mauk Mulder goed toepassen op het falen (échec) van de ASD Rhenen en de relatie met de gemeenteraad en portefeuillehouders. Ik zal dit uiteenzetten: 1. Wat houdt Mulder’s theorie in? Mulder stelde dat machthebbers geneigd zijn hun machtsafstand te vergroten, terwijl mensen met minder macht geneigd zijn die afstand te verkleinen.
Zeker bij toenemende stress door de bestuur situatie (“ravijnjaar”) wat in heel 2024 alle aandacht ging opeisen van alle in de werkprocessen van de Commissies betrokken personen. Machtafstand = de mate waarin beslissingsmacht, informatie en invloed ongelijk verdeeld zijn. Het vergroten van machtsafstand in samenwerkingsprocessen door de beslissers in de keten leidt (vaak) tot verzet, desinteresse of terugtrekking bij degenen met minder positionele macht en een aangetaste adviespositie. Dit vooral bij mensen met een professionele pag. 1’vaan 5 Toepassing Rhenense Principes in onderzoek naar de oorzaak van de problemen ,met regie door Arie Stuijt
Het verkleinen van machtsafstand (meer gelijkwaardigheid, invloed en participatie) leidt juist tot meer betrokkenheid en loyaliteit. en langdurige beroepsachtergrond, in relatie tot “amateur politici” als gemeenteraadsleden gemeenlijk zijn (en blijven). (Een “Poolse landdag” verzucht de SGP) Het verkleinen van machtsafstand (meer gelijkwaardigheid, invloed en participatie) leidt juist tot meer betrokkenheid en loyaliteit. 2. Toegepast op de ASD Rhenen ASD (Adviesraad Sociaal Domein) heeft in principe de rol om de stem van burgers en cliënten richting gemeente te laten doorklinken. In de praktijk ervaren veel ASD’s, in casu de ASD R, dat zij weinig invloed hebben: adviezen verdwijnen in een la, de agenda wordt bepaald door college of ambtelijke staf, en terugkoppeling ontbreekt te vaak. Hierdoor voelen deze vrijwilligers/leden zich machteloos → motivatie neemt af → en het wordt moeilijk nieuwe leden te vinden als de wervers er zelf niet meer in geloven. Dit is een schoolvoorbeeld van grote machtsafstand die niet wordt verkleind. 3. Rol van gemeenteraad en portefeuillehouders Rhenen Als zij de adviezen van de ASD voorkomen en/of structureel niet of marginaal benutten, vergroten zij feitelijk de “normale” machtsafstand. Als er geen gelijkwaardige dialoog is (maar eenrichtingsverkeer: gemeente bepaalt, ASD mag hooguit reageren), dan ontstaat frustratie en uitval.
Het wervingsprobleem (nauwelijks kandidaten als lid in 4 jaar) weerspiegelt dat potentiële leden niet geloven in daadwerkelijke invloed. (Geen zinvol werk was de conclusie)
pag. 2’vaan 5 Toepassing Rhenense Principes in onderzoek naar de oorzaak van de problemen ,met regie door Arie Stuijt
Het verkleinen van machtsafstand (meer gelijkwaardigheid, invloed en participatie) leidt juist tot meer betrokkenheid en loyaliteit. 4. Wat leert Mulder ons hier? Volgens Mulder zou de oplossing liggen in machtsafstandreductie: De gemeenteraad en portefeuillehouders zouden b.v. meer ruimte moeten geven aan de ASD R om onderwerpen op de agenda te zetten. (ik zie af van een opsomming van acties) Transparant maken hoe adviezen concreet worden gebruikt in beleid. ASD-leden vroegtijdig betrekken bij beleidsontwikkeling i.p.v. achteraf consulteren. (Hen op hun méérwaarde aanspreken) Erkenning en waardering uitspreken (niet alleen formeel, maar zichtbaar). Zonder zulke gedragingen van alle betrokkenen in de besluitvormingsketens blijft het een lege adviesstructuur die mensen uitput in plaats van bindt (Zie ook verzuim en verloop van de ambtenaren ). Dus ja: de machtafstandreductietheorie van Mulder is direct toepasbaar. Het échec van de ASD Rhenen kunt u (altijd maar deels) verklaren als een situatie waarin de gemeenteraad en portefeuillehouders de machtsafstand niet voldoende hebben verkleind – met als gevolg afkalvende betrokkenheid, falende werving, verloop en ziekteverzuim (ambtenaren).
Door ziekteverzuim of vertrek hoopt dan de verzuimer gezond te blijven En gezagsdragers ( =machthebbers) zijn geneigd hun machtsafstand onaangekondigd, situationeel, te vergroten, ook als zelfbescherming, terwijl mensen met minder gezag (/macht) geneigd zijn die afstand te willen verkleinen en een jaar ‘bot vangen’. Machtafstand = de mate waarin beslissingsmacht, informatie en invloed ongelijk verdeeld (behoren te!) zijn.
pag. 3’vaan 5 Toepassing Rhenense Principes in onderzoek naar de oorzaak van de problemen ,met regie door Arie Stuijt
Het verkleinen van machtsafstand (meer gelijkwaardigheid, invloed en participatie) leidt juist tot meer betrokkenheid en loyaliteit. Het vergroten van machtsafstand leidt vaak tot verzet, desinteresse of terugtrekking bij degenen met minder macht. Het verkleinen van machtsafstand (meer gelijkwaardigheid, invloed en participatie) leidt juist tot meer betrokkenheid en loyaliteit. Een vrijwilliger die lid wordt van een Adviesraad Sociaal Domein (ASD) Rhenen doet dat doorgaans niet voor geld of status, maar vanuit intrinsieke motivatie. Op basis van ervaringen uit gemeenten van vergelijkbare omvang zijn dit de belangrijkste redenen en beloningen: Waarom iemand zich vier (tot acht) jaar wil inzetten: 1. Bijdragen aan de samenleving Het gevoel dat je meedenkt en invloed hebt op beleid dat direct inwoners raakt (zorg, welzijn, jeugd, participatie). 2. Zichtbare maatschappelijke relevantie Je werk levert tastbare input voor gemeentelijk beleid en besluitvorming – jouw advies kan echt verschil maken. 3. Verantwoordelijkheid nemen Het besef dat niet alleen de gemeente, maar ook inwoners een rol hebben in de kwaliteit van het sociaal beleid. 4. Persoonlijke ontwikkeling Leren hoe beleid tot stand komt, samenwerken met andere leden, verdiepen in maatschappelijke thema’s.
Wat wordt als intrinsieke beloning ervaren: Zinvolheid / betekenis: het idee dat je stem bijdraagt aan betere voorzieningen en zorg voor kwetsbare inwoners. pag. 4’vaan 5 Toepassing Rhenense Principes in onderzoek naar de oorzaak van de problemen ,met regie door Arie Stuijt
Het verkleinen van machtsafstand (meer gelijkwaardigheid, invloed en participatie) leidt juist tot meer betrokkenheid en loyaliteit.
Erkenning en waardering: van medeleden, gemeente en soms direct van inwoners die profiteren. Leren en groeien: nieuwe inzichten, kennis en vaardigheden opdoen. Verbondenheid: deel uitmaken van een groep betrokken mensen die samenwerkt aan een maatschappelijk doel. Invloed: de kans om vanuit eigen ervaring en deskundigheid gehoord te worden door de gemeente. Kortom: de vrijwilliger blijft zich inzetten omdat het werk zinnig, leerzaam en verbindend is – en omdat het bijdraagt aan een samenleving waarin iedereen meetelt. compact profielschets van de “gemotiveerde ASD-vrijwilliger” bijvoorbeeld in een toelichtingsdocument of wervende tekst gebruiken Pas DAGELIJKS de Rhenense Principes toe en werk vanuit oorzaken aan een duurzame oplossing Opsteller: voor inspraak Commissie Samenleving op 23 september 2025 is Drs. Arie Stuijt BA uit Elst. Onderzoek model: de machtsreductietheorie van Mauk Mulder
pag. 5’vaan 5 Toepassing Rhenense Principes in onderzoek naar de oorzaak van de problemen ,met regie door Arie Stuijt