Bijlage 1 - Handboek Elsterstraatweg 51-71, Elst
Tekst van het document
Gebiedsvisie, voorlopig beeldkwaliteitsplan en programma van eisen
Vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2016 - amendement van 8 december 2015 verwerkt
Inleiding Voor het gebied ter hoogte van de Elsterstraatweg 51-65 in Elst, ook wel bekend als het Damkro-terrein, is ter vervanging van de bedrijvigheid ter plaatse in 2005 een woningbouwplan ontwikkeld. De gemeente Amerongen, waartoe het plangebied destijds behoorde, heeft in principe medewerking aan de woningbouwontwikkeling verleend. De gemeente Rhenen heeft dit besluit overgenomen, met als voorwaarde dat het plan aan de gemeentelijke stedenbouwkundige randvoorwaarden dient te voldoen. Deze zijn in 2007 vastgesteld en verder uitgewerkt in woningbouwplan met 20 woningen waarvoor tevens eind 2008 een concept bestemmingsplan is gemaakt. Dit plan is, gezien het relatief grote aandeel woningen in de dure prijsklasse en de gewijzigde marktomstandigheden, op verzoek van de initiatiefnemer niet in procedure gebracht.
Luchtfoto situatie 2006 met bedrijvigheid
In de Stedenbouwkundige Structuurvisie (2009) van de gemeente Rhenen is de locatie "Elsterstraatweg 51-71" in Elst (Ut.) , aangeduid als één van de mogelijke verdichtingslocaties. Voor deze locaties gaan de gedachten uit naar een invulling met woningbouw. Om de bouwinitiatieven daartoe goed te kunnen regisseren is in de structuurvisie bepaald dat een gebiedsvisie met bijbehorend beeldkwaliteitsplan noodzakelijk is. De planontwikkeling is vervolgens in de loop van 2013 weer opgepakt met het onderzoeken van de mogelijkheden voor het realiseren van betaalbare woningen binnen het
stedenbouwkundig concept zoals ontwikkeld in 2007. Op basis van een daaruit voortgekomen voorlopig ontwerp hebben burgemeester en wethouders op 11-02-2014 wederom besloten in principe medewerking te verlenen aan een woningbouwontwikkeling. Eén van de voorwaarden behorende bij de medewerking is het opstellen van een beeldkwaliteitsplan en een programma van eisen. Voorliggend handboek bevat de uitwerking van deze twee onderdelen. Voor het opstellen van het handboek is een klankbordgroep geraadpleegd bestaande uit direct omwonenden en vertegenwoordigers van belangenorganisaties uit Elst. De in de loop der jaren ontwikkelde bouwplannen zijn tegen het licht gehouden en bediscussieerd. De gemeente heeft, mede op basis hiervan, een gebiedsvisie met basisontwerpkaart en een ontwikkelingsrichting opgesteld die verbeeld is in een stedenbouwkundig model. Deze is gemaakt ter beeldvorming van de gewenste uitwerking en op basis daarvan zijn beeldkwaliteitscriteria voor bebouwing en openbare ruimte opgesteld. Hierna volgt eerst een korte samenvatting van de gebiedsvisie. Vervolgens komt het voorlopig beeldkwaliteitsplan aan de orde en daarna het programma van eisen (pve). Dit pve gaat in op de uit te voeren onderzoeken en de eisen die aan de inrichting van de openbare ruimte worden gesteld.
Elsterstraatweg 51‐71
Uitsnede Stedenbouwkundige Structuurvisie
Gebiedsvisie De visie zoekt aansluiting bij de kwaliteiten en bestaande kenmerken van Elst door het creëren van een geleidelijke overgang tussen dorp en landschap. Deze overgang verloopt via lint en tuin. Een verbijzondering in deze overgang vormt het herstel van het voormalige Hoge Huis.
Gebiedsvisie: geleidelijke overgang van dorp naar landschap met verbijzondering Het Hoge Huis
Lintzone De bebouwing in het lint richt zich op de Elsterstraatweg. Van oudsher ligt langs deze weg het accent van de dorpsontwikkeling. Uitgangspunt bij de nieuwbouw is in ieder geval het lint aan te vullen en zo optimaal mogelijk van deze zone gebruik te maken. Het lint langs de Elsterstraatweg heeft een gevarieerd karakter. De hoofdfunctie van de straat is wonen, maar deze wordt op sommige plekken afgewisseld met andere functies zoals kleinschalige bedrijvigheid en winkels. Kenmerkend is de onregelmatige verkaveling, verspringende rooilijnen, wisselende kavelgroottes, individueel gebouwde panden, wisselende kapvormen en een kleine korrel aan de straatzijde. Wat betreft de invulling van de locatie langs de Elsterstraatweg is het wenselijk aan te sluiten bij dit kleinschalige en gevarieerde karakter. Een belangrijk vertrekpunt voor de invulling langs de Elsterstraatweg is het creëren van meer continuïteit in het bebouwingslint. Het open
terrein van het onderhavige plangebied vormt nu een grote onderbreking in de huidige bebouwingsstructuur. Daarentegen creëert juist deze openheid een gewaardeerd contact met de rivier binnen het dorp. Naast bebouwing is daarom het behoud van een doorzicht van belang. Het groen van het rivierenlandschap loopt als het ware tussen de bebouwing door. Mede hierdoor leent dit gebied zich voor een ontwikkeling met een accent op duurzaamheid en natuurlijk materiaalgebruik. Het uitgangspunt is het lint deels aan te vullen met een menging van verschillende vrijstaande woningen, tweekappers en incidenteel een kort blokje rijwoningen. De eerste aanzet daarvoor ligt in de aangrenzende westelijk gelegen lintbebouwing (nrs. 45-49). Met deze opzet komt na een relatief ruime dorpsentree ter hoogte van de onderhavige locatie de bebouwing dichter naar de weg toe (vanaf nr. 73- 75) zodra men verder het dorp binnenrijdt. Voor de nieuwe bebouwing is een situering dicht bij de drukke weg niet wenselijk in verband met veiligheid en geluid. Het gemeentelijk beleid is dan ook gericht op het creëren van meer afstand tot de Elsterstraatweg-Rijksstraatweg. De ontsluiting van de lintzone vindt plaats via één of twee insteekwegen die aansluiten op de Elsterstraatweg. Deze insteken ontsluiten de erven van de lintbebouwing, en bieden toegang tot de kavels ten behoeve van parkeren op eigen erf.
Zodoende sluiten geen uitritten van woningen aan op de Elsterstraatweg.
Referentiebeeld gebiedsvisie: geleidelijke overgang van dorp naar landschap
Tuinzone De tuinzone ligt direct achter het lint en vormt de overgang naar het uiterwaardenlandschap van de Nederrijn. Dit begint met de tuinen van de woningen in het lint waar nog bijbehorende bouwwerken (zoals garage en schuur) kunnen komen. De grens tot waar dit kan is nader te bepalen in het nog op te stellen bestemmingsplan. In ieder geval blijft het gebied tussen de bebouwingsgrens (rode contour) en de rivierdijk onbebouwd en vormt een groene overgang naar het rivierlandschap. Het kan zowel particulier-, gemeenschappelijk eigendom of openbaar zijn zolang het maar een open karakter heeft met groene invulling.
Verbijzondering In het plangebied heeft al bebouwing gestaan. Het merendeel daarvan was weinig aansprekende bedrijfsbebouwing, op twee uitzonderingen na. De eerste bebouwing stond in het lint en betrof een blokje arbeiderswoningen haaks op de Elsterstraatweg. De tweede bebouwing was verder van de weg af gesitueerd, richting de rivier. Dit stond bekend in Elst als het Hoge Huis. Een T-boerderij bestaande uit een voorhuis met kenmerkende trapgevel gericht op de rivier en een lagere schuur daarachter. Uitgangspunt is beide historische elementen te herstellen in de ontwikkeling van het plangebied. Het blokje arbeiderswoningen kan binnen het lint worden gerealiseerd. Het Hoge Huis valt daar buiten en is als verbijzondering de enige toegestane hoofdbebouwing achter het lint. Basisontwerpkaart De basisontwerpkaart bevat de algemene uitgangspunten (kernwaarden) die gelden voor de ruimtelijke opzet van het gebied. Deze staan puntsgewijs in onderstaande kaart met daaronder een korte toelichting.
Basisontwerpkaart: 10 kernwaarden
1. Het lint is de bouwzone van het gebied, hiervan zo optimaal mogelijk gebruik maken. Bij elke ontwikkeling is aan deze zone invulling gegeven met hoofdbebouwing aangezien het lint mede het gezicht van Elst gaat bepalen. 2. De tuinzone begint achter het lint met de bij de woningen behorende tuinen, ontsluiting, parkeerplaatsen en bijbehorende bouwwerken. Ontwikkeling van deze zone is niet mogelijk zonder invulling te geven aan het lint (1). Uitsluitend ter hoogte van punt 8 is, zoals hierna toegelicht, een verbijzondering toegestaan. 3. De tuinzone is zoveel mogelijk, en in ieder geval buiten de rode contour, onbebouwd en ingericht als landerijen: voornamelijk open grasland met een enkele pluk begroeiing en enkele struinpaden. Zo mogelijk uitgeven als tuin bij de woningen en bij gemeenschappelijk/openbaar gebruik benutten als speelruimte. 4. Contact behouden van dorp met rivierlandschap door minstens één doorzicht van minimaal 15 m breed te creëren vanaf de Elsterstraatweg richting de Nederrijn. Dit mag in combinatie met punt 6 en 8, zo mogelijk met een wandel/struinpad als ommetje door het gebied. 5. Creëren van een veilige verkeersituatie met aandacht voor fietsers, voetgangers en kruisingen/oversteken. 6. Maximaal twee aansluitingen op de Elsterstraatweg zijn toegestaan, individuele percelen sluiten niet direct aan op de Elsterstraatweg. 7.
Rekening houden met aangrenzende percelen, niet dichtzetten met bebouwing of insluiten met wegen en parkeren. 8. Herstel de historie van deze plek: in het lint stond voorheen een blokje arbeiderswoningen en iets verder richting de rivier stond het Hoge Huis. Een T-boerderij bestaande uit een voorhuis met kenmerkende trapgevel gericht op de rivier en een lagere schuur daarachter. 9. Rekening houden met de hoogte van de rivierdijk. Vanaf het huidig maaiveld is niet zondermeer zicht mogelijk op de uiterwaarden en de rivier. 10. Voor de nieuwbouw is een dorpse opzet leidend met een Elstse uitstraling en een dichtheid (zowel bebouwing als verharding/parkeren) die afneemt richting de rivier. Dit beeld bepaalt de maximum bouwvolumes, de beschikbare ruimte voor verharding/parkeren en daarmee ook het aantal woningen. Het uiteindelijk aantal is mede afhankelijk van type, breedte en dergelijke. Op basis van het hierna volgende model bedraagt het te realiseren aantal maximaal 20 woningen. Ontwikkelingsrichting Voor het opstellen van de modellen is tevens de klankbordgroep geraadpleegd bestaande uit direct omwonenden en vertegenwoordigers van belangenorganisaties uit Elst. Ondanks dat er geen sprake was van een algehele consensus is aan de hand van uitgangspunten van de gebiedsvisie en de basisontwerpkaart een ontwikkelingsrichting ontstaan.
Deze ontwikkelingsrichting wordt kort toegelicht aan de hand van een ruimtelijk model. Ter
illustratie is tevens de hieraan ten grondslag liggende foto opgenomen die gemaakt is tijdens het overleg met de klankbordgroep (18 mei 2015). Ontwikkelingsrichting: compact lint met doorzicht De ontwikkelingsrichting (circa 15-20 woningen) is gericht op het zo optimaal mogelijk gebruik maken van de lintzone en daar de bebouwing te concentreren. Alleen ter hoogte van het voormalig Hoge Huis steekt de nieuwbouw dieper het gebied in. Hier ligt ook een doorzicht richting de rivier. Naast de reguliere typologieën (rij, tweekapper vrijstaand) kunnen er binnen het lint ook bijzondere woningtypen worden toegepast. De gedachten gaan bijvoorbeeld uit naar een woningtype ‘in de diepte’ met twee woningen gericht op de Elsterstraatweg en twee richting de rivier. De woningen richting de Elsterstraatweg hebben een dakterras en die richting de rivier een tuin. Deze tuinen kunnen doorlopen tot aan de dijk of deels bestaan uit gezamenlijk groen. De ontsluiting en het parkeren gebeurt via een ventweg langs de Elsterstraatweg en met opritten tussen de woningen.
Ruimtelijke opzet ontwikkelingsrichting compact lint met doorzicht
Foto ontwikkelingsrichting compact lint met doorzicht tijdens overleg klankordgroep 18 mei 2015
Handboek Elsterstraatweg 51‐71, Elst, gemeente Rhenen – vastgesteld 19‐04‐2016 – amendement 08‐12‐2015 verwerkt
9
Voorlopig beeldkwaliteitsplan Naast de uitgangspunten in de basisontwerpkaart zijn in de planontwikkeling tevens verschillende suggesties gedaan voor de beoogde beeldkwaliteit. Dit moet nog definitief vorm krijgen. Hieronder volgt, in aanvulling op de basisontwerpkaart, een nadere uitwerking van de te hanteren randvoorwaarden en uitgangspunten voor de volgende onderdelen: Bebouwing: dit betreft de aanvulling van de bestaande lintbebouwing en de bebouwing ter hoogte van het Hoge Huis. Tuinzone en openbare ruimte: de inrichting van de wegen, voetpaden, parkeerplaatsen en het groen. Hier ligt de nadruk op de uitstraling. Voor wat betreft de maatvoering is het gemeentelijk Handboek ontwerpeisen openbare ruimte van toepassing. Dit komt aan bod in het programma van eisen na het beeldkwaliteitsplan.
Handboek Elsterstraatweg 51‐71, Elst, gemeente Rhenen – vastgesteld 19‐04‐2016 – amendement 08‐12‐2015 verwerkt 10
Voor de bebouwing gelden de volgende beeldkwaliteitseisen: Thema Opzet, typologie & architectuur
Criteria − De ruimtelijke opzet voldoet aan de uitgangspunten van de basisontwerpkaart en aan de ontwikkelingsrichting. − Maximaal 20 woningen, uitsluitend grondgebonden. − Traditionele architectuur. Dorpse en landelijke sfeer met natuurlijke en duurzame uitstraling. − Zowel historiserende als eigentijdse interpretaties zijn mogelijk, waarbij het integreren van duurzame maatregelen (zoals zonnepanelen) en materialen nadrukkelijk de voorkeur heeft. Bouwmassa − De woningen hebben een duidelijke hoofdmassa met kap. − Maximaal twee woningen aaneen, met dien verstande dat in de lintzone langs de Elsterstraatweg maximaal drie blokjes met vier woningen aaneen zijn toegestaan. Hoogstens twee daarvan staan evenwijdig aan de Elsterstraatweg. De lengte (haaks of evenwijdig op de Elsterstraatweg) van een blokje is maximaal 24 m. − Woningen achter het lint zijn niet toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend ter hoogte van het voormalige Hoge Huis een bijzonder woningtype is toegestaan dat refereert aan deze historische bebouwing (T- boerderij). − Afstand hoofdbouwmassa tot aan zijdelingse perceelgrens is bij percelen aangrenzend op bestaande bebouwing minimaal 5 m. Bij de andere percelen Bouwhoogte − De hoogte bedraagt overwegend één bouwlaag met kap (goot max.
is deze afstand te bepalen, dienvan verstande dat de afstand en kapvorm 3,5 m, nok max.vrij 9 m), alleen termet hoogte het voormalige Hoge tussen hoofdgebouwen minimaal 10 m bedraagt. Huis ende langs de Elsterstraatweg is incidenteel twee bouwlagen met kap toegestaan (goot max 6 m, nok max 11m). − Dakvlakken dienen wel als geheel herkenbaar te zijn: dakkapellen zijn ondergeschikt. − Alle woningen worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling Rooilijnen en oriëntatie niet − Wisselende rooilijnen. De afstand van de voorgevel tot minder bedraagt dan 20 graden en niet meer 5 dan aan de voorperceelsgrens bedraagt minimaal m 65 en graden (uitgezonderd maximaal 12 m.mansardekappen). − De oriëntatie van de woningen is op de weg/het doorzicht gericht. Dat wil zeggen dat aan de voorzijde de woonfunctie is af te lezen door opnemen van de entree aan deze zijde en voldoende Materialisatie − het De variatie in materiaalen kleurgebruik is beperkt. In hoofdlijnen raampartijen. Een entree aan de zijkant van de woning is toegestaan. en bestaat dit uit natuurlijke materialen, zoals hout en metselwerk in kleurgebruik baksteen gevels − Altijd passend in bestaande dorpse sfeer. Tussen de gebouwen onderling wordt variatie in kleur- en materiaal toegepast. − Wit stucwerk of wit gekeimd metselwerk is incidenteel eveneens mogelijk.
Materialisatie − Gras-, sedum- of pannendak, laatstgenoemde bij voorkeur keramisch of hierop lijkende producten zijn en kleurgebruik daken − Houten in mattegevelonderdelen grijstinten, antraciet en oranjerood. mogelijk, maar ondergeschikt in gevelbeeld. Bijbehorend − Situering en verschijningsvorm van bijbehorende e bouwwerken zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. bouwwerke − Situering op minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn, met n uitzondering van veranda's. Carports zijn tot deze voorgevelrooilijn toegestaan. Voorkomen moet worden dat, door koppeling van aanbouwen en bijgebouwen een aangesloten wand ontstaat. Vandaar dat de voorkeur uit gaat naar het situeren (en ontsluiten) van vrijstaande bijgebouwen (garages/bergingen). − Vormgeving in één bouwlaag (max. 3,5 m), eventueel voorzien Handboek Elsterstraatweg 51‐71, Elst, gemeente Rhenen – vastgesteld 19‐04‐2016 – amendement 08‐12‐2015 verwerkt 11 van kap.
Erfafscheidingen
−
Richting de Elsterstraatweg naar eigen inzicht in te vullen.
−
Achter- en zijperceelsgrenzen richting openbare ruimte/omringend groen vragen om een eenduidige vormgeving welke mee ontworpen is met de woning in gelijk of sterk verwant kleur – en materiaalgebruik. In combinatie met garages bijvoorbeeld hek/gaas/gemetselde muur met groen toepassen.
Voor de tuinzone en openbare ruimte gelden de volgende beeldkwaliteitseisen: Thema Tuinzone
Wegen
Voetpaden
Parkeren
Groen en spelen
Criteria beeldkwaliteit tuinzone en openbare ruimte − Bij uitgifte van particuliere tuinen in deze zone hier een landschappelijke inpassing voor opstellen met borging van openheid en toepassing geschikte beplanting in deze zone. Deze inpassing voorwaardelijk verplichten in bestemmingsplan. − Bij een invulling van de tuinzone als openbaar of semi-openbaar gebied: zie groen en spelen. − Wegen uitgevoerd in elementenverharding (bij voorkeur straatbakstenen) in één kleurstelling en formaat. − Verbinding tussen wegen in het doorzicht uitvoeren in halfverharding, bijvoorbeeld grasbeton of split. − De wegen in het gebied als woonerf ontwerpen: nadruk leggen op verblijfsfunctie, geen onderscheid in verkeerssoorten en met landelijk karakter. − De ontsluiting op de provinciale weg is naast de duidelijke verkeersfunctie ook nadrukkelijk bedoeld voor een veilige afwikkeling van het verkeer. De weginrichting heeft een rijbaan van voldoende breedte voor gemengd verkeer in twee richtingen, aanliggende voet- en fietspaden en veilige − Afzonderlijke voetpaden met ontsluitingsfunctie voor woningen oversteekvoorzieningen. en erven uitvoeren in elementenverharding (bij voorkeur straatbakstenen). Verblijfsruimten en parkeerhofjes zoveel mogelijk bij erven concentreren. − vanconcentreren paden in groene ruimte richting rivier zoveel − Verharding Parkeerhofjes bij kopgevels woningen.
mogelijk beperken, bij voorkeur uitmaaien. − Alle openbare parkeerplaatsen groen inpassen, bijvoorbeeld met afschermende lage haag of parkeren onder fruitgerelateerde bomen (bijvoorbeeld − Groene ruimtePrunus). rondom woningennatuurlijke/landelijke uitstraling geven . Geen parkinrichting. − Uitsluitend informele, natuurlijke speelplekken (boomstammen e.d.) maken en integreren in landelijk/natuurlijk groengebied. Voorbeeld: coolnature.nl
Programma van eisen Aanvullend op het beeldkwaliteitsplan is een programma van eisen (pve) opgesteld in de vorm van een aantal themabladen met een checklist. Per aspect is aangegeven welk beleidskader van toepassing is voor het plangebied. Op basis daarvan volgt een checklist welke als basis geldt bij het opstellen en toetsen van de plannen. Indien van toepassing zijn opties vermeld om af te kunnen wijken van de randvoorwaarden om zo flexibiliteit te bieden bij het opstellen van het plan. Achtereenvolgens komen de volgende themabladen aan bod: 1. Wonen 2. Natuur 3. Historie 4. Bodem 5. Geluid 6. Milieu 7. Externe veiligheid 8. Luchtkwaliteit 9. Openbare ruimte 10. Groen en spelen 11. Waterhuishouding 12. Duurzaamheid 13. Sociale veiligheid 14. Verkeer en parkeren De themabladen maken op hun beurt weer onderdeel uit van de aan te leveren producten. Deze komen, in samenhang met het te volgen planproces, als laatste aan bod.
1 Thema Wonen Een meer algemeen onderwerp uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder richt zich op een zorgvuldige afweging en besluitvorming op nieuwe stedelijke ontwikkelingen en is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder bestaat uit drie 'stappen' welke in hoofdlijnen als volgt zijn te beschrijven. Allereerst dient aangetoond te worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Indien dit het geval is, zal eerst naar de ontwikkelingsmogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied moeten worden gekeken. Mocht dit niet mogelijk zijn, komen pas andere locaties in beeld. Voor een verdere uitleg van de ladder duurzame verstedelijking wordt naar de handreiking van het ministerie verwezen. De gemeente Rhenen heeft in oktober 2013 een geactualiseerde woonvisie vastgesteld. De belangrijkste conclusie is dat de bestaande overcapaciteit aan woningbouwplannen voor de gemeente geen aanleiding is om regie te voeren om overaanbod tegen te gaan. De gemeente zal de komende tijd met name een stimulerende rol op de woningmarkt op zich nemen. De nieuwbouwproductie is vooral een taak van de marktpartijen.
Het aantal mogelijke toevoegingen per jaar wordt geschat op 40 tot 45 woningen per jaar, exclusief de vervangende nieuwbouw in de herstructurering door de Rhenense Woningstichting. Nieuwe verzoeken voor projecten worden in behandeling genomen na een toets op basis van transparante criteria: −
Het plan is planologisch aanvaardbaar.
− Het plan moet de identiteit en kwaliteiten van een kern versterken, met bijzondere −
aandacht voor niches en particulier opdrachtgeverschap. Plannen in en rond de binnenstad van Rhenen zijn voorzien van een woning-plattegrond die voldoet aan de eisen van Woonkeur.
−
Alle woningen zijn bij voorkeur aanpasbaar.
−
De gemeentelijke kosten ten behoeve van het plan zijn gedekt.
Uit deze toetsing volgt een advies van de gemeente aan de indiener voor de ontwikkeling van het plan. Afhankelijk van de reactie op het advies, wordt beoordeeld in welke mate de gemeente medewerking verleent aan het plan. Elsterstraatweg 51-71 Ontwikkelingen in Elst bedienen voornamelijk de lokale woningvraag. De kern kent een autonome woningbehoefte. De voorziene ontwikkeling aan de Elsterstraatweg levert hier een bijdrage aan van maximaal 20 woningen, waarbij dit binnen bestaand stedelijk gebied (binnen de rode contour) plaatsvindt.
Elsterstraatweg 51-71 betreft een ontwikkeling die geheel geïnitieerd wordt door een marktpartij. De verantwoordelijkheid voor het aansluiten bij de marktopnamecapaciteit ligt bij de ontwikkelende partij. Zij moet aansluiting vinden bij de markt (de vragers).
Checklist Wonen In het bestemmingsplan de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking opnemen. In het bestemmingsplan beleidskader opnemen en verslag doen van toetsing aan de uitgangspunten van de Woonvisie.
2 Thema Natuur Vanuit de huidige natuurwetgeving is het bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van de in het projectgebied mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden. Het plan zal daartoe zowel aan de Flora- en faunawet als aan de Natuurbeschermingswet 1998 getoetst worden. Deze natuurwetgeving kan mogelijk beperkingen opleggen aan de voorgenomen sloop- en nieuwbouwactiviteiten. Elsterstraatweg 51-71 De Elsterstraatweg is gesitueerd in de zuidrand van de bebouwde kom van het dorp. Ten zuiden hiervan stroomt de Nederrijn. Deze rivier maakt tezamen met haar vallei deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Ook maakt het deel uit van het Natura 2000-gebied, genaamd 'Rijntakken'. Onderhavig plangebied ligt in het Nationale Landschap 'Rivierengebied' en zeer nabij Nationaal Park 'Utrechtse Heuvelrug' Op grond van de Flora- en faunawet gelden algemene verboden tot het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Voor activiteiten die een bedreiging kunnen vormen voor deze beschermde soorten is een ontheffing nodig. Gezien de voorgenomen sloop- en bouwactiviteiten is het van belang inzicht te krijgen of dit aan de orde is.
Op basis van een ecologisch onderzoek kan het bevoegd gezag oordelen dat het behoud van natuur en flora en fauna in voldoende mate kan worden geborgd. Bij de beoordeling van het onderzoek zal advies worden ingewonnen bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). In overleg met de ODRU en de gemeente dient een second opinion te worden uitgevoerd door een adviesbureau dat nog niet eerder betrokken is geweest bij flora en fauna onderzoek op deze locatie. De resultaten van het onderzoek worden toegezonden aan de Werkgroep Milieubeheer Rhenen (WMR). ODRU of gemeente zal de WMR vragen om een inhoudelijke reactie op de concept rapportage van het onderzoek. Checklist Natuur Het plan voldoet aan de onderzoeksverplichtingen die voortvloeien uit de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet, minimaal in de vorm van een quick-scan natuurwaarden (bureauonderzoek + veldonderzoek). Het onderzoek wordt als second opinion uitgevoerd, beoordeeld door de ODRU en voor commentaar toegezonden aan de WMR. In het plan zijn de resultaten van het onderzoek vertaald en zijn de aanbevelingen uit het onderzoek in acht genomen. Van de onderzoeksresultaten wordt verslag gedaan in het bestemmingsplan.
3 Thema Historie In 1992 is in het Europese “Verdrag van Malta” opgesteld, met als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te kunnen beschermen. Inmiddels heeft dit verdrag een verdere uitwerking gekregen in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz), de gewijzigde Monumentenwet 1988 en de erfgoedverordening van de gemeente Rhenen. Hieruit volgt in het algemeen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de archeologische waarden zoveel mogelijk behouden en geconserveerd blijven in de bodem. Elsterstraatweg 51-71 Binnen Elst komen diverse cultuurhistorische waarden en elementen voor, zoals beschermde Rijks- en gemeentelijke monumenten. In het vigerende bestemmingsplan Kern Elst 2012 ligt over het plangebied de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3. Aangezien de verwachting is dat door de ontwikkeling een mogelijke verstoring van waarden plaatsvindt, is een nader onderzoek vereist. Op basis van het archeologisch onderzoek kan het bevoegd gezag (de gemeente Rhenen) oordelen dat: −
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
−
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
−
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek zal advies worden ingewonnen bij de regio- archeoloog van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Checklist Historie Het plan voldoet aan de Erfgoedverordening 2013 Gemeente Rhenen. Uitvoeren van een archeologisch onderzoek (bureauonderzoek + veldonderzoek met evt. proefsleuvenonderzoek). In het plan zijn de resultaten van het onderzoek vertaald. Van de onderzoeksresultaten wordt verslag gedaan in het bestemmingsplan.
4 Thema Bodem De regelgeving voor bodemsanering is vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb). Alvorens over te gaan tot ontwikkeling, zal middels bodemonderzoek een beoordeling plaatsvinden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de gewenste functie wonen of dat een bodemsanering nodig is. Elsterstraatweg 51-71 Voor het plangebied zijn gegevens beschikbaar die wijzen op een ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van bodemonderzoek is noodzakelijk. De in het verleden uitgevoerde bodemonderzoeken zijn ouder dan vijf jaar en dienen daarom volledig geactualiseerd of opnieuw uitgevoerd te worden. De bodemonderzoeken en bodemsaneringsplannen dienen ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Checklist Bodem Uitvoeren van een bodemonderzoek conform de geldende NPR-, NVN- en NEN-voorschriften, zoals NEN 5725 en NEN 5740. Afhankelijk van de gevonden waarden maatregelen treffen. Bij een overschrijding van de interventiewaarde(n) vindt bijvoorbeeld een bodemsanering plaats. In het plan zijn de resultaten van het onderzoek vertaald. Van de onderzoeksresultaten wordt verslag gedaan in het bestemmingsplan.
5 Thema Geluid In de Wet geluidhinder (Wgh, art. 74 lid 1) is bepaald dat elke weg van rechtswege een zone heeft met uitzondering van wegen die via een geluidsniveaukaart zijn gedezoneerd, zijn opgenomen in een 30 km zone of als woonerf zijn ingericht. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Bij vaststelling van een bestemmingsplan (art. 3.1 Wet ruimtelijke ordening) is voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek vereist (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de status van de weg. Elsterstraatweg 51-71 De Elsterstraatweg gaat ter plaatse van het plangebied over van een 50 km/uur weg naar een 30 km-zone. Aangezien grotendeels sprake is van 50 km ligt het plangebied binnen de daarbij behorende wettelijke onderzoekszone. Voor het 30 km gedeelte is weliswaar geen sprake van een wettelijke onderzoekszone, maar is het vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk een onderzoek uit te voeren. Checklist Geluid Uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai als gevolg van de Elsterstraatweg. Bij overschrijding voorkeursgrenswaarde is een verzoek hogere grenswaarde nodig. In het plan zijn de resultaten van het onderzoek vertaald. Van de onderzoeksresultaten wordt verslag gedaan in het bestemmingsplan.
6 Thema Milieu Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het van belang aan te tonen dat milieugevoelige functies (woningen, verzorgingshuizen, campings) niet komen te liggen binnen belemmeringencirkels van nabijgelegen bedrijven. Voor wat betreft de onderbouwing daarvan wordt in eerste instantie uitgegaan van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’. De VNGpublicatie geeft minimale afstanden die gelden vanaf de grenzen van een bedrijf. De aan te houden afstanden van de VNG-publicatie zijn opgezet voor inwaarts zoneren en bevatten vanuit de milieugevoelige functie gezien een bufferzone. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (de tweede soort staat ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaalt voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren.
Elsterstraatweg 51-71 Binnen de omringende bestaande lintbebouwing komt naast wonen ook verschillende bedrijvigheid voor. Met name ten noorden van het plangebied zijn enkele bedrijven gevestigd en een camping. Dit maakt een toetsing aan de VNG-publicatie voor milieuzonering noodzakelijk. Checklist Milieu In beeld brengen van en rekening houden met de hindercontouren van omliggende bedrijven. In het plan zijn deze contouren zonodig vertaald. Van de wijze van vertaling wordt verslag gedaan in het bestemmingsplan. Opties De VNG brochure legt niet vast wat wel en niet mag, een gemeente beslist zelf of men op een bepaalde locatie bedrijven of woningbouw mogelijk wil maken. De brochure is hierbij slechts een hulpmiddel. Afwijking van de richtlijnen als vermeld in betreffende brochure vraagt om een goede motivatie, zonodig ondersteund met onderzoek.
7 Thema Externe Veiligheid In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn de normen van externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. Deze normen zijn uitgedrukt in een groepsrisico (GR) en een plaatsgebonden risico (PR). Afstand dient gecreëerd te worden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicovolle bedrijven. Elsterstraatweg 51-71 Om een eerste indicatie te krijgen van aanwezige risicobronnen in of bij het plangebied is de website risicokaart.nl geraadpleegd. Het plangebied bevindt zich niet binnen de risicocontouren van een risicovol object. Wel bevindt zich ongeveer op de zuidelijke grens van het plangebied een aardgastransportleiding (W-526-06). Dit vraagtom een nadere beoordeling van de eventuele risico’s. Checklist Externe Veiligheid In het bestemmingsplan risicokaart opnemen, aan de hand daarvan het aspect externe veiligheid toelichten en zonodig een verantwoording van de risico’s maken.
8 Thema Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de wijziging van de 'Wet milieubeheer' in werking getreden. De paragraaf luchtkwaliteit in de 'Wet milieubeheer' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: −
er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
− een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, wat wil zeggen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3% ten opzichte van de grenswaarde); − een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden, nadat de EU op 7 april 2009 derogatie heeft verleend. NIBM-grens woningbouwlocatie, 3% criterium: − < 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling. Elsterstraatweg 51-71 Het plan voorziet in het bouwen van maximaal 20 woningen. Dit draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging (NIBM). Verder onderzoek is niet nodig. Checklist Luchtkwaliteit In het bestemmingsplan aan de hand van het NIBM criterium de ontwikkeling toelichten.
9 Thema Openbare Ruimte De gemeente Rhenen beschikt over een Handboek Ontwerpeisen Openbare Ruimte. De uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte zijn daarbij niet alleen op het beheer gericht. Als de openbare ruimte goed wordt ingericht, dan ontstaat er een beleving die past bij het doel van de openbare ruimte. Gemeentelijk wordt gesteld dat de openbare ruimte duurzaam, gebruiksvriendelijk, veilig en beheersbaar is. Maar dat daarbij ook het straatbeeld duidelijkheid geeft aan de gebruiker. De bedoeling van het handboek is dat eenieder die zich bezig houdt met het ontwerpen/inrichten van de openbare ruimte van de gemeente Rhenen kennis heeft van de eisen die de gemeente Rhenen daaraan stelt. Het handboek is bedoeld als gids om de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte te waarborgen. Elsterstraatweg 51-71 Het handboek is een algemeen document waarin het plangebied niet specifiek aan de orde komt. Het bevat echter wel thema’s die bij de ontwikkeling aan de orde komen (civieltechnisch ontwerp, groen, riolering, overige infrastructuur). Het handboek Ontwerpeisen Openbare Ruimte komt dan nadrukkelijk in beeld. Checklist Openbare Ruimte De inrichting van de openbare ruimte voldoet aan de meest recente versie van het Handboek Ontwerpeisen Openbare Ruimte van de gemeente Rhenen.
Opties Het toepassen van planspecifieke elementen in de openbare ruimte is mogelijk, zij het uitsluitend in overleg met en met instemming van het team Openbare Werken.
10 Thema Groen en Spelen De gemeente Rhenen beschikt over een Groenvisie 2009-2019. De groenvisie geeft aan op welke wijze het gemeentelijk groen in de komende jaren verder ontwikkeld en beheerd kan worden. Het beleid ten aanzien van speelvoorzieningen is een gespreid aanbod over Rhenen aanbieden met de Jantje Beton norm als leidraad. Elsterstraatweg 51-71 De Groenvisie is een algemeen document waarin het plangebied niet specifiek aan de orde komt. Voor inbreidingsgebieden zoals Elsterstraatweg 51-71 stelt de visie dat het groen gehecht moet worden aan het raamwerk en zoveel mogelijk een openbaar karakter krijgt. Voor het spelen geldt dat er geen gebruik kan worden gemaakt van omliggende speelvoorzieningen. Het oversteken van de Elsterstraatweg is geen optie. Bovendien biedt de groene ruimte binnen het rivierlint goede mogelijkheden voor het realiseren van speelplaatsen zoals omschreven in het beeldkwaliteitsplan onder openbare ruimte. Checklist Groen en Spelen Het plan voldoet aan de Groenvisie en aan het hondenbeleid van de gemeente Rhenen. De inrichting voldoet aan de meest recente versie van het Handboek Ontwerpeisen Openbare Ruimte. De bestaande stedelijke groenstructuur wordt gehandhaafd en versterkt, waarbij gestreefd wordt naar een hoge kwaliteit van structuurlijnen en groengebieden.
Indien er hagen geplaatst worden op de erfgrens, is de gemeente niet verantwoordelijk voor het beheer hiervan. Voor speelvoorzieningen is de Jantje Beton norm leidend (3% van de openbare buitenruimte te bestemmen voor buitenspelen) te realiseren binnen het plangebied.
11 Thema Water Sinds 1 november 2003 is de watertoets wettelijk verplicht voor plannen in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) die later vervangen is door de Wro. De watertoets betekent dat water en riolering in een vroeg stadium worden meegenomen bij de te ontwikkelen gebieden. Het gemeentelijk beleid voor water en riolering bestaat uit het Waterplan van de gemeente Rhenen en het verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan (vGRP). Daarnaast zijn er deelplannen ontstaan voorkomend uit het Waterplan en het vGRP. In het Waterplan zijn streefbeelden en uitgangspunten opgenomen die tezamen een visie vormen van de beoogde ontwikkeling van het water tot 2025. Het vGRP concretiseert deze streefbeelden in maatregelen en verantwoord welke middelen hiervoor nodig zijn. Voornaamste uitgangspunten in de beleidsplannen is het saneren van overstorten en het afkoppelen van hemelwater. Daarnaast is de trits vasthouden, bergen en het afvoeren van water van belang. Het afkoppeldocument dat als deelplan voortvloeit uit het vGRP is een plan dat van toepassing is Elsterstraatweg 51-71. Hierin worden de afkoppeltechnieken weergegeven alsook waar afkoppelen mogelijk is. Daarnaast is het verplicht afkoppelen van hemelwater opgenomen in het bouwbesluit. Elsterstraatweg 51-71 Voornoemd beleid zijn algemene documenten waarin het plangebied niet specifiek aan de orde komt.
Wel dient met onderstaande punten rekening gehouden te worden: - Het hemelwater mag niet worden aangekoppeld op de riolering en dient verwerkt te worden op eigen terrein door infiltratie (vasthouden). Mocht infiltratie niet mogelijk zijn dan zal in het openbare gebied voor een voorziening moeten worden gezorgd. - Nieuwbouw is waterneutraal - In een nieuw aan te leggen gebied dient een verbeterd gescheiden stelsel aangelegd te worden. Woningen voeren uitsluitend huishoudelijk afvalwater af op een vuilwaterriool. Het hemelwater van de openbare ruimte wordt opgevangen, geïnfiltreerd, getransporteerd door middel van Infiltratie riool (IT riool). - Overleg met het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden dient in een vroeg stadium plaats te vinden (watertoets) - Bij nieuwbouw worden geen uitlogende materialen gebruikt zoals zink, koper en lood. Checklist Water In het bestemmingsplan dient de Watertoets te worden opgenomen. De riolering voldoet aan de meest recente versie van het Handboek Ontwerpeisen Openbare Ruimte. Nieuwbouw is waterneutraal. Dit betekent dat regenwater niet mag uitkomen op het DWA stelsel. Bergen en infiltreren van regenwater voldoet aan het afkoppelbeleid en het Handboek Ontwerpeisen Openbare Ruimte. Iedere woning krijgt een aansluiting op het rioolstelsel.
12 Thema Duurzaamheid De gemeente Rhenen heeft ambities voor duurzaam bouwen in beleid vastgesteld. Deze ambities zijn gebaseerd op het pakket GPR gebouw, versie 3.2, waarbij voor zes verschillende modules een bepaalde score gerealiseerd kan worden. GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) Gebouw is een bepalingsmethode voor de milieuprestatie van een gebouw. In het nieuwe pakket GPR versie 4.0 zijn 5 verschillende modules, namelijk energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Dit maakt voor de gemeentelijke ambities geen verschil. De gemeentelijke ambities zijn: − Alle nieuwbouw(woningen) waarbij de gemeente bij de ontwikkeling betrokken is laten voldoen aan het GPR-gebouw ambitieniveau met een gemiddelde van minimaal een 7. − Voor het onderdeel energie is het ambitieniveau een 7,4. Het minimum per prestatieveld is een 6. Dit geldt uiteraard ook voor de eigen gemeentelijke gebouwen. − Per bouwproject wordt het ambitieniveau opnieuw bekeken. In veel gevallen kan en zal −
een hoger ambitieniveau worden vastgesteld. Als gebouwd wordt op grond in eigendom van de gemeente kan in ieder geval een hoger ambitieniveau worden vastgesteld.
Elsterstraatweg 51-71 De ontwikkelende partij wordt uitgenodigd om per GPR module te onderzoeken of een hoger ambitieniveau kan worden gerealiseerd. De wijze waarop voorgaande ambities vertaald zijn in het plan komt aan bod bij de aanvraag omgevingsvergunning waarin het bouwplan op dit niveau is uitgewerkt. Checklist Duurzaamheid Het ambitieniveau voor GPR-gebouw van de te bouwen woningen is zo hoog mogelijk. Aanleveren van een (voorlopige) doorrekening van de GPR score bij de aanvraag omgevingsvergunning.
13 Thema Sociale Veiligheid De certificeringsregeling Politiekeurmerk Veilig Wonen is een veiligheidsinstrument dat bijdraagt aan de sociale veiligheid in en rond woningen, wooncomplexen en buurten en wijken. Het Politiekeurmerk Veilig Wonen werkt preventief tegen woninginbraak, overlast, vandalisme en criminaliteit op straat en bevordert het gevoel van veiligheid. Dit door eisen te stellen aan het ontwerp van de woonomgeving (wijk en buurt), het wooncomplex en de individuele woning. Het keurmerk maak onderscheid tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Bij nieuwbouw werkt het keurmerk voor de gehele woonomgeving, inclusief maatregelen aan de woning. Elsterstraatweg 51-71 Het politiekeurmerk is een algemeen document waarin het plangebied niet specifiek aan de orde komt. De ontwikkeling betreft nieuwbouw. Het keurmerk Nieuwbouw is één geheel. Het keurmerk stelt veiligheidseisen op planologisch en stedenbouwkundig niveau, aan de openbare ruimte, kavels, complex en aan de woning zelf. Denk aan eisen rond verlichting in een wijk of eisen aan de groenvoorziening en parkeerplaatsen. Maar ook goede sloten op de deuren en ramen vallen onder dit keurmerk. Het hele pakket aan maatregelen zorgt uiteindelijk voor een veilige buurt, een veilig complex en goed beveiligde individuele woningen.
Daarbij zijn organisatorische maatregelen erg belangrijk, zoals het onderhoud van en het juist omgaan met de aangebrachte voorzieningen. Checklist Sociale Veiligheid Het plan voldoet zoveel mogelijk aan de eisen die in het Politiekeurmerk Veilig Wonen Nieuwbouw staan. Bij voorkeur wordt voldaan aan de eisen op alle niveaus: Stedenbouw, Openbare Ruimte, Kavel en Woning. Indien van toepassing wordt het Politiekeurmerk Veilig Wonen Nieuwbouw aangevraagd door de initiatiefnemer.
14 Thema Verkeer en Parkeren Eind 2013 is een actualisatie van het wegencategoriseringsplan voor de gemeente Rhenen vastgesteld. Dit plan vormt het kader voor de uitvoering van het gehele gemeentelijke verkeer-en vervoerbeleid, zowel bij de beleidsvorming als de beleidsuitvoering. Het sluit daarnaast aan op de uitgangspunten van Duurzaam Veilig. De gemeente Rhenen heeft in december 2008 het gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. Het doel van dit gemeentelijk parkeerbeleidsplan is een bijdrage leveren aan: −
de leefbaarheid van het centrumgebied en de woonwijken in de gemeente Rhenen
− een levendige en aantrekkelijke binnenstad, die bereikbaar is voor zowel auto- als fietsverkeer en een goede concurrentiepositie kent. Elsterstraatweg 51-71 Zowel het gemeentelijk parkeerbeleidsplan als het categoriseringsplan zijn algemene documenten waarin het plangebied niet specifiek aan de orde komt. In het parkeerbeleidsplan wordt echter wel onderscheid gemaakt in het te voeren parkeerbeleid in het centrumgebied van Rhenen en alles daarbuiten. Het plangebied behoort tot het gebied buiten het centrum. In het wegencategoriseringsplan is opgenomen dat alle wegen die behoren tot de ontwikkeling de functie “verblijven” hebben. Op deze wegen geldt een snelheidslimiet van 30 km/uur. Checklist Verkeer en Parkeren De inrichting en maatvoering van wegen en parkeerplaatsen is conform de laatste versie van de ASVV (CROW). Het plan voldoet aan het Parkeerbeleidsplan. Uitgangspunt is in ieder geval de minimum parkeernorm uit het parkeerbeleidsplan (buiten centrumgebied, de normen omvatten zowel bewoners- als bezoekersparkeren): o Woning duur 2,0 per woning. o Woning midden 1,8. o Woning goedkoop 1,4. o Serviceflat/aanleunwoning 0,3 (beperkte zorgvoorzieningen). o Kamer verhuur 0,2. Doodlopende wegen zijn niet gewenst in verband met verkeersveiligheid. Indien onvermijdbaar: keermogelijkheid voor vrachtwagens. Per (woning) perceel slechts 1 uitrit toestaan.
Alle wegen krijgen een snelheidslimiet van 30 km/uur. Hiervoor gelden de volgende inrichtingseisen: o Korte rechtstand. o Aanwezigheid snelheidsremmers. o Klinkerverharding. o Fietsers op de rijbaan. o Aparte voetgangersvoorzieningen. o Geen rijrichtingscheiding. o Uitritten toegestaan. o Geen voorrangsmaatregelen op kruispunten. Geparkeerde auto’s worden waar mogelijk onttrokken uit het straatbeeld, bijvoorbeeld door parkeervakken
te creëren aan de achterzijde of zijkant (parkeerkoffers) van de woningen. In verband met de benodigde ruimte voor de parkeermanoeuvre is de rijbaan, grenzend aan de parkeervakken tenminste: o o
5,40 meter breed te zijn bij haaksparkeren. 3,00 meter breed te zijn bij langsparkeren.
Opties In principe geldt de aangegeven parkeernorm. Onderbouwd kan worden afgeweken van de genoemde parkeernormen.
Proces & Producten De gemeentelijke toetsing van de plannen zal plaatsvinden aan de hand van onderhavig handboek. Deze toetsing is gekoppeld aan de fasen van planvorming zoals toegelicht en overeengekomen met de initiatiefnemer. In hoofdlijnen komt dit neer op de volgende twee fasen waarin eveneens is aangegeven welke producten worden verwacht. Fase en stappen 1. Intentieovereenkomst Vaststellen bkp en pve door gemeente Uitwerken voorlopig ontwerp (VO) Definitief besluit 2. Exploitatieovereenkomst uitvoering project Concept Procedure bestemmingsplan exploitatieovereenkomst Omgevingsvergunning
Producten Definitieve gebiedsvisie Voorlopig stedenbouwkundig ontwerp Concept bestemmingsplan Concept inrichtingsplan openbare ruimte Voorontwerpbestemmingsplan Ontwerpbestemmingsplan Definitief inrichtingsplan openbare ruimte Bouwplannen woningen