Bijlage 1 Gebiedsverkenning 'de Nieuwe Meent'
Tekst van het document
De Nieuwe Meent Eerste fase gebiedsverkenning Juni 2025 —
Introductie Dit document is een ruimtelijke gebiedsverkenning van omgeving De Nieuwe Meent. Het dient als eerste inventarisatie van
de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied en de beperkingen en
uitdagingen voor verstedelijking. Daarnaast biedt het een vooruitblik naar de ruimtelijke mogelijkheden, samenkomend in een
Ruimtelijk Raamwerk. Ook wordt de suggestie gedaan voor passende woonmilieus met daarbij een grove raming van het aantal woningen dat mogelijk is. De ontwikkeling van het gebied is van
vele factoren afhankelijk. Hierom worden er een drietal denkrichtingen voorgesteld die in het vervolg uitgewerkt kunnen worden in scenario's.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
2
Leeswijzer en navigatie Om tot een integrale gebiedsontwikkeling te komen, is in deze
verkennende fase relevante kennis geanalyseerd en gesynthetiseerd tot een integraal ruimtelijk raamwerk. De gebiedsverken-
ting gedaan voor het laadvermogen van elk scenario. Belangrijke
noot: hiermee wordt niet gesuggereerd dat deze woning-aantallen mogelijk zijn zonder investeringen in het mobiliteitssysteem.
ning bestaat uit drie delen:
Navigatie
1. Analyse — Een onderzoek naar de belangrijkste kwaliteiten en
snelkoppelingen kunt gebruiken om te navigeren, dit doet u door
ruimtelijke claims op het gebied van landschap, ecologie, bodem,
water, mobiliteit, milieu en cultuurhistorie. Hierbij zijn zowel de regionale als de lokale schaal onderzocht. Per thema is bekeken op welk schaalniveau de opgave het meest relevant is.
Dit is een interactief document. Dit betekend dat u
op één van de knoppen onderaan de pagina te klikken. Hiermee kunt u bijvoorbeeld direct door naar het Raamwerk en later doorschakelen naar de Analyse voor meer verdieping.
2. Synthese — Op basis van de analyse is een vlekkenplan opge-
steld dat inzicht geeft in waar ruimte is voor ontwikkeling en waar beperkingen gelden.
3. Raamwerk — In de context van de Verstedelijkingsstrategie
Arnhem Nijmegen Foodvalley – Meer landschap. Meer stad. – is
onderzocht hoe een goede balans gevonden kan worden tussen
natuur, landbouw en verstedelijking. Deze inzichten zijn samengebracht in een ruimtelijk raamwerk. Hierin zijn drie denkrichtingen
naar voren gebracht waarbij rekening gehouden is met mobiliteit
en passende woonmilieus. Op basis hiervan is een eerste inschat-
Snelkoppelingen
Vorige / volgende pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
3
Deel 1 | Analyse
In dit deel worden de ruimtelijke kwaliteiten en beperkingen voor de ontwikkeling van het gebied in beeld gebracht. De Nieuwe Meent ligt strategisch op de flank van de
Utrechtse Heuvelrug, met een goede ontsluiting naar het
snelwegennet en nabij bestaande stations. De ligging nabij natuurgebieden, cultuurhistorische structuren en in een
gevarieerd watersysteem maakt het gebied tegelijkertijd ecologisch en hydrologisch kwetsbaar.
De analyse laat zien dat het gebied kansen biedt voor een
duurzame, toekomstgerichte ontwikkeling, met nadruk op
OV-bereikbaarheid, recreatief landschap en het versterken van cultuurhistorische identiteit. Tegelijkertijd vragen
mobiliteit, ecologie, waterveiligheid, bodemgesteldheid en
milieudruk om gerichte maatregelen en nader onderzoek. Een zorgvuldige afweging is nodig om de potentie van het gebied daadwerkelijk te benutten.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
4
Groeiende regio De Nieuwe Meent is in de Verstedelijkingsstrategie benoemd als één van de grootschalige woningbouwlocaties in
Foodvalley-Zuid. In deze regio moeten tot 2040 in totaal
27.500 woningen worden gerealiseerd. Omdat veel potentiële woningbouwlocaties knelpunten kennen, is het van belang
dat goed wordt onderzocht wat de ontwikkelpotentie van De
Nieuwe Meent is. Hierbij dient ook onderzocht te worden hoe potentiële knelpunten aangepakt kunnen worden. De ontwikkeling vindt (grotendeels) plaats op het
grondgebied van Rhenen. Maar door de mogelijke
ruimtelijke aansluiting bij Veenendaal dienen de behoeften in woonmilieus en voorzieningen van beiden gemeenten meegenomen te worden.
Thema Wonen Foodvalley-Zuid uit verstedelijkingsstrategie
Bron: Regio Arnhem-Nijmegen, Regio Foodvalley, Provincie Gelderland, Provincie Utrecht, Ministerie van BZK, Ministerie van EZK, Ministerie van LNV en Ministerie van IenW. (2023), Meer landschap meer stad: Groene Metropool Arnhem Nijmegen Foodvalley 2040.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
5
Ontwikkelzone Op basis hiervan heeft de gemeente Rhenen een zone aangewezen waar het potentiële ontwikkeling ziet plaatsvinden.
Een gedeelte daarvan is aangemerkt als nat gebied waar extensief gebruik gewenst is en geen ruimte is voor stedelijke ontwikkeling.
Wat op het eerste oog opvalt aan deze locatie is het reliëf. Het gebied ligt op de flank van de Utrechtse Heuvelrug.
Hierdoor ligt het westzijde relatief hoog en neemt de hoogte geleidelijk af richting het oosten. Deze bijzondere context
voor Nederlandse begrippen betekent dat er extra aandacht gaat naar de werking van het natuurlijk systeem en hoe een eventuele ontwikkeling daarin ingepast kan worden.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
6
Deel 1 | Analyse
Aansluiten op bestaande kwaliteiten De Nieuwe Meent ligt op een strategische plek binnen de gemeente Rhenen. De nabijheid van stations en
de aansluiting op meerdere snelwegen bieden goede
mogelijkheden voor bereikbaarheid, al vraagt de druk op de N233 om aandacht. Het gebied ligt relatief hoog in de
Gelderse Vallei, waardoor wateroverlast beheersbaar blijft. Omgeven door natuur – van de Utrechtse Heuvelrug tot de
natte vallei – en met zichtbare cultuurhistorische structuren zoals bomenrijen en oude verkavelingspatronen, biedt De
Nieuwe Meent een waardevolle basis voor toekomstgerichte gebiedsontwikkeling.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
7
Aansluiting op het bestaande spoornet Door de ontwikkelzone loopt al een spoorweg. Stations Rhenen en Veenendaal Centrum liggen op acceptabele
fietsafstand van de ontwikkelzone. Dit biedt kansen voor
een OV-gefocuste ontwikkeling. De spoorverbinding tussen Rhenen en Kesteren is verdwenen, dit beperkt de mobiliteit
richting het Rivierenland en de positie van station Rhenen in het netwerk. Wel is er een busverbinding tussen de dorpen.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
8
Snelle ontsluiting richting meerdere snelwegen De provinciale weg N233 zorgt voor een snelle ontsluiting naar de A12 en A30 aan de noordzijde en A15 aan de zuidzijde.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
9
Gunstige locatie in het watersysteem De Gelderse Vallei is kwetsbaar voor overstromingen, het voordeel is dat dit gemakkelijk te mitigeren is door een
relatief kort dijklichaam, de Grebbedijk. De laagste zone van de vallei is zeer nat, hier doorheen loopt de Valleikanaal. Water vanuit de heuvelruggen stroomt hiernaartoe. Dit
betekent dat er kans is op wateroverlast door kwel, maar
omdat de ontwikkelzone niet op het laagste punt is zal de problematiek beperkt blijven.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
10
Omgeven door natuur Door de ligging nabij de Utrechtse Heuvelrug, de
uiterwaarden en de natte vallei kent dit gebied een grote diversiteit aan natuurwaarden. Dit biedt kansen voor
recreatieve uitloopgebieden. Aan de andere kant zorgen
ecologische verbindingszones ook voor beperkingen voor stedelijke ontwikkeling.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
11
Culturele historie en natuurlijk systeem De Meent werd vroeger als gemeenschappelijke weide
gebruikt, daar komt de naam ook vandaan. Dit gebied werd gekenmerkt door een natuurlijk graslandschap. Verder
terug in de tijd was dit gebied ook bosrijk. Tussen De Meent en Achterberg ligt een gebied genaamd De Kampen. Dit
gebied bestond uit bomenrijen met daartussen afgewisseld stukjes bos en weide. Ten noorden van De Meent ligt een
vergelijkbare structuur als De Kampen, al heeft dit een minder bosrijk karakter.
Historische kaart van De Nieuwe Meent Bron: Topotijdreis
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
12
Cultuurlandschap Kort voor de tweede wereldoorlog werd De Meent ontgonnen en werd het in gebruik genomen als bouwland en weideland.
Na de tweede wereldoorlog is het bosrijke landschap van De Kampen langzaam omgezet in weideland. Maar, de structuur
met bomenrijen is wel bewaard gebleven. De structuur heeft een oost-west oriëntatie.
Huidige cultuurlandschap De Nieuwe Meent Bron: Google Maps
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
13
Deel 1 | Analyse
Knelpunten voor stedelijke ontwikkeling De toekomstbestendige ontwikkeling van gemeente
Rhenen staat onder druk door verschillende factoren.
Vanuit het natuurlijke systeem spelen uitputting van de
bodem, afnemende biodiversiteit en een watersysteem dat zijn grenzen bereikt. Tegelijkertijd leidt het huidige ruimtegebruik en autonome groei tot knelpunten. De
mobiliteitsinfrastructuur nadert haar maximale capaciteit, en
milieuproblemen door bedrijvigheid belemmeren onder meer de bouw van nieuwe woningen.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
14
Capaciteit N233 is beperkt, een nieuw treinstation is onzeker De provinciale weg N233 is zwaar belast waardoor ingrepen benodigd zijn als er een grootschalige
woningbouwontwikkeling plaatsvindt. Om de capaciteit
te vergroten wordt de N233 tussen rotonde Smalle Zijde
en de A12, en tussen de N225 en N320 (inclusief Rijnbrug) verbreed naar 2x2 rijstroken. Hierdoor wordt er met
autonome ontwikkelingen voldoende capaciteit verwacht
tot minstens 2040. De verbreding van de Rijnbrug wordt als
randvoorwaardelijk beschouwd voor grootschalige stedelijke ontwikkeling. Het gedeelte tussen rotonde Smalle Zijde en de kruising met de N225 zal niet verbreed worden (mede om sluipverkeer tussen de A12 en A15 te voorkomen). Dit zal zelfs met autonome ontwikkelingen al tot een capaciteitsprobleem leiden.
Hierom is het noodzakelijk om een (met verkeersmodellen onderbouwd) onderzoek uit te voeren naar de exacte
effecten van woningbouwplannen op het mobiliteitssysteem.
leunen. Door een nieuw
grove schatting is dat er 4.000 woningen mogelijk zijn mits ze
plaatsen kunnen ook
En daaropvolgend een mobiliteitsvisie op te stellen. Een
via rotonde Smalle Zijde of noordelijker worden ontsloten. Voor een nieuw station langs een enkelsporig traject zijn
gemiddeld 1.000 nieuwe reizigers nodig. Om dit te halen zijn naar schatting 4 tot 5 duizend woningen benodigd. Deze aantallen kunnen problematisch zijn voor de capaciteit
van de N233, waar een groot deel van de bewoners op zal
station strategisch te
bewoners de Veenendaalse wijk Petenbos worden
ontsloten, hierdoor zijn
mogelijk minder nieuwe woningen benodigd om
een treinstation te kunnen realiseren.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
15
Natuur- en stiltegebieden Ten noorden van Rhenen wordt gewerkt aan een ecologische corridor tussen de uiterwaarden en de Utrechtse Heuvelrug. Deze zone is op dit moment aangewezen als Groene
Contour. Dit is de opmaat om onderdeel te worden van het Natuurnetwerk Nederland. Door zijn verbindende functie is het van groot belang om dit gebied daadwerkelijk als
natuur te ontwikkelen. Dit maakt het onmogelijk om tegen de noordkant van reden grote hoeveelheden woningen te realiseren.
Er liggen ook meerdere Natura2000-gebieden rondom het
plangebied. Dit kan beperkingen opleveren voor agrarische
activiteiten en woningbouw. Er dient zorg te worden gedragen om deze gebieden in een gunstige staat van instandhouding te brengen.
De oostelijke rand waar alleen extensief gebruik is
toegestaan is tevens een stiltezone. Ook rondom deze zone moet zorg gedragen worden dat er geen grote geluidsdruk ontstaat op dit gebied. Klik hier voor de kaart over stiltegebieden.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
16
Bodemcondities De kwaliteit van de bodem is de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan. Om deze trend te keren zijn Europese
doelen gesteld, die in Nederland hebben geleid tot het beleid
Water en Bodem Sturend. Voor De Nieuwe Meent betekent dit dat de bodem en het watersysteem het uitgangspunt vormen van waaruit de ontwikkeling wordt vormgegeven.
Het ontwikkelgebied kent veel gronden die geschikt zijn voor akkerbouw. Om te bepalen of de conditie van de grond het
geschikt maakt voor landbouw, wordt onder andere naar de volgende parameters gekeken:
• Een vruchtbare bodem (klei, leem of zand met voldoende organische stof)
• Niet te nat of te droog en de bodem kan goed water vasthouden.
• Gezonde, doorwortelbare structuur Op de geschikte gronden zoals hierboven beschreven kan
worden gedacht aan prioritering van akkerbouw. Dit betekent niet per definitie dat dit de gronden zijn waar agrariërs het best uit de voeten kunnen. Daarvoor is een dialoog nodig tussen agrariërs en andere betrokken partijen bij deze
ontwikkeling. Voor grondgebonden veehouderijen zijn de nattere veengronden en uiterwaarden ook zeer geschikt.
Voor gebouwgebonden landbouw speelt de ondergrond een
marginale rol, hierbij moet vooral rekening worden gehouden met aspecten als bodemdaling en wateroverlast. In de laagst
gelegen zone komt veengrond voor. Door oxidatie vindt hier
sterke bodemdaling plaats (zie kaart bodemdaling). Hierom is het van belang dat hier geen nieuwe bebouwing wordt geplaatst. Om de oxidatie van het veen te beperken (waarbij veel CO2 vrijkomt) is het verstandig het waterpeil te verhogen. Dit is in lijn met de aanwijzing van dit gebied als waterbergingsgebied.
Deze prioritering komt dichtbij het huidige gebruik van het
landbouwareaal, met akkers op de hoge droge gronden en
grasland op de natte lage gronden (zie kaart huidig landgebruik). De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
17
Wateroverlast- en berging Het gebied kent een gevarieerd hydrologisch profiel. Dit komt doordat het gebied op de flank van de Utrechtse Heuvelrug ligt. Dit resulteert in relatief droge omstandigheden door wegzijging aan de westzijde van het gebied, en natte
omstandigheden door kwel en de lage ligging aan de
oostzijde van het gebied (zie kaart kwel & wegzijging). Het feit dat dit gebied al erg nat is en een natuurlijk
laagtepunt is, is onder andere de reden dat dit gebied is
aangewezen als waterbergingsgebied. Dit heeft enkel overlap met de extensieve zone waar stedelijke ontwikkeling op
voorhand is uitgesloten (zie kaart waterbergingsgebieden). Richting 2050 zullen de grondwaterstanden veranderen.
Waar nu net geen overlast is door hoog grondwater, kan dat in de toekomst wel het geval zijn (zie kaart ontwikkeling grondwateroverlast).
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
18
Drinkwaterwinning In Rhenen wordt drinkwater gewonnen. Om de kwaliteit te borgen zijn er verschillende zones aangewezen waar activiteiten die het grondwater vervuilen verboden zijn. Een klein gedeelte van het waterwingebied valt binnen
het projectgebied. Mochten hier bepaalde ontwikkelingen
geprojecteerd worden, dan is vervolg onderzoek nodig naar
de exacte mogelijkheden en beperkingen met betrekking tot drinkwaterwinning.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
19
Extreme weersomstandigheden Wateroverlast bij hevige regenval kan voor veel problemen zorgen in het stedelijk gebied. Hoewel het niet direct een reden is om niet te ontwikkelen is het wel belangrijk om
mee te nemen in het ontwerp van nieuw stedelijk gebied om problemen te voorkomen.
In de huidige situatie is er verschillende plekken in het
ontwikkelgebied een risico op wateroverlast door hevige
regen. De meest expliciete gebieden zijn de beekdalbodems
van de Utrechtse Heuvelrug. Hier kunnen grote hoeveelheden water zicht verzamelen. Daarom moet voornamelijk aan de westzijde van het spoor rekening worden gehouden met wateroverlast.
De nieuwe inrichting van dit gebied kan deze kennis slim integreren door te zorgen dat water veilig kan worden
opgevangen en kan worden afgevoerd. Aan de andere kant
moet er ook rekening worden gehouden met een toenemend risico op overlast bij grondberoering en het aanbrengen van nieuwe verharding.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
20
Milieubelasting door verkeer en bedrijvigheid Om een leefbare omgevingskwaliteit te borgen moet
ook rekening worden gehouden met milieu-vervuilende
activiteiten. Er is een breed scala aan drukfactoren op het milieu.
Zo zorgen verkeer en industriële activiteiten voor
geluidsoverlast en brengen ze risico's met zich mee op het
gebied van brand- en ontploffingsgevaar. Ook loopt er een
hoogspanningsleiding door het gebied, in de zone hieronder is het niet toegestaan of gewenst stedelijke functies te
ontwikkelen (zie kaart externe veiligheid & hoogspanning). Daarnaast kunnen agrarische activiteiten geuroverlast veroorzaken (zie kaart geuroverlast).
Ook voor eventuele nieuwe bedrijvigheid moet rekening worden gehouden met eventuele milieu-gerelateerde overlast.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
21
Veiligheidscontouren rondom bedrijventerreinen Naast de fysieke uitdagingen rondom bedrijvigheid, zijn
er ook planologische beperkingen. Om de veiligheid van
bewoners en gebruikers van een gebied te beperken, zijn er veiligheidscontouren getekend rondom bedrijventerreinen. Dit betekent dat er in principe niet gewoond kan worden direct tegen bedrijventerreinen aan. Hoe zwaarder de
industrie op een terrein, de groter de veiligheidscontouren zijn.
Er bestaan bouwkundige oplossingen om dit risico te mitigeren waardoor er wel direct om en zelfs op
bedrijventerreinen kan worden gewoond. Maar dit brengt wel extra ontwikkelkosten met zich mee.
Om met meer precisie te weten op welke percelen er
rekening dient worden gehouden met deze beperking, is een aanvullende analyse nodig. Hiermee kan op bedrijfsniveau worden ingeschat wat de risicocontouren zijn. Met deze
informatie kan je bepalen om ergens niet te bouwen. Maar je ka ook bepalen om een bedrijf te verplaatsen, of de
milieucategorie te verlagen wanneer het huidige gebruik dit toelaat.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
22
Cultuurhistorie Het gebied kent meerdere cultuurhistorische kwaliteiten. Ter hoogte van het valleikanaal vanaf de Lek richting het
noorden loopt de Grebbelinie. Dit is een voormalige militaire verdedigingslinie. Ten oosten van de linie bevinden zich
inundatievelden, deze gebieden konden onder water worden gezet om de vijand aanzienlijk te vertragen. Op de linie zelf liggen meerdere kunstwerken, zoals forten langs de delen waar beperkte inundatie mogelijk was.
De linie zelf inclusief te kunstwerken zijn rijksbeschermd,
en kunnen daarom niet aangetast worden. Daarnaast is er
een beeldkwaliteitsplan opgesteld om de waarden van het
Grebbelinielandschap te behouden. Binnen de ontwikkelzone zijn voornamelijk het open landschap en het goede zicht op de linie-elementen van waarde. Het is hier dus af te
raden om bebouwing en andere verticale structuren te ontwikkelen. Bij nadere uitwerking van deze zone dient het beeldkwaliteitsplan Grebbelinie als uitgangspunt meegenomen te worden.
Naast de militaire linie zijn ook een tuin en meerdere
archeologische vindplaatsen rijksbeschermd. Op deze
locaties is in principe geen herontwikkeling aan de orde.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
23
Conclusie De ontwikkelzone ligt gunstig ten opzichte van bestaande
Het water- en bodemsysteem in het gebied loopt tegen zijn
van stations, de aansluiting op het snelwegennet via de N233
hoge grondwaterstanden en kwel, en is deels aangewezen
infrastructuur en landschappelijke kwaliteiten. De nabijheid en de ligging tussen natuurgebieden en cultuurhistorische structuren bieden kansen voor een goed ingepaste, toekomstgerichte ontwikkeling.
Tegelijkertijd zijn er forse beperkingen die de ontwikkelruimte
grenzen aan. De oostzijde is gevoelig voor bodemdaling,
als waterbergingsgebied. In lijn met het rijksbeleid Water en Bodem Sturend moet deze onderlegger prioriteit krijgen in
de ruimtelijke afweging, om het gebied klimaatbestendig en toekomstgericht te kunnen ontwikkelen.
inperken. Ecologische zones zoals de Groene Contour,
Daarnaast spelen beperkingen zoals drinkwaterbescherming,
terughoudendheid en zorgvuldige inpassing. Ook de N233
hoogspanningsleidingen en cultuurhistorische waarden een
Natura2000-gebieden en stiltegebieden vragen om
vormt een knelpunt: delen worden verbreed, maar andere blijven een flessenhals. Zonder aanvullend onderzoek en
een robuuste mobiliteitsvisie is grootschalige woningbouw
milieuzonering rondom bedrijvigheid,
belangrijke rol. Sommige beperkingen zijn te mitigeren, maar dit vereist aanvullende kosten, onderzoek en afstemming.
hier niet houdbaar. Een nieuw station biedt perspectief,
Kortom: de locatie biedt duidelijke ruimtelijke
onderbouwing van de vervoersvraag.
benadering waarin bodem, water, ecologie en mobiliteit
maar vereist een aanzienlijke woningbouwopgave en
aanknopingspunten, maar vraagt om een integrale
leidend zijn. Alleen dan is een haalbare ontwikkeling mogelijk.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
24
Deel 2 | Synthese Het is duidelijk dat er in De Nieuwe Meent een breed
palet aan opgaven speelt, die elkaar op sommige punten versterken, maar ook spanning kunnen opleveren.
Tegelijkertijd is duidelijk dat het gebied kansen biedt om meerdere doelen tegelijk te dienen — mits er duidelijke keuzes worden gemaakt.
In dit hoofdstuk brengen we die keuzes in beeld. Op basis van de analyse van kwaliteiten en knelpunten is een vlekkenplan opgesteld dat laat zien waar ruimte ligt voor verstedelijking, waar functies kunnen worden gecombineerd, en waar juist terughoudendheid of transitie gewenst is.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
25
Synthesekaart Welke ruimte blijft er over wanneer we de beperkingen vanuit ecologie, landbouwgrond en water over elkaar heen leggen?
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
26
Synthesekaart
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
27
Ontwikkelruimte Houden we rekening met alle beperkingen, dan blijft
beperkte ruimte over voor eventuele verstedelijking.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
28
Ontwikkelruimte
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
29
Bredere ontwikkelruimte Om tot een samenhangend ontwikkelgebied voor wonen
en werken te komen, moeten er keuzes worden gemaakt.
Door verschillende analyses op elkaar te leggen, kunnen we locaties identificeren waar slechts één beperking geldt.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
30
Bredere ontwikkelruimte Totaal beschikbare percelen
Totaal 893 hectare
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
31
Deel 3 | Raamwerk
Om de toekomstige ontwikkeling van De Nieuwe Meent met
samenhang en toekomstbestendigheid vorm te geven, is een ruimtelijk raamwerk opgesteld. Dit raamwerk bouwt voort op
de bestaande kwaliteiten van het gebied en stuurt op keuzes die meerdere opgaven tegelijk adresseren — zonder de
karakteristieken van het landschap uit het oog te verliezen. Het raamwerk is gebaseerd op de analyse van fysieke
condities en beleidsopgaven. Het biedt richting aan de
ruimtelijke verdeling van functies zoals wonen, landbouw,
natuur en mobiliteit, en laat zien waar ruimte ontstaat voor verstedelijking, waar combinaties mogelijk zijn, en waar grenzen bereikt zijn.
Het raamwerk vormt daarmee een eerste aanzet voor de verdere ontwikkeling van De Nieuwe Meent. In het
volgende hoofdstuk worden drie denkrichtingen verkend
die voortbouwen op deze ruimtelijke structuur. Afhankelijk van de denkrichting en gewenste invulling kan het aantal woningen variëren van 1.500 tot 11.100.
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
32
Structuurschets
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
33
Denkrichting A
3.700 tot 11.100 woningen De eerste denkrichting focust zich rond een stedelijk uitbreiding ten
zuiden van Veenendaal. Vanuit mobiliteit liggen op deze locatie de meeste kansen voor een forse uitbreiding van wonen en werken. Zo is er de
mogelijkheid voor het aanleggen van een nieuw station. Om dit haalbaar te maken zijn ten minste 1.000 nieuwe reizigers nodig. Een mobiliteitsstudie vanuit de Provincie Utrecht suggereert dat hiervoor 4.000 tot 5.000
nieuwe woningen nodig zijn, dit zou hier ruimtelijk in te passen zijn. Als
het station strategisch gepositioneerd wordt, kan het ook de bewoners
van Veenendaalse wijk Petenbos bedienen. Naast dat dit nieuwe kwaliteit biedt aan deze wijk, betekent dit dat een station ook met minder nieuwe woningen realiseerbaar is. Hiernaast zullen ook veel bewoners met de auto reizen. Richting het noorden zal dit geen problemen opleveren -
mits de aansluiting wordt gemaakt op de rotonde Smalle Zijde - N233 of
noordelijker. Richting het zuiden is meer maatwerk nodig aangezien hier met autonome ontwikkelingen al een capaciteitstekort wordt verwacht.
Daarnaast is de verbreding van de Rijnbrug randvoorwaardelijk voor enige grootschalige woningbouw. DENKRICHTING A - MIN Oppervlakte (ha) 185
Woningen per ha 20
Totaal 3700
Woningen per ha 60
Totaal 11100
DENKRICHTING A - MAX Oppervlakte (ha) 185
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
34
Denkrichting A
3.700 tot 11.100 woningen
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
35
Denkrichting A Referentie
The Avenue, Saffron Walden, Verenigd Koninkrijk circa 20 woningen per hectare
Wooncomplex, Aarhus, Denemarken circa 60 woningen per hectare
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
36
Denkrichting B 1.500 tot 4.500 woningen
De tweede denkrichting betreft een versterking van Achterberg. Dit is een wenselijke ontwikkeling vanuit Rhenen gezien omdat dit beter aansluit bij
de huidige stedelijk structuur. Ook hier is een mogelijkheid voor een nieuw station, maar aangezien het station van Rhenen op fietsafstand ligt, is
dit minder haalbaar, zeker gezien het potentiële laadvermogen van deze denkrichting.
Voor automobiliteit kan deze locatie voor capaciteitsproblemen zorgen. Op basis van de huidige infrastructuur zullen veel nieuwe automobilisten de
N233 betreden tussen Rhenen en Veenendaal, waar op het moment geen
verbreding gepland is. Daarom is het binnen deze denkrichting van belang
verder te onderzoeken wat de impact is op het wegennet, en of er mogelijk nieuwe verbredingen nodig zijn.
DENKRICHTING B - MIN Oppervlakte (ha) 150
Woningen per ha 10
Totaal 1.500
Woningen per ha 30
Totaal 4.500
DENKRICHTING B - MAX Oppervlakte (ha) 150
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
37
Denkrichting B
1.500 tot 4.500 woningen
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
38
Denkrichting B Referentie
Oosterworld, Almere
circa 10 woningen per hectare
Rietzoom woningen, Rotterdam circa 30 woningen per hectare
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
39
Denkrichting C 2.000 tot 6.000 woningen
De derde denkrichting omvat een gespreide ontwikkeling. Hiertussen
worden open ruimtes gelaten voor een natuurlijke verbinding tussen de
Utrechtse Heuvelrug en de Vallei. Deze open ruimtes zorgen ook voor het behoudt van het landschappelijke karakter en geeft water vrij baan om naar de vallei te stromen.
Door het beperkte aantal woningen zijn nieuwe treinstations niet haalbaar. Maar om een goede verbinding te realiseren met omliggende dorpen en steden (en de bijbehorende voorzieningen), is een goede OV-verbinding wel gewenst. Zeker met het oog op de capaciteitsproblemen op de
N233. Om dit te realiseren kan gedacht worden aan het omzetten van de treinverbinding naar een lightrail systeem. Dit systeem laat meerdere kleine stations toe met beperktere reizigersaantallen. Een andere
mogelijkheid is een goede busverbinding, al zal hier mogelijk een apart busbaan voor nodig zijn om congestie te mijden.
DENKRICHTING C - MIN Oppervlakte (ha) 200
Woningen per ha 10
Totaal 2.000
Woningen per ha 30
Totaal 6.000
DENKRICHTING C - MAX Oppervlakte (ha) 200
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
40
Denkrichting C
2.000 tot 6.000 woningen
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
41
Denkrichting C Referentie
Oosterworld, Almere
circa 10 woningen per hectare
Sommarivabyen woningen, Helsingør, Denemarken circa 30 woningen per hectare
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
42
Colofon FABRICations
Tussen de bogen 18
1013JB, Amsterdam Tel +31 (0)20 528 9484
Mail info@fabrications.nl Web www.fabrications.nl Disclaimer
Al het beeldmateriaal is gemaakt door FABRICations, tenzij anders vermeld.
Projectleider / contactpersoon Olv Klijn Team
Samuel van Engelshoven Yara Mahmoudyar
In samenwerking met Gemeente Rhenen Provincie Utrecht
Waterschap Vallei en Veluwe
Gebruik landbouwareaal
Terug naar vorige pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
44
Kwel & wegzijging
Terug naar vorige pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
45
Ontwikkeling grondwateroverlast
Terug naar vorige pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
46
Waterbergingsgebieden
Terug naar vorige pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
47
Geurbelasting
Terug naar vorige pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
48
Externe veiligheid en hoogspanning
Terug naar vorige pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
49
Bodemdaling
Terug naar vorige pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
50
Stiltegebieden
Terug naar vorige pagina
De Nieuwe Meent: eerste fase gebiedsverkenning
51