Bijlage 1 Financiële Verordening 2025 bij Consulteren Vragen
Tekst van het document
Waarom afgeweken?
Financiele Verordening 2025 (voorstel) Paragraaf
Artikel
Modelverordening VNG Lid Verordening
Laten vervallen vanuit VNG zit in artikel 2.2
Artikel
Lid Modelverordening VNG
2 - Vaststelling programma-indeling en paragrafen
1
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
2 - Vaststelling programma-indeling en paragrafen
2
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
2- Begroting en verantwoording
2 - Vaststelling programma-indeling 1 en paragrafen
2 - Vaststelling programma-indeling en paragrafen
3
[De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een nadere onderverdeling van de programma’s vast. ]
De VNG aangevuld zodat duidelijk is wanneer we wel en geen fasering aanbrengen. De fasering voor investeringen die verder weg in de tijd zijn zijn nog niet altijd duidelijk in welk jaar ze zullen plaatsvinden.
2- Begroting en verantwoording
3 - Inrichting begroting en jaarstukken
1
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting worden: a. de nieuwe investeringen het eerste begrotingsjaar van het benodigde investeringskrediet weergegeven inclusief de verwachte fasering per jaar. Deze kredieten worden aangevuld met de geautoriseerde investeringen waarvan de uitvoering doorloopt in het nieuwe begrotingsjaar. In de ramingen wordt onderscheid gemaakt tussen de uitgaven en de inkomsten. b. de nieuwe investeringen van de meerjarenraming de benodigde investeringskredieten per jaar weergegeven. c. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
3 - Inrichting begroting en jaarstukken
1
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
Het woord "geautoriseerd" eruit gehaald aangezien alle investeringskredieten worden weergegeven worden.
2- Begroting en verantwoording
3 - Inrichting begroting en jaarstukken
2
In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. En inzicht geboden in de investeringen die worden afgerond en investeringen die worden meegenomen naar het volgende jaar.
3 - Inrichting begroting en jaarstukken
2
In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
5 - Autorisatie begroting en investeringskredieten
1
De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per [programma OF programmaonderdeel OF taakveld].
5 - Autorisatie begroting en investeringskredieten
4
Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
6 - Tussentijdse rapportages
2
De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten, en h. […]
Taakvelden zijn wettelijk verplicht en is daarom geen keuze.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel het college vast: a. een nadere onderverdeling van de programma’s nav de speerpunten van het coalitieakkoord. b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. c. het aantal W-vragen waarbij minimaal de verplichte W-vragen opgenomen moeten zijn
Laten vervallen vanuit VNG zit in artikel 2.2
"Inclusief mutatie reserves" toegevoegd om het zo duideljker te maken.
2- Begroting en verantwoording
5 - Autorisatie begroting en investeringskredieten
1
De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten inclusief mutatie reserves per programma.
Nieuw
2- Begroting en verantwoording
5 - Autorisatie begroting en investeringskredieten
2
Het college is bevoegd om overschrijdingen van lasten binnen het programma te dekken.
We hebben het duidelijker opgesomt wanneer er geinfomeerd wordt. En toegevoegd welke criteria er zijn om te informeren om zo duidelijkheid te geven
2- Begroting en verantwoording
5 - Autorisatie begroting en investeringskredieten
5
Het college informeert de raad als zij verwachten, dat a. de lasten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden; b. de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden; c. de baten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden; Het college informeert binnen een maand nadat de constatering gedaan is. Dit doet het college indien de afwijking of de claim: - meer dan € 100.000 op het niveau van constateringen of - meer dan € 200.000 voor een openeinderegeling. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
Toegepast op Gemeente Rhenen waarbij we de ontwikkelingen van eerdere bevindingen een duidelijkelijkere plaats hebben gegeven.
2- Begroting en verantwoording
6 - Tussentijdse rapportages
2
De tussentijdse beleidsverantwoording gaat in op de voortgang en afwijkingen van de plannen vanuit de begroting en het bestuursprogramma.Het beleidsonderdeel van de tussentijdse rapportages bevatten verder: - opvolging van eventuele aanbevelingen vanuit de rekenkamer - de opvolging van de bevindingen van het accountantsverslag - inhoudelijke/financiële trends en ontwikkelingen. Dit met minimaal de bijgestelde ramingen van: a. baten en lasten per programma b. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma c. het resultaat volgende uit onderdelen a en b.
Duidelijkere spelregels dan de VNG aangegeven whoe om te gaan met budgetoverheveling.
2- Begroting en verantwoording
7 - Jaarstukken
2
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. De raad wordt geïnformeerd door het college uiterlijk maart volgend op het verslaggevingsjaar waarbij de budgetoverheveling in het lopend boekjaar wordt verwerkt als toevoeging aan de reserve budgetoverheveling. Hierbij zijn de volgende criteria van toepassing: - niet beïnvloedbare omstandigheid waardoor de voorgenomen plannen niet zijn uitgevoerd in het jaar waar ze gepland stonden - het over te hevelen bedrag moet groter zijn dan € 10.000 - overgehevelde bedragen kan maximaal 2 jaar worden aangewend - de werkzaamheden die betrekking hebben op de overheveling mogen niet lijden tot een conflict met voorgenomen werkzaamheden in het volgend jaar.
7 - Jaarstukken
2
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. [Burgemeester en wethouders bieden dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan aan de raad.]
Is dezelfde strekking als de VNG, maar positiever geformuleerd. (een authorisatie van budgetten (bij begroting en andere P&C-producten) vallen ook onder de gelegenheden om bedenkingen in te brengen.)
2- Begroting en verantwoording
8 - Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
1
Het college informeert de raad in ieder geval vooraf en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld haar zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college wanneer er sprake is van: a. de individuele aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 500.000. b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garan es groter dan € 250.000, of c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.
8 - Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
1
In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan [bedrag]; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garan es groter dan [bedrag], en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen.
8 - Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
2
Bij het aangaan van een verplichting groter dan [bedrag] initiëren burgemeester en wethouders een zienswijzeprocedure door de raad
3 - Rechtmatigheidsverantwoording
10 - Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
2
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de omvangbasis zoals in de BADO aangegeven.
10 - Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
2
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van [percentage tussen 0 en 3%] van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.
Overbodig als 1 geldt De omvangbasis is op dit moment de totale lasten inclusief de dotaties aan de reserves. Mocht de definitie veranderen hoeft niet meteen de Financiele Verordening aangepast te worden.
Waarom afgeweken?
Financiele Verordening 2025 (voorstel) Paragraaf
Modelverordening VNG Artikel
Lid Modelverordening VNG
Is informatie en staat bij de algemene bepalingen
11 - Voorwaardencriterium
1
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Is informatie en staat bij de algemene bepalingen
12 - Begrotingscriterium
1
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
12 - Begrotingscriterium
4
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage .
13 - Misbruik en oneigenlijk gebruikcriterium
1
Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.
Het college zorgt voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
13 - Misbruik en oneigenlijk gebruikcriterium
2
Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Immateriële en materiële vaste activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen.
14 - Waardering en afschrijving vaste activa
1
Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. OF 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota investeringen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd; b. de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie; c. het moment van starten met afschrijven; d. de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn; e. de componentenbenadering; f. restwaarde; g. […].]
14 - Waardering en afschrijving vaste activa
2
Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
15 - Voorziening voor oninbare vorderingen
1
Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
15 - Voorziening voor oninbare vorderingen
2
Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelas ng; b. precariobelas ng; c. hondenbelas ng; d. parkeerbelas ng; e. rioolheffing; f. afvalstoffenheffing, en g. bijstandsverstrekking, h. […] wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan [bedrag], een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.]
Lid C bij het artikel van de VNG is altijd acceptabel en hoeft niet apart opgenomen te worden.
Artikel
Lid Verordening
3 - Rechtmatigheidsverantwoording
12 - Begrotingscriterium
3
Overschrijdingen van lasten/ investeringen dat iedere afwijking boven van de begroting na wijziging als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. Er sprake is van calamiteiten/rampen d. Nagekomen investeringsuitgaven na afsluiting van kredieten zijn alleen onrechtmatig voor het deel waar deze uitgaven hoger zijn dan het restantkrediet in het jaar van afsluiten. e. onvermijdbaar, onverzien én onuitstelbaar f. tijdig gemeld g. dekking van de uitgaven vanuit andere programma's
3 - Rechtmatigheidsverantwoording
12 - Begrotingscriterium
4
Over- en onderschrijdingen van baten en onderschrijdingen van lasten en/of investeringskredieten (ten opzichte van de begroting na wijziging) zijn rechtmatig wanneer deze tijdig worden gerapporteerd aan de raad. Dergelijke begrotingsafwijkingen worden gemeld en toegelicht in een P&C document. Afwijkingen aan het einde van het begrotingsjaar, die niet meer opgenomen kunnen worden in een eerder P&C document, zijn rechtmatig wanneer deze worden toegelicht in de jaarstukken.
Daarnaast een aanvulling gedaan met situaties die voor kunnen komen.
Door het niet meer kunnen aanbieden van deze categorien in een P&C document zijn de jaarstukken het eerste moment om hierover te rapporteren.
Is informatie en staat bij de algemene bepalingen
13 - Misbruik en oneigenlijk gebruik- 1 criterium 1 14 - Waardering en afschrijving vaste activa
VNG
3 - Rechtmatigheidsverantwoording
Heel artikel 14 hebben we voor de duidelijkheid verdeeld. Deze bevatten informatie die voorheen in de bijlage stonden. Artikel 14.5 is nieuw. De restwaarde hebben we zo ingesteld aangezien dit een reeler beeld geeft van de daadwerlijke lasten.
4 - Financieel beleid
Zie bij antwoord bij 14.1
4 - Financieel beleid
14 - Waardering en afschrijving vaste activa
2
Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.
Zie bij antwoord bij 14.1
4 - Financieel beleid
14 - Waardering en afschrijving vaste activa
3
Voor activering kan gebruik gemaakt worden van de componentenbenadering.
Zie bij antwoord bij 14.1
4 - Financieel beleid
14 - Waardering en afschrijving vaste activa
4
De afschrijving start in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname.
Zie bij antwoord bij 14.1
4 - Financieel beleid
14 - Waardering en afschrijving vaste activa
5
Op de (im)materiële vaste activa wordt jaarlijks lineair afgeschreven volgens onderstaande termijnen tot restwaarde. Wanneer er restwaarde verwacht wordt moet deze meegenomen worden in de berekening van de investering.
Zie bij antwoord bij 14.1
4 - Financieel beleid
14 - Waardering en afschrijving vaste activa
6
Er kan gemotiveerd afgeweken worden van de lineaire afschrijving en/of van de afschrijvingstermijn.
Staat eerder bij artikel 3.1. genoemd
Aangepast naar de praktijk in Rhenen.
Is reeds bij 15.1 in het algemeen benoemd. Er is geen reden om hier onderscheid te maken tussen de verschillende vorderingen.
4 - Financieel beleid
15 - Voorziening voor oninbare vorderingen
1
Voor de vorderingen op derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Hierbij geldt dat er een voorziening opgenomen wordt voor: a. vorderingen ouder dan een jaar per ultimo jaar. Uitzondering hierop zijn individuele vorderingen groter dan € 10.000. Hier wordt individueel bekeken of er een voorziening voor gevormd moet worden. b. bij uitbestede diensten worden de richtlijnen van de samenwerkende partij gevolgd.
Waarom afgeweken?
Financiele Verordening 2025 (voorstel)
Modelverordening VNG
Paragraaf
Artikel
Lid Verordening
Artikel
Lid Modelverordening VNG
4 - Financieel beleid
16 - Reserves en voorzieningen
5
De reserves worden jaarlijks bij de jaarrekening getoetst en de onderliggende bestedingsplannen wordt hierbij geactualiseerd waar nodig.
16 - Reserves en voorzieningen
5
De reserves worden jaarlijks bij zowel de begroting als de jaarrekening getoetst en de onderliggende bestedingsplannen wordt hierbij geactualiseerd.
17 - Kostprijsberekening
6
Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in artikel 16 eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.
De omslagrente wordt jaarlijks in de kadernota berekend. Waar nodig wordt deze bij de jaarstukken herzien.
4 - Financieel beleid
17 - Kostprijsberekening
5
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks bepaald op basis van het renteschema in conform artikel 4 lid 1.
17 - Kostprijsberekening
7
In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
Een verduideliking van de toewijzing van rente specifiek voor Rhenen
4 - Financieel beleid
17 - Kostprijsberekening
6
In afwijking van het vierde lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend.
Een verduideliking van de toewijzing van rente specifiek voor Rhenen
4 - Financieel beleid
17 - Kostprijsberekening
7
In afwijking van de op basis van het vijfde en zesde lid berekende rentepercentage kan over een ander rentepercentage worden besloten bij de nota conform artikel 4 lid 1.
Er is voor gekozen om de begrippen algemeen te houden om zo niet bij een nieuw onderdeel of naamswijziging ook volledig te kunnen zijn.
4 - Financieel beleid
19 - Vaststelling hoogte belastingen, 1 rechten, heffingen en prijzen
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, leges, rechten en heffingen.
19 - Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
1
Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, [… (verdere opsomming van rechten en leges waarvan het wenselijk wordt geacht de tarieven jaarlijks vast te stellen)].
20 - Financieringsfunctie
1
Burgemeester en wethouders nemen bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een loop jd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in ar kel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.
20 - Financieringsfunctie
2
Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden.
20 - Financieringsfunctie
3
Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in budget voor deze voorziening dan doen burgemeester en wethouders vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.] OF 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota leningen- en garantiebeleid aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal.]
De VNG aanghouden. Alleen het toetsingsmoment bij de begroting laten vervallen. Dit betekend overings niet dat er niet naar de reserves gekeken wordt. We hebben geen rentevergoeding over de reserves en voorzieningen
Vorig jaar is in de Financiële Verordening het treasurybeleid nieuw opgenomen. We hebben bij de Financiële Verordening 2025 geen reden gezien om hiervan af te wijken.
4 - Financieel beleid
20 - Financieringsfunctie
1
De gemeente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren, een risicomijdend treasurybeleid. Dit betekent dat de gemeente alleen geld aantrekt indien noodzakelijk en terughoudend is met het verstrekken van leningen en garanties. Dit wordt bereikt door: 1.Het verzekeren van langdurende toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities met aandacht voor duurzaamheid. 2.Beperken en beheersen van financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Bij het aantrekken van financieringsmiddelen geldt: a. er wordt er geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. b. bij het aantrekken van langlopende financieringen zijn onderhandse leningen toegestane instrumenten. c. bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen (korter dan 1 jaar) zijn daggeld, kasgeldlening en een kredietlimiet op rekening courant toegestane instrumenten. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal geldt: d. verstrekking van een garantie is alleen mogelijk indien die noodzakelijk is om een geldlening af te sluiten voor de uitvoering van de publieke taak. e.
leningen worden alleen verstrekt als een instelling die ook met gemeentegarantie geen lening kan afsluiten op de kapitaalmarkt f. bedingt zoveel mogelijk zekerheden 3. Optimaliseren resultaat van de treasury-activiteiten door kosten ervan te minimaliseren en renteopbrengsten te maximaliseren maar altijd ter ondersteuning aan het te voeren beleid a. Het aantrekken van leningen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd b. Het uitgangspunt is dat financiering plaatsvind op basis van totaalfinanciering. Afwijking kan uitsluitend na goedkeuring van gemeenteraad.
Waarom afgeweken? Specifiek toegepast op Gemeente Rhenen
Financiele Verordening 2025 (voorstel)
Modelverordening VNG
Paragraaf
Artikel
Lid Verordening
Artikel
Lid Modelverordening VNG
5 - Begroting en de jaarstukken
Artikel 21 - Lokale heffingen
1
Artikel 21 - Lokale heffingen
N.v.t. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; b. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in ar kel 17, zesde lid; [c. de berekening van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 17, zesde lid;] d. onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een overzicht van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing; e. […].
Het college neemt in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kostentoerekening van de geraamde (overhead)kosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; b. een vergelijk van de lokale lastendruk op basis van de Atlas van lokale lasten (van COELO).
Laten vervallen is aangezien dit informatie is
De overige onderdelen die de VNG noemt zijn verplichte onderdelen en worden sowieso meegenomen.
5 - Begroting en de jaarstukken
Artikel 22 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing
1
Het college neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. het kengetal over de ontwikkeling van de ne o schuld per inwoner (bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezi ngen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar)
In vergelijking met andere nota's stond de nota Weerstandsvermogen niet in de VNG modelverordening
5 - Begroting en de jaarstukken
Artikel 22 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing
2
Het college toetst ten minste eens in de vier jaar of wijziging van de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement nodig is. Het college stelt de raad in kennis van die toets en legt de raad een. nieuwe nota weerstandsvermogen en risicomanagement voor indien dat nodig wordt geacht. De raad kan het college verzoeken om meteen voorstel tot wijziging te komen. De nota wordt door de raad vastgesteld.
nvt voor Rhenen
Artikel 22 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing
1
In dit artikel wordt verstaan onder: - netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa; - onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiëleverhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting.
Artikel 22 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing
2
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de ontwikkeling van de ne o schuld per inwoner; b. het saldo van de baten en lasten voor dota es en on rekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c. de onbenu e belas ngcapaciteit onroerendezaakbelas ng als percentage van de inkomsten; d. de wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan; e. de wijze waarop met projectspecifieke risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen, en f. […].
Artikel 23 - Onderhoud kapitaalgoederen
1
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].]
Zelfde strekking als de VNG
5 - Begroting en de jaarstukken
Artikel 23 - Onderhoud kapitaalgoederen
1
Het college toetst ten minste eens in de vier jaar of wijziging van het (beeld)kwaliteitsplan nodig is. Het college stelt de raad in kennis van die toets en legt de raad een nieuw onderhoudsplan openbare ruimte voor indien dat nodig wordt geacht. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.
Artikel 23 - Onderhoud kapitaalgoederen
2
Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het onderhoudsplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het onderhoudsplan openbare ruimte vast.
Zelfde strekking als de VNG
5 - Begroting en de jaarstukken
Artikel 23 - Onderhoud kapitaalgoederen
2
Het college toetst ten minste eens in de vier jaar of wijziging van het gemeentelijk rioleringsplan nodig is. Het college stelt de raad in kennis van die toets en legt de raad een nieuw rioleringsplan voor indien dat nodig wordt geacht. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.
Artikel 23 - Onderhoud kapitaalgoederen
3
Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een rioleringsplan aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het rioleringsplan vast.
Zelfde strekking als de VNG
5 - Begroting en de jaarstukken
Artikel 23 - Onderhoud kapitaalgoederen
3
Het college toetst ten minste eens in de vier jaar of wijziging van het onderhoudsplan gebouwen nodig is. Het college stelt de raad in kennis van die toets en legt de raad een nieuw onderhoudsplan gebouwen voor indien dat nodig wordt geacht. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.
Artikel 23 - Onderhoud kapitaalgoederen
4
Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het onderhoudsplan gebouwen bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het onderhoudsplan gebouwen vast.
VNG overgenomen waarbij de hogere wet- en regelgeving eruit is gehaald.
5 - Begroting en de jaarstukken
Artikel 25 - Bedrijfsvoering
1
het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. stand van zaken opvolging accountantsverslag op bestuurlijk relevante onderwerpen; d. opvolging eventuele opmerkingen rekenkamer; e. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen [, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden of voldoen aan [kwalitatieve criteria rapportagegrens]] en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; f. een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; g. geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt
Artikel 25 - Bedrijfsvoering
N.v.t. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisves ngskosten; d. de automa seringskosten; e. de budge en voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant; f. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen [, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden of voldoen aan [kwalitatieve criteria rapportagegrens]] en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; g. een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; h. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; i. geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt, en i. j. […].
Waarom afgeweken? Zelfde strekking als de VNG. Hierbij hebben we geen opsomming gemaakt wat allemaal verplicht is om op te nemen. Doen we in andere nota's waarnaar verwezen wordt in de Financiële Verordening 2025 ook niet.
Financiele Verordening 2025 (voorstel)
Modelverordening VNG
Paragraaf
Artikel
Lid Verordening
Artikel
Lid Modelverordening VNG
5 - Begroting en de jaarstukken
Artikel 27 - Grondbeleid
2
Artikel 27 - Grondbeleid
2
Het college toetst ten minste eens in de vier jaar of wijziging van de nota Grondbeleid nodig is. Het college stelt de raad in kennis van die toets en legt de raad een nieuwe nota Grondbeleid voor indien dat nodig wordt geacht. De raad kan het college verzoeken om met een voorstel tot wijziging te komen. De nota wordt door de raad vastgesteld.
Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de strategische visie van het toekoms g grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; e. de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan, en f. […].