CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Erfgoedvisie Rhenen

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel definitief vaststellen Beleidsvisie Erfgoed Rhenen22.481 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

erfgoedvisie rhenen waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten

De nota Erfgoedvisie Rhenen Waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten werd gerealiseerd door: Toine Maas, Adviescommissie Omgevingskwaliteit Rhenen Lea van Son, Beleidsadviseur Erfgoed

Colofon ©Gemeente Rhenen, definitieve versie, juni 2023

erfgoedvisie rhenen waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten

erfgoedvisie rhenen

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 1

Woord vooraf

6

Het erfgoed van Rhenen

8 9

Landschap Het natuurlijke landschap

9

Cultuurlandschappen

11

Archeologie Grafheuvels en raatakkers

13

Grafvondsten

13

De ringwalburg op de Grebbeberg

14

Kasteel Ter Horst in Achterberg

15

De stad Rhenen

17

Cunerakerk: middeleeuwse pelgrimskerk in een kleine stad

18

Historische stadskern – bebouwing van vóór 1940

19

Wederopbouw 1940-1942 en 1946-1953

21

23

Bewoningslint op de steilrand van de stuwwal

24

Buitenplaatsen op de helling van de Heuvelrug

25

Tabaksschuren rond Elst, Remmerden en Rhenen

27

Achterberg: kleinschalige landbouw in een hechte gemeenschap

29

Grebbeberg en dierenpark: toerisme in Rhenen

31

Aan de voet van de Grebbeberg: militair erfgoed

33

Stadsmuseum Rhenen Immaterieel erfgoed

34 35

Cuneralegende

35

Herdenkingen Slag om de Grebbeberg

35

Analyse van het huidige erfgoedbeleid Gemeentelijk erfgoedbeleid

36 37

Erfgoedwet en erfgoedverordening

37

Gemeentelijk erfgoedregister

38

Omgevingswet

38

Relatie met flankerend beleid

39

Veranderingen onder de Omgevingswet

4

16

Middeleeuwse en gereconstrueerde stadsmuur

Het buitengebied

2

13

41

Vergunningverlening voor archeologische rijksmonumenten

41

Gemeentelijke adviescommissie

43

Monumentenzorg binnen het omgevingsplan

43

erfgoedvisie rhenen

3

Inhoudsopgave

Erfgoedvisie Rhenen

Ambities van het gemeentelijk erfgoedbeleid De basis op orde – monumenten, archeologie, erfgoed en ruimte Wat vinden we belangrijk

48

Wat gaan we doen

48

Benutten – erfgoed en recreatie & toerisme Wat vinden we belangrijk Wat gaan we doen Uitdragen – erfgoed en educatie/communicatie

52

Wat gaan we doen

52

54

Wat vinden we belangrijk

54

Wat gaan we doen

55

Uitvoeringsprogramma De basis op orde – monumenten, archeologie, erfgoed en ruimte Benutten – erfgoed en recreatie & toerisme Uitdragen – erfgoed en educatie/communicatie Organiseren – erfgoed en de gemeentelijke organisatie

Bijlage Inventarisatie Religieus Erfgoed Rhenen

Verantwoording

5

50 50 50 52

Wat vinden we belangrijk

Organiseren – erfgoed en de gemeentelijke organisatie

4

44 46 47

57 58 60 61 62 65 65

73

erfgoedvisie rhenen

Woord vooraf

Woord vooraf

E

rfgoed omvat alle menselijke sporen uit het verleden die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn in het heden. Erfgoed bestaat uit voorwerpen, archeologische vondsten, collecties en archieven, gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Ook gewoonten, tradities en verhalen zijn onderdeel van ons erfgoed en worden immaterieel erfgoed genoemd. Dit alles verleent een gemeenschap een eigen, onderscheidende identiteit, een fundament waarop het functioneren van de gemeenschap is gebouwd. Deze cultuurhistorische tijdlagen die wij zien en ervaren geven wij door aan de volgende generatie. Dit alles vaak aangevuld met wat wij hier aan toevoegen. Daarmee vormt ons erfgoed een inspiratiebron voor de toekomst. Sporen uit het verleden geven steden, dorpen en landschappen een grotere belevingswaarde. Nieuwbouwwijken hebben direct een eigen identiteit als de daar aanwezige cultuurhistorische waarden ook een plek hebben gekregen bij de aanleg. Cultureel erfgoed zorgt voor een verbetering van de levenskwaliteit, doordat gemeenten qua uiterlijk aantrekkelijker zijn en het er fijner wonen en werken is. Waardevolle elementen verschaffen de inwoners een gevoel van eigenheid en herkenbaarheid van hun ruimtelijke omgeving. Als deze inwoners dit herkennen en kennis hebben van hun eigen erfgoed worden het ambassadeurs van hun eigen gemeente.

Een omgeving om trots op te zijn! Betekent dit dan, dat de geschiedenis bevroren moet worden en alles behouden moet blijven? Nee, zeker niet! Geschiedenis staat niet stil, maar zet zich voortdurend voort. Om de leefbaarheid te bevorderen, moet er ook naar de toekomst worden gekeken, waarbij het verleden een inspiratiebron is. Door middel van een zorgvuldige ontwikkeling streeft de gemeente Rhenen naar een levendige

6

toekomst van het cultureel erfgoed. Aanwezige cultuurhistorische elementen worden vanaf het begin meegenomen in het plan- of ontwerpproces. Dit alles gaat niet vanzelf. Dit vergt aandacht. De juiste kennis moet beschikbaar zijn en in de planvorming moet ruimte zijn erfgoed deel te laten uitmaken van de nieuwe ontwikkelingen. Het is aan de gemeente om deze kwaliteiten binnen de ruimtelijke ontwikkeling van Rhenen te waarborgen.

Het erfgoed van Rhenen

K

ennis van het verleden en inzicht in onze eigen cultuurhistorie zijn van groot belang als we de rijkdom en variatie van onze eigen woon- en leefomgeving willen begrijpen en hier zorgvuldig mee willen omgaan. Rhenen is een gemeente met een rijke en lange cultuurhistorie die onder meer is samengebracht op de Cultuurhistorische Waardenkaart (chwk). Deze waardenkaart laat een eeuwenoud landschap zien waar wordt gewoond en gewerkt. Ook de landgoederen, archeologie, de infrastructuur over weg en water, en uiteraard het voor Rhenen belangrijke militaire erfgoed zijn in samenhang ondergebracht op deze waardenkaart. Cultuurhistorie draagt in grote mate bij aan de identiteit van een gebied. Over Rhenen wordt vaak gezegd dat het lijkt alsof je in het buitenland bent. De Grebbeberg en de Utrechtse Heuvelrug spelen daar een belangrijke rol in. Voor toeristen is dit aantrekkelijk, maar het zorgt ook voor een plezierige woonomgeving voor de eigen inwoners. In deze nota legt de gemeente Rhenen haar visie op de omgang met het erfgoed van de gemeente vast en maakt ze duidelijk waar de aandachtspunten en prioriteiten liggen voor de komende jaren.

erfgoedvisie rhenen

Woord vooraf

De cultuurhistorische ontwikkeling van Rhenen hangt nauw samen met de markante ligging op de grens van Utrechtse Heuvelrug en Nederrijn.

Ook het immaterieel erfgoed wordt beschreven. Immaterieel erfgoed is van belang voor de identiteit en beleving van de gemeente Rhenen. Het vertelt ons welke gebeurtenissen uit het verleden onlosmakelijk aan Rhenen zijn verbonden en ook zo beleefd worden door de inwoners van Rhenen. Lokaal historisch besef draagt bij aan saamhorigheid en het welzijn in een snel veranderende wereld. Ook verenigingen maken deel uit van deze historie. Zo kent de gemeente een aantal verenigingen die inmiddels hun honderdste verjaardag gevierd hebben. Onder meer binnen de Historische Vereniging Oudheidkamer Rhenen en omstreken (hvor) wordt voortdurend gewerkt aan het zichtbaar maken van deze geschiedenis. Voor het opstellen van deze visie is gebruik gemaakt van de binnen de gemeente en provincie aanwezige kennis. Er zijn participatiebijeenkomsten geweest met de kerngroep (beleidsmedewerkers Ruimtelijke Ordening, Vergunningen, Samen-

7

leving, Recreatie & Toerisme, Economie en Ruimte van de gemeente Rhenen, Provincie Utrecht, Steunpunt Archeologie en Monumenten Utrecht (stamu), Omgevingsdienst Regio Utrecht (odru) en de Gemeentelijke Monumentencommissie) en met een tweetal klankbordgroepen bestaande uit lokale erfgoedorganisaties en landgoedeigenaren, het Utrechts Landschap en Staatsbosbeheer. Niet eerder werd er door de gemeente Rhenen een Erfgoedvisie opgesteld. Nu deze er is wordt het cultureel erfgoed van Rhenen structureel meegewogen in ruimtelijke én maatschappelijke ontwikkelingen. Dit alles vormt de opmaat voor een uitvoeringsprogramma waarvan de contouren ook in deze Erfgoedvisie zijn vastgelegd. De Erfgoed­ visie, erfgoedverordening en het uitvoeringsprogramma zijn bouwstenen die binnen het kader van de nieuwe omgevingswet invulling geven aan de wens zorgvuldig om te gaan met het erfgoed van Rhenen.

erfgoedvisie rhenen waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten

hoofdstuk 1

Het erfgoed van Rhenen

8

Landschap R

henen, achterber g en elst, gelegen op de zuidoostelijke punt van de Utrechtse Heuvelrug, vormen samen een eeuwenoud cultuurlandschap. Wie goed kijkt ziet een enorme gelaagdheid en variëteit binnen dit door mensenhanden gevormde gebied. De cultuurhistorie is op vele plaatsen zichtbaar en beleefbaar. De Utrechtse Heuvelrug is een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd is opgestuwd door het landijs. Het unieke landschap, met een steile overgang van deze heuvelrug naar het rivierengebied, was al in de prehistorie bewoond. Grafheuvels bij Elst getuigen nog altijd van die vroege bewoning. Het gebied was met bossen, landbouwgrond en de rivier niet alleen een aantrekkelijke vestigingsplaats, maar ook strategisch gelegen. Er ontstond een middeleeuws stadje waarbij Rhenen een belangrijke voorpost werd van de bisschop van Utrecht in zijn voortdurende strijd met Gelre. In die tijd ontwikkelde de stad zich dankzij de verering van de heilige Cunera tot een belangrijk bedevaartsoord, met een imposante kerk. Aan de zuidkant van de Utrechtse Heuvelrug, van Amerongen tot Rhenen, werd vanaf de zeventiende eeuw tabak verbouwd. Hier legden de boeren akkers aan en oude tabaksschuren getuigen nog steeds van deze verdwenen teelt. Op de noordelijke helling van de Heuvelrug werden landgoederen en buitenplaatsen gesticht, met ontginningen voor land- en bosbouw.

In het omvangrijke agrarische gebied rond Achterberg werd de landbouw tot ver in de twintigste eeuw vanuit kleinschalige bedrijven beoefend. De Tweede Wereldoorlog had grote gevolgen voor

9

zowel de stad als het omliggende gebied. Tijdens de Slag om de Grebbeberg in mei 1940 werd een groot deel van het historische stadscentrum verwoest. Op het platteland gingen veel boerderijen verloren. De wederopbouwtijd, die in Rhenen al tijdens de oorlog begon, bracht ingrijpende veranderingen. In de stad werd het stratenpatroon afgestemd op het moderne verkeer en op het platteland verschenen modern ingerichte boerderijen. In de architectuur en stedenbouw was de Delftse School bepalend, die vasthield aan traditionele vormen en materialen. Rhenen werd dan ook herbouwd met het aanzien van een historisch gegroeide stad waarbij zelfs delen van de stadsmuur werden gereconstrueerd. Dit gebeurde met zowel de identiteit van de stad als het toerisme in gedachten. Het huidige aanzien van de stad, de dorpen Elst en Achterberg, en het omringende land is nog altijd sterk bepaald door de historisch gegroeide kernen en de landschappen en hoe hiermee in de wederopbouwtijd is omgegaan.

Het natuurlijke landschap De geologische basis voor de Utrechtse Heuvelrug is gelegd in de voorlaatste ijstijd, die duurde van ongeveer 200.000 tot 130.000 jaar geleden. Nederland was in die tijd tot ongeveer halverwege met ijs bedekt. Via het huidige IJsselmeergebied rukte een gletsjertong van vele kilometers breed en enkele honderden meters dik op tot in de omgeving van Rhenen en Wageningen. De ijsmassa groef zich met haar enorme gewicht tientallen

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

meters diep in en vormde zo de Gelderse Vallei. Rivierafzettingen van zand, grind, klei en leem werden door het ijs opgestuwd. Bodemlagen werden verplaatst, gekanteld of vermengd. Toen het zo’n 130.000 jaar geleden minder koud werd, stroomden grote smeltwatermassa’s door de Gelderse Vallei. Ook over de Utrechtse Heuvelrug stroomde dit smeltwater, en hierdoor ontstonden brede waaiervormige glooiingen, sandrs genoemd, onderaan de stuwwal. Deze sandrs zijn te vinden tussen Rhenen en Amerongen, onder meer op Plantage Willem iii, een voormalige tabaksplantage uit 1853 tussen Elst en Remmerden. In de laatste ijstijd ontstonden daar smeltwaterdalen, toen smeltwater uit de bevroren ondergrond de helling

uitspoelde. Op Plantage Willem iii is het smeltwaterdal in 2011 weer zichtbaar gemaakt. Natuurherstel gaat hier samen met het behoud van elementen uit de tijd van de plantage, waaronder enkele tabaksschuren. Ten noordoosten van dit gebied, in de voormalige zandafgraving Kwintelooijen, ligt een grote erosiegeul waar de bodemsamenstelling van de stuwwal goed zichtbaar is. Doordat de Nederrijn zich vele malen heeft verplaatst, is de stuwwal met het van de helling gespoelde materiaal aangesneden. Zo ontstond een circa zes meter hoge steilrand langs de rivier. Tussen Rhenen en Amerongen vormt deze steilrand nog steeds een natuurlijke waterkering, waardoor er geen winterdijk nodig is. Op de zuidoostelijke

Op de zuidoostelijke punt van de Utrechtse Heuvelrug ligt de Grebbeberg. De rivier spoelde een deel van de stuwwal weg en liet een steile helling achter.

10

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

In de dertiende eeuw kreeg Rhenen stadsrechten. Als grensstad van het Sticht kreeg het als taak dreigingen vanuit het hertogdom Gelre te weerstaan.

dekzandkoppen gevormd. Naar het oosten en noordoosten, in de lage natte gebieden, verteerden plantenresten slecht en ontstond veen. Naar het noorden, richting Veenendaal, lag in de middeleeuwen in het huidige Binnenveld een uitgestrekt hoogveenmoeras, dat vanaf de vijftiende eeuw is ontgonnen.

Cultuurlandschappen

punt van de Utrechtse Heuvelrug ligt de Grebbeberg, die tot ver in de negentiende eeuw ook wel Heimenberg of Tafelberg werd genoemd, met zeer steile hellingen. De eroderende werking van het riviersysteem van de Rijn heeft hier de oorspronkelijke verbinding tussen Utrechtse Heuvelrug en de stuwwal van Ede-Wageningen weggespoeld. De zuidflank van de Grebbeberg was het eerste door de provincie Utrecht aangewezen aardkundig monument. In 2000 kreeg ook het smeltwaterdal op Plantage Willem iii deze status. Ten oosten van de Utrechtse Heuvelrug ligt bij Achterberg het dekzandlandschap van de Gelderse Vallei. In de laatste ijstijd, die zo’n 14.000 jaar geleden tot een einde kwam, was de Gelderse Vallei een kale poolwoestijn. De wind voerde zand aan, dat het hele gebied bedekte. Dit zogenoemde dekzand vulde de diepere, vochtige delen van het landschap op en er werden dekzandruggen en

11

Een cultuurlandschap is een landschap dat onder invloed van de mens die het gebied in de afgelopen tienduizend jaar hebben bewoond en gebruikt, is gevormd. In feite geldt dit voor het grondgebied van de hele gemeente, inclusief de natuurgebieden en nieuw ontwikkelde natuur. Deze menselijke invloed zien we terug in de verschillende typen natuurgebieden. Zo onderscheiden we de moerasen soortenrijke graslanden van het voormalige veenlandschap in het Binnenveld, en zijn er de struwelen, plassen en hooi- en graslanden van de uiterwaarden langs de Nederrijn. Dit alles in nauwe samenhang met de watersystemen van de Nederrijn en de Grift. Ook de hogere gronden op de stuwwal, zoals de (landgoed)bossen op de hellingen, staan als natuurgebied hoog aangeschreven.

De inmiddels als monumentaal bestempelde wederopbouwarchitectuur is bepalend voor de sfeer in het centrum van Rhenen.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

We kunnen in de gemeente Rhenen verschillende cultuurlandschappen onderscheiden door te kijken naar thema’s en/of beeldbepalende elementen die belangrijk zijn voor een gebied. Dergelijke ‘cultuurlandschappen’ kunnen elkaar overlappen, afhankelijk van de thema’s die men centraal stelt. In de volgende paragrafen wordt een overzicht gegeven van het cultureel erfgoed van de gemeente Rhenen. Het is ingedeeld naar archeologie, stad en buitengebied. Vervolgens is een onderverdeling gemaakt naar cultuurhistorisch samenhangende deelgebieden en objecten.

Het Militair Ereveld op de Grebbeberg trekt vele bezoekers die zich bewust zijn dat deze plek een belangrijke rol speelde bij het begin van de Tweede Wereldoorlog. Een deel van de archeologie vormt een oud, samenhangend cultuurlandschap: het gebied met grafheuvels en raatakkers, hoog en droog op de stuwwal tussen Rhenen en Amerongen. Ook de ringwalburg op de Heimenberg/Grebbeberg had een duidelijke relatie met het landschap, door de strategische ligging met zicht over het rivierengebied. Naast het landschap kent ook de historische binnenstad verschillende cultuurhistorische tijdlagen. Het meest in het oog springend is de Cuneratoren gelegen aan de voet van de Heuvelrug op een steenworp afstand van de Nederrijn. Deze 83 meter hoge toren markeert het kleine middeleeuwse stadje Rhenen. In de meerdere keren vergrote Cunerakerk werden in de vijftiende en zestiende eeuw grote aantallen pelgrims ontvangen die de relieken van de heilige Cunera bezochten. Deze uitzonderlijk grote middeleeuwse pelgrimskerk moet ooit overladen zijn geweest met hoogwaardige kunstvoorwerpen. Daarvan is het rijk gedeco-

12

reerde zestiende-eeuwse doksaal – de afscheidingswand tussen het koor en het schip van de kerk – bewaard gebleven. Het vestingstadje Rhenen dat in de dertiende eeuw stadsrechten kreeg, werd ooit beschermd door imposante stadsmuren. Een klein deel van de oorspronkelijke vestingmuren aan de voet van de stadsmolen is nog middeleeuws. Andere delen van de stadsmuur werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gereconstrueerd. In de meidagen 1940 werd tijdens de Slag om de Grebbeberg een groot deel van de stadskern onherstelbaar verwoest. In een gecoördineerde bouwcampagne tussen 1940 en 1942 werd de stad opnieuw opgebouwd. De inmiddels als monumentaal bestempelde wederopbouwarchitectuur is bepalend voor de sfeer in het centrum van Rhenen. Ook buiten de stad zijn in het verleden vele zichtbare sporen in het landschap achtergelaten. Heel karakteristiek is de bebouwing met uitzicht over de Nederrijn en de Betuwe langs de weg Utrecht-­ Arnhem op de zuidelijke steilrand van de stuwwal. Aanvankelijk waren het tabaksschuren die hier tussen 1650 en 1900 gebouwd werden tussen de tabaksvelden die hier ooit lagen. Een aantal van deze tabaksboerderijen bleef bewaard. Deze liggen nu te midden van een bebouwingslint dat zich uitstrekt van Elst tot aan de Grebbeberg.

Op de noordelijke helling van de stuwwal zijn langs de Cuneraweg (delen van) de buitenplaatsen Heimerstein, Levendaal, Remmerstein en Prattenburg te zien en te bezoeken. Op diverse plaatsen in de gemeente is ook het militair erfgoed zichtbaar en beleefbaar. Aan de voet van de Grebbeberg, maar ook elders, liggen restanten van militaire verdedigingswerken die ooit behoord hebben tot de Grebbelinie. Het Militair Ereveld op de Grebbeberg trekt vele bezoekers die zich bewust zijn dat deze plek een belangrijke rol speelde bij het begin van de Tweede Wereldoorlog.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Archeologie Grafheuvels en raatakkers Archeologische vondsten tonen aan dat de Utrechtse Heuvelrug bij Rhenen al in de prehistorie bewoond was. Tussen Amerongen en Rhenen liggen grafheuvels en raatakkers uit de bronstijd (2000-800 voor Christus) en ijzertijd (800-0 voor Christus), onder andere bij Plantage Willem iii en Remmerstein. De grafheuvels en raatakkers, hoog op de stuwwal tussen Rhenen en Amerongen, vormen een prehistorisch erfgoed dat nog steeds her-

Een uit Zuid-Duitsland afkomstige bronzen emmer diende als urn voor een vorst die in de zevende eeuw voor Christus begraven werd op de Koerheuvel.

kenbaar is in het huidige landschap. Een concentratie grafheuvels is bijvoorbeeld te vinden op de zuidflank van de Elsterberg. Op diezelfde Elsterberg bevindt zich ook een complex raatakkers (Celtic fields), waar tussen circa 1000 voor en 200 na Christus boeren hun gewassen verbouwden op kleine veldjes van circa 35 bij 35 meter. Tussen de akkers lagen wallen, waarvan de resten ook nu nog te herkennen zijn, soms in het veld, maar vooral op hoogtekaarten. Deelnemers van het project Erfgoed Gezocht hebben op hoogtekaarten (ahn) ontdekt dat er van Elst naar het noorden één heel groot raatakkercomplex over de heuvelrug liep. Landschap Erfgoed Utrecht heeft een wandelroute door dit gebied gemaakt, met een gedetailleerde beschrijving van de aanwezige archeologische objecten.

De aarden burcht op de Grebbeberg is een van de indrukwekkendste archeologische monumenten van ons land.

Grafvondsten Een bijzondere vondst is in 1993 gedaan bij de verbouwing van de watertoren op de Koerheuvel, waar een zogenoemd vorstengraf werd aange­ troffen, een rijk (elite)graf met onder meer een bronzen kokerbijl en fragmenten van een situla, een bronzen emmer. Deze bronzen emmer was als urn gebruikt en is waarschijnlijk afkomstig uit

13

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Zuid-­Duitsland. Daarnaast werden in dit rijke graf uit de zevende eeuw voor Christus onderdelen van een wagen en paardentuig gevonden. De gerestaureerde situla van Rhenen is de op een na grootste uit het gebied van de Nederrijn en is te zien in Stadsmuseum Rhenen. Ook uit de vroege middeleeuwen zijn spectaculaire vondsten gedaan, onder andere bij het archeologisch onderzoek op de Donderberg in 1951 en in 1995. Hier werd het grootste en een van de rijkste vroegmiddeleeuwse (Merovingische) grafvelden van Nederland opgegraven, met elfhonderd graven, waarvan circa driehonderd crematiegraven, en daarnaast nog eens veertien paardengraven. Dit grafveld, dat uit de periode 375-750 dateerde,

bevatte vele grafgiften, zoals kralen, fibulae (kledingspelden), gespen en wapens. De belangrijkste vondsten van dit grafveld bevinden zich in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

De ringwalburg op de Grebbeberg Rhenen telt verder twee middeleeuwse burcht­ terreinen. De oudste is de ringwalburg op de Heimenberg, sinds ongeveer 1900 beter bekend als Grebbeberg. Het voormalige kasteel Ter Horst in Achterberg is van veel latere datum en is in tegenstelling tot de walburg op de Grebbeberg niet zichtbaar in het landschap. De aarden burcht op de Grebbeberg is een van de indrukwekkendste archeologische monumenten van ons land. Het

Het Merovingisch grafveld op de Donderberg werd in 1951 opgegraven. In vele graven werden rijk versierde mantelspelden aangetroffen.

14

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Op de Donderberg werd het grootste en een van de rijkste vroegmiddeleeuwse (Merovingische) grafvelden van Nederland opgegraven. de grachtvullingen terechtgekomen. In de middeleeuwen is de burcht ingrijpend gewijzigd, met andere grachten en ophogingen. De ringwalburg kan zijn gebruikt als verdedigingswerk van de Friezen tegen de Franken, of door lokale heersers. Door de strategische ligging was men in staat handelsroutes te controleren.

Kasteel Ter Horst in Achterberg

Deze vroegmiddeleeuwse grafemmer, met mooi afgewerkt hengsel en uitbundig versierde bevestiging, werd in 2008 opgegraven in Elst, op ’t Woud.

complex bestaat uit een dubbele ringwal met een droge gracht. Uit historische bronnen is niets over dit verdedigingswerk bekend, maar archeologisch onderzoek uit 2001 heeft aangetoond dat het dateert uit de tweede helft van de zevende of begin van de achtste eeuw. Mogelijk was er op deze plek al veel eerder bewoning, want enkele prehistorische voorwerpen die hier lagen zijn met aarde in

15

Aan de Cuneraweg en de Dijk in Achterberg lag kasteel Ter Horst, dat waarschijnlijk in de vroege twaalfde eeuw werd gesticht als grensversterking van het Sticht tegen aanvallen vanuit het oosten. Rhenen had in de middeleeuwen regelmatig te maken met belegeringen door Gelderse en Kleefse troepen. Bisschop Godfried van Rhenen liet de burcht tussen 1156 en 1178 in steen herbouwen. Een deel van de vaste entourage die het kasteel beheerde, woonde langs de Dijk in zogenoemde ‘Dijkershuizen’. Ter Horst is uiteindelijk in 1528 verwoest en vervolgens afgebroken, omdat het inmiddels zijn functie als grenskasteel had ver­loren. Tufsteen van het hoofdgebouw werd toen hergebruikt bij de bouw van kasteel Vredenburg in Utrecht. In 1942 is het kasteelterrein geëgaliseerd. Voorafgaand aan die egalisering vond een opgraving plaats, waarbij delen van een twaalfhoekige bakstenen ringmuur en resten van een tufstenen gebouw werden aangetroffen. Deze ondergrondse resten zijn tegenwoordig beschermd als archeologisch rijksmonument.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

De stad Rhenen

D

e ar cheologische vondsten laten zien dat de bewoning in het gebied rond Rhenen teruggaat tot in de prehistorie. Ook na de Romeinse tijd was er continuïteit, zoals blijkt uit de opgraving van het grote vroegmiddeleeuwse grafveld op de Donderberg. De naam ‘Rhenen’ duikt in de schriftelijke bronnen voor het eerst op in 855 als ‘villa Hreni’. Eeuwen later werd Rhenen als grensplaats aan een belangrijke oost-westroute belangrijk voor de verdediging van het Sticht. De eerste vermeldingen van Rhenen als stad dateren uit 1258. Waarschijnlijk werden de stadsrechten in het midden van de dertiende eeuw door bisschop Hendrik van Vianden verleend. In 1395 volgde een herbevestiging van deze rechten door bisschop Frederik iii van Blankenheim.

voort in een gedenksteen en de straatnaam Frederik van de Paltshof. In de negentiende eeuw werden geleidelijk ook grote delen van de vestingwerken afgebroken en opgeruimd, rond 1840 de poorten en vanaf 1873 ook de vervallen stadsmuren. Daarmee ontstonden er mogelijkheden voor uitbreiding van de stad. De Slag om de Grebbeberg in mei 1940 richtte in het centrum rond de Herenstraat enorme verwoestingen aan. De bevolking was van tevoren geëvacueerd naar West-Nederland. In Rhenen waren 162 woningen door de beschietingen

De deugd Voorzichtigheid kijkend in een spiegel, onder­deel van het doksaal in de Cunerakerk. Zelf­kennis

Gelet op de kwaliteit van het beeldhouwwerk neemt het doksaal in de Cunerakerk in Nederland een unieke positie in.

Na de centralisatie van het landsbestuur door keizer Karel v bleef Rhenen eeuwenlang een rustig garnizoensstadje. In de zeventiende eeuw liet de verdreven koning Frederik v van de Palts in Rhenen zijn zomerresidentie bouwen. Het paleis verrees in 1630-1631 naar ontwerp van de Haagse architect Bartholomeus van Bassen. Dit zogenoemde Konings­huis is in 1812 afgebroken en leeft nog

16

geldt als voorwaarde om deze deugd te vervullen.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Het doksaal van de Cunerakerk is bijna geheel bewaard gebleven. Het zestiende-­eeuwse beeldprogramma was voor kerkgangers en pelgrims uit die tijd goed te begrijpen.

verwoest, en nog eens duizend huizen zwaar beschadigd. De herbouw was in 1942 grotendeels voltooid, maar in de jaren 1944-1945 kwam Rhenen opnieuw in de frontlinie te liggen, die toen door de Rijn werd gevormd. Opnieuw werden vele woningen en dit keer ook de Cunerakerk en -toren verwoest. Na de oorlog was opnieuw een grootschalig wederopbouwprogramma noodzakelijk.

Middeleeuwse en gereconstrueerde stadsmuur Over de aanleg van de verdedigingswerken van de stad Rhenen is uit historische bronnen weinig bekend. Volgens verschillende vijftiende- en zestiende-eeuwse kronieken zou bisschop Jan van Arkel

17

de stad in 1346 op eigen kosten van muren hebben laten voorzien, maar over de vorm ervan is niets overgeleverd. Bij archeologisch onderzoek in 2011 werden – vermoedelijk hergebruikte – bakstenen aangetroffen die volgens luminiscentie­datering in het midden van de veertiende eeuw zijn geproduceerd. Uit latere perioden is bekend dat Rhenen een ommuring had met aan de rivierzijde een natte gracht, de Natte Doelen, en aan de landzijde een droge gracht, de Droge Doelen. Deze muren waren voorzien van drie poorten, de Westpoort, de Rijnpoort en in het oosten de Bergpoort. Rond 1530 kregen de Westpoort en de Bergpoort bolwerken, omdat de opkomst van zware vuur­wapens een andere en zwaardere bescherming vereiste.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

de status van rijksmonument, maar de officiële beschrijving is summier. De adresaanduiding is ‘bij Koningin Elisabethplantsoen 3’, maar de in het Monumentenregister bijgevoegde kaart en de kadastrale gegevens laten zien dat ook de gereconstrueerde stadsmuren aan de zuidoostzijde van de stad als rijksmonument zijn aangemerkt.

Cunerakerk: middeleeuwse pelgrimskerk in een kleine stad Duizenden pelgrims bezochten de relieken van Cunera in Rhenen. Dankzij de gaven die zij achter­lieten werd de kerk vergroot en de Cuneratoren gebouwd.

Het archeologisch onderzoek uit 2011 pal ten noorden van de Bergpoort heeft aangetoond dat ten minste een deel van de ommuring dubbel was uitgevoerd, met een hoofdmuur en een lage muur langs de gracht, die ook als keermuur fungeerde. Op verschillende plaatsen rond de oude kern van Rhenen zijn resten van de stadsmuur te zien. Gerestaureerd, waarbij het muurfragment met ronde toren bij het Koningin Elisabethplantsoen nog het meest origineel is. De muurdelen met torenvoeten aan de zuid- en zuidoostzijde van de stad zijn in de jaren 1941-1942 grotendeels nieuw opgemetseld met oude stenen. Een in 2011 aan de oostzijde van het centrum opgegraven muurfragment is opgenomen in de parkeergarage van Het Rhenense Hof. De resten van de Rhenense stadsmuren hebben

Ook in Rhenen is te verwachten dat zich achter een deel van de vooroorlogse gevels veel oudere panden bevinden, waarvan sommige uit de middeleeuwen kunnen dateren.

18

De eerste kerk in Rhenen bestond al vóór de elfde eeuw. Na 1400 is deze kerk aan Cunera gewijd, omdat men beschikte over de relikwieën van deze heilige, die veel pelgrims trokken. Mede dankzij de inkomsten uit de pelgrimage werd het mogelijk in de kleine stad Rhenen een groot, representatief godshuis te bouwen. Deze nieuwe kerk was nodig om de vele pelgrims te kunnen onderbrengen en werd gedurende de vijftiende eeuw voortdurend uitgebreid en aangepast. Mogelijk waren bouwmeesters die ook aan de Utrechtse Dom werkten betrokken bij de bouw van zowel de kerk als de toren die vanaf 1492 werd toegevoegd en in 1531 gereed kwam. Kerk en toren zijn afzonderlijke rijksmonumenten. De kerk is mede bekend vanwege het zestiende-­ eeuwse doksaal, een van de weinige die in Nederland na de Reformatie bewaard zijn gebleven. In steen uitgevoerde koorafscheidingen die nog geheel of gedeeltelijk op hun oorspronkelijke plaats staan, bevinden zich verder alleen nog in de Sint-­ Joriskerk in Amersfoort en in de voormalige kloosterkerk in Ter Apel. Gelet op de kwaliteit van het beeldhouwwerk, de compleetheid van het iconografisch programma en de directe relatie met de middeleeuwse geschiedenis van de Cunerakerk neemt het Rhenense doksaal in Nederland een unieke positie in.

Tussen 1897 en 1945 stond de kerk en de toren bloot aan achtereenvolgens een blikseminslag en brand van de toren, het afbranden van het kerkdak, het instorten van een van de pijlers en de ver-

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

woestende beschieting van de toren minder dan twee weken voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Cuneratoren werd na een grote brand in 1897 hersteld met een gewijzigde bekroning naar ontwerp van architect Pierre Cuypers (1827-1921), bekend om zijn kerkelijke bouwkunst, restauraties en het Rijksmuseum in Amsterdam. Andere restauraties volgden in 1934, 1936, 1945, tot aan 1974. De jongste restauratie van kerk en toren werd afgerond in december 2017.

Historische stadskern – bebouwing van vóór 1940 Met kasteel Ter Horst was de ommuurde stad Rhenen een belangrijk steunpunt van de bisschop van Utrecht in zijn voortdurende strijd tegen de graven, later hertogen, van Gelre. Na de middeleeuwen is Rhenen een bescheiden stad op een strategische plek gebleven en nooit uitgegroeid tot een belangrijk centrum van handel of bestuur. Enkel de grote kerk – een gevolg van de Cunera­ bedevaart – was voor zo’n kleine stad opmerkelijk.

De Cuneratoren domineert de skyline van Rhenen. Tussen 1897 en 1945 raakten kerk en toren verschillende keren zwaar beschadigd. De jongste restauratie werd in 2017 afgerond.

19

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

De Slag om de Grebbeberg in mei 1940 en de verwoesting van een aanzienlijk deel van de stadskern vormden een keerpunt in de geschiedenis en de ontwikkeling van Rhenen. De Slag om de Grebbeberg in mei 1940 en de verwoesting van een aanzienlijk deel van de stadskern vormden een keerpunt in de geschiedenis en de ontwikkeling van Rhenen. Vooral de omgeving van de Herenstraat en de Frederik van de Paltshof was zwaar getroffen. Na 1940 werd de binnenstad ingrijpend vernieuwd; aansluitend kwamen in de periode van de naoorlogse wederopbouw nieuwe wijken tot stand. Hoewel het stadshart sterk is veranderd door de verwoesting en wederopbouw, is er zowel ten noorden als ten zuiden van de Herenstraat nog een aantal historische huizen bewaard gebleven. Het gaat – met enkele uitzonderingen, zoals het Oude Raadhuis – vooral om panden met negentiende- en vroegtwintigste-eeuwse gevels. In historische binnensteden werden bestaande panden vaker vernieuwd dan geheel vervangen. Ook in Rhenen is te verwachten dat zich achter een deel van de vooroorlogse gevels veel oudere panden bevinden, waarvan sommige uit de middeleeuwen kunnen dateren. Een aanwijzing dat inderdaad oudere bouwsubstantie aanwezig is, biedt het onderzoek naar het inmiddels afgebroken pand Zuidwal 22.

Deze woning met schuur is vóór de sloop in 2014 bouw­ historisch onderzocht, waarbij metselwerk van hergebruikte middeleeuwse baksteen werd aangetroffen. Aangezien er in die periode weinig stenen gebouwen waren, ligt het voor de hand dat het om stenen van de nabijgelegen stadsmuur ging. Omdat het voornamelijk beschadigde stenen betrof, waren deze waarschijnlijk niet afkomstig van de

20

– zorgvuldig uitgevoerde – afbraak van de verdedigingswerken in de negentiende eeuw. Meer voor de hand ligt dat de muren van het pand waren opgetrokken van stenen afkomstig van de verwoestingen door Franse troepen in de jaren 16721673. Daarmee zou het gebouw uit de late zeventiende of vroege achttiende eeuw hebben gedateerd. Onderzoek achter de gevels in de binnenstad zou veel meer informatie over historische panden aan het licht kunnen brengen; informatie die kan worden toegevoegd aan de cultuurhistorische waardenkaart. Tot het vooroorlogse Rhenen behoort niet alleen de stadskern binnen de voormalige vestingwerken, maar ook de vroege stadsuitbreidingen. De eerste uitbreidingen vonden aan de oostzijde plaats, langs en rond de Herenstraat en de Grebbeweg.

Aan de Herenstraat werd tijdens de wederopbouw gebouwd volgens de principes van de Delftse School.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Vooral na de aanleg van de spoorlijn en de bouw van het station in 1886 werden hier villa’s en landhuizen gebouwd. Rhenens Algemene Begraafplaats, buiten de stad aangelegd in 1829, werd zo al snel door de bebouwing ingehaald. Ook ten noorden van de stad werd voor de Tweede Wereldoorlog al gebouwd, onder meer in de omgeving van de Bantuinweg en langs uitvalswegen zoals de Nieuwe Veenendaalseweg. Op deze bebouwing sluiten de nieuwe, naoorlogse wijken aan.

Wederopbouw 1940-1942 en 1946-1953 In de nacht van 9 op 10 mei 1940 begon de Duitse inval in Nederland. De Duitse troepen rukten snel op en naderden op 10 mei via Wageningen de Grebbelinie. Er werd drie dagen zwaar gevochten voor en op de Grebbeberg, die na een mislukte

Rhenen is een typische wederopbouw­stad geworden, waarbij de ideeën en de vormgeving van de Delftse School consequent zijn gevolgd. De aanwijzing van het centrum van Rhenen tot beschermd stadsgezicht onderstreept dit. tegenaanval van de Nederlanders op 13 mei moest worden opgegeven. Op 14 mei trok het Nederlandse leger zich terug achter de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het oostfront van de Vesting Holland. Na het bombardement op Rotterdam en de dreiging van meer bombardementen volgde op 15 mei 1940 de capitulatie.

Kenmerken van deze bouwstijl waren de robuuste schoorstenen, de in steen uitgevoerde dakkapellen en de met roeden verdeelde ramen voorzien van raamluiken.

21

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

In Achterberg werd in 1959 de wederopbouw afgerond met de bouw van een coöperatieve diepvrieskluis.

De Rhenense bevolking, die op 10 mei was geëvacueerd, keerde terug in een zwaar beschadigde en deels verwoeste stad. Door Duitse artillerie­ beschietingen vanaf Wageningen was vooral de omgeving van de Herenstraat en de Frederik van de Paltshof zwaar getroffen. Met de beschietingen van het centrum probeerden de Duitsers vooral de aanvoerroute voor Nederlandse troepen en bevoorrading richting Grebbeberg te blokkeren. De verwoesting was dan ook het grootst rond de oost-westverbinding door de stad. De wederopbouw in de provincie Utrecht kwam in mei 1940 in handen van de Stichting Herstel Utrecht. Haar taak werd vijf maanden later overgenomen door het Centraal Bureau voor de Wederopbouw in de Provincie Utrecht. In Rhenen werd een Bouwbureau Wederopbouw Rhenen gevormd, onder leiding van de Amersfoortse architect J.B. van de Haar, die eerder de plaatselijke Schoonheidscommissie had geleid. In augustus 1940 werd ir. C. Pouderoyen als stedenbouwkundige aangesteld. Zijn stedenbouwkundig plan was geheel in lijn met de ideeën van de traditionalistische architectuur­ stroming van de Delftse School. Belangrijke straten werden verbreed en pleinen werden vergroot,

22

maar tegelijk werd behoud van het historisch gegroeide stadsbeeld nagestreefd. De architecten voor de wederopbouw werden door Pouderoyen geselecteerd. Toen de Duitse bezetter in 1942 een bouwstop afkondigde, was de wederopbouw grotendeels gereed. Na de bevrijding in 1945 was de schade veel minder groot dan in 1940. In de naoorlogse jaren werd deze schade hersteld en tevens werden nog enkele gaten in de nieuwe bebouwing ingevuld. Rhenen is daarmee een typische wederopbouwstad geworden, waarbij de ideeën en de vorm­ geving van de Delftse School consequent zijn gevolgd. De doorgaande Herenstraat en de Frederik van de Paltshof moesten vanwege de verwoestingen grotendeels van nieuwe bebouwing worden voorzien. Daarbij is door individueel ontworpen panden met verschillende gevels getracht de variatie en het beeld van een historisch gegroeide stad te behouden. Om Rhenen weer herkenningspunten en een eigen identiteit te geven, werden verschillende markante gebouwen in het plan opgenomen, zoals een winkelhuis met arcaden en een poortgebouw met bovenwoning. De stedenbouwkundige structuur en het straatbeeld van Rhenen zijn in belangrijke mate bepaald door de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Deze wederopbouwstad is tegenwoordig een van rijkswege beschermd stadsgezicht.

Deze aanwijzing tot beschermd stadsgezicht onderstreept het belang van het stedenbouwkundig concept en de daarbij horende architectuur van de nieuw gebouwde panden. Hoewel deze periode uit historisch en cultuurhistorisch oogpunt van grote betekenis was voor de ontwikkeling van de stad, hebben opmerkelijk genoeg nog slechts weinig individuele objecten uit die tijd een monumentenstatus. Naast individuele panden kent Rhenen ook enkele waardevolle woningbouwcomplexen uit de wederopbouwtijd. Deze liggen aan de Julianastraat, rond de Cunerakerk en in het blok Koningstraat-­ Van Deventerstraat-Weverstraat.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Het buitengebied

R

henen heeft een zeer gevarieerd buitengebied, doordat hier de Utrechtse Heuvelrug, de Gelderse Vallei en het rivierengebied samenkomen. Op de steilrand van de stuwwal worden de nederzettingen verbonden door een lint van bebouwing. In dit gebied, op de zuidhelling van de Heuvelrug, ontstond ook in de zeventiende eeuw de tabaksteelt die tot ver in de negentiende eeuw in Elst en Rhenen de voornaamste agrarische activiteit vormde. Buitenplaatsen werden zowel aan de noord- als aan de zuidzijde van Utrechtse Heuvelrug gebouwd; in het zuiden echter pas nadat de tabaksteelt hier op zijn

retour was. Het landbouwgebied van Achterberg ligt op de overgang naar de Gelderse Vallei. De Grebbeberg – waar Heuvelrug, Vallei en rivierengebied samenkomen – was met zijn strategische situering en spectaculaire uitzichten eeuwenlang van militair belang. Diezelfde bijzondere ligging trekt sinds de negentiende eeuw ook veel toeristen naar deze plek.

De fraaie ligging en natuur in combinatie met het aanbod van cultuurhistorie en gastronomie, zorgt dat veel dagjesmensen een bezoek brengen aan Rhenen.

23

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Vanaf de kerk van Elst ligt er tot aan de Grebbeberg een lang lint van soms markante bewoning op de steilrand van de stuwwal.

Bewoningslint op de steilrand van de stuwwal Rhenen is gesitueerd aan de noordoever van de Nederrijn, tegen de hoogten van de Utrechtse Heuvelrug. Langs de zuidhelling van de stuwwal liggen behalve de stad ook de buurschap Remmerden – met tegenwoordig een industrieterrein – en het dorp Elst. Rhenen, de enige stad op de Heuvelrug, kende een bebouwing met een gemengd stedelijk en landelijk karakter. Binnen de stadsmuren bevonden zich huizen, kerken, een klooster, een molen, scholen, een tolhuis, een waag, een vismarkt, een stadhuis en zelfs een paleis, de in 1630-1631 gebouwde zomerresidentie van Frederik v van de Palts. Maar er waren ook talrijke stadsboerderijen, hooibergen en kleinscha-

24

lige bedrijfsgebouwen. Door de verslechterende economie in de achttiende eeuw en negentiende eeuw en vooral door de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog is veel van de historische bebouwing in de stadskern verdwenen. De bebouwing die deel uitmaakt van het bewoningslint langs de stuwwal had vooral een landelijk karakter. Hier vinden we veel historische boerderijen en bijvoorbeeld ook de molen van Elst. In het dorp Elst staan daarnaast enkele boerderijen met bijzonder rijk uitgevoerde neoclassicistische voorhuizen uit de achttiende en negentiende eeuw. De boerderijen en schuren van de tabaksteelt, waaraan een afzonderlijke paragraaf is gewijd, zijn eveneens karakteristiek voor dit gebied. In de negentiende en twintigste eeuw raakte de

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Aan de noordkant van de stuwwal ontstond op de minder steile helling van de Utrechtse Heuvelrug een aantal buitenplaatsen, waaronder Prattenburg.

zuidrand van de Heuvelrug steeds meer in trek voor de bouw van villa’s en landhuizen, en later ook minder rijke woonhuizen. Zo ontstond van Elst tot aan de Grebbeberg steeds meer lintbebouwing. In dit bebouwingslint langs de stuwwal zijn beslist nog een aantal bouw- en cultuurhistorisch waardevolle voorbeelden van (landelijke) bouwkunst aanwezig die in aanmerking kunnen komen voor een gemeentelijke monumentenstatus.

Buitenplaatsen op de helling van de Heuvelrug In de omgeving van de stad Rhenen was het eerdergenoemde Ter Horst bij Achterberg het belangrijkste kasteel. Nadat het wereldlijk gezag in 1528 in het Sticht was overgedragen aan Karel v,

25

werd deze burcht in de zestiende eeuw afgebroken. De vestingfunctie kwam nu toe aan de stad Rhenen, waarbij de verdedigingswerken in die periode werden gemoderniseerd. Naast dit bij uitstek militaire kasteel waren er ook representatieve huizen en buitens van de lokale en regionale elite. Langs de noordelijke rand van de Utrechtse Heuvelrug lagen bij Rhenen verschillende agrarische landgoederen, verbonden met een al dan niet versterkt (laat)middeleeuws huis of een hoeve. De kleine woontoren Stuivenes in Achterberg is daarvan een bewaard gebleven voorbeeld. Op de andere landgoederen, Prattenburg, Remmerstein, Levendaal en Heimerstein, werden later buitenplaatsen gesticht. De afkeer van de stad met zijn stank en ziekten en het veranderende natuurideaal

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

leidden in de zeventiende en achttiende eeuw tot een toenemende belangstelling voor het ‘buiten’ wonen. Inwoners van steden als Amsterdam en Utrecht verbleven in de zomer op buitens op de Utrechtse Heuvelrug. De landgoederen Prattenburg, Remmerstein, Levendaal en Heimerstein werden gesticht op de overgangszone van de vallei naar de stuwwal. Precies op de grens van hoog en laag werden de huizen gebouwd waar de landgoedeigenaren met name in de zomer verbleven. De parkaanleg van deze buitens werd vooral op de helling van de stuwwal gerealiseerd, om de lager gelegen landbouwgronden te sparen. Het huis Levendaal is rond 1820 afgebroken. Op het enigszins verhoogd liggende voormalige kasteelterrein staat een oude lindeboom, die tot ver

buiten Rhenen bekend staat als de duizendjarige linde. Terwijl het huis Levendaal is verdwenen, kregen de andere buitenplaatsen langs de rand van de stuwwal in de negentiende en de twintigste eeuw een nieuwe impuls. Het kleine, eenvoudige huis Prattenburg werd in 1887 vervangen door een gebouw met een kasteelachtige allure. Remmerstein werd in 1912 vervangen door een landhuis hoger tegen de stuwwal, te midden van de oude lanenstructuur en met uitzicht over de Gelderse Vallei. Het huis Heimerstein, onderaan de Grebbeberg, bleef op zijn oorspronkelijk locatie voort­ bestaan, totdat het in de Tweede Wereldoorlog door Duitse troepen in brand werd gestoken en verwoest. Eenmaal herbouwd vormt het huis het middelpunt van een omvangrijk zorgcomplex. Bij de in het begin van de twintigste eeuw gestich-

Op het Hoornwerk, ooit aangelegd om de Grebbesluis te beschermen, werd een kazemat gebouwd om in mei 1940 de Duitse inval te weerstaan.

26

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

De Grebbeberg – waar Heuvelrug, Vallei en rivierengebied samenkomen – was met zijn strategische situering en spectaculaire uitzichten eeuwenlang van militair belang. Diezelfde bijzondere ligging trekt sinds de negentiende eeuw ook veel toeristen naar deze plek.

De oorspronkelijk vrijstaande stenen kamer Stuivenes aan de Cuneraweg in Achterberg dateert uit de vijftiende of zestiende eeuw. Ontstaan uit een boerderij is deze lage torenvormige uitbouw een van de rijksmonumenten die Rhenen rijk is.

te buitenplaatsen De Tangh en De Hught ging het om landhuizen met een representatieve tuin- en parkaanleg. Deze door grondaankopen nieuw gevormde goederen hadden geen agrarische oorsprong. De stichters van deze buitens waren niet geïnteresseerd in landbouwgronden, maar kozen voor terreinen met de beste uitzichten over de Nederrijn en – gelegen boven de Utrechtsestraatweg – een representatieve situering. Het thema ‘buitenplaatsen’ is getalsmatig sterk vertegenwoordigd in het Rhenense monumentenbestand. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft Remmerstein en Prattenburg als historische buitenplaatsen een beschermde status gegeven, waarbij telkens zowel het complex als een groot

27

aantal afzonderlijke objecten op het terrein tot rijksmonumenten zijn aangewezen. Zo genieten bij Prattenburg niet alleen de eigenlijke buitenplaats maar ook een aantal bij het landgoed horende boerderijen met bijgebouwen bescherming. Van Heimerstein, waar het landhuis in de Tweede Wereldoorlog is verwoest, is alleen de ijskelder beschermd. In het geval van Remmerstein zijn vrijwel alle gebouwde objecten op de rijkslijst opgenomen en valt alleen het huis Klein Remmerstein buiten het beschermde complex, al is dit huis een gemeentelijk monument. De beide jonge buitenplaatsen op de zuidhelling van de Heuvelrug hebben geen monumentenstatus.

Tabaksschuren rond Elst, Remmerden en Rhenen De tabaksplant werd in Europa geïntroduceerd nadat ontdekkingsreizigers in 1492 in Amerika waren geweest. In Nederland werd het gewas populair in de zestiende eeuw en was er met de groeiende welvaart in Holland en Zeeland een toenemende vraag naar genotmiddelen. Amsterdamse kooplieden namen begin zeventiende eeuw het initiatief voor tabaksteelt bij Amersfoort en Nijkerk. Maar ook op het zuidelijke deel van de Utrechtse Heuvelrug heeft de tabaksteelt eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld. In 1645 kocht de kasteelheer van Amerongen een stuk grond voor het verbouwen van dit nieuwe gewas. De zonnige,

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

De tabaksteelt was eeuwenlang de belangrijkste agrarische activiteit in Elst, Remmerden en Rhenen. Deze tabaksschuur aan de Utrechtsestraatweg herinnert daar nog aan.

op het zuiden gerichte hellingen van de Utrechtse Heuvelrug bleken zich goed te lenen voor de tabaksplanten en in de zeventiende en achttiende eeuw breidde de teelt zich uit naar de omgeving van Elst, Remmerden en Rhenen. Tabaksvelden bestonden uit kleine percelen, omzoomd door hagen ter bescherming tegen de wind. Ook werden wel heggen van gevlochten hakhout met klimbonen toegepast. Over de tabaksteelt in Rhenen zijn geen cijfers uit de vroegste periode bekend. Waarschijnlijk begon de teelt rond 1650 en groeide deze tot 1720, waarna de omvang stabiel bleef. In 1812 werd 109 hectare ingeplant. Midden negentiende eeuw moet er een sterke groei zijn geweest, met onder meer de ontginning van Plantage Willem iii in 1853. Rond 1870 stagneerde de groei, maar met 171 hectare was er nog veel tabaksteelt rond Rhenen. De concurrentie van betere kwaliteit tabak uit Amerika en Nederlands-­

28

Indië leidde ertoe dat de Nederlandse tabak steeds meer van de markt verdrongen werd. Bij Amersfoort was de tabaksteelt rond 1880 al grotendeels verdwenen, maar bij Rhenen op de Utrechtse Heuvelrug stond in 1887 nog 160 hectare tabak. In de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw werden nog nieuwe tabaksschuren gebouwd. Vanaf 1890 zette echter ook hier de daling in, naar nog slechts 93 hectare in 1909. Steeds meer tabakkers schakelden over op tuinbouw en fruitteelt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een kleine herleving van de tabaksteelt door het wegvallen van de import. Een laatste opleving was er in 1948-1949, toen de invoer van overzeese tabak moeilijk verliep. In Rhenen, Elst en Amerongen was er toen 56 hectare tabaksland over. Daarna nam de teelt snel af, vooral nadat de valse meeldauw rond 1960 veel planten besmette. In 1970 kwam er een einde aan de tabaksteelt.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

De Laarsenberg kent een uniek systeem van graften. Elk van de percelen vormt een terras dat wordt begrensd door een steil veelal begroeid talud.

Tabaksschuren en -boerderijen waren er in Nederland in verschillende typen. Op de zuidelijke Utrechtse Heuvelrug en de Veluwezoom werden in de negentiende eeuw, en mogelijk ook al in de achttiende eeuw driebeukige tabaksschuren met lage zijwanden gebouwd. De gevels werden veelal bekleed met gepotdekselde (horizontaal overlappende) planken en voorzien van hangende, opklapbare luiken voor de ventilatie. Voorbeelden hiervan zijn te zien aan de Vissersweg en de Houweg in Elst. Verticale gevelplanken kwamen echter ook voor, zoals bij de tabaksboerderij aan de Stokweg 1. In de kopwanden werden vleugeldeuren aangebracht en vaak ook enkele luiken. De tabak werd aan spijlen geregen en in de schuur gedroogd aan hanken, houten latwerken die aan de gebinten waren bevestigd. In de gemeente Rhenen hebben verschillende tabaksboerderijen en -schuren reeds de status van

29

rijks- of gemeentelijk monument. Een deel daarvan is verbouwd en het rijksmonument Rijksstraatweg 234 in Elst is na brand grotendeels herbouwd.

Achterberg: kleinschalige landbouw in een hechte gemeenschap Het dorp Achterberg ligt in het agrarische gebied ten noordoosten van Rhenen en telt tegenwoordig circa vierduizend inwoners. Het buitengebied heeft geen vastgelegde grenzen, maar strekt zich ongeveer uit van de Blauwe Kamer in het zuid­ oosten tot Prattenburg in het noordwesten. Aan de oostkant vormen de Grift en Veenendaal de begrenzing en aan de zuidwestzijde de bossen van de Utrechtse Heuvelrug en de Grebbeberg. Uit archeologische vondsten blijkt dat het gebied al vroeg bewoond was. Ten westen van het dorp is een vroegmiddeleeuws grafveld aangetroffen. De vroegste bewoners waren boeren die zich vestig-

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

De schooljeugd van Rhenen is aanwezig bij de

Op het Militair Ereveld Grebbeberg liggen ruim

herbegrafenis van een militair die tijdens de Duitse

800 militairen van wie er meer dan 400 sneuvelden

inval in mei 1940 was gesneuveld.

bij de Slag om de Grebbeberg.

den op de grens van heide, bossen en bouwland enerzijds en anderzijds het veen. Zo ontstond een kilometerslang bewoningslint langs de route die later Cuneraweg zou gaan heten. Bisschop Godfried van Rhenen liet tussen 1156 en 1178 op een hoge plek in het veen kasteel Ter Horst bouwen. De burcht moest het Sticht beschermen tegen invallen door de graaf van Gelre. Van het kasteel liep een weg over een hoge strook grond naar de Cuneraweg. Langs deze weg, De Dijk, vestigde zich personeel van het kasteel en andere Achterbergers. Zo ontstond geleidelijk de huidige kern van Achterberg. Het kasteel werd in 1528 verwoest en nog in hetzelfde jaar besloot Karel v tot de afbraak. De vrijkomende stenen

In het bebouwingslint langs de stuwwal zijn beslist nog een aantal bouw- en cultuurhistorisch waardevolle voorbeelden van (landelijke) bouwkunst aanwezig die in aanmerking kunnen komen voor een gemeentelijke monumentenstatus.

30

werden voor kasteel Vredenburg in Utrecht gebruikt. Het kasteelterrein is tegenwoordig een archeologisch rijksmonument. Het dorp is geleidelijk uitgegroeid tot een langgerekte lintbebouwing vanaf de Grebbe tot Prattenburg. Vanaf de vijftiende eeuw werd het veen geleidelijk afgegraven. Zo ontstond een drassig gebied dat nu nog bekendstaat als de Achterbergse Hooilanden. De schrale zandgronden, het gebrek aan mest en de slechte afwatering waren lange tijd een belemmering voor de ontwikkeling van de landbouw. Economische oorzaken en de conservatieve instelling van de boeren hielden de vernieuwing tegen. Via landbouwonderwijs werd vanaf 1911 getracht de bedrijfsvoering te moderniseren, maar de eerste decennia van de twintigste eeuw werd nog weinig vooruitgang geboekt. Als neveneffect van de mobilisatie in 1939-1940 trad een eerste vernieuwing op. Boerenzoons uit het oosten van het land die in Achterberg waren gelegerd introduceerden nieuwe ideeën. Ook na de verwoestingen van mei 1940 volgde vernieuwing: er vond een ruilverkaveling plaats en er werden nieuwe, efficiënt ingerichte boerderijen gebouwd. De meeste boerderijen uit deze periode zijn te herkennen aan een

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

gevelsteen met een uit vlammen herrijzende leeuw en het jaartal 1940. In 1947 werd in Achterberg de Lagere Landbouw School opgericht. Vanaf 1956 hield de Commissie Streekbelangen Zuidoost-­ Utrecht zich met de modernisering van de landbouw bezig. Achterberg telt nog altijd verschillende cultuurhistorisch waardevolle boerderijen. Het gaat daarbij zowel om agrarisch erfgoed uit de periode vóór 1940 als om boerderijen uit de wederopbouwtijd. Alleen de oudste boerderijen en enkele andere waardevolle objecten zoals de woontoren Stuivenes en de Hervormde Kerk hebben een monumentenstatus. De voor het dorp kenmerkende fase van de wederopbouw en landbouwvernieuwing is echter niet vertegenwoordigd. Dit geldt ook voor de diepvrieskluis van de Coöperatieve Diepvriesvereniging Achterberg uit 1959, een uniek gebouw uit de tijd van de landbouwvernieuwing.

Grebbeberg en dierenpark: toerisme in Rhenen Rhenen was tot in het derde kwart van de negentiende eeuw aangewezen op traditionele middelen van vervoer. De stad was opgenomen in het net van postkoetsverbindingen en diligences. In 1886 werd de spoorlijn Amersfoort-Kesteren geopend. De lijn zou onderdeel worden van de nieuwe internationale verbinding tussen Amsterdam en Duitsland. Het spoor verbeterde niet alleen de mogelijkheden om te reizen voor de Rhenenaren, maar bracht ook toeristen naar de stad. Het toe­ nemende toerisme was voor de Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer ‘Cunera’ aanleiding om excursies naar de Grebbeberg te organiseren. Op 23 juli 1890 reed zelfs een speciale excursietrein met 84 gasten om het fraaie landschap van de Grebbe te bezoeken. Omdat er toen nog nauwelijks bos was, had men vanaf de berg uitzicht in alle richtingen. Uit de tijd van de aanleg van de spoorlijn zijn verschillende gebouwen bewaard gebleven: drie viaducten, die de status van

31

rijksmonument hebben, en twee baanwachtershuisjes. In 1919 kocht de uit Rotterdam afkomstige Cornelis Ouwehand een stuk grond op de Grebbeberg. Hij had in Rhenen enkele jaren een sigarenfabriek gehad, maar wilde zich gaan richten op het fokken van kippen en eenden. Ook begon hij een voederfabriek, eerst voor eigen gebruik maar al snel tevens voor de handel. Voor zijn (potentiële) klanten organiseerde hij uitstapjes naar Rhenen, maar al gauw bleek dat de bezoekers meer belangstelling hadden voor de dieren dan voor zijn fabriek.

De Grebbeberg en Ouwehands Dierenpark zijn voor een belangrijk deel bepalend waar het gaat om de naamsbekendheid van Rhenen in ons land.

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

Het thema ‘buitenplaatsen’ is getalsmatig sterk vertegenwoordigd in het Rhenense monumentenbestand. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft Remmerstein en Prattenburg als historische buitenplaatsen een beschermde status gegeven.

Daarom besloot hij zijn kippenboerderij aantrekkelijker te maken door allerlei exotische dieren toe te voegen. Het begon met vogels en konijnen, gevolgd door een aap, een beer en steeds meer andere dieren.

Tijdens de economische crisis die in 1929 begon, daalde de omzet. Ouwehand verkocht de fabriek aan zijn compagnon, die het bedrijf elders voortzette. Het hoenderpark werd omgezet in een dierentuin, Ouwehands Dierenpark, die op 18 juni 1932 werd geopend. Het dierenpark ontwikkelde zich in korte tijd tot de bekendste toeristische attractie van Rhenen en trok bezoekers uit het hele land. De gebouwen hadden zwaar te lijden onder de Slag om de Grebbeberg, maar het complex werd nog tijdens de oorlog hersteld en heropend. Verschillende gebouwen uit die tijd zijn bewaard gebleven en bepalen nog steeds het aanzien van Ouwehands Dierenpark langs de Grebbeweg. Het groeiende toerisme in Rhenen leidde in de negentiende en twintigste eeuw tot de stichting van verschillende hotels en pensions. Tot 1940 lag

De Slag om de Grebbeberg is onlosmakelijk verbonden met de Duitse inval in mei 1940. Hier de gereconstrueerde Nederlandse loopgraven van de stoplijn.

32

erfgoedvisie rhenen

Het erfgoed van Rhenen

nabij de Grebbesluis het hotel De Grebbe, dat bij de strijd in 1940 werd verwoest. De hotelhouder huurde daarna de fraai tegen de helling van de Grebbeberg gesitueerde villa van de steenfabrikantenfamilie Leccius de Ridder. Dit pand werd bekend als hotel Grebbeoord, dat tot 1973 onder deze naam heeft bestaan. Het beeldbepalende gebouw is na een brand in 2014 hersteld.

Ouwehands Dierenpark had zwaar te lijden onder de Slag om de Grebbeberg. Het complex werd nog tijdens de oorlog hersteld en heropend. Verschillende gebouwen uit die tijd zijn bewaard gebleven en bepalen nog steeds het

Aan de voet van de Grebbeberg: militair erfgoed In 1672 werd Nederland door Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen aangevallen. In dit Rampjaar werd de provincie Utrecht bezet, maar lukte het nog juist op tijd Holland veilig te stellen door het gebied tussen Muiden en Gorinchem onder water te zetten. Het werd in 1672 pijnlijk duidelijk dat de verdediging tegen aanvallen vanuit het oosten onvoldoende was. In 1744 begon het werk aan de Grebbelinie, die een buffer vormde tussen de IJssel en de Hollandse Waterlinie. Door de groeiende internationale spanningen in de jaren dertig van de twintigste eeuw kreeg de eigenlijk al afgeschreven Grebbelinie opnieuw een belangrijke functie. Met loopgraven, kazematten en andere verdedigingswerken werd de achttiende-eeuwse linie aangepast aan de moderne oorlogsvoering. Het hoornwerk aan de Grebbe had vanouds een belangrijke functie ter bescherming van de weg tussen Wageningen en Rhenen. Deze weg over de Grebbedijk vormde eeuwenlang de belangrijkste oost-westverbinding in een verder drassige streek. In 1940 was de weg over de dijk allang vervangen door een rechtstreekse weg door de Nude, de buurschap op de grens van Gelderland en Utrecht. Ook deze nieuwe weg kon bij het hoornwerk worden versperd met onder meer staalkabels. Het bomvrije gemaal bij de Grebbe was nog niet gereed, waardoor het niet mogelijk was het gebied tussen Rhenen en Wageningen

33

aanzien van Ouwehands Dierenpark langs de Grebbeweg.

onder water te zetten. Daarom werden in de Nude voorposten met loopgraven aangelegd. In de meidagen van 1940 kreeg de linie een sleutelrol. Van 10 tot en met 13 mei werd er zwaar gevochten en de Slag om de Grebbeberg leidde tot zware verwoestingen in de steden aan beide zijden van de linie: Wageningen, dat door de Duitsers was ingenomen, en Rhenen waar de Nederlanders dagenlang wisten stand te houden. Na de Nederlandse capitulatie werd op de Grebbeberg een militaire begraafplaats ingericht, aanvankelijk voor zowel Nederlandse als Duitse militairen. Hieruit is het Militair Ereveld op de Grebbeberg voortgekomen. De Duitse graven werden later verplaatst naar de in 1946 aangelegde Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn in Limburg. In 1951 werd de Grebbelinie als verdedigingswerk opgeheven. De werken kwamen in beheer van de provincie Utrecht. Tal van onderdelen van de linie zijn sindsdien hersteld en gerestaureerd. Dit heeft geresulteerd in een uniek cultuurhistorisch verdedigingswerk in het landschap. Het hoornwerk aan de Grebbe, de drie naastgelegen bastions en diverse kazematten hebben de rijksmonumentenstatus. Het Militair Ereveld op de Grebbeberg heeft geen monumentenstatus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13060830/1