Bijlage 1 Eindrapport rechtmatigheid Jeugdwet
Tekst van het document
Inventarisatie van wettelijke verplichtingen binnen de gemeente Rhenen RECHTMATIGHEID JEUGDWET
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................. 3
1.1
Fouten en fraude binnen de Jeugdwet..................................................................... 3
1.2
Aanleiding ......................................................................................................... 3
1.3
Doelstelling van dit rapport ................................................................................... 3
1.4
Leeswijzer ......................................................................................................... 3
2.
Wettelijke verplichtingen Jeugdwet ..................................................................... 5
2.1
Verantwoordelijkheid voor toezicht op de Jeugdwet.......................................... 5
2.1.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 5
2.1.2
Deelconclusie .................................................................................................. 6
2.2 Calamiteiten melden............................................................................................ 7 2.2.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 7
2.2.2
Deelconclusie .................................................................................................. 7
2.3
Beleidsplan ...................................................................................................... 7
2.3.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 7
2.3.2
Deelconclusie .................................................................................................. 8
2.4
Verordening ..................................................................................................... 8
2.4.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 8
2.4.2
Deelconclusie .................................................................................................. 8
2.5
Periodieke heronderzoeken .............................................................................. 9
2.5.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................... 9
2.5.2
Deelconclusie .................................................................................................. 9
2.6 Actief informeren ................................................................................................ 9 2.6.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................. 10
2.6.2
Deelconclusie ................................................................................................ 10
2.7 Terugvordering ................................................................................................. 10 2.7.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................. 10
2.7.2
Deelconclusie ................................................................................................ 11
2.8 Gegevensuitwisseling ........................................................................................ 11 2.8.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................. 11
2.8.2
Deelconclusie ................................................................................................ 11
2.9
Privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak ................... 11
2.9.1
Invulling gemeente Rhenen ............................................................................. 12
2.9.2
Deelconclusie ................................................................................................ 12
3.
Conclusie .......................................................................................................... 13
3.1
Toezicht .......................................................................................................... 13
3.2
Calamiteiten melden .......................................................................................... 14
3.3
Beleidsplan ...................................................................................................... 14
3.4
Verordening ..................................................................................................... 15
1
3.5
Periodieke heronderzoeken ................................................................................. 15
3.6
Actief informeren .............................................................................................. 15
3.7
Terugvordering ................................................................................................. 15
3.8
Gegevensuitwisseling......................................................................................... 16
3.9
Privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak .............................. 16
4.
Vervolgprocedure .............................................................................................. 17
2
1. Inleiding
1.1 Fouten en fraude binnen de Jeugdwet Signalen van onrechtmatigheid kunnen voorkomen tijdens het hele proces: vanaf de melding/aanvraag van de ondersteuning of jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet tot aan het uitbetalen van een factuur of pgb (Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet, VNG). Dit rapport richt zich op de wettelijke verplichtingen aangaande de rechtmatigheid (doelmatig en doeltreffend) binnen de Jeugdwet en de huidige situatie binnen gemeente Rhenen. Het overzicht van wettelijke verplichtingen is opgesteld met behulp van het juridisch kader, uit de handreiking ‘Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet’ van de VNG. Naast dit juridisch kader zijn er onderdelen uit de Jeugdwet gehaald die van toepassing zijn op het toezicht op de rechtmatigheid. Dit vanuit inzichten uit verschillende handreikingen van de VNG. De informatie voor de kopjes ‘invulling binnen gemeente Rhenen’ is gehaald uit gesprekken, de verordening Jeugdhulp 2022 en interne documentatie: Overzicht controle Knooppunt Jeugdhulpregio Foodvalley, Deelovereenkomsten Jeugd FoodValley, Beschikking Jeugdhulp gemeente Rhenen, Advies Verordening Jeugdhulp van Adviesraad. 1.2 Aanleiding De aanleiding tot de inventarisatie van wettelijke verplichtingen aangaande toezicht en handhaving in de Jeugdwet is de opgestelde informatienota van 12 oktober 2021.
In deze informatienota is het college geïnformeerd over het onderzoek naar de inrichting en organisatie van het toezicht op de Wmo en Jeugdwet voor zover dit wettelijk bij de gemeente is ondergebracht. In de informatienota werd aangegeven dat gemeente Rhenen sinds 1 januari 2015 niet geheel aan de wettelijke verplichtingen in het kader van toezicht en handhaving Wmo 2015 en Jeugdwet voldoet. Om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de gemeente voldoet aan de wettelijke verplichtingen dient er onderzocht te worden wat de gemeente nu doet en of dit voldoet aan de wettelijke verplichtingen. 1.3 Doelstelling van dit rapport Dit rapport geeft de huidige situatie weer en de gewenste situatie om te kunnen voldoen aan de (minimale) wettelijke eisen van de Jeugdwet voor wat betreft toezicht en handhaving (rechtmatig, doeltreffend en doelmatig). De ontwikkeling van het handhavingskader komt terug in de Visie op het Sociaal Domein. Dit rapport bevat: 1. Een overzicht van de wettelijke verplichtingen op grond van de Jeugdwet 2. Inzicht in hoeverre wordt voldaan aan deze wettelijke verplichtingen 3. Een overzicht van wat er nog moet gebeuren om de basis op orde te krijgen en een prioritering van deze werkzaamheden. 1.4 Leeswijzer De wettelijke verplichtingen worden in de hoofdstukken beschreven.
Er volgen deelparagrafen waarin de invulling binnen gemeente Rhenen en de deelconclusie worden beschreven. Dit wordt vervolgd door een conclusie. Tot slot volgt er een prioritering van werkzaamheden. Fouten en fraude zijn in één term samen te vatten als onrechtmatigheden. Fouten: Regels onbedoeld overtreden door onduidelijkheden en vergissingen. 3
Fraude: Opzettelijk en doelbewust in strijd met regels handelen met het oog op eigen of andermans (financieel) gewin (Rijksoverheid, 2018).
4
2. Wettelijke verplichtingen Jeugdwet In dit hoofdstuk worden de wettelijke verplichtingen aangaande het toezicht op rechtmatigheid weergeven. De wettelijke verplichtingen worden weergegeven per paragraaf. In de deelparagraaf wordt de huidige situatie toegelicht per wettelijke verplichting. Tot slot volgt er een deelconclusie. Het signaleren en voorkomen van onrechtmatigheid speelt in het hele proces van aanvraag tot facturatie. 2.1 Verantwoordelijkheid voor toezicht op de Jeugdwet In de Jeugdwet is geregeld dat het Toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd (TSD/STJ) landelijk toezicht houdt op de naleving van de kwaliteit (artikel 9.1 Jeugdwet). De Jeugdwet kent geen verplichting om een toezichthouder aan te stellen, maar sluit dit ook niet uit. Voor het toezicht op de rechtmatigheid kunnen gemeenten zelf een toezichthouder aanstellen. In de verordening kunnen ze hiervoor een grondslag opnemen. De ministeriele regeling Jeugdwet, die op 16 augustus 2016 in werking trad, geeft gemeenten meer armslag voor onder meer materiële controle en fraudebestrijding binnen de Jeugdwet. Artikel 7.4.0 Jeugdwet maakt het mogelijk dat jeugdhulpaanbieders gegevens dienen te verstrekken aan de gemeente over controle en fraudeonderzoek. De VNG stelt: ‘Zonder toezichthouder kun je geen onderzoek uitvoeren.
De informatie in het onderzoek moet immers op een juiste wijze worden verzameld, om uiteindelijk bij de rechter stand te kunnen houden (VNG, VNG over debat zorgfraude 3 februari, 2022)’. Gemeenten hebben, ondanks het feit dat een toezichthouder niet verplicht is, wel degelijk een rol bij het toezien op en het controleren van de kwaliteit. In de processen van contractering, samenwerking, afstemming en monitoring komen signalen naar voren over de kwaliteit van de te leveren/geleverde zorg. Deze signalen moeten worden doorgegeven aan de TSD/ STJ of aan het keten breed functionerende Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ). De gemeente is dus niet verantwoordelijk voor het kwaliteitstoezicht. De gemeente is wel verantwoordelijk voor het rechtmatigheidstoezicht van de Jeugdwet, aangezien zij in een verordening regels moet vastleggen om fouten en fraude te voorkomen. De gemeente moet zelf de door aanbieders ingediende declaraties formeel (laten) controleren alvorens ze te betalen (Wettelijke kaders toezicht Wmo 2015 en Jeugdwet, VNG, 2019).
2.1.1
Invulling gemeente Rhenen
Signalen worden gemeld en verwerkt in het systeem VendorLink. VendorLink is het digitale contractmanagementsysteem Jeugdhulpregio FoodValley. Jeugdhulpaanbieders hebben toegang tot dit systeem. Wanneer een aanbieder niet voldoet aan de kwaliteitseisen wordt dit doorgegeven aan het TSD/STJ. Aangaande het controleren van de rechtmatig- en doelmatigheid ligt een groot deel bij Knooppunt Foodvalley. Knooppunt Foodvalley controleert structureel de volgende processen - Proces toetreding nieuwe aanbieders tot inkoopnetwerk; - Controle Procesovereenkomst; - Controle Deelovereenkomst; - Controle Light-overeenkomsten; - Controle lopende contracten; - Controle bij facturatie; - Controle jaarrekeningen aanbieders.
5
Naast de formele controles beschikken de regiogemeenten van FoodValley ook over de mogelijkheid van materiële controle. Dit betreft het onderzoek waarbij het college of een door het college aangewezen persoon nagaat of de gedeclareerde prestatie feitelijk is geleverd en of die prestatie daadwerkelijk aansluit bij een door of namens het college afgegeven beschikking. Deze materiële controle is gebonden aan strikte wettelijke bepalingen. Deze controle is mogelijk, maar wordt niet uitgevoerd door (administratieve) medewerkers van het Knooppunt. Dit gezien de aard van de daartoe te controleren gegevens (waaronder mogelijk persoonsgegevens). Binnen gemeente Rhenen wordt de materiële controle uitgevoerd door de Interne Controllers. De Interne Controllers per kwartaal, steekproefsgewijs circa drie jeugddossiers van de gemeente Rhenen. De kwaliteitsmedewerker Jeugd controleert dossiers n.a.v. het ontvangen van signalen. Knooppunt FoodValley controleert of de beschikking klopt met de code. Daarnaast controleren zij de facturen. Tevens ontvangen zij signalen vanuit de systemen VendorLink en het iJw Berichtenverkeer. Het Knooppunt ontvangt o.a. een melding als er teveel zorg ingezet wordt. Dit geven zij door aan de betrokken jeugdteammedewerker van het gezin. Er wordt dan contact opgenomen met de betrokken jeugdige en ouders.
De business controller, data-analist en strategisch adviseur controleren vanuit gemeente Rhenen regelmatig het systeem op uitgaven en de stand van zaken in de individuele budgetten. Hier is geen periodieke controle voor afgesproken. Het systeem VendorLink laat toe dat alle FoodValley gemeenten meldingen kunnen doen in het systeem. Deze meldingen worden meegenomen in het eerstvolgende gesprek met de jongere, ouders of aanbieder. De toezichthoudende taak op rechtmatigheid binnen de Jeugdwet is binnen de gemeente niet specifiek belegd. Het toezicht op rechtmatigheid wordt in de verschillende processen van inkoop, contractering, aanvraag, herindicatie en uitbetaling meegenomen. Er is geen handhavingsbeleid- en kader aanwezig aangaande de rechtmatigheid. Er is geen formeel meldpunt voor signalen van fouten en fraude voor inwoners. 2.1.2
Deelconclusie
De formele controle wordt uitgevoerd door Knooppunt Foodvalley. Het proces van inkoop tot en met facturatie wordt gecontroleerd binnen de afspraken met de jeugdhulpaanbieders. De materiële controle wordt uitgevoerd door de Interne Controllers en de kwaliteitsmedewerker Jeugd. De Interne Controllers doen dit voor de regiogemeenten FoodValley, waaronder gemeente Rhenen. De gemeente is wel verantwoordelijk voor het rechtmatigheidstoezicht van de Jeugdwet, aangezien zij in een verordening regels moet vastleggen om fouten en fraude te voorkomen. Het houden van toezicht is verplicht, het aanstellen van een toezichthouder is niet verplicht. De gemeente dient een handhavingsbeleid- en kader op te stellen hoe het rechtmatigheidstoezicht binnen de gemeente wordt ingekaderd om te voldoen aan het toezien op de naleving van de wet betreft rechtmatigheid. Dit beleid dient zich te richten op het voorkomen van en de handelwijze bij fouten en fraude. Dit is de minimale invulling van het rechtmatigheidstoezicht. De Financiële verordening gemeente Rhenen kan hier een ondersteunende rol in spelen. Daarnaast raadt de VNG ten zeerste aan om (evt. in samenwerking met andere gemeenten) de toezichttaak specifiek te beleggen. Ook zal nagedacht moeten worden over een meldpunt binnen de gemeente zoals een formulier op de website of een e-mailadres, waar inwoners signalen kunnen melden.
Een meldpunt kan bijdragen aan het signaleren van fouten en fraude.
6
Om gedegen onderzoek te kunnen doen n.a.v. signalen dient er een toezichthouder rechtmatigheid aangewezen te worden. Dit is echter niet verplicht. De gemeente kan op dit moment bij een signaal van onrechtmatigheid, indien nodig, geen gedegen onderzoek doen door het missen van bevoegdheden. Een toezichthouder heeft extra bevoegdheden vanuit de Awb. Goede handhaving is mogelijk wanneer er concrete voorschriften en voorwaarden zijn waaraan men zich dient te houden en deze worden opgenomen in de beschikkingen, contracten en de verordening Jeugdhulp 2022. 2.2 Calamiteiten melden Jeugdhulpaanbieders (inclusief Jeugd ggz) en gecertificeerde instellingen zijn volgens de Jeugdwet verplicht een calamiteit bij de inspectie te melden (artikel 4.1.8, Jeugdwet). 2.2.1
Invulling gemeente Rhenen
FoodValley stelt dat de calamiteit zowel bij de desbetreffende gemeente als bij de inspectie gemeld dient te worden. Dit hebben zij vastgelegd in de overeenkomsten met de aanbieders. Zij geven de informatie weer middels een calamiteiten procesbeschrijving. 2.2.2
Deelconclusie
De gemeente voldoet aan deze verplichting.
2.3 Beleidsplan De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen betreffende preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (artikel 2.2 Jeugdwet). Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (artikel 2.2 Jeugdwet). Het plan bevat o.a. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen (artikel 2.2 Jeugdwet). 2.3.1
Invulling gemeente Rhenen
Het beleidsplan Jeugdhulp is gedateerd. Het beleidsplan liep van de periode 2014 tot 2017 en is vervolgens verlengd tot 2019. Het programma Sociaal Domein is gezien als een vervolg op dit beleidsplan. Dit programma is als uitvoeringsplan vastgesteld door het College van B&W en de gemeenteraad. Dit programma richt zich op de periode 2016 tot en met 2018. Er wordt in het programma het volgende aangegeven: ‘Het programma sociaal domein zal echter een langere looptijd hebben en zal ook in de jaren erna nog als richtinggevend kunnen worden beschouwd. Met de datum van 1 januari 2018 wordt aangesloten bij de looptijd van het bestuursprogramma. Daarna wordt de balans opgemaakt en wordt de koers binnen de hoofdopgaven bestendigd of bijgesteld aan de hand van de actualiteit en hetgeen is bereikt’. Het programma is na 2018 niet bijgesteld. Er is een ‘Regiovisie Jeugdhulp Regio FoodValley’ vastgesteld door de raad in december 2021.
7
2.3.2
Deelconclusie
De Jeugdwet geeft aan dat de gemeenteraad periodiek een beleidsplan vaststelt. In dit plan wordt weergegeven hoe de gemeente de ondersteuning wilt aanbieden aan haar inwoners. Het plan dient als kader te fungeren voor het opstellen van verordening, nadere beleidsregels, contracten en werkwijzen. Het plan is verlopen en er dient een nieuw beleidsplan vastgesteld te worden. Dit plan dient aan te sluiten op de Regiovisie Jeugdhulp Regio FoodValley en de toekomstige gemeentelijke Visie op Sociaal Domein. De Adviesraad Sociaal Domein geeft over het opstellen van het beleidsplan in het document ‘Advies Verordening Jeugdhulp’ op 06-05-2021 aan: ‘Wij zijn van mening dat over verordeningen alleen goed kan worden geadviseerd als op zijn minst de uitgangspunten die hebben geleid tot de gemaakte uitvoeringskeuzes expliciet worden gemaakt.’ De gemeente werkt vanuit de bedoeling en vindt vertrouwen in- en naar haar inwoners belangrijk. Aansluiten bij de leefwereld van de inwoner staat hierin centraal. Om aan te sluiten bij de inwoner dient het beleidsplan te worden herzien. Het betrekken van de inwoners is hierin wenselijk. Op deze manier sluit het beleidsplan goed aan op wat zowel de gemeente als haar inwoners als belangrijk ervaren. De decentralisatie vraagt gemeenten om integraal te werken en de blik te verbreden over de beleidsterreinen heen.
Het advies is om één integraal beleidsplan op te stellen voor de beleidsterreinen binnen het Sociaal Domein. Vanuit het geactualiseerde beleidsplan kunnen er keuzes gemaakt worden over de invulling van het toezicht en handhaving. De Visie op Sociaal Domein ligt hier aan ten grondslag. Het beleidsplan dient daarnaast aan te sluiten op de ‘Regiovisie Jeugdhulp Regio FoodValley’. Tot slot dient het plan openbaar gemaakt te worden met het oog op het ingaan van de Wet open overheid (Woo) per 1 mei 2022 (Wet open overheid, VNG, 2021).
2.4 Verordening Op grond van artikel 2.9 van de Jeugdwet moet de gemeenteraad bij verordening regels vaststellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening/individuele voorziening of een persoonsgebonden budget (pgb), alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Het tegengaan van oneigenlijk gebruik van het pgb en fraude is een van de redenen geweest voor de wetgever voor het invoeren van het trekkingsrecht. Het toegekende pgb komt niet op de eigen bankrekening te staan, maar op een rekening bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB betaalt de zorgverleners uit. Aanvullend op het trekkingsrecht moeten gemeenten op basis van de wet zelf aanvullende regels opstellen voor het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om deze regels zelf vorm te geven.
2.4.1
Invulling gemeente Rhenen
De verordening Jeugdhulp is herzien en begin 2022 openbaar gemaakt. De verordening bevat de wettelijke verplichtingen en de concretisering van deze wettelijke verplichtingen. 2.4.2
Deelconclusie
De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting. Het advies is om de verordening Jeugdhulp te herzien na het opstellen van een handhavingskader. De verordening dient aan te sluiten op het eerder genoemde beleidsplan. De nadere beleidsregels, contracten en de werkwijzen dienen aan te sluiten op het beleidsplan. 8
2.5 Periodieke heronderzoeken Het heronderzoeken van verstrekkingen Jeugdwet pgb is op grond van artikel 8.1.3 van de Jeugdwet een wettelijke taak voor gemeenten. In de Jeugdwet is de verplichting tot heronderzoek bij ZiN (Zorg in Natura) niet opgenomen. Hoe vaak die onderzoeken moeten plaatsvinden is niet in de landelijke wetgeving geregeld. Gemeenten kunnen zelf prioriteiten stellen en daarbij rekening houden met fraudegevoeligheid van bepaalde voorzieningen.
2.5.1
Invulling gemeente Rhenen
De heronderzoeken vinden voor zowel bij pgb als ZiN eens in de 3 tot 6 maanden, periodiek plaats. Er wordt een afweging van risico’s gemaakt binnen het jeugdteam. In het jeugdteam wordt er besproken of Pgb op zijn plek is voor de jeugdige. Er mag niet alleen geïndiceerd worden (dit gebeurt altijd in overleg met het team) en de jeugdhulpaanbieders moeten inzichtelijk zijn. Tijdens de heronderzoeken worden o.a. de volgende vragen gesteld en vastgelegd. -
Heeft u jeugdhulp gehad? Is de jeugdhulp geleverd conform afspraak? Is de jeugdhulpaanbieder haar afspraken nagekomen?
De verwerkingen in de dossiers worden gebruikt als onderdeel om de feitelijke levering vast te kunnen stellen. Pgb- en kwaliteitscontroles, cliëntervaringsonderzoeken en binnengekomen klachten zijn o.a. onderdeel van de indirecte feitelijke levering. Ieder kwartaal worden er circa drie Jeugdhulp dossiers getoetst door de interne controller binnen gemeente Rhenen. Tijdens deze controle wordt het proces doorlopen van aanvraag – beoordeling toewijzing – hercontrole. -
Recht: beschikt de cliënt over een geldige indicatie? Hoogte: is hetgeen dat gedeclareerd wordt in overeenstemming met de geldige indicatie? Duur: valt het aantal geleverde uren binnen de bandbreedte van de geldige indicatie?
De interne controllers controleren voor en in samenwerking met de regiogemeenten FoodValley, het proces van inkoop op de inrichting van het aanbestedingsproces, contractbeheer en de naleving van de contractvoorwaarden. De gemeente is ter ondersteuning van de feitelijke controle bezig met het ontwikkelen van een ‘vinkje’ binnen het systeem JeugdNed. Dit vinkje kan worden aangeklikt wanneer de jeugdhulp volgens afspraak is geleverd. 2.5.2
Deelconclusie
Er wordt voldaan aan periodieke heronderzoeken. Er wordt een afweging gemaakt van risico’s binnen het jeugdteam. In totaal kent gemeente Rhenen nu circa drie jeugdigen met pgb. Dit maakt het risico aanzienlijk kleiner. 2.6 Actief informeren Gemeenten zijn wettelijk verplicht de cliënt actief te informeren over de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb en de gevolgen van deze keuze. Deze informatie moet begrijpelijk, toegankelijk en objectief zijn (artikel 8.1.6 Jeugdwet). Zo is het in de eerste plaats noodzakelijk dat de gemeente duidelijke beschikkingen afgeeft, met een goede omschrijving van verstrekkingsvoorwaarden, rechten en plichten. Voor een besluit van herziening of intrekking van de toekenning is het belangrijk dat de gemeente in of bij de toekenningsbeschikking duidelijke informatie opneemt over de inlichtingenplicht en de voorwaarden waaronder de voorziening wordt verstrekt. Een onduidelijke beschikking kan herziening of intrekking juridisch bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. 9
Een goede beschikking, met een duidelijke beschrijving van rechten en plichten, is dus van groot belang voor de handhavingsmogelijkheden (Bestuursrechtelijke herziening en terugvordering Wmo 2015 en Jeugdwet, VNG, 2018). 2.6.1
Invulling gemeente Rhenen
Er zijn nu circa 10 jeugdigen die gebruik maken van Pgb. De jeugdige- en diens vertegenwoordiger worden op de hoogte gebracht van de gevolgen van deze keuze. De mogelijkheid om voor een pgb te kiezen staat vermeld op de gemeentelijke website. De jeugdige en diens vertegenwoordiger worden zowel mondeling als schriftelijk geïnformeerd. Zij ontvangen bij de aanvraag een formulier waarin de mogelijkheden voor pgb worden aangekaart. De beschikking bevat de rechten, plichten en voorwaarden en een verwijzing naar de regelgeving. 2.6.2
Deelconclusie
De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting.
2.7 Terugvordering In de Jeugdwet is in artikel 8.1.4 lid 3 geregeld dat gemeenten een onrechtmatig verstrekt pgb kunnen terugvorderen. Afsluiten van een zorgovereenkomst gebeurt via een modelovereenkomst van de SVB (Sociale Verzekeringsbank). Deze zorgovereenkomst bevat een derdenbeding waarmee het mogelijk is direct terug te vorderen bij de zorgverlener als de intrekking of herziening van het pgb het gevolg is van toerekenbaar handelen van de zorgverlener. Gemeenten zijn in het kader van de Jeugdwet (net als bij de Wmo 2015) verantwoordelijk voor rechtmatige toekenning van de jeugdhulp. Het college kan een beslissing aangaande een persoonsgebonden budget herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen, de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten, de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden, de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt (artikel 8.1.4 Jeugdwet). 2.7.1
Invulling gemeente Rhenen
Als er gesignaleerd wordt dat een Pgb onrechtmatig verstrekt is wordt hier naar gehandeld. Het handelen op het signaal van onrechtmatigheid wordt gedaan door de jeugdteammedewerkers. De jeugdteammedewerkers geven aan bij signalen de aanwezige informatie na te lopen. Er kan mogelijk via contractbeheer en overeenkomsten gehandhaafd worden. In de beschikking en de verordening is opgenomen wanneer de gemeente het besluit mag intrekken.
10
2.7.2
Deelconclusie
De vraag is of de jeugdteammedewerkers de juiste informatie kunnen verkrijgen en voldoende bewijslast kunnen verzamelen. De VNG stelt dat er voor een gedegen onderzoek een toezichthouder aangesteld dient te worden vanuit de Awb. Deze toezichthouder heeft extra bevoegdheden. Er dient nader geïnventariseerd te worden wanneer er zich signalen voordoen of er vanuit de bevoegdheden die de jeugdteammedewerkers hebben voldoende onderzoek gedaan kan worden. Is dit niet het geval, is het wenselijk dat er een toezichthouder wordt aangesteld om terugvordering mogelijk te maken. Er zijn op dit moment te weinig gegevens om hier een uitspraak over te doen. Daarbij dient er opgemerkt te worden dat het aantal pgb’s bij jeugd binnen gemeente Rhenen zeer gering is. 2.8 Gegevensuitwisseling Gegevensuitwisseling met andere instanties is geregeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de ministeriële regeling Jeugdwet. Uitwisseling van gegevens is beperkt mogelijk en aan strikte voorwaarden gebonden. De mogelijkheden en beperkingen bij het uitwisselen van gegevens staan in de Matrix gegevensuitwisseling van de VNG. Om fraude op te sporen, te onderzoeken waar nodig te bestraffen hebben toezichthouders, opsporingsdiensten, gemeenten en uitvoeringsorganisaties de krachten gebundeld. Alle signalen over fraude en misbruik komen bij het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) terecht.
Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geeft in het rapport Rechtmatige Zorg aan over het uitwisselen van gegevens: ‘Ook willen we dat gemeenten zich aansluiten op het IKZ. Dit is wenselijk, omdat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet’ (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2018).
2.8.1
Invulling gemeente Rhenen
De gemeente werkt volgens de Matrix gegevensuitwisseling van de VNG. Gegevensuitwisseling gebeurt volgens de wettelijke voorschriften. De gemeente is niet aangesloten bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude. 2.8.2
Deelconclusie
Gemeente voldoet aan wettelijke verplichting. Zowel de VNG als het Ministerie van VWS geven aan dat het wenselijk is dat de gemeente zich aansluit bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude.
2.9 Privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak De gemeente kan op basis van signalen allereerst het gesprek aangaan met de jeugdhulpaanbieder. Voor het herstellen van de rechtmatige situatie dient er onderzoek gedaan te worden en een advies uitgebracht te worden. De jeugdhulpaanbieder dient binnen de afgesproken periode de situatie te herstellen. Gemeenten kunnen onrechtmatigheden bij aanbieders privaatrechtelijk voorkomen en bestrijden via contractbeheer en uiteraard – bij slechte ervaringen – door contracten te beëindigen of te ontbinden. De gemeente kan de aanbieder in gebreke stellen. Zaken zoals de handelwijze ingeval van fouten of fraude en de manier waarop de gemeente controleert, horen in het contractgesprek met de aanbieder thuis en moeten een plek krijgen in het contract. Los van de regels in de Wmo 2015 en Jeugdwet, is het juridisch mogelijk fraude strafrechtelijk aan te pakken. Dan moet er sprake zijn van overtreding van strafrechtelijke bepalingen, zoals valsheid 11
in geschrifte of oplichting. Dat geldt voor zowel cliënten als voor aanbieders van ZiN en voor de zorgverleners die worden ingehuurd in het kader van een pgb (zowel professionele aanbieders als cliënten die worden ingehuurd in het kader van een pgb). 2.9.1
Invulling gemeente Rhenen
Er vinden kwartaalgesprekken plaats met de aanbieders met Knooppunt FoodValley. De gesprekken vinden eerder plaats wanneer er signalen zijn. In de deelovereenkomst die op de Jeugd FoodValley website staat, is het volgende opgenomen. Indien de gemeente: 1) een gefundeerd vermoeden heeft dat een Jeugdhulpaanbieder financieel of inhoudelijk in een risicovolle situatie verkeert die de continuïteit van een Individuele voorziening voor één of meer Jeugdigen en/of Ouders op wat voor manier dan ook kan bedreigen of bedreigt; of 2) een gefundeerd vermoeden heeft van fraude bij een Jeugdhulpaanbieder dan meldt zij dit schriftelijk bij de Jeugdhulpaanbieder. De Jeugdhulpaanbieder krijgt de mogelijkheid binnen veertien kalenderdagen na deze schriftelijke melding te reageren en aan te tonen dat het gefundeerd vermoeden onjuist of niet (langer) relevant is. De gemeente kan vervolgens een door haar bekostigd extern accountants- of medisch inhoudelijk onderzoek laten uitvoeren om het gefundeerd vermoeden te toetsen. Blijkt uit dit onderzoek dat de Jeugdhulpaanbieder werkelijk in de in dit artikel bedoelde risicovolle situatie verkeert of fraude pleegt, dan maakt de gemeente gebruik van artikel 5 lid 5. 2.9.2
Deelconclusie
Er dient een handelwijze in geval van fouten of fraude worden opgenomen in het contract. Dit kan concreet worden toegevoegd na het opstellen van een handhavingsbeleid- en kader. Er moeten eerst keuzes gemaakt worden in het inkaderen van het toezicht en de handhaving zoals het aanstellen van een toezichthouder. Het contract met de aanbieders dient concreet gemaakt te worden om te kunnen handhaven. De gemeente dient na te denken wat zij verstaat onder fraude. Een strafrechtelijke aanpak vraagt een grote bewijslast. Hier dient een gedegen onderzoek aan ten grondslag te liggen. Deze bevoegdheden zijn nu niet belegd. Er dient nagedacht te worden of de signalen voldoende grondslag geven voor het inschakelen van een extern accountant- of medisch inhoudelijk bureau.
12
3. Conclusie In dit hoofdstuk worden de deelconclusies omgezet in een kort overzicht van zaken waar de gemeente nog aan dient te voldoen. 3.1 Toezicht
In de Jeugdwet is geregeld dat het Toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd (TSD/STJ) toezicht houdt op de naleving van de kwaliteit (artikel 9.1 Jeugdwet). Gemeenten hebben een rol bij het toezien op en het controleren van de kwaliteit maar zijn niet eindverantwoordelijk. In de processen van contractering, samenwerking, afstemming en monitoring komen signalen naar voren over de kwaliteit van de te leveren/geleverde zorg. Deze signalen moeten worden doorgegeven aan de TSD/ STJ of aan het keten breed functionerende Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ). De Jeugdwet kent geen verplichting om een toezichthouder aan te stellen, maar sluit dit ook niet uit. De gemeente is wel verantwoordelijk voor het rechtmatigheidstoezicht van de Jeugdwet, aangezien zij in een verordening regels vastlegt om fouten en fraude te voorkomen.
Signalen worden gemeld en verwerkt in het systeem VendorLink. Wanneer een aanbieder niet voldoet aan de kwaliteitseisen wordt dit doorgegeven aan het TSD/STJ. De gemeente voldoet aan haar rol bij het toezien en op het controleren van de kwaliteit. De gemeente voldoet niet geheel aan de wettelijke verplichting aangaande het toezicht op de rechtmatigheid. Het zicht houden op de rechtmatigheid en het rechtmatig handelen van zowel aanbieder als de inwoner komt in verschillende processen voor. Er is echter geen duidelijk overzicht in hoeverre de rechtmatigheid binnen elk proces getoetst wordt door het missen van een handhavingsbeleid- en kader. Dit heeft gevolgen voor zowel het toetsen van de rechtmatigheid als het handhaven op de rechtmatigheid. De gemeente dient een handhavingsbeleid- en kader op te stellen en daarmee te bepalen hoe het rechtmatigheidstoezicht binnen de gemeente wordt ingekaderd om te voldoen aan het toezien op de naleving van de wet met betrekking tot rechtmatigheid. Dit beleid dient zich te richten op het voorkomen en de handelwijze bij fouten en fraude. Dit is de minimale invulling van het rechtmatigheidstoezicht. Het handhavingsbeleid- en kader is gebaseerd op het eveneens op te stellen integraal beleidsplan waarin de visie en hoofdlijnen vanuit de Visie op Sociaal Domein zijn opgenomen.
De Financiële verordening gemeente Rhenen kan hier een ondersteunende rol in spelen. De VNG stelt dat, om gedegen onderzoek te kunnen doen n.a.v. signalen, er een toezichthouder rechtmatigheid aangewezen dient te worden. Dit is echter niet verplicht. De gemeente kan op dit moment bij een signaal van onrechtmatigheid, indien nodig, geen gedegen onderzoek doen door het missen van bevoegdheden. Een toezichthouder heeft extra bevoegdheden vanuit de Awb. De gemeente dient na te denken om (mogelijk in samenwerking met Knooppunt FoodValley) de toezichttaak te beleggen. Hierna kan er nagedacht worden over een meldpunt binnen de gemeente zoals een formulier op de website of een e-mailadres, waar inwoners signalen kunnen melden. Dit is geen verplichting, maar een middel om signalen te ontvangen. Een meldpunt kan bijdragen aan het signaleren van fouten en fraude.
13
3.2 Calamiteiten melden
Jeugdhulpaanbieders (inclusief Jeugd ggz) en gecertificeerde instellingen zijn volgens de Jeugdwet verplicht een calamiteit bij de inspectie te melden (artikel 4.1.8, Jeugdwet).
In de overeenkomst met de aanbieder staat de meldplicht en binnen welk termijn zij calamiteiten moeten melden. De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting.
3.3 Beleidsplan
De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen betreffende preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (artikel 2.2 Jeugdwet). Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (artikel 2.2 Jeugdwet). Het plan bevat o.a. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen (artikel 2.2 Jeugdwet).
De gemeente voldoet niet aan de wettelijke verplichting. De Jeugdwet geeft aan dat de gemeenteraad periodiek een beleidsplan vaststelt. In dit plan wordt weergegeven hoe de gemeente de ondersteuning wilt aanbieden aan haar inwoners. Het plan dient als kader te fungeren voor het opstellen van verordening, nadere beleidsregels, contracten en werkwijzen. Het beleidsplan Jeugd was verlengt tot 2019 en is daarmee verlopen. De gemeente werkt vanuit de bedoeling en vindt vertrouwen in- en naar haar inwoners belangrijk. Aansluiten bij de leefwereld van de inwoner staat hierin centraal. Om aan te sluiten bij de inwoner dient het beleidsplan te worden herzien. Het betrekken van de inwoners is hierin wenselijk. Op deze manier sluit het beleidsplan goed aan op wat zowel de gemeente als haar inwoners als belangrijk ervaren. De decentralisatie vraagt gemeenten om integraal te werken en de blik te verbreden over de beleidsterreinen heen. Het advies is om één integraal beleidsplan op te stellen voor de beleidsterreinen binnen het Sociaal Domein. Vanuit het geactualiseerde beleidsplan kunnen er keuzes gemaakt worden over de invulling van het toezicht en handhaving. De Visie op Sociaal Domein ligt hier aan ten grondslag. Het beleidsplan dient daarnaast aan te sluiten op de ‘Regiovisie Jeugdhulp Regio FoodValley’.
Tot slot dient het plan openbaar gemaakt te worden met het oog op het ingaan van de Wet open overheid (Woo) per 1 mei 2022 (Wet open overheid, VNG, 2021).
14
3.4 Verordening Op grond van artikel 2.9 van de Jeugdwet moet de gemeenteraad bij verordening regels vaststellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening/individuele voorziening of een pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.
De verordening Jeugdhulp 2022 is reeds herzien en bevat concrete regels. De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting. De verordening dient aan te sluiten op het eerder genoemde beleidsplan. Het beleidsplan dient aan te sluiten op nadere beleidsregels, contracten en de werkwijzen. Het advies is om de verordening na vaststellen van het beleidsplan en het handhavingsbeleid te herzien.
3.5 Periodieke heronderzoeken Het heronderzoeken van verstrekkingen Jeugdwet pgb is op grond van artikel 8.1.3 van de Jeugdwet een wettelijke taak voor gemeenten. In de Jeugdwet is de verplichting tot heronderzoek bij ZiN niet opgenomen. Hoe vaak die onderzoeken moeten plaatsvinden is niet in de landelijke wetgeving geregeld. Gemeenten kunnen zelf prioriteiten stellen en daarbij rekening houden met fraudegevoeligheid van bepaalde voorzieningen.
De heronderzoeken vinden voor zowel ZiN als pgb volgens afwegingen plaats. Tijdens de heronderzoeken wordt er getoetst of de jeugdhulp geleverd is volgens afspraak. Dit staat opgenomen in de verordening Jeugdhulp 2022. De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting. 3.6 Actief informeren
Gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet (artikel 8.1.6) wettelijk verplicht de cliënt actief te informeren over de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb en de gevolgen van deze keuze. Deze informatie moet begrijpelijk, toegankelijk en objectief zijn. De cliënt wordt zowel schriftelijk als mondeling geïnformeerd. De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting. De beschikking bevat de rechten, plichten en voorwaarden. 3.7 Terugvordering In de Jeugdwet is in artikel 8.1.4 lid 3 geregeld dat gemeenten een onrechtmatig verstrekt pgb kunnen terugvorderen.
De grondslagen voor het terugvorderen van een onrechtmatig verstrekt pgb zijn aanwezig. Nadere inventarisatie nodig n.a.v. signalen of er gedegen onderzoek gedaan kan worden om terugvordering mogelijk te maken.
15
3.8 Gegevensuitwisseling
Gegevensuitwisseling met andere instanties is geregeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de ministeriële regeling Jeugdwet. Uitwisseling van gegevens is beperkt mogelijk en aan strikte voorwaarden gebonden. De mogelijkheden en beperkingen bij het uitwisselen van gegevens staan in de Matrix gegevensuitwisseling van de VNG.
Gegevensuitwisseling gebeurt volgens de strikte voorwaarden. De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichting. Zowel de VNG als het Ministerie van VWS geven aan dat het wenselijk is dat de gemeente zich aansluit bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude. Om fraude op te sporen, te onderzoeken waar nodig te bestraffen hebben toezichthouders, opsporingsdiensten, gemeenten en uitvoeringsorganisaties de krachten gebundeld. Alle signalen over fraude en misbruik komen bij het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) terecht. 3.9 Privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak De gemeente kan op basis van signalen allereerst het gesprek aangaan met de aanbieder. Voor het herstellen van de rechtmatige situatie dient er onderzoek gedaan te worden en een advies uitgebracht te worden. De aanbieder dient binnen de afgesproken periode de situatie te herstellen n.a.v. een herstelplan. Gemeenten kunnen onrechtmatigheden bij aanbieders privaatrechtelijk voorkomen en bestrijden via contractbeheer en uiteraard – bij slechte ervaringen – door contracten te beëindigen of te ontbinden. De gemeente kan de aanbieder in gebreke stellen. Zaken zoals de handelwijze ingeval van fouten of fraude en de manier waarop de gemeente controleert, horen in het contractgesprek met de aanbieder thuis en moeten een plek krijgen in het contract.
Los van de regels in de Wmo 2015 en Jeugdwet, is het juridisch mogelijk fraude strafrechtelijk aan te pakken. Dan moet er sprake zijn van overtreding van strafrechtelijke bepalingen, zoals valsheid in geschrifte of oplichting. Dat geldt voor zowel cliënten als voor aanbieders van ZiN en voor de zorgverleners die worden ingehuurd in het kader van een pgb (zowel professionele aanbieders als cliënten die worden ingehuurd in het kader van een pgb).
De gemeente kan in principe handhaven. Er dient een handelwijze in geval van fouten of fraude worden opgenomen in de overeenkomst. Dit kan concreet worden toegevoegd na het opstellen van een handhavingsbeleid- en kader. Er moeten eerst keuzes gemaakt worden in het inkaderen van het toezicht en de handhaving zoals het aanstellen van een toezichthouder. Het begrip fouten en fraude dient geconcretiseerd te worden. Een strafrechtelijke aanpak vraagt een grote bewijslast. Hier dient een gedegen onderzoek aan ten grondslag te liggen. Deze bevoegdheden zijn nu niet belegd. Er dient nagedacht te worden over hoe de onderzoeken ingekaderd worden. Afgaande op hetgeen dat staat vermeld in de overeenkomsten dient nagedacht te worden of de signalen voldoende grondslag geven voor het inschakelen van een extern accountant- of medisch inhoudelijk bureau.
16
4. Vervolgprocedure In dit hoofdstuk wordt de vervolgprocedure weergeven op chronologische volgorde. 1. Visie op Sociaal Domein gemeente Rhenen De Visie op Sociaal Domein ligt ten grondslag aan het opstellen van het beleidsplan. 2. Integraal beleidsplan gemeente Rhenen Het beleidsplan is het uitgangspunt voor verdere uitwerkingen. 3. Handhavingsbeleid- en kader rechtmatigheid (evt. regionaal) Om te voldoen aan het toezicht op de rechtmatigheid dient het een structureel onderdeel van de werkprocessen te worden. 4. Mogelijk aanstellen van toezichthouder rechtmatigheid (mogelijk in samenwerking met FoodValley gemeenten). Meldpunt inwoners 5. Verordening Jeugdhulp 2022 gemeente Rhenen De verordening dient n.a.v. het handhavingskader mogelijk herzien te worden. 6. Processen inrichten op basis van handhavingsbeleid Overeenkomst aanbieder concretiseren en mogelijk werkwijzen herzien.
17