Bijlage 1 D - Netimpact rapportage - RES 1.0 Regio Foodvalley
Tekst van het document
Impact van RES concept 1.0 op RES het scenario's energienet op van de de elektriciteitsRES regio: Foodvalley en gasinfrastructuur RES regio ………
1
Samenvatting
Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 2
Optimaal ontwerp en gebruik van het energiesysteem Het energienet als multifunctionele verbinder van vraag en aanbod
Systeemefficiëntie
Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen in de 30 RES regio's: het is de verbindende factor tussen opwek en gebruik van energie. Het energienet zal flink veranderen de komende tijd. Het werd aangelegd als transportmedium om te voorzien in de vraag naar energie. In de energietransitie verandert het in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES΄en zijn de basis voor een langjarige en planmatige aanpak. Hiermee kunnen we gericht inzetten op het vinden van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van vergunningstrajecten en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren.
Kwantiteit
Het belang van systeemefficiëntie In dit document bieden we inzicht in de impact die keuzes in de RES hebben op het energienet. Daarnaast geven we adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie, namelijk het zo optimaal mogelijk ontwerpen en gebruiken van het energiesysteem. Dit is een van de vier afwegingskaders in de RES. Het zorgt ervoor dat plannen tijdig uitvoerbaar zijn tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Met deze impactanalyse is de RES-regio in staat om: 1. Te sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en laagste maatschappelijke kosten. 2. Systeemefficiëntie mee te nemen in het afwegingskader.
De rol van netbeheerders De Nederlandse netbeheerders werken aan het energienet van vandaag en morgen. Vanuit onze kennis en kunde geven wij alle betrokken partijen in de RES inzicht in de mogelijkheden om het energienet uit te breiden (ruimte, tijd en geld). Ook doen wij voorstellen voor systeemefficiency. Dit doen wij vanuit het belang van de maatschappelijke kosten en het tijdig realiseren van de klimaatdoelen. Het vraagt om gecoördineerde uitvoering in goede samenwerking tussen overheden, netbeheerders en marktpartijen.
Ruimte
Draagvlak
Vier afwegingskaders in de RES in onderlinge samenhang 1.
Kwantiteit: worden doelstellingen gehaald (aantal TWh duurzame opwek)?
2.
Draagvlak: worden keuzes politiek en maatschappelijk gedragen?
3.
Ruimte: kunnen duurzame opwek en energie-infrastructuur ruimtelijk worden ingepast, kijkend naar landschappelijke kwaliteit?
4.
Systeemefficiëntie: kan duurzame opwek efficiënt worden ingepast in het totale energiesysteem? 3
Ambitie van de regio Uitgangspunten RES-bod: De Regio Foodvalley ziet in de energietransitie een belangrijk thema voor inwoners, ondernemers, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties in onze regio. De energietransitie vraagt om ruimte en moet daarom zorgvuldig aansluiten bij de karakteristieken van de regio. Daarom zijn een aantal kernprincipes geformuleerd, waaronder 1) zorgvuldige ruimtelijke inpassing met respect voor natuur en landschap 2) voorkomen van versnippering in het landschap voorkomen en 3) functies combineren. Dit vertaalt zich in het bod tot een verhoogde bijdrage van zon op dak en de wens om grootschalige wind- en zon samen te brengen in energieclusters.
Het RES1.0 bod De Regio Foodvalley committeert zich aan de doelstelling om 0,75 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit in de regio te realiseren. De ambitie gaat nog een stap verder, namelijk 1 TWh in 2030. De komende jaren zal de regio zich inspannen voor aanvullende mogelijkheden om deze ambitie te realiseren. Daarnaast herkent de regio de winstwaarschuwing van de netbeheerders op de verwachte knelpunten door zon op dak. Daarom is in scenario B onderzocht of een halvering van het zon op dak bod leidt tot een maakbare RES.
Uitsplitsing zon op dak bod Scenario´s • Zon op dak best • Zon op dak pijplijn* • Zon op dak ambitie • Zon overig ambitie • Totaal
A = 0,066 TWh = 0,077 TWh = 0,266 TWh = 0,039 TWh = 0,448 TWh
B (50%) 0,066 TWh 0,077 TWh 0,066 TWh 0,011 TWh 0,224 TWh
Verloop bod van Concept-RES naar RES 1.0
Huidige beeld
Voorkeurs scenario
ConceptRES
Scenario A
Bestaand Pijplijn*
0,150 TWh
Scenario B** 0,090 TWh
0,090 TWh
0,077 TWh
0,077 TWh
Zon op land
91 ha
0,086 TWh
209 ha
0,248 TWh
209 ha
0,248 TWh
Zon op dak
180 ha
0,170 TWh
174 ha
0,266 TWh
87 ha
0,133 TWh
9 turbines
0,170 TWh
14 turbines
0,244 TWh
14 turbines
0,244 TWh
29 ha
0,039 TWh
15 ha
0,019 TWh
Wind op land Zon overig*
--
--
Totale opgave in beeld
0,576 TWh
Minimale RES 1.0
0,75 TWh
Ambitie RES 1.0
1,0 TWh
0,964 TWh
0,73 TWh
Bestaand Zon op land
11 ha
0,014 TWh
Zon op dak
93 ha
0,143 TWh
2 turbines
0,010 TWh
Wind op land Zon overig Totaal
* De definitie van pijplijn, zoals gehanteerd in het RES document zal ten dele nog aangesloten moeten worden door de netbeheerder. **In de doorrekening is ´Zon overig´ op advies van RES Foodvalley bij ´Zon op dak´ opgeteld, aangezien het voornamelijk ´kleinere´ projecten zijn die niet direct op het station aangesloten kunnen worden.
--
-0,167 TWh 4
Impact op het elektriciteitsnet Uitkomsten netimpactanalyse: De RES Foodvalley commiteert zich aan een doelstelling van 0,75 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit in 2030 en hanteert een ambitie van 1,0 TWh. De Netimpactanalyse toont dat bij scenario A ca. 0,73 TWh van de doorgerekend 0,97 TWh maakbaar is. Daarnaast toont scenario B dat bij een halvering van de zon op dak voornemens de overbelasting sterk afneemt. Eerder is in de netbeheerderzienswijze al aangetoond dat bij 1) een goede stationsverdeling 2) een goede wind-zon verhouding er voldoende ruimte in het geplande bestaande net* is om doelstelling van 0,75 TWh én zelfs de ambitie 1,0 TWh te realiseren. De RES1.0 hanteert niet die optimale verdeling, waardoor er in scenario A op 8 stations een knelpunt ontstaat door duurzame opwek. De kaart toont deze stations én de consequenties voor netcapaciteit in de gehele Foodvalley. Daarnaast zorgt het grote aandeel zon op dak voor additionele knelpunten in het ´lagere net´. Dit alles vraagt om inzet op het voorkomen van knelpunten en/of het uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk.
Geen capaciteit 10 – 20 MW capaciteit over 30 - 50 MW capaciteit over 50 - 75 MW capaciteit over
De uitbreidingen hebben lange doorlooptijden, kosten veel geld en zullen impact hebben op de leefomgeving van inwoners. De figuur toont het aandeel netuitbreidingen op het Liander totaal.
75+ MW capaciteit over
Benodigde netaanpassingen
Geen capaciteit
Spanningsniveau
Aantal nieuw te bouwen stations
HS
1
TS
1
MS
3
Aantal uit te breiden stations
3
Overige netdelen** Veldvermeerdering*** TOTAAL
Kosten (in mln. €)
Benodigde ruimte
5,7-11,3
15,000-40,000 m2
9,7-19,3
9,00011,000 m2
8,6-16,9
4,8006000 m2
3
94-117,5
Geen velden
Ruimte op station
Ca. 60 Ca. 10 5
Geen aansluiting mogelijk
Inzicht in aantal gerealiseerde stations en verwachte benodigde stations 15
Gerealiseerde stations in Liander werkgebied
1
Indicatie benodigde stations in Liander werkgebied Verwachte benodigde stations in regio per jaar
10 4
5 1
1
2015
2016
3
2
Trendlijn
0 28,800 – 57,000 m2
12
2017
2018
2019
Jaarlijks tot 2030
*Bestaande netwerk en zekere netinvesteringen. **Zeer conservatieve schatting van overige verwachte MS/LS knelpunten. ***Stedin stations hebben nieuwe velden nodig, als aparte kosten gerekend.
5
Impact op distributienet op basis van bod RES 1.0 Verschuiving naar zon op dak Naast de impact op stations zien we grote druk op het middenspannings- en laagspanningsnet (MS en LS net) ontstaan, het zogeheten distributienet. Doordat het bod zich meer focust op kleinschalige zon is de verwachting dat op lager gelegen netvlakken significante aanpassingen moeten gaan plaatsvinden. De uitdaging hierbij is dat dit leidt tot veel aanpassingen ´in de wijken´. Veel kabels en kleine verdeelstations (middenspanningsruimten) zullen moeten worden verzwaard. Dit geeft enorme druk op het werkpakket van Liander, het leidt tot hoge kosten en de uitvoerbaarheid (haalbaarheid) van de RES wordt nadelig beïnvloedt. Liander heeft gewerkt aan een instrumentarium om sturing te geven aan zon op dak om de haalbaarheid van de potentie te vergroten. Deze zijn in de volgende slides weergegeven om de regio een eerste inzage te geven. De netbeheerders pleiten ervoor ná totstandkoming van de RES1.0 een gezamenlijk uitvoeringsprogramma op te zetten met als doel de haalbaarheid van zon op dak te vergroten.
Afbeelding 1
Toelichting Afbeelding 1-2: verschil impact grootschalig zon/wind en kleinschalig zon In de hiernaast opgenomen afbeeldingen wordt grofstoffelijk het impactverschil voor de netbeheerder uitgelegd tussen geclusterd grootschalig zon/wind en niet geclusterd zon op dak. Afbeelding 1: Impact van geclusterd grootschalig zon/ wind. Het aansluiten van grootschalig zon of wind (boven 2 MVA) wordt direct op een onderstation aangesloten. Dit betekent in veel gevallen dat vanaf het zonnepark/windpark er slechts één of enkele directe kabelverbindingen naar het onderstation moeten worden getrokken en dat deze worden aangesloten op de velden (stopcontact) van het station. Is er onvoldoende capaciteit op het station aanwezig om de opwekcapaciteit op te nemen, dan zal het station moeten worden uitgebreid.
Afbeelding 2
Afbeelding 2: Impact van niet geclusterd zon op dak. Bij niet geclusterd zon op dak betekent het dat de zonnedaken op een lager netvlak in het netwerk worden ingepast. Stel dat we uitgaan van een gelijke opwekcapaciteit als bij afbeelding 1, dan betekent dat net als in voorgaande situatie dat het stationsvermogen moet worden uitgebreid mocht er onvoldoende capaciteit beschikbaar zijn. Echter, daarnaast zal óók lokaal veel kabels en middenspanningsruimten moeten worden verzwaard. Veel straten in de (bebouwde omgeving) zullen dan open moeten om verzwaring van huidige assets mogelijk te maken en zullen bovengronds middenspanningsruimten verzwaard moeten worden en of bijgeplaatst moeten worden. Naast overlast en hoge kosten geeft dit een enorme extra druk op het werkpakket bij de netbeheerder.. .
6
Aanbevelingen | netuitbreiding voorkomen met systeemefficiëntie De RES regio Foodvalley heeft invloed op de grootte van het maakbare deel van de RES1.0 en kan bijdragen aan het voorkomen van benodigde netuitbreidingen, door systeemefficiënte keuzes te maken. Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Foodvalley. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
Gemeente
RES 1.0
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
Ede Wageningen
Enige potentie
Er is nog wat restcapaciteit op een aantal stations, die enige potentie biedt knelpunten te vermijden. Station Ede kan ten dele knelpunten op andere stations oplossen. Dit vereist tijdige afstemming van projecten met de netbeheerder. Station Renkum heeft weliswaar ruimte, maar kabels moeten door het bos en dat blijkt ongeschikt. Aansluiting moet tevens altijd op Wageningen-Noord. Station Nijkerkerveen is alleen geschikt voor enkele wat kleinere zonnevelden.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
Barneveld Veenendaal Rhenen Scherpenzeel
Zeer veel potentie
Er is zeer veel potentie om vraag en aanbod te koppelen. De slagingskans van de zon op dak ambitie neemt aanzienlijk toe als men teruglevering minimaliseert en stroom zelf benut. Daarmee vermijden we mogelijk enorme vertragingen door vele netuitbreidingen die plaatsvinden in de leefomgeving. De netbeheerder doet aanbevelingen om de slagingskans van zon op dak te vergroten.
Zeer veel potentie
Wind kan nog altijd overal knelpunten wegnemen. Hoewel er een paar windturbines zijn toegevoegd is de wind & zon verhouding niet gunstig. Elk stationsknelpunt komt door zonontwikkelingen, met als gevolg extra benodigde investeringen tegen een zeer lage benutting (1/8) van het net. Dit is vanuit systeemefficiëntie gezien zeer negatief.
Veel potentie
De RES1.0 zet in op clustering en dit is een zeer positieve ontwikkeling. Zo kan er veel opbrengst per netaansluiting gerealiseerd worden. Dat houdt in dat een paar grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel bijdragen aan de systeemefficiëntie. Mogelijkheden daarvoor liggen qua infrastructuur o.a. ten westen van Nijkerk, bij Harselaar, rondom Ede en rondom Wageningen.
Veel potentie
Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Dit is effectief voor zon projecten. Ook cable pooling levert heel veel op voor het efficiënt benutten van de netten. In de bijlage is een toelichting te vinden op deze ontwerpprincipes.
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
5.* Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
Allen
Allen
Allen
*De potentie van het gebruik reservecapaciteit is vooralsnog niet in deze doorrekening meegenomen. De netbeheerders zullen na RES1.0 hier verder onderzoek naar doen.
7
Aanbevelingen | netuitbreiding voorkomen met systeemefficiëntie per station Zoekgebied nieuw station
Kansen slimme oplossingen
A: Nijkerk-West
Toelichting Het nieuwe station is nodig. Wel kansen om knelpunt uit te stellen: - Plaats zon op dak met korte realisatietermijn bij grote stroomverbruikers - Pas een goede wind / zon verhouding toe voor optimale benutting bestaande netwerk - Cluster tot enkele grotere projecten voor slimme benutting stopcontacten/velden - Onderzoek 1) cablepool aansluiting en 2) verdere curtailment (aftoppen) van zon op land
B: Barneveld / Harselaar
Lopende uitbreiding op korte termijn gereed, mits grondaankoop is voltooid. Mogelijk voldoende capaciteit voor RES1.0 met: - Zon op dak bij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek - Meer wind en minder zon helpt bij optimale benutting bestaande netwerk - Onderzoek 1) cablepool aansluiting voor wind en zon en 2) curtailment (aftoppen) van zon op land
C Wekerom
-
Zon op dak dichtbij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek Onderzoek verdere curtailment (aftoppen)
D: Scherpenzeel
-
Zon op dak dichtbij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek Cluster projecten om beschikbare velden goed te benutten Onderzoek cablepool aansluiting wind met zon op land en/of zon op dak
E: Ede-West / Frankeneng
-
Maak gebruik van restcapaciteit station Ede Zon op dak bij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek Cluster en combineer mogelijke wind- en zon projecten voor slim gebruik bestaande infrastructuur
Overige knelpunten F Wageningen
G Veenendaal 1 en 2
A
Kansen slimme oplossingen
C
D G
E G F
Toelichting
Geen capaciteit 10 – 20 MW capaciteit over
Regie op projecten, goede verdeling op Wageningen én Wageningen-Noord en slimme oplossingen helpen mogelijk knelpunt te voorkomen. - Gebruik capaciteit Wageningen-Noord - Extra windturbines zorgen voor hogere aansluitkans ambitie op bestaande netwerk - Cluster projecten om velden (stopcontacten) goed te benutten - Onderzoek 1) cablepool aansluiting en 2) verdere curtailment (aftoppen) van zon op land -
Zon op dak dichtbij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek Clustering projecten om nog aan te bouwen velden goed te benutten
30 - 50 MW capaciteit over 50 - 75 MW capaciteit over
F
75+ MW capaciteit over
Geen capaciteit
Geen aansluiting mogelijk
Geen velden
Benodigd nieuw stationslocatie
Ruimte op station
Uitbreiding bestaande locatie
8
Aanbevelingen | netuitbreiding voorkomen met de netinpassingsladder voor het MS-en LS net Zorg om knelpunten zon op dak De netbeheerders werken er hard aan om meer inzicht te krijgen in de verwachte knelpunten door zon op dak projecten. Zon op dak projecten zijn relatief kleinschalig (tov wind- en zon op land) en krijgen daardoor geen directe aansluiting op het station, maar ´gewoon´ binnen de bestaande laag- en middenspanningsnetten. De RES1.0 van de Foodvalley bestaat voor een groot deel uit zon op dak projecten. Er is een groot risico op grote teleurstelling; enorm veel knelpunten, vertragingen en werk in de openbare ruimte om deze projecten te realiseren. Daarmee kan de doelstelling van 2030 serieus in gevaar komen.
Oplossing: impact vermijden en een aansluitvolgorde Om de betaalbaarheid en een maximale realisatiegraad van projecten te borgen, is slim werken noodzakelijk. Daar is de inpassingsladder grootschalig zon op dak op gebaseerd: voorkom waar het kan netverzwaringen en ga zo slim mogelijk om met de bestaande infrastructuur. Dat geeft de grootste kans op het snel gerealiseerd krijgen van PV-projecten. Slimme keuzes in de RES helpen niet alleen bij het betaalbaar houden van de energieinfrastructuur, maar ook voor het realiseren van de klimaatdoelen in 2030. Richting geven aan zon op dak binnen de RES is daarin cruciaal.
Netinpassingsladder zon op bedrijfsdaken De netinpassingsladder zon op bedrijfsdaken borduurt voort op de landelijk omarmde zonneladder (naar aanleiding van motie Dik-Faber). Deze inpassingsladder sluit net als de bestaande zonneladder niets uit, maar geeft een optimale volgordelijkheid/logica aan beredeneerd vanuit de infrastructuur. 1 ✓ Realiseer zon projecten zonder terugleverpiek aan het net 2 ✓ Realiseer zon projecten daar waar stevige infrastructuur ligt (bedrijf met stroomverbruik tijdens zonpiek) 3✓ Combineer ontwikkelingen bij dreigende congestie om terugleverpieken te minimaliseren 4 • De kans is groot dat in deze situaties het netwerk ontoereikend is
Handelingsperspectief:
Zet mogelijke stimulering op die bedrijven helpt om projecten onder randvoorwaarden van trede 1 of 2 te realiseren. 9
Algemene aanbevelingen voor de RES vanuit de netbeheerder Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van het energienet doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de uitbreidingen van het energienet te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.
Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken, is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inplannen van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken, vergroot de kans dat we de regionale ambities samen op tijd realiseren.
Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of kunnen deze op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, werken we in de tussentijd aan het realiseren van uitbreidingen in andere gebieden die meer tijd kosten.
Hoe werkt dat dan, rekening houden met ruimte voor het energienet in het beleid? • In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de ruimte die boven- en ondergronds nodig is voor het energienet sluit de omgevingsvisie goed aan op toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. • Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma staan de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. NPRES start daarvoor een pilot op. In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan. Liander adviseert graag over de planologische ruimte die nodig is voor het energienet en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt eind 2020 een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. • Buitenplanse afwijkingen zijn en blijven een mogelijkheid voor verzwaringen en vernieuwingen van het energienet.
Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn om te kunnen afwijken van de geldende planologische regels. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitbreiding van station Barneveld in de gemeente Barneveld.
Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid Energieopwekking is een nieuwe ruimtevrager. Ook is door de toenemende energieopwek meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en in mindere mate voor windmolens is dit een herkenbare ontwikkeling. Nog minder bekend is dat er ook ruimte nodig is voor de benodigde netverzwaring, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels. Schaarste ruimte in Nederland die ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet.
Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0
1
2
3
4
5
6
7
jaren
Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station Planprocedures
Nieuw MS station Nieuw MS/LS station
Uitvoering
HS = hoogspanning M = middenspanning TS = tussenspanning
Onzekerheid
10
Klik op de tekst om naar het betreffende onderdeel te gaan.
1.
2.
3.
Huidig energienet in beeld
Aangeleverde gegevens RES 1.0
4.
5.
6.
Impact RES 1.0 op het energienet
Impact RES 1.0 op warmte- en gasnet
Aanbevelingen
Introductie
7.
Bijlagen
11
Introductie
12
Introductie | dit document Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen in de 30 RES regio's: het is de verbindende factor tussen opwek en gebruik van energie. Het energienet zal flink veranderen de komende tijd. Het werd aangelegd als transportmedium om te voorzien in de vraag naar energie. In de energietransitie verandert het in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES΄en zijn de basis voor een langjarige en planmatige aanpak. Hiermee kunnen we gericht inzetten op het vinden van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van vergunningstrajecten en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren.
Systeemefficiëntie
Waarom dit document? Elke regio maakt in de RES afwegingen tussen verschillende belangen. Energie-systeemefficiëntie is één van de vier belangen in het afwegingskader RES. Om de RES-regio te helpen met die systeemefficiency, werken de netbeheerders de netimpact van de RES΄en uit. Met dit document kan de RES-regio het belang van systeemefficiëntie meenemen in de afweging. Naast een analyse van de netimpact van de regionale plannen, geven de netbeheerders ook adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie. Hiermee kan een RES-regio sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en de laagste maatschappelijke kosten.
Van concept RES naar RES 1.0 In het voorjaar van 2020 is de netimpact van de concept-RES doorberekend door Liander. Hiermee werd de impact van de regionale plannen op het energienet inzichtelijk gemaakt. Ook kreeg de RES-regio adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Met deze inzichten en adviezen is de concept-RES verder uitgewerkt naar een RES 1.0. Liander heeft de RES 1.0 bestudeerd en ziet een aantal verschillen met de concept-RES vanuit het perspectief van systeemefficiëntie: • De totale ambitie is ongewijzigd, maar de potentie in de regio neemt toe: van 0,58 TWh in de doorrekening ten behoeve van de concept RES naar 0,96 TWh in deze doorrekening ten behoeve van de RES 1.0. • Er is meer ingezet op een combinatie van wind en zon / clustering via het concept ´energieclusters´. Dit gaat enerzijds versnippering in het landschap tegen én zorgt voor een betere benutting van het elektriciteitsnet. • Er is iets meer ingezet op windturbines. Er is 78 MW i.p.v. 56 MW doorgerekend, goed voor 0,254 TWh. Dit zorgt voor een betere benutting van het net. • Het aandeel zon op land dat is doorgerekend is gestegen van 90 MW naar 280 MW (0,247 TWh). De aansluitbaarheid hangt af van schaalgrootte en afstand tot station met netcapaciteit. Omdat het aandeel zon groter is geworden zal het aftoppen van vermogen een steeds belangrijkere rol gaan spelen in systeemefficiëntie.
• Het aandeel zon op dak is enorm toegenomen, van 180 MW naar 460 MW (0,448 TWh). Een klein deel is in het afgelopen jaar gerealiseerd, maar de resterende opgave is enorm en vereist een slimme aanpak om haalbaar te zijn. • Een kwantitatieve vergelijking van aangeleverde gegevens van de concept RES en de RES 1.0 is te vinden in de bijlage.
13
Introductie | bepalen netimpact Verschil in doorberekening concept RES en RES 1.0 De netbeheerders hebben een aantal wijzigingen in de doorrekening doorgevoerd, zodat we de netimpact nog beter kunnen inschatten. Het volgende is gewijzigd in de doorberekening: • In de doorberekeningen van de concept-RES is een eerste verkenning van de impact op het middenspanningsnet gedaan. In deze doorrekening konden we de impact op het middenspanningsnet op hoofdlijnen meenemen. Daarnaast tonen we hoe impact te voorkomen is, om zo de aansluitkans te vergroten. • Er wordt (op onderdelen) gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders in plaats van landelijke back-up gegevens. Dit is afgestemd met de regio. Verderop is toegelicht voor welke gegevens dit het geval is. • De impact van de RES΄en op de elektriciteitsnetten van TenneT is uitgewerkt. De conclusie vanuit de analyse van TenneT is dat de RES 1.0 plannen vanuit het hoogspanningsnet tot 2030 haalbaar zijn, mits de lopende projecten en projecten in realisatie- en studiefase gerealiseerd worden. • De stationsuitbreiding bij Nijkerk vraagt een samenwerking met TenneT en Stedin. Er loopt een gezamenlijke studiefase om de benodigde netuitbreiding te bepalen.
Wel/niet onderdeel van deze impact analyse
Type station
Omvang opwek
✓
✓
✓
Hoe analyseren we de netimpact? Om de netimpact te bepalen, gebruiken we de aangeleverde gegevens van de regio, aangevuld met landelijke gegevenssets. Tevens maken we (op onderdelen) gebruik van gegevens van Liander. Op basis daarvan wordt met rekenmodellen en kennis van experts de netimpact uitgewerkt. De impact is altijd een dynamisch samenspel van vraag en aanbod op het elektriciteits- en gasnet. Meer informatie over de gebruikte gegevens en de werkwijze is verderop in deze rapportage te vinden.
✓
✓
X 14
Introductie | integraal beeld Integraal beeld nodig voor tijdige aanpassingen infrastructuur
Beleidsplannen en sectorale plannen samenbrengen
Een regionaal gedragen beeld van de totale energievraag en het energieaanbod is noodzakelijk om het energienet tijdig aan te kunnen passen. Een integrale RES maakt het mogelijk om een optimale afweging te maken tussen gas-, elektriciteits- en warmte-infrastructuur. Het energienet wordt voor minimaal 40 jaar aangelegd. Daarom is het van belang om te kijken naar ontwikkelingen en plannen richting 2050. Door ook lange termijn ontwikkelingen mee te nemen in investeringsbeslissingen voor 2030, zijn de investeringen gerichter en toekomstbestendiger.
Door beleidssporen en sectorale plannen op regionaal niveau samen te brengen, kan een RES-regio tot integrale keuzes en prioritering komen:
Beeld van de ontwikkelingen vanuit alle sectoren Verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen hebben grote impact op het energienet. Voor alle ontwikkelingen met grote impact op het net geldt dat Liander en Stedin graag zo vroeg mogelijk betrokken zijn. Op deze manier kunnen we meedenken over slimme oplossingen. En werk aan de RES, rekening houdend met de relevante wettelijke context.
•
Integrale infrastructuur verkenning 2030-2050 (II3050), onderdeel van de werkgroep iNET: hier wordt uitgewerkt wat de impact van verschillende transitiepaden is op het energienet is.
•
Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL): in de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid vaststelt.
•
Transitievisie Warmte (TVW): gemeentes maken warmtevisies. De impact op het energienet is groot en hangt samen met regionale keuzes.
•
Programma Energiehoofdstructuur (PEH): een programma om de nationale ruimtelijke planning van het energiesysteem uit te werken.
•
Cluster Energie Strategieën (CES): elk industriecluster stelt een energiestrategie op. Een CES beschrijft wat energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn.
•
Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK): een jaarlijks overleg van alle stakeholders rondom industrie om de infrabehoefte van de industrie te bepalen.
15
Introductie | leeswijzer Leeswijzer
Disclaimer
Het document begint met een overzicht van het huidige energienet in de regio en een samenvatting van de aangeleverde gegevens. Vervolgens werken we de impact van de regionale plannen op het elektriciteitsnet uit. Ook geven we adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Een kwalitatieve duiding van de impact van het regionaal bod op de warmte- en gasinfrastructuur volgt. Tot slot volgt een aantal aanbevelingen aan de regio.
Dit document is met zorg samengesteld ten behoeve van de RES-ontwikkeling in een regio.
In de bijlage is de volgende informatie beschikbaar: • Verdieping • Bronnen en verwijzingen • Terminologie en gebruikte afkortingen • Een toelichting op de werkwijze
Het document geeft een globale indicatie van de impact van de regionale ontwikkelingen op het elektriciteits- en gasnet vanuit de beschikbare informatie op het moment van analyse. Door dit globale karakter worden diverse onderwerpen niet meegenomen, bijvoorbeeld de belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net. De weergave van ruimtebehoefte en benodigde investeringen in dit document zijn daardoor lager dan ze daadwerkelijk zullen zijn. Deze indicatie van de impact is beoordeeld vanuit de huidige wet- en regelgeving. Het is mogelijk dat netbeheerders door Europese of nationale ontwikkelingen andere mogelijkheden of verplichtingen krijgen. Dit kan invloed hebben op de indicatie van de impact. De impact is mede bepaald op basis van gegevens aangeleverd vanuit de regio, aangevuld met back-up gegevens vanuit het NP RES. Liander en Stedin dragen geen verantwoordelijkheid voor de back-up gegevens of de aangeleverde gegevens door de regio.
Het verdient de aanbeveling om de informatie uit dit document altijd samen met de regionale plannen te publiceren. Deze netimpactanalyse kan tot verkeerde conclusies leiden wanneer de context van de regionale plannen niet wordt meegenomen. Liander en Stedin aanvaarden geen aansprakelijkheid voor enige schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van (het oneigenlijk) gebruik van de kaarten en informatie. Aan de informatie in dit document kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Neem voor specifieke ontwikkelingen, ambities en projecten altijd contact op met Liander of Stedin voor de meest actuele informatie.
16
2. Het huidige energienet in beeld
17
Regio in beeld; huidige situatie energienet Er zijn verschillende energiedragers. In Nederland kennen we vooral elektriciteit, (aard)gas en warmte. Voor deze verschillende energiedragers kennen we verschillende netten om de energie te transporteren. Ook worden flexibele oplossingen om vraag en aanbod van energie te kunnen balanceren steeds belangrijker in het energienet.
Elektriciteit*
Gas
Warmte (netten)
2 HS/MS stations in regio 5 TS/MS stations in regio 7 MS stations in de regio De HS/MS stations en de verbindingen hiertussen zijn in de afbeelding hieronder weergegeven. In de regio is sprake van transportschaarste. Lees hier meer over de situatie in de regio.
8 stations binnen de regio
Er zijn meerdere warmtenet(ten) in deze regio, namelijk in Veenendaal, Ede, Wageningen en Scherpenzeel.
Deze 8 stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven.
Flexibele oplossingen (bv. opslag) Flexibele oplossingen zijn onmisbaar om incidentele pieken in energie op te vangen. Een vorm van een flexibele oplossing is opslag. Bijvoorbeeld batterijen kunnen een rol spelen in het oplossen van congestieproblemen.
*= voor uitleg terminologie en afkortingen: zie de bijlage.
18
3. Aangeleverde gegevens RES 1.0
19
Ambitie van de regio Uitgangspunten RES-bod: De Regio Foodvalley ziet in de energietransitie een belangrijk thema voor inwoners, ondernemers, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties in onze regio. De energietransitie vraagt om ruimte en moet daarom zorgvuldig aansluiten bij de karakteristieken van de regio. Daarom zijn een aantal kernprincipes geformuleerd, waaronder 1) zorgvuldige ruimtelijke inpassing met respect voor natuur en landschap 2) voorkomen van versnippering in het landschap voorkomen en 3) functies combineren. Dit vertaalt zich in het bod tot een verhoogde bijdrage van zon op dak en de wens om grootschalige wind- en zon samen te brengen in energieclusters.
Het RES1.0 bod De Regio Foodvalley committeert zich aan de doelstelling om 0,75 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit in de regio te realiseren. De ambitie gaat nog een stap verder, namelijk 1 TWh in 2030. De komende jaren zal de regio zich inspannen voor aanvullende mogelijkheden om deze ambitie te realiseren. Daarnaast herkent de regio de winstwaarschuwing van de netbeheerders op de verwachte knelpunten door zon op dak. Daarom is in scenario B onderzocht of een halvering van het zon op dak bod leidt tot een maakbare RES.
Uitsplitsing zon op dak bod Scenario´s • Zon op dak best • Zon op dak pijplijn* • Zon op dak ambitie • Zon overig ambitie • Totaal
A = 0,066 TWh = 0,077 TWh = 0,266 TWh = 0,039 TWh = 0,448 TWh
B (50%) 0,066 TWh 0,077 TWh 0,066 TWh 0,011 TWh 0,224 TWh
Verloop bod van Concept-RES naar RES 1.0
Huidige beeld
Voorkeurs scenario
ConceptRES
Scenario A
Bestaand Pijplijn*
0,150 TWh
Scenario B** 0,090 TWh
0,090 TWh
0,077 TWh
0,077 TWh
Zon op land
91 ha
0,086 TWh
209 ha
0,248 TWh
209 ha
0,248 TWh
Zon op dak
180 ha
0,170 TWh
174 ha
0,266 TWh
87 ha
0,133 TWh
9 turbines
0,170 TWh
14 turbines
0,244 TWh
14 turbines
0,244 TWh
29 ha
0,039 TWh
15 ha
0,019 TWh
Wind op land Zon overig*
--
--
Totale opgave in beeld
0,576 TWh
Minimale RES 1.0
0,75 TWh
Ambitie RES 1.0
1,0 TWh
0,964 TWh
0,73 TWh
Bestaand Zon op land
11 ha
0,014 TWh
Zon op dak
93 ha
0,143 TWh
2 turbines
0,010 TWh
Wind op land Zon overig Totaal
* De definitie van pijplijn, zoals gehanteerd in het RES document zal ten dele nog aangesloten moeten worden door de netbeheerder. **In de doorrekening is ´Zon overig´ op advies van RES Foodvalley bij ´Zon op dak´ opgeteld, aangezien het voornamelijk ´kleinere´ projecten zijn die niet direct op het station aangesloten kunnen worden.
--
-0,167 TWh 20
Aangeleverde gegevens De impact van de RES 1.0 is doorgerekend aan de hand van verschillende gegevensbronnen. De regio is gevraagd om informatie aan te leveren voor de onderdelen in onderstaande tabel. De regio heeft gegevens tot het jaar 2030 aangeleverd. Wanneer de regio geen gegevens heeft aangeleverd, is in overleg besloten of de Liander gegevens of de landelijke back-up gegevens van het NP RES* zijn gebruikt. Voor elektrisch vervoer wordt gerekend met een basis gegevensset opgesteld door stichting Elaad. Voor een aantal onderdelen zijn (nog) geen gegevens beschikbaar. In onderstaande tabel is te zien welke gegevens zijn gebruikt.
Aanbod Elektriciteit
concept RES
Wind op land
Regio
Regio
Grootschalig gebouwgebonden zon (>15 kWp)
Regio
Regio
Grootschalig niet-gebouwgebonden zon (zonnevelden) (>15kWp)
Regio
Regio
NP RES
NP RES
Overige duurzame opwek
Geen gegevens
Geen gegevens
Groengas
Geen gegevens
Geen gegevens
Geen gegevens
Geen gegevens
Kleinschalige zon (<15 kWp)
Vraag
RES 1.0 Elektriciteit
concept RES
RES 1.0
Nieuwbouw woningen
NP RES
Liander
Nieuwbouw utiliteit
NP RES
Liander
Bestaande utiliteit
NP RES
Liander
Elektrisch vervoer
NP RES
Liander
Landbouw/glastuinbouw
NP RES
Liander
Geen gegevens
Geen gegevens
NP RES
Liander
Utiliteit
Geen gegevens
Geen gegevens
Industrie
Geen gegevens
Geen gegevens
Landbouw/glastuinbouw
Geen gegevens
Geen gegevens
Vervoer
Geen gegevens
Geen gegevens
Totale vraag
Geen gegevens
Geen gegevens
Datacenters Gas
Waterstof
Groene waterstof
Industrie
Gas
Overig Gebouwde omgeving warmteoplossingen Flexibiliteit
NP RES
Liander
Geen gegevens
Geen gegevens
Waterstof
* Op de website van het NP RES is meer informatie over de gebruikte gegevens te vinden: https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulformulieren/default.aspx ** II3050 data is gebruikt ter aanvulling van de landelijke back-up gegevens. Dit geeft een beter beeld van de21 impact op de langere termijn. https://www.netbeheernederland.nl/dossiers/toekomstscenarios-64/documenten
Aangeleverde gegevens | samenvatting elektriciteit Grootste belasting op basis van opwek: De figuur toont dat de huidige verwachte groei van duurzame opwek van elektriciteit in de RES1.0 vooral komt door zon projecten. Zon op daken van grootschalig gebouw gebonden wordt direct meegenomen in de RES1.0, maar we verwachten ook een flinke groei van kleinschalige zon (bij particulieren).
VRAAG
Dit laat zien dat in de RES Foodvalley duurzame opwek naar verwachting veel meer netcapaciteit nodig heeft dan overige ontwikkelingen. Dit drijft mogelijk nieuwe investeringen in het elektriciteitsnetwerk en daarom is het extra belangrijk het netwerk zo goed mogelijk te benutten.
Glastuinbouw Industrie Elektrische vervoer Utiliteit (bestaande & nieuwbouw) Warmteoplossingen bestaande woningen Warmteoplossingen nieuwbouw woningen Kleinschalige zon (bestaande & nieuwbouw)
AANBOD
We zien dat de verwachte vraag naar elektriciteit een stuk lager is. Voornamelijk de groei van het aantal elektrische laadinfrastructuur en verduurzaming in de utiliteitssector dragen daar aan bij.
Samenvatting Vraag & Aanbod
Grootschalige zonnevelden Grootschalig gebouwgebonden zon Wind op land 0
50
100
150
200
250
300
350
Groei in vermogen tot 2030 (MW)
NP RES
Liander scenario's
Aangeleverd door regio Scenario B
22
4. Impact RES 1.0 op energienet Samenvatting netimpact RES 1.0
Analyse netimpact
Benodigde netaanpassingen: nieuwe stations
Benodigde netaanpassingen: totaal overzicht
Aanbevelingen vanuit systeemefficiëntie
23
1. Samenvatting impact RES 1.0 op elektriciteitsinfrastructuur Analyse van de impact en benodigde netaanpassingen Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact van keuzes op de elektriciteitsinfrastructuur. Op stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op dit spanningsniveau wordt grootschalige duurzame opwek vaak aangesloten. De analyse levert het volgende beeld op: • De aangeleverde RES 1.0 past niet binnen het huidige elektriciteitsnet. • We verwachten dat tot 2030 op 8 van de 14 stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Oplossingen zijn het bijbouwen van 5 stations en uitbreiden van 3 stations. Procentueel gezien kan 40 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 niet worden aangesloten op bestaande stations. • Op 6 HS/TS/MS stations van de totaal 14 stations in de regio is tot 2030 voldoende capaciteit voorzien. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan het elektriciteitsnet. Procentueel gezien is 60 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 is direct aan te sluiten op de bestaande stations. • In de tabel hiernaast is samengevat welke netaanpassingen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren, inclusief een inschatting van kosten, benodigde ruimte en de haalbaarheid.
Snel samen plannen concretiseren We staan voor een flinke opgave. Daarom werken we graag tijdig samen met de RES-regio aan het concretiseren van de RES plannen. Het figuur hiernaast geeft een beeld van het aantal stations (HS,TS en MS) die afgelopen jaren in het werkgebied van Liander gerealiseerd zijn. Het laat ook zien hoeveel stations we ruwweg verwachten tot 2030 jaarlijks te moeten realiseren in het totale werkgebied van Liander: 12 ten opzichte van gemiddeld 2 a 3 per jaar daarvoor. In de regio FoodValley gaat het naar verwachting om 1 station per jaar. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, organiseren wij graag samen de zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations. Ook werken wij graag voldoende zekerheid zodat wij als netbeheerder proactief kunnen investeren en de RES kunnen betrekken in onze investeringsplannen.
Aanbevelingen voor meer systeemefficiëntie Wij adviseren om andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving te onderzoeken. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de
verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. Daarnaast helpt de netinpassingsladder zon op bedrijfsdaken bij het voorkomen van vertragingen door knelpunten in lagere netdelen. We hebben aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt voor de RES-regio. Spanningsniveau
Aantal nieuw te bouwen stations
HS
1
TS
1
MS
3
Aantal uit te breiden stations
3
Overige netdelen** Veldvermeerdering***
Kosten (in mln. €)
Benodigde ruimte
5,7-11,3
15,000-40,000 m2
9,7-19,3
9,00011,000 m2
8,6-16,9
4,8006000 m2
Ca. 60 miljoen Ca. 10 miljoen
TOTAAL
5
3
94-117,5
28,800 – 57,000 m2
Inzicht in aantal gerealiseerde stations en verwachte benodigde stations 15
12
Gerealiseerde stations in Liander werkgebied
1
Indicatie benodigde stations in Liander werkgebied Verwachte benodigde stations in regio per jaar
10 4
5 1
1
2015
2016
3
2
Trendlijn
0 2017
2018
*Zeer conservatieve schatting van overige verwachte MS/LS knelpunten. **Stedin stations hebben nieuwe velden nodig, als aparte kosten gerekend.
2019
Jaarlijks tot 2030 24
2. Analyse netimpact A: beschikbare capaciteit in zoekgebieden De impact van de RES 1.0 op de elektriciteitsnetten Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de netimpact van het RES1.0 bod. Op HS/MS stationsniveau hebben we inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op de afbeelding hiernaast zijn de uitkomsten op kaart weergegeven, op de volgende sheet is een uitsplitsing per station aangegeven.
Inzicht in beschikbare capaciteit voor duurzame opwek per gebied
Hiernaast is een kaart van de RES-regio weergegeven. De gebieden zijn ingedeeld in vlakken (op basis van voronoi-methode) van waaruit de aansluitingen naar hetzelfde dichtstbijzijnde station gaan. Zichtbaar is dus welke gebieden bij bepaald station horen. Ook is zichtbaar of het station in het betreffende gebied voldoende capaciteit heeft. Een gebied met nog ruimte heeft mogelijkheden om duurzame opwek aan te sluiten vanuit dat gebied. NB. dit is een indicatie van beschikbare capaciteit voor de dichtstbijzijnde aansluitingen. Bij concrete uitwerking van projecten wordt altijd gekeken naar de meest logische aansluiting. Dit is niet alleen afhankelijk van de afstand tot een station, maar ook van andere factoren.
Geen capaciteit 10 – 20 MW capaciteit over 30 - 50 MW capaciteit over 50 - 75 MW capaciteit over
Geen capaciteit
75+ MW capaciteit over
Geen velden
Geen aansluiting mogelijk
Ruimte op station
25 beeld van 6 april 2021
3. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations Scenario A
Scenario A: Beschikbare capaciteit opwek op HS/TS/MS stations tot
De impact van de RES 1.0 op de elektriciteitsnetten Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de netimpact. Op HS/MS stationsniveau hebben we inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan.
Totaalbeeld • • •
• • •
De aangeleverde RES 1.0 past niet binnen het huidige elektriciteitsnet. Op 0 stations is maximale capaciteit nu al bereikt. We verwachten dat tot 2030 op 8 van de totaal 14 stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Dit zijn de stations met tekorten aan capaciteit (rode vlakken) in de grafiek. Op 6 van de totaal 14 stations is voldoende capaciteit voorzien tot 2030. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan het elektriciteitsnet. Dit zijn de stations met onbenutte capaciteit (groene vlakken) in de grafiek. 60 % (407 MW) van de duurzame opwek in de RES 1.0 is direct aan te sluiten op de bestaande stations. Dit is de som van de blauwe vlakken in de grafiek. 40 % (270 MW) van de duurzame opwek in de RES 1.0 kan niet worden aangesloten op bestaande stations. Dit is de som van de rode vlakken in de grafiek.
MW 100 80 60 40 20 Veenendaal 2
Veenendaal 1
SS Wageningen Noord
RS WEKEROM
RS SCHERPENZEEL
Station
RS NIJKERKERVEEN
RS EDE WEST
OS RENKUM
OS WAGENINGEN
OS NIJKERK
•
120
OS HARSELAAR
•
140
OS FRANKENENG
• •
Op station Ede is nog ruimte voor wind- én zon op land. Een deel van het bod van Frankeneng of Ede-West kan misschien daar aangesloten worden om een stationsuitbreiding te voorkomen. Op station Nijkerkerveen is nog wat ruimte voor kleinere zonneveld projecten. Station Renkum heeft weliswaar wat ruimte, maar de aansluiting loopt via WageningenNoord. Dat is de beperkende factor. Nijkerk, Barneveld, Harselaar, Scherpenzeel, Wageningen en Wekerom overschrijden de stationscapaciteit. Wageningen-Noord kan uitkomst bieden voor Wageningen. Op station Renkum en Veenendaal 1 en 2 is er opwekcapaciteit aanwezig, echter er zijn geen velden (stopcontacten) beschikbaar. Het uitbreiden van velden vereist een doorlooptijd van 3 jaar. De zon op dak opgave is gemiddeld genomen goed inpasbaar in de MS ringen maar kan lokaal wel knelpunten opleveren.
160
OS EDE
•
180
OS BARNEVELD
Conclusies
2030
200
Geen velden (stopcontacten) direct beschikbaar
Onbenutte capaciteit tot 2030 Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Direct aan te sluiten capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Totale capaciteit station NB 1. Op een station komt afname (vraag is een beeld van capaciteit op Hoogspanning/Middenspanning statiog) en opwek (aanbod) van elektriciteit bij elkaar. Netbeheerders kijken altijd naar het totaalbeeld op een station. Vanuit deze doorrekening blijkt dat er alleen knelpunten in de elektriciteits-infrastructuur ontstaan door de duurzame opwek plannen. Daarom is in de grafiek hiernaast alleen de beschikbare 26 capaciteit voor opwek gevisualiseerd. NB 2. Dit ns en is een versimpelde weergave van de soms complexe situaties op een station.
4. Analyse netimpact: vergelijking Scenario A en B Scenario A en B: Beschikbare capaciteit opwek op HS/TS/MS De impact van scenario B van RES1.0 op het elektriciteitsnet: De RES regio Foodvalley heeft in scenario B laten doorrekenen wat de impact is van een halvering van het zon op dak bod op het elektriciteitsnetwerk. De figuur toont in welke mate de overbelasting op stations afneemt door deze keuzes. Dit scenario: • heeft een nagenoeg gelijk direct aan te sluiten vermogen 390 MW ipv 407 MW (17 MW minder) • heeft een veel lagere overbelasting, namelijk 146 MW ipv 270 MW (124 MW minder) en is dus relatief beter maakbaar dan scenario A • voorkomt overbelasting op 1 station en bespaart daarmee 2,5-4,9 miljoen euro én voorkomt de noodzaak voor een nieuwe stationslocatie voor Ede-West. • verlaagt effectief de overbelasting op voornamelijk de Barneveldse stations, namelijk Barneveld, Harselaar MW en Wekerom. Het is vooralsnog onvoldoende om de knelpunten volledig te voorkomen. Aanvullende acties, bijvoorbeeld met de netinpassingsladder zon op dak of inzet reservecapaciteit, kan helpen. • is een minder effectieve oplossing voor het voorkomen van knelpunten op de overige stations.
stations tot 2030
200 *Reductie overbelasting in B t.o.v. A
180 160 140
B
120
A
100 80
B
B
60
Gemeentelijke conclusies:
Veel effect
Zeer veel effect
Rhenen
Veel effect
Zeer veel effect
Scherpenzeel
Veel effect
Veel effect
Veenendaal
Veel effect
Veel effect
Wageningen
Weinig effect
Veel effect
Veenendaal 2
Renswoude
Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Direct aan te sluiten capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Benutte capaciteit 2020 Totale capaciteit station
Veenendaal 1
Veel effect
B
SS Wageningen Noord
Weinig effect
RS WEKEROM
Nijkerk
Station
RS SCHERPENZEEL
Veel effect
B
B
B
B
RS NIJKERKERVEEN
Weinig effect
RS EDE WEST
Ede
OS RENKUM
Zeer veel effect
OS WAGENINGEN
Veel effect
OS NIJKERK
Barneveld
20 OS HARSELAAR
Effect scenario B op knelpunten MS- en LS net
B
OS FRANKENENG
Effect scenario B op stationsknelpunten
B
40
OS EDE
Gemeente
B
OS BARNEVELD
Het effect van de halvering van het zon op dak bod is tweeledig: 1) het voorkomen van knelpunten op stations 2) het voorkomen van knelpunten in MS- en LS net. • Voor de gemeente Barneveld en Scherpenzeel geldt dat de halvering van het zon op dak bod een zeer effectief middel is om de overbelasting op stations te verminderen. • Voor alle gemeentes geldt dat het verlagen van het zon op dak bod een effectief middel is om vele knelpunten in het MS- en LS net te voorkomen. om RES1.0 bod te realiseren. Dit wordt in de slides over netimpact MS- en LS net verder toegelicht.
A
Geen velden (stopcontacten) direct beschikbaar Belasting scenario B
*De stippellijn toont de verwachte piekbelasting in scenario B. De staaf toont die van scenario A. Zo is te zien in welke mate de overbelasting afneemt. 27
Analyse netimpact: verschil stations en MS-en LS net Verschuiving naar zon op dak Naast de impact op stations zien we grote druk op het middenspannings- en laagspanningsnet (MS en LS net) ontstaan, het zogeheten distributienet. Doordat het bod zich meer focust op kleinschalige zon is de verwachting dat op lager gelegen netvlakken significante aanpassingen moeten gaan plaatsvinden. De uitdaging hierbij is dat dit leidt tot veel aanpassingen ´in de wijken´. Veel kabels en kleine verdeelstations (middenspanningsruimten) zullen moeten worden verzwaard. Dit geeft enorme druk op het werkpakket van Liander, het leidt tot hoge kosten en de uitvoerbaarheid (haalbaarheid) van de RES wordt nadelig beïnvloedt. Liander werkt op dit moment aan een instrumentarium om sturing te geven aan zon op dak om de haalbaarheid van de potentie te vergroten. Helaas komt de netimpactrapportage van RES 1.0 te vroeg om dit mee te kunnen nemen. Dit zal dan ook onderdeel worden van het gezamenlijke uitvoeringsprogramma waar wij voor pleiten.
Afbeelding 1
Toelichting Afbeelding 1-2: verschil impact grootschalig zon/wind en kleinschalig zon In de hiernaast opgenomen afbeeldingen wordt grofstoffelijk het impactverschil voor de netbeheerder uitgelegd tussen geclusterd grootschalig zon/wind en niet geclusterd zon op dak. Afbeelding 1: Impact van geclusterd grootschalig zon/ wind. Het aansluiten van grootschalig zon of wind (boven 2 MVA) wordt direct op een onderstation aangesloten. Dit betekent in veel gevallen dat vanaf het zonnepark/windpark er slechts één of enkele directe kabelverbindingen naar het onderstation moeten worden getrokken en dat deze worden aangesloten op de velden (stopcontact) van het station. Is er onvoldoende capaciteit op het station aanwezig om de opwekcapaciteit op te nemen, dan zal het station moeten worden uitgebreid.
Afbeelding 2
Afbeelding 2: Impact van niet geclusterd zon op dak. Bij niet geclusterd zon op dak betekent het dat de zonnedaken op een lager netvlak in het netwerk worden ingepast. Stel dat we uitgaan van een gelijke opwekcapaciteit als bij afbeelding 1, dan betekent dat net als in voorgaande situatie dat het stationsvermogen moet worden uitgebreid mocht er onvoldoende capaciteit beschikbaar zijn. Echter, daarnaast zal óók lokaal veel kabels en middenspanningsruimten moeten worden verzwaard. Veel straten in de (bebouwde omgeving) zullen dan open moeten om verzwaring van huidige assets mogelijk te maken en zullen bovengronds middenspanningsruimten verzwaard moeten worden en of bijgeplaatst moeten worden. Naast overlast en hoge kosten geeft dit een enorme extra druk op het werkpakket bij de netbeheerder.. .
28
Analyse netimpact: inzicht op het middenspanningsnet Netimpact op midden- en laagspanningskabels op hoofdlijnen
Beschikbare ruimte op het MS-net
De belasting van zon op dak is in deze netimpactanalyse rekenkundig op stationsniveau (HS/TS/MS) meegenomen. Zon op dak wordt echter op een lager spanningsniveau aangesloten, namelijk op het MS- of LS-net. De impact van de belasting op individuele midden- en laagspanningskabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net is nog niet meegenomen. Op basis van onze prognoses schatten we in dat we in de Regio Foodvalley zo´n 60 miljoen euro moeten investeren op dit spanningsniveau. Dit is nog een zeer onzekere en conservatieve schatting. De komende jaren werken de netbeheerders aan een verbeterd inzicht.
NB: dit betreft een eerste schatting van de netbeheerders.
Kosten netuitbreidingen scenario A in miljoen euro
80 60 40 20 0 Stationsuitbreiding
Overige uitbreidingen
Inzicht in het MS-net:
*
Het aandeel aan te sluiten MW voor zon op dak is t.o.v. de concept-RES bijna verdrievoudigd. De impact is naar verwachting groot. We verwachten op diverse locaties knelpunten, vooral in gebieden waar ons net ´dun´ is, zoals in het buitengebied. Op de kaart hiernaast is een ´foto´ weergegeven van de beschikbare ruimte op het MS-net. Dit is een momentopname en biedt basisinformatie voor het verder uitwerken van een gebiedsgerichte aanpak voor het inpassen van zon op dak. Hoe donkerder de tint hoe meer capaciteit er op dat moment nog beschikbaar is. In de witte vlekken is dus geen ruimte meer om duurzame opwek aan te sluiten.
Max 2 MW
Geen capaciteit
*Neem contact op met Stedin voor meer inzicht in middenspanningsnet.
29
4. Analyse netimpact: TenneT Afstemming met TenneT Het RES-bod is gedeeld met TenneT, de landelijke beheerder van het hoogspanningsnet. TenneT ziet geen additionele belemmeringen voor de regio Foodvalley ten opzichte van de concept RES.
Hoogspanningsnet Flevoland-Gelderland-Utrecht – capaciteitsprojecten TenneT 63
65
12 81
80
Echter TenneT werkt op dit moment aan een studie voor HS/MS-stations Harselaar, dat een groot deel van de regio Foodvalley voedt. Daarnaast werken Liander, Stedin en TenneT aan een studie voor een nieuw station in ten westen van Nijkerk. Zo worden de investeringen en planningen van Liander en TenneT op elkaar afgestemd. Het is noodzakelijk dat uitbreidingen bij Liander en/of Stedin aansluiten op de capaciteit van het hoogspanningsnet.
73
83 45 13
82
76 79
18
31
74
A 69
65
67
65
63
32
68 71 65 66 62 70
29
Studie 74
Basisontwerp
Realisatie
Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-station bij Harselaar.
A Start studie TenneT – Liander – Stedin naar een nieuw 150 kV-station bij Amersfoort - Nijkerk
30
5. Impact RES 1.0 op warmte- en gasinfrastructuur
31
De Regionale Structuur Warmte Als onderdeel van de RES hebben regio's een Regionale Structuur Warmte (RSW) uitgewerkt. Hierin is het warmteaanbod en de warmtevraag op regionaal niveau in kaart gebracht. Voor de netbeheerders is een RSW van belang omdat energiesystemen meer met elkaar verweven raken en totaaloplossingen voor het energiesysteem moeten worden onderzocht. Bijvoorbeeld: het gebruik van warmte of duurzaam gas voor verwarming van gebouwen kan extra investeringen in het elektriciteitsnet voorkomen. In de verdieping is meer informatie te vinden over de afhankelijkheid tussen elektriciteits- en gasnet. In de RSW van de Foodvalley zijn een aantal punten benoemd die van belang zijn voor de gas- en elektriciteitsnetten: • De geschatte warmtevraag voor regio Foodvalley is in 2030 zo´n 12.000 TJ. • Momenteel zijn er al (deels duurzame) warmtenetten in Veenendaal, Ede, Wageningen en Scherpenzeel. De warmtenetten die nog gebruik maken van aardgas werken op termijn aan vervanging met een duurzame warmtebron. • Op basis van de warmtestructuurkaart zijn er vijf warmteclusters in de regio in potentie geschikt voor een groter warmtenet: Veenendaal, Ede-Bennekom-Wageningen, Rhenen, Barneveld en Nijkerk. Daarnaast zijn er meerdere kleine warmteclusters geïdentificeerd. • Er zijn weinig bovenlokale warmtebronnen, dus de meeste warmtenetten worden lokale netten.
Daarnaast lopen er onderzoeken naar de toepassing van warmte uit oppervlaktewater, afvalwater en (ultra)diepe geothermie. Mogelijk ontstaan daardoor meer bovenlokale warmtenetten. • Een deel zal ook ingevuld worden met all-electric warmteoplossingen. • Dit zal leiden tot een stijging van de elektriciteitsvraag in het gebied.
Aanbevelingen • •
•
Duid in de Wijkuitvoeringsplannen de regionale en lokale kansen en veranderingen t.a.v. het totale energiesysteem. Neem naast de warmtetransitie ook de ontwikkeling kleinschalige zon-op-dak en elektrisch vervoer mee. Werk nu al zoveel mogelijk warmtevragen integraal uit met een blik op 2050, zodat aansluitingen tussen landelijke, regionale en uiteindelijk lokale infrastructuur zo goed mogelijk kan worden gelegd. Werk de afhankelijkheid tussen warmte en elektriciteit verder uit. Zo zal de warmtetransitie leiden tot een hogere elektriciteitsvraag, door o.a. het koken op inductie en evt. een collectieve warmtepomp bij de toepassing van een lage temperatuur warmtebron. 32
Visie op warmte(oplossingen) vanuit de netbeheerder In de warmtetransitie worden afwegingen gemaakt tussen verschillende warmteoplossingen. Deze afwegingen hebben veel impact op het energienet. Hieronder geeft Liander aanbevelingen vanuit het perspectief van (de investeringen in) het energienet.
• Gasnetten behouden, na 2030 eventueel inzetten voor duurzame gassen
De inzet van gas in Nederland – en dus ook de infrastructuur - gaat de komende decennia veranderen. Aardgasvrij maken van buurten en industrie betekent niet automatisch het verwijderen van gasnetten. Gasnetten kunnen ook gebruikt worden voor distributie van andere soorten duurzame gassen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden, streven we ernaar om waar dat kan gasnetten te behouden. Zo blijft de leveringszekerheid geborgd, kan later gekozen worden om de netten zo goedkoop mogelijk te verwijderen of kunnen netten in de toekomst alsnog worden gebruikt voor duurzame gassen.
• Groengas gebruiken als er bron in de buurt is en alternatieven niet haalbaar zijn
Groengas is biogas (opgewekt uit mest, slib etc.) dat is opgewerkt tot de kwaliteitseisen voor aardgas. Het is daarom geschikt om via onze gasnetten te transporteren. Er wordt steeds meer groengas ingevoed en is dus steeds meer beschikbaar als een bouwsteen van het integrale energiesysteem. Groengas biedt kansen om bestaande gasnetten optimaal te benutten en investeringen in het elektriciteitsnet te voorkomen. Maar voor het gebruik ervan zijn wel investeringen in de gasnetten nodig. De decentrale productie kent namelijk een constante productiestroom terwijl de vraag fluctueert. Groengas is één van de puzzelstukken, benut het optimaal. Het optimaal benutten van onze gasnetten en het vermijden van investeringen in elektriciteitsnetten leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Tegelijkertijd is groengas vooralsnog schaars. Daarom volgen we (o.a. in TvW en RES) de lijn: zet groengas daar in waar alternatieven financieel en/of technisch niet haalbaar zijn.
• Hybride warmtepompen: 'no regret' waar warmte en all electric niet mogelijk zijn
Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in de omschakeling naar een duurzame warmtevoorziening, met name in buurten met woningen die zich niet goed lenen voor warmte(netten) of een all electric warmtevoorziening. De hybride warmtepomp kan een rol spelen in het behalen van de CO2-doelstellingen. Zeker op plekken waar op korte termijn een overgang naar all electric of warmte niet mogelijk is en waar nu al een gasnet ligt. Er moet de mogelijkheid zijn om te warmtepompen te regelen/af te schakelen (overschakelen op gas) door de netbeheerder als er spanningsproblemen dreigen op het elektriciteitsnet. Het verdient aanbeveling om de potentie van hybride warmtepompen verder uit te werken.
• Waterstof: geen oplossing tot 2030, wel kansen voor langere termijn
De komende jaren zijn de mogelijkheden van de toepassing van waterstof nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Alliander staat vooralsnog op het standpunt dat inzet van waterstof als oplossing voor de warmtevoorziening in woningen en gebouwen tot 2030 niet aan de orde is en dus ook niet thuishoort in een transitievisie warmte als oplossing voor de periode tot 2030. Wel werken we aan enkele pilots om de kansen op langere termijn te onderzoeken.