Bijlage 1 Concept Kadernota
Tekst van het document
2025-2029 1.155.100 988.600 166.500
2030-2034 1.162.200 1.011.800 150.400
https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/levensverwachting/cijfers-context/trends#!node-prognoselevensverwachting 21 https://themasites.pbl.nl/o/regionale-bevolkingsprognose/#h7, Data: Kerncijfers bevolking en huishoudens 22 https://themasites.pbl.nl/o/regionale-bevolkingsprognose/#h7, Data: Bevolkingsontwikkeling 20
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
23
Immigratie Emigratie Saldo Buitenlandse Migratie
2.
RHENEN 2020-2024 500 500 0
2025-2029 500 600 -100
2030-2034 500 600 -100
Economie, ruimte en wonen
Ontwikkelingen en innovaties volgen elkaar in hoog tempo op. Er is sprake van meer bewustwording23 bij bedrijven. Door maatschappelijke opgaven passen bedrijven hun (productie)processen aan. Deze worden duurzamer, hierbij kunnen we denken aan circulair gebruik en het gebruik van andere energiebronnen. Naast bewustwording maakt ook technologische vooruitgang deze ontwikkelingen mogelijk. In winkelgebieden zien we al jaren leegstand, deels ingevuld voor andere functies door transformatie. Die ontwikkeling zet zich voort, want er zal steeds minder behoefte zijn aan ruimte voor detailhandel. Ook digitalisering heeft weerslag op de detailhandel. Mensen zullen steeds meer aankopen doen via internet. Dit heeft tot gevolg dat er minder winkeloppervlakte nodig is. De verwachting is dat deze trend wordt versterkt door de maatregelen die de regering heeft genomen in het kader van de Covid-19 crisis. Ook trends als consuminderen en de circulariteit van producten hebben invloed op winkelgebieden. Onder bedrijfsactiviteiten vallen ook agrarische ondernemers. In de agrarische sector zijn twee belangrijke trends te zien. De producent komt onder druk te staan door veranderende milieuwetgeving en de consument wordt steeds kritischer.
Dit heeft een aantal gevolgen: • Sommige agrariërs stoppen met hun bedrijf; • Sommige agrariërs passen hun productieproces aan; • De schaal van de productie verandert (kan zowel groter als kleiner); • Andere corebusiness of nevenactiviteiten. Als er zo landbouwgrond op de markt komt dan biedt dat kansen voor extensivering van de landbouw. Extensivering houdt in dat er minder intensief gebruik wordt gemaakt van landbouwgrond, maar er is wel meer ruimte nodig. Wanneer agrariërs stoppen is het voor andere agrarischer interessant om deze grond op te kopen. Deze grond kan echter ook voor andere doeleinden worden gebruikt. Dit zorgt voor concurrentie op ruimte. Er is meer ruimte nodig voor het opwekken van duurzame energie, distributie van energie en voor maatregelen als gevolg van de klimaatbeheersing. Er is ook meer ruimte nodig voor economische groei. Dit zorgt voor meer behoefte aan bedrijventerrein (zowel voor nieuwkomers, als uitbreiding). De druk op de woningmarkt in de regio Arnhem-Nijmegen-FoodValley is groot. Die druk komt door de autonome bevolkingsgroei, de economische groei en de overloop van bewoners vanuit de Randstad vanwege de aantrekkelijkheid van het gebied.
Tot 2040 moeten er in de regio 100.000 woningen bijgebouwd worden: 40.000 in FoodValley en 60.000 in Arnhem-Nijmegen.24 Vestiging van nieuwe bedrijven leidt tot toenemende behoefte aan bijna alle woontypen, denk aan flexibele woonvormen , middenhuur, goedkope koop , middensegment koop , het dure segment en wellicht zelfs het topsegment.25 Ook door vergrijzing zal de vraag naar specifieke woningtypen toenemen. Dit geldt voor zorgwoningen en voor woningen met een zorgindicatie.
23 24 25
Duurzaamheid, beter omgaan met grondstoffen, het gebruik van andere energiebronnen en efficiënter produceren Regio FoodValley, Strategische Agenda 2020-2025 (2020), 15-16
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
24
Mobiliteit en bereikbaarheid via fiets, auto en het openbaar vervoer hebben in de regio FoodValley blijvend aandacht nodig, zeker gezien de huidige groei van de woningvoorraad en bedrijvigheid. Bereikbaarheid vormt namelijk een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk woon- en werkklimaat. Voor de bereikbaarheid zijn de hoofdverbindingen A1 en A12 (oost - west) en A30 (noord - zuid) van groot belang. De parallel daaraan lopende spoorlijnen moeten bijdragen aan het vermijden van congesties. Daarnaast is de zuidelijke verbinding via de Rijnbrug met de A15 belangrijk. Groei van banen, bedrijven en inwoners leidt per definitie tot meer mobiliteit. Regio FoodValley zal er voor moeten zorgen dat de regio ondanks de toename van het aantal verplaatsingen goed bereikbaar blijft via álle modaliteiten. Daar waar het openbaar vervoer zich vaker bundelt rond grote vervoersstromen wordt het een steeds grotere uitdaging om ook voor kleinere kernen en het buitengebied voldoende openbaar vervoer te bieden. Er zal gekeken moeten worden naar andere vormen van collectief vervoer, daar waar regulier openbaar vervoer onvoldoende rendabel is en verdwijnt. Er is landelijk en regionaal steeds meer aandacht voor vernieuwing en meer duurzame mobiliteit dan in het verleden het geval was.
Dit betekent onder meer het beter en anders gebruiken van de bestaande infrastructuur (slimmer) en het geven van richting aan de mobiliteitstransitie (duurzamer en gezonder). Naast aandacht voor bereikbaarheid via wegen, het water, het spoor, en de fiets zijn goede wandelroutes nodig die woonwijken, buitenruimte en bedrijventerreinen met elkaar verbinden en het gezond bewegen stimuleren.26
Economie, ruimte en wonen in Gemeente Rhenen Gemeente Rhenen bestaat uit drie kernen met ieder hun eigen karakter. Alle drie de kernen hebben een ondernemend karakter. In Achterberg speelt de agrarische sector een belangrijke rol. Rhenen heeft relatief veel hoogopgeleide inwoners, die vaak verbonden zijn aan Wageningen University & Research. In Elst neemt bedrijventerrein Remmerden een belangrijke rol in wat betreft de werkgelegenheid. Hier zijn 125 bedrijven gevestigd. In gemeente Rhenen zijn op dit moment 1.931 bedrijven gevestigd, met 6.428 arbeidsplaatsen. Zo’n 250 bedrijven zijn gerelateerd aan recreatie en toerisme. Verder zijn er relatief veel agrarische bedrijven in Rhenen. De agrarische bedrijven in Rhenen zijn steeds meer bezig met de ontwikkeling van nevenactiviteiten, dit ter versterking van levensvatbaarheid van bedrijven. Daarnaast is bij de eigenaren van agrarische bedrijven sprake van vergrijzing en is er geen bedrijfsopvolger. Daardoor moeten ze stoppen. De provincie Utrecht hanteert het uitgangspunt dat op de plek van de agrariërs die stopt, er natuur voor in de plaats moet komen. Vanuit landelijke beleid worden nieuwbouwwoningen steeds duurzamer en energieneutraal gebouwd. Klimaatadaptatie, energietransitie, thuiswerken vragen bovendien veel aanpassingen voor bestaande woningen.
Deze stapeling van eisen en de schaarste van woningen hebben een opdrijvende werking op de prijs van woningen Voor de Verstedelijkingsstrategie is er een woonbehoefteonderzoek gedaan27. Uit dat onderzoek blijkt dat tot 2040 een behoefte aan 1.000 extra woningen in de gemeente Rhenen. In de Woonvisie: Kiezen voor Rhenen is de doelstelling geformuleerd om gedurende 10 jaar 50 woningen per jaar te bouwen.28 Na 2027 staat er geen nieuwe woningbouw en herstructurering op de planning. Er is weinig ruimte voor woningbouw, maar in Rhenen is dat extra voelbaar omdat er (voorlopig) niet uitgebreid mag worden buiten de rode contouren. Daarom wordt er op dit moment prioriteit gegeven aan woningbouw binnen de gebouwde omgeving van de kernen. Het gaat dan ook om herbenutten van bedrijfs- en schoollocaties en om de herstructurering van huurwijken.
Regio FoodValley, Strategische Agenda 2020-2025 (2020), 16. STEC-Groep, Woningbehoefte Regio FoodValley: de actuele woningbehoefte en de inhaalvraag in beeld (2020) 28 Gemeente Rhenen, Woonvisie: Kiezen voor Rhenen (2018), 12. 26 27
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
25
Afbeelding Rode Contouren Gemeente Rhenen, Bron: Ontwerp Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht
De gemeente Rhenen kijkt naar inbreidingslocaties voor woningen. Inbreiding is het bouwen binnen bestaande bebouwing (rode contouren). Een groot risico van inbreiding in Rhenen is dat er groenruimte verloren gaat. Groene ruimten is een belangrijke kwaliteitsdrager29. Ruimte voor woningbouw binnen de rode contouren is schaars. Bouwen buiten de rode contouren is lastig door provinciale voorwaarden. Doordat we weinig invloed hebben op de woningbehoefte ontstaat de komende jaren een spanningsveld met hoge woningprijzen als gevolg. Hierdoor ontstaan bovendien oplopende wachttijden voor sociale huurwoningen. Intensievere inbreiding kan echter leiden tot een afnemende aantrekkingskracht en leefbaarheid. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om buiten de rode contouren te bouwen, ondanks de beperkingen van de provincie. Door de vergrijzing ontstaat ook in Rhenen meer behoefte aan woningen die (ook) voor ouderen geschikt zijn. Op dit moment blijven ouderen nog in hun oude eengezinswoning wonen. Hierdoor vindt weinig doorstroming plaats. Het gevolg is dat de prijzen van de woningen die ook geschikt zijn voor jonge gezinnen hoger worden, waardoor deze niet aantrekkelijk zijn voor starters. De Rijnbrug is al jaren het grootste verkeersknelpunt in Rhenen.
De belangrijkste reden om dit probleem aan te pakken is omdat het vanuit de Regio FoodValley noodzakelijke is om vanaf de zuidzijde een goede economische ontsluiting te hebben richting Ede, Wageningen en Veenendaal. Daarnaast heeft Rhenen last van congestie op haar eigen wegen waardoor de doorstroming regelmatig ernstig in het gedrang komt. Dit geeft allerlei verschillende problemen voor verkeer, milieu en leefbaarheid. Ook in de gemeente Rhenen is er aandacht voor duurzamer en gezonder vervoer. Om dit te stimuleren zijn meer snelle en veilige fietsverbindingen nodig. Het realiseren van een goede fietsverbinding tussen Rhenen en Veenendaal langs de N233 is daarvan een goed voorbeeld. Tevens wordt er een fietsroute ontwikkeld tussen Veenendaal en Utrecht. Deze loopt via Elst/Amerongen over de Cuneraweg en de Veenseweg.
3.
Sociaal-maatschappelijk
De huidige tijd voelt tamelijk turbulent aan. Door de snelle veranderingen lukt het niet iedereen om aansluiting te houden met het maatschappelijke leven. Hierbij groeien verschillen in wat mensen hebben, kunnen of willen. Daarbij komen zij op grotere afstand van elkaar te staan. Steeds meer verschillen zijn niet of moeilijk te rechtvaardigen, terwijl andere verschillen juist meer waardering verdienen.
3.1 Gezondheid Gezondheid en leefomgeving 29
Beleving van groen, klimaatadaptatie, speelruimte, gezondheid etc.
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
26
Binnen gemeenten nemen verschillen tussen buurten en wijken toe doordat bepaalde bevolkingsroepen bij elkaar gaan wonen. Hierdoor ontstaan wijken met een opeenstapeling van gezondheidsrisico’s en wijken met een veel gunstiger profiel. De inrichting van de leefomgeving speelt een belangrijke rol bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Het goed inzetten van groen en water in de leefomgeving is hierbij erg belangrijk. Gezondheidseffecten van klimaatverandering hebben onder andere te maken met hittestress en de verspreiding van ziekteverwekkers en allergenen. Er is steeds meer vraag naar maatwerk in woonvormen. De toekomstige Omgevingswet moet er voor zorgen dat ruimtelijke beleid in buurten beter aansluit bij de lokale situatie. Het steeds verder afstemmen van woonvormen op de wensen van bewoners heeft positieve effecten (meer welbevinden, beweegvriendelijke omgeving, zorgvoorzieningen op maat) maar kan er ook voor zorgen dat bepaalde bevolkingsgroepen bij elkaar gaan wonen. Intensieve veehouderij brengt risico’s voor de volksgezondheid met zich mee, bijvoorbeeld door de uitstoot van fijn stof, en door verspreiding van ziekteverwekkers en resistente bacteriën. Gezondheid en gezondheidszorg Het aantal mensen met ouderdomsziekten zal fors toenemen door de vergrijzing.
Hierdoor neemt de druk op het gehele zorgsysteem toe, van mantelzorg tot eerstelijnszorg en van spoedzorg tot verpleeghuiszorg. Door toename van het aantal ouderen zijn er in de toekomst ook meer mensen met meerdere aandoeningen tegelijk (multimorbiditeit). Een deel van de ouderen heeft daarnaast ook sociale problemen, zoals eenzaamheid. Het aantal mensen met een complexe, domeinoverstijgende zorgvraag zal hierdoor toenemen. De samenstelling van de beroepsbevolking verandert. Daardoor komt steeds meer druk op de mantelzorg. Er wordt verwacht dat mensen meer zorg dragen voor elkaar, dit staat haaks op de gegeven dat er steeds meer mensen op de arbeidsmarkt worden verwacht. Zorg verschuift steeds meer naar bij de patiënten thuis. Dit vergt aanpassingen in het zorgsysteem en van de vaardigheden van zorgprofessionals en patiënten. Patiënten doen ook steeds meer zelf. Door het inzetten van eHealth en domotica wordt de toegankelijkheid van de zorg verbetert, kunnen mensen thuis worden behandeld en langer thuis blijven wonen, Dit vergt nieuwe en andere vaardigheden van patiënten en zorgverleners, maar ook aandacht voor groepen die hier moeite mee hebben. De zorgvraag verandert door de steeds succesvollere behandeling van sommige aandoeningen.
Dit heeft ook gevolgen voor lange termijn, met name op de kwaliteit van leven van patiënten en de (on)mogelijkheden om mee te doen met het maatschappelijk leven. De mentale druk op jongeren en jongvolwassenen lijkt toe te nemen, met mogelijke consequenties voor hun psychische gezondheid. Technologieën zoals social media en virtual reality spelen hierbij een rol. Deze brengen nieuwe risico’s met zich mee, maar bieden ook kansen voor de behandeling van psychische aandoeningen. De onvoorspelbaarheid en de complexiteit van de samenleving draagt bij aan psychische gezondheidsproblemen Gezondheid en Technologie De digitalisering vraagt om andere competenties van werknemers, die bovendien snel veranderen. Een leven lang leren wordt hierdoor cruciaal. Laagopgeleiden, ouderen, flexwerkers en mensen met een slechte gezondheid zullen mogelijk achterblijven in de deelname aan levenslang leren, en daarmee een slechtere positie op de arbeidsmarkt krijgen. De relatie tussen technologie en zorguitgaven is complex, en wordt ook beïnvloed door ontwikkelingen van buiten de zorg. Nieuwe technologie kan de zorg duurder maken door vaker
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
27
ingrijpen, maar ook goedkoper door sneller, efficiënter en effectiever ingrijpen. Het realiseren van de kostenbesparing door technologie vraagt veel van de organisatie van de zorg. Gezondheid en leefstijl Overgewicht en obesitas worden een steeds groter maatschappelijk vraagstuk. Daardoor neemt ook de aandacht voor een gezonde leefstijl toe. Meer mensen sporten en zijn zich bewust van het belang van bewegen. Aandacht voor een beweegvriendelijke leefomgeving wordt groter. Doordat er steeds meer ouderen zijn, wordt het aanbod van sport anders. Het aanbod zal zich steeds meer richten op deze doelgroep. Omdat er steeds minder jongeren zijn, wordt het aantal jeugdteams minder. Monitoring van de gezondheid op de leefstijl wordt getoetst aan de hand van de volgende aspecten: roken, gewicht, beweging, voeding, alcoholgebruik en nachtrust. Roken: Het percentage rokers blijft dalen; in 2040 rookt nog 14 procent van de volwassenen. De daling in roken is sterker voor mannen dan voor vrouwen. Het percentage rokers daalt in alle leeftijdsgroepen vanaf 18 jaar. Gewicht: We worden steeds zwaarder; in 2040 heeft 62 procent van de volwassen Nederlanders overgewicht. De toename in overgewicht geldt voor alle leeftijdsgroepen vanaf 18 jaar. Bij mannen neemt vooral matig overgewicht toe, bij vrouwen vooral ernstig overgewicht.
Beweging: We voldoen steeds vaker aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen; in 2030 halen ruim twee op de drie volwassen Nederlanders de norm. Voeding: De dalende trend in groente- en fruitconsumptie is de laatste jaren gestabiliseerd; de toekomstige ontwikkelingen in voeding zijn onzeker. Alcohol: In 2016 was 9 procent van de volwassen bevolking een overmatige drinker; de toekomstige ontwikkelingen in alcoholgebruik zijn onzeker. Nachtrust: De afgelopen 25 jaar zijn we even lang blijven slapen; de toekomstige ontwikkelingen in slaapduur zijn onzeker.
Gezondheid in Rhenen Het is lastig om trends en ontwikkelingen te vinden over de gezondheid van inwoners van Rhenen. Ondanks dat, is geprobeerd een beeld van te geven. Deze gegevens zijn dus geen trends en ontwikkelingen. Gezondheid 19 jaar tot 65 jaar (2016) Overgewicht (incl. ernstig overgewicht) Voldoet niet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (op tenminste 5 dagen minimaal 30 minuten matig intensief bewegen) Voldoet niet aan de fitnorm (minimaal 3 maal per week 20 minuten intensief bewegen) Ontbijt minder dan 5 dagen per week Rookt Overmatige drinker • (Mannen: >14 glz per wk) • (Vrouwen: >7 glz per wk)
RHENEN 45,0%
NEDERLAND 45,8%
48,4%
39,7%
81,5%
79,4%
11,1% 23,1%
X 23,1%
13,3%
18,3%
Bron: Gezondheidsmonitor GGDrU (2016)
Gezondheid 65+ (2016)
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
28
Overgewicht (incl. ernstig overgewicht) Voldoet niet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (op tenminste 5 dagen minimaal 30 minuten matig intensief bewegen) Voldoet niet aan de fitnorm (minimaal 3 maal per week 20 minuten intensief bewegen) Ontbijt minder dan 5 dagen per week Rookt Overmatige drinker • (Mannen: >14 glz per wk) • (Vrouwen: >7 glz per wk)
RHENEN 59,3%
NEDERLAND 59,4%
29,0%
27,9%
60,6%
54,9%
3,3% 10,9%
x 11,8%
27,3%
21,2%
Bron: Gezondheidsmonitor GGDrU (2016)
3.2 Armoede De meest recente cijfers uit 2016 laten zien dat er in Nederland iets meer dan 930.000 mensen een inkomen hebben onder deze armoedegrens; dit is 6% van de bevolking. Hoewel de armoede is gedaald sinds 2013, zijn de tekorten die arme huishoudens hebben, toegenomen. Er zijn dus minder arme huishoudens, maar deze huishoudens zijn wel armer. Groepen die de grootste kans hebben om in armoede terecht te komen zijn mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, ZZP’ers en ouderen. Kinderen en armoede In Nederland hebben we te maken met 421.000 kinderen die opgroeien in armoede. Kinderen die niet kunnen meedoen aan sport of cultuur, geen verjaardagen vieren of meegaan op schoolreis. Kinderen waarvoor te weinig vanzelfsprekendheden als passende zomer- en winterkleding of een dagelijkse maaltijd beschikbaar zijn. Kinderen die door de omstandigheden van hun ouders opgroeien vanuit een achterstandspositie, en ook weinig kansen krijgen om die achterstand in te lopen. Dat wordt nog lastiger omdat kinderen die opgroeien in gezinnen in armoede meer stress ervaren en meekrijgen. Naar leeftijd gezien is de groep kinderen tot 12 jaar zelfs de grootste groep in Nederland die in armoede leeft, laat de Armoede in Kaart van het CBS ons zien.
Gemiddelde spreken we van 1 op de 8 à 9 kinderen in armoede, maar het beeld in de grote steden is in bepaalde wijken nog dramatischer; daar kan het oplopen tot 1 op de 4 kinderen. In die wijken vormen migrantenkinderen een groot deel van de groep.
Armoede in Rhenen In gemeente Rhenen leeft 4,7% van de inwoners op een inkomen tot 101% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm). Dat is lager dan het gemiddelde aandeel in de provincie Utrecht (6%) en in Nederland (7%). Cijfers zijn uit 2018.
Inkomen tot
Aantal huishoudens in Rhenen
Aandeel procentueel in Rhenen
101% Wsm 110% Wsm 120% Wsm
379 617 851
4,7% 7,6% 10,5%
Aandeel procentueel provincie Utrecht 6,0% 8,7% 10,9%
Aandeel procentueel Nederland 7,0% 10,5% 13,3%
Bron: Beleidsplan Minimaregelingen 2020 – 2021, gemeente Rhenen
Inkomen tot
Aantal kinderen in Rhenen
Aandeel procentueel in Rhenen
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
Aandeel procentueel
Aandeel procentueel Nederland
29
101% Wsm 110% Wsm 120% Wsm
232 279 327
provincie Utrecht 5,13% 7,17% 8,72%
5,27% 6,33% 7,42%
6,13% 8,72% 10,54%
Bron: Beleidsplan Minimaregelingen 2020 – 2021, gemeente Rhenen
Kinderen in uitkeringsgezin (%) Kinderen in uitkeringsgezin (aantal) Kinderen (0-17 jr.) in huishouden met langdurig laag inkomen
RHENEN 3% 110
NEDERLAND 6% 205.870
100
101.900
Bron: Waarstaatjegemeente.nl (2019)
3.3 Eenzaamheid Het aantal eenzame Nederlanders van 19 jaar en ouder neemt in de toekomst toe. Het grootste deel van deze mensen voelt zich matig eenzaam, maar ook ernstige eenzaamheid komt in de toekomst vaker voor. De toename van het aantal eenzamen in de toekomst komt door de vergrijzing en doordat er in de toekomst meer eenpersoons huishoudens zullen zijn (eenzaamheid komt meer voor bij alleenwonenden dan bij samenwonenden).
Eenzaamheid in Rhenen RHENEN
REGIO UTRECHT
Heeft minstens één goede vriend / vriendin
93%
91%
Gaat naar vriend / vriendin, vrienden of bekenden bij problemen
72%
70%
Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd Voortgezet Onderwijs 2019
19 jaar – 64 jaar
65+
RHENEN
REGIO UTRECHT
RHENEN
REGIO UTRECHT
Ernstig eenzaam
6,4%
9,3%
7,1%
9,3%
Eenzaam / niet geïsoleerd
26,9%
29,2%
37,6%
37,0%
Sociaal geïsoleerd
8,9%
8,9%
9,1%
11,7%
Bron: Gezondheidsmonitor GGDrU (2016)
3.4 Veiligheid Nederlanders ervaren steeds minder onveiligheid in hun omgeving, cybercriminaliteit buiten beschouwing gelaten. Minder mensen geven aan dat ze slachtoffer van een misdrijf zijn geworden en minder mensen voelen zich weleens onveilig, ook in de eigen buurt. Wel zijn onveiligheid en de beleving daarvan erg ongelijk verdeeld over bevolkingsgroepen. Jongeren en hoger opgeleiden zeggen bijvoorbeeld het vaakst dat zij zich in het algemeen weleens onveilig voelen en zij rapporteren ook het vaakst slachtofferschap. Tegelijkertijd hebben deze zelfde groepen het minst vaak de indruk dat de criminaliteit in Nederland toeneemt of een probleem is. Ook hebben zij het meest vertrouwen in politie en rechtspraak. Als het om criminaliteit gaat, lopen ervaringen en meningen structureel uiteen. Veiligheidsbeleving Een kleine meerderheid vindt criminaliteit een groot en toenemend probleem
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
30
Mensen zeggen minder vaak slachtoffer te zijn geweest van criminaliteit, maar hebben ze ook het idee dat er minder criminaliteit in Nederland is? Al sinds het begin van de metingen van het SCPonderzoek Culturele veranderingen in Nederland zegt een meerderheid dat de criminaliteit toeneemt. Deze meerderheid is wel sterk gekrompen, van consistent boven 80% in de jaren negentig tot 54% in 2018. In 2019 ligt dit aandeel met 61% voor het eerst in jaren weer hoger. Veiligheid in Rhenen De landelijke trend dat Nederlandse zich steeds minder onveiligheid ervaren is ook zichtbaar in Rhenen. Het onveiligheidsgevoel neemt sinds 2015 steeds verder af.
Bron: Waarstaatjegemeente.nl, Onveiligheidsgevoelens
RHENEN NEDERLAND
WEINIG 26,3% 27,7%
OVERLAST EN CRMINALITEIT NIET VEEL / NIET WEINIG VEEL 14,4% 4,2% 22,8% 7,7%
HEEL VEEL 0,0% 2,0%
Bron: Waarstaatjegemeente.nl (2019)
3.5 Onderwijs Nederlanders zijn steeds hoger opgeleid. Van de jongvolwassenen heeft bijna de helft een diploma in het hoger onderwijs behaald. Ook neemt het aandeel van de beroepsbevolking met een startkwalificatie langzaam toe. Dit komt doordat veel ouderen zonder startkwalificatie in de afgelopen 10 jaar de arbeidsmarkt hebben verlaten. Tegelijkertijd is in het afgelopen jaar het aantal voortijdig schoolverlaters verder toegenomen. Het is mogelijk dat door de coronacrisis een economische recessie ontstaat. Bij een recessie neemt het aantal voortijdig schoolverlaters waarschijnlijk af. De verwachting is dat het aantal schoolverlaters op de lange termijn weer toeneemt. Nederlanders met een migratieachtergrond hebben nog steeds een onderwijsachterstand. We zien verschillen tussen bevolkingsgroepen als het gaat om opleidingsniveau. Het aandeel autochtone Nederlanders zonder startkwalificatie (lager opleidingsniveau) is sinds 2008 gedaald. Onder de mensen met een niet-westerse migratieachtergrond zien we een grotere daling.
3.6 Politieke en maatschappelijke Participatie Betrokkenheid bij de publieke zaak kan zich uiten in allerlei vormen van (maatschappelijke) participatie, zoals vrijwilligerswerk, informele hulp en collectieve actie aan de ene kant, en in (politieke) betrokkenheid bij het bestuur en politiek aan de andere kant. Dit laatste kan door te gaan stemmen, het politieke nieuws te volgen of voorstander te zijn van (meer) politieke inspraak. Vrijwilligerswerk Het percentage Nederlanders dat aangeeft vrijwilligerswerk te doen, schommelt de afgelopen 12 jaar tussen 25% en 30% en is dus relatief stabiel. Hoger opgeleiden doen aanzienlijk vaker vrijwilligerswerk dan lager opgeleiden. Jongvolwassenen (18 tot 34 jaar) zijn minder vaak actief als vrijwilliger dan de andere leeftijdscategorieën. Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
31
Het aandeel Nederlanders dat mantel- of vrijwillige zorg verleent, ligt in de periode 2008-2019 tussen de 23% en 26%. Vrouwen verlenen vaker informele hulp dan mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen leek in 2018 te zijn afgenomen, maar die ontwikkeling zet zich in 2019 niet door. Jongvolwassenen geven het minst vaak hulp aan zieke of gehandicapte familieleden, kennissen of buren. In tegenstelling tot wat we zien bij vrijwilligerswerk of collectieve actie, zijn hoger opgeleiden op dit punt niet actiever dan anderen.
3.7 Vrijetijdsbesteding De hoeveelheid vrije tijd van Nederlanders is al jaren stabiel. en voor veel Nederlanders (70%) voldoende. Hetzelfde geldt voor de verschillen tussen bevolkingsgroepen in de omvang van hun vrije tijd en in hoeverre zij ervaren voldoende vrije tijd te hebben. Mediagebruik beslaat een groot deel van onze vrije tijd. De vrije tijd wordt verder ingevuld door recreatie en ontspanning, waaronder sport en cultuur (bezoek en beoefening) en sociale contacten. De omvang van de vrije tijd was in 2016 bijna 44 uur in de week en is al jaren vrij stabiel. Ook de verdeling van de vrije tijd over verschillende typen vrijetijdsactiviteiten is stabiel. Sociale contacten Nederlanders besteedden in 2016 gemiddeld 8,2 uur in een week aan sociale contacten. Er blijken in de tijd geen grote veranderingen. Kleine verschuivingen zijn er wel; zo geven mensen iets vaker aan frequent contact met de familie te hebben, evenals met vrienden en kennissen. Contact met buren werd tot 2018 wel minder frequent. Sociale contacten in de buurt zijn van bijzonder belang voor de vitale samenleving. Sport In 2019 sportte 53% van de Nederlanders wekelijks. Verschillen zijn zichtbaar naar leeftijd, opleidingsniveau, herkomst en inkomensklasse. Zo neemt de sportbeoefening af naarmate mensen ouder worden.
Daarnaast sporten lager opgeleiden minder dan middelbaar- en hoger opgeleiden en is het aandeel wekelijkse sporters hoger onder autochtone Nederlanders dan onder mensen met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond. Ook sport men meer naarmate men in een hogere inkomensklasse valt. Cultuur Cultuurdeelname en cultuurbezoek zijn de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het museumbezoek is gestegen en de beoefening van amateurkunst is gedaald.
4.
Technologie
In toenemende mate zullen technologische ontwikkelingen bepalend zijn voor de wijze waarop maatschappelijke vraagstukken benaderd en gerealiseerd worden. De informatie- en communicatietechnologieën hebben in de afgelopen decennia voor de overheid een beweging in gang gezet. Dit heeft geleid tot de ontsluiting en koppeling van een groot aantal (persoons)gegevens. In de komende jaren is de vraag aan de orde welke (persoons) gegevens de overheid kan, mag en wil gebruiken voor het realiseren van maatschappelijke vraagstukken. Daarnaast zal de overheid gebruik maken van technologische ontwikkelingen om stappen te zetten op het gebied van beschikbaarheid en toegankelijkheid van overheidsinformatie. Technologie maakt informatie makkelijker bereikbaar Steeds meer mensen weten hoe zij, zonder (uitgebreide) trainingen, nieuwe technologische mogelijkheden kunnen gebruiken. Deze trend is al langer gaande, zoals de ontwikkeling van Wikipedia. Ook meer gespecialiseerde informatie wordt steeds makkelijker bereikbaar, onder andere doordat steeds meer via internet gevonden kan worden. Een voorbeeld is dat door invoering van de omgevingswet verschillende informatiesystemen van overheden aan elkaar worden gekoppeld en ingezien door inwoners. Kennis en kunde worden zo steeds meer gemeengoed en niet alleen van de overheid. Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
32
Een ander gevolg van de toegankelijkheid van kennis is dat iedereen een stelling kan innemen zonder volledig geïnformeerd te zijn.
5.
Ecologie
Ons klimaat veranderd en dat merken we aan: de temperatuur stijgt, de zeespiegel stijgt, winters worden natter, er kunnen heftige buien optreden en de kans op drogere zomers wordt groter. Weersextremen vragen aandacht om de overlast te beperken. Bodemdaling versterkt de impact zowel van neerslagextremen als van droogte. Droogte kan leiden tot tijdelijke en plaatselijke tekorten aan zoetwater, verdroging van natuur en verminderde opbrengsten van gewassen. Alles wat wij doen heeft invloed op het klimaat, de verandering van het klimaat heeft weer invloed op bodem, zeespiegel, temperatuur en dat heeft weer invloed op ons. Op het gebied van lucht, bodem, landschap en water vallen de volgende zaken op en zijn volgende trends en ontwikkelingen zichtbaar: Lucht: fijnstof in de lucht is een groot probleem; door stikstof-uitstoot verslechterd de kwaliteit van onze leegomgeving Bodem: Bodemdaling door intensiever gebruik van de bodem; bodemdaling en slappe bodems veroorzaken een hoge CO2-uitstoot en extra beheerskosten. Landschap: Ecosysteemdiensten staan blijvend onder druk; de kwaliteit van natuur in agrarische gebieden gaat nog steeds achteruit; er is sprake van een toename van exoten; beleefbare natuur en een groene omgeving worden belangrijker, maar ruimte voor nieuwe natuur is niet eenvoudig realiseerbaar.
Water: Belasting van het grondwater met medicijnresten, hormonen en microplastics zal toenemen en vraagt meer inspanningen bij waterzuivering; de vraag naar voldoende, schoon zoetwater zal toenemen, waardoor een slimme, adaptieve manier voor zoetwatervoorziening essentieel is.
Ecologie in Rhenen Rhenen is een mooie gemeente met veel groen, fraaie architectuur, afwisselende landschappen en relatief weinig milieuoverlast. Dat maakt Rhenen een aantrekkelijke gemeente om te wonen, werken en leven. Natuur en landschap worden steeds belangrijkere onderdelen van onze culturele en lokale identiteit. Bewoners zijn op allerlei manieren actief bij beleefbare natuur en landschapsbeheer. Groen, rust en ruimte worden hooggewaardeerd. Klimaatverandering en energietransitie Het wordt steeds meer duidelijk dat het klimaat verandert. De gevolgen zijn ook in Rhenen zichtbaar in de vorm van wateroverlast, hitte(stress) en een toenemende kans op bosbranden. Om de klimaatverandering te verminderen zet de gemeente de komende jaren in op het beperken van de CO2 uitstoot. Dit gaan we doen door energiegebruik te beperken (o.a. bedrijven en woningen isoleren) en de benodigde energie duurzaam op te wekken. Op dit moment zijn zon en wind de belangrijkste bronnen voor duurzame energie, maar dat kan op de lange termijn veranderen door nieuwe technologieën. Milieu (bodem, water, licht, luchtkwaliteit en geluid) Rhenen heeft geen zware industrie en de milieukwaliteit wordt vooral bepaald door het verkeer en de agrarische sector. Door elektrisch rijden zal de geluidsoverlast en luchtvervuiling door het verkeer de komende jaren afnemen.
Voor de agrarische sector zal de uitstoot van stikstof (ammoniak) de komende jaren dalen als gevolg van onder andere de landelijke maatregelen. De bodem is belangrijk voor de energietransitie. Uit de bodem kan warmte en kou worden gehaald om woningen en bedrijven te verwarmen of te koelen.
Natuur en landschap
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
33
Rhenen is een groene gemeente waarvan de geologische opbouw zeer afwisselend is. Voor het voorkomen van wateroverlast en extreme hitte is er behoefte aan meer groen binnen de bebouwde kom. Groene gebieden worden steeds meer gebruikt en zijn steeds belangrijker voor bijvoorbeeld voor sport, bewegen, ontmoeting en gezondheid.
6.
Politiek / Bestuurlijk
In het politieke domein zien we al enige tijd een toenemende beweeglijkheid in het stemgedrag van burgers, de toenemende populariteit van lokale partijen en de opmars van het politiek bedrijven los van de feiten. Het belang van kleinere partijen neemt toe. Het vertrouwen in regering en politieke instituties (vooral politieke partijen) is laag. Het aantal mensen dat lid is van een politieke partij daalt. Decentralisatie taken en verantwoordelijkheden sociaal domein Een andere belangrijke ontwikkeling in het sociale domein is dat een groot pakket aan taken en verantwoordelijkheden naar gemeenten is gedecentraliseerd. Het zijn niet alleen deze nieuwe taken voor de gemeenten, maar ook de bijgaande opdracht om deze taken anders uit te voeren, namelijk met grotere betrokkenheid van inwoners. Dit vergt een enorme transformatie in de werkwijze en het functioneren van gemeenten die al bezig is en zich de komende jaren verder zal voltrekken. Relatie inwoner en overheid De verwachtingen van inwoners ten opzichte van overheidsprestaties zijn groter geworden, maar inwoners willen tegelijkertijd minder overheidsbemoeienis. De relatie tussen overheid en inwoner verandert, inwoners willen betrokken worden wij beleids- en visievorming. Dit heeft gevolgen voor de rol en de positie van de gemeenteraad in dergelijke processen.
Tegelijkertijd is er de behoefte en noodzaak voor de overheid om deze bewegingen te faciliteren en te legitimeren. De verwachting is dat de overheid hier steeds beter mee leert omgaan. Deze veranderingen vergen veel van de vaardigheden en competenties van professionals in het publieke domein, niet alleen in de wijze waarop zij hun werk uitvoeren, maar ook in de wijze waarop zij worden aangestuurd. Rol en invloed decentrale overheden Zowel de economische onzekerheid als de druk op de overheidsuitgaven blijft bestaan. Een belangrijke vraag is of decentrale overheden het vermogen hebben structureel met minder financiële middelen om te kunnen gaan, vooral in het licht van de enorme veranderingen als gevolg van de decentralisaties. In de toekomst zullen met name de stedelijke regio’s een belangrijkere rol spelen. Meer en meer wordt duidelijk dat stedelijke agglomeraties belangrijke impulsen kunnen geven aan innovatie en economische ontwikkeling. Dit brengt vragen met zich mee over de rol van het (regionaal) bestuur, over de democratische legitimatie van samenwerkingsverbanden en over de inhoud van een rijksbrede agenda voor stedelijke ontwikkeling.
Bestuurlijke ontwikkelingen in Rhenen De gemeente Rhenen speelt in op de bovengenoemde trend van participatie met inwoners. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop de gemeentelijke organisatie taken uitvoert en beleid ontwikkelt. Inwoners betrekken we op drie verschillende manieren: • Werken vanuit de bedoeling • Waarderend vernieuwen • Participatiestatuut Werken vanuit de bedoeling Alles wat we doen houden we opnieuw tegen het licht om te kijken of we het nog op de goede en de juiste manier doen. De systeemwereld van de overheid willen we aan laten sluiten op de leefwereld van de inwoners. Dit is een andere manier van werken. Om deze manier van werken eigen te maken is er ruimte nodig om te experimenten en te leren. Waarderend Vernieuwen Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
34
De bestuursstijl die de gemeente Rhenen hanteert voor het betrekken van haar inwoners is het Waarderend Vernieuwen. In het samen optrekken, gaan bestuurders naast inwoners staan in plaats van boven of tegenover hen. Er is een oprechte interesse in elkaars ervaringen en kennis. Met elkaar wordt gezocht waar het gezamenlijke verlangen naar uitgaat. Wat is het waard om met elkaar naartoe te werken? Bij waarderend vernieuwen presenteert een gemeentebestuur dus geen oplossingen waar eventueel nog tussen kan worden gekozen; bij waarderend vernieuwen worden nieuwe plannen samen ontwikkeld. Participatiestatuut De gemeenteraad heeft een nieuwe participatiestatuut opgesteld waarmee in twee projecten wordt geëxperimenteerd; deze Visie op Rhenen en bij het project Ontwerp Nieuwe Veenendaalseweg. Hiermee wordt het speelveld tussen bestuur en inwoners opnieuw bepaald.
Kadernota: Visie op Rhenen d.d. 2 februari 2021
35