Bijlage 1 BSNC-Rapport-Zorgplicht 150120
Tekst van het document
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Inhoudsopgave Voorwoord
5
1. Inleiding
6
2. Opbouw kunstgrasveld
7
3. Besluit bodemkwaliteit (Bbk)
9
3.1. Bouwstof versus grond
9
3.2. Milieu-hygiënische kwaliteit
9
3.3. Bewijsmiddelen
10
3.4. Overige toepassingsvoorwaarden
11
3.5. Hergebruik van materialen
11
3.6. Open en gesloten schuimbeton
12
3.7. Zeepoplossingen en biociden
12
3.8. Meer informatie
12
4. Maatregelen ter invulling van de zorgplicht
13
4.1. Nulmeting bij aanleg veld
13
4.2. Kennis van de materialen
13
4.3. Voorkoming van milieuverontreiniging van bodem,
14
grond- en oppervlaktewater bij gebruik SBR instrooirubber 4.4. Verspreiding van instrooimateriaal en vezels tegengaan
15
5. Referenties
19
BSNC kan niet aansprakelijk gesteld worden voor fouten en/of omissies in dit document. De informatie
Literatuur
20
dient als advies aan de betrokken partijen om juist te handelen. Partijen zijn zelf verantwoordelijk voor
Bijlage A
Overzicht materialen en bewijsmiddelen
20
hun handelen.
Bijlage B
Berekening van minimale zinkabsorptie-coëfficiënt
23
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden De informatie in dit document is met de meeste aandacht samengesteld door een werkgroep van BSNC.
BSNC Januari 2020 Publicatie in opdracht van: Het Zorgplichtdocument is opgesteld door de Werkgroep Zorgplicht van BSNC welke bestaat uit vertegenwoordigers van gemeenten, bedrijfsleven en Rijkswaterstaat. ISDN: 9789087850135
Voorwoord De BSNC vindt de aandacht voor het milieu bij de aanleg, de renovatie en het onderhoud van sportvelden van wezenlijk belang. Dat geldt ook voor kunstgrasvelden. Daarbij hebben opdrachtgevers én opdrachtnemers ook een (wettelijke) zorgplicht om de bodem schoon te houden. Eerder stelde VACO/RecyBEM al een zorgplichtdocument op, gericht op rubbergranulaat van banden. Door diverse ontwikkelingen besloot de BSNC in 2017 om dit document te verbreden. Uit onderzoek van ingenieurs- en adviesbureau Sweco Nederland en het onafhankelijke bureau SGS Intron -in opdracht van BSNC- bleek bijvoorbeeld dat een deel van de infill van kunstgrasvelden in bermen en sloten terecht komt. Het rapport ‘Microplastics uit infill kunstgrasvelden. Verspreiding van infill en indicatieve massabalans’ is dan ook een aanleiding voor dit zorgplichtdocument. Een speciale werkgroep binnen de BSNC –de werkgroep Zorgplicht- stelde dit zorgplichtdocument op. De werkgroep Zorgplicht werkte bij de totstandkoming van dit document nauw samen met de BSNC-werkgroep Renovatie Kunstgras. De werkgroep presenteert met dit document één compleet, gedragen stuk voor alle onderdelen van het kunstgrasveld. In dit document leest u welke maatregelen u kunt inzetten om zo netjes mogelijk om te gaan met de gebruikte materialen in het kunstgrassysteem. Ook gelet op het hergebruik.
De BSNC bedankt alle betrokkenen voor het delen van hun kennis en expertise en roept opdrachtgevers en opdrachtnemers op om dit document beslist te gebruiken bij de aanleg en het onderhoud van kunstgrasvelden. Het is onze gezamenlijke (zorg)plicht! Edward van der Geest voorzitter BSNC
4
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
5
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
1
Inleiding
2
Opbouw kunstgrasveld
Achtergrond en probleembeschrijving
Er liggen in Nederland ca. 2200 kunstgras voetbalvelden en ca. 1000 kunstgras hockeyvelden. Kunstgras
Bij de aanleg, onderhoud en renovatie van kunstgrasvelden is sprake van het toepassen van materialen op
wordt op grote schaal toegepast bij voetbal, hockey, korfbal en tennis en op kleinere schaal bij handbal,
of in de bodem. Voor het toepassen van steenachtige bouwstoffen op of in de bodem zijn specifieke eisen
rugby en honkbal. Deze velden liggen meestal op openbaar en semi-openbaar terrein. Kunstgrasvelden
voor bescherming van bodem en oppervlaktewater uitgewerkt in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk).
zijn in Nederland aangelegd in de periode van 1976 (1e hockeyveld in Nederland bij Kampong) tot nu.
Daarnaast gelden de algemene zorgplichtbepalingen (art. 1.1 Wet milieubeheer, art. 13 Wbb en art. 7 Bbk), die bedoeld zijn als vangnet voor situaties waarin het Besluit bodemkwaliteit niet van toepassing is. Onder
In de loop van de jaren en door de doorontwikkeling van funderingen en materiaal-technische normen zijn
de zorgplicht wordt in dit kader verstaan dat iedereen die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden
veel verschillende bouw- en funderingsmaterialen toegepast. De opbouw is afhankelijk van het type sport (het
dat door het verrichten van handelingen op of in de bodem, de bodem, grond- en/of oppervlaktewater kan
doel) waarvoor men het veld gebruikt. Dit heeft voornamelijk te maken met de sporttechnische eisen die men
worden verontreinigd of aangetast, verplicht is alle maatregelen te nemen die van hem kunnen worden
hieraan stelt. Hockey vraagt een ander kunstgrasveld (kleinere bal) dan een voetbalveld. Bij voetbalkunstgras
gevergd. Zodat men die verontreiniging of aantasting kan voorkomen of de verontreiniging of de aantas-
is de sporttechnische norm opgebouwd met als referentie een natuurgrasveld als de meest optimale situatie.
ting en de directe gevolgen daarvan kan beperken en zoveel mogelijk ongedaan kan maken. Een groot
Een kunstgrasveld is in het algemeen opgebouwd uit drie lagen: een toplaag, een sporttechnische laag en
aantal verschillende partijen is betrokken bij aanleg, onderhoud en renovatie van kunstgras sportvelden.
een onderbouw. Deze lagen zijn weer opgebouwd uit diverse onderdelen (zie figuur 2.1).
In de afgelopen jaren is gebleken, dat de betrokken stakeholders zich niet altijd voldoende bewust zijn van de bestaande wet- en regelgeving en de zorgplicht die daaruit voortvloeit. Diverse onderzoeken van onderzoekbureau SGS Intron, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de branchevereniging voor Sport en Cultuurtechniek (BSNC) geven aan dat het gebruik van rubbergranulaat op kunstgrasvelden door verspreiding en uitloging van stoffen belastend kan zijn voor het milieu in de directe omgeving van het kunstgrasveld [ref.1-6]. Adequate maatregelen zijn nodig om het milieu te beschermen. In dit document worden daartoe aanbevelingen gegeven.
Afbakening/status van dit document Dit document beschrijft aanbevelingen voor het milieuverantwoord toepassen van materialen bij de aanleg, onderhoud en renovatie van kunstgrasvelden1 en 2. Hiermee kan invulling worden gegeven aan de geldende zorgplicht bepalingen. De aanbevelingen richten zich primair op de maatregelen ter voorkoming van: • de verspreiding van zink uit rubbergranulaat van banden naar het milieu en • de verspreiding van instrooirubber en vezels buiten het kunstgrasveld.
Figuur 2.1 Opbouw van een kunstgrasveld
Onderstaand lichten we de drie onderdelen van een kunstgrasveld (toplaag, sporttechnische laag en onderbouw) kort toe.
Daarnaast gaan de aanbevelingen in op de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit het Besluit bodemkwaliteit bij het toepassen van grond en bouwstoffen. Opdrachtgevers, opdrachtnemers en adviseurs
Toplaag
kunnen op basis hiervan vaststellen welke materialen onder welke voorwaarden toegepast kunnen worden.
Kunstgras is gemaakt van de kunststoffen PE (polyethyleen) of PP (polypropyleen) in diverse kwaliteiten.
De opdrachtgever/eigenaar van een veld draagt een eigen verantwoordelijkheid voor het naleven van de
Gebruikte men in het verleden vrijwel alleen de gefibrilleerde tape vezels, tegenwoordig wordt veel gebruik
algemene zorgplicht tijdens de aanleg, het onderhoud en de renovatie van het kunstgrasveld. Als er toch
gemaakt van mono-filament vezels. Voor voetbalvelden waar men de sporttechnische eigenschappen uit de
verontreiniging ontstaat, dan volgt uit (het curatieve aspect van) de zorgplicht onder meer dat de veroorzaker
kunstgrasmat haalt, is een ander instrooimateriaal in het kunstgras noodzakelijk dan voor hockeyvelden
verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem3 kunnen worden gevergd om de veront-
of korfbalvelden, waar men de demping uit de foamlayer, e-layer of sporttechnische laag haalt. Deze velden
reiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken. Op het moment dat een verontreiniging van de bodem is
hebben alleen zand als instrooiproduct. Voetbalvelden zijn in 95-97% van de gevallen voorzien van rubber-
geconstateerd, dient men melding te maken bij het bevoegde gezag. Het bevoegd gezag kan vervolgens
granulaat instrooiproducten (SBR, TPE of EPDM). De meeste bestaande kunstgras voetbalvelden in Neder-
aanwijzingen geven met betrekking tot de te nemen maatregelen. Het curatieve aspect van de zorgplicht
land hebben SBR als instrooimateriaal. Voor voetbal gebruikt men de volgende instrooimaterialen:
wordt niet nader uitgewerkt in dit document. Het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen of sprake is van een juiste invulling van de zorgplicht. 1. 2. 3.
6
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
De aanbevelingen hebben geen betrekking op arbeidsomstandigheden. Hiervoor wordt verwezen naar BSNC-publicaties [ref.7,8] Voor advies over hoe te handelen bij de renovatie van kunstgrasvelden wordt verwezen naar BSNC-publicatie [ref.9] Overal waar hij of hem gebruikt wordt kan ook zij of haar gelezen worden.
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
•
Instrooizand (als stabilisatie laag)
•
SBR (gemalen rubber van autobanden. Dit betreft zowel personenautobanden als vrachtautobanden)
•
TPE (thermoplastisch elastomeer)
•
Kurk
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
7
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
•
EPDM (synthetisch rubber, zowel primair materiaal als gemalen gebruikte EPDM)
•
PE (polyetheen, zowel primair materiaal als secundair uit de recycling van bv PE kunstgrasmatten).
•
Geoinfill (mengsel van TPE/kokos/kurk).
•
Combinaties van bovenstaande.
3
Besluit bodemkwaliteit (Bbk)
Kunstgrasvelden legt men aan op, en deels in de bodem. De wet- en regelgeving omtrent bodembescherming Momenteel werkt men ook aan de ontwikkeling van non-infill matten. Hierbij strooit men bij de huidige
is daarom zeer belangrijk. Het Bbk reguleert de toepassing van grond en bouwstoffen op, of in de bodem.
stand der techniek wel zand in de mat, maar geen ander instrooi materiaal.
Met het Bbk moet de milieuverantwoorde toepassing van zowel primaire als secundaire bouwstoffen en
Sporttechnische laag
grond voldoende geborgd zijn.
In het verleden zijn voor de sporttechnische laag mengsels van steenachtig materiaal (vooral lava) met
3.1
Bouwstof versus grond
grof SBR rubber gebruikt, zogenoemde dynamische funderingen. Vanaf 2010 mogen van de KNVB bij
Het Besluit bodemkwaliteit hanteert de volgende definitie van een bouwstof: ‘materiaal waarin de totaal-
nieuwbouw kunstgrasvoetvalvelden geen dynamische funderingen meer toegepast worden. Voor hockey-
gehalten aan silicium, calcium of aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal be-
en korfbalvelden mogen nog wel dynamische funderingen toegepast worden. Tegenwoordig zijn er ook
dragen, uitgezonderd vlakglas, metallisch aluminium, grond en baggerspecie, in de hoedanigheid waarin
alternatieven voor het gebruik van lava. Dit leidde tot een variëteit aan verschillende typen funderingslagen,
het is bestemd om te worden toegepast.’ Grond of baggerspecie mag niet bewust in bouwstoffen worden
waarbij men verschillende materialen inzet, zoals puingranulaat (ook bekend onder de merknaam RST) en
weggemengd. In een partij bouwstoffen kan wel grond of baggerspecie zijn terechtgekomen (bijvoorbeeld bij
E-bodemas (ook bekend als ketelzand en onder de merknamen Granulight en Steagran) en allerlei gemengde
ontgraving van bouwpuin voorafgaand aan het breken). Dit is niet meteen een reden om de partij bouwstoffen
varianten van de genoemde materialen.
als zodanig af te keuren. Een partij bouwstoffen mag niet met meer dan 20 gewichtsprocenten grond of baggerspecie zijn vermengd4. Als te veel grond in de bouwstof aanwezig is, kan dit bijvoorbeeld worden
Onderbouw
afgezeefd. Onder grond valt kortweg materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrel-
De onderbouw bestaat in ca. 90 % van de gevallen uit een zandlaag. De overige 10 % bestaat uit bouwstoffen.
grootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem
Dit betreft toepassing in slecht draagkrachtige gebieden of specifieke constructies zoals het AKAM-systeem.
van nature worden aangetroffen, maar ook bijvoorbeeld van nature in de bodem voorkomend grind met een
Het AKAM systeem is een systeem met (in afwijking van figuur 2.1) een 10 tot 15 cm diep aangebrachte
korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Grond mag ten hoogste 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal
veerkrachtige laag.
bevatten, dat voorafgaand aan het ontgraven of bewerken in de grond aanwezig was en niet te voorkomen is,
Constructiehoogte
voor zover het steenachtig materiaal en hout betreft en mag alleen sporadisch ander bodemvreemd materiaal bevatten. Zand afkomstig van een zandwinning valt daarmee onder grond. Brekerzand (zeefzand) daaren-
De constructiehoogte (toplaag + sporttechnische laag + onderbouw) geeft de hoogte van de constructie aan,
tegen is bijvoorbeeld afkomstig uit gebroken puin, waarmee het niet een materiaal is dat van nature in de
waarbij de kans op schade door vorstinvloeden geacht wordt op een acceptabel niveau te zijn. De standaard
bodem voorkomt; dit materiaal is daarom een bouwstof.
genormeerde constructiehoogte is in de kustzone 40 cm en in de rest van Nederland 50 cm. Als er constructieve maatregelen getroffen zijn om de indringing van vorst in de constructie tegen te gaan, kan een constructie
3.2
een gereduceerde hoogte krijgen en heet dit een afwijkende constructie. Afwijkende constructies komen
Conform het Bbk mag men alleen die bouwstoffen toepassen die voldoen aan de maximale samenstellings-
Milieu-hygiënische kwaliteit
ook voor wanneer de natuurlijke ondergrond niet aan de randvoorwaarden voldoet, zoals bij zettingsgevoelige
en emissiewaarden als weergegeven in bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit (Rbk).
ondergronden het geval is. Houd er rekening mee dat bij reductie van de constructiehoogte de adsorptiecapaciteit van zink aan de onderlagen afneemt (zie hfdst.4).
Drainage
Regeling bodemkwaliteit (Rbk) Grond(zand) mag men alleen toepassen wanneer de milieu-hygiënische kwaliteit van het materiaal beter dan of gelijk is aan de kwaliteit van de bodem waarop men het aanbrengt (zelfde of schonere bodemkwaliteits-
In veel gevallen past men als onderdeel van de constructie een drainagesysteem toe om de grondwaterstand
klasse). Daarbij moet de kwaliteitsklasse gelijk of beter zijn dan de bodemfunctieklasse die aan de bodem
te reguleren. Deze drainage bestaat uit PE leidingen eventueel in combinatie met een PVC hoofddrain.
toegekend is. In bijlage B van de Rbk zijn van de verschillende kwaliteitsklassen de maximale toegestane waarden weergegeven. De kwaliteit van het materiaal voor kunstgrasvelden is in de regel bepaald op basis van een partijkeuring.
Vrijstelling van informatieplicht De samenstelling en emissie van bouwstoffen en de kwaliteit van de grond (of zand) hoeft men niet te onderzoeken wanneer sprake is van een tijdelijke uitname. Binnen het Bbk verstaat men het volgende onder een tijdelijke uitname: Het tijdelijk verplaatsen of uit een werk wegnemen van grond of bouwstoffen, indien men deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities
4.Het gaat bij de bepaling in artikel 26 Bbk (maximaal 20% bij-mengingen met grond toegestaan) niet om grond die als grondstof wordt toegepast voor het maken van een bouwstof (zoals in beton).
8
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
9
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
opnieuw worden aanbracht (Bbk art. 27 lid 2 en art. 36 lid 3). In dit geval hoeft men de kwaliteit van het
op dat men voor grond/zand ook bodemonderzoeken en bodemkwaliteitsverklaringen binnen het Bbk als
materiaal niet te bepalen (geen kwaliteitsverklaring nodig) en hoeft geen melding plaats te vinden voor
bewijsmiddel kan gebruiken. Grond/zand moet sinds medio 2019 ook gekeurd zijn op PFAS. Bij renovatie/
toepassing. Kortom: hier geldt een vrijstelling op de informatieplicht – wel moet men voldoen aan de al-
verwijdering van kunstgrasvelden is dat niet zo, behalve in geval van verwijdering waarbij men grond aanvoert
gemene voorwaarden van het Bbk.
om de bodem weer te egaliseren voor verder gebruik. Hier gaan we dan ook niet verder op in. In bijlage A geven we een overzicht van de materialen die men in een kunstgrasveld gebruikt en de beschikbare bewijs-
Voor bouwstoffen geldt naast de tijdelijke uitname dat men ook geen kwaliteit hoeft te bepalen (en dus geen kwaliteitsverklaring nodig is) indien sprake is van het zonder bewerking opnieuw onder dezelfde condities
middelen.
toepassen van bouwstoffen, waarvan men het eigendom niet overdraagt (Bbk art. 29 lid 1c). Hiervoor geldt
3.4
wel dat een melding nodig is. Dus wanneer men een kunstgrasveld naar elders verplaatst, maar in eigendom
In aanvulling op de eisen aan de toe te passen bouwstoffen kent het Bbk ook toepassingsvoorwaarden,
blijft van dezelfde partij, hoeft men wat betreft de bouwstoffen geen kwaliteitsonderzoek uit te voeren – voor
met name functionaliteit en terugneembaarheid. Het toe te passen materiaal moet functioneel zijn. Dat wil
het zand overigens wel. Ook hier geldt dat de algemene voorwaarden van het Bbk wel van toepassing blijven.
zeggen dat men een materiaal niet mag toepassen als het geen functie in het systeem heeft. Net zoals node-
De bovengenoemde uitzonderingen (tijdelijke uitname, hergebruik elders door dezelfde eigenaar) gelden
loos dikke lagen. Dit is vooral relevant voor bouwstoffen met een negatieve waarde. Mengsels van bouw-
niet wanneer men redelijkerwijs kan aannemen dat de milieu-hygiënische kwaliteit niet voldoet aan het
stoffen en niet-steenachtige bouwstoffen, zoals lava en rubbergranulaat, zijn alleen toegestaan als het
Bbk (als grond of materiaal kwalitatief niet aan de Bbk-normen voldoet, geldt de Wet milieubeheer). In dat
mengsel functionele eigenschappen heeft. We adviseren echter om dergelijke mengsels niet meer toe te
geval is een onderzoek conform het Bbk nodig om te bepalen of het Bbk van toepassing is of niet.
passen onder een kunstgrasveld om het vrij komen van moeilijk toepasbare mengsels aan het eind van de
3.3
Bewijsmiddelen
Overige toepassingsvoorwaarden
levensduur te voorkomen. Bouwstoffen moet men altijd terugneembaar aanbrengen met een goede scheiding van andere materialen. Als de scheiding door dezelfde kleur en korrelgrootte niet duidelijk is, is het aan te
Bij levering van bouwstoffen of grond (of zand) voor toepassing in een kunstgrasveld moeten de kwaliteits-
raden een visuele scheiding (bijv. geotextiel of een dun laagje zand met een andere kleur) aan te brengen.
waarden aangegeven zijn op de bij te leveren milieu-hygiënische verklaringen. Er zijn drie soorten milieu-
Bouwstoffen moet men ook verwijderen wanneer een werk zijn functie verliest.
hygiënische verklaringen om de kwaliteit van een bouwstof aan te tonen:
1
Erkende kwaliteitsverklaring
3.5
Hergebruik van materialen
Het Bbk stelt dat in beginsel van elke partij bouwstoffen de kwaliteit moet zijn bepaald en de partij voorzien
Een erkende kwaliteitsverklaring is productcertificaat dat wordt afgegeven door een erkende certificerings-
moet zijn van een milieuhygiënische verklaring waarop de kwaliteit staat aangegeven. Voor een aantal ge-
instelling. Het productcertificaat is afgegeven op basis van een beoordelingsrichtlijn (BRL) waarin de eisen
vallen (par. 3.2) geldt een uitzondering op de verplichte kwaliteitsbepaling. Ter verduidelijking van het boven-
van het Bbk zijn opgenomen. Het certificaat is erkend door de Minister. Het productcertificaat heeft betrek-
staande zijn hieronder een aantal praktijksituaties uitgewerkt. Hierbij wordt per situatie aangegeven in
king op de eigenschappen van de bouwstof voor wat betreft samenstelling en uitloging en geeft aan dat (en hoe)
hoeverre hergebruik zonder milieuhygiënische keuring is toegestaan. Uitgangspunt is hierbij dat de toepas-
de bouwstof toepasbaar is. Veruit het grootste deel van de minerale bouwstoffen die in Nederland worden
singen onder het Bbk.
toegepast is voorzien van een productcertificaat op basis van een erkende BRL.
Hergebruik van een mengsel rubbergranulaat en zand (als instrooimateriaal) 2
Fabrikant-eigenverklaring
Er zijn aanwijzingen dat het mengsel van rubbergranulaat en zand dat opnieuw wordt toegepast als instrooi-
Een fabrikant-eigenverklaring is een milieu-hygiënische verklaring die de producent zelf afgeeft. Hierbij
materiaal (het mengsel wordt beschouwd als een bouwstof met een functionele bijmenging van zand) niet
vinden geen periodieke externe controles door een erkende certificerende instelling plaats. De verantwoor-
altijd voldoet aan de normen van het Bbk, waardoor er geen uitzondering op de verplichte kwaliteitsbepa-
delijkheid voor de kwaliteit van het product ligt dus volledig bij de fabrikant. Voor fabrikanten is dit een
ling van toepassing is. De kwaliteit van het mengsel moet alsnog worden bepaald.
handig middel voor producten, waarbij zware borging van de kwaliteit onnodig is, namelijk bij bouwstoffen waarvan de samenstellings- en emissiewaarden altijd ruim onder de norm liggen en waarbij voortdurende
Hergebruik van instrooizand (als grond) na verwijdering van het rubbergranulaat
controle niets toevoegt aan de milieu-hygiënische kwaliteit van het product. Voordat een producent een
Het verwijderen van het rubbergranulaat uit het instrooizand wordt gezien als een bewerking, waardoor
fabrikant-eigenverklaring mag afgeven, moet hij door middel van een toelatingskeuring aantonen dat zijn
er geen uitzondering op de verplichte kwaliteitsbepaling van toepassing is. Het instrooizand moet daarom
product aan de gestelde eisen voldoet. De fabrikant-eigen-verklaring moet worden erkend door de Minister.
aantoonbaar voldoen aan milieuhygiënische voorwaarden voor het toepassen van grond. Het instrooizand
Ook dit type verklaring geeft men over het algemeen af bij bouwstoffen die men nieuw op een werk levert.
moet medio 2019 ook gekeurd zijn op PFAS. Hergebruik van dit instrooizand is zonder milieuhygiënische verklaring niet toegestaan.
3
Partijkeuring
valoptie, wanneer een ander type milieu-hygiënische verklaring niet mogelijk of zinvol is. De monsterneming
Hergebruik van een functioneel mengsel lavasteen en rubbergranulaat na bijmengen van nieuw lavasteen en/of rubbergranulaat
moet gebeuren door een erkende persoon of instelling.
Het bijmengen van lavasteen en/of rubbergranulaat wordt gezien als een bewerking, waardoor er geen
Dit type verklaring gebruikt men over het algemeen wanneer men bouwstoffen hergebruikt. Partijkeuringen
uitzondering op de verplichte kwaliteitsbepaling van toepassing is. Het nieuwe (functionele) mengsel van
vinden plaats op basis van SIKB 1000 – het protocol is afhankelijk van type materiaal. Bij mengsels van
lavasteen en rubbergranulaat moet daarom aantoonbaar voldoen aan de maximale samenstellingswaarden
materialen moet de opdrachtgever altijd een bewijsmiddel hebben van het gehele mengsel. Voor het toe-
en emissiewaarden van het besluit. Hergebruik van dit mengsel is zonder milieu-hygiënische verklaring
passen van grond/zand zijn bovengenoemde verklaringen ook bruikbaar. Voor de volledigheid merken we
niet toegestaan.
Van elke partij bouwstoffen kan men de kwaliteit bepalen met een partijkeuring. Meestal is dit een terug-
10
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
11
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
4
Maatregelen ter invulling van de zorgplicht
graad (pH) had. Dit had negatieve effecten op de kwaliteit van het oppervlaktewater, namelijk (tijdelijk)
4.1
Nulmeting bij aanleg veld
een melkachtig slootwater. Bij gesloten (waterondoorlatend) schuimbeton doet dit probleem zich niet
We bevelen aan om bij aanleg van een kunstgrasveld een nul-onderzoek te doen van de kwaliteit van de grond
voor. Om in zulke situaties nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zoveel mogelijk
onder het aan te leggen kunstgrasveld en van het maaiveld in de directe omgeving van het kunstgrasveld.
te voorkomen, wordt aanbevolen vroegtijdig contact op te nemen met het bevoegd gezag om in overleg te
Het nul-onderzoek dient als referentie om tijdens het gebruik van het kunstgrasveld en na de verwijdering
bezien onder welke voorwaarden schuimbeton kan worden toegepast. Het bevoegd gezag kan toepassers
van het kunstgrasveld eventuele verhoging van gehalten van stoffen in de bodem te kunnen vaststellen.
3.6
Open en gesloten schuimbeton
Schuimbeton kan men gebruiken als lichtgewicht funderingslaag. Er zijn twee varianten: waterdoorlatend (open) schuimbeton en waterondoorlatend (gesloten) schuimbeton. Bij waterondoorlatend schuimbeton vindt de waterafvoer plaats door kunststof tegels onder de mat op het schuimbeton. In het verleden zijn bij waterdoorlatend schuimbeton problemen opgetreden doordat het uittredende water een hoge zuur-
vooraf om informatie vragen en zo nodig bij voorbaat in de vorm van een beleidsregel aangeven in welke gevallen zich nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater voordoen. Indien desondanks
4.2
sprake is van zodanige nadelige gevolgen en de toepasser voldoet niet aan de verplichting om deze onge-
Om vragen ten aanzien van de milieu- en gezondheidsaspecten van kunstgrasvelden te kunnen beant-
daan te maken of zoveel mogelijk te beperken, kan het bevoegd gezag tot handhaving overgaan.
woorden, is nodig dat de eigenaar/beheerder van het veld beschikt over gegevens ten aanzien van de her-
3.7
Zeepoplossingen en biociden
Kennis van de materialen
komst en de milieu-hygiënische kwaliteit van de toegepaste materialen en deze inzichtelijk en toegankelijk documenteert. Het gaat hierbij o.a. over afleverbonnen, certificaten, partijkeuringen, productinformatie-
Zeepoplossingen en biociden worden vooral gebruikt op hockeyvelden die het meest vatbaar zijn voor al-
bladen, etc. Deze informatie is relevant voor het verwerken van het materiaal aan het eind van de levensduur.
gen. De branche probeert deze middelen te vermijden, maar dit is nog niet in alle gevallen mogelijk. Zorg-
Hij bewaart deze informatie dan ook gedurende de gehele toepassingsduur van de materialen.
plicht op dit onderwerp kan je koppelen aan de Green Deal. Voor meer informatie over de Green Deal ver-
4.3
Voorkoming van milieuverontreiniging van bodem, gronden oppervlaktewater bij gebruik SBR instrooirubber
Als er iets onduidelijk is in het al dan niet mogen toepassen van materialen adviseren we om in overleg te
4.3.1
Achtergrondinformatie
gaan met het bevoegd gezag en het waterschap. Dit is vrijwel altijd de gemeente. Veel gemeenten hebben
Zink is aanwezig in SBR dat men toepast als instrooimateriaal en in de sporttechnische laag (in de fundering).
hun taken op dit gebied overgedragen aan een gezamenlijke milieudienst/omgevingsdienst. Een overzicht
Rubbergranulaat van gemalen autobanden bevat zinkoxide. Dit zinkoxide is een vulcanisatiehulpmiddel bij
van al deze diensten is te vinden op www.omgevingsdienst.nl.
de productie van rubber en komt in autobanden voor in gehaltes van ca. 1,5 % (m/m) in het rubber. Een klein
wijzen we naar www.greendealsportvelden.nl.
3.8
Meer informatie
deel van dit zinkoxide lost in de loop van de tijd op en kan in de loop van de gebruiksduur van het kunstgrasveld uit de SBR uitlogen naar de ondergrond. Deze uitloging van zink die plaatsvindt, mag niet leiden tot verontreiniging van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater onder en rondom het kunstgrasveld. Onderzoek van SGS Intron toont aan dat het mogelijk is om rubbergranulaat van gemalen personen- en bestelautobanden en bedrijfsautobanden (SBR) milieu-hygiënische verantwoord toe te passen als instrooimateriaal in kunstgrasvoetbalvelden, mits er een funderingslaag van zand en lava onder het kunstgrasveld gebruikt wordt, die voorkomt dat zink, dat uit het rubbergranulaat loogt, in het milieu terecht komt. Het onderzoek aan een standaard veldopbouw (par. 4.3.2) toont aan dat het zink gedurende een lange tijd in de onderlagen van de kunstgrasconstructie geadsorbeerd wordt zodat er geen sprake is van een milieuverontreiniging door zink van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater [ref.2-5].
4.3.2
Systeemopbouw met SBR instrooirubber waarbij er geen sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu ten gevolge van uitloging van zink
Systeemopbouw •
toepassing van SBR instrooirubber van gerecyclede autobanden, max. 15 kg/m2.
•
toepassing op een veld met een drainerende onderlaag van zand of de combinatie van zand en lava met een minimale laagdikte van 40 cm met een drainage onderin de onderbouw.
12
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
13
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Waarborgen dat voldaan wordt aan de criteria
dan horizontale afvoer van het regenwater vanaf het veld plaats. Dit water moet men opvangen en controleren
Het SBR moet aantoonbaar afkomstig zijn van gemalen autobanden van personenwagens, bestelauto’s of
op de zinkconcentratie. Bij te hoge zinkconcentraties moet het worden verwijderd alvorens het water geloosd
bedrijfswagen. De producent van het instrooirubber moet dit verklaren en deze verklaring moet hij ter
mag worden. Om zink uit water te verwijderen kunnen verschillende methodes toegepast worden. Er kan
beschikking stellen aan de opdrachtgever. Bij twijfel of er uitsluitend sprake is van rubber van gemalen
gebruik gemaakt worden van coagulatie, ionenwisselaars en actief kool. Ook zandfiltratie is een goede
autobanden kan men een identificatieonderzoek uitvoeren. Dit omvat minimaal de volgende items:
optie. De veldbeheerder moet in overleg met het waterschap vaststellen wat de maximale zinkconcentratie mag zijn in het te lozen water. Als er een vergunning/watertoets wordt aangevraagd bij het waterschap, zal
•
FT-IR analyse om de rubber matrix te identificeren (SBR aantonen).
•
PAK-analyse (Som PAK 10 VROM max. 75 mg/kg).
•
Zink-gehalte (0,5 - 3 m/m% zink).
een controlevoorziening worden voorgeschreven voor bemonsteren van het water van het kunstgrasveld.
4.4
Verspreiding van instrooimateriaal en vezels tegengaan
De onderlagen moeten zijn opgebouwd uit zand (minimaal 40 cm) of uit zand+lava (samen minimaal 40
4.4.1
Achtergrondinformatie
cm). Het zand moet voldoen aan de eisen voor funderingsdrainagezand of onderbouwdrainagezand, zoals
In 2017 liet de BSNC een indicatief onderzoek uitvoeren naar de verspreiding van microplastics vanuit kunst-
weergegeven in de normen van NOC*NSF voor onderlagen van kunstgrasvelden. De lava mag geen SBR
grasvoetbalvelden [ref. 1]. In dit onderzoek is vooral gekeken naar de verspreiding van instrooirubber. Uit
bevatten en dient tevens te voldoen aan de normen van NOC*NSF. De pH(CaCl2) van het zand is groter dan
dit onderzoek blijkt dat er tijdens aanleg, onderhoud en gebruik op verschillende manieren instrooirubber
6,5. De onderlaag brengt men ‘terugneembaar’ aan, zodat deze bij een eventuele verwijdering op lange
en vezels in het milieu belanden. Vanuit milieuoogpunt is het belangrijk om verspreiding te voorkomen.
termijn herkenbaar is.
Enkele unieke situaties uitgesloten wordt er in de kunstgrastoplagen van hockey- en korfbalvelden en van tennisbanen geen instrooirubber toegepast. Eventueel alleen instrooizand. Verspreiding van instrooirubber
4.3.3
Hergebruik van de fundering
is op deze kunstgrasvelden niet aan de orde. Slijtage van de vezel is hier echter wel aan de orde. De kunst-
Bij hergebruik van de fundering moet voor het zand en lava door middel van onderzoek worden vastgesteld,
grasvezel bestaat hoofdzakelijk uit een PP/PE (polypropyleen/polyethyleen). Maar de hoeveelheid aan micro-
wat het gehalte zink in de laag is en wat de resterende adsorptiecapaciteit voor zink is. Het gehalte zink moet
plastics ligt ruim 90% lager dan op voetbalvelden. Uitgangspunt/ stelregel is gemiddeld 1 mm slijtage per jaar
voldoen aan de eis voor de functieklasse achtergrond. De adsorptiecapaciteit bij de natuurlijke pH van het
(afhankelijk van gebruik van het veld). Omdat ook op deze kunstgras sportvelden een microplastic versprei-
ondergrondmateriaal moet minimaal gelijk zijn aan Kd = 50. Indien het zinkgehalte voldoet aan de functie-
ding plaatsvindt (ook al is de hoeveelheid laag) gaat dit document ook over dit type sportvelden. Ook de
klasse achtergrond en de absorptiecapaciteit tenminste Kd 50 is, kan men het lava en/of zand opnieuw
verspreiding van kurk of kokos als instrooimateriaal dient men tegen te gaan. Kurk en kokos zijn ook bodem-
gebruiken voor toepassing onder het kunstgrasveld. Indien dit niet het geval is, moet men het lava en/of
vreemde materialen waarvan men de vermenging met de bodem moet voorkomen.
zand verwijderen en vervangen. Het vrijkomende materiaal kan men dan in principe elders toepassen. Controleer altijd de onderlagen van een kunstgras voetbalveld, bij vervanging van de toplaag, visueel op
Een bestaande vervuiling door instrooimateriaal rondom een bestaand kunstgrasveld moet men zoveel
scheuren en onregelmatigheden. Herstel deze, indien nodig, opdat de fundering haar compactheid blijft
mogelijk opruimen, dit om verdere verspreiding en mogelijke uitloging te voorkomen. Ook nieuwe ver-
behouden.
spreiding moet men op basis van de zorgplicht voorkomen. Paragraaf 4.4.2 geeft een overzicht van de aandachtspunten en voorbeelden van praktische maatregelen om verspreiding van instrooirubbers en
4.3.4
Wat te doen als SBR instrooirubber wordt toegepast en de gekozen systeemopbouw afwijkt
kunstgrasvezels tegen te gaan. Dit ter invulling van de zorgplicht.
Bij gebruik van andere minerale onderlaagmaterialen dan zand en lava moet de pH van het onderlaagma-
4.4.2
Praktische aanbevelingen
teriaal minimaal pH = 6,5 zijn. Tevens moeten de alternatieve onderlaagmaterialen aantoonbaar voldoen aan
Om verspreiding van instrooimateriaal en vezels rondom een kunstgrasveld te voorkomen, zijn vier wijzen
de eisen voor bouwstoffen of voor grond, functieklasse achtergrondwaarde, uit het Bbk. Tevens moet de
van aanpak belangrijk:
adsorptiecoëfficiënt van het onderbouwmateriaal voor zink vastgesteld zijn. Bij een laagdikte van 40 cm moet
I.
deze minimaal gelijk zijn aan Kd = 50 l/kg bij de natuurlijke pH van het onderbouwmateriaal. Bij gebruik
II. Maatregelen bij opruimen / renovatie.
van een dunnere onderlaag dan 40 cm (met een minimale laagdikte van 10 cm) moet men door middel van
III. Onderhoudsmaatregelen: good house keeping.
een risicoberekening volgens bijlage B aantonen dat de laag voldoende capaciteit heeft om zinkuitloging
IV. Maatregelen voor gebruikers.
Technische maatregelen bij aanleg.
op een termijn van tenminste 50 jaar te voorkomen. Indien er sprake is van een andere opbouw van de sporttechnische laag en de onderbouw, moet men de berekeningswijze uit bijlage B volgen. In bijlage B is de
I. Technische maatregelen bij aanleg
minimale doorslagtijd, TZn, voor het zink te berekenen. De eis is: TZn > 50 jaar. Indien dit het geval is, voldoet
Voorzie het kunstgrasveld rondom van kantplanken, boarding of andere voorzieningen die op adequate
men aan de eis aan de minimale zinkadsorptie.
wijze verspreiding van instrooimateriaal en vezels buiten het veld voorkomen. Mogelijke maatregelen/ voorzieningen zijn:
4.3.5
14
Eisen bij een veld zonder adsorberende onderlagen
•
Leg het kunstgrasveld lager aan dan de aanwezige verharding. Maak een soort verlaagde bak.
Zonder de adsorptie van zink aan de constructieve onderlagen is de uitloging van zink bij gebruik van SBR-
Dit lijkt wat tegenstrijdig, omdat men dan meer grond moet weggraven, wat weer niet zo duurzaam
instrooirubber naar bodem en/of oppervlaktewater te hoog. Dit betekent dat bij gebruik van constructies
is, maar belangrijk is dat men een bewuste keuze maakt.
zonder deze adsorberende lagen men geen SBR instrooirubber kan toepassen. Dit geldt bij toepassing van
•
Leg de verharding onder afschot naar het kunstgras, in plaats van naar de berm.
harde waterondoorlatende onderlagen, zoals dicht asfalt of water-ondoorlatend schuimbeton. Er vindt
•
Plaats een prefab betonplaat met rand.
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
15
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
•
Plaats bij de uitstroomopening van het drainagesysteem en/of van de kolken (rondom een kunstgrasveld)
II. Maatregelen bij opruimen / renovatie
een slibvangput met sok.
•
Voorkom verspreiding tussen het op te ruimen kunstgrasveld en de laadlocatie van de kunstgrasrollen. Daarbij moet men ook eisen stellen aan het transportmiddel (vrachtwagen), bijvoorbeeld het toepassen van een gesloten vrachtauto om verspreiding van instrooimateriaal tijdens transport en afvoer naar een erkende verwerker te voorkomen.
•
Neem eisen op om bij het oprollen van de kunstgrasmat het morsen van rubber te voorkomen, zodat deze zich niet vermengt met de sporttechnische laag.
•
Laat de materialen slechts een beperkte periode in depot naast het veld liggen.
•
Voorzie het tijdelijk depot van een geovlies, zodat men eventueel gemorst materiaal gemakkelijk kan verwijderen.
•
Let er bij transport van de opgerolde matten op dat dit schoon gebeurt en dat er geen losse materialen uitvallen.
III. Onderhoudsmaatregelen • •
Plaats een verhoogde betonband met voldoende kerende hoogte (opsluitband) aan de buitenzijde van
Ook bij onderhoudswerkzaamheden moet verspreiding van instrooimateriaal en vezels zoveel mogelijk
de uitloopstrook.
worden beperkt. Educatie van en bewustwording bij de dagelijks beheerders én gebruikers is daar onderdeel
Plaats een kantplank met voldoende kerende hoogte aan de binnenzijde van het leunhekwerk.
van. Neem de benodigde werkzaamheden voor de zorgplicht op in een dagelijks werkschema, logboek of
Er zijn diverse typen (hoogte, breedte en materiaaltype) kantplanken hiervoor op de markt.
toolboxmeeting. Onderhoudsmaatregelen: •
Stel eenduidige onderhouds- en gebruiksrichtlijnen op, met een praktische uitleg over de noodzaak van het voorkomen van verspreiding van instrooimateriaal en vezels. Hiervoor kan men het onderhoudsboekje van de KNVB uit 2014 toepassen. Via startoverleg, voorlichting en cursussen kan men de inhoud onder de aandacht brengen bij de beheerders. Onderdeel van bewustwording, uitleg nut en noodzaak en creëren draagvlak.
•
Bespreek het onderwerp zorgplicht regelmatig in werkoverleggen met beheerders en aannemers/ onderaannemers.
Kantplanken
•
Voer veegafval af als restafval en niet als GFT.
•
Blaas bladeren die op het kunstgrasveld vallen niet in de berm of bosschages, maar verwijder ze op het veld. Door het schoonblazen van het kunstgrasveld naar buiten blaast men het instrooimateriaal
•
Laat een dubbelstaafmat zakken tot op de betonplaten en breng een kunststof afscheiding aan.
en de door slijtage losgekomen kunstgrasvezels die op het kunstgrasveld liggen naar buiten en dat
•
Plaats een rubber flap of borstel aan de onderzijde van de poorten.
zorgt juist voor verdere verspreiding.
•
Plaats bij elke toegangspoort een schoonlooprooster met vuilopvang, waarbij men (indien mogelijk) binnen de hekwerken borstels plaatst. Het schoonlooprooster moet dusdanig lang en breed zijn, dat een gebruiker minimaal twee stappen op het rooster zet.
Looprooster
Naar binnen blazen
•
Reinig de kolken rondom kunstgrasvelden (indien aanwezig) 2 tot 4 x per jaar. Verwijder het kolkenslib en voer het af als reststof (dus niet in de bosschages deponeren).
16
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
17
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
5 1
Referenties
Microplastics uit infill kunstgrasvelden, verspreiding van infill en indicatieve massabalans, in opdracht van BSNC, rapport Sweco en SGS Intron, 11 mei 2017.
2
Milieu- en gezondheidsaspecten van instrooirubber, SGS Intron rapport A833860/R2006031, 9 februari 2007.
Opzuigen
3
Vervolgonderzoek milieuaspecten instrooirubber, SGS Intron rapport A924220/R20070368, 1 april 2008. Adsorptie van zink uit instrooirubber aan onderlagen SGS Intron rapport A845090/ R20090029, 31 maart 2009.
• •
Ruim zichtbaar aanwezig instrooimateriaal op, wat buiten het veld ligt: opruimen (opzuigen) en
4
Adsorptie van zink uit instrooirubber, SGS Intron rapport A924220/R20070368, 1 april 2008
afvoeren als restafval.
5
Verificatie in de praktijk van de uitloging van zink uit rubbergranulaat van gemalen autobanden in
Maak de op het veld ingezette (onderhouds)machines schoon voor het verlaten van het veld.
kunstgrassystemen, SGS Intron rapport A865780/R20130046, 3 mei 2013. 6
Verkenning milieueffecten rubbergranulaat bij kunstgrasvelden, RIVM, 3 juli 2018.
IV. Maatregelen door gebruikers van het kunstgrasveld
7
Maatregelen bij stof- en kwartsblootstelling tijdens de aanleg van kunstgrasvelden, BSNC, maart 2013.
•
Lees de gebruiksvoorschriften van het kunstgrasveld en kom ze na (hangen vaak bij ingang veld).
8
Vervolgonderzoek stof en kwartsblootstelling tijdens de aanleg van kunstgrasvelden,
•
Verlaat het kunstgrasveld via de schoonlooproosters, eventueel even stampen.
•
Borstel de sportschoenen bij het verlaten van het kunstgrasveld.
BSNC, februari 2013. 9
Hoe ruim je een kunstgrasveld op, BSNC, versie 2.0, maart 2017.
10 Restricting the use of intentionally added microplastics to consumer or professional use products of Borstels
18
•
Klop de sokken boven een afvalbak (afvoeren als restafval).
•
Veeg de kleedkamer en douche schoon en schep de putjes leeg, voer het afval af als restafval.
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
any kind.ECHA, https://echa.europa.eu/regi stry-of-restriction-intentions/-/dislist details/0b0236e18244cd73
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
19
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Bijlage A OVERZICHT MATERIALEN EN BEWIJSMIDDELEN BBK Tabel 1. Materialen in de toplaag Materiaal
20
Tabel 2. Materialen in de toplaag
Bbk van toepassing
Bewijsmiddel Bbk
Opmerking
Materiaal
Bbk van toepassing
Bewijsmiddel Bbk
Opmerking
Polypropyleen (vezel)
Nee
N.v.t.
Lava
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9317) / partijkeuring
Polyethyleen (vezel)
Nee
N.v.t.
Ja
Partijkeuring
Backing, turfdoek (PE, latex, PU)
Nee
N.v.t.
RST (mengsel menggranulaat en instrooizand)
Geovlies
Nee
N.v.t.
Menggranulaat
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 2506-2)
Schuim op foamlaag
Nee
N.v.t.
Ja
E-layer /Et-decke
Nee
N.v.t.
Zand (funderingsdrainagezand)
NL-BSB certificaat (BRL 9313/9321)/ partijkeuring
SBR instrooirubber
Nee
N.v.t.
Ja
EPDM instrooirubber
Ja
Partijkeuring
TPE instrooirubber
Ja
FEV partijkeuring
E-bodemas (ketelzand/granulight steagran)
NL-BSB certificaat (BRL 9302-2)/ partijkeuring
Kleikorrels
Ja
Kurk
Nee
Geo infill
?
Afhankelijk van gehalte TPE en vulstof in de TPE
NL-BSB certificaat (BRL 9316)/ partijkeuring
Zand
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9313/9321/ partijkeuring
Flugsnad of vulkaanbims
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9317)/ partijkeuring
Grauwacke
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9324)/ partijkeuring
KV-slak
Ja
Partijkeuring
Kolenvergassingslak (KV-slak) wordt in NL niet meer geproduceerd
Steengranulaat
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9345)/ partijkeuring
Gebroken slak uit productie van metalen (Belgische benaming)
Schuimbeton
Ja
FEV/partijkeuring
Eventuele uitloging van water met hoge pH tegengaan
Asfalt/open asfalt
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9320/ partijkeuring
Ook asfaltbeton genoemd
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
puingranulaat (metselwerk en beton)
Granulight en Steagran zijn merknamen
Vulkanische oorsprong ook Bims of Pumice genoemd
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
21
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Bijlage B
Tabel 3. Materialen in de onderbouw Materiaal
Bbk van toepassing
Bewijsmiddel Bbk
Zand
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 9313/9321) / partijkeuring
Funderingszand (uit puingranulaat)
Ja
NL-BSB certificaat (BRL 2506-2)/ partijkeuring
Stabilisatielaag
Ja
Opmerking
Ook drainzand genoemd
BEREKENING VAN MINIMALE ZINKADSORPTIECOËFFICIENT De adsorptie van zink aan de onderlaagmaterialen bepaalt men door de zinkadsorptiecoëfficiënt, Kd. De zinkadsorptiecoëfficiënt meet men met een adsorptieproef. Hierbij meet men bij een pH = 6,5 de adsorptie
Partijkeuring
van zink aan het onderlaagmateriaal gedurende 6 uur bij een vloeistof/vast stof verhouding L/S = 100. De pH is maximaal 6,5, omdat door rottende bladeren op het veld er sprake kan zijn van een lichte verzuring. Ook als de natuurlijke pH van het onderlaagmateriaal hoger is, zoals bijvoorbeeld bij gebruik van Granulight als
Tabel 4. Drainagesysteem
onderlaagmateriaal. Voor een standaard opbouw van een kunstgras systeem met een onderlaag van 40 cm is de volgende eis vastgesteld:
Materiaal
Bbk van toepassing
Bewijsmiddel Bbk
Polyvinychloride (PVC)
Nee
Nvt
Polyethyleen
Nee
Nvt
Opmerking
Kd (onderlaag) ≥ 50 l/kg.
Ook drainzand genoemd
Bij een dunnere onderlaag of bij een combinatie van onderlagen, waarbij één van de lagen niet aan de bovenstaande eis voldoet, kan men door berekening vaststellen of men aan de eis voldoet. Met behulp van de Kd kan men de retardatiefactor voor zink in een onderlaag berekenen: R = 1 + Kd * ρ / waarin:
R is de retardatiefactor ρ de dichtheid van de onderlaag, in kg/dm3 het porievolume in de laag
De retardatiefactor geeft de mate aan waarin het zink later uit de laag komt dan het drainagewater zelf. De doorbraak van het water zelf bepaalt men door het porievolume, , van de onderlaag. Wanneer het porievolume gevuld is, dan vindt de doorbraak van het water plaats. In een zandlaag rekenen we met een porievolume, = 0,35. De doorbraaktijd van het water is: Tw = D * / Iw waarin:
Tw is de doorbraaktijd van water D is de laagdikte van de onderbouw, in mm is het porievolume in de laag Iw is de netto infiltratie van regenwater in de grond (neerslag per jaar minus de verdamping), in mm/jaar
De doorbraaktijd TZn van het zink moet minimaal 100 jaar zijn. De doorbraaktijd van zink TZn berekent men dus door: TZn = Tw * R De te hanteren eis voor de doorbraaktijd van zink is: TZn
22
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
50 jaar.
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
23
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
In de praktijk zal het opgeloste zink niet als een front door de laag diffunderen, maar zal er dispersie in de laag optreden. Hierdoor loogt een deel van het zink met een lage concentratie iets eerder uit en zal een deel van het zink nog meer vertraagd uitlogen. Op het moment van de berekende doorslagtijd zijn de hoogste concentraties aanwezig. In de praktijk zullen eerder imperfecties in de systeemopbouw (waterdoorlatende scheuren en in de onderlaag, kanaalvorming) kunnen leiden tot een eerdere doorbraak dan hierboven is berekend. Hiermee is in de eis rekening gehouden, omdat de voorziene gebruikstijd van het kunstgrassysteem (tot renovatie) aanmerkelijk korter is dan 50 jaar. Er zit dus een zekerheidsfactor op de genoemde eis.
24
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
25
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
26
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden
In 2002 is de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek opgericht. De doelstellingen van de branchevereniging zijn het uitwisselen en ontwikkelen van kennis en informatie over de aanleg en het onderhoud van buitensportaccommodaties en gelieerde producten (zoals graszaden en meststoffen) en de behartiging van de gezamenlijke belangen van de leden. De vereniging tracht haar doelen te bereiken door regelmatig bijeenkomsten en congressen te organiseren en door op te treden als gesprekspartner naar overheden, sportbonden en andere instellingen. De BSNC wil actief nieuwe ontwikkelingen initiëren en stimuleren, onder andere door het (laten) uitvoeren van onderzoek en het bevorderen van normering en certificering van buitensportvloeren en -terreinen.
Woudenbergseweg 56-58
Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek
Gebouw #11 3707 HX Zeist T 06 2252 8523 E info @ bsnc.nl I www.bsnc.nl