Bijlage 1 Bestemmingsplan Zwijnsbergen 31 Elst
Tekst van het document
Zwijnsbergen 31, Elst
31
regenwater met wateroverlast tot gevolg. Het realiseren van één extra woning leidt niet tot een overschrijding van deze norm. Daarnaast wordt bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt. Watercompensatie is niet benodigd. Het hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd. Er is op het terrein voldoende ruimte aanwezig om hemelwater op te vangen en te bergen. Het hemelwater wordt gescheiden van het afvalwater. De precieze uitwerking van de waterberging volgt bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woningen. Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft in haar vooroverlegreactie geadviserd een voorziening met een bergingscapaciteit van 70 mm ten opzichte van het toekomstige verhard oppervlak te realiseren. Afvalwater De woningen aan de Zwijnsbergen zullen worden aangesloten op de bestaande riolering. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden.
De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Gebiedsbescherming Om de gevolgen van gebiedsbescherming te beoordelen is de website atlasleefomgeving.nl geraadpleegd. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de omgeving van het plangebied met daarop in de omgeving aanwezige Natura 2000-gebieden zichtbaar.
32
Zwijnsbergen 31, Elst
Uitsnede Natura 2000-gebieden (bron: atlasleefomgeving.nl) Op voorgaande kaart is te zien dat het plangebied gelegen is op circa 250 meter afstand van het Natura 2000gebied 'Rijntakken'. Om inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen van het plan op het Natura 2000-gebied, is een Quickscan Natuurbescherming uitgevoerd, zie bijlage 6. Uit het onderzoek blijkt dat 'gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie' van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake is. Ten aanzien van stikstof is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd, zie bijlage 7. Hieruit blijkt dat er zowel in de gebruiksfase als de aanlegfase geen sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee is er ook wat betreft het aspect stikstof geen sprake van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Uit het onderzoek blijkt dat voorafgaand aan de werkzaamheden met aanvullend onderzoek vastgesteld dient te worden of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor vleermuizen. Mogelijk leidt dit tot een aanvraag van een ontheffing Wnb. Op basis van het onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat een eventueel benodigde ontheffing Wnb na het nemen van benodigde maatregelen niet verkregen zouden kunnen worden.
Voor overige soorten zijn er op voorhand geen negatieve effecten. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
Zwijnsbergen 31, Elst
33
4.4
Verkeer
Verkeersgeneratie Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van één extra woning in het plangebied. Dit levert een zeer beperkte toename van het aantal motorvoertuigenbewegingen per etmaal op. Het plangebied blijft ontsloten door de Zwijnsbergen. Deze weg wordt voornamelijk gebruikt voor bestemmingsverkeer. De weg heeft voldoende capaciteit om de toename aan verkeer van één extra woning te verwerken. Daarnaast leidt het verdwijnen van de bedrijfsbestemming tot een afname van het aantal verwachte verkeersbewegingen. De woningen krijgen ieder een eigen inrit vanaf de Zwijnsbergen om de woningen te ontsluiten. Parkeren In het Paraplubestemmingsplan Parkeren van de gemeente Rhenen, vastgesteld op 6 maart 2018, is opgenomen dat voor het gehele grondgebied van de gemeente Rhenen de parkeernormen zoals opgenomen in de 'Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds' (d.d. 14 april 2011) van toepassing zijn op wijzigingen in bestemmingsplannen. Voor woningen buiten het centrumgebied in het segment 'woning duur' en 'woning midden' gelden respectievelijk parkeernormen van minimaal 2,0 en 1,,8 parkeerplaatsen per woning. Voorliggend plan voorziet in 2 parkeerplaatsen per woning en voldoet dus aan deze parkeernormen. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot verkeer en parkeren.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.
34
Zwijnsbergen 31, Elst
Planspecifiek Cultuurhistorie In (de omgeving van) het plangebied liggen geen objecten van cultuurhistorische waarde (rijks- of gemeentelijke monumenten) die gevolgen ondervinden van onderhavig initiatief. Op het gebied van cultuurhistorie bestaan geen belemmeringen ten aanzien van het plan. Archeologie In het vigerende bestemmingsplan is voor het plangebied de archeologische dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' opgenomen. Deze is gebaseerd op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Rhenen. Navolgende afbeelding toont van deze kaart een afbeelding. Daarop is te zien dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt. Bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Uitsnede archeologische verwachtingskaart gemeente Rhenen (oranje = hoge archeologische verwachting) Voorliggend initiatief betreft werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 vierkante meter. Op grond van de archeologische dubbelbestemming is daarom archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is terug te vinden in bijlage 8. Uit het onderzoek blijkt dat voor het plangebied sprake is van een hoge archeologische verwachting. Om die reden wordt met voorliggend plan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' overgenomen. Hiermee wordt vastgelegd dat in het kader van een vergunningsverlening voor onderhavig initiatief een aanvullende onderzoeksinspanning benodigd is ten aanzien van de te verwachten archeologische waarden. Hiermee is bescherming en behoud van de archeologische waarden gewaarborgd. In het uitgevoerde verkennend onderzoek wordt als vervolgonderzoek een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot cultuurhistorie en archeologie.
Zwijnsbergen 31, Elst
35
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Het plan is economisch uitvoerbaar.
36
Zwijnsbergen 31, Elst
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: 'Wonen', waarbij de woonfunctie wordt neergelegd over het gehele plangebied. Er worden twee bouwvlakken opgenomen. Het westelijke bouwvlak krijgt de aanduiding 'vrijstaand', waarop één vrijstaande woning is toegestaan. Het oostelijke bouwvlak krijgt de aanduiding 'twee-aaneen', waarop twee aaneengebouwde woningen zijn toegestaan. Ten behoeve de maten van de woningen krijgen de bouwvlakken de bouwaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. Daarnaast is middels de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' vastgelegd hoeveel woningen per bouwvlak gebouwd mogen worden. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3', ten behoeve van het beheer, behoud en bescherming van eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem. Deze dubbelbestemming geldt voor het gehele plangebied. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Zwijnsbergen 31, Elst
37
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan Provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, Veiligheidsregio Utrecht, GasUnie en Vitens. De provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en GasUnie hebben gereageerd. Op basis van de reacties van de provincie Utrecht en Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden zijn enkele kleine aanpassingen in de toelichting gedaan.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Voorliggend plan voorziet niet in een formele inspraakprocedure. Het plan gaat direct als ontwerp ter inzage. De omwonenden zijn van het initiatief op de hoogte gebracht. Een verslag daarvan is opgenomen in bijlage 9.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van donderdag 14 december 2023 tot en met woensdag 24 januari 2024. Tegen het plan zijn geen zienswijzen ingediend. Het plan is ongewijzigd vastgesteld.
38
Zwijnsbergen 31, Elst
Regels
Zwijnsbergen 31, Elst
59
60
Zwijnsbergen 31, Elst
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Zwijnsbergen 31, Elst met identificatienummer NL.IMRO.0340.BPZwijnsbergen31-VA01 van de gemeente Rhenen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.6 achtergevel gevel aan de achterkant van een gebouw; 1.7 ambulante handel de verkoop en het te koop aanbieden, alsmede de uitstalling daarvan, van waren aan consumenten buiten vestigingen.
Onder ambulante handel wordt mede verstaan (week)markten en standplaatsen buiten de markten; 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de oppervlakte van het deel van een bestemmings- of bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en bijbehorende bouwwerken; 1.10 bed and breakfast een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed and breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.11 bedrijf het bedrijfsmatig vervaardigen, repareren of opslaan van goederen, dan wel het verrichten van diensten; 1.12 bedrijf aan huis het verlenen van diensten c.q.
het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsactiviteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.13 beroep aan huis de uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, alsmede een beroep op het terrein van persoonlijke verzorging, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt; 1.14 bestaand 1. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; 2. ten aanzien van gebruik:
Zwijnsbergen 31, Elst
61
het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24 bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwwerk, geen gebouw en overkapping
zijnde; 1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en aan de verkoop verbonden reparatie; 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.28 huishouden de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: 1. een woongroep van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking; 2. de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal vier personen die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning; 1.29 inwoning twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meer voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;
62
Zwijnsbergen 31, Elst
1.30 mantelzorg langdurende zorg die wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens sociale omgeving, waarbij de zorgverlening de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt, op vrijwillige, niet afdwingbare basis; 1.31 nutsvoorziening een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.32 opslag het opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen, niet zijnde puin, afvalstoffen en aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, vaar-, vlieg-, en voertuigen, dan wel onderdelen daarvan; 1.33 peil voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter hoogte van het hoofdgebouw en waar geen sprake is van een hoofdgebouw de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter hoogte van het bouwwerk; 1.34 tijdelijke woonunit een mantelzorgwoning in de vorm van een tijdelijk op een perceel aanwezige unit die hetzij geheel hetzij in delen over de weg verplaatsbaar
is; 1.35 voorgevel de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt of de gevel die is voorzien van de aanduiding 'gevellijn'; 1.36 waarden de aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, natuur en/of ecologie; 1.37 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
Zwijnsbergen 31, Elst
63
2.6 ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, overstekende daken en reclameuitingen aan de gevel buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.
64
Zwijnsbergen 31, Elst
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. beroep- en bedrijf aan huis; c. bed and breakfast; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, met de daarbij behorende: e. tuinen en erven; f. wegen en paden; g. bouwwerken. Het aantal woningen bedraagt niet meer het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. tussen twee niet aaneengebouwde woningen mag de afstand van elk van de woningen, uitgezonderd aanen uitbouwen en bijgebouwen, tot de onderlinge zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 2,50 m bedragen; c. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen vrijstaande en halfvrijstaande woningen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. woningen worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling niet minder dan 20 graden mag bedragen; 2. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'; d. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. woningen worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling niet minder dan 20 graden mag bedragen; 2.
de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'. 3.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woningen gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak en het achtererfgebied; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,30 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m; d. het bebouwingspercentage van het achtererfgebied mag maximaal 25% van de bij de woning behorende kadastrale percelen bedragen, met dien verstande dat het maximale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 150 m² mag bedragen.
Zwijnsbergen 31, Elst
65
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m voor (het verlengde van) de voorgevel en 2 m daarachter; b. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het voorkomen van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid, nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen in die zin dat bijbehorende bouwwerken 3 m achter de voorgevel van de woning moeten worden gebouwd; b. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Beroep- en bedrijf aan huis Voor de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis zijn de volgende regels van toepassing: a. de omvang van de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis mag niet meer bedragen dan 25 m2; b.
in afwijking van het bepaalde in sub a mag de omvang van de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis niet meer bedragen dan 50% van het grondoppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, mits op eigen terrein in extra parkeerplaatsen wordt voorzien zoals is weergegeven in de navolgende tabel: Omvang van de uitoefening van het beroep- en Aantal extra te realiseren parkeerplaatsen bedrijf aan huis 26-50 m² 1 51-100 m² 2 101-150 m² 3 151-200 m² 4 201 m² of meer 5 c. d. e.
bedrijfsactiviteiten uit categorie 1 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten zijn ook toegestaan met uitzondering van functies ten behoeve van detailhandel en buitenopslag; detailhandel en buitenopslag zijn niet toegestaan; het beroep- en bedrijf aan huis wordt in ieder geval uitgeoefend door de bewoner.
3.4.2 Bed and breakfast Voor het uitvoeren van een bed and breakfast mogen maximaal vijf kamers per bouwperceel worden gebruikt met een maximum van tien slaapplaatsen, met dien verstande dat: a. het gebruik niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; b. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt; c. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt voorzien; d. de bedrijfsvoering van de bed and breakfast uitsluitend door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. aanverwante voorzieningen zoals een speeltuin -met uitzondering van kleinschalige speelvoorzieningen-, stallingsruimte en detailhandel bij de bed & breakfast zijn niet toegestaan.
66
Zwijnsbergen 31, Elst
3.4.3 Zwembaden Bij de woningen zijn zwembaden toegestaan, met dien verstande, dat: a. per woning maximaal één zwembad is toegestaan; b. een zwembad uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de woning is toegestaan; c. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m bedraagt; d. de oppervlakte van een zwembad ten hoogste 50 m² bedraagt; e. een zwembad niet meer dan 0,2 m boven het maaiveld mag uitsteken. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Inwoning Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van inwoning. 3.5.2 Bedrijfsactiviteiten categorie 2 bij beroep- en bedrijf aan huis Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 3.4.1 sub c ten behoeve van het vestigen van bedrijfsactiviteiten die zijn genoemd in categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten van bijlage 1 die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten die zijn genoemd in categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten genoemd in bijlage 1.
Artikel 4
Waarde - Archeologie 3
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn naast voor de overige aangewezen bestemmingen mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. 4.2 Bouwregels a. Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden aangewezen bestemmingen zijn op de in artikel 4.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien het betreft: 1. of vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid, en waar gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. of een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 100 m²; 3. of het bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 4. of een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning of een vergunning met dezelfde strekking is verleend zoals bedoeld in artikel 4.3 of waarbij onomstotelijk door foto's of anderszins wordt aangetoond dat er sprake is van geroerde grond, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en geen diepere graafwerkzaamheden plaatsvinden. 4.3 Afwijken van de bouwregels a.
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 sub a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3, sub a. wordt verleend indien bij de aanvraag omgevingsvergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van
Zwijnsbergen 31, Elst
67
c.
burgemeester en wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3 , sub a. kunnen burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende regels verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden a. Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen en ontgraven (onder andere door saneren) van de bodem; 2. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 4. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; 5. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; 6. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt; 7. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd; 8. het aanleggen van bos of boomgaard; 9. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; 10. het scheuren van grasland; 11. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe gerekend worden woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. b. De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, waarvoor het verbod onder a.
geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een, door het bevoegde gezag aan te wijzen, archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad of mogelijk schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten
68
Zwijnsbergen 31, Elst
c.
begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). Het verbod, als bedoeld onder a, is niet van toepassing indien: 1. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden worden uitgevoerd op gronden waarbij de bodem tot maximaal 30 cm onder maaiveld wordt geroerd; 2. de werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden een oppervlakte hebben tot ten hoogste 100 m²; 3. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; 4. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; 5. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; 6. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek en/of archeologische begeleiding is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
Zwijnsbergen 31, Elst
69
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1 Onderkeldering Onderkeldering is uitsluitend toegestaan onder woningen en bijbehorende bouwwerken en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 4 m mag bedragen, met dien verstande dat meerdere ondergrondse lagen zijn toegestaan indien en voor zover in de regels is bepaald. 6.2 Nutsvoorzieningen Daar waar in dit plan is bepaald dat de gronden tevens mogen worden gebruikt voor nutsvoorzieningen mogen bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen worden opgericht, met dien verstande dat deze -indien het een gebouw betreft- geen grotere inhoud hebben dan 60 m³ en geen grotere goothoogte dan 4 m, en -indien het een bouwwerk, geen gebouw betreft- geen grotere oppervlakte hebben dan 10 m² en geen grotere bouwhoogte dan 4 m.
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in elk geval verstaan: a. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten behoeve van (zelfstandige) bewoning, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; b. het in enigerlei vorm buiten woningen opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen ten behoeve van een bedrijf van welk soort dan ook, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van windturbines/windmolens en zendmasten/antennemasten, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; d. het gebruik van de gronden voor paardenbakken en/of tennisbanen. 7.2 Uitzondering strijdig gebruik Onder een gebruik, strijdig met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van ambulante handel, weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning, of ontheffing is verleend.
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. de in de bestemmingsregels gegeven maten en afmetingen tot niet meer dan 10% van die maten en afmetingen; b. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen ten behoeve van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate worden overschreden, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven;
70
Zwijnsbergen 31, Elst
c.
de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m; d. de bestemmingsregels en toestaan dat paden, wegen, parkeerplaatsen en voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer worden aangelegd; e. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van het bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer bedraagt dan 30 m²; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; f. het bepaalde ten aanzien van het tijdelijk gebruik van bijbehorende bouwwerken bij woningen, en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk wordt verbouwd en gebruikt ten behoeve van bewoning, met dien verstande dat: 1. het bewoning betreft in het kader van mantelzorg; 2. de oppervlakte voor mantelzorg van het bijbehorend bouwwerk niet meer mag bedragen dan 80 m²; 3. van het vervallen van de noodzaak van mantelzorg dient door of vanwege de gebruiker van het hoofdgebouw waaraan of waarbij de mantelzorg is verleend, aan burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling te worden gedaan; 4.
indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen gaat het bevoegd gezag over tot intrekking van de omgevingsvergunning; g. het bepaalde ten aanzien van de bestemmingsregels bij woningen en toestaan dat een tijdelijke woonunit wordt geplaatst en gebruikt, met dien verstande dat: 1. het bewoning betreft in het kader van mantelzorg; 2. de oppervlakte van de tijdelijke woonunit niet meer mag bedragen dan 80 m²; 3. de bouwhoogte van de tijdelijke woonunit niet meer mag bedragen dan 4 m; 4. de afstand van de tijdelijke woonunit tot aangrenzende percelen dient minimaal 2 m te bedragen; 5. de maximale afstand van de tijdelijke woonunit tot de woning bedraagt niet meer dan 15 m; 6. van het vervallen van de noodzaak van mantelzorg dient door of vanwege de gebruiker van het hoofdgebouw waaraan of waarbij de mantelzorg is verleend, aan burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling te worden gedaan; 7. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen gaat het bevoegd gezag over tot intrekking van de omgevingsvergunning. h. het bepaalde in 7.1 onder d en toestaan dat de gronden mogen worden gebruikt ten behoeve van paardenbakken en/of tennisbanen. Bij de toepassing van de bevoegdheid tot omgevingsvergunningverlening dienen de wettelijke bepalingen inzake natuurregelgeving, water en archeologie, in acht te worden genomen.
Artikel 9
Overige regels
9.1 Parkeren 9.1.1 Parkeren Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de beleidsregels van de 'Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds' (d.d. 14 april 2011), wordt gerealiseerd. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels parkeren wijzigen, gelden de gewijzigde regels.
Zwijnsbergen 31, Elst
71
9.1.2 Binnenplanse afwijking parkeren Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 en één of meer bepalingen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing – gelet op het belang waarvoor deze beleidsregels tot stand is gebracht – leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
72
Zwijnsbergen 31, Elst
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 10.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. Het eerste lid onder artikel 10.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 10.2, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 10.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid onder artikel 10.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Zwijnsbergen 31, Elst'.
Zwijnsbergen 31, Elst
73
74
Zwijnsbergen 31, Elst
Bijlagen bij de regels
Zwijnsbergen 31, Elst
75
76
Zwijnsbergen 31, Elst
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Zwijnsbergen 31, Elst
77
VNG Bedrijven Milieuzoning d.d. maart-2009 Tot en met categorie 2
STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN
OMSCHRIJVING
25, 31 251, 331 2529, 3311 2561, 3311 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 27, 33 26, 27, 33 293 26, 32, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 31 31 9524 321 322 32991 35 35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43
www.buro-sro.nl
- VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Aardewerkfabrieken: 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. - MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen 0 Tank- en reservoirbouwbedrijven: 0 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g. - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening - PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E2 - blokverwarming - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW - BOUWNIJVERHEID 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
Pagina 1 van 3
LUCHT
28 281 2821 2851 30 30 30 31 31 316 33 33 33 36 36 361 362 363 3663.1 40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 45 45 45
3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 2 - verbandmiddelenfabrieken -
BODEM
23 232, 234 232, 234 25
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
VISUEEL
26 262, 263 262, 263 28
16 162902 58 58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182 20 20 2120 2120 23
0 2 0 1 0 0
VERKEER
10821 10821 1102 t/m 1104 14 14 141
0 1 2 3 4 6 7 0 5 6 0 2 4
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw: - bedrijfsgebouwen - kassen zonder verwarming - kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van overige dieren: - bijen - overige dieren Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations
CATEGORIE
1584 1584 1593 t/m 1595 18 18 182 20 20 205 22 22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 24 24 2442 2442 26
-
GROOTSTE AFSTAND
01 011, 012, 013 011, 012, 013, 016 011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013 0113 0163 011 0149 0149 0149 016 016 016 0162 10, 11 10, 11 1051 1052 1071 1071 1081 10821
GEVAAR
01 0111, 0113 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0125 0125 0125 014 014 014 0142 15 15 1551 1552 1581 1581 1583 1584
GELUID
-
INDICES
STOF
-
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
10
10
30 C
10
30
2
1 G
1
B
L
10 10 10 30 30 30
10 10 10 10 10 10
30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C
10 10 10 10 10 10
30 30 30 30 30 30
2 2 2 2 2 2
1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G
1 1 1 1 1
B B B B B
L L L
10 30
0 10
30 C 30 C
10 0
30 30 D
2 2
1 G 1 G
1 1
30 30 30
10 10 10
30 30 30 C
10 10 0
30 30 30
2 2 2
1 G 1 G 1 G
1 1 1
10
0
30
0
30
2
1 G
1
30
10
30 C
10
30
2
1 G
1
30 30 10
10 10 0
30 30 30 C
10 10 0
30 30 30
2 2 2
1 G 1 G 1 G
1 1 1
10
10
30
10
30
2
2 G
2
10
10
30
0
30
2
1 G
1
0 10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0 0
10 30 10 30 10 30 10
0 0 0 0 10 10 0
10 30 10 30 30 30 D 10
1 2 1 2 2 2 1
1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G
1 1 1 1 1 1 1
10
10
30
10
30
2
2 G
1
10
10
30
10
30
2
1 G
1
30
10
30
10
30
2
1 G
1
30
10
30
10
30
2
1 G
1
30
0
30
0
30
2
1 G
1
0 30 30 0
10 10 10 30
10 10 30 30
0 10 10 0
10 30 30 30
1 2 2 2
1 P 1 G 2 G 1 P
1 1 2 1
0
0
30 C
10
30
2
1 P
1
0 0
0 0
10 C 30 C
10 10
10 30
1 2
1 P 1 P
1 1
10
0
30 C
10
30
2
1 P
1
0
0
30 C
10
30
2
1 P
1
0
10
30
10
30
2
1 G
1
www.buro-sro.nl
B
B B
L
B
B
B
VNG Bedrijven Milieuzoning d.d. maart-2009 Tot en met categorie 2
74
www.buro-sro.nl
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
10 0 10 0
0 0 0 0
30 10 30 30
10 10 0 10
30 10 30 30
2 1 2 2
2 P 1 G 3 P 1 P
1 1 1 1
B
30
0
30
10
30
2
3 P
1
B
0 10 0 10 10 30 10 10
0 10 0 0 10 10 10 10
10 30 30 30 30 30 30 30
0 0 0 0 0 0 10 10
10 30 30 30 30 30 30 30
1 2 2 2 2 2 2 2
1 P 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G
1 1 1 1 1 1 1 1
10 0
0 0
30 30
10 V 30
30 30
2 2
2 G 2 G
1 1
0
10
30
10
30
2
1 G
1
0
10
30
0
30
2
1 G
1
0 30 10 0
0 30 10 0
30 30 30 30
0 30 R 10 0
30 30 30 30
2 2 2 2
1 G 1 G 2 G 2 G
1 1 2 1
0 0 10 10 0 0 0 0
0 0 0 10 0 0 0 0
10 10 10 10 C 0 30 10 10
0 10 10 10 10 10 10 V 10
10 10 10 10 10 30 10 10
1 1 1 1 1 2 1 1
1 P 2 P 1 P 1 P 1 P 3 P 1 P 1 P
1 1 1 1 1 1 1 1
10 10 0 0 10 10
0 0 0 0 0 0
10 10 C 10 C 30 C 10 C 30 C
10 10 10 10 10 10
10 10 10 30 D 10 D 30
1 1 1 2 1 2
2 P 2 P 2 P 2 P 1 P 1 G/P
1 1 1 1 1 1
0 0
0 0
30 C 30 C
0 10
30 30 D
2 2
2 P 1 P
1 1
0
0
10
0
10
1
2 P
1
0 10 0 0 0
0 0 0 0 0
30 C 30 C 10 10 10
10 0 0 0 0
30 30 10 10 10 D
2 2 1 1 1
2 G 3 P 2 P 1 P 1 P
1 1 1 1 1
0 0
0 0
30 C 10 C
0 0
30 10
2 1
2 P 1 P
1 1
0 0
0 0
0 C 0 C
10 10
10 10
1 1
1 P 1 P
2 2
0
0
10 C
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
10 10
0 10
30 30
10 10
30 30 D
2 2
2 P 2 G
1 2
0 0
0 0
10 30 C
0 0
10 30
1 2
1 P 1 P
1 1
30 0
10 0
30 10
30 R 0
30 10
2 1
1 P 1 P
1 1
BODEM
GROOTSTE AFSTAND
77 7711 772 62 62 62 58, 63 72 72 721 722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82
GEVAAR
71 711 714 72 72 72 72 73 73 731 732
INDICES
GELUID
45, 47 45, 47 451, 452, 454 45204 45205 453 473 473 46 46 461 4622 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46499 46499 46499 4673 4673 46735 46735 4674 4674 46752 4676 466, 469 47 47 47 471 4722, 4723 4724 4773, 4774 4752 4778 952 55 55 5510 561 563 563 5629 562 49 49 493 495 50, 51 50, 51 50, 51 52 52 52109 5221 5222 791 5229 64 53 531, 532 61 61 61 61 64, 65, 66 64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68 41, 68 77
AFSTANDEN IN METERS
STOF
50 50 501, 502, 504 5020.4 5020.5 503, 504 505 505 51 51 511 5122 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7 5148.7 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5155.2 5156 519 52 52 52 5211/2,5246/9 5222, 5223 5224 5231, 5232 5246/9 5249 527 55 55 5511, 5512 553 554 554 5551 5552 60 60 6022 603 61, 62 61, 62 61, 62 63 63 6312 6321 6322, 6323 633 634 64 64 641 642 642 642 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 71
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
LUCHT
STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN
-
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven B Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires 0 Benzineservisestations: 3 - zonder LPG - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen 0 Grth in vuurwerk en munitie: 1 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton 5 - munitie 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 2 - algemeen: b.o. <= 2000 m² 4 zand en grind: 6 - algemeen: b.o. <= 200 m² 0 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 2 - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. - DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN A Detailhandel voor zover n.e.g. Supermarkten, warenhuizen Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel Apotheken en drogisterijen Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Reparatie t.b.v. particulieren (excl.
auto's en motorfietsen) - LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. 1 Café's, bars 2 Discotheken, muziekcafé's Kantines Cateringbedrijven - VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen - VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) 1 Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE - GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
B Datacentra - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek -
Pagina 2 van 3
www.buro-sro.nl
B
L
VNG Bedrijven Milieuzoning d.d. maart-2009 Tot en met categorie 2
www.buro-sro.nl
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
BODEM
0 10 0
0 0 0
10 30 C 10
0 10 0
10 D 30 10
1 2 1
2 P 2 G 2 P
1 1 1
B
0
0
10
0
10
1
2 P
1
0 10
0 0
30 30
0 10
30 30 D
2 2
1 P 2 P
1 1
10 0 0 10 0
0 0 0 0 0
30 C 10 10 30 C 30
10 0 0 0 0
30 10 10 30 30
2 1 1 2 2
3 P 2 P 1 P 1 P 2 P
2 1 1 1 1
30
0
10 C
0
30
2
1 P
1
10
10
30
30 R
30
2
1 G
1
0 0 0
0 0 0
10 30 30 C
0 0 0
10 30 30 D
1 2 2
1 P 2 P 2 P
1 1 1
0 0 0 0 0 0 30 0 0
0 0 0 0 0 0 10 0 0
30 C 30 C 30 C 30 30 C 10 30 C 30 C 10
10 0 0 0 0 0 0 0 0
30 30 30 30 30 10 30 30 10
2 2 2 2 2 1 2 2 1
2 G 3 P 3 P 2 P 2 P 2 P 1 P 2 P 2 P
1 1 1 1 1 1 1 1 1
0 0 0 10 0
0 0 0 0 0
30 10 C 30 C 30 C 30 C
30 10 0 0 0
30 10 30 30 30
2 1 2 2 2
1 P 1 P 2 P 3 P 2 P
1 1 1 1 1
30 0 0 0
0 0 0 0
30 30 10 10
30 R 0 0 0
30 30 10 10
2 2 1 1
2 G 1 G 1 P 1 P
1 1 1 1
0 0 10 0
0 0 0 0
10 10 30 C 10 C
0 0 0 0
10 10 30 10 D
1 1 2 1
2 P 2 P 1 P 1 P
1 1 1 1
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
-
GELUID
74 7481.3 7484.4 75 75 75 80 80 801, 802 803, 804 85 85 8511 8512, 8513 8514, 8515 853 853 90 90 9001 9002.2 9002.2 91 91 9111 9131 9133.1 92 92 921, 922 9213 9232 9234 9234.1 9251, 9252 9253.1 926 926 926 926 926 926 9271 9272.1 93 93 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303 9303 9304 9305
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992 84 84 84 85 85 852, 8531 8532, 854, 855 86 86 8610 8621, 8622, 8623 8691, 8692 871 8891 37, 38, 39 37, 38, 39 3700 382 382 94 94 941, 942 9491 94991 59 59 591, 592, 601, 602 5914 9004 8552 85521 9101, 9102 91041 931 931 931 931 931 931 9200 92009 93 96 96012 96013 96013 9602 9603 9603 96031 9313, 9604 9609
INDICES
STOF
74
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
LUCHT
STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. - OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN A Openbaar bestuur (kantoren e.d.) - ONDERWIJS Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Ziekenhuizen Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus 1 Verpleeghuizen 2 Kinderopvang - MILIEUDIENSTVERLENING B rioolgemalen A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval - DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) Kerkgebouwen e.d. A Buurt- en clubhuizen - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Bioscopen Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen Muziek- en balletscholen Dansscholen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. Kinderboerderijen B Bowlingcentra H Golfbanen 0 Schietinrichtingen: 11 - buitenbanen met voorzieningen: boogbanen 2 - binnenbanen: boogbanen F Sportscholen, gymnastiekzalen Casino's Amusementshallen - OVERIGE DIENSTVERLENING Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: 1 - uitvaartcentra 2 - begraafplaatsen Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.