Bijlage 1 Beleidsplan armoedebestrijding 2024-2030
Tekst van het document
Armoedebestrijding 2024-2030 Vervolg op PvA Armoedebestrijding 2020-2022
1
Armoedebestrijding 2024-2030 Armoedebestrijding 2024 – 2030 in 3 speerpunten Doel Begin 2023 is de evaluatie van het Plan van Aanpak Armoedebestrijding 2020-2022 vastgesteld door onze gemeenteraad. Uit deze evaluatie kwamen een aantal onderwerpen naar voren om structureel voort te zetten. Dit zijn onder andere de kerngroep armoedebestrijding en de Denktank ‘Arm maar rijk aan ervaring’. In dit beleidsplan geven we de kaders om vorm te geven aan deze ambities. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de overige kaders waaraan de aanpak armoedebestrijding in de periode van 2024 tot en met 2030 moet voldoen. Uitvoeringsplan Dit beleidsplan geeft de kaders weer waarop we de armoedebestrijding voor de komende jaren op baseren. Het vervolg zijn twee-jarige uitvoeringsplannen waarin we aan de hand van concrete indicatoren aangeven welke middelen we voor welke activiteiten gaan inzetten.
1.1 Ontwikkelingen op het gebied van armoedebestrijding De evaluatie van het vorige plan van aanpak leverde input op. -
-
De pilot met de Kerngroep Armoedebestrijding hielp niet alleen een aantal huishoudens, maar gaf ook inzicht in waar beleid en uitvoering niet goed aansluiten op de leefwereld van de inwoners waar het om gaat. Bijvoorbeeld in de veelheid van regelingen en organisaties die willen ondersteunen We hebben inwoners met ervaring gezocht en bij elkaar gebracht. Deze groep is zich aan het doorontwikkelen. Hun inbreng geeft inzicht in de leefwereld van de inwoner en hoe beleid en uitvoering daarin doorwerken.
Landelijk zijn er diverse experimenten gaande, onder andere in grote gemeenten als Utrecht en Amsterdam. Deze richten zich onder andere op het vergroten van bestaanszekerheid en liquiditeit. Samenwerking met maatschappelijke partners Een sterke kant van Rhenen is ongetwijfeld de vele vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties, en de nauwe samenwerking tussen hen en ons als gemeente. Onze vrijwilligers zien en ondersteunen inwoners en zijn daardoor zowel een bron van informatie als belangrijke samenwerkingspartners. Daarom willen we in de uitvoering van het armoedebeleid zoveel mogelijk samen optrekken en aansluiten op waar we wederzijds mee bezig zijn.
1.2 Wat voor Rhenen de belangrijkste speerpunten zijn Uit voorgaande blijkt wel dat armoedebestrijding vele facetten kent. Het is mogelijk om binnen de huidige ontwikkelingen een veelheid aan speerpunten en projecten te benoemen. Dat zou echter de effectiviteit ervan ernstig beperken: we zijn beperkt in inzet en middelen. Het is daarom belangrijk ons te richten op enkele speerpunten en daar de meeste energie en aandacht aan te geven. De visie Sociaal Domein 2030 geeft al kaders om tot een beperking van het aantal speerpunten te komen. Daarin wordt genoemd dat we ons inzetten voor de 5 Rhenense principes:
1
2
Met deze aanscherping werden een 6-tal speerpunten benoemd. Dit is nog teveel om tot voldoende effectiviteit te komen gezien de beschikbare inzet en middelen. We vroegen daarom onze Denktank ‘Arm maar rijk aan ervaring’ de ontwikkelde speerpunten te ‘scoren’. Daarmee gaven we onze inwoners die dagelijks met de diverse programma’s en regelingen te maken hebben een stem om de belangrijkste prioriteiten te benoemen. Drie speerpunten sprongen eruit en met deze drie willen we verder gaan. (Zie ook bijlage 1: advies van de Denktank op alle speerpunten.)
De 3 Speerpunten 1. “Bomen kappen” Eenvoud in aanvragen van regelingen 2. Niets over ons zonder ons Meer ruimte voor mensen uit de doelgroep om vorm te geven aan beleid en uitvoering 3. Voorkomen is beter dan genezen (maar het ziekenhuis is er niet voor niets) Inzetten op preventie, met goede regelingen mocht dat niet lukken
Speerpunt 1: “Bomen kappen” (Bijstands)uitkering, schuldregeling, toeslagen, minimaregelingen…allemaal voorzieningen voor inwoners met een laag inkomen en/of schulden. Sommige regelingen lopen via de gemeente, andere via UWV, en weer andere via de Belastingdienst. Elk vangnet en elke regeling heeft eigen voorwaarden en een eigen lijst met bewijsstukken die periodiek moeten worden aangeleverd, en zelden op hetzelfde moment. De hoeveelheid regelingen, het gebrek aan afstemming voor het aanleveren van bewijsstukken en de tijd die inwoners kwijt zijn aan het aanvragen en bijhouden van alle verplichtingen wordt als zeer, zeer belastend ervaren. Inwoners die afhankelijk zijn van deze regelingen zien door de bomen het bos niet meer. Dat moet eenvoudiger kunnen, in ieder geval voor die regelingen die binnen het bereik van de gemeente vallen.
Speerpunt 2: Niets over ons zonder ons Een onderdeel uit het Plan van Aanpak Armoedebestrijding 2020-2022 was de inzet van ervaringsdeskundigen. In deze periode is er een groep inwoners gevormd, de Denktank ‘Arm, maar rijk aan ervaring’. Deze groep bestaat (nog) niet uit ervaringsdeskundigen, maar uit mensen met ervaring of ervaringskennis 2
3
•
• • •
Ervaringsdeskundigen heb je niet zomaar. Er is nogal wat discussie over wat ervaringsdeskundigheid nu precies is, maar de meest logische onderscheidt drie vormen/stadia: Ervaring Ervaringskennis Ervaringsdeskundigheid
Ervaring Iedereen heeft bepaalde ervaringen door hun specifieke situatie. Er is dus ook een groep die ervaring heeft met armoede. Zij kunnen iets over hun ervaring vertellen. Dat zijn de verhalen uit de ‘rauwe werkelijkheid’, zoals de Landelijke Clientenraad dat heeft genoemd. Het verhaal van inwoners met ervaring is krachtig en vaak indrukwekkend. Het nodigt anderen, zoals bestuurders en beleidsmedewerkers, binnen in de leefwereld van de inwoner. Dat is ook de belangrijkste kracht: als kijkje in de leefwereld van de inwoner, zodat bestuur en beleid iets kan leren over de rauwe werkelijkheid waar deze persoon iedere dag mee te maken heeft. Ervaringskennis Een inwoner met ervaringskennis heeft zelf in een bepaalde situatie gezeten en kan daar uit eigen ervaring over vertellen. Maar een inwoner met ervaringskennis is ook in staat hun eigen ervaring binnen een groter verband te plaatsen. Een inwoner met ervaringskennis kan signalen verzamelen en structurele problemen aangeven binnen beleid. Bestuur en beleid kunnen hun voordeel doen met deze signalen om problemen te signaleren en – samen met inwoners – een oplossing te zoeken. Ervaringsdeskundigheid Een ervaringsdeskundige heeft naast ervaring ook een aantal vaardigheden opgedaan: 1. De eigen ervaring is verwerkt en heeft een plek gekregen 2.
De ervaringsdeskundige heeft gedegen algemene kennis over het onderwerp waar hun ervaring ligt. 3. De ervaringsdeskundige heeft vaardigheden opgedaan die relevant zijn voor hun functie. Bv lessen, presentaties of lezingen verzorgen, trainingen geven, of beroepskennis. Een voorbeeld hiervan buiten armoede: een autistische psycholoog die ervaringsdeskundig is en autistische cliënten kan begeleiden, moet nog steeds een opleiding tot psycholoog hebben gedaan voor algemene kennis en kunde. Zowel ervaring, ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid zijn van waarde binnen de gemeentelijke organisatie. Elk speelt een eigen rol, waardoor het van belang is zorgvuldig te zijn in hoe en waar wat wordt ingezet. Deze onderverdeling sluit geen enkele inwoner uit. Het is niet nodig om ervaringsdeskundige te zijn of gedegen ervaringskennis te hebben om mee te praten. Iedere inwoner heeft ervaring. Wat gaan we doen: We ontwikkelen de leden van onze kerngroep, zodat zij meer met ervaringsdeskundigheid kunnen werken en op die manier bijdragen aan het voorkomen en oplossen van armoede en schulden en bijkomende uitdagingen.
Het verschil tussen ervaring/ervaringskennis/ervaringsdeskundigheid en vertegenwoordiging Er bestaan nogal wat misverstanden over de inzet van ervaring en ervaringskennis. Immers, onze vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke partners spreken veel inwoners en zijn vaak ook goed op de hoogte van de problemen waar deze inwoners tegenaan lopen. Hun input is daarom waardevol voor ons als gemeente. Een voorbeeld: de Formulierenbrigade helpt veel inwoners met aanvragen, en is dus bij uitstek in staat de trends en knelpunten te zien bij deze aanvragen. Zij doen ze immers regelmatig. Veel van onze vrijwilligersorganisaties komen op voor de belangen van de inwoners. Toch spreken zij (meestal) niet uit eigen ervaring, maar vertegenwoordigen deze inwoners zonder zelf tot deze groep te behoren. Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid zijn wezenlijk anders – 3
4
dit zijn inwoners die wél tot deze groep horen of hebben behoord, en vanuit hun eigen ervaring en die van anderen in dezelfde situatie spreken over hun leefwereld. Zij vertegenwoordigen een groep waartoe zij zelf behoren en moedigen anderen aan ook zélf hun stem te laten horen. Deze twee groepen staan niet tegenover elkaar, maar naast elkaar. Als gemeente hebben we de input van beide nodig. De afgelopen tien jaar hebben we veel geïnvesteerd in de band tussen gemeente en vrijwilligersorganisaties. Nu investeren we in de band met de derde partij, de inwoners zelf.
Speerpunt 3: Voorkomen is beter dan genezen (maar het ziekenhuis is er niet voor niets) Het ideaal is dat we kunnen voorkomen dat er inwoners in armoede moeten leven. Hoe iemand in armoede terecht komt heeft te maken met een veelheid aan factoren. Op of onder de armoedegrens komen kan een neergaande spiraal zijn die enige tijd duurt, maar soms ook verbazingwekkend snel kan gaan. Het is belangrijk om die neerwaartse spiraal zo snel mogelijk te doorbreken. Zodat langdurige schade (economisch, emotioneel en fysiek) voorkomen kan worden. Niet alles is te voorkomen. Een probleem kan zo snel ontstaan, of, in geval van generatiearmoede, zo hardnekkig zijn dat de situatie niet voorkomen is of kon worden. In dat geval moeten inwoners kunnen terugvallen op hulp en ondersteuning om uit de situatie te geraken.
Wat gaan we doen? Het bovenstaande gaat vooral over de speerpunten. Hieronder beschrijven we aan de hand van deze speerpunten aan welke doelen in 2024-2025 gewerkt gaan worden. Dat doen we niet alleen, maar samen met onze inwoners en maatschappelijke partners, die ook betrokken zijn geweest bij de participatiebijeenkomst over de speerpunten op 23 januari. Op de input uit die gesprekken zijn deze doelen gebaseerd. Er zit een overlap tussen de thema’s waardoor sommige doelen voor meer dan één thema gelden. Bomen kappen Een veel gehoord probleem onder inwoners is dat ze door de bomen het bos niet meer zien. Daarop is dit speerpunt gebaseerd. Gemeente Rhenen heeft een uitgebreid pakket minimaregelingen, en er zijn veel actieve (vrijwilligers)organisaties. Dat is de kracht van onze gemeente; het is ook onze valkuil. Het aanbod is voor inwoners niet overzichtelijk en niet voldoende vindbaar juist omdat het zo groot en vertakt is. Dit werd op de bijeenkomst uitgesproken door de inwoners zelf. Bij dit speerpunt gaan we de komende jaren aan de slag om van ‘meer is beter’ te gaan naar meer focus, en meer gebruikersvriendelijkheid. Wat gaan we doen Het vereenvoudigen van het aanbod van hulp en informatie. 4
5
Er is een groot aanbod aan ondersteuning en informatie daarover beschikbaar, maar het is wijd vertakt en voor inwoners moeilijk te vinden. Het doel is om informatie meer centraal en meer volledig beschikbaar te maken, zodat inwoners snel bij de juiste informatie en hulp kunnen komen. Ook onze eigen regelingen, bijvoorbeeld in ons minimabeleid, zijn te breed vertakt en ondoorzichtig geworden voor inwoners. Bovendien is het een ergernis dat dezelfde informatie vaak veelvuldig moet worden aangeleverd. Wanneer is het doel bereikt? Als het voor inwoners duidelijker is waar ze terecht kunnen, en als de drempel hierdoor lager is geworden. We kunnen dit vragen aan inwoners, en we kunnen dit zien aan het aantal inwoners dat zich meldt en of de regelingen goed benut worden. We vereenvoudigen het minimabeleid, en onderzoeken welke verbindingen we kunnen maken tussen regelingen zodat er minder vaak informatie hoeft te worden aangeleverd.
Waar toetsen we op: 1. Is er een centraal punt gekomen dat goed voorzien wordt van informatie? • Hierin zijn we gedeeltelijk afhankelijk van maatschappelijke partners en vrijwilligersorganisaties om de informatie aan te leveren en actueel te houden. 2. Hoeveel inwoners komen er maandelijks bij dit punt? Hoeveel % komt voor informatie, hoeveel % wordt doorverwezen voor hulp?
•
Hierin zijn we gedeeltelijk afhankelijk van maatschappelijke partners en vrijwilligersorganisaties om de informatie aan te leveren. Daarvoor zijn afspraken en nauwe samenwerking nodig.
3. Hoeveel mensen gebruiken de pas, gaat dat meer worden of niet. Er is een hoog gebruik van de pas. We monitoren om dit zo te houden. 4. Het percentage gebruik van de budgetten van alle kostensoorten die binnen de Cunerapas vallen. Mensen hebben recht op bepaalde financiële hulp en het is zonde als men geen gebruik maakt van waar men recht op heeft. Er mag straks ook worden gespaard, en budgetten mogen breder worden besteed. Door het verminderen van de versnippering van de regelingen is de verwachting dat de uitnutting omhoog gaat. We zitten nu rond de 30% en zouden tevreden zijn als het naar 60% gaat. Dat is een gemiddelde, want een aantal regelingen worden beter benut dan andere. Bovendien kan het zijn, door de mogelijkheid om te sparen, dat budgetten in de eerste één of twee jaar juist minder worden benut, om vervolgens in het laatste jaar volledig te worden ingezet. Daarom is monitoring op de langere termijn nodig om dit goed te kunnen duiden.
5
6
Niets over ons zonder ons De afgelopen twee jaar heeft de Denktank ‘arm, maar rijk aan ervaring’ zich doorontwikkeld tot een volwassen groep. Daarmee hebben voor het eerst nadrukkelijk de inwoners die het betreft ook deelgenomen aan het tot stand komen van de speerpunten en dit uit voeringsplan. De inzet van deze groep inwoners heeft op verschillende vlakken positieve resultaten met zich meegebracht: 1. Beleid kan beter worden afgestemd op de doelgroep 2. De leden van de groep krijgen de kans te participeren en zich te ontwikkelen 3. Door bewust de inwoners zelf mee te nemen in projecten rondom uitvoering (zoals het aanpassen van de website voor de Cunerapas) wordt dit gebruikersvriendelijker voor hen. Dit komt de zelfredzaamheid van inwoners ten goede. 4. Lotgenotencontact speelt een rol in het doorbreken van schaamte en het zelf organiseren van onderlinge ondersteuning. Op deze resultaten willen we verder inzetten. Wat gaan we doen? Doorontwikkelen ervaringsdeskundigheid en inspraak. De Denktank ‘Arm maar rijk aan ervaring’ is in ontwikkeling.
Zowel persoonlijk als de groep als geheel hebben, oa door een serie workshops verzorgd door Movisie en Zorgbelang Gelderland, inzicht gekregen in hoe zij hun ervaringen kunnen inzetten, hoe zij ervaringen van anderen kunnen ophalen en gebruiken, en hoe zij deze kennis en ervaringen kunnen omzetten in advisering – in de breedste zin van het woord. De Denktank zelf is al behoorlijk divers, maar zoeken naar wegen waarop een zo diverse groep inwoners hun stem kan laten horen blijft altijd een aandachtspunt. Naast de Denktank is het ook belangrijk om met enige regelmaat een zo groot mogelijke groep inwoners te spreken. Wanneer is het doel bereikt?
•
•
De Denktank staat als vaste groep en aanspreekpunt voor zowel gemeente als partners. Ze nemen onder onze maatschappelijke partners een gelijkwaardige plaats in. Naast, en via, de Denktank is het contact met de grotere groep inwoners met een laag inkomen toegenomen. Door lotgenotencontact en meer inspraak is het sociale netwerk en zelfredzaamheid van inwoners vergroot.
Waar toetsen we op? 1. Doorontwikkeling Denktank. Dit is belangrijk om een permanente vertegenwoordiging van inwoners te hebben die mee kan denken. • De Denktank heeft 8-12 leden vanuit een diverse achtergrond • De Denktank wordt betrokken bij ontwikkeling en evaluatie van beleid en uitvoering op het gebied van armoedebestrijding. Bij beleidsstukken zit een bijlage met advies/input van de Denktank. Bij bijeenkomsten over uitvoering van bv minimabeleid zijn leden v an de Denktank aanwezig. • De Denktank krijgt jaarlijks tenminste één workshop aangeboden over een voor hen relevant onderwerp. Dit kan zijn via een externe partij, maar ook via lokale Welzijnsorganisaties en vrijwilligersondersteuning. 2. Breder betrekken van de hele groep inwoners met een laag inkomen 6
7
Deze groep is moeilijk te bereiken via standaard participatiebijeenkomsten. Het is van belang om participatiebijeenkomsten voor hen toegankelijker te maken (vaak gaat het nu nog teveel óver deze groep, wat niet uitnodigend is om aanwezig te zijn) én om als gemeente zelf naar deze groep toe gaan. • Het is de wens dat het aantal inwoners uit deze groep dat naar bijeenkomsten over bv minimabeleid komt is toegenomen. Aan het begin van elke bijeenkomst wordt standaard kort uitgevraagd in welke rol de deelnemers aanwezig zijn, zodat een inschatting in % kan worden gemaakt hoe groot de groep inwoners is. • In 2024 en 2025 spreken we naast de Denktank tenminste 50 andere inwoners uit deze groep over hun ervaringen.
7
8
Voorkomen is beter dan genezen (maar het ziekenhuis is er niet voor niets) Op of onder de armoedegrens komen kan een neergaande spiraal zijn die enige tijd duurt, maar soms ook verbazingwekkend snel kan gaan. Het is belangrijk om die neerwaartse spiraal zo snel mogelijk te doorbreken. Zodat langdurige schade (economisch, emotioneel en fysiek) voorkomen kan worden.
Wat gaan we doen? Dit heeft een grote overlap met wat we gaan doen op speerpunt 1.
Wanneer is dit doel bereikt? Als mensen eerder binnenlopen met hun problemen en ze eerder geholpen worden. Hoe weten we of dit lukt? o o
8
Is de drempel om hulp te vragen lager? Zien we meer mensen bij laagdrempeliger hulpaanbod? Maken mensen meer gebruik van regelingen waar ze recht op hebben?
9
Monitoring en evaluatie We gaan monitoren op bovengenoemde doelen. In 2027 volgt een tussentijdse evaluatie die gedeeld wordt met de gemeenteraad.
Financieel Een eerlijke analyse.
Er zijn een aantal factoren die armoede voor inwoners verlichten.
• • • •
Gedegen armoedebeleid, oa minimaregelingen en een breed toegankelijk hulpaanbod. Inwoners die durven meedenken en meepraten over waar zij tegenaan lopen werken mee aan effectiever beleid dat beter bij hun situatie past. Inwoners die mee durven praten en denken komen in contact met andere inwoners in eenzelfde situatie. Dit doorbreekt schaamte en vergroot het sociale netwerk. Zelfredzaamheid* vereist dat inwoners ook ervaren dat zij controle hebben over hun leven en hun keuzes. Die controle en keuzes moeten geboden en/of gefaciliteerd worden.
Al deze factoren dragen eraan bij dat inwoners uiteindelijk structureel hun (financiële) situatie kunnen verbeteren. De verwachting is dat daardoor op langere termijn hulpvragen in een eerder stadium binnenkomen en met minder ingrijpend hulpaanbod kan worden volstaan. Dit vraagt wel in eerste instantie om een investering in zowel armoedebeleid als het vergroten van de inzet van ervaring en ervaringsdeskundigheid van inwoners.
Regeling Minimaregelingen (Cunerapas)*
Begroot €160.308
Werkelijk €304.123
Daarnaast is er jaarlijks budget nodig voor ervaringsdeskundigheid en maatwerk. Onderwerp Ervaringsdeskundigheid Maatwerkbudget
Benodigd budget €20.000 €15.000
Deze bedragen zijn ook opgenomen in de Perspectiefnota 2024.
9