Bijlage 1 Aanbiedingsbrief bij de Ontwerpbegroting AVU 2026
Tekst van het document
AVU Lange Brinkweg 81 Postbus 3250 3760 DG Soest t 035-6032303
Soest, 8 januari 2025
Aanbiedingsbrief bij de ontwerpbegroting 2026 Geachte leden van de Raad, Uitvoering gevend aan de artikelen 34 en 35 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling Afval Verwijdering Utrecht, bieden wij u de ontwerpbegroting 2026 aan. Deze is door het Dagelijks Bestuur op 8 januari 2025 voorlopig vastgesteld, waarna de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Wij verzoeken u uw zienswijzen voor 1 mei 2025 schriftelijk en ter attentie van het Algemeen Bestuur van de AVU in te dienen, of aan te geven dat u geen zienswijzen indient. Begrotingsgegevens In de ontwerpbegroting 2026 is uitgegaan van de afvalhoeveelheden1 die in de begroting 2025 zijn opgenomen. Hierbij is wel gekeken of deze in lijn liggen met de werkelijke hoeveelheden van 2024. Omdat de ontwerpbegroting 2026 al in oktober 2024 wordt opgesteld, kan het voorkomen dat gegevens die door derden moeten worden verstrekt, nog niet voorhanden zijn of door gewijzigd gemeentelijk beleid alsnog wijzigen. De ervaring leert dat de gegevens meestal voor de behandeling van de begroting in het Dagelijks Bestuur, voorafgaand aan de definitieve vaststelling door het Algemeen Bestuur, - voor de begroting 2026 is dit op 28 mei 2025 -, bekend zijn.
Waar dit niet het geval is, wordt op basis van jarenlange ervaring een inschatting gemaakt, of wordt indexering van de bekende gegevens (hoeveelheden en tarieven) toegepast. Voor het wijzigen van begrotingsgegevens voor zover het hoeveelheden afval betreft, behoeven overigens geen zienswijzen te worden ingediend, deze wijzigingen kunnen ambtelijk worden afgedaan met de AVU. De tarieven voor de verwijdering en de verwerking van afval zijn langjarig in contracten vastgelegd, er vindt alleen een jaarlijkse indexatie plaats. Op het verbranden van restafval geldt van Rijkswege een extra heffing per ton, de afvalstoffenbelasting. Deze stijgt jaarlijks met als doel de hoeveelheid afval die wordt verbrand terug te dringen. In 2026 moet voor het eerst CO2-heffing worden betaald over de per ton verbrand afval uitgestoten hoeveelheid CO2. Deze heffing, - ook opgelegd door de Rijksoverheid -, bedraagt in 2026 enkele euro’s, maar loopt richting 2030 snel op. De beide heffingen leiden aldus tot een hoger begrotingstotaal voor 2026 in vergelijking met 2024 en 2025. Inhoudelijk In de begroting zelf zijn in een apart hoofdstuk “Uitgangspunten Programma- en Productbegroting” de uitgangspunten verwoord, waarnaar wij u graag verwijzen. In deze aanbiedingsbrief willen wij met betrekking tot de productbegroting een algemene toelichting geven en de opvallende ontwikkelingen kort nader beschouwen.
Over het algemeen vertonen de hoeveelheden huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gftafval weinig schommelingen over de jaren. Belangrijk om te melden is dat afwijkingen tussen de begrote en de werkelijke hoeveelheden van 2 á 3% normaal zijn. Hoewel er door alle gemeenten wel naar wordt gestreefd, is gemiddeld genomen nog geen scherpe daling van de hoeveelheid restafval ingezet. Ook voor wat betreft het gft-afval zijn de hoeveelheden redelijk stabiel. Afwijkingen als gevolg van
1 Waar over hoeveelheid wordt gesproken in deze aanbiedingsbrief, betreft het tonnage, geen volume.
1
weersomstandigheden kunnen 5 á 10% van de jaarlijkse hoeveelheid gft-afval tussen opeenvolgende jaren belopen, die zijn echter niet te voorspellen. De hoeveelheid ingezameld verpakkingsglas lijkt zich na een aanvankelijke daling in de achterliggende jaren enigszins te stabiliseren. Sorteerproeven uit 2023 wijzen echter uit dat 4% van het aangeboden restafval verpakkingsglas is, glas dat in de glasbak terecht hoort te komen. Verbetering is hier nog mogelijk. De hoeveelheid ingezameld oud papier en karton blijft licht dalen. Er worden er gestaag minder kranten en tijdschriften gelezen en er worden ook steeds minder reclamefolders verspreid, waarmee een deel van de daling is verklaard. Daarnaast neemt als gevolg van het internet-winkelen het aantal kartonnen verpakkingen toe. Dat betekent dat het gemiddelde volumegewicht van het oud papier en karton afneemt, hetgeen zich ook vertaalt in een daling van de hoeveelheid. Glas en oud papier en karton zijn zogenaamde opbrengsten-stromen, - de afnemers betalen een vergoeding per ton. Voor wat betreft glas waarbij de inzamelkosten per ton hoger zijn dan de opbrengsten en deze laatste contractueel vastliggen voor enkele jaren, betekent meer of minder glas een evenredige verhoging of verlaging van de begrote kosten voor de inzameling en verwerking van glas. Bij oud papier ligt dit wat genuanceerder.
De marktopbrengst eind 2024 beweegt zich tussen € 80 en € 85 per ton. De uiteindelijke opbrengst is afhankelijk van zowel de hoeveelheid ingezameld oud papier en karton en de marktopbrengst per ton. Een lagere hoeveelheid tegen een lagere marktopbrengst werkt dubbel negatief door, terwijl een hogere hoeveelheid tegen een hogere marktopbrengst dubbel positief doorwerkt (en alle nuances hiertussen). Voorspellingen blijven altijd moeilijk waardoor de AVU ook voor 2026 conservatief blijft ramen, momenteel met een papierprijs van € 50,00 per ton, waarbij voor veel gemeenten een positieve netto-papieropbrengst (opbrengsten - kosten) in 2026 kan worden opgetekend. Voor het begrotingsjaar 2026 blijven de beheerkosten (kosten voor het AVU-bureau) voor wat betreft de opzet in lijn met de voorgaande jaren. De lichte stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de personele kosten als gevolg van Cao-afspraken en de stijging van de accountantskosten. Kostenbesparingen Het jaar 2026 wordt voor veel gemeenten een financiële uitdaging. Daarom wordt in de begroting 2026 aandacht besteed aan kostenbesparing. De AVU-kosten betreffen voor 98,7% de contracten voor de verwijdering en de verwerking van het afval en de grondstoffen en voor 1,3% de AVU-organisatie zelf. Besparingen op de contractkosten zijn daarom het meest effectief.
In de contracten zijn de tarieven meerjarig vastgelegd, waardoor de enige te beïnvloeden variabelen de afvalhoeveelheden zijn. Restafval (ook grof) is de meest dure huishoudelijke afvalstroom om te verwerken. Dit komt voornamelijk door de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing per ton, boven op de verwerkingstarieven. Gft-afval, glas, oud papier en karton en pmd worden goedkoper verwerkt, waardoor een toename van deze afval- en grondstofstromen ten laste van het restafval door betere afvalscheiding juist zou moeten worden nagestreefd. Afvalinzameling en afvalscheiding zijn autonoom gemeentelijk beleid. Mogelijke knoppen waaraan kan worden gedraaid zijn: ● ● ● ●
Preventie middels voorlichtingscampagnes; Stimuleren van hergebruik via kringloop, repaircafé, tweedehandswinkel of andere initiatieven zoals een circulair ambachtscentrum; Sturing door drempelverhoging zoals omgekeerd inzamelen (grondstoffen huis aan huis, restafval wegbrengen naar een centraal inzamelpunt); Sturing met financiële prikkel door middel van diftar (betalen per aanbieding van restafval).
De meest effectieve manier om de hoeveelheid restafval te verminderen is het invoeren van een diftarsysteem. Hierbij zijn meerdere variaties mogelijk, afhankelijk van het gemeentelijke beleid en de gemeentelijke voorkeuren. Een gemiddeld huishouden in de provincie Utrecht produceert 350 kg restafval per jaar, terwijl de VANG-doelstellingen in 2020 al voor een gemiddeld gezin ongeveer 220 kg beoogden. Uit landelijke cijfers2 blijkt dat veel diftar-gemeenten de VANG-doelstellingen aantikken. Diftar is geen wondermiddel, wel behoort afhankelijk van de uitgangspositie waarin een gemeente zich bevindt 2 Afvalstoffenheffing 2023 / Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving, 2024.
2
een besparing van 20% - 25% op de hoeveelheid restafval tot de mogelijkheden. Rekenvoorbeeld fictieve Gemeente Utrechts Groen Aantal inwoners : Totaal restafval: AVU-bijdrage per inwoner (2026) Begrotingstarief restafval (2026): Gewenste besparing op de AVU-bijdrage:
50.000 8.000 ton € 41 € 165 5% Totaal: € 102.500
De gewenste besparing is te bereiken door de jaarlijkse hoeveelheid restafval met 620 ton restafval, - circa 8% -, te verminderen. Gegeven de landelijke resultaten en mogelijke maatregelen, is deze besparing te realiseren, bijvoorbeeld met de invoering van een diftarsysteem. De maatregelen en de acties om de hoeveelheid restafval terug te dringen vragen afhankelijk van de huidige invulling van de afvalinzameling in de gemeente wel om een andere werkwijze waarbij investeringen zijn benodigd, maar daarnaast ook aanpassingen van de openbare ruimte, van de afvalinzameling en van gedrag van inwoners. Landelijke ervaringen leren wel dat de vaak incidentele investeringen opwegen tegen het structurele effect dat ermee wordt bereikt. In de toekomst zal het terugverdieneffect zelfs alleen maar toenemen door de forse stijging van de verwerkingskosten als gevolg van de sterk oplopende CO2-heffing. Kostenbesparingen die binnen de invloedsfeer van de AVU liggen, zijn beperkt tot de eisen die bij de aanbesteding van verwerkingscontracten kunnen worden gesteld. Ook hier betreft het voornamelijk de verwerkingscontracten voor het restafval. Bepalend voor de CO2-uitstoot is de samenstelling van het restafval.
Momenteel wordt onderzocht of voorscheiding van het restafval waarbij componenten met een hoge CO2-bijdrage worden verwijderd voordat het restafval daadwerkelijk wordt verbrand, effectief is. Naast vermindering van de uitstoot en de CO2-heffing, wordt als gevolg van een minder te verbranden hoeveelheid ook de te betalen afvalstoffenbelasting hierdoor minder. Kadernota Gezien het feit dat de AVU-begroting voor het grootste deel, - 98,7% -, wordt bepaald door hoeveelheden welke de deelnemende gemeenten opgeven, de tarieven contractueel zijn vastgelegd en de AVU zelf geen beleid ontwikkelt, zijn de kaders beperkt en afgebakend. Er is daarom gekozen om deze kaders niet in een aparte kadernota te beschrijven, maar om deze te combineren met de ontwerpbegroting. Financiële kaders Een apart hoofdstuk “Uitgangspunten Programma- en Productbegroting” is gewijd aan de uitgangspunten welke zijn gehanteerd bij het opstellen van deze ontwerpbegroting. In hoofdstuk 2 van deze ontwerpbegroting voor 2026 worden de financiële kaders beschreven waarop de productbegroting is gebaseerd. In de Wet Gemeenschappelijke Regelingen is vastgelegd dat deze financiële kaders voor 15 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten moeten worden toegezonden. Daaraan wordt met het toezenden van deze ontwerpbegroting 2026 op of omstreeks 15 januari 2025 voldaan.
Met deze ontwerpbegroting 2026 gaan wij ervan uit u een reëel inzicht te geven in de te verwachten financiële ontwikkelingen binnen de gemeenschappelijke regeling AVU. Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur, Was getekend F.A. van Dijk, Secretaris 3