Bijlage 1.4 Literatuuronderzoek Gezondheid
Tekst van het document
Bijlage 4 Literatuuronderzoek gezondheid 1 Gezondheid achtergrond 1.1 Inleiding Uit zienswijzen bij projecten voor windenergie en in de landelijke media blijkt dat er zorgen bestaan over de mogelijk negatieve effecten van windenergie op de directe leefomgeving en hieruit mogelijk voortvloeiende hinder en gezondheidseffecten. Het aspect gezondheid maakt impliciet ook deel uit van andere hoofdstukken (geluid, slagschaduw en veiligheid) in het MER, aangezien daar de effecten worden beschreven en beoordeeld die mogelijk gevolgen kunnen hebben op de leefomgeving (hinder en gezondheid)1. Dit document kent een kwalitatieve benadering van het onderwerp gezondheid. Dit houdt in dat dit document (wetenschappelijke) studies presenteert die de relatie tussen windturbines en gezondheid beschrijven. Specifieker wordt vervolgens in dit document ingegaan op gezondheid en windturbinegeluid, waarna de verschillende overige aspecten (zoals bijvoorbeeld elektromagnetische velden en lichtschittering) van windturbines en gezondheid toegelicht worden. In dit document wordt dus geen apart of aanvullende onderzoek verricht naar de gezondheidsaspecten voor de studie in Wageningen-Rhenen, maar wordt een beschouwing gegeven van de huidige stand van wetenschappelijke inzichten met betrekking tot gezondheidsaspecten van windturbines.
1.2 Onderzoek Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen. Er is een onderscheid tussen hinder en effecten op gezondheid, hoewel er wel een verband tussen beiden bestaat. Het is namelijk zo dat hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake hoeft te zijn van gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder kan echter wel leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld stress en hoge bloeddruk). Wanneer windturbines in of nabij bewoonde gebieden worden geplaatst, kunnen omwonenden hinder ondervinden van deze aspecten. De invloed van windturbines op omwonenden is globaal in drie aspecten te verdelen: • Geluid en trillingen; •
Visuele aspecten (zichtbaarheid en slagschaduw);
•
Veiligheid.
1.2.1 Stand van zaken (wetenschappelijke) studies en berichtgevingen windturbines en gezondheid De eerste moderne windturbines zijn in de jaren ’70 van de vorige eeuw ontwikkeld en gerealiseerd. Er zijn in de loop van de jaren honderden studies naar gezondheidseffecten van windturbines uitgevoerd. De informatie in dit document is gebaseerd op met name informatie volgend uit (inter)nationale publicaties van gezondheidsinstituten en universiteiten. Voornamelijk worden er wetenschappelijke metastudies
1
Momenteel wordt een planMER opgesteld ten behoeve van het hernieuwd vaststellen van de landelijke normen voor geluid, slagschaduw en lichtschittering en externe veiligheid. Hierbij speelt het aspect gezondheid een belangrijke rol.
Pagina 1 van 15
behandeld waarin een analyse is gemaakt van een groot aantal uitgevoerde onderzoeken. Daarnaast behandelen wij in deze paragraaf berichtgevingen en artikelen die in de maatschappelijke discussie rond windturbines en gezondheid vaak aangehaald worden. Deze informatiebronnen hebben wij in kaders opgenomen.
Evaluatie betrouwbaarheid bronnen Om inzicht te krijgen in de stand van de kennis is het belangrijk om vast te stellen welke bronnen betrouwbare informatie bieden. De kwaliteit van gebruikte bronnen moet worden geëvalueerd om de zeggingskracht van de informatie te kunnen waarderen. Daarbij is gebruik gemaakt van de richtlijnen van de Universiteit Utrecht over het evalueren van bronnen2. Wetenschappelijke bronnen zijn te prefereren aangezien hier controle voor- en achteraf plaatsvindt. Daarnaast zijn er niet wetenschappelijke bronnen waarbij de kwaliteit van de informatie beoordeeld kan worden door bijvoorbeeld te beschouwen wie de auteur(s) is/zijn, het doel of intentie van de bron (indien bekend) of het niveau van de bronnen (zoals de gehanteerde/gebruikte verwijzingen). Deze paragraaf beschrijft de onderstaande de belangrijkste wetenschappelijk studies en adviezen: 1. Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel, Massachusetts (2012) 2. Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects, Health Canada (2016) 3. NHMRC Statement and information paper: Evidence on Wind Farms and Human Health (2015) 4. A nationwide cohort study, Denmark (2018) 5. Environmental Noise Guidelines: for the European Region, World Health Organization (2018) 6.
RIVM & GGD Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, (2013/ 2018) 7. RIVM Health effects related to wind turbine sound: an update (2020) 8. RIVM Effecten van nieuwe energiebronnen op gezondheid en veiligheid in Nederland (2021) 9. Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines (2022) 10. EHP (Environmental Health Prospectives): The Health Effects of 72 Hours of Simulated Wind Turbine Infrasound: A Double-Blind Randomized Crossover Study in Noise-Sensitive, Healthy Adults (2023) Verder zijn in deze paragraaf enkele kaders opgenomen waarin berichtgevingen en onderzoeken zijn 0pgenomen die in de maatschappelijke discussie regelmatig worden aangehaald, te weten: Kader 1.1 Pierpont, Wind Turbine Syndrome – A Report on a Natural Experiment (2009) Kader 1.2 Artikel S. van Manen, Medisch Contact, Windmolens maken wel degelijk ziek (2018) Kader 1.3 M. Alves Public health and noise exposure: the importance of low frequency noise (2013) Kader 1.4 Artikel J. de Laat, Nederlands Tijdschrift voor Gezondheid (2021)
1. Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel, Massachusetts (2012) Om meer overzicht te creëren in de wetenschappelijke literatuur over de gezondheidseffecten door windturbines, heeft een panel van zeven onafhankelijke deskundigen een studie van wetenschappelijke literatuur ondernomen om de zorgen en onzekerheden over gezondheidseffecten van windturbines te duiden. Het panel gebruikte onder andere peer reviewed literatuur van vier studies om de gedocumenteerde of potentiële gezondheidseffecten en -risico’s van windturbines te identificeren.
2
https://libguides.library.uu.nl/bronnen-evalueren/algemeen#s-lg-box-wrapper-16941472
Pagina 2 van 15
Uit dit onderzoek komt naar voren dat een deel van de omwonenden het geluid door windturbines als hinderlijk ervaart. Ook het veranderde uitzicht en het waarnemen van de beweging van de rotorbladen wordt als hinderlijke factor benoemd. Onderzoek laat ook zien dat mensen die de windturbines vanuit hun woning kunnen zien, bij vergelijkbare geluidniveaus, eerder hinder rapporteren dan mensen die geen windturbines vanuit huis zien. Wanneer omwonenden economisch voordeel hebben van een windturbine rapporteren ze vrijwel geen hinder. De mate van ervaren hinder is een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van windturbine(s) vanuit de woning en of er sprake is van economisch gewin. Wanneer iemand hinder ondervindt, dan betekent dit nog niet dat er een effect is op de gezondheid van die persoon. In de studie worden de volgende conclusies ten aanzien van gezondheidseffecten getrokken: •
Er is onvoldoende bewijs dat windturbinegeluid directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaakt (dat wil zeggen, onafhankelijk van een effect op hinder of slaap);
•
Of ergernis over windturbines leidt tot slaapproblemen of stress is niet voldoende gekwantificeerd. Er is wel bewijs dat verstoring van de slaap een negatief effect kan hebben op stemming, cognitief functioneren en het algeheel gevoel van gezondheid en welzijn. Dit is niet gebaseerd op bewijs dat zich op windturbines richt;
•
Er is geen bewijs voor gezondheidseffecten door blootstelling aan windturbines dat gekarakteriseerd kan worden als het ‘windturbinesyndroom’ (zie voor nadere uitleg begrip ‘windturbinesyndroom’ Kader 1.1).
Pagina 3 van 15
Kader 1.1 Onderzoek N. Pierpont3 Regelmatig wordt het onderzoek van de Amerikaanse arts N. Pierpont geciteerd over het windturbinesyndroom. Deze ziekte zou veroorzaakt worden door laagfrequent geluid. De conclusies worden niet gedeeld door andere studies die de invloed van windturbines op gezondheid bestudeerden. De studie is breed bekritiseerd als wetenschappelijk zwak op basis van de volgende punten: •
De steekproef is te klein om een statistisch effect te vinden (38 personen uit 10 families op verschillende afstanden van windturbines, te weten 300 tot 1.500 meter);
•
De studie bevatte geen controlegroep, waardoor geen validatie van de relatie plaatsvond;
•
De studie is niet gebaseerd op metingen maar op telefonische interviews. Ze interviewde 23 mensen en van hen verzamelde ze ook de symptomen van de overige 15 personen. De symptomen waren door de proefpersonen zelf gerapporteerd zonder tussenkomst van een medisch specialist;
• •
Er is geen onderzoek gedaan naar de gezondheidshistorie van de proefpersonen. Een aantal proefpersonen zou al gezondheidsproblemen hebben voor de bouw van de windturbines; Het artikel is enkel peer reviewed door kennissen van Pierpont. Geen van de peer reviewers heeft een achtergrond in akoestiek, epidemiologie of geneeskunde.
Evaluatie wetenschappelijke betrouwbaarheid: De kwaliteit van het betreffende onderzoek is laag gezien voorgaande.
2. Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects, Health Canada (2016) Uit de studie van Health Canada, de federale gezondheidsinstantie van Canada, blijkt dat geluid van windturbines geen directe negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen meetbare effecten op (chronische) ziekten, stress en slaap, zo luidt de conclusie. Vanaf 2012 zijn 1.238 volwassenen, woonachtig op verschillende woonafstanden van windturbines gevolgd. Voor het onderzoek zijn deze mensen meerdere keren lichamelijk onderzocht op bloeddruk, hartritme, slaap en stresshormonen. Ook moesten zij enquêtes invullen bestaande uit vragen over sociaal-demografische situaties, geluid en hinder, gezondheidseffecten, levensstijl en bestaande chronische ziektes. Tevens is tijdens het onderzoek 4.000 uur aan windenergiegeluid opgenomen om te kijken of er bij een hoger geluidniveau ook meer klachten zijn. Er zijn geen directe verbanden gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en klachten als migraine, diabetes, hoge bloeddruk en slapeloosheid. "While some people reported some of the health conditions above, their existence was not found to change in relation to exposure to wind turbine noise," aldus Health Canada. Wel ervaren omwonenden meer hinder van de luchtvaartlichten op de gondels en slagschaduw wanneer het geluidniveau hoger is.
Bronnen: Pierpont, N. (2009), Wind Turbine Syndrome – A Report on a Natural Experiment. Santa Fe. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3179699/, https://www.theaustralian.com.au/business/businessspectator/the-junk-science-of-wind-turbine-syndrome/news-story/bc83f0bd362b8e36c82e99fd60de9152; https://abcnews.go.com/Health/wind-turbine-syndrome-blamed-mysterious-symptoms-cape-cod/story?id=20591168; http://www.nwea.nl/over-windenergie/factsheets-land/factsheet-windturbines-en-gezondheid. 3
Pagina 4 van 15
Kader 1.2 Artikel S. van Manen, Medisch Contact (2018)4 In 2018 heeft huisarts S. van Manen een artikel gepubliceerd in het opinieblad Medisch Contact. Er wordt, op basis van een van haar bronnen, genoemd dat een substantieel deel van omwonenden van windturbines wereldwijd identieke gezondheidsklachten rapporteert. Haar aangehaalde bron van Health Canada uit 2016 (zie artikel hierboven) concludeert echter dat er op basis van een steekproef van 1.238 omwonenden van windparken geen relatie is tussen blootstelling aan windturbine geluid tot 46 dB(A) en de gerapporteerde gezondheidsklachten. Tot slot concludeert van Manen dat er geen bewijs is dat windturbines directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaken en stelt dat er meer onderzoek nodig is. Evaluatie wetenschappelijke betrouwbaarheid: een publicatie in een opinieweekblad heeft geen wetenschappelijke status.
3. NHMRC Statement: Evidence on Wind Farms and Human Health (2015) Deze verklaring is op basis van een literatuurstudie opgesteld door de ‘National Heath and Medical Research Council’ (NHMRC) van de Australische nationale overheid. In deze verklaring wordt gesteld dat er geen direct bewijs is dat windturbines nadelige gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. De volgende conclusies worden gemaakt: •
Blootstelling aan geluid kan (directe) gezondheidseffecten veroorzaken, maar deze gezondheidseffecten kunnen alleen voorkomen bij geluidsniveaus die veel hoger liggen dan het geluidniveau dat wordt ervaren door omwonenden van windparken.
•
Alhoewel individuen windturbinegeluid op grotere afstand kunnen waarnemen, is het onwaarschijnlijk dat windturbinegeluid als hinderlijk wordt ervaren op afstanden groter dan 1.500 meter.
•
Er is geen direct bewijs voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten.
Kader 1.3 Onderzoek van M. Alves-Pereira5 en Wollongong University 6 Bij de zorg die omwonenden kunnen hebben over mogelijke gezondheidseffecten van windturbines, wordt geregeld het onderzoek van Alves-Pereira aangehaald. Zij stelt dat er een relatie is tussen het geluid van windturbines, en met name het laagfrequente geluid, en de aanwezigheid van hart- en vaatziekten. Evaluatie wetenschappelijke betrouwbaarheid: Uit Australisch onderzoek42 blijkt dat de stellingen van Alves-Pereira niet door andere onderzoekers worden onderschreven. Voort blijkt uit hetzelfde Australische onderzoek dat het onderzoek van Alves-Pereira niet voldoet aan de eisen die aan wetenschappelijke onderzoek kunnen worden gesteld. Het onderzoek over het gestelde effect van ‘vibro-acoustic disease’ (evenals Windturbinesyndroom) is eveneens beoordeeld in het recente onderzoek van het RIVM (2020). Hierin concludeert het RIVM het optreden van deze effecten als ‘niet bewezen’ en ‘niet aannemelijk’.
4
https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijk-ziek.htm Alves-Pereira M, Castelo Branco MS. Public health and noise exposure: the importance of low frequency noise. Istanbul: Inter-Noise 2007; 2007 [4 Sept 2012]. 6 University of Wollongong, How the factoid of wind turbines causing “vibroacoustic disease” came to be “irrefutably demonstrated’, 2013. 5
Pagina 5 van 15
4. A nationwide cohort study, Denmark (2018)7 Tussen 1982 en 2013 zijn alle Deense huishoudens die worden blootgesteld aan windturbinegeluid geïdentificeerd. Deze huishoudens zijn onderzocht op het gebruik van antihypertensiva en ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Structurele gebruikers van antihypertensiva binnen deze populatie zijn geïdentificeerd. Antihypertensiva is een soort medicijn dat wordt gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk. In deze studie is er geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en het gebruik van antihypertensiva. Verder zijn alle geboren baby’s van moeders in deze populatie geïdentificeerd. In deze studie is geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en ongunstige zwangerschap uitkomsten. 5. WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region (2018) De World Health Organization (WHO) heeft richtlijnen voor milieugeluid ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, waaronder windturbinegeluid8. Hierbij evalueert de WHO een groot aantal (veld)onderzoeken en de beschikbare dosis-hinderonderzoeken naar windturbinegeluid.
De WHO geeft in het rapport een geconditioneerd advies om de blootstelling van geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden.9 Dit geconditioneerd advies volgt uit de constatering dat er op basis van vier studies wordt gesteld dat 10 procent van de populatie sterk gehinderd is door blootstelling aan een geluidniveau van 45 dB Lden. Volgens de WHO is het beschikbare bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en hinder en gezondheid van lage kwaliteit. Daarom wordt het advies voor een normstelling van 45 dB Lden als conditioneel (voorwaardelijk) beschouwd. Dit heeft tot gevolg dat het advies voor een normstelling van 45 dB Lden als conditioneel (voorwaardelijk) wordt aangemerkt. Verder komt uit het rapport van de WHO naar voren dat er geen statistisch significante relatie gevonden is tussen blootstelling aan windturbinegeluid en hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. De WHO vat het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en gezondheid als volgt samen: “as the foregoing overview has shown, very little evidence is available about the adverse health effects of continuous exposure to wind turbine noise.” (p. 84). Tot slot geeft het rapport aan dat contextuele factoren (zoals de opvatting t.o.v.
windturbines, direct zicht, economisch profijt) een belangrijke rol spelen in de effecten en de ervaring van windturbinegeluid. 6. Onderzoek RIVM & GGD 201310 & 201811 Het informatieblad GGD is in 2013 opgesteld door het RIVM. De GGD’ 12 heeft behoefte aan concrete, objectieve en evenwichtige informatie om er hun advies op te baseren. Het informatieblad dient als ondersteuning bij het beantwoorden van gezondheidsvragen van omwonenden van (geplande) windturbines.
7
Long term exposure to wind turbine noise and redemption of antihypertensive medication: a nationwide cohort study (2018) & Pregnancy exposure to wind turbine noise and adverse birth outcomes: a nationwide cohort study (2018). 8 http://www.euro.who.int/en/media-centre/sections/press-releases/2018/press-information-note-on-the-launch-of-thewho-environmental-noise-guidelines-for-the-european-region 9 Lden is een maat om de geluidbelasting van omgevingslawaai uit te drukken, De Lden is de gemiddelde van de dag-, avond- en nachtwaarde, waarbij bij de avond en nachtwaarde een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB(A) wordt opgeteld. dB (A) wordt doorgaans gebruikt bij geluidsmetingen en berekeningen waarbij de gevoeligheid van het oor wordt meegenomen door middel van een bepaalde weging bij verschillende frequenties. 10 Informatieblad GGD. Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, update 2013 11 Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound, 2018. 12 GGD staat voor Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. De GGD’s vormen een landelijk dekkend netwerk.
Pagina 6 van 15
In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid en gezondheid. In deze literatuurstudie zijn 32 (peer reviewed13) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 onderzocht. Beide literatuurstudies concluderen dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Wel kunnen er indirecte effecten optreden. Mensen die in de nabijheid bij windturbines wonen, kunnen hinder door geluid ondervinden. Slagschaduw, zichtbaarheid en knipperende lichten kunnen bijdragen aan de mate van hinder die wordt ondervonden. Het geluidniveau van windturbines is minder hoog dan van andere bronnen (verkeer e.d.), maar het karakter zorgt ervoor dat het windturbinegeluid al bij lagere niveaus als hinderlijk wordt ervaren. Hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen. Er is weinig data beschikbaar om de invloed van windturbines op slaapverstoring te kunnen evalueren. In de onderzoeken is gevonden dat slaapverstoring en andere gezondheidseffecten van omwonenden van windparken gerelateerd kan zijn aan hinder, in plaats van directe blootstelling. Eveneens kunnen economische aspecten van invloed zijn op het ervaren van hinder van windturbines.
In een Zweeds onderzoek14 is geconcludeerd dat mensen met een economisch belang bij windturbines geen hinder ondervonden van het windturbinegeluid, ondanks dat zij hetzelfde geluidniveau ondervinden als andere respondenten en dezelfde termen gebruikten om het geluid te karakteriseren. Tevens kunnen persoonlijke omstandigheden zoals gevoeligheid, privacy zaken en het planningsproces van het windpark van invloed zijn op de ervaren hinder. Het informatieblad van 2013 adviseert om omwonenden zoveel mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van windenergie en waar mogelijk in de exploitatiefase, bijvoorbeeld in de vorm van (financiële) participatie. Hierdoor kan hinder mogelijk worden verminderd. 7. Onderzoek RIVM naar gezondheidseffecten van windturbines (2020) In 2020 heeft het RIVM onderzoek gedaan naar wat bekend is over de gezondheidseffecten van windturbines15. Uit dat onderzoek blijkt dat er een duidelijke relatie is tussen geluid van windturbines en hinder: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, des te groter de hinder ervan. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Verder heeft het RIVM de volgende conclusies opgenomen: •
Er is een duidelijk verband tussen het geluid van windturbines en hinder. In lijn met de WHO-definitie van gezondheid is ook hinder als een schadelijk gezondheidseffect te beschouwen.
•
Mensen ondervinden meer hinder naarmate het geluid harder is (in dB). Dit geldt voor het hele geluidspectrum. Het is niet zo dat ‘laagfrequent geluid’ (de lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met ‘gewoon’ geluid.
•
Naast het geluid bepalen ook andere factoren of mensen hinder ondervinden. Zo hebben omwonenden minder hinder van het geluid van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan. Ook geluidgevoeligheid, de houding ten opzichte van windturbines, visuele aspecten en economisch voordeel zijn factoren die hinder mede kunnen beïnvloeden.
13
Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 14 Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and well-being in different living environments, Pedersen et al., 2007). 15 RIVM, Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (2020) https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0214.pdf
Pagina 7 van 15
•
Voor andere gezondheidseffecten, zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten, en mentale effecten is er geen verband met geluid van windturbines aangetoond. Dat kan betekenen dat er te weinig studies zijn, dat de kwaliteit van de studies waarin de relatie tussen geluid van windturbines en gezondheidsproblemen is onderzocht onvoldoende is, of dat de resultaten van de studies niet duidelijk samenhangen met geluid. 8. RIVM Klimaatakkoord: effecten van nieuwe energiebronnen op gezondheid en veiligheid in
Nederland (2021) Het RIVM heeft in mei 2021 een onderzoek16 gepubliceerd waarin zij de effecten (luchtverontreiniging (buiten), binnenmilieu, (laagfrequent) geluid en overige effecten, zoals elektromagnetische straling en geurhinder) van nieuwe energiebronnen op de gezondheid en veiligheid in Nederland heeft geanalyseerd. Het onderzoek gaat dus niet alleen over windturbines. Uit de geschatte gezondheidseffecten en veiligheidsrisico’s volgt dat de impact van de meeste maatregelen uit het klimaatakkoord beperkt zal zijn. Wanneer het RIVM de effecten op hoofdlijnen naast de ‘winst’ op de gezondheid en veiligheid legt die het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen heeft, dan is het beeld dat het netto effect positief zal zijn voor de gezondheid en veiligheid. Wel kunnen enkele energiebronnen negatieve effecten op gezondheid en veiligheid veroorzaken. Zo kunnen windturbines hinder veroorzaken bij omwonenden en veroorzaken houtkachels en installaties om biomassa te verbranden luchtverontreiniging. Eventuele gezondheidseffecten op omwonenden van windmolenparken worden in relatie gebracht met ervaren hinder. De mate van hinder kan worden beperkt door in planvorming rekening te houden met gezondheidsaspecten door de optimalisering van locaties waar windturbines worden geplaatst.
Daarnaast is bekend dat wanneer omwonenden bij de besluitvorming over locaties en landschappelijke inpassing worden betrokken en ze daarbij van goede, betrouwbare informatie worden voorzien, eventuele hinder zo goed mogelijk preventief wordt aangepakt. Ook het inrichten van een klachtensysteem, het beschikbaar stellen van een knop om windturbines stil te zetten en economische incentives (door omwonenden mee te laten delen in de opbrengst van windturbines) kunnen bijdragen aan een preventieve aanpak van hinder. Andere maatregelen om de geluidsbelasting door windturbines te beperken zijn technische innovaties, zoals vermindering van het toerental, het toepassen van een andere bladvorm en het aanbrengen van structuren op de rotorbladen die het geluid verminderen. Het RIVM geeft aan dat er voor sommige maatregelen onvoldoende informatie is om een goede inschatting van de gezondheidseffecten en veiligheidsrisico’s te kunnen doen. Dit gaat vooral om de gezondheidseffecten door verbranding van biomassa en biobrandstoffen en de gevolgen van geluidhinder door windturbines.
9. Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines (2022) In opdracht van de Gemeente Amsterdam is een adviesrapport opgesteld door een expertgroep over de mogelijke gezondheidseffecten van windturbines17. Dit onderzoek is opgesteld naar aanleiding van discussie over de voorgenomen plaatsing van windturbines in het kader van de Regionale Energiestrategie. De expertgroep heeft zelf geen nieuw onderzoek verricht naar gezondheidseffecten van windturbines, maar baseert zich op bestaande onderzoeken en gegevens.
16
https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2021-0054.pdf Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines (2022): https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/11378017/1/Advies_expertgroep_gezondheidseffecten_windturbines 17
Pagina 8 van 15
De expertgroep geeft aan dat een ALARA-beginsel18 ook voor effecten van windturbines het uitgangspunt zou moeten zijn. Dit betekent: reduceer de effecten zoveel mogelijk, zonder de ontwikkelingen onmogelijk te maken. Daarbij beveelt de expertgroep aan om voor geluidnormen van windturbines uit te gaan van een grenswaarde die niet mag worden gepasseerd en een standaardwaarde waarvan alleen onderbouwd kan worden afgeweken. Het hanteren voor een afstandsnorm voor geluid wordt afgeraden, omdat er verschillende factoren zijn die de hoorbaarheid en hinderlijkheid van geluid beïnvloeden. Dit kan leiden tot relatief grote verschillen bij een gelijke afstand. Een conclusie die ook in het recente rapport over afstandsnormen in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, uitgevoerd door Arcadis, naar voren komt19. Uit het rapport blijkt ook dat het waardevol is als er ruimte is tussen grens- en standaardwaarde, waarbinnen het bevoegd gezag een expliciete afweging maakt over de effecten van de plaatsing van windturbines voor de omwonenden en de mogelijkheden om deze te mitigeren. Tot slot van deze paragraaf is Kader 1.4 opgenomen waarin gerefereerd wordt naar het in het Nederlandse Tijdschrift voor Gezondheidszorg geplaatste artikel met de titel “Geluid van industriële windturbines, De relatie met gezondheid”. Kader 1.4 Artikel J.
de Laat, Nederlands Tijdschrift voor Gezondheid (2021) 20 In december 2021 heeft audioloog Jan de Laat samen met vier andere auteurs een opiniestuk gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Het betreft een niet peer-reviewed artikel, waarin de auteurs een aantal cases beschrijven van mensen die gezondheidsklachten beschrijven die zij wijten aan de realisatie van industriële windturbines. Deze klachten worden naast hoorbaar geluid deels veroorzaakt door infrasone en laagfrequente trillingen (ILFN). Zo beschrijven de auteurs dat er een onderscheidt is tussen bewust waarnemen en het somatische effect van ILFN. Dit zou ertoe leiden dat ook bij zeer lage waarden, niet hoorbaar of waarneembaar toch effecten kunnen optreden. De auteurs geven ook aan dat meer onderzoek en een publieke discussie nodig is over de afweging van verschillende belangen, waarbij gezondheid voorop zou moeten staan. Tot die tijd adviseren zij om windturbines op 10 keer de tiphoogte van de bebouwde kom zouden moeten staan. Evaluatie wetenschappelijke betrouwbaarheid: Omdat het betreffende onderzoek waarop het artikel gebaseerd zou zijn niet gepubliceerd is, is het onmogelijk vast te stellen of dit voldoet aan de standaard van wetenschappelijke kwaliteit, waardoor aan de conclusies en adviezen geen waarde kan worden toegekend.
Opgemerkt wordt dat audioloog en fysicus Jan de Laat door de commissie wetenschappelijke integriteit (cwi) is berispt. De arts heeft aldus de cwi uitspraken gedaan over windmolens die hij niet wetenschappelijk kan onderbouwen (https://www.mareonline.nl/nieuws/arts-berispt-vanwege-claims-over-windmolens/)
In een reactie op het artikel van de Laat stelt dr. Markus L.Y.M. Oei, kno-arts (Flevoziekenhuis, Almere) dat het nog te vroeg is om stelling te nemen. Hij stelt dat er een overeenkomst tussen nieuwe technologieën en nieuwe medische behandelingen en medicijnen: ze gaan doorgaans gepaard met complicaties en bijwerkingen. Het is voor ons daarom vanzelfsprekend om bij technologische vernieuwingen ongewenste gezondheidseffecten te monitoren en te benoemen. En net als bij nieuwe behandelingen moet de afweging gemaakt worden of de bijwerkingen opwegen tegen de positieve effecten. Daarom is het van belang dat bijwerkingen geobjectiveerd aangetoond zijn met ALARA staat voor ‘As Low As Reasonably Achievable’, ofwel zo laag als redelijkerwijs mogelijk is binnen het redelijke. 19 Arcadis, 2022; Onderzoek afstandsnormen windturbines (19 april 2022); https://open.overheid.nl/repository/ronl0b664dbf19b17e8adeff1020970a84586e0cb213/1/pdf/onderzoek-afstandsnormen-windturbines.pdf 20 De Laat, et al; Geluid van industriële windturbines, De relatie met gezondheid (2021) https://www.ntvg.nl/artikelen/geluid-van-industriele-windturbines 18
Pagina 9 van 15
een duidelijke causaliteit. Een duidelijk verschil tussen nieuwe technologieën en geneeskunde is echter dat we het daarbij hebben over bredere en maatschappelijke impact. In het geval van windturbines is sprake van een klein aspect van een groot, wereldwijd maatschappelijk probleem: de energietransitie die nodig is om de klimaatverandering tegen te gaan. Het is enorm moeilijk om grote maatschappelijke belangen af te wegen tegenover persoonlijke last zoals beschreven in het artikel van De Laat en collega’s, zeker als het nog onzeker is of er een concreet causaal verband is. 10. The Health Effects of 72 Hours of Simulated Wind Turbine Infrasound: A Double-Blind Randomized Crossover Study in Noise-Sensitive, Healthy Adults21 In maart 2023 is in het internationale tijdschrift Environmental Health Perspectives een onderzoek naar de gezondheidseffecten van windturbinegeluid en dan specifiek infrageluid22 gepubliceerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bezorgdheid van sommige omwonenden van windparken. Deze omwonenden melden hoofdpijn, duizeligheid en slaapstoornissen te ervaren die ze aan de turbines toeschrijven. De symptomen, die ook misselijkheid, tinnitus en prikkelbaarheid omvatten, worden gezamenlijk aangeduid als ‘windturbinesyndroom’, zie ook kader 6.1.
In het kader van het onderzoek is met behulp van een innovatief aangepast audiosysteem de mogelijke aanwezigheid van het syndroom in het laboratorium onderzocht. Het infrageluid dat door het audiosysteem is gegenereerd, komt overeen met het audiopatroon dat is opgenomen van werkende windturbines en wordt opnieuw afgespeeld op een conservatief hoog niveau dat overeenkomt met een windturbine op ongeveer 390 meter afstand, zonder toepassing van gevelwering. De onderzoekers betrokken 37 gezonde 'geluidsgevoelige'23 maar verder gezonde volwassenen (18-72 jaar oud; 51% vrouw) in het onderzoek. De volwassenen hebben drie verblijven van drie nachten doorgebracht in het geluiddichte slaaplaboratorium. Deelnemers werden willekeurig blootgesteld aan gesimuleerd infrageluid van windturbines, geen geluid of verkeerslawaai. De deelnemers wisten niet of er wel of geen geluid werd afgespeeld, omdat infrageluid onhoorbaar is. Tijdens het onderzoek werden testen uitgevoerd om de slaapkwaliteit en -duur van de vrijwilligers, hersenactiviteit, symptomen, cardiovasculaire veranderingen en neurogedragsprestaties te controleren. Uit de onderzoeken blijkt dat bij geen van de mensen die werden blootgesteld aan infrageluid effecten optreden die kunnen worden omschreven als het windturbinesyndroom. Er was geen impact op slaap, hersenfunctie of cardiovasculaire of psychologische gezondheid.
Daarom denken de onderzoekers dat het onwaarschijnlijk is dat infrageluid van windturbines een slechte gezondheid of slaapverstoring veroorzaakt. De bevindingen komen overeen met de theorie dat het windturbinesyndroom wordt veroorzaakt door nocebo-effecten24, dat wil zeggen de overtuiging van een persoon dat de blootstelling hen schade zal berokkenen.
21
Marshall, et al; 2023: The Health Effects of 72 Hours of Simulated Wind Turbine Infrasound: A Double-Blind Randomized Crossover Study in Noise-Sensitive, Healthy Adults: https://ehp.niehs.nih.gov/doi/epdf/10.1289/EHP10757 22 Infrageluid: geluiden met een frequentie van 20 Hz en lager. Het is een onderdeel van laagfrequent geluid. Onder laagfrequent geluid verstaat men geluid waarvan de frequentie onder de 125 Hz ligt.. 23 Geluidgevoelige mensen vinden het moeilijk om met alledaagse geluiden om te gaan. Voor deze mensen kunnen bepaalde geluiden ondraaglijk hard lijken, ook al lijken mensen om hen heen deze niet op te merken. 24 Het nocebo-effect is een negatief verwachtingseffect en de tegenhanger van het positieve verwachtingseffect dat bekend is als het placebo-effect. Populair gezegd: 'Angst maakt ziek'.
Pagina 10 van 15
1.2.2 Overige aspecten van windturbines en gezondheid In de vorige paragraaf is vooral gekeken naar welke gezondheidseffecten het windturbinegeluid, het neveneffect van de energieproductie, op de mens heeft. Naast geluid kunnen er door de plaatsing van windturbines ook andere neveneffecten optreden. Deze andere neveneffecten worden in deze paragraaf besproken. Ook hiervoor geldt dat bij de beschrijving van deze effecten een overlap met de andere hoofstukken kan zitten. Slagschaduw Slagschaduw kan hinderlijk zijn vanwege de korte afwisseling van schaduw door de draaiende turbinebladen. Bekend is dat frequenties tussen 2,5 en 14 Hz als hinderlijk worden ervaren. Bij moderne windturbines zijn de frequenties nooit hoger dan 1 Hz. Windturbines met een grotere rotor draaien doorgaans langzamer dan windturbines met kleinere rotoren. Verder speelt de blootstellingsduur een grote rol bij de beleving van slagschaduw. Bij de beschrijving van slagschaduw wordt ingegaan op de beoordeling van de mate van slagschaduw ten opzichte van omliggende woningen. Volgens de “Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel” (Massachusetts, 2012) is er weinig wetenschappelijk bewijs van een verband tussen hinder van langdurige schaduw flikkeren (meer dan 30 minuten per dag) en fysieke gevolgen voor de gezondheid.
Eenzelfde conclusie kan worden getrokken uit de onderzoeken van Health Canada (2015) en de laboratoriumonderzoeken van de universiteit van Kiel uit 1999 25. Lichtschitteringen Wanneer de zon op de turbine schijnt, kan het zonlicht reflecteren op de rotorbladen in de richting van de beschouwer. Tegenwoordig worden windturbines uitgevoerd met een anti-reflecterende coating, zodat lichtschittering niet optreedt. RIVM (update 2013) bevestigt dit ook in haar informatieblad26. In de praktijk wordt lichtschittering daarom niet als een probleem ervaren. Elektromagnetische velden In het RIVM informatieblad over gezondheid en windturbines wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van windturbines. Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Bekende natuurlijke vormen zijn UV-straling (zon), infrarode straling (warme voorwerpen) en zichtbaar licht. Elektromagnetische velden zijn ook aanwezig bij bijvoorbeeld huishoudelijke elektrische apparaten, zoals de magnetron en de stofzuiger, en bij het transport van elektriciteit over lange afstanden (via hoogspannings-verbindingen). De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Ook rondom de gondel en de kabels die de windturbine koppelen aan het hoogspanningsnet kunnen magnetische velden voorkomen.
Het Landelijke Centrum Medische Milieukunde (LCM)27 adviseert situaties te voorkomen waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit
25
[12] J. Pohl, F. Faul, R. Mausfeld. Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen. Institut für Psychologie der Christian-Albrechts-Universität zu Kiel, 1999. 26 “Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden”, GGD Informatieblad medische milieukunde, Update 2013, RIVM rapport 200000001/2013, I. van Kamp et al. 27 LCM Landelijk Centrum Medische Milieukunde, (2006) Standpunt ELF-EM velden elektriciteitsvoorziening en gezondheid Hoogspanningslijnen – Onderstations – Transformatorhuisjes. Definitieve versie, 21 juni 2006.
Pagina 11 van 15
advies richt zich op alle bronnen van magnetische velden die samenhangen met de elektriciteitsvoorziening, dus ook windturbines. Gondels kunnen een hoge veldsterkte hebben, maar bevinden zich op een grote verticale afstand van plekken waar kinderen langdurig verblijven (woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen). Recht boven kabels die in de grond liggen is de veldsterkte in de regel niet hoger dan 1 microtesla, maar deze liggen nooit onder gebouwen waar kinderen langdurig verblijven. In het algemeen is op enkele meters afstand hemelsbreed de veldsterkte al minder dan 0,4 microtesla. Het is daarom onwaarschijnlijk dat de windturbine en de daarbij behorende kabels veldsterkten veroorzaken boven 0,4 microtesla op plaatsen waar kinderen langdurig verblijven. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat elektromagnetische velden die in de buurt van windturbines en de daarbij behorende ondergrondse kabelverbindingen voorkomen, een gezondheidsrisico vormen. Het Kennisplatform EMV bevestigt deze conclusie ook in een hun memo28. Voor slagschaduw, geluid en externe veiligheid wordt een zodanige afstand tussen windturbines en bebouwing aangehouden dat er geen sprake kan zijn van elektromagnetische hinder van de windturbines.
Trillingen Op grond van ervaringen en metingen op land blijkt dat fundaties van windturbines, bij goede dimensionering, geen hinderlijke trillingen doorgeven aan de ondergrond en de omgeving. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft laten weten 29 dat “de bewering in enkele literatuurbronnen dat ook overdracht door de grond plaats vindt is ongegrond, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van trillingsniveaus in de bodem rondom windturbines”. In haar literatuuronderzoek uit 2020 beschrijft het RIVM enkele studies die zijn uitgevoerd naar trillingen als gevolg van windturbines (paragraaf 3.4 van het rapport). Het RIVM concludeert dat: “…infrageluid dat afkomstig is van windturbines en wordt geproduceerd op de gebruikelijke afstand van woningen is te zwak om door de mens te kunnen worden ervaren.” Verspreiding van fijnstof Fijnstof in de lucht kan schadelijke effecten op de gezondheid hebben. De Europese Unie heeft daarom in 1999 grenswaarden voor fijnstof (PM10) vastgesteld. In 2008 is de regelgeving uitgebreid met grens- en streefwaarden voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5). Fijnstof wordt hoofdzakelijk uitgestoten in het verkeer, maar uitstoot wordt ook veroorzaakt door industrie, landbouw en huishoudens. Windturbines stoten zelf geen fijnstof uit.
Wel hebben windturbines mogelijk een effect op de verspreiding van fijnstof doordat de wind in het zog achter de windturbine een hogere mate van turbulentie bevat, waardoor het verspreidingsgebied vergroot kan worden. Het maakt hierbij wel uit op welke manier fijnstof wordt uitgestoten. De fijnstofuitstoot door verkeer bevat een grote hoeveelheid decentrale bronnen op een lage hoogte. De verticale afstand tussen de bron (verkeer op maaiveldniveau), de ontvangers (woningen op maaiveldniveau) en de turbines (bladen die hoog boven de grond bewegen) is dermate groot dat van een significant negatief effect geen sprake kan Memo eerste indruk “Elektromagnetische velden van windturbines” Kennisplatformbureau, 10 juni 2014, referentie KP EMV 20140610. Bron: http://www.kennisplatform.nl/Files/Eerste%20Indrukken/20140610%20Memo%20Windturbines.pdf 29 Brief van Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 612, nr. 22. 28
Pagina 12 van 15
zijn, helemaal omdat ook de horizontale afstand tussen ontvangers en windturbines minimaal enkele honderden meters bedraagt. Bij fabrieksschoorstenen van industriële centrales is de verticale afstand kleiner, waardoor de kans op verspreiding toeneemt. Het effect van windturbines op de verspreiding van industriële uitlaatgassen is onderzocht in een case studie voor 7 windturbines op 400 meter afstand van de hoogovens van Tata Steel30. Het rapport concludeerde dat de windturbines de concentraties luchtverontreiniging nauwelijks beïnvloeden. Logischerwijs zal de mate van verspreiding toenemen als de afstand tussen de schoorsteen en de windturbines kleiner is. De verspreiding neemt ook toe als de schoorsteen hoger is dan de as van de windturbine. Bij een afstand van meer dan 1,5 km zijn er helemaal geen significante effecten waarneembaar. De kans is dus erg klein dat het windpark een effect heeft op de plaatselijke fijnstofconcentraties. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat door de komst van windturbines de totale fijnstofuitstoot zal afnemen door de verminderde fossiele energievraag. Deze factor dient meegewogen te worden naast het mogelijk veranderde verspreidingspatroon. Neodymium Ook wordt regelmatig aandacht gevraagd voor het gebruik van neodymium in windturbines, ook in relatie tot gezondheid.
Neodymium is een zeldzaam aardmetaal en is verwerkt in een groot aantal elektrische apparaten of gebruiksvoorwerpen zoals mobiele telefoons, kleurentelevisies, fluorescerende lampen en elektrische fietsen en auto’s. Neodymium wordt ook gebruikt in de permanent magneten van een bepaald type generatoren van windturbines31. Er wordt ook wel een relatie gelegd tussen neodymium en een negatief effect op de gezondheid. In gebieden waar neodymium wordt gewonnen wordt gerapporteerd over milieu- en gezondheidseffecten ter plaatse als gevolg van de verwerking van de radioactieve materialen die bij de winning van neodymium vrijkomen. Er is geen bewijs voor een relatie tussen de aanwezigheid van neodymium in windturbines en gezondheidseffecten op omwonenden. Neodymium zelf is geen radioactief materiaal. Op voorhand is niet te zeggen welk type generatoren wordt geplaatst, omdat de keuze voor een windturbinetype afhankelijk is van veel factoren zoals prijs, elektriciteitsopbrengst en onderhoudscontract. Het is dus vooralsnog niet bekend of de windturbines daardoor gebruik maken van neodymium. Verspreiding SF6 gas SF6 is een veelgebruikt isolatiegas tegen stroomvonken dat gebruikt wordt in hoogspanningsschakelaars, bijvoorbeeld in transformatoren. Het wordt in het merendeel van de hoogspanningsschakelaars gebruikt.
Ongeacht of deze bij een windturbine, zonnepark, warmtekrachtkoppeling of gascentrale worden gebruikt. Ook in het distributienet komen deze transformatoren voor, dus bijvoorbeeld her en der in de transformatorhuisjes in de wijken die de elektriciteit naar de verbruikers brengen. Voor het SF6-gas geldt dat het gebruik in windturbines klein is. Per turbine wordt er ongeveer 10 kg SF6 gebruikt, inclusief het SF6 dat gebruikt wordt voor de schakelaars en transformator. De kans dat het gas vrijkomt is klein. Een lekkage van SF6 kan ontstaan bij machinaal falen, slijtage, onderhoud of het afbreken van de windturbines
Erbrinks Stacks Consult (2016), Impact windmolens op verspreiding van luchtverontreiniging – Windmolens Spuisluis en de emissies van Tata Steel, Rapport 2016R001, Oosterbeek. 31 https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/03/NWEA-Factsheet-Zeldzame-metalen-windturbines-08-2018.pdf 30
Pagina 13 van 15
en wordt geschat op minder dan 0,1% per keer uit een windturbine9. Er zijn dus nauwelijks gevolgen van het gebruik van SF-gas. Daarbij komt dat er momenteel in de hoogspannings-branche gewerkt wordt aan alternatieven en een eerste windturbinefabrikant binnenkort de eerste SF6-vrije hoogspanningsswitches levert. Om de uitstoot van het broeikasgas SF6 in perspectief te plaatsen, de aan SF6 gerelateerde uitstoot per windturbine over 15 jaar komt overeen met circa 530 kg CO2-uitstoot. De CO2 besparing die de voorziene windturbines per stuk realiseren is circa 107.100.000 kg. De aan SF6 gerelateerde uitstoot is dus 0,0005% van de vermeden CO2-uitstoot en wordt door de windturbine ruimschoots gecompenseerd. Anders bekeken: 530 kg CO2-uitstoot over 15 jaar is minder dan één personenauto met verbrandingsmotor in één jaar uitstoot32. De positieve bijdrage van de windturbines aan het voorkomen van klimaatveranderingen wegen dus ruimschoots op tegen de verwaarloosbare gevolgen van SF6 gas in de windturbines, zo stelt ook het RIVM9. Bisphenol A en bladerosie In zienswijzen wordt aandacht gevraagd voor het gebruik van de stof Bisphenol-A in de bladen van windturbines, ook in relatie tot gezondheid.
Bisphenol-A (ook bekend onder de afgekorte naam BPA) is een weekmaker die veel gebruikt wordt in de productie van polycarbonaat plastic, epoxyhars en veel andere algemene producten zoals speelgoed, drinkflessen en contactlenzen. Bij de productie van windturbines wordt dit materiaal niet gebruikt. Het wordt gebruikt bij de bereiding van epoxyhars die weer gebruikt wordt om windturbinebladen te maken. De windturbinebladen bestaan uit glasvezel, epoxyhars en soms koolstofvezels. Echter de productie van de bladen zelf gebruikt geen BPA, dit gebeurt alleen in het proces van het produceren van de hars. De bladen worden vervolgens geschilderd met een speciale beschermende coating. Daarnaast brengen de fabrikanten beschermende voorzieningen aan (bv tapes) over de 'leading edge' (het laatste 1/3 deel van de wiek) van een rotorbladen. Hiermee wordt de erosie verminderd. Als gevolg van erosie (die optreedt bij ieder object waarop verf aanwezig is, zoals een huis of auto) zal jaarlijks (volgens een realistische inschatting van het RIVM) ongeveer 1.000 gram van deze beschermende coating van de bladen per windturbine eroderen33. Uit de rapportage is niet af te leiden of in deze inschatting de extra bescherming van de leading edge is meegenomen. Stoffen kunnen in het milieu terecht komen door directe uitloging uit de coatings.
Uitloging is een proces waarbij een stof in een vast materiaal langzaam oplost in een vloeistof en daardoor vrijkomt. Naast uitloging van stoffen in coatings kunnen er ook (micro)plastics vrijkomen door slijtage van de gebruikte coatings en composietmaterialen. Vervolgens kunnen er ook uit deze microplastics stoffen uitlogen. Ter vergelijking: een recent rapport van TNO schat dat de totale jaarlijkse emissie van alle microplastics in Nederland naar het milieu ongeveer 5.000 ton bedraagt, waarbij autobanden (circa 2.000 ton), verpakkingen (circa1.500 ton), en landbouwplastics (circa 800 ton) de grootste bronnen zijn. De geschatte bijdrage van windturbines op land aan de totale landelijke emissie van microplastics is minder dan 0,0002% tot 0,8%, waarbij het laatste getal een worst case inschatting betreft. Tot slot wordt opgemerkt dat BPA veel wordt gebruikt in de (voedsel)verpakkingsindustrie. In 2015 is het product door de Europese Voedselveiligheidsorganisatie (EFSA) aangemerkt als ongevaarlijk voor de
32 33
de uitstoot van 1 liter benzine die verbruikt wordt in een verbrandingsmotor is circa 2.269 gram CO 2 RIVM, Eerste inzicht in emissies van chemische stoffen bij windturbines op land; Resultaten quickscan, April 2023
Pagina 14 van 15
volksgezondheid en bruikbaar voor direct contact met voedsel 34. In Kader 1.5 is aangegeven hoe erosie van windturbinebladen ontstaat en welke maatregelen worden getroffen om dit zoveel mogelijk tegen te gaan. Kader 1.5 Erosie Als rotorbladen op hoge snelheid door de lucht klieven zal er altijd sprake zijn van enige erosie. De erosie is voornamelijk aanwezig op de ‘rand van een rotorblad’ de leading edge. Deze erosie wordt versterkt als er andere stevigere deeltjes in de lucht aanwezig zijn zoals regendruppels bij hevige regenbuien of in zoute condities (offshore). Het is daarom van groot belang dat de coating op windturbinebladen goed ontworpen is en zodanig bestand hiertegen is dat de erosie zo minimaal mogelijk blijft. Ook zijn er speciale leading-edge protectiemiddelen die erosie op grote moderne windturbinebladen minimaliseren. Er is hierbij ook een groot belang voor de initiatiefnemer van een windpark om de erosie te minimaliseren*. Extra imperfecties aan het rotorblad zorgt namelijk ook voor een verlies van energieopbrengst doordat het rotorblad minder soepel door de lucht heen beweegt. Het is daarom voor de hele windsector en voor elk windpark belangrijk om de erosie van een rotorblad zo laag mogelijk te houden.
Gelukkig worden de coatings en materialen van een rotorblad, met mogelijk gebruik van nanotechnologie, steeds beter ontworpen waardoor er steeds minder erosie optreedt. De problematiek is in Nederland veel kleiner dan op locaties met extremere omstandigheden (nabij woestijnen bijvoorbeeld of in ijzige condities). Wanneer uit reguliere inspecties blijkt dat sprake is van significante erosie zal onderhoud gepleegd worden om de bladen te beschermen. Het is daarmee in ieders belang om de erosie van de rotorbladen te minimaliseren. * https://orbit.dtu.dk/en/publications/nanoengineered-graphene-reinforced-coating-for-leading-edge-protection
34
Scientific Opinion on the risks to public health related to the presence of bisphenol A (BPA) in foodstuffs: Executive summary (2015).
Pagina 15 van 15