CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 Landschapsonderzoek Wind in Wageningen en Rhenen landschapskundige effectbeoordeling op hoofdlijnen.

Raadsvergadering 27 mei 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Niet behandeld - Raadsvoorstel Geen vervolgonderzoek windenergie8.214 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

3 april 2025

Wind in Wageningen en Rhenen

Landschapskundige effectbeoordeling op hoofdlijnen

Inhoud:

1. 2. 3.

4. 5.

Inleiding Beoordelingscriteria De zoekgebieden nader onderzocht 3.1 Zoekgebieden 1 en 5 3.2 Zoekgebieden 2, 3 en 6 3.3 Zoekgebied 4 3.4 Zoekgebieden 7 en 8 De gebieden onderling vergeleken Conclusies en verbetermogelijkheden

3 7 11 12 24 44 50 63 66

Bijlage: aanvullende visualisaties Zicht op het Binnenveld, bron: OVSL

1. Inleiding De gemeenten Wageningen en Rhenen hebben zichzelf ten doel gesteld breed te onderzoeken of en zo ja waar en onder welke voorwaarden er binnen beide gemeenten ruimte is voor de realisatie van moderne windturbines. Op voorhand worden er geen locaties uitgesloten. Vanuit de Visie op Rhenen 2035, de Windvisie Wageningen (2022), de Visie Buitengebied (LOS stadomland, 2020), de RES Foodvalley (Twynstra Gudde e.a., eindrapport definitief 1.0, 2021) en de eerder uitgevoerde Haalbaarheidsscan Windenergie Wageningen en Rhenen (Pondera Consult, versie 3.0, d.d. 28 november 2023), zijn in totaal 8 onderzoeksgebieden voor windturbines gedefinieerd.

3

Aan de hand van twee referentieturbines is door Pondera onderzocht wat binnen deze 8 gebieden mogelijke opstellingen zouden kunnen zijn, als er rekening wordt gehouden met harde belemmeringen (zoals afstanden tot hindergevoelige objecten). Natura 2000 en GNN-gebieden zijn ook onderzocht. De figuren op de volgende pagina tonen om welke gebieden het gaat en welke opstellingen daarbinnen in theorie zouden kunnen passen. Landschap is bij het bepalen van deze opstellingen nog niet als planaspect meegewogen. Dit rapport doet dat wel en geeft aan wat het effect zal zijn van deze windopstellingen op landschap.

Bossen nabij Oostereng, bron: S. Nur Pratama Jager

Overzicht belemmeringen

Referentieturbine 1: 132 m ashoogte 138 m rotordiameter 200 m tiphoogte

in theorie maximaal 34 windturbines in 8 zoekgebieden

Overzicht belemmeringen inclusief NNN-, Natura 2000- en stiltegebieden

Referentieturbine 2: 165 m ashoogte 170 m rotordiameter 250 m tiphoogte

in theorie maximaal 23 windturbines in 8 zoekgebieden

4

bron: Pondera Consult

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een check uitgevoerd op de aanwezigheid van nationale landschappen, beschermde stads- of dorpsgezichten, rijks- en archeologische monumenten en worden de in dit rapport gebruikte beoordelingscriteria en wijze van beoordelen toegelicht. Deze criteria zijn onderscheiden naar criteria over de kwaliteit van de turbine-opstelling en criteria over de impact op landschap. In hoofdstuk 3 zijn de landschappen in en rond de zoekgebieden en hun landschappelijke (kern-)kwaliteiten kort beschreven, aan de hand van veldbezoek en met gebruikmaking van provinciale Streekgidsen Gelderse Vallei, Betuwe en Tielerwaard en Veluwe, (Gelderland) en het Gebiedskatern Gelderse Vallei (Utrecht). De gebieden zijn per landschapstype gegroepeerd, omdat elk type eigen kenmerken en kernkwaliteiten heeft en omdat (beleids-) doelstellingen voor landschap per landschapstype verschillen.

5

In hoofdstuk 4 zijn de globale effectbeoordelingen per gebied en per opstelling onderling vergeleken. En tot slot is in hoofdstuk 5 aangegeven hoe opstellingen verbeterd kunnen worden om een minder negatief of zelfs positief effect op landschap te hebben, al dan niet door gebieden te combineren. Er is daarbij gebruik gemaakt van de Ontwikkelprincipes duurzame energie (Gebiedskatern Gelderse Vallei, Provincie Utrecht en OKRA, 2022) en van Windenergie in levend landschap (Wing e.a., 2021).

Zicht op de Blauwe Kamer en de Grebbeberg, vanuit de Maneswaard, bron: OVSL

Luchtfoto (ruime) omgeving zoekgebieden en overzicht standpunten visualisaties

De dichtstbijzijnde windturbines staan in de buurt van Ede, nabij knooppunt Maanderbroek en langs de A15, ten westen van Ochten Dimensies turbines bij Ede: 99,5 m ashoogte, 101 m rotordiameter, 150 m tiphoogte Dimensies turbines bij Ochten: 80 m ashoogte, 90 rotordiameter, 125 m tiphoogte

6

3

8

4 7

2 1 5

6

bron: pdok / OVSL

2. Beoordelingscriteria Check op beschermde landschappen, zichten en monumenten In en om de zoekgebieden liggen geen Nationale Landschappen of beschermde stads- en dorpsgezichten.

7

Herkenbaarheid van de opstelling (kwaliteit van de opstelling) Is een opstelling herkenbaar als zelfstandige én samenhangende opstelling, dan is de beoordeling neutraal tot positief. Naarmate een opstelling minder als zelfstandige, samenhangende opstelling herkenbaar is, is de beoordeling negatiever.

Er liggen in de nabijheid van zoekgebied 1 drie rijksmonumenten: twee oude steenfabrieken (Plasserwaard en Bovenste Polder) en het gemaal aan de Pabstsendam. Net buiten gebied 2 ligt nog een gemeentelijk monument (Het Instituut voor Plantenveredeling, tussen zoekgebied 1 en 2 in). In zoekgebied 5 liggen meerdere bastions van de Grebbelinie (in zijn geheel rijksmonumentaal). Tot slot liggen in de buurt van de gebieden 7 en 8 enkele grafheuvels c.q. urnenvelden en Huize ‘De Leemkuil’ (rijksmonument).

Interferentie (impact op landschap) Interferentie met andere hoge landschapselementen betreft het ‘lijken over te lopen’ van de opstelling in die andere elementen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om hoogspanningslijnen of bestaande windopstellingen in de (ruimere) omgeving. Ook intern kan er (vooral in onregelmatige opstellingen) tussen de turbines onderling interferentie optreden. Vuistregel bij dit criterium is dat grotere interferentie negatiever wordt beoordeeld dan kleinere. Is er geen sprake van interferentie dan is de beoordeling neutraal.

Aansluiting op landschappelijke structuur (kwaliteit van de opstelling) Naarmate een windturbineopstelling waarneembaar beter aansluit bij de bestaande landschappelijke structuur wordt dit positiever beoordeeld dan wanneer een opstelling daar minder goed bij aansluit. Deze structuur is in hoofdstuk 3 in de referentiesituaties per zoekgebied beschreven en bestaat uit een beschrijving van de huidige (ruimte-)maat, schaal en inrichting, de voorkomende verkavelingsrichtingen op hoofdlijnen, de ruimtebegrenzingen en de in en om het gebied voorkomende infrastructurele lijnen.

Invloed op de openheid (impact op landschap) Het criterium (invloed op de) openheid heeft betrekking op de ’vulling’ van het beeld dat de waarnemer heeft. De regel wordt hierbij aangehouden dat naarmate een opstelling het beeld minder vult en daarmee de openheid of weidsheid minder aantast, deze opstelling minder negatief wordt gewaardeerd dan een opstelling die het beeld meer vult. Vooral het aantal turbines is hierbij van belang. Voor dit criterium geldt dat op zeer grote afstand (5 km en meer) het effect over het algemeen gering is,

met name omdat windturbines op deze afstand en in deze landschappelijke context (zie de referentiesituaties) enkel bij helder weer goed zichtbaar zijn en de verticaliteit van de turbines op die afstand gering is. Op kleinere afstanden is de negatieve invloed op de openheid in het algemeen groter. De afstand tot de waarnemer is dan klein, waardoor turbines groter ogen en het beeld van de waarnemer als het ware meer vullen. Zichtbaarheid (en verlichting) (impact op landschap) Het criterium zichtbaarheid betreft de mate waarin opstellingen voor een willekeurige waarnemer zichtbaar zijn. Hierbij geldt de regel dat hoe meer waarnemers de opstelling kunnen zien, hoe negatiever de beoordeling is. Dit effect kan op verschillende afstanden zeer verschillend zijn. Voor zichtbaarheid bij nacht, geldt dat zeer hoge turbines voorzien dienen te worden van obstakelverlichting of van een naderings-detectiesysteem, dat de verlichting aanzet als er vliegverkeer nadert. Afhankelijk van de situatie en de toe te passen turbine-types dient deze overdag of ’s avonds en ’s nachts gevoerd te worden. Geen verlichting scoort neutraal, het toepassen van verlichting scoort negatiever. De hier beoordeelde turbines zijn dusdanig hoog dat zij ‘s nachts ofwel verlichting zullen voeren of dat zij voorzien moeten zijn van een naderings-detectiesysteem. 8

Op meerdere plekken zijn nog relicten van de Grebbelinie aanwezig , bron: OVSL

Wijze van beoordeling De effectbeoordeling op het planaspect landschap betreft een kwalitatieve beoordeling die op een deskundigenoordeel is gebaseerd. Het is geen kwantitatieve beoordeling. Waarnemers staan hierbij centraal (mensen die in de nabijheid van turbines wonen of verblijven, of zich in die nabijheid verplaatsen). Bij de beoordeling is gebruik gemaakt van tientallen fotovisualisaties die door het programma Windplanner zijn gegenereerd. Ter illustratie is een deel daarvan opgenomen in deze rapportage. Vanuit één standpunt zijn vaak meerdere opstellingen in beeld gebracht om die ook onderling te kunnen vergelijken. Verder wordt nadrukkelijk gesteld dat het hier gaat om een beoordeling op hoofdlijnen (niet om een volledige milieu-effect-rapportage). Daarbij is de onderstaande weging aangehouden. In hoofdstuk 4 worden de totale scores per gebied weergegeven en geduid: -- een zeer negatief effect (op de huidige situatie, per criterium) -

een negatief effect

0 geen of nauwelijks effect + een positief effect ++ een zeer positief effect

9

Aansluiting op de landschappelijke structuur en herkenbaarheid van de opstelling kunnen van (zeer) positief, tot (zeer) negatief scoren, de andere drie criteria alleen neutraal tot (zeer) negatief. Soms is de score iets meer genuanceerd (bijv. -/0: licht negatief).

Door de zoekgebieden heen lopen meerder hoogspanningslijnen, bron: OVSL

Effectbeoordeling op landschap met behulp van fotovisualisaties Door hun omvang vraagt de landschappelijke effectbeoordeling van windturbines om een zorgvuldige werkwijze. Dankzij nieuwe technieken is het mogelijk om met behulp van fotovisualisaties een indruk te geven van de impact van windturbines op hun omgeving. Voor deze landschappelijke effectbeoordeling is zoals gezegd gebruik gemaakt van Windplanner. Dit programma biedt de mogelijkheid om virtueel windturbines als driedimensionale objecten als het ware in het landschap te plaatsen en visualisaties te genereren op basis van de meest recente Streetview-beelden. Dankzij dergelijke programma’s is het in principe mogelijk om vanaf alle mogelijke standpunten alle denkbare posities van turbines virtueel te bekijken. Maar er zitten ook beperkingen aan.

10

Standpunten waarvandaan normaliter geen waarnemingen plaatsvinden (vanuit de lucht of bijvoorbeeld midden op een lege akker) zijn minder relevant voor de impact die werkelijk wordt ervaren door waarnemers; Op dergelijke plekken komen vrijwel nooit mensen. En standpunten waar geen Streetviewbeelden voor beschikbaar zijn leveren nogal abstracte visualisaties op (zie beeld hiernaast), die nauwelijks te duiden zijn. Verder moet er vanaf de standpunten een vast blikveld worden bepaald dat overeenkomt met het blikveld van de mens. In- en uitzoomen kan wel op een beeldscherm, maar niet in werkelijkheid, even van links naar

rechts kijken kan weer sneller in het echte leven dan vanachter een scherm. Ook zitten er soms wat onnauwkeurigheden in de gegenereerde visualisaties (bijvoorbeeld rotorbladen die ‘door’ bomen heen lijken te steken). In dit rapport is een selectie weergegeven van fotovisualisaties vanaf de openbare weg, waar voor de betreffende omgeving naar verhouding veel mensen komen. De zijn zodanig gekozen dat ze representatief zijn voor de landschappen waarin ze zijn gemaakt. Soms is niet de hele turbine-opstelling in één beeld zichtbaar of staan bijvoorbeeld bomen ‘in de weg’. Dat is in werkelijkheid ook vaak het geval. Geprobeerd is toch om zoveel mogelijk zicht op de opstellingen in beeld te brengen. In de bijlage zijn aanvullende visualisaties opgenomen vanaf standpunten bij de randen van woonkernen in de omgeving van verschillende opstellingen. Zicht op turbine bij de Wageningse haven vanuit de Maneswaard, bron: Windplanner

3. De zoekgebieden nader onderzocht

11

Zicht op Rhenen en de Grebbeberg vanaf de Maneswaard, bron: OVSL

3.1 Zoekgebieden 1 en 5

1 5 12

bron: PDOK

3.1 Zoekgebieden 1 en 5 Kernkwaliteiten rivierenlandschap In de Gelderse Streekgids Betuwe en Tielerwaard vallen de zoekgebieden 1 en 5 binnen deelgebied Neder-Rijn en Lek. De volgende landschappelijke kernkwaliteiten worden daarin onderscheiden: • • • •

Weidse rivier, grootse openheid, panorama’s Slingerend kleinschalig dijklint Afwisselende brede en smalle uiterwaarden Relicten van oude rivierlopen, afwisselend natuurlijke en agrarische delen • Landschappelijke bakens in de vorm van oude steenfabrieken en het waterfront van Wageningen • Historische forten, schootsvelden en inundatievelden van de Grebbelinie en zichten vanaf de dijk(-en) en de stuwwallen In zoekgebied 1 lijkt op basis van harde belemmeringen zoals woningen en hoogspanningslijnen één turbine haalbaar, waarbij er vrijwel geen verschil is tussen de beide referentie-opstellingen qua potentiële turbinestandplaats. In gebied 5 gaat het om 5 of 2 turbines, afhankelijk van de gebruikte referentieturbine. 13

Zicht op de Neder-Rijn vanaf de Maneswaard, kijkend naar het oosten, bron: OVSL

standpunt Pabstsendam standpunt Grebbedijk 14

steenfabrieken als landmark landschappelijke hoofdstructuren hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 1, opstelling referentieturbine 1 en 2 14

bron: open topo

Referentiesituatie en effectbeoordeling zoekgebied 1 De rivier de Neder-Rijn vormt de belangrijkste landschappelijke drager binnen dit deel van het Wageningse grondgebied. Samen met de uiterwaarden aan weerszijden en opgesloten tussen kronkelige winterdijken betreft het hier een open gebied, afgewisseld met groene ‘eilanden’ (ooibossen- en –bosschages) en landschappelijke bakens (oude steenfabrieken met hun bijgebouwen), zonder een eenduidige verkaveling(-richting). Her en der liggen oude rivierarmen en klei-winputten. Een drietal hoogspanningslijnen kruisen zoekgebied 1 en de Neder-Rijn. De havenarm van Wageningen vormt de verbinding tussen de rivier en het industriegebied ten westen van de oude binnenstad, die zich met zijn groen-omrande gracht tegen de dijk aan vlijt. Naar het zuiden toe ontvouwt zich de openheid van de Betuwe. Het havengebied vormt een dissonant in een verder gaaf landschap.

15

Aansluiting landschappelijke structuur scores: ref. 1: 0, ref. 2: 0 Vanuit harde belemmeringen beschouwd is in dit zoekgebied één turbine mogelijk, die geen onderdeel uitmaakt van een grotere opstelling. Potentiële standplaatsen (in andere zoekgebieden) liggen daarvoor toch iets te ver weg. De turbine is van een andere orde dan andere landschappelijke structuren, zoals hoogspanningsmasten en fabrieksschoorstenen.

Herkenbaarheid opstelling scores: ref. 1: +, ref. 2: + Een enkele turbine kan binnen de landschappelijke context van zoekgebied 1 worden beschouwd als een landmark; Een baken dat aangeeft: hier ligt (de haven van) Wageningen; Een duidelijk ander verticaal object dan bijvoorbeeld de schoorstenen van de steenfabrieken of masten van hoogspanningsleidingen. Interferentie scores: ref. 1: -, ref. 2: Afhankelijk van het standpunt van de waarnemer zal er in sommige situaties sprake zijn van interferentie, met name met de masten van nabijgelegen hoogspanningslijnen (blauwe lijnen op de kaart, zie ook de visualisaties hierna). Het interferentieeffect van turbine 2 is in deze situatie vergelijkbaar met dat van 1. Invloed op de openheid scores: ref. 1: -/0, ref. 2: De invloed van één enkele turbine op de openheid is gering. Wel geldt dat er (negatieve) invloed is en dat die van (de grotere) turbine 2 groter zal zijn dan die van (de wat kleinere) turbine 1. Zichtbaarheid scores: ref. 1: -, ref. 2: -Door de vrij open omgeving en door zijn dimensies zal een enkele turbine zeker zichtbaar zijn. Ook hier geldt dat de (negatieve) invloed op de zichtbaarheid van referentieturbine 2 groter zal zijn dan die van referentieturbine 1. Bovendien ligt dit zoekgebied relatief dichtbij een dicht bevolkt gebied (Wageningen-centrum), waarvandaan naar verhouding veel waarnemingen plaatsvinden.

Zicht vanaf Grebbedijk 14 op zoekgebied 1 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

16

Kijkend naar het oosten, bron: Windplanner

Zicht vanaf de Pabstsendam op zoekgebied 1 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

17

Kijkend naar het westen, bron: Windplanner

standpunt Cuneralaan - Grebbeweg

standpunt Grebbedijk Blaauwe Kamer

steenfabrieken als landmark landschappelijke hoofdstructuren hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 5, opstelling referentieturbine 1 18

bron: open topo

standpunt Cuneralaan - Grebbeweg

standpunt GrebbedijkBlaauwe Kamer

steenfabrieken als landmark landschappelijke hoofdstructuren hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 5, opstelling referentieturbine 2 19

bron: open topo

Referentiesituatie en effectbeoordeling zoekgebied 5 Ook voor gebied 5 vormt de Neder-Rijn de belangrijkste leidraad in het landschap. Natuurgebied Blauwe Kamer beslaat een groot deel van dit gebied. Het is een ruig en nat gebied, afwisselend open en weer besloten, met grote grazers. Oude kleiputten liggen rond de oude steenfabriek. Onder de dichtbeboste Grebbeberg ligt een nog gave reeks bastions van de Grebbelinie. En aan de zuidzijde van de rivier ligt de grotendeels ontgraven Maneswaard. Aansluiting landschappelijke structuur scores: ref. 1: --, ref. 2: Vanuit harde belemmeringen beschouwd zijn in dit gebied 5 of 2 turbines mogelijk, afhankelijk van de gebruikte referentieturbine. Het gebied ligt op enige afstand van de overige zoekgebieden. Bij beide opstellingen is er weinig aansluiting bij de landschappelijke structuur. De 5 turbines van opstelling 1 liggen min of meer ad random in het gebied; Eén turbine staat aan ‘de overkant’ van de rivier en één turbine van de voorbeeldopstelling staat op één van de Grebbe-bastions. Beide turbines van opstelling 2 staan ook min of meer los van hun landschappelijke context. Ook nu geldt dat turbines van een heel andere orde zijn dan andere landschappelijke structuren, zoals de fabrieksschoorstenen.

20

Herkenbaarheid opstelling scores: ref. 1: --, ref. 2: 0 Opstelling 1 is zeer onduidelijk qua interne structuur; Een zwerm

met dan weer een ogenschijnlijke regelmaat en dan weer een ogenschijnlijke onregelmatigheid in turbineafstanden (afhankelijk van het standpunt van waarneming). De meest zuidelijke turbine staat los van de rest, de meest westelijke botst als het ware met de Grebbeberg en -linie. Opstelling 2 scoort op dit punt neutraal. Interferentie scores: ref. 1: --, ref. 2: -/0 Afhankelijk van het standpunt van de waarnemer zal er soms sprake zijn van interne interferentie, met name bij opstelling 1, vanwege de onregelmatigheid van die opstelling. Bij opstelling 2 is veel minder sprake van interne interferentie. De interferentie met andere hoge elementen is bij beide opstellingen beperkt. Invloed op de openheid scores: ref. 1: --, ref. 2: --/De invloed van opstelling 1 op de openheid is groot, met name kijkend vanaf de Grebbeberg. De opstelling staat midden in het panorama vanaf de stuwwal (zie foto’s op de volgende pagina). Dat geldt in feite ook voor opstelling 2. Het geringere aantal turbines maakt dat deze opstelling iets minder de openheid negatief beïnvloedt dan opstelling 1. Zichtbaarheid scores: ref. 1: --, ref. 2: -Door de vrij open omgeving en de turbinedimensies zijn beide opstellingen zeker zichtbaar. De (zeer negatieve) invloed op de zichtbaarheid van beide opstellingen is naar verwachting min of meer gelijk (groter aantal turbines versus grotere afmetingen).

Zoekgebied 5 ligt midden in het panorama vanaf de Grebbeberg (links) en in het zicht vanaf de Cuneralaan onderlangs de berg (rechts). Vanaf het uitzichtpunt en de route onderlangs zullen bij beide referentieopstellingen de windturbines vrijwel altijd zichtbaar zijn. 21

Zicht op de Neder-Rijn vanaf de Grebbeberg en op Blauwe Kamer, bron: R. Rosmalen en A. Post

Zicht vanaf Grebbedijk - Blaauwe Kamer op zoekgebied 5 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

22

Kijkend naar het westen, bron: Windplanner

Zicht vanaf Cuneralaan - Grebbeweg op zoekgebied 5 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

23

Kijkend naar het zuidwesten, bron: Windplanner

3.2 Zoekgebieden 2, 3 en 6

6

3

2

24

bron: PDOK

3.2 Zoekgebieden 2, 3 en 6 Kernkwaliteiten Gelderse Vallei / Binnenveld In de Gelderse Streekgids Gelderse Vallei vallen de zoekgebieden 2, 3 en 6 (en 4) binnen deelgebied Veluweflank Zuidwest. Ook het Gebiedskatern Gelderse Vallei (onderdeel van de Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen) doet uitspraken over deze gebieden. De volgende landschappelijke kernkwaliteiten worden onderscheiden in en rond zoekgebied 2, 3 en 6: • Binnenveld als grootschalig veenlandschap, zeer waardevol open gebied tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug, stille oase • Grift en Grebbelinie vormen een samenhangende linie met inundatievelden, vrije schootsvelden en verdedigingswerken • Weidevogelgebied van natte hooilanden en veenmoerassen • Contrast- en gradiëntrijke overgang van hoge dichte stuwwal naar laag open veengebied, herkenbare valleivorm • Afwezigheid van doorgaande wegen en verstedelijking • Uniek panorama van twee stuwwallen die bijna bij elkaar komen met daartussen open gebied

25

Er lijken op basis van de harde belemmeringen in zoekgebied 2 4 turbines mogelijk te zijn, 3 of 4 turbines in zoekgebied 3 en 8 of 9 turbines in zoekgebied 6.

Zicht op de uitkijktoren aan het Binnenveld, kijkend naar het zuiden, bron: OVSL

standpunt Werftweg

In deze cirkel kunnen niet twee turbines uit twee verschillende zoekgebieden gelijktijdig worden gerealiseerd. De meest noordelijke turbine van zoekgebied 2 valt namelijk praktisch samen met de meest zuidelijke van zoekgebied 6.

landschappelijke hoofdstructuren standpunt Zijdevang - Haarweg

hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 2, opstelling referentieturbine 1 26

bron: open topo

standpunt Werftweg

In deze cirkel kunnen niet twee turbines uit twee verschillende zoekgebieden gelijktijdig worden gerealiseerd. De meest noordelijke turbine van zoekgebied 2 valt namelijk praktisch samen met de meest zuidelijke van zoekgebied 6.

landschappelijke hoofdstructuren standpunt Zijdevang - Haarweg

hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 2, opstelling referentieturbine 2 27

bron: open topo

Referentiesituatie en effectbeoordeling gebied 2 Zoekgebied 2 vormt samen met gebied 3 en 6 een onderdeel van een veel groter aaneengesloten landschap; Het natuurlijke lage en juist binnen het Rhenense en Wageningse grondgebied lege en natte Binnenveld, als meest oorspronkelijke en gave onderdeel van de veel grotere Gelderse Vallei. Het gebied is opgedeeld in smalle min of meer oost-west gerichte kavels die haaks op de autoluwe ‘stegen’ liggen, die op hun beurt in de lengterichting van de Vallei liggen. De verstedelijking is in dit gebied beperkt tot een tweetal doorgaande hoogspanningslijnen en enkele erven van boerderijen langs de randen. De Grift (het Valleikanaal) vormt de belangrijkste landschappelijke drager van dit weidse gebied en fungeert tegenwoordig vooral als recreatieroute, met slechts hier en daar enkele voorzieningen (uitkijkpunt, picknickplek). Het verscholen karakter (een ‘onzichtbare’ verdedigingslinie) is nog altijd behouden; Pas als je er vlakbij bent zie je de Grift liggen. Het centrale gebied ademt stilte, leegte en natuurlijkheid uit, meer langs de oost- en westrand verandert het karakter in dat van een meer agrarisch hooi- en graslandgebied. Aansluiting landschappelijke structuur scores: ref. 1: --, ref. 2: -Beide referentieopstellingen in gebied 2 staan willekeurig in de lege ruimte en sluiten geheel niet aan op aanwezige structuren. 28

Herkenbaarheid opstelling scores: ref. 1: --/-, ref. 2: --/Beide opstellingen ogen als een zwerm of cluster zonder duidelijke interne ordening. Vanaf diverse standpunten lijkt de westelijke turbine los te staan van de overige. Alleen door de kleine afstand tussen de turbines is er sprake van enige onderlinge samenhang. Interferentie scores: ref. 1: --, ref. 2: -Afhankelijk van het standpunt van de waarnemer zal er in vrij veel situaties sprake zijn van interferentie, met name met de masten van de twee hoogspanningslijnen. Invloed op de openheid scores: ref. 1: --, ref. 2: -De negatieve invloed van beide referentieopstellingen op de openheid is zeer groot, omdat het gebied zeer open is. Opstelling 2 scoort in feite nog negatiever dan opstelling 1, door de grotere turbinedimensies (beide zijn echter als zeer negatief beoordeeld). Zichtbaarheid scores: ref. 1: --, ref. 2: -Door de zeer open omgeving en door hun dimensies zijn de opstellingen zeer goed zichtbaar en is de negatieve invloed op de zichtbaarheid (zeer) groot. Hier geldt opnieuw dat die invloed van de grotere opstelling 2 groter is dan die van opstelling 1.

Zicht vanaf Zijdevang - Haarweg op zoekgebied 2 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

het programma Windplanner is niet 100% nauwkeurig: de turbines in beeld staan in feite áchter de hoogspanningslijnen

29

Kijkend naar het noorden, bron: Windplanner

Zicht vanaf parkeerplaats Werftweg op zoekgebied 2 (rechts) Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

het programma Windplanner is niet 100% nauwkeurig: de turbines lijken enigszins te zweven

30

Kijkend naar het zuidoosten, bron: Windplanner

standpunt Werftweg

standpunt Slagsteeg

landschappelijke hoofdstructuren

standpunt Zijdevang - Haarweg

In deze cirkel kunnen niet twee turbines uit twee verschillende zoekgebieden hoogspanningslijnen gelijktijdig worden gerealiseerd standpunten visualisaties

Zoekgebied 3, opstelling referentieturbine 1 31

bron: open topo

standpunt Werftweg

standpunt Slagsteeg

landschappelijke hoofdstructuren

standpunt Zijdevang - Haarweg

In deze cirkel kunnen niet twee turbines uit twee verschillende zoekgebieden hoogspanningslijnen gelijktijdig worden gerealiseerd standpunten visualisaties

Zoekgebied 3, opstelling referentieturbine 2 32

bron: open topo

Effectbeoordeling gebied 3 Aansluiting landschappelijke structuur scores: ref. 1: 0/+, ref. 2: 0/+ De referentieopstellingen lopen beide scheef ten opzichte van de bestaande wegen en verkavelingsrichtingen en sluiten niet helemaal aan bij de hoofdrichting van dit open gebied. Herkenbaarheid opstelling scores: ref. 1: +, ref. 2: + De opstelling van drie of vier turbines in gebied 3 lijkt op afstand een lijnopstelling, maar oogt van dichtbij toch nogal onregelmatig (zie visualisaties op blz. 33). Gelet op hun regelmatige onderlinge afstand ogen opstelling 1 als 2 wel als samenhangend geheel.

Zichtbaarheid scores: ref. 1: --, ref. 2: -Door de zeer open omgeving en door hun dimensies zijn de opstellingen zeer goed zichtbaar en is de negatieve invloed op de openheid zeer groot. Ook hier geldt dat de invloed van de grotere opstelling 2 vergelijkbaar is met die van opstelling 1.

Interferentie scores: ref. 1: --/-, ref. 2: -Afhankelijk van het standpunt van de waarnemer zal ook in dit zoekgebied in veel situaties sprake zijn van interferentie, opnieuw vooral met de masten van in dit geval twee hoogspanningslijnen. Het negatieve effect van opstelling 2 op de interferentie is naar verwachting groter dan die van referentieopstelling 1. Invloed op de openheid scores: ref. 1: --, ref. 2: -De negatieve invloed van de referentieopstellingen op de openheid is zeer groot. Die van opstelling 2 is ondanks het iets kleinere aantal turbines (3 i.p.v. 4) vergelijkbaar met opstelling 1. 33

zicht op zoekgebied 2, bron OVSL

Zicht vanaf de Slagsteeg op zoekgebied 3 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (links) referentieturbine 2 (rechts)

34

Kijkend naar het zuiden, bron: Windplanner

Zicht vanaf Zijdevang - Haarweg op zoekgebied 3 (midden) Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

35

Kijkend naar het noorden, bron: Windplanner

Zicht vanaf parkeerplaats Werftweg op zoekgebied 3 (links) Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

36

Kijkend naar het zuidoosten, bron: Windplanner

standpunt Werftweg

standpunt Slagsteeg

In deze cirkel kunnen niet twee turbines uit twee verschillende zoekgebieden gelijktijdig worden gerealiseerd. De meest noordelijke turbine van zoekgebied 2 valt namelijk praktisch samen met de meest zuidelijke van zoekgebied 6.

landschappelijke hoofdstructuren standpunt Zijdevang - Haarweg

hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 6, opstelling referentieturbine 1 37

bron: open topo

standpunt Werftweg

standpunt Slagsteeg

In deze cirkel kunnen niet twee turbines uit twee verschillende zoekgebieden gelijktijdig worden gerealiseerd. De meest noordelijke turbine van zoekgebied 2 valt namelijk praktisch samen met de meest zuidelijke van zoekgebied 6.

landschappelijke hoofdstructuren standpunt Zijdevang - Haarweg

hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 6, opstelling referentieturbine 2 38

bron: open topo

Effectbeoordeling gebied 6 Aansluiting landschappelijke structuur scores: ref. 1: +, ref. 2: + Het landschap binnen zoekgebied 6 is de afgelopen jaren sterk vernatuurlijkt en vernat. De hoofdrichtingen van verkaveling zijn hierdoor aan het vervagen en er zijn nieuwe (paden-)structuren ontstaan. De lijnopstellingen binnen beide referentieopstellingen geren ten opzichte van elkaar. Ze lopen wel min of meer parallel met respectievelijk de Maatsteeg aan de westzijde en de Veensteeg aan de oostzijde van de Grift, die ten opzichte van elkaar eveneens iets geren. Al met al sluiten beide opstellingen redelijk aan bij de landschappelijke structuur. Herkenbaarheid opstelling scores: ref. 1: ++, ref. 2: + Het geheel van de referentieopstelling van gebied 6 oogt als twee min of meer parallelle lijnopstellingen. Opstelling 1 is veel regelmatiger dan opstelling 2 (zie visualisaties op blz. 38 en 39). Ook gelet op hun regelmatige onderlinge afstand, ogen opstelling 1 en 2 beide als samenhangend geheel. Als zoekgebied 3 samen met 6 ontwikkeld wordt, ontstaat er in feite één groot windpark.

39

Interferentie scores: ref. 1: --/-, ref. 2: -Afhankelijk van het standpunt van de waarnemer zal ook in dit zoekgebied in veel situaties sprake zijn van interferentie, opnieuw vooral met de masten van de beide hoogspanningslijnen.

Het negatieve effect van opstelling 2 op de interferentie is naar verwachting iets groter dan die van referentieopstelling 1. Als zowel zoekgebied 6 als 3 worden ontwikkeld is er vooral sprake van interne interferentie (naast interferentie met de hoogspanningslijnen). Invloed op de openheid scores: ref. 1: --, ref. 2: -De negatieve invloed van beide referentieopstellingen op de openheid is opnieuw zeer groot, juist omdat het gebied zeer open is en vrij van enige verstedelijking (behoudens de verschillende hoogspanningslijnen). Opstelling 2 scoort in feite nog negatiever dan opstelling 1, ondanks het iets kleinere aantal windturbines (8 i.p.v. 9). Dat komt door de grotere turbinedimensies (beide zijn echter als zeer negatief beoordeeld). Zichtbaarheid scores: ref. 1: --, ref. 2: -Door de zeer open omgeving en door hun dimensies zijn de opstellingen weer zeer goed zichtbaar en is de negatieve invloed op de zichtbaarheid zeer groot. Ook hier geldt opnieuw dat de invloed van de grotere opstelling 2 groter zal zijn dan die van opstelling 1, maar is de zichtbaarheid van beide opstellingen als zeer negatief beoordeeld.

Zicht vanaf Zijdevang - Haarweg op zoekgebied 6 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

40

Kijkend naar het noorden, bron: Windplanner

Zicht vanaf parkeerplaats Werftweg op zoekgebied 6

1

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1 41

Kijkend naar het zuidoosten, bron: Windplanner

Zicht vanaf parkeerplaats Werftweg op zoekgebied 6

1

Voorbeeldopstelling referentieturbine 2 42

Kijkend naar het zuidoosten, bron: Windplanner

Zicht vanaf de Slagsteeg op zoekgebied 6 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

43

Kijkend naar het zuiden, bron: Windplanner

3.3 Zoekgebied 4 4

44

bron: PDOK

3.3 Zoekgebied 4 Kernkwaliteiten overgang kampenlandschap Zoekgebied 4 valt in de Gelderse Streekgids Gelderse Vallei binnen deelgebied Veluweflank Zuidwest. Met name de volgende landschappelijke kernkwaliteiten worden onderscheiden in en rond zoekgebied 4: • Kleinschalig landschap op de overgang van stuwwal naar veengebied, restanten van paraboolduinen (langgerekte dekzandruggen in de Gelderse Vallei) • (Restanten van) landgoederen, zoals Nergena en Huis Harslo • Met lanen beplante en vrij kronkelige wegen op de ruggen • Haakse stegen vanaf de ruggen, ontginningsbases van nabij gelegen natte heide, broek- en veengebieden • Kwetsbaar voor verrommeling (onder meer door verspreidliggende kleinschalige pluimveehouderijen)

45

De ruimte voor moderne windturbines is in dit zoekgebied zeer beperkt. Er lijkt op basis van de harde belemmeringen één turbine haalbaar, waarbij er vrijwel geen verschil is qua potentiële standplaats tussen de beide referentie-opstellingen. In het nabij gelegen zoekgebied 3 zijn drie of vier turbines mogelijk.

Zicht op de overgang Kraats - Binnenveld, kijkend naar het zuidwesten, bron: OVSL

standpunt Langesteeg standpunt Slagsteeg

landschappelijke hoofdstructuren hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 4, opstelling referentieturbine 1 en 2 46

bron: open topo

Referentiesituatie en effectbeoordeling gebied 4 Zoekgebied 4 ligt op de overgang van het Binnenveld naar de westelijke stuwwalflank van het Veluwemassief. Het gebied is opgedeeld in vrij vierkante kavels, met aan de noordkant een meer mozaïekachtige verkaveling rondom de Kraats en aan de westzijde de strokenverkaveling van het Binnenveld. Ook hier lopen enkele noord-zuidgerichte autoluwe ‘stegen’. Zoekgebied 4 is vrij leeg, met name aan de zuidkant is even buiten het gebied de verstedelijking opgerukt (Wageningen Noordwest en de campus van de Wageningen Universiteit (WUR). Het gebied is in agrarisch gebruik en dient ook als onderzoeksgebied (proefvelden van de WUR). Aansluiting landschappelijke structuur scores: ref. 1: 0, ref. 2: 0 Vanuit harde belemmeringen beschouwd is in dit zoekgebied één turbine mogelijk, die enigszins los staat van de turbines in gebied 3. De (enkele) turbine sluit niet echt aan bij bestaande landschappelijke structuren en staat min of meer los in de ruimte. Herkenbaarheid opstelling scores: ref. 1: 0/+, ref. 2: 0/+ Een enkele turbine kan binnen deze landschappelijke context worden beschouwd als een landmark; Een soort van moderne grenspaal aan de noordrand van Wageningen. 47

Interferentie scores: ref. 1: -/0, ref. 2: -/0 Afhankelijk van het standpunt van de waarnemer zal er hier weinig tot geen sprake zijn van interferentie, met name door het ontbreken van hogere elementen in de directe omgeving. Het negatieve effect van referentieopstelling 2 zal naar verwachting nauwelijks verschillen van dat van opstelling 1. Invloed op de openheid scores: ref. 1: -/0, ref. 2: De negatieve invloed van beide referentieopstellingen op de openheid is enigszins beperkt. Die zal zich vooral op de kortere afstand manifesteren. De negatieve invloed van referentieturbine 2 zal groter zal zijn dan die van turbine 1. Zichtbaarheid scores: ref. 1: -, ref. 2: --/Door de open omgeving binnen het zoekgebied is de negatieve invloed op de openheid daar vrij groot. Daaromheen is de zichtbaarheid mede afhankelijk van het voorkomen van andere landschapselementen zoals weg- en erfbeplantingen. Turbine 2 zal meer zichtbaar zijn dan referentieturbine 1.

Zicht vanaf de Slagsteeg op zoekgebied 4 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (links) referentieturbine 2 (rechts)

48

Kijkend naar het zuidoosten, bron: Windplanner

Zicht vanaf de Langesteeg op zoekgebied 4 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

49

Kijkend naar het zuiden, bron: Windplanner

3.4 Zoekgebieden 7 en 8 8

7

50

bron: PDOK

3.4. Zoekgebieden 7 en 8 Kernkwaliteiten Veluwe In de Gelderse Streekgids Veluwe vallen de zoekgebieden 7 en 8 binnen deelgebied Veluwezoom. De volgende landschappelijke kernkwaliteiten worden daarin onderscheiden: • Steile gradiëntrijke flank van de stuwwal • Achterland van bossen (en heidevelden en -ontginningen) • Verspreidliggende landgoederen, buitenplaatsen en bijzondere plekken (Oranje Nassau’s Oord, Oostereng, Nol in ‘t Bosch) • Wageningse Eng en Renkumse Beekdal als waardevolle open gebieden, kwalitatieve stadsrandzone langs Wageningse Eng • Panorama’s vanaf de stuwwallen, o.a. bij Belmonte De ruimte voor moderne windturbines is hier gezocht binnen bestaand bosgebied (beide zoekgebieden zijn Natura 2000 gebied). In gebied 7 zijn afhankelijk van de turbinedimensies 7 tot 3 turbines mogelijk, in gebied 8 gaat het om 4 tot 2 turbines.

51

In Nederland zijn windturbines in bestaand bos een betrekkelijk zeldzaam gegeven. Als referentieproject zijn hiernaast de turbines in het Robbenoordbos (Wieringermeer) getoond (ashoogte 118 meter, rotordiameter 117 meter en tiphoogte 176,5 meter). Een belangrijk landschappelijke effect bij de realisatie van winturbines in bosgebieden is het (lokaal) verwijderen van bomen ten behoeve van het transport, de bouw en het in bedrijf houden van de turbines. Dit effect is hier nog niet meegenomen.

Windturbines in het Robbenoordbos, bron: H. Brouwer, B. Vercauteren, S. Braun

standpunt Hollandseweg

landschappelijke hoofdstructuren hoogspanningslijnen

standpunt Grote Laan standpunt Ritzema Bosweg

standpunten visualisaties

Zoekgebied 7, opstelling referentieturbine 1 52

bron: open topo

standpunt Hollandseweg

landschappelijke hoofdstructuren hoogspanningslijnen

standpunt Grote Laan standpunt Ritzema Bosweg

standpunten visualisaties

Zoekgebied 7, opstelling referentieturbine 2 53

bron: open topo

Effectbeoordeling gebied 7 Aansluiting landschappelijke structuur scores: ref. 1: 0/+, ref. 2: 0/+ Het landschap bestaat hoofdzakelijk uit (gemengd) bos, enigszins orthogonaal verkaveld, met lange vaak rechte wegen en lanen. In gebied 7 komen enkele driesprongen voor en is sprake van meerdere (ontginnings-)richtingen. Opstelling 1 bestaat uit twee parallelle rijen van respectievelijk 4 en 3 turbines, die zich verder niets aantrekken van de overige (lijn-)structuren. Hetzelfde geldt voor de enkele lijnopstelling van 3 turbines van opstelling 2. Beide opstellingen liggen wel enigszins parallel aan de lengterichting van de stuwwal en die van het Renkumse Beekdal. Herkenbaarheid opstelling scores: ref. 1: +, ref. 2: ++ Referentieopstelling 1 bestaat uit twee min of meer parallelle lijnopstellingen, maar in de oost-west kijkrichting is dat niet heel duidelijk herkenbaar. Opstelling 2 is duidelijker als enkele lijn herkenbaar (zie visualisaties op blz. 51 (en 56)). Gelet op hun praktisch gelijke onderlinge afstand, ogen opstelling 1 en 2 beide als samenhangend geheel.

54

Interferentie scores: ref. 1: -, ref. 2: -/0 Afhankelijk van het standpunt van de waarnemer zal in dit gebied vooral sprake zijn van interne interferentie. Andere hoge elementen liggen op ruime afstand. Die interne referentie is

in opstelling 1 groter dan in opstelling 2. Opstelling 1 scoort om die reden dan ook negatiever dan opstelling 2. Invloed op de openheid scores: ref. 1: -, ref. 2: -/0 De negatieve invloed van beide referentieopstellingen op de openheid is beperkt, omdat het zoekgebied zelf zeer besloten is. Wel steken de opstellingen, zeker gezien vanaf enige afstand, duidelijk ver boven de boomgrens uit en hebben daarboven een negatieve invloed op de openheid. Die is van opstelling 1 wat groter dan van opstelling 2, vooral door het grotere aantal turbines. Zichtbaarheid scores: ref. 1: --, ref. 2: -Doordat het zoekgebied zelf hoog ligt zijn de turbines van beide opstellingen vanaf zeer grote afstand zichtbaar , ook omdat zij op hun beurt hoog boven de bomen uittoornen (zie bijvoorbeeld de visualisaties op blz. 54). De zichtbaarheid van de hogere opstelling 2 is vergelijkbaar met die van de lagere opstelling 1, die meer turbines kent (7 in plaats van 3). Beide zijn gelijk beoordeeld als zeer negatief, ook door de nabijheid van de relatief drukke route Ritzema Bosweg/N225 en de kernen van Wageningen en Renkum (en daardoor een relatief groot aantal waarnemingen).

Zicht vanaf de Ritzema Bosweg op zoekgebied 7 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

55

Kijkend naar het oosten, bron: Windplanner

Zicht vanaf de Grote Laan op zoekgebied 7 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (links) referentieturbine 2 (rechts)

56

Kijkend naar het westen, bron: Windplanner

Zicht vanaf de Hollandseweg op zoekgebied 7 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

57

Kijkend naar het oosten, bron: Windplanner

standpunt Regentesselaan

standpunt Hollandseweg

landschappelijke hoofdstructuren hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 8, opstelling referentieturbine 1 58

bron: open topo

standpunt Regentesselaan

standpunt Hollandseweg

landschappelijke hoofdstructuren hoogspanningslijnen standpunten visualisaties

Zoekgebied 8, opstelling referentieturbine 2 59

bron: open topo

Effectbeoordeling gebied 8 Aansluiting landschappelijke structuur scores: ref. 1: 0, ref. 2: Ook in zoekgebied 8 bestaat het landschap hoofdzakelijk uit (gemengd) bos, dat orthogonaal verkaveld is, met rechte wegen en lanen. In gebied 8 is min of meer sprake van twee hoofdontginningsrichtingen met paden in meerdere richtingen daarbinnen. Opstelling 1 bestaat uit een ruit van 4 turbines, die in één richting geënt is op één van die hoofdrichtingen. Opstelling 2 bestaat uit 2 turbines, zie zich verder niets aantrekken van de aanwezige (lijn-)structuren. Beide opstellingen hebben niet direct een link met de lengterichting van de stuwwal, noch die van het Renkumse Beekdal. Opstelling 1 is op dit criterium beoordeeld als neutraal, opstelling 2 als negatief. Herkenbaarheid opstelling scores: ref. 1: +, ref. 2: 0/+ Gelet op de gelijke onderlinge turbineafstand, ogen opstelling 1 en 2 beide als samenhangend geheel. Referentieopstelling 1 is wat sterker als samenhangende opstelling herkenbaar dan 2.

60

Interferentie scores: ref. 1: -, ref. 2: -/0 Afhankelijk van het standpunt van de waarnemer zal er ook in dit gebied vooral sprake zijn van interne interferentie. Ook hier geldt dat andere gebieden en hoge elementen op ruime afstand liggen. De interne referentie is in opstelling 1 groter dan in opstelling 2.

Opstelling 1 is op interferentie om die reden dan ook negatiever beoordeeld dan opstelling 2. Invloed op de openheid scores: ref. 1: -, ref. 2: -/0 De negatieve invloed de van beide referentieopstellingen op de openheid is in zoekgebied 8 beperkt, omdat ook dit zoekgebied zeer besloten is. Opnieuw steken de opstellingen, zeker gezien vanaf enige afstand, duidelijk ver boven de boomgrens uit, waardoor beide een negatieve invloed hebben op de openheid. Die is van opstelling 1 wat groter dan van opstelling, vooral door het grotere aantal turbines. Zichtbaarheid scores: ref. 1: -, ref. 2: Zoekgebied 8 ligt net als 7 hoog, waardoor de turbines van beide opstellingen vanaf zeer grote afstand zichtbaar zijn. De zichtbaarheid van de hogere opstelling 2 is vergelijkbaar met die van de lagere opstelling 1, die meer turbines kent (4 in plaats van 2). Beide zijn gelijk beoordeeld als negatief. Vergeleken met zoekgebied 7 ligt gebied 8 iets verder van de ‘bewoonde wereld’.

Zicht vanaf de Hollandseweg op zoekgebied 8 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (boven) referentieturbine 2 (onder)

61

Kijkend naar het oosten, bron: Windplanner

Zicht vanaf de Regentesselaan op zoekgebied 8 Voorbeeldopstellingen: referentieturbine 1 (links) referentieturbine 2 (rechts)

62

Kijkend naar het noorden, bron: Windplanner

4. De zoekgebieden onderling vergeleken

63

Zicht op natuurgebied Blauwe Kamer vanaf de Maneswaard, bron: OVSL

Referentie-opstelling 1

Voor de optellingen is elke + als 1 punt geteld en elke - als -1 punt, alle criteria ‘wegen’ in de tabellen nog even zwaar * Zoekgebied 2 en 6 overlappen deels, de genoemde aantallen kunnen alleen worden bereikt als één van beide gebieden wordt benut

Zoekgebieden per landschapstype

ZG 1

ZG 5

ZG 2

ZG 3

ZG 6

ZG 4

ZG 7

ZG 8

Theoretisch aantal turbines

1

5

4*

4

9*

1

7

4

Aansluiting landschappelijke structuur

0

--

--

0/+

+

0

0/+

0

Herkenbaarheid opstelling

+

--

--/-

+

++

0/+

+

+

Totaal kwaliteit opstelling

1

-4

- 3,5

1,5

3

0,5

1,5

1

Interferentie

-

--

--

--/-

--/-

-/0

-

-

Openheid

-/0

--

--

--

--

-/0

-

-

Zichtbaarheid

-

--

--

--

--

-

--

-

- 2,5

-6

-6

- 5,5

- 5,5

-2

-4

-3

Totaal impact op landschap

Bij de onderlinge vergelijking van de zoekgebieden is onderscheid gemaakt tussen de scores op beoordelingscriteria die betrekking hebben op de kwaliteit van de opstelling en beoordelingscriteria die betrekking hebben op de impact op landschap. Dat is gedaan omdat de eerste categorie ook positief kan scoren en vooral over het ontwerp van de opstelling gaat. De kwaliteit van (het ontwerp van) de opstelling kan verbeterd worden zonder dat dit direct leidt tot een verminderde negatieve impact op landschap. De tweede categorie kan per definitie alleen neutraal tot zeer negatief scoren. 64

Het weergeven van het totale landschappelijke effect van de referentie-opstellingen per zoekgebied is niet zonder meer een kwestie van het optellen en aftrekken van plussen en minnen. Het gewicht van de verschillende criteria kan verschillend gewaardeerd worden. Dat is onder andere aan bevoegd gezag om te bepalen. Verder zijn onderlinge verschillen tussen criteria en opstellingen soms zeer gering. Om toch een eerste beeld te geven zijn in de tabellen op deze en volgende pagina de totaalscores weergegeven op beide onderdelen (kwaliteit opstelling en impact op landschap).

Referentie-opstelling 2

Voor de optellingen is elke + als 1 punt geteld en elke - als -1 punt, alle criteria ‘wegen’ in de tabellen nog even zwaar * Zoekgebied 2 en 6 overlappen deels, de genoemde aantallen kunnen alleen worden bereikt als één van beide gebieden wordt benut

Zoekgebieden per landschapstype

ZG 1

ZG 5

ZG 2

ZG 3

ZG 6

ZG 4

ZG 7

ZG 8

Theoretisch aantal turbines

1

2

4*

3

8*

1

3

2

Aansluiting landschappelijke structuur

0

-

--

0/+

+

0

0/+

-

Herkenbaarheid opstelling

+

0

--/-

+

+

0/+

++

0/+

Totaal kwaliteit opstelling

1

-1

- 3,5

1,5

2

0,5

2,5

0,5

Interferentie

-

-/0

--

--

--

-/0

-/0

-/0

Openheid

-

--/-

--

--

--

-

-/0

-/0

Zichtbaarheid

--

--

--

--

--

--/-

--

-

Totaal impact op landschap

-4

-4

-6

-6

-6

-3

-3

-3

Uit de beoordelingen valt op hoofdlijnen op te maken dat de referentie-opstellingen 1 gemiddeld wat minder negatief scoren op impact op landschap dan de referentie-opstellingen 2 en ook dat zij gemiddeld een iets grotere opstellingskwaliteit hebben. Het eerste heeft met name te maken met de kleinere dimensies van referentieturbine 1, het laatste heeft te maken met het grotere aantal turbines, waarmee over het algemeen meer regelmatige opstellingen zijn te maken. Kleinere turbines zijn namelijk over het algemeen flexibeler in hun plaatsingsmogelijkheden (qua ruimte). 65

Verder valt op dat de impact op landschap in de nu nog zeer lege zoekgebieden 2, 3 en 6 significant negatiever scoort dan die in de meer besloten gebieden 7 en 8 (en in mindere mate gebied 4). Zoekgebied 5 ligt in een landschappelijke zin gaaf deel van het rivierenlandschap, waardoor ook daar de negatieve impact op landschap zeer groot is, met name van opstelling 1. Bovendien houden de opstellingen daar geen rekening met de monumentale status van de Grebbelinie. De opstellingen met 1 turbine scoren het minst negatief op landschap, maar leveren ook minder energie op.

5. Conclusies en verbetermogelijkheden Eerste conclusies met betrekking tot landschap Vanuit harde belemmeringen beschouwd (zonder landschap) lijken er in alle gebieden samen in totaal 23 tot 34 windturbines mogelijk, afhankelijk van het referentietype. In grote lijnen geldt dat in veel onderzoeksgebieden kleinere turbines (type 1) een minder negatieve impact hebben dan grotere (type 2). Met name de negatieve impact op de openheid en de leegte van het Binnenveld is dusdanig groot dat beide teniet worden gedaan als er binnen gebied 2, 3 en/of 6 moderne windturbines worden gerealiseerd. Ook de stilte als belangrijke landschapskwaliteit en het ontbreken van verstedelijking komen onder grote druk te staan bij de realisatie windturbines aldaar. Deze zoekgebieden genieten om landschappelijke redenen dan ook niet de voorkeur. Dat geldt ook voor zoekgebied 5, dat nu nog een zeer ongerept karakter heeft en deels rijks-monumentaal beschermd is.

66

Het benutten van de zoekgebieden 7 en 8 voor windturbines heeft vanuit landschap beschouwd een minder negatieve impact dan men aanvankelijk zou denken. Gebied 8 scoort gunstiger dan gebied 7, met name door de grotere afstand tot gebieden waar relatief veel mensen wonen of verblijven of zich verplaatsen.

De turbine in zoekgebied 1 lijkt in landschappelijke zin nog best kansrijk te zijn. Daar is de impact op het landschap beperkter dan in de meeste andere gebieden en bestaat de mogelijkheid om een landmark voor Wageningen te realiseren. In veel mindere mate geldt dat laatste voor de turbine in gebied 4. Een combinatie van de beide zoekgebieden (1 en 4) ligt niet direct voor de hand; Eén landmark is een krachtiger element dan twee (dit is één van de ontwikkel-principes uit het Gebiedskatern Gelderse Vallei). Zoekgebied 1 heeft dan ook (landschappelijke gezien) de voorkeur boven gebied 4.

Zicht vanaf de Neder-Rijn op de havenarm van Wageningen, bron: Sebas van Helden

Verbetermogelijkheden In het Gebiedskatern Gelderse Vallei zijn ontwikkelprincipes voor duurzame energie (wind) opgenomen. De volgende principes kunnen helpen om de referentieopstellingen te verbeteren (selectie uit alle principes): • Bij de positionering heeft een lijnopstelling de voorkeur (dit leidt tot minder (interne) interferentie) • Verspreide opstellingen van windturbines zijn onwenselijk, evenals clustering van opstellingen midden in een open gebied (afzonderlijke opstellingen dicht bij elkaar lopen al snel ‘in elkaar over’ en in open gebieden zijn turbines zeer zichtbaar en is het effect op de openheid direct zeer negatief) • Koppeling aan autonome lijnen in het landschap (maak bij meerdere lijnen een keuze, zie voorbeeld hiernaast) • Gelijke turbines, gelijke onderlinge afstanden in de lijn (dit leidt waarneembaar tot (zeer) regelmatige opstellingen) • De onderlinge turbineafstand zo klein mogelijk houden (dit leidt tot grotere herkenbaarheid en grotere onderlinge samenhang) • Lichtvervuiling zoveel mogelijk beperken (dit leidt tot mindere zichtbaarheid (in nachtelijke situaties)) • Recreatieve verbindingen koppelen aan de toegankelijkheid van turbines 67

bron: open topo

Afhankelijk van welke opstellingen er in combinatie met overige (harde) belemmeringen overblijven kunnen deze principes met name bijdragen aan het vergroten van de opstellingskwaliteit en soms ook de negatieve impact op landschap helpen beperken. Dit te meer in open gebieden, waar de impact van windturbines op landschap over het algemeen groter is. In vervolgonderzoek kan voor één of meer onderzoeksgebieden gekeken worden naar verdere optimalisaties van opstellingen, om de negatieve impact op landschap zoveel mogelijk te beperken. Als voorbeeld is op de pagina hiervoor (blz. 66) de lijnopstelling met referentieturbine 1 in gebied 3 uitgelicht. De visualisaties op blz. 33 tonen aan dat er wat onregelmatigheden in die opstelling zitten. Door ze op exacte onderlinge afstanden en exact in één lijn te plaatsen, die bovendien parallel loopt met één van de hoogspanningslijnen, ontstaat een rustiger beeld in de directe omgeving van de opstelling. Een ander voorbeeld is referentie-opstelling 1 in zoekgebied 7. Het zo volledig mogelijk benutten van dit gebied voor turbines (zie bovenste kaart hiernaast) is niet de enige optie. Er kan ook worden ingezet op een kleinere, meer compacte opstelling (kaart onder), in dit geval een gelijkzijdige driehoek-opstelling, geënt op de paden- en lanenstructuur in dit deel van het bosgebied. 68

bron: open topo

Bij verdere uitwerking kunnen enkele van de aanbevelingen uit de studie ‘Windturbines in levend landschap’ worden meegenomen, waaronder het leveren van maatwerk, het voorkomen van schijnrelaties tussen windturbines en landschap, het versterken van het landschap in de nabijheid van turbines en het bij de verdere planvorming betrekken van alle waarnemers van het landschap. Het doel van deze effectbeoordeling is geweest inzichtelijk te maken welke landschappelijke effecten er op hoofdlijnen optreden, als vooraf vastgestelde voorbeeldopstellingen zouden worden gerealiseerd. Dat is per zoekgebied gedaan, nog niet per combinatie van zoekgebieden. Daarmee is al wel op hoofdlijnen een vergelijking van de zoekgebieden onderling gemaakt. De gehanteerde indeling c.q. begrenzing van de zoekgebieden is vooralsnog niet geënt op het onderliggende landschap, noch op de daarin duidelijk van elkaar verschillende deellandschappen. Bovendien liggen sommige zoekgebieden zo dicht bij elkaar in de buurt, dat er voor de waarnemer eerder sprake is van één groot zoekgebied. Het verdiend dan ook de aanbeveling deze indeling te heroverwegen.

69

Maar het beoordelen van bepaalde gebieden op hun geschiktheid voor de realisatie van moderne windturbines is niet alleen van landschap afhankelijk. Juist de samenhang met andere planaspecten maakt het noodzakelijk alle relevante planaspecten in hun onderlinge relatie mee te wegen bij die beoordeling. Daarbij moet ook de uiteindelijke productie van duurzame energie worden betrokken. Die productie levert onze samenleving iets (positiefs) op, maar kost ons uiteindelijk ook iets.

Colofon

Oog voor Schoonheid landschapsarchitectuur OVSL Wamberg 6 5258 SM Berlicum Projectnummer: Status: Datum:

2024-07 eindrapport, deze versie vervangt alle eerdere versies 3 april 2025

Bijlage: aanvullende visualisaties zoekgebieden 2, 3 en 6

Bijlage: aanvullende visualisaties zoekgebieden 2, 3 en 6

6

3

2 1

A

3

2 1

2

2

B

1

F

E 1

1 1

D

C

bron: PDOK

Aanvullende visualisaties referentieopstelling 1

A1: Zicht vanaf De Dijk, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

A2: Zicht vanaf De Dijk, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

A2: Zicht vanaf De Dijk, op zoekgebied 3

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

A2: Zicht vanaf De Dijk, op zoekgebied 6

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

A3: Zicht vanaf De Dijk, op zoekgebied 6

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

B1: Zicht vanaf de Cuneraweg, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

B2: Zicht vanaf de Cuneraweg, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

B2: Zicht vanaf de Cuneraweg, op zoekgebied 3

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

B2: Zicht vanaf de Cuneraweg, op zoekgebied 6

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

C1: Zicht vanaf de N225, bij de provinciegrens, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

C1: Zicht vanaf de N225, bij de provinciegrens, op zoekgebied 3

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

C1: Zicht vanaf de N225, bij de provinciegrens, op zoekgebied 6

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

D1: Zicht vanaf de N225, rand Nude, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

D1: Zicht vanaf de N225, rand Nude, op zoekgebied 3

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

D1: Zicht vanaf de N225, rand Nude, op zoekgebied 6

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

E1: Zicht vanaf de Nijlantsingel - Professor Slicher van Bathlaan, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

E1: Zicht vanaf de Nijlantsingel - Professor Slicher van Bathlaan, op zoekgebied 3

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

E1: Zicht vanaf de Nijlantsingel - Professor Slicher van Bathlaan, op zoekgebied 6

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

F1: Zicht vanaf de Rietveldlaan, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

F1: Zicht vanaf de Rietveldlaan, op zoekgebied 3

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

F1: Zicht vanaf de Rietveldlaan, op zoekgebied 6

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

F2: Zicht vanaf de Rietveldlaan, op zoekgebied 3

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

F2: Zicht vanaf de Rietveldlaan, op zoekgebied 6

Voorbeeldopstelling referentieturbine 1

Aanvullende visualisaties referentieopstelling 2

A1: Zicht vanaf De Dijk, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 2

A2: Zicht vanaf De Dijk, op zoekgebied 2

Voorbeeldopstelling referentieturbine 2

A2: Zicht vanaf De Dijk, op zoekgebied 3

Voorbeeldopstelling referentieturbine 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15455503/1