Bestuurlijke reactie rekenkamerrapport (toegevoegd op 6 november)
Tekst van het document
Bijlage 1: Bestuurlijke reactie op het rekenkamerrapport “Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rhenen in beeld”. Geachte rekenkamercommissie, Algemene indruk Het college heeft kennisgenomen van bovengenoemd rapport en herkent zich grotendeels in uw bevindingen en aanbevelingen. Hieronder zal het college reageren op de conclusies en aanbevelingen die de Rekenkamer doet. Algemene opmerkingen over uw bevindingen Duurzaamheid is een breed begrip, wat soms voor onduidelijkheid zorgt. Want wat hoort en nu wel en wat hoort er nu niet bij. Tot nu toe is in Rhenen veel aandacht gegaan naar de energietransitie; hoe kunnen we op een duurzame manier energie opwekken, met daarnaast een sterke focus op het besparen van energie. Bij de energietransitie ontstaan tegenstrijdigheden. Zon op dak, daar alleen redden we het niet mee. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt. We willen energieneutraal zijn, maar ook onze groene gemeente met veel landbouw en natuur behouden. Daarnaast willen we in dezelfde beschikbare ruimte ook meer woningen bouwen. In het rapport wordt terecht aangegeven dat de gemeente Rhenen voor een groot deel landelijk klimaatbeleid volgt. Het gemeentelijk beleid is verdeeld over een aantal pijlers, elk met eigen werkzaamheden. De routekaart uit 2019 is vooral gericht op de energietransitie.
In de raadcommissie van 17 april 2024 is de raad gevraagd of er een wens is om een breder duurzaamheidsbeleid op te stellen. De raad heeft hierbij aangeven voor een integraal duurzaamheidsbeleid te zijn. Met daarbij de kanttekening hierbij wel prioriteiten te stellen en beslispunten voor de raad per onderwerp aan te bieden. Reactie op de acht conclusies Conclusie 1: hoge ambitie, maar weinig stuurmogelijkheid De gemeente kan veel willen, maar vaak is slechts beïnvloeding van burgers en bedrijven mogelijk. Het opleggen van maatregelen is maar beperkt mogelijk. De gemeente kan wel faciliteren met subsidies (op bijvoorbeeld zonnepanelen) en leningen (bijvoorbeeld de lening ‘duurzaam wonen’), via adviezen (via het energieloket en energiecoaches) en het aanbieden van bijvoorbeeld gratis scans op het gebied van warmte en via het al dan niet afgeven van vergunningen. Maar het afdwingen tot duurzaam handelen is nauwelijks mogelijk. Daarvoor ontbreekt een echte stuurmogelijkheid; het blijft bij het aanbrengen van omstandigheden waaronder burgers en bedrijven tot een duurzaam gedrag moeten worden verleid. De gemeente is op het gebied van duurzaamheid maar zelden de procesregisseur en ze ontbeert de middelen (menskracht, doorzettingskracht en budget) om de grote transities tot stand te brengen.
Dit betekent ook dat de gemeente terughoudend zou moeten zijn in haar ambities en doelen stelt die wél in haar vermogen liggen. Bestuurlijke reactie Terechte conclusie, waarin de beperkingen goed staan verwoord. Dit is natuurlijk niet alleen zo voor de gemeente Rhenen. De sturingsmogelijkheden zijn landelijk beperkt door regelgeving. De gemeente heeft vooral een faciliterende rol in de energietransitie en probeert die rol zo goed mogelijk uit te voeren door hulp, informatie, advies en de lening Duurzaam Wonen. Conclusie 2: gemis aan een goed overzicht Het thema duurzaamheid wordt als een programma-overstijgend thema behandeld binnen de P&Cdocumenten. Er wordt gesuggereerd dat er relaties en verbindingen tussen en binnen de pijlers zijn aangebracht.
Wij hebben vooral veel losse subthema’s (pijlers, takken, maatregelen) gezien, waarvan de samenhang niet duidelijk is of die er mogelijkerwijs niet is. De informatie en aansturing over duurzaamheidsaspecten is versnipperd over allerlei thema’s en programmaonderdelen. De wijze van financiering en van de financiële verantwoording over deze taken maken het geheel nog minder overzichtelijk. Bijvoorbeeld wanneer er (tijdelijke) nieuwe taken bijkomen op het gebied van duurzaamheid, al dan niet met een budget. Deze taken worden bij diverse afdelingen ondergebracht. En soms met een verschillende verplichte manier van registratie (bijvoorbeeld als balanspost of rechtstreeks in de exploitatie). Daardoor ontbreekt het overzicht, laat staan een inzicht in de samenhang tussen de verschillende onderdelen/pijlers/maatregelen en financiering. En daardoor kan men ook niet controleren of de middelen effectief en efficiënt worden ingezet. Deze versnippering heeft ook invloed gehad op dit onderzoek. Er is getracht de beschikbare informatie over het thema Duurzaamheid binnen de gemeente Rhenen zo goed mogelijk te achterhalen. Maar gezien de versnippering en het ontbreken van een goede archivering op dit gebied kan dit onderzoek zeker niet volledig zijn. Dit betekent ook dat de gemeente zelf geen volledig overzicht kan hebben, mede door gemis aan een integraal beleidskader over duurzaamheid.
Bestuurlijke reactie Vanwege verschillende budgetten, verschillende bijdragen en subsidies met verschillende voorwaarden van de Rijksoverheid is het financiële overzicht complex. Op dit moment wordt gewerkt aan een duidelijk overzicht. Het gemis aan een integraal beleidskader voor duurzaamheid wordt bestuurlijk gedeeld. Vandaar dat in de raadscommissie op 17 april de vraag voor een breder duurzaamheidsbeleid is voorgelegd. Conclusie 3: hoge ambitie, weinig controlemogelijkheid De gemeente heeft hoge duurzaamheidsambities, en op het gebied van energie-neutraliteit zelfs hoger dan landelijk. Ook bij het convenant Toekomstbestendig Wonen is de ambitie ‘goud’. Als reden voor die hoge ambities wordt aangegeven dat het bestuur op deze manier het hoogst haalbare wil stimuleren. Helaas gaan de ambities niet gepaard met concrete doelen, (recente) nulmetingen, (ingevulde) indicatoren of (recente) monitoring. Daardoor zijn de ambities moeilijk te sturen, te volgen, laat staan te controleren. Daar hapert het dan ook. Deze omissie komt ook doordat monitoring van duurzaamheid problematisch is. Redenen daarvoor zijn: - Duurzaamheid is een container-/complex begrip, er hangen veel andere begrippen mee samen als energieneutraliteit, circulariteit, het zorgvuldig omgaan met de natuur en klimaatbestendigheid.
- Duurzaamheid is een aspect van andere thema’s zoals mobiliteit, vastgoed, ruimtelijke ordening is; het reist als het ware mee met de uitvoering van andere thema’s. Dit uit zich ook in de hiermee samenhangende budgetten, die over verschillende beleidsterreinen versnipperd zijn. - Het verkrijgen van betrouwbare gegevens is vaak duur. Een voorbeeld: voor het ophalen van gegevens over de hoeveelheid zonnepanelen op Rhenense daken zou je met een camera op een drone luchtfoto’s kunnen maken. Voor monitoring zal dit regelmatig moeten gebeuren, en dat kost iedere keer geld. En dan nog is het slechts een schatting: onbekend blijft welke zonnepanelen aangesloten zijn, welke er misschien kapot zijn en hoeveel energie de panelen opwekken. - Het verkrijgen van gegevens kan niet altijd: de AVG stelt hieraan beperkingen, want men mag burgers niet zomaar verplichten om gegevens te verstrekken of ze bijvoorbeeld nog aardgas gebruiken. - Het verkrijgen van recente gegevens is nog moeilijker: vaak is de gemeente afhankelijk van het opleveren van cijfers door de gegevensleverancier, zoals een netbeheerder voor het energieverbruik en de energie-opwek. - Het raadsinformatiesysteem is niet erg toegankelijk/klantvriendelijk om stukken te zoeken. Het heeft heel veel tijd gekost om bijvoorbeeld het aantal keren te achterhalen dat de raad betrokken/geïnformeerd is bij duurzaamheidsvraagstukken.
Dat ligt natuurlijk ook aan het parapluwoord Duurzaamheid. Maar er is ook geen dossier ‘duurzaamheid’ , terwijl dat wel voor de
hand zou liggen. Dus, als er maar weinig gemonitord kan worden, kan er ook maar weinig gecontroleerd worden. Bestuurlijke reactie Monitoring heeft ondertussen plaatsgevonden. In de rapportage met de stand van zaken Routekaart Energietransitie 2019 zijn veel gegevens beschikbaar die een beeld geven waar we als gemeente nu staan. Monitoring op basis van landelijke gegevens (bijvoorbeeld klimaatmonitor) blijft lastig, vanwege de minimaal 2 jaar vertraging waarmee deze gegevens beschikbaar komen. Conclusie 4: duurzaamheid vast item bij raadsvoorstel, maar niet altijd als ondersteuning In ieder raadsvoorstel staat een paragraaf ‘duurzaamheid’. Niet altijd wordt deze paragraaf van toepassing geacht, of wordt duurzaamheid als een ondersteunend argument gezien. Voorbeeld: “ Het beleidskader sport- en beweegaccommodaties is gericht op duurzaam ruimtegebruik. Hiermee worden kansen benut voor duurzaamheid en energiebesparing.” Een meer concrete uitwerking had wellicht meer geprikkeld tot een duurzaam vastgoedbeheer van deze accommodaties Bestuurlijke reactie De opname van de paragraaf duurzaamheid in de college- en raadsvoorstellen zorgt voor bewustzijn om duurzaamheid te bevorderen.
Conclusie 5: hoge ambitie maar beperkingen door de raad In het bestuursprogramma van de gemeente staan hoge ambities, maar de geboden mogelijkheden en de opgelegde beperkingen door de raad maken het moeilijk om deze ambities te halen. Voorbeeld: het beleidskader zon-op-land moet worden omgevormd naar een beleidskader energieop-land. Dit omdat de raad heeft uitgesloten om zonnevelden aan te leggen in het gehele Binnenveld ten Noorden van de N223. Ook plaatsing van windmolens is omstreden. De conclusie uit een de ‘ Evaluatie beleidskader zon-op-land’ (mei 2023) is dan ook “dat met het huidige beleid de doelstelling van 100% energieneutraal in 2040 onhaalbaar is. Daarnaast leiden ingewikkelde formuleringen en tegenstrijdige eisen ertoe dat de ontwikkeling van zonne-energie in de gemeente Rhenen een ineffectief proces is geworden. Ook ontbreekt er een instrument/mechanisme voor het stimuleren van zon op (grote) daken waarmee we de echte stappen te zetten richting de RESdoelstelling van 2030.“ De raad heeft – ondanks deze beperkingen - de ambitie voor energieneutraliteit in 2040 niet bijgesteld. De vraag is welke waarde gehecht wordt aan de hoge ambitie. Bestuurlijke reactie Vanwege netcongestie is het momenteel moeilijk om grote installaties voor zon op grote daken te realiseren. Landelijk, regionaal en lokaal wordt hiervoor naar oplossingen gezocht.
Bij een drietal eerdere projecten zon op bedrijfsdaken (met advies, ontzorgen en hulp bij subsidieaanvragen) zijn op diverse bedrijven en scholen zonne-installaties gerealiseerd. Een vierde ronde van dit project is vanwege de netcongestie ‘on-hold’ komen te staan. Dit jaar wordt een nieuwe routekaart en een nieuw beleidskader duurzame opwek opgesteld. Conclusie 6: veel acties en maatregelen, maar versnipperd budget Vrijwel alle afdelingen hebben direct of indirect met het thema duurzaamheid te maken; ook de budgetten voor duurzaamheidsmaatregelen zijn over verschillende afdelingen verspreid. Door die versnippering is het onduidelijk of de maatregelen en financiële bronnen samen voldoende zijn om de duurzaamheidsambitie te realiseren. Want zet je nu vooral in op het planten van extra bomen, het afkoppelen van het regenwater van de riolering, het aanschaffen van elektrische auto’s, het verduurzamen van gebouwen, het voorzien van de openbare verlichting met ledlampen, het wippen
van tegels, het aanbieden van isolatievouchers of het redden van mensen uit de energie-armoede? En zoals ook in een eerdere conclusie gezegd: daarbij moeten de verschillende financiële bronnen verschillend geregistreerd worden: CDOKE-gelden moeten op de balans (samen met de Europese subsidies) vermeld staan, algemene middelen voor warmtetransitie als algemene reservepost, en soms zijn het investeringen met afschrijvingen of zijn het exploitatiekosten. Dat alles maakt een overzicht over de beschikbare middelen voor duurzaamheid niet alleen lastig, maar kan er ook toe leiden dat de middelen niet efficiënt worden ingezet. Bestuurlijke reactie Wij ondersteunen deze conclusie. Zoals ook bij conclusie 2 is opgemerkt zijn we bezig om beter inzicht te krijgen in de financiële middelen. Zowel de gemeentelijke als de middelen die door de Rijksoverheid beschikbaar zijn gesteld. Conclusie 7: veel geplande activiteiten, te weinig uitvoeringscapaciteit Een aantal plannen zijn tot nu toe (eind 2023) vooruitgeschoven, in afwachting van de invulling van vacatures, zoals voor de ontwikkeling van het beleidsplan ‘circulariteit’. Door rijkssubsidie (o.a. CDOKE-gelden) is het voor drie jaar mogelijk extra medewerkers aan te trekken om zaken uit te voeren. Dit is geld voor tijdelijk personeel.
Als die subsidies er niet meer zijn, is het afwachten of er daarna nog financiën zijn voor uitvoerend personeel. De vraag is of de gemeente in zijn personeelsplanning rekening houdt met de structurele personeelscapaciteit die nodig is om bijvoorbeeld de klimaatrisico’s te beperken en de nieuwe opgelegde taken en procedures in het kader van duurzaamheid uit te voeren. Bestuurlijke reactie Per medio april zijn de vacatures bij het team duurzaam en klimaat met vaste formatie ingevuld. Daarmee hebben we een flinke groei in capaciteit bereikt. Daarnaast staat nog een vacature open voor een medewerker communicatie duurzaamheid (team communicatie) en een vacature duurzame mobiliteit (team aantrekkelijk Rhenen). Voor deze extra capaciteit worden de CDOKE gelden gebruikt. Deze zijn ook bedoeld voor de uitbreiding van capaciteit en inhuur expertise voor de uitvoer van het landelijk klimaatbeleid. Tot nu toe zijn deze gelden toegezegd voor een periode van 3 jaar. Wel is de toezegging gedaan dit uit te willen breiden naar 10 jaar (dit is afhankelijk van de landelijk politiek). Conclusie 8: veel samenwerking met en steun vanuit samenwerkingsverbanden Als relatief kleine gemeente kan Rhenen (nog) niet de kennis en capaciteit in huis hebben op het gebied van een aantal duurzaamheidsonderwerpen.
Zij is voor analyses van de bestaande situatie, van mogelijke maatregelen, én voor het implementeren ervan aangewezen op samenwerking met andere (vaak bovenlokale) partijen. Hiervan maakt de gemeente dan ook goed gebruik. Veelal zijn de bovenlokale verbanden richtinggevend voor het lokale beleid van de gemeente. Deze partijen hanteren eveneens een hoge ambitie op het gebied van energietransitie. Bestuurlijke reactie Naast samenwerking met provincie, Regio Foodvalley en andere stakeholders zijn we sinds begin dit jaar ook aangesloten bij het Energie Diensten Centrum van de provincie Utrecht. Deze samenwerking is vooral gericht op energiebesparing bij de verschillende doelgroepen. Reactie op de aanbevelingen 1. Geef het college opdracht om de gestelde ambities en doelen in het kader van duurzaamheid bij te stellen, waarbij de volgende keuzes aan de orde zijn: a.
Laat de ambities en doelen aansluiten bij het instrumentarium, de bevoegdheden, budget en beschikbare menskracht van de gemeente.
b.
Als doelen onhaalbaar blijken voor de beschikbare capaciteit (mensen/tijd/budget), stel als raad dan óf de capaciteit óf de doelen bij.
Bestuurlijke reactie a en b Wij willen graag met de gemeenteraad in overleg over het aansluiten van het beleid en de ambities. c.
Laat het college een keuze maken tussen óf het opknippen van de ‘duurzaamheidsboom’ met inzet op de prioriteiten in het belang van de inwoners óf het opzetten van een volwaardig duurzaamheidsprogramma
Bestuurlijke reactie Op 17 maart is de consulterende vraag aan de raad gesteld of we het duurzaamheidsbeleid willen verbreden. Met een brede routekaart duurzaamheid wordt inzichtelijk wat wij als gemeente onder het thema duurzaamheid verstaan. Aan de routekaart zal een uitvoeringsprogramma worden gekoppeld, waarin prioriteiten worden gesteld. 2. Zet tijdelijk extra budget en menskracht in om een betere archivering en vindbaarheid van raadsdocumenten in het raadsinformatiesysteem te realiseren. Bestuurlijke reactie Op dit moment wordt gezocht naar mogelijkheden ter verbetering.