Bestuurlijk voorstel PPN 2022 en addendum PPN 2022
Tekst van het document
Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp
: : : : : : :
10 juni 2021 Tosca Benschop 881994 drs. J.G. Boerkamp Gemeenteraad Rhenen Openbaar Perspectiefnota 2022
Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1. Kennis te nemen van de perspectiefnota 2022 – 2025 2. Kennis te nemen van de meerjarige ontwikkeling van de financiële positie (addendum) 3. De beleidsvoornemens met een wettelijk/onvermijdelijk karakter en de beleidsvoornemens die samenhangen met het herstelplan corona te verwerken in de (meerjaren)begroting 2022-2025; 4. De overige beleidsvoornemens die door het college als meest wenselijk zijn aangewezen uit te werken in de (meerjaren)begroting 2022 – 2025, mits daar dekking voor beschikbaar is; 5. De definitieve afweging van de overige beleidsvoornemens te betrekken bij de (meerjaren)begroting 2022 – 2025; 6. Vaststellen van de uitgangspunten voor het opstellen van de (meerjaren)begroting 20222025 (pag. 21 t/m 23 punten a t/m h) Aanleiding / voorgeschiedenis In de perspectiefnota 2022 en het addendum informeert het college u over de beleidsvoornemens en over de meerjarige ontwikkeling van de financiële positie. Het beleid en de financiën zijn opgenomen in twee afzonderlijke documenten. De documenten gaan niet gelijktijdig het bestuurlijk proces in, zodat de meest relevante informatie uit de meicirculaire kan worden meegenomen. Beide documenten vormen een richtinggevend stuk voor het opstellen van de (meerjaren)begroting 2022 - 2025.
Perspectiefnota 2022 In de perspectiefnota zijn de beleidsvoornemens opgenomen die bijdragen aan het realiseren van de politiek/bestuurlijke ambities. Hierbij is voortgeborduurd op de plannen uit de perspectiefnota 2021. Door de verkiezingen in 2022 wil het college een beleidsarme (meerjaren)begroting 2022-2025 opstellen die structureel en reëel sluitend is. Dit betekent dat het college de wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens, vanwege hun aard, heeft opgenomen in het financieel perspectief. Het college wil ook een extra impuls geven aan het economisch herstel na corona. Daarom zet het college in op de uitvoering van de economische agenda en recreatie en toerisme (incl. de Vuelta). Deze beleidsvoornemens zijn gedekt door het inzetten van de reserve collegeprogramma en de hogere inkomsten toeristenbelasting. Tenslotte zijn er beleidsvoornemens die op het snijvlak liggen van de uitvoering van het vastgestelde bestaand beleid (categorie 3) en de bestuurlijke opgaven uit het bestuursprogramma. Hiervoor zijn geen dekkingsmiddelen beschikbaar. Voorbeelden zijn de formatieuitbreiding van 3,8 fte in de fysieke ruimte, beleidsmedewerker accommodatiebeleid, de woningbouwopgave en de energietransitie. Afhankelijk van de ontwikkeling van de financiële positie ontvangt u bij de begroting 2022 – 2025 een definitief voorstel voor de invulling van deze beleidsvoornemens.
1
Addendum De financiële positie van de gemeente Rhenen staat net zoals bij andere gemeenten al jaren onder druk. Vooral door de financiële crisis en de nieuwe taken bij het sociaal domein. Daarnaast zijn er nog veel onzekerheden zoals de structurele gevolgen van de coronapandemie, omgevingswet (incl. de WKB) en de herijking van het gemeentefonds. Deze baren naar de toekomst toe nog steeds de nodige zorgen. Sociaal domein Op het gebied van het Sociaal Domein lijkt een doorbraak te zijn gerealiseerd. De arbitragecommissie jeugdzorg heeft geoordeeld dat het Rijk de gemeente onvoldoende middelen heeft gegeven om de Jeugdwet uit te voeren. Op 3 juni 2021 is bekend gemaakt dat het kabinet € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor 2022. Hiertegenover staat dat gemeenten maatregelen moeten uitvoeren waarmee in 2022 € 214 miljoen wordt bespaard op de uitgaven voor jeugdzorg. Een nieuw kabinet zal beslissen over extra middelen vanaf 2023. Er is nog veel onduidelijk over de voorwaarden waaronder het Rijk de middelen zal toekennen. De hiervoor genoemde middelen zijn daarom nog niet meegenomen in het financieel perspectief. Herijking In februari 2021 zijn de eerste voorlopige uitkomsten van de herijking gemeentefonds bekend gemaakt.
De gevolgen van de herijking behoorde de afgelopen jaren tot een van de grootste onzekerheden voor de gemeente. De eerste uitkomsten laten zien dat Rhenen bij de voordeelgemeenten hoort. Het voordeel bedraagt € 14 per inwoner. Op termijn resulteert dit in een voordelig effect van in totaal € 280.000. De herijking zal nog worden aangepast. De uitkomsten zijn namelijk gebaseerd op de verdeling in 2017. Bij de voorlopige uitkomsten van de herijking zijn kritische geluiden afgegeven aan de Minister door bijvoorbeeld de Raad Openbaar Bestuur. Ook voor de herijking geldt dat de besluitvorming over het invoeren van de nieuwe verdeling (herijking) van het gemeentefonds heeft doorgeschoven naar een volgend kabinet. In het financieel perspectief is 50% van het voorlopige voordeel meegenomen. Hierbij is rekening gehouden met een overgangsregeling van 3 jaar. In 2024 is een voordeel ingeboekt van € 35.000 en in 2025 van € 70.000. Dat is een jaar later dan de vermoedelijke datum van de inwerkingtreding. Financieel perspectief addendum perspectiefnota In financieel perspectief is voor de jaren 2022 en 2025 sprake van een begrotingstekort. In onderstaande tabel treft u het verloop van de resultaten 2022 – 2025 aan, waarbij het startpunt wordt gevormd door de vastgestelde primitieve (meerjaren)begroting 2021 – 2024. Begrotingsresultaten 1.
Begrotingsresultaten primitieve begroting 2021 - 2024 2. Begrotingswijzigingen na vaststelling primitieve begroting 3. Vertrekpunt perspectiefnota 2022 4. Bijstellingen budgetten in perspectiefnota 2022* 5. Begrotingsresultaten 2022 - 2025
2022 101.500 V 72.000 N 29.500 V 77.500 N 48.000 N
2023 419.500 V 310.000 N 109.500 V 321.000 N 211.500 N
2024 24.500 V 9.000 N 15.500 V 165.000 N 149.500 N
2025 24.500 V 10.500 N 14.000 V 165.000 N 151.000 N
* In deze bedragen zijn ook de wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens uit de perspectiefnota 2022 meegenomen. Dit geldt ook voor de uitkomsten van de meicirculaire 2021. In het financieel perspectief zijn de uitkomsten van de arbitrage jeugdzorg niet in het financieel perspectief verwerkt.
Toezicht provincie Om in aanmerking te komen voor het gewenste repressief toezicht van de provincie dient de begroting in ieder geval reëel en structureel sluitend te zijn. De provincie toetst dit uitgangspunt op basis van het 1e jaar. Vertoont dat jaar een tekort dan wordt het laatste jaar hierop beoordeeld. Als de nieuwe (meerjaren)begroting het 1e jaar weer een tekort vertoont, dan dienen de laatste 2 jaar reëel en structureel sluitend te zijn. In de (meerjaren)begroting 2021-2024 vertoonde het 1e jaar een tekort. Dit betekent dat in de (meerjaren)begroting 2022 – 2025 het jaar 2022 of de jaren 2024 en 2025 reëel en structureel sluitend moeten zijn. Met andere woorden het structureel resultaat dient een positief saldo te vertonen. Uit onderstaande tabel blijkt dat hiervan in het huidige perspectief geen sprake is.
2
Resultaten 2022 - 2025 na meicirculaire Incidenteel resultaat Structureel resultaat Resultaten 2022 - 2025 na meicirculaire
2022 109.000 V 157.000 N 48.000 N
2023 105.000 V 316.500 N 211.500 N
2024 20.500 V 170.000 N 149.500 N
2025 20.500 V 171.500 N 151.000 N
Op basis van de gepresenteerde resultaten 2022-2025 ligt er een forse opgave bij het college om een reëel en structureel sluitende begroting te realiseren. Een bepalende factor hierbij is de wijze waarop gemeenten mogen omgaan bij de uitkomsten van de arbitragezaak jeugd. De eerste signalen van de provincie wijzen erop dat de gemeenten de toezegde € 1,3 miljard voor jeugd in 2022 als een structurele financiële bate mogen aanmerken. Op basis daarvan zou het jaar 2022 een structureel en reëel sluitend zijn. Voor de verwerking van extra middelen in 2023 en verder vindt op dit moment (landelijke) overleg plaats, tussen de provincies, BZK, VNG en IPO. Een belangrijk aandachtspunt zijn de randvoorwaarden die het Rijk zou kunnen stellen aan de besteding van de extra middelen jeugdhulp. Als het bedrag volledig moet worden ingezet voor de jeugdzorg dan verbetert het financieel perspectief van de gemeente niet, en vermindert de druk op de financiële positie ook niet. Op dat moment ligt er voor het college een uitdaging om een structureel en reëel sluitende (meerjaren)begroting 2022-2025 te realiseren.
Kaders a. Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet b. Bestuursprogramma c. Overig vastgesteld beleid Beoogd effect Informeren over de beleidsvoornemens in de periode 2022 – 2025. Inzicht krijgen in de plannen, die het college als “meest wenselijk” heeft aanmerkt om uit te voeren. Inzicht geven in de ontwikkeling van het meerjarig financieel perspectief. Argumenten 1.1.Hiermee informeert het college de raad over alle beleidsvoornemens De beleidsvoornemens zijn onderverdeeld in 3 categorieën: wettelijk/onvermijdelijk, bestuursprogramma en overig beleid en bedrijfsvoering. 2.1 De ontwikkeling van de financiële positie bepaalt voor een deel welke mogelijkheden er zijn om de bestuurlijke ambities te realiseren. 3.1.Vanwege de aard van de wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens dienen deze te worden opgenomen in de (meerjaren)begroting 2022-2025. Voor de beleidsvoornemens die samenhangen met het herstelplan corona zijn dekkingsmiddelen beschikbaar. Volgens het gemeentelijk beleid en voor het toezicht van de provincie dienen in de komende (meerjaren)begroting het 1e jaar of anders de twee laatste jaren reëel en structureel sluitend te zijn. 4./5.De verwachting is dat in de loop van het jaar meer inzicht is in de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente.
Op het moment dat het financiële beeld voor de jaren 2022 – 2025 het toelaat zullen ook de overige beleidsvoornemens worden meegenomen in de (meerjaren) begroting. In dat kader is de wijze waarop gemeenten mogen omgaan met de uitkomsten van de arbitragezaak jeugd relevant. Als bij de uitwerking van de (meerjaren)begroting de financiële ruimte er niet of onvoldoende is, dan zal de optie oud voor nieuw worden verkend. Een definitief voorstel voor de afweging van de overige beleidsvoornemens, volgt bij de (meerjaren)begroting 2022-2025. 6.1 Op basis van artikel 4 lid 1 en 2 van de financiële beheersverordening (verordening 212) reikt het college bij de perspectiefnota de kaders aan voor het opstellen van de (meerjaren)begroting 2022 – 2025. Het expliciet door de raad laten vaststellen van de uitgangspunten (pag. 21 t/m 23 punten a t/m h) 3
zorgt dat het college een kader heeft voor het opstellen van de (meerjaren)begroting 2022-2025. Uitzondering op het vaststellen van de uitgangspunten is de rente die gehanteerd wordt op de grondexploitaties. De voorschriften hiervoor liggen vast in financiële wet en regelgeving. Risico’s 3.1 en 4.1 Is er wel voldoende capaciteit beschikbaar De personele capaciteit is vooral afgestemd op de going concern taken. Dit betekent dat voor de uitvoering van extra beleidsvoornemens, afhankelijk van de aard en de omvang al snel meer personele capaciteit nodig zal zijn. Een andere mogelijkheid is taken tijdelijk stop zetten. Financiële gevolgen De financiële gevolgen van de beleidsvoornemens met een wettelijk/onvermijdelijk karakter zijn financieel vertaald in het onderdeel financiële positie van het addendum. Personele gevolgen De uitvoering van extra beleidsvoornemens kan zonder dat de formatie wordt uitgebreid gevolgen hebben voor de snelheid waarmee die plannen worden uitgevoerd. Duurzaamheid Niet van toepassing Participatie Niet van toepassing Communicatie Niet van toepassing Vervolgprocedure Na behandeling van de Perspectiefnota 2022 en het addendum op de perspectiefnota in het college worden de stukken doorgestuurd naar de raadsleden en fractievolgers.
De verdere behandeling ervan vindt als volgt plaats: 22 juni : Technische behandeling 28 juni : Commissie Bestuur en Financiën 06 juli : Raadsvergadering Bijlagen: Bijlage 1: Perspectiefnota 2022 Bijlage 2: Addendum bij perspectiefnota (bij 2e behandeling) Bijlage 3: Raadsbesluit
4