Beantwoording tv gemeentelijke adviescommissie PCR RvdH
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen
Onderwerp: verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Commissie: ruimte en economie Datum: 20-9-2021 Fractie: PCR Vragen
Antwoorden
1. Uit het verslag van de monumentencommissie blijkt dat zij niet of nauwelijks bij de vormgeving van de nieuwe adviescommissie betrokken zijn. Kennelijk hebben zij de nieuwe verordening ook niet voor advies gekregen. Hoe is het overleg met de monumentencommissie verlopen en wat is nu hun uiteindelijke advies. Is het wellicht wenselijk om alles nog eens aan hun voor te leggen en dan pas een besluit in de raad te nemen. Er is immers geen haast bij deze verordening.
Het klopt dat de keuze om met de invoering van de Omgevingswet over te stappen naar één adviescommissie waarin de welstandsen monumentencommissie worden gecombineerd, buiten de monumentencommissie om is genomen. De termijnen die in de Omgevingswet worden gehanteerd maken dat het onmogelijk is om de huidige werkwijze te continueren. Onze inschatting is dat zowel de ambtelijke organisatie als de monumentencommissie niet de organisatiekracht hebben om de vergaderfrequentie te halen die Omgevingswet verlangt. Daarom is in een vroeg stadium besloten om de optie waarin sprake is in één commissie verder uit te werken. Dit is op 8 april 2021 besproken met de huidige monumentencommissie. Daarbij zijn geen bezwaren geuit. De commissie zal bij de verdere uitwerking, en dan met name de invulling van de rol van de burgerleden, worden betrokken.
2. Waarom hoeft het college geen verplicht advies aan de commissie te vragen vwb artikel 2 lid 2c. Het betreft hier toch zaken met betrekking tot cultureel erfgoed.
Hier is aansluiting gezocht bij de adviesplicht zoals die is opgenomen in de nu geldende Erfgoedverordening. Dit is in lijn met de beleidsneutrale overgang naar de Omgevingswet die we nastreven.
3. Artikel 4 : is de voorzitter van de commissie onafhankelijk of in dienst van Mooi Sticht.
De voorzitter van de commissie is in dienst van MooiSticht.
4. Artikel 4 en artikel 8: maakt de secretaris nu wel of geen onderdeel uit van de commissie en telt hij/zij als een van de drie leden als bedoeld in artikel 8 lid 3. Het lijkt mij vreemd dat de secretaris van de commissie onderdeel uitmaakt van de besluitvorming.
De secretaris maakt onderdeel uit van de commissie. De rol wijkt daarmee af van de rol van de ambtelijk secretaris zoals we die nu kennen.
5 Moet in de verordening niet worden opgenomen dat de commissie in Rhenen dient te vergaderen.
Dit is niet verplicht. Het lijkt ons ook niet wenselijk om dergelijke gedetailleerde afspraken vast te leggen in de verordening. Dit is ook in de huidige situatie niet het geval.
6. Hoe wordt geborgd dat de leden van de commissie kennis hebben van en bekend zijn met de situatie en omstandigheden van Rhenen en de bijzondere kwaliteiten die in Rhenen aanwezig zijn.
Dit kan door het benoemen van burgerleden. De mogelijkheid hiervoor is opgenomen in artikel 4, lid 3.