CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vraag PCR - Voorstel aanpassen regels bijbehorende bouwwerken

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd - naast 215.541 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21) Gemeente: Rhenen

Opdrachtgever: Van Swaay Projectontwikkeling

Organisatie

Telefoon

Documentnummer

Lievense Milieu BV

+31 (0)88 910 20 00

SLM011802

Adres

Datum

Versie

Geatano Martinolaan 50

6 november 2020

NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01

6229 GS Maastricht

Colofon Rapporthistorie Voorontwerp n.v.t Ontwerp 18 december 2020 Vastgesteld .. ..... 2020 Onherroepelijk .. ..... 2020 Contactgegevens R. Bouman +31 6 22835288 rbouman@lievense.com

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SLM011802

NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01

ontwerp

Opgesteld door

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

18 december 2020

Geverifieerd door

Functie

Datum

Paraaf

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

3/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

2 Inleidende regels

5

Artikel 1

Begrippen

5

Artikel 2

Wijze van meten

9

Bestemmingsregels

10

Artikel 3

Agrarisch

10

Artikel 4

Groen

12

Artikel 5

Wonen

13

Artikel 6

Waarde - Archeologie

15

Algemene regels

18

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

18

Artikel 8

Algemene bouwregels

19

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

20

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

21

Artikel 11

Algemene procedureregels

22

Overgangs- en slotregels

23

Artikel 12

Overgangsrecht

23

Artikel 13

Slotregel

24

4/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21) met identificatienummer NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 van de gemeente Rhenen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtergevel: gevel aan de achterkant van een gebouw; 1.6 afwijking van de bouwregels en/of gebruiksregels: een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.7 ambulante handel: de verkoop en het te koop aanbieden, alsmede de uitstalling daarvan, van waren aan consumenten buiten vestigingen.

Onder ambulante handel wordt mede verstaan (week)markten, standplaatsen buiten de markten en het venten; 1.8 archeologisch deskundige: door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.9 archeologisch onderzoek: onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 Monumentenwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bed and breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed and breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.12 bedrijf aan huis: het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke – geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsactiviteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie;

5/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

1.13 beroep aan huis: de uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, alsmede een beroep op het terrein van persoonlijke verzorging, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt; 1.14 bestaand: 1. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; 2. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van

de begane grond en met uitsluiting van kelder en zolder; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.25 bouwwerk, geen gebouw zijnde: bouwwerk, geen gebouw en overkapping zijnde; 1.26 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en aan de verkoop verbonden reparatie; onder detailhandel wordt ook gerekend verkoop via internet waarbij de goederen ter plaatse worden opgeslagen;

6/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

1.27 extensief recreatief medegebruik: vorm van recreatief gebruik ondergeschikt aan de bestemming, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals fiets-, voet-, en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeerplaatsen, speelweiden, watersport en naar aard, omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 1.28 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.30 huishouden: de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: 1. een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, daaronder begrepen een woongroep van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking; 2. de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 personen die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning; 1.31 inrichtingsplan: de landschappelijke inpassingsschets zoals opgenomen in Bijlage 2.

1.32 inwoning: twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meer voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn; 1.33 kelder: een gedeelte van een gebouw, dat is gelegen beneden peil; 1.34 mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.35 nadere eis: een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.36 omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.37 omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.38 opslag: het opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen, niet zijnde puin, afvalstoffen en aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, vaar-, vlieg- en voertuigen, dan wel onderdelen daarvan; 1.39 overkapping: een bijbehorend bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en

met maximaal één wand is omgeven;

7/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

1.40 parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen waarbij wat betreft het aantal parkeerplaatsen voldaan moet worden aan het Paraplubestemmingsplan "Parkeren" d.d. 6 maart 2018, dan wel de opvolger(s) daarvan; 1.41 parkeerbeleidsplan: De Beleidsnota 'parkeernormen en parkeerfonds’ zoals vastgesteld op 14 april 2011, of een daarop volgend beleidsdocument; 1.42 peil: 1. Voor het hoofdgebouw: = 15,2 m + NAP = bouwkundig peil; 2. Voor bijgebouwen en bouwwerk geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatste van het gebouw of bouwwerk. 1.43 recreatief medegebruik: een recreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming; 1.44 seksinrichting: een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin handelingen en/of voorstellingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard.

Hieronder worden mede begrepen een seksbioscoop, -theater, -automatenhal en -winkel; 1.45 tijdelijke woonunit: een mantelzorgwoning in de vorm van een tijdelijk op een perceel aanwezige unit die hetzij geheel hetzij in delen over de weg verplaatsbaar is; 1.46 voorgevel: de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.47 waarden: de aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, natuur en/of ecologie; 1.48 wijziging: een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.49 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden. 1.50 zonwering: Een lamellenluifel van 3 meter die als functionele zonwering aan de achtergevel wordt gerealiseerd.

8/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 de dakhelling: langs het (constructief) dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 ondergeschikte bouwdelen: bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt; 2.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van

het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

9/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; extensief recreatief medegebruik; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen;

met de daarbij behorende: e. f. g. h. 3.2

erfbeplanting; wegen en paden; erven en terreinen; bouwwerken. Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de maatvoering dient te voldoen aan de eisen die in de navolgende tabel zijn gesteld: Functie bouwwerk bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Goothoogte Bouwhoogte Inhoud in m in m in m³ 1 -

Oppervlakte Dakhelling in m² -

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Boomgaarden Onder de uitoefening van het grondgebonden agrarisch bedrijf wordt niet verstaan het binnen een afstand van 50 m tot (bedrijfs)woningen, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen aanbrengen van boomgaarden, behoudens vervanging van bestaande boomgaarden.

10/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.4.2

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met deze bestemming en aanduidingen wordt ieder geval begrepen: a. het gebruik van de gronden ten behoeve van een manegebedrijf; b. het gebruik van de gronden gelegen buiten het bouwvlak voor het plaatsen en geplaatst houden van tunnelkassen, uitgezonderd voor zover bestaand; c. het gebruik van de gronden gelegen buiten het bouwvlak ten behoeve van opslag, uitgezonderd voor zover toegestaan. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, alle dieper dan 0,60 m onder maaiveld, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen en greppels alsmede het anderszins verlagen van de waterstand.

3.5.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het werk of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Onder waarden en functies worden in ieder geval verstaan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden in het betrokken gebied.

3.5.3 Uitzonderingen vergunningplicht Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.5.1 is vereist voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ter verwezenlijking van de in dit plan aan de gronden toegekende bestemmingen, waaronder tevens de aanleg van wegen en paden is begrepen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; c. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden welke worden uitgevoerd binnen een bouwvlak; d. het aanleggen van verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; e. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, behorende bij de aanleg van zwembaden, indien en voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; f. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.

11/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

plantsoenen; gazons; beplantingen; voetpaden; een plateaulift; in- en uitritten; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

met de daarbij behorende: i. 4.2

bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijk' is het oprichten van gebouwen niet toegestaan. b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de maatvoering dient te voldoen aan de eisen die in de navolgende tabel zijn gesteld: Functie bouwwerk bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Goothoogte Bouwhoogte Inhoud Oppervlakte Dakhelling in m in m in m³ in m² 3,0 -

terreinafscheidingen

-

2,0

-

-

-

plateaulift

3,5

3,5

-

-

-

lichtmasten en vlaggenmasten

-

8,0

-

-

-

overige bouwwerken

-

3,0

-

-

-

12/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wonen, al dan niet in combinatie met inwoning; beroep- en bedrijf aan huis; bed and breakfast; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

met de daarbij behorende e. tuinen en erven; f. wegen, paden en parkeervoorzieningen; g. bouwwerken. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; b. de woning wordt gebouwd met een dak met een dakhelling tussen 0-20 graden; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen 'Kelder/ondergronds bouwen' mag, ook buiten het bouwvlak, een kelder of andere ondergrondse bebouwing aanwezig zijn. d. bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 1 meter achter de voorgevel te worden opgericht; e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen 'bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel' mogen bijbehorende bouwwerken ook voor de voorgevel worden opgericht. f. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen 'zonwering' mag een lamellenluifel met een diepte van 3 meter als zonwering aan de achtergevel worden gerealiseerd; g. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan de maatvoering die is aangegeven in navolgende tabel: Functie bouwwerk Woningen

Goothoogte Bouwhoogte in in m m 4,0 4,0

Bijbehorende bouwwerken

hoogte woning tot een maximum van 3m

hoogte woning tot een maximum van 4,5 m

Erfafscheidingen

1,0 m voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw en 2,0 m daarachter

Overige bouwwerken, geen gebouwen en zwembad zijnde

3,0 7,0 zonwering

13/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Inhoud in m³ 660

Oppervlakte in m²

150

10 16 voor trap en plateaulift 60 zonwering

5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het voorkomen van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; landschappelijke inpassing; de verkeersveiligheid, nadere eisen stellen aan: de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere oppervlakte dan 6,0 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m. 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Beroep- en bedrijf aan huis Voor de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis zijn de volgende regels van toepassing: a. de omvang van de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m²; b. de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. er dient op eigen terrein te worden geparkeerd; d. detailhandel is niet toegestaan; e. het beroep- en bedrijf aan huis wordt uitgeoefend door de bewoner. 5.4.2 Zwembaden Bij de woningen zijn zwembaden toegestaan, met dien verstande, dat: a. per woning maximaal één zwembad is toegestaan; b. een zwembad uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de woning is toegestaan; c. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m bedraagt; d. de oppervlakte van een zwembad ten hoogste 50 m² bedraagt; e. een zwembad niet meer dan 0,2 m boven het maaiveld mag uitsteken. 5.5

Voorwaardelijke verplichting

5.5.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De gebouwen die op basis van artikel 5.1 onder a zijn toegestaan, mogen pas in gebruik worden genomen nadat de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen heeft plaats gevonden. Deze landschapsmaatregelen betreffen de elementen uit het LEU advies (dat als Bijlage 2 bij de Regels is opgenomen), met uitzondering van het wandelpad. Dit om tot een goede landschappelijke inpassing te komen.

5.5.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren Gronden mogen niet worden gebruikt behoeve van de functies zoals bedoeld in artikel 5 zonder dat voldoende parkeerplaatsen zijn gerealiseerd en/of in stand worden gehouden conform het actueel parkeerbeleid van de Gemeente Rhenen.

14/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 6

Waarde - Archeologie

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden in de bodem. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. het bevoegd gezag verbindt op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken aan de omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende voorwaarden: 1. de bouwactiviteiten die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; en 2. de verplichting om na beëindiging van de bouwactiviteiten schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. 6.2.2 Uitzonderingen bouwregels Het bepaalde onder 6.2.1 sub a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de grond waarop het bouwplan betrekking heeft anderszins aantoonbaar geroerd is door bestaande c.q. voormalige bebouwing of andere handelingen; of, b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of, c. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste: 1. 50 m², ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarde'; 2. 100 m², ter plaatse van de aanduiding 'hoge verwachtingswaarde'; 3. 1.000 m², ter plaatse van de aanduiding 'middelhoge verwachtingswaarde'; 4.

10.000 m², ter plaatse van de aanduiding 'lage verwachtingswaarde'; of, een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; of, 5. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot; het gaat om gebouwen met een oppervlakte van niet meer dan 50 m² (gebied met zeer hoge waarde), 100 m² (gebied met hoge waarde), 500 m² (gebied met middelhoge waarde), 1000 m² (gebied met lage waarde). 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

15/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningplicht Onverminderd het in de Monumentenwet 1988 bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan: 1. 50 m², ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarde'; 2. 100 m², ter plaatse van de aanduiding 'hoge verwachtingswaarde'; 3. 1.000 m², ter plaatse van de aanduiding 'middelhoge verwachtingswaarde'; 4. 10.000 m², ter plaatse van de aanduiding 'lage verwachtingswaarde'; of waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainagevoorzieningen en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het planten of het verwijderen van bomen waarbij stobben worden verwijderd; g.

het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.4.2 Voorwaarden aan omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken waaronder: a. de verplichting om de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; b. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt advies ingewonnen bij de Monumentencommissie. 6.4.3

Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het onder 6.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden; b. bij grondwerkzaamheden op agrarische percelen in de categorie 1 tot en met 3 Archeologische maatregelenkaart dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 50 m² (gebieden met zeer hoge waarde), 100 m² (gebieden met hoge waarde, alsmede bij grondwerkzaamheden in categorie 4 tot en met 8 van de archeologische maatregelenkaart dieper dan 0,5 m onder het maaiveld over een oppervlakte van 500 m² (gebieden met middelhoge waarde), 1000 m² (gebied met lage waarde), waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een 16/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

omgevingsvergunning in dit kader is verleend; c. ingeval op grond van de Monumentenwet 1988 een omgevingsvergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Monumentenwet 1988 van toepassing zijn. 6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek en/of archeologische begeleiding is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

17/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

18/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Afwijkende maatvoering Indien de bestaande bebouwing afwijkt van de in deze regels gegeven voorschriften ten aanzien van: a. b. c. d. e.

goot- en bouwhoogte; oppervlakte; inhoud; afstanden; afdekking van gebouwen, zijn de bestaande maten, hellingen, dan wel afstanden eveneens toegestaan.

8.2 Onderkeldering Onderkeldering is uitsluitend toegestaan binnen de hiervoor opgenomen aanduiding specifieke vorm van wonen 'kelder/ondergronds bouwwerk' en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 3,5 m mag bedragen.

19/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Algemene gebruiksregels

9.1.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in elk geval verstaan: a. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten behoeve van (zelfstandige) bewoning, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; b. het gebruik van bebouwde en ongebouwde gronden ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en ondergrond; d. het gebruik van gronden als stallings- en of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud. 9.1.2 Uitzondering strijdig gebruik Onder een gebruik, strijdig met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van ambulante handel, weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning, of ontheffing is verleend.

20/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straaten bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. de in de bestemmingsregels gegeven maten en afmetingen tot niet meer dan 10% van die maten en afmetingen; b. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen ten behoeve van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m; d. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van het bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 60 m³; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; e.

het bepaalde ten aanzien van het tijdelijk gebruik van bijbehorende bouwwerken bij woningen, en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk wordt verbouwd en gebruikt ten behoeve van bewoning, met dien verstande dat: 1. het bewoning betreft in het kader van mantelzorg; 2. de oppervlakte voor mantelzorg van het bijbehorende bouwwerk niet meer mag bedragen dan 100 m²; 3. van het vervallen van de noodzaak van mantelzorg dient door of vanwege de gebruiker van het hoofdgebouw waaraan of waarbij de mantelzorg is verleend, aan burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling te worden gedaan; 4. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen gaat het bevoegd gezag over tot intrekking van de omgevingsvergunning. f. het bepaalde ten aanzien van de bestemmingsregels bij woningen, en toestaan dat een tijdelijke woonunit wordt geplaatst en gebruikt, met dien verstande dat: 1. het bewoning betreft in het kader van mantelzorg; 2. de oppervlakte van de tijdelijke woonunit niet meer mag bedragen dan 80 m²; 3. de bouwhoogte van de tijdelijke woonunit niet meer mag bedragen dan 4 m; 4. de afstand van de tijdelijke woonunit tot aangrenzende percelen dient minimaal 2 m te bedragen; 5. de maximale afstand van de tijdelijke woonunit tot de woning bedraagt niet meer dan 15 m; 6.

van het vervallen van de noodzaak van mantelzorg dient door of vanwege de gebruiker van het hoofdgebouw waaraan of waarbij de mantelzorg is verleend, aan burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling te worden gedaan; 7. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen gaat het bevoegd gezag over tot intrekking van de omgevingsvergunning; 8. bij de toepassing van de bevoegdheid tot vergunningverlening dienen de wettelijke bepalingen inzake natuurregelgeving, water en archeologie, in acht te worden genomen.

21/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 11

Algemene procedureregels

11.1 Procedure nadere eisen Met betrekking tot de voorbereiding van het stellen van nadere eisen ingevolge artikel 3.6 lid onder d Wro door burgemeester en wethouders, is Afdeling 3.4 (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 11.2 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Bij een verwijzing naar andere wettelijke regelingen is bedoeld de desbetreffende wet zoals die luidt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.

22/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12

Overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

23/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21)'.

24/24 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10722152/1