Beantw. TV VVD - Consultatie kaders en uitgangspunten opvang asielzoekers
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen
Onderwerp: Consultatie kaders en uitgangspunten opvang asielzoekers Commissie: Bestuur & Financiën Datum: 19 mei 2025 Fractie: VVD Vragen 1. Dilemma 1: Hoe ziet het financiële (kosten)plaatje eruit bij 5 punten bij een opvang van 116 asielzoekers?
2. Dilemma 2: Hoe ziet het beheer van de gemeente eruit bij 1 punt? .
3. Dilemma 3: waar ziet u mogelijke locaties voor opvang?
Antwoorden We kunnen nu nog niet zeggen wat de kosten zijn voor de opvang van 116 asielzoekers, gespreid over meerdere locaties. Dit hangt af van de keuzes die nog gemaakt moeten worden. We kunnen nu nog niet zeggen of er een sluitende businesscase mogelijk is Als wij de exploitatie in eigen beheer organiseren, krijgen we een vergoeding van het Rijk. Maar het is nu niet duidelijk of die vergoeding alle kosten dekt. De kosten hangen namelijk af van verschillende factoren: - Locatiekeuze(s) (een locatie van de gemeente is goedkoper dan een particuliere locatie). - Beveiliging (als er 24 uur per dag bewaking nodig is, kost dat per locatie ongeveer €350.000 per jaar, bij €40 per uur). - Looptijd (hoe langer de looptijd van de opvanglocatie, hoe groter de kans op een sluitende businesscase). Als het COA de opvang uitvoert bij spreiding - Een belangrijke voorwaarde van het COA kan dan zijn dat ten minste één locatie opvang biedt aan minimaal 50 alleenstaande minderjarige vluchtelingen. - Voor de andere locaties kan de gemeente (deels) verantwoordelijk zijn voor onder meer de beveiligingskosten. Hoeveel dat kost, weten we pas als we weten hoeveel locaties er komen en wat voor beveiliging nodig is. De gemeente is dan verantwoordelijk voor de volledige exploitatie van opvangplekken. Dat betekent dat de gemeente een projectorganisatie moet opzetten.
Deze organisaties is dan op alle locaties verantwoordelijk voor bijvoorbeeld: • Huisvesting (investeren, beheren, onderhouden en afschrijven van de opvanglocaties) • Begeleiding (catering, dagbesteding, individuele begeleiding, toe leiden naar werk, taallessen, onderwijs) • Beveiliging (bewakers, beveiligingscamera’s) De uitvoering van deze taken komt dus onder de verantwoordelijkheid van de gemeentelijke organisatie te liggen. In de aangenomen motie ‘AZC versie raadsbreed’ heeft u het college de opdracht gegeven om ‘alle locaties te betrekken en te beoordelen op haalbaarheid’.
1
4. Dilemma 4: hoe ziet zo’n deal er precies uit en met welke gemeente heeft u zo’n deal. Wie is het bevoegde gezag om zo’n deal te accorderen?
Eerst moet de gemeenteraad de kaders en uitgangspunten vaststellen. Daarna kunnen we bekijken welke locaties mogelijk geschikt zijn. We gaan er bij het beantwoorden van deze vraag vanuit dat met ‘zo’n deal’ wordt gedoeld op de uitruilmogelijkheden. Werkwijze uitruilmogelijkheid Een uitruil tussen de verschillende opgaven (opvang asielzoekers, opvang ontheemden uit Oekraïne en huisvesten van statushouders) is mogelijk. Het is aan gemeenten zelf om hier onderling afspraken over te maken. Dit kan bijvoorbeeld met een intentieverklaring. Een voorbeeld: Gemeente A geeft aan extra asielopvang mogelijk te willen maken als gemeente B een deel van de taakstelling voor een andere doelgroep van gemeente A overneemt. Gemeente A is daarbij niet aanspreekbaar als gemeente B de taakstelling niet weet in te vullen. En gemeente B is niet aanspreekbaar wanneer gemeente A de asielopvang niet weet te realiseren. Bevoegd gezag Op het moment dat er sprake is van een eventuele uitruilmogelijkheid, legt het Rhenense college dit eerst ter goedkeuring voor aan u (de raad). Voorbeeldberekening uitruilmogelijkheid Als een gemeente 100 extra asielzoekers opvangt voor minimaal 5 jaar, hoeft zij jaarlijks 20 statushouders minder te huisvesten dan de wettelijke taakstelling, over een periode van 3 jaar.
5. Dilemma 5: wat is het verschil tussen de punten in het kader van participatie. Wat waren de totale integrale kosten tot nu toe?
Dit betekent dus dat er in dit scenario 20 statushouders in mindering worden gebracht op de taakstelling met betrekking tot het huisvesten van statushouders. Dit geldt dan voor een periode van 3 jaar. Dus in totaal gaat het dan dus om 60 statushouders die in mindering worden gebracht op de wettelijke taakstelling. Bij minimale participatie vragen we inwoners vooral digitaal om hun mening. We organiseren dan zo min mogelijk fysieke bijeenkomsten. Inwoners worden niet bij elke stap van het proces betrokken. Bij maximale participatie betrekken we inwoners bij elke stap, zowel online als tijdens fysieke bijeenkomsten. Ook kunnen we een groep sleutelfiguren laten meedenken over hoe we de participatie organiseren. Daarnaast bieden we inwoners de kans om hun ideeën één-op-één met ons te delen, als ze dat prettiger vinden dan online of in een groep. De kosten voor de participatie zijn tot nu toe € 21.500 (digitale uitvraag ‘Rhenen spreekt’, communicatiemiddelen, zoals: brieven, uitnodiging etc. en 2 bijeenkomsten). Hierin zijn de uren van de interne ambtelijke inzet niet verwerkt.
2