Beantw. TV RB - Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Cuneraweg 168
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen
Onderwerp: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Cuneraweg 168 Commissie: Ruimte & Economie Datum: 07-04-2025 Fractie: RB Vragen 1. Wat is een denkbeeldige bouwvak?
Antwoorden Om de gevraagde uitbreiding van de bebouwing, deels buiten het bouwvlak, mogelijk te maken had de aanvrager ten tijde van de indiening twee mogelijkheden, namelijk: 1) Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘afwijken bestemmingsplan’, of 2) het aanvragen van een wijziging van het bestemmingsplan, om vervolgens een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ aan te vragen. Bij de 2e optie wordt het bouwvlak daadwerkelijk vergroot; bij de 1e optie is dat niet het geval. Aanvrager heeft destijds niet gekozen voor een bestemmingsplanwijziging. Dit is door de invoering van de Omgevingswet nu ook geen optie meer. Hoewel het hier dus gaat om een verzoek om af te wijken van het bestemmingsplan, zonder dat het bestemmingsplan zelf daadwerkelijk wordt aangepast, heeft aanvrager in de ruimtelijke onderbouwing wel aansluiting gezocht bij voorwaarden voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan. Dit is gedaan omdat uiteindelijk, bijvoorbeeld als
wij het tijdelijke deel van het omgevingsplan om gaan zetten naar een definitief omgevingsplan, ook alle verleende omgevingsvergunningen hierin moeten verwerken. Op dat moment zal dus het bouwvlak op dit perceel wel degelijk worden aangepast. In plaats van een denkbeeld bouwvlak had men het ook het toekomstige bouwvlak kunnen noemen. 2. Het komt ons voor dat de op 10-12-2024 aangepaste 50 meter grens die nodig is voor de nieuwbouw van Achterberg-West II nu tweemaal als argument wordt benut. Was de vergunningsaanvraag onder het oude regime mogelijk geweest zonder de aanpassing van de 50meter-zone? De ruimtelijke onderbouwing bij dit raadsvoorstel dateert immers van 26 februari jl. en daarmee na de datum van de publicatie d.d. 3 februari 2025 waarin wordt aangegeven dat onderzoek uitwijst dat inwoners die wonen binnen een straal van 500-2000 meter van een geitenhouderij, een significant hoger gezondheidsrisico lopen. Daarmee is het veronderstelde maatwerk/ aanvaardbare woon/leefklimaat uit het raadsvoorstel aanpassing geurnormering uit dec.’2024 in een ander licht komen te staan. Link: (https://nos.nl/l/2554488) & (https://www.nivel.nl/nl/publicatie/veehouderijen-gezondheid-omwonenden-vgo-iiiactualisatie-epidemiologische-studies-2014)
De in de vraag genoemde 50 metergrens is vastgelegd in de ‘Verordening geurhinder en veehouderij Rhenen 2024’ en heeft betrekking op de maximaal toegestane geurbelasting op geurgevoelige objecten zoals woningen. Dit staat geheel los van eventuele gezondheidsrisico’s. De gevraagde vergunning leidt niet tot een toename van de geurbelasting op de omliggende woningen. Hetzelfde geldt voor de nieuw te bouwen woningen in Achterberg West fase 2. Wat het gezondheidsaspect betreft valt niet met volledige zekerheid te zeggen wat de gevolgen van uitvoering van de gevraagde vergunning zullen zijn. Dit omdat nog altijd niet duidelijk wat de negatieve gevolgen voor de gezondheid veroorzaakt. Het ligt echter voor de hand dat de nieuwe mestopslag, die meer gesloten is dan de bestaande mestopslag en verder van woningen komt te liggen, eerder voor een verbetering van de gezondheidssituatie dan een verslechtering zal leiden. Hetzelfde geldt voor de herinrichting van het perceel, waardoor niet alleen de
bedrijfsvoering wordt verbeterd, maar ook de sleufsilo’s verder van de woningen komen te liggen. 3. Op 10 december 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met de toen aanwezige kennis over gezondheidsrisico’s. Citaat uit raadsvoorstel 1178649: ‘Conclusie van dit rapport is dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Wel is het daarbij nodig om voor enkele bestaande woningen aan de Cuneraweg en de nieuw te bouwen woningen van Achterberg-West fase 2 andere geurnormen en afstandseisen vast te leggen. Daarvoor is de Verordening geurhinder en veehouderij. Rhenen 2024 opgesteld’. Tweede citaat: ‘2.1 Met de vaststelling van deze verordening wordt de ontwikkeling van Achterberg-West fase 2 mogelijk gemaakt. Door de nabijheid van enkele veehouderijen is de verwachte geurbelasting op een deel van de nieuw te bouwen woningen van AchterbergWest fase 2 hoger dan de wetgeving standaard toelaat. De wet biedt echter ruimte voor maatwerk. Om een hogere geurbelasting toe te laten, moeten hogere geurnormen worden vastgelegd in een verordening. En om dat te kunnen doen, moet – met een geurgebiedsvisie worden onderzocht of ondanks deze hogere geurnormen en kortere afstandseisen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen kan worden gegarandeerd. Uit de geurgebiedsvisie (zie bijlage 1) blijkt dat in dit geval sprake zal zijn van een acceptabel woonen leefklimaat.
Door het vaststellen van deze visie en verordening wordt daarmee aangetoond dat het bestemmingsplan Achterberg-West fase 2 voldoet aan een goede ruimtelijke ordening’. Derde citaat: ‘Kanttekeningen (risico's en nadelen) ‘De in de geurverordening opgenomen geurnormen zijn relatief hoog De gemeente draagt zorg voor een goed woon- en leefklimaat. Daar is het tegengaan van geurhinder onderdeel van. Uit de geurvisie
Ook hier is het van belang om onderscheid te maken tussen ‘geur’ en ‘gezondheid’. De geurbelasting neemt niet toe als gevolg van de met deze vergunningaanvraag beoogde ontwikkeling. Het aspect ‘geur hoeft in onze ogen dan ook geen belemmering te zijn om deze vergunning te verlenen. Wat het aspect ‘gezondheid’ moet worden vastgesteld dat er in de bestaande situatie een geitenhouderij, legaal en met alle benodigde vergunningen, aanwezig is op zeer korte afstand van een groot aantal bestaande woningen. Dit zal ook zo zijn als de hier gevraagde vergunning niet wordt verleend. Met het oog op de onduidelijkheid over de effecten van geitenhouderijen op de gezondheid van omwonenden, heeft de provincie al geruime tijd geleden een verbod ingesteld om een nieuwe geitenhouderij te vestigen en om bestaande geitenhouderijen te verplaatsen of uit te breiden. Dit verbod is vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie. Deze regeling biedt aan bestaande geitenhouderijen nog wel enige ruimte om wijzigingen in de inrichting aan te brengen, bijvoorbeeld om het dierenwelzijn te verbeteren. Deze wijzigingen worden op zichzelf geacht geen negatief effect te hebben op de volksgezondheid. De hier voorliggende aanvraag omgevingsvergunning past binnen deze mogelijkheid die de omgevingsverordening biedt.s
blijkt echter dat ondanks deze hogere geurnormen en kortere afstandseis sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarmee we aan onze zorgplicht voldoen. Dit neemt niet weg dat de hogere geurbelasting zou kunnen leiden tot bijvoorbeeld meer klachten’. Voldoen wij aan onze zorgplicht als wij een principeverzoek uit 2023 onder het oude regime beoordelen met de wetenschap dat recent onderzoek uitwijst dat er verhoogde gezondheidsrisico’s zijn voor bewoners binnen een afstandsnorm tot 2000 meter in de leefomgeving van een geitenhouderij? 4. 5.