Beantw TV RB Odru nota bodembeheer
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen Onderwerp: Nota Bodembeheer werkgebied ODRU Agendapunt 5 Commissie: Ruimte en Economie Datum: 14-12-2022 Fractie: Rhenens Belang
Vragen 1. Raadsvoorstel Pagina 3 tabel nieuw beleid Toepassing en hergebruik PFAS-houdende grond is nieuw beleid. vraag: Wijkt het ODRU beleid af van de reguliere wettelijke norm?
Antwoorden Ja, in par. 6.2 van de Nota bodembeheer wordt aangegeven voor welke toepassingen wordt afgeweken van het landelijk Handelingskader PFAS . Mits goed onderbouwd en er geen risico is, is afwijking toegestaan. In de tabellen 17, 18 en 19 in deze paragraaf zijn de lokale toepassingswaarden voor PFAS (de zogeheten Lokale Maximale Waarden oftewel LMW) aangegeven. (In de vraag staat ODRU beleid, maar het gaat hier om gemeentelijk beleid, welke door de ODRU wordt uitgevoerd.)
2. Kunnen wij een overzicht krijgen welke (van de 15) gemeenten bevoegdheden delegeren en welke niet?
Inmiddels hebben 13 van de 15 gemeenten de Nota bodembeheer werkgebied ODRU vastgesteld. Dit zijn de gemeenten: Bunnik, De Bilt, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Alleen de gemeente Rhenen en De Ronde Venen hebben nog geen besluit genomen. Alle 13 hebben ze tevens ingestemd met het delegeren van de voorgestelde bevoegdheden aan het college. De 2 resterende gemeenten nemen nog deze maand een besluit.
3. Op pagina 7 van Nota 1A staat: De visie van de gemeente op (de aanpak van) bodem- verontreinigingen is beschreven in par. 9.5 en zal in het Omgevingsplan uitgewerkt worden als de Omgevingswet inwerking getreden vragen A. Waarom wordt er voorgesteld om raadsbevoegdheden te delegeren zolang de inhoud en uitwerking van de toekomstige omgevingswet nog niet duidelijk is voor de gemeenteraad? B. B. Waarom kan in dit stadium niet volstaan worden met mandatering van bevoegdheden aan College?
A.
B.
De bevoegdheden waarvan wordt voorgesteld om die te delegeren aan het college hebben allemaal te maken met het beleid voor het “toepassen van grond en bagger” (deel 1 van de Nota). De (beleids)regels die te maken met de activiteiten “graven” en “saneren” (deel 2 van de Nota) zullen nog uitgewerkt moeten worden in het Omgevingsplan. De ODRU komt hiervoor binnenkort met een voorstel aan alle 15 ODRUgemeenten. In mei 2012 is de Nota bodembeheer regio Zuidoost Utrecht van dec. 2011 in de gemeenteraad van Rhenen vastgesteld. Tegelijkertijd is de gemeenteraad akkoord gegaan met het voorstel om de betreffende bevoegdheden m.b.t. uitvoering van dit beleid aan het college van B&W te delegeren. Onderaan deze antwoorden staat een deel van de passage uit de Nota bodembeheer van dec. 2011 welke hier over gaat. Er zijn geen redenen om dit nu te veranderen. Het gaat uitsluitend om besluiten die in lijn zijn met het nog door de raad vast te stellen beleid. Middels een raadsinformatiebrief zal de raad op de hoogte worden
gehouden van de besluiten die B&W genomen heeft m.b.t. de genoemde bevoegdheden. 4. pagina 13/Nota 1A Onze fractie begrijpt het streven naar eenduidigheid, circulariteit en het uitgangspunt van minder vervoersbewegingen. Ten aanzien van de afweging in dit verband t.a.v. volksgezondheid is het beleid minder duidelijk binnen onze fractie. Vraag: A. Hoe verloopt de borging van de volksgezondheid binnen dit beleid/ welke afwegingscriteria bestaan er? B. Hoe bewaakt de ODRU de werkelijke grondkwaliteit (afwijkingen) / hoe vaak wordt er een controle uitgevoerd?
A.
B.
5. pagina 13/Nota 1A citaat: ‘Kostenreductie Omdat de opgestelde beleidsregels en de daarbij behorende bodemkwaliteitskaart zijn gebaseerd op de lokale of regionale bodemsituatie zijn de mogelijkheden om grond toe te passen bovendien verruimd en hoeft de ontvangende bodem niet meer onderzocht te worden. Dit scheelt tijd en geld’. Vraag: A. Wordt de bodemkwaliteit niet teveel ondergeschikt gemaakt vanwege kostenreductie in een tijd dat de overheid vaak verliezende partij is bij door milieuorganisaties aangespannen rechtszaken? B. Hoe vindt de belangenafweging plaats (staan we bijv. grotere foutmarge toe?) en garanderen wij de bodemkwaliteit. (Onze fractie ziet het evenwicht in de evenredige risico-afweging onvoldoende onderbouwd.)
A.
B.
Bij het opstellen van dit beleid is als uitgangspunt gehanteerd: 1. plaatsen waar sprake is van een risicogevoelig bodemgebruik (zoals plaatsen waar kinderen spelen, moestuinen, ecologische beschermingsgebieden) extra beschermen 2. hergebruiksmogelijkheden optimaliseren op plaatsen waar dat kan en milieuhygiënisch verantwoord is. De voorgestelde lokale toepassingswaarden zijn onderbouwd met risicoberekeningen (zie bijl. 18 van de Nota). Toepassingen en tijdelijke opslagen van grond en bagger moeten gemeld worden het landelijk Meldpunt bodemkwaliteit. De ODRU is door de gemeente gemandateerd om deze meldingen af te handelen. Bij twijfels of onduidelijkheden wordt een signaal gestuurd naar de afdeling Integraal Toezicht en Handhaving (ITH) van de ODRU. Deze afdeling voert namens de gemeente gerichte én steekproefsgewijze controles uit in het veld (toezicht) en treedt zo nodig op (handhaving) en is hier door de gemeente voor gemandateerd. Nee, dat is hier niet het geval. Zie ook antwoord op vraag 4A onder nr.2. Middels risicoberekeningen is onderbouwd dat de voorgestelde lokale toetsingswaarden, waar deze soepeler zijn dan de landelijke normen, geen risico’s voor het betreffende bodemgebruik met zich meebrengen. De belangenafweging heeft plaatsgevonden in samenspraak met alle 15 ODRU-gemeenten, voordat de Nota is opgesteld.
Er zijn voor alle onderwerpen beleidskeuzes aan de gemeente voorgelegd. De gemaakte keuzes zijn in de Nota uitgewerkt. De ODRU zal de meldingen die worden ingediend voor tijdelijke opslag of toepassingen van grond en bagger, na vaststelling van het beleid tevens toetsen aan de door de gemeente vastgestelde lokale toeppassingswaarden en andere gebiedsspecifieke eisen (bijv. t.a.v. de max. toegestane hoeveelheden bodemvreemd materiaal).