Beantw. TV RB - Gewijzigd vaststellen Bestemmingsplan Achterberg West fase 2 def
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen
Onderwerp: Gewijzigd vaststellen Bestemmingsplan Achterberg West fase 2 Commissie: Ruimte & Economie Datum: 3 december 2024 Fractie: RB Vragen 1. Zienswijze Van Westreenen bevat 5-224 bevat de volgende opmerking: Wanneer alle bedrijven binnen een straal van 2 kilometer worden meegenomen in de 'cumulatie' berekening is de verwachting dat de geurbelasting op onderhavig plangebied groter is. Voorgaande is ook van toepassing op het geuronderzoek zoals opgenomen in de geurgebiedsvisie, bijlage 3 van de toelichting op het bestemmingsplan. In dit onderzoek is eveneens een gebied van slechts 1 vierkante kilometer meegenomen in het geuronderzoek. De uitkomsten van het geuronderzoek zijn dan niet representatief voor de geursituatie ter plaatse. Het is onze fractie niet duidelijk of het geuronderzoek naar aanleiding hiervan relevant is en tot aanpassing leidt. Wilt u a.u.b. aangeven of er een aanpassing heeft plaatsgevonden naar aanleiding hiervan? 2. Onder 3.7 zienswijze staat ondermeer als antwoord: ’Desbetreffende geitenhouderij is al lange tijd op dit adres gevestigd en beschikt over alle vereiste vergunningen. Bezwaar tegen de aanwezigheid van dit bedrijf is dan ook niet aan de orde (in deze bestemmingsplanprocedure)’.
Antwoorden De afstand van 2 km in de handleiding VStacks gebied is een vuistregel. In dit geval is gekeken naar de veehouderijen in de wijde omgeving en zijn alle relevante veehouderijen meegenomen. Er is ook verder gekeken dan 1 km. Er zijn echter geen veehouderijen die verder weg liggen met een zodanige geuremissie die een relevante bijdrage zullen geven aan de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied. Ook blijkt uit het geuronderzoek dat de voorgrondbelasting en niet de achtergrondbelasting bepalend is voor de geurhinder in het plangebied, zie ook pagina 26 van het geuronderzoek. Een aanpassing van het geuronderzoek op dit punt hebben wij niet noodzakelijk geacht en zal ook niet tot andere conclusies leiden.
Bezwaar tegen de geitenhouderij is niet aan de orde omdat de geitenhouderij geen onderdeel is van het plangebied waar de bestemmingswijziging op ziet.
In de zienswijze wordt gesteld dat het beter zou zijn om de geitenhouderij te verplaatsen. Bij de beantwoording van de zienswijze wordt geconstateerd dat dit buiten deze Wat betekent specifiek de opmerking dat bestemmingsplanprocedure valt. bezwaar in deze
bestemmingsplanprocedure niet aan de orde is voor de toekomst? Wanneer is bezwaar wel mogelijk en betekent dit voor dit bedrijf dat intrekking van de bedrijfsvergunning tot een sterfhuisconstructie kan leiden?
Het gaat hier om een legaal bedrijf dat beschikt over de benodigde vergunningen. Voor de ontwikkeling van Achterberg-West fase 2 is de aanwezigheid van dit bedrijf daarom één van de omgevingsfactoren waarmee rekening is gehouden. Nu uit de toelichting op het bestemmingsplan blijkt dat woningbouw goed verenigbaar is met de bestaande veehouderijen, hoeft bedrijfsverplaatsing niet aan de orde te zijn.
3. Zienswijze 3.1 Het is onze fractie niet duidelijk wat de belangenafweging is.
De afweging die in het kader van het aspect gezondheid wordt gemaakt is een andere dan de afweging met betrekking tot geur en andere milieuaspecten. Over de afweging met betrekking tot geur is in de antwoorden op andere vragen al veel gezegd. In veel gevallen worden de veehouderijen al beperkt door bestaande woningen. Voor geur zou er een beperking kunnen zijn door de nieuwe woningen, maar daarvoor is voorzien in een hogere geurnorm.
In hoeverre is er een garantie mogelijk dat de agrarische bedrijven geen extra beperkingen opgelegd krijgen t.a.v. stankcirkel en andere milieuvereisten? Wederkerigheid vereist dat nieuwe ontwikkelingen de proportionaliteit niet aantasten. (belangen bedrijven versus gemeentelijke ontwikkelingen)
Ook gezondheid is een aspect dat uw raad kan meewegen bij het nemen van een besluit. De belangenafweging in dit geval is het belang van het aspect gezondheid ten opzichte van de noodzaak voor woningbouw. In dit geval is beoordeeld dat de noodzaak woningbouw prioriteit heeft en is gezondheid als aanvaardbaar beoordeeld. In de beantwoording van zienswijzeonderdeel 3.1 wordt meer in detail aangegeven hoe het college aan u voorstelt om deze verschillende belangen af te wegen. Dat er mogelijk een causaal verband bestaat tussen longontsteking en de nabijheid van geitenhouderijen wordt daarin meegenomen. Daar staat tegenover dat hier, ondanks het uitgebreide onderzoek dat hier inmiddels naar is gedaan, nog altijd veel onduidelijkheid over bestaat. Ook zeer recent promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht heeft geen relatie kunnen aantonen, al wordt verder onderzoek aanbevolen. Andere aspecten om mee te wegen zijn de overheersende windrichting,
de grote behoefte aan woningbouw en – zeker in Achterberg – de alom aanwezige agrarische sector. 4. 5.