Beantw. SV SGP - Actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart Rhenen
Tekst van het document
GEMEENTE RHENEN Technische vragen
Onderwerp: Actualisatie archeologische verwachtingen- en beleids(advies)kaart Rhenen Commissie: Ruimte & Economie Datum: 18 september 2024 Fractie: SGP Vragen 1. Het raadsvoorstel geeft aan dat er sinds 2010 nieuwe bronnen en nieuwe inzichten zijn t.a.v. archeologische resten in Rhenen; als bijlage 1 is een beleidskaart bijgevoegd. Wilt u inzichtelijk maken welke wijzigingen zijn doorgevoerd t.o.v. de nu geldende kaart?
Antwoorden 1. Er is een laag “militaire relicten” toegevoegd, waarin overblijfselen van militaire conflicten zijn opgenomen, dit betreft voornamelijk resten uit de Tweede Wereldoorlog; 2. Het aantal beleidscategorieën is afgenomen van 8 naar 7. Iedere categorie kent een andere drempelwaarde (minimale oppervlakte waarbij archeologisch onderzoek is vereist). Dit is gedaan om de onderzoeksplicht te koppelen aan een reële vindkans, en zo de regeldruk zo laag mogelijk te houden; 3. Categorie 1 omvat de wettelijk beschermde archeologische rijksmonumenten. Deze categorie is gelijk gebleven met 2010. Categorie 2 omvat de provinciale monumententerreinen en vastgestelde vindplaatsen. De vrijstelling is hier verruimd van 0m2 naar 30 m2, Categorie 3 omvat de gebieden met een hoge verwachting voor de vroege prehistorie en zones direct rond historische elementen als kerken en molens (waar resten van voorgangers verwacht worden. De vrijstelling van 100m2 is gelijk gebleven met 2010. Categorie 4 omvat gebieden met een hoge verwachting op voor de late prehistorie, middeleeuwen en nieuwe tijd. De vrijstelling is verruimd van 100 m2 naar 250 m2 omdat dit meestal grotere vindplaatsen zijn zodat een beperkte verstoring acceptabel wordt
geacht. Categorie 5 omvat gebieden waar de kans op vindplaatsen iets lager wordt ingeschat. Ook zijn hier de vindplaatsen uit de laag conflictarcheologie toegevoegd. Dit betreft vaak wat grotere vindplaatsen zodat een verstoring tot 1000 m2 acceptabel wordt geacht. De conflictarcheologie is nieuw in deze categorie. De vrijstellingsgrens is gelijk aan 2010. Categorie 6 omvat de gebieden waar een lage verwachting op vindplaatsen is. De vrijstellingsgrens is verruimd van 1 hectare naar 2,5 hectare. Categorie 7 omvat gebieden zonder archeologische verwachting. Dit zijn bijvoorbeeld afgegraven locaties (groeves) of gebieden die in het verleden al archeologisch zijn onderzocht/opgegraven en waar nu geen archeologische resten meer aanwezig zijn. Hier is archeologisch onderzoek nooit verplicht, dit was ook in 2010 al zo. Door nieuwe bodemkundige inzichten is soms een grens tussen twee categorieën iets verschoven. Per saldo is het gebied met een hoge verwachting kleiner geworden en het gebied met een lage verwachting groter ten opzichte van 2010; 4. Op de vorige beleidskaart was nog een categorie “onbekend” opgenomen. Dit is onder de Omgevingswet niet toegestaan. Aan deze locaties is in de nieuwe kaart dan ook een verwachting toegekend. Het resultaat van bovenstaande wijzigingen is dat per saldo sprake is van een verlaging van de onderzoekslast voor initiatiefnemers. 2.
Hebben we ook te maken met provinciaal beleid en kunt u aangeven op welke punten we afwijken van dat beleid en waarom?
Het in kaart brengen van de archeologische verwachtingen is een taak van de gemeente. Op dat punt is er dan ook geen provinciaal beleid, waardoor er ook geen sprake is van een afwijking van provinciaal beleid.